Canon Gilde Sint Joris Goirle
Zoeken:

Filter:
Jaar:

2069 - 5 eeuwen gilde Sint Joris Goirle
SALUTEM DICIT - 2069 -
- Verzworen Maandag 10 januari 1569 - Verloren Maandag 14 januari 2069 -

Het is vijfhonderd jaren geleden dat op 10 januari 1569, Verzworen Maandag, de Heer van de Heerlijkheid Tilborg en Ghoorll, Karel van Malsen, het gilde Sint Joris begiftigde met de kaerte.
-2069- Het is ook 60 jaar geleden dat een aanvang werd gemaakt met de Historische Canon van het Gilde Sint Joris Goirle. Een database waarin zeshonderd jaar Goirles erfgoed is beschreven en gearchiveerd!

Als de gildebroeders en -zusters van nu en de toekomst, het gilde Sint Joris kunnen borgen en inbedden in een sociaal maatschappelijke Goirlese gemeenschap, dan kan het 500-jarig jubileum uitbundig gevierd worden. Een gildefeest waar vijfhonderd jaar 'gildebroeder zijn' wordt gevierd. Een feest van verbondenheid en traditie voor de Goirlese gemeenschap! Belangrijk en bepalend zal zijn of het gilde Sint Joris in staat zal zijn zich met de tijd mee te bewegen, want dan zal men net als tijdens de 21e eeuwwisseling vol trots kunnen bevestigen:
"Opdat het heden kleur kan geven aan de toekomst zoals het verleden kleur geeft aan het heden"

Op één prangende vraag moet ook ik het antwoord schuldig blijven!
- QUID AFFERRE CONSILII POTEST, QUI IPSE EGET CONSILIO -
- welke raad kun je geven, die zelf wijsheid nodig heeft -



Goirle, 2015.
Sjef Hoogendoorn, Hoofdman.


De toekomst licht verscholen in het verleden. In het heden staat de mens


2018-01-08 - Grootste bestuurswisseling in tijden
Op verloren maandag 08-01-2018 vond er een van de grootste bestuurswisselingen in tijden plaats. Aftredend: Hoofdman Sjef Hoogendoorn, Deken-Schrijver Johan de Brouwer en Deken-Penningmeester Christie Schenning.

Vooraf is er een oproep gedaan aan de leden om zich te melden voor deze functies. Hieruit is de volgende uitslag gekomen: Hoofdman Jan Kloks, Deken-Schrijver Marijn Sparidaens en Deken-Penningmeester Hans van Dorenmalen.

Sjef was sinds 2008 Hoofdman van ons gilde maar heeft deze functie neer moeten leggen vanwege zijn gezondheid. Johan de Brouwer heeft 16 jaar lang zich ingezet als Deken-Schrijver. Hiervoor heeft hij dan ook een klein zilveren speldje gekregen. Christie Schenning heeft haar functie vroegtijdig neergelegd omdat zij verhuisd is naar Balk in Friesland


Bron: Dion Hoogendoorn

2017-11-25 - Eerste Goirlese dorpsquiz
In navolging op succesvolle edities in andere gemeenten en vorig jaar ook al in Riel, gaat Goirle dit jaar ook kennismaken met een dorpsquiz. een initiatief van leden van ‘t Kelderke én Wij Goirlenaren. Op zaterdag 25 november 2017 zal de eerste Gôolse Dorpsquiz gehouden gaan worden. Een uitdaging en plezier voor iedereen, van jong tot oud.

Aanpassingen in foto: Er zitten 24 wijzigingen in de afbeelding. vlnr: 1 Gilde dat voorbij loopt, 2 Marijn Sparidaens in raam, 3 Muis uit plint, 4 Tefal steelpan, 5 Wim van Dijk in stoel, 6 Matthijs Verhagen, 7 Petra van Helvoirt, 8 Anne Vermeer met kind op schoot, 9 Kind Niels Hoogendoorn, 10 Christian van Helvoirt met dwarsfluit, 11 Johan de Brouwer, 12 Iris de Brouwer met pijp, 13 Nike sportschoen
Voor de tafel vlnr: 14 Hond is een Gôolse geit geworden, 15 Fles Schrobbeler, 16 Anne Wittebol (Beek) met kan 17 Vera de Brouwer, 18 Gildetrom toegevoegd
Achtergrond vlnr: 19 Klok aan de muur, 20 Schotel met Sintjoris erop, 21 Bos rozen, 22 Playboy aan de muur, 23 Goirles Belang in de lucht, 24 Dion Hoogendoorn als zwarte piet in de schoorsteen


De aangepaste versie met quiz deelnemers


Het vrolijke huisgezin van Jan Steen - Origineel


Bron: Dion Hoogendoorn

2017-11-02 - Rabobank clubkas
Het gilde Sint Joris heeft zich ingeschreven voor de actie Clubkas van de Rabobank. Iedere vereniging die zich inschreef deed mee om een gedeelte van het beschikbaar gestelde bedrag van € 200.000,00. Na inschrijving kan er door Rabobank leden gestemd worden om zo de verdeling te maken.

Het Gilde heeft uiteindelijk een bedrag van € 706,28 bij elkaar gekregen





Bron: Dion Hoogendoorn

2017-09-03 - Het Groot Gaesbeeker Schuttersilde uit Aechten. Soest, Utrecht.
Op zondag 3 september heeft het Gilde St. Joris deelgenomen aan het tweede Landjuweel van het Gaesbeeker Gilde uit Soest.
Voor Gilde St. Joris de derde maal dat het gilde afreisde naar de Utrechtse Heuvelrug. In 1979 in het Gildefeest bezocht ter gelegenheid van het 950-jarig bestaan.
Ook in 1987 heeft het Gilde deelgenomen aan het 1e Utrechtse Landjuweel van het Groot Gaesbeeker Gilde uit Aechten, Soest

Met 2 bussen werd in alle vroegte vertrokken vertrokken met onze 1e Deken en Deken-Schrijver achter het stuur. het Gilde was vertrokken om de nieuwe Koning van ons Gilde Wim van Dijk in de vaart der tijden Wim te laten aansluiten in de erehaag van Landjuweelkoningen. Het liep anders!
Naast het konigschieten voor waarop alle aanwezige koning bestreden hebben om de eretitel van Koning van het Landjuweel werd door de jongeren gestreden om de titel 'Landjuweel Prins'.
Omdat Anne Vermeer tijdens het Koningschieten met het prijsschieten een vogel naar beneden heeft geschoten kwam Anne de eer toe om het gilde te vertegenwoordigen op het Prinsschieten.
Anne heeft de afgelopen tijd in de doel en tijdens het koningschieten ruimschoots bewezen een goede schutter te zijn. Ook deze strijd, met honderd schutters, wist zij te winnen.
De titel werd gerschoten met het geweer. Met een ferm schot schoot Anne de vogel naar beneden

2017- Anne Vermeer landjuweelprinses van het Het Groot Gaesbeeker Schuttersgilde uit Aechten. Soest.

de Federatievoorzitter van de
3FoordBrabante Federatie van Schuttersgilden Jos Verbeten feliciteert de landjuweelprinces, Anne Vermeer, het
haar behaalde prestatie


Anne Vermeer tijdens de huldiging


Aanschouwers


Onderweg in de bus


Uniek moment, De hele dag Radler 0.0%


Bron: Sjef Hoogendoorn

2017-07-02 - Prijsverschieting
Op de 2e dag van het koningschieten is er altijd het prijs schieten. Hieraan vooraf hebben we voor de eerste keer een verschieting gehouden voor onze duitse gasten uit Eikeloh.








Bron: Dion Hoogendoorn

2017-07-01 - Koningschieten 2017
Koningschieten van het Gilde Sint Joris.
Op 1 juli 2017 werd na vier jaren het traditionele koning geschoten.
4 jaar daarvoor schoot Hans van Doremalen met een raak schot, op de Annaweide, de koningsvogel beneden.
Dit jaar was Wim van Dijk de gelukkige die zich voor de 2e maal 4 jaar koning van het gilde mag noemen.





De strijd barst los


Op bezoek bij de koning


De vogel wordt los gezet


De hand wassing


De erewijn


Lizzy Brock als Sint Joriske


De prijs winnaars


Bron: Sjef Hoogendoorn

2017 - Relikwie uit het altaar van de Maria Boodschapkerk
Met het inwijden van de kerk van Maria Boodschap was een relikwie geplaatst in het hoofdaltaar.
Op 3 januari 2017 heeft de Hoofdman van het Gilde St. Joris de relikwie uit het hoofdaltaar verwijderd en naar de kluis van de St. Jan gebracht.
Tijdens de eerste dagen van de 2e wereldoorlog heeft pastoor Leo Pessers de relikwie, tijdens de inzegening van de Maria Boodschap, in het altaar gemetseld. De officiële inzegening door de Bisschop van 's-Hertogenbosch heeft veel later plaatsgevonden door Monseigneur Bekkers. Een schrijnend conflict met het bisdom over het eigendomsrecht ligt hieraan ten grondslag. De familie Pessers hadden de bouw van de kerk financieel mogelijk gemaakt en hierover ging het kerkrechtelijk meningsverschil.


relikwiehouder met het lakzegel van de Bisschop van 's-Hertogenbosch


met het lakzegel is het loden doosje verzegeld


Bron: Sjef Hoogendoorn

2016 - De zilveren papegay Wim van Dijk
De Silveren papegay is een onderscheiding voor bijzondere verdiensten
Tijdens de statiedag 3 september hebben Wim van Dijk en Alexander van Puijenbroek de zilveren papegay ontvangen voor hun 50 jarig jubileum als lid van het gilde St. Joris
Ook heeft Wim van dijk een zilveren kroontje ontvangen op zijn kringsonderscheiding van het Kwartier van Oirschot.
Wim is in 1966 op 19 jarige leeftijd lid geworden van het gilde waar zijn vader vanaf 1943 lid was. Reeds in 1955 was Wim samen met zijn broers Cees en Toine van Dijk actief als tamboer. Wim is altijd de instructeur geweest van de tamboers waarvoor de zonen Rob en Erik ook de trom roeren voor de Guld.
samen vormen zij een traditie van 3 generaties tamboer bij de Guld.
Naast actief lid van het gilde is Wim ook tamboer in het corps van de harmonie Oefening & Uitspanning

in 2006 ontving Wim de kringonderscheiding van het Kwartier van Oirschot voor zijn 40-jarig jubileum en voor zijn bijzondere verdiensten als tamboer.


Wim van Dijk met zijn zonen Rob en Erik geven een serenade met de dieptrom.


de silveren papegay voor bijzondere verdiensten


kringonderscheiding van het Kwartier van Oirschot


Bron: Sjef Hoogendoorn

2016 - 4 Bestuursverkiezingen op verloren maandag
Vergadering Verloren Maandag 11 januari 2016
De maandag na het feest van de Heilige Familie in het octaaf van de openbaring wordt in de kerk het evangelie van de Verloren Zoon voorgelezen. Het is Verloren Maandag, de dag dat het gilde voor de 447ste keer bijeen is voor de jaarvergadering.

Vanwege aanpassingen in de kaert werden 4 functies vacant.
- Dion Hoogendoorn werd gekozen tot 1e Deken.
- Johan de Brouwer werd gekozen tot Deken Schrijver. Johan had de taak van Deken-Schrijver voor één jaar op zich genomen.
- Vendelier Christie Schenning werd gekozen tot Deken-Penningmeester. Hierdoor werd de functie van Vaandrig vacant. Christie is de eerst vrouw die zitting neemt in het bestuur.
- Tamboer Matthijs Verhagen werd verkozen tot vaandrig.

Met deze verkiezingen behoort de overheid van het gilde St. Joris tot de jongste Gildeoverheden van Brabant


de Overheid van het gilde aan de besstuurstafel met de scheidende leden


Bron: Dion Hoogendoorn

2016 - Installatie burgemeester Mark van Stappershoef
26 september 2016
Mark van Stappershoef is in het gemeentehuis geïnstalleerd als burgemeester van de gemeente Goirle.
de nieuwe burgemeester is met Goirle bekend. Geboren op Korvel onder de schaduw van bierbrouwerij de Posthoorn en de rook van de textielfabrieken van van Dooren - Dams
Samen met de harmonie O & U heeft het gilde de vendelgroet gebracht en de harmonie een serenade gegeven.
Vanaf 1803 werd de nieuwe burgemeester door het gemeentebestuur, de Harmonie en de Gilde St. Joris ingehaald vanaf de gemeentegrens. Vandaar ging het in optocht naar het gemeentehuis voor het installeren. Ook Willem II is nog op deze manier in Goirle ingehaald net als alle pastoors. Met deze mooie traditie is helaas gebroken. Het is niet onmogelijk dat onwetendheid hieraan ten grondslag ligt. Het gemeentelijk apparaat kent nog zeer weinig autochtone Goirlenaren. De Guld kende in deze een traditie van meer als 4 eeuwen.

In de 14e 15e en 16e waren de bestuurders van Goirle twee Schepenen met de Borgemeester van 'de Heerlijkheid Tilborg en Goorl', gildebroeders van het gilde St. Joris. Zo kent het gilde een eeuwenoude band met de wereldlijke en geestelijke overheden.
Er is een tijd geweest dat we in Goirle nog geen Schepenen of Borgemeester kenden. Zelfs de pastoor resideerde nog in het kanunikaat Hilvarenbeek vanwaaruit de St. Jan bediend werd.
De Goirlenaar van weleer had zich toen al verenigd in het Gilde St. Joris. Zo zijn de functies van Hoofdman, Koning en Dekens de oudste nog bestaande bestuursvorm.
Om deze redenen hecht het gilde aan een goede constructieve band met de lokale overheden.

Om de band met het gemeentebestuur tussen de twee Gôolse gilden, St. Joris en St. Mauritius, te verstevigen hennen beide gilden de kan de burgemeester benoemd worden als van Ere-Deken. Deze functie is aan het burgemeesterschap verbonden.


Burgemeester Mark van Stappershoef





Bron: Sjef Hoogendoorn

2016 - Burgemeester Machteld Rijsdorp
In een buitengewone raadsvergadering op donderdag 15 september nam Machteld Rijsdorp als burgemeester van de gemeente Goirle afscheid. 11 jaren heeft zij zich op een zeer bijzondere manier ingezet voor alle Goirlenaren. Ook voor het Gilde St. Joris is zij van grote betekenis geweest waarbij zij regelmatig acte de présence gaf
11 Jaren heeft zij inhoud gegeven aan het Ere-Dekenschap. van beide gilden.
Tijdens het de afscheidsbijeenkomst kreeg Machteld Rijsdorp het ereteken dat hoort bij het ereburgerschap overhandigd van Bert Schellekens, plaatsvervangend voorzitter van de raad. Goirle.
Van de gilden St. Joris en St.Mauritius kreeg zij een gegraveerde tinnen schotel.


0ud-burgemeester Machteld Rijsdorp met geschenk van de Gemeente Goirle





Bron: Sjef Hoogendoorn

2015 - Hoofdman Sjef Hoogendoorn ontvangt koninklijke onderscheiding.
Verloren maandag, de dag waarop het gilde verzameld was voor de jaarvergadering.
Bij besluit van 12 januari 2015 is Sjef Hoogendoorn benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn verdiensten in algemene zin voor de Gemeente Goirle.
40 jaren actief met het materieel en immaterieel erfgoed van de gemeente Goirle -
40 jaren onderzoeken en schrijven voor de heemkundige kring de Vyer Heertganghen - actief met het vastleggen en documenteren van het plaatselijke dialect; de Gôolse taol. stichter van de Stichting Goôlse Taol (ontbonden nov. 2016) schrijver publicist columns
zorg voor het materieel kerkelijk erfgoed -
zorg voor het materieel en immaterieel erfgoed van het Gilde Sint Joris -
actief binnen het Kwartier van Oirschot - actief binnen de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden - actief voor de Brabantse jeugd - 40 jaren lid van het gilde Sint Joris.
voor deze verdiensten ontving hij ook de kringonderscheiding van het kwartier van Oirschot


Sjef en Elly Hoogendoorn


houten beeltenis van Sint Michiel. Aangeboden door het gilde Sint Joris


Lintje


2015 - Aannemer van het gilde 90 jaren
Op 30 april 2015 heeft het gilde de vendelgroet gebracht aan Corrie Kloks- Brock ter gelegenheid van haar 90e verjaardag. Kort daarvoor was ze ontslagen uit het ziekenhuis vanwege een noodlottige val. Corrie is 40 jaren aannemer van het gilde en de derde generatie in vrouwelijke lijn. Vanaf haar geboorte is zij verbonden met het gilde. 3 generaties zijn de aannemer van het gilde geweest.
Het Gilde is in Hof van Holland 126 jaren thuis in het gildehuis aan de Tilburgseweg.

Petrus (Q523) Kloks is geboren op 23-09-1925 in Goirle, zoon van Johannes Antonius Kloks en Maria Ester Cornelia Bax. Piet Kloks is overleden op 05-07-1983 in Goirle, 57 jaar oud.
Piet Kloks trouwde met Cornelia (Q432) Brock Corrie. Q432 is geboren op 30-04-1926 in Goirle, dochter van Johannes Cornelis (Kees Q432) Brock en Johanna Maria Wilhelmina (Anna) Spapens.
Notitie bij Piet Kloks : Zoon van jan Kloks.
Vader Kloks was fabrikant van gloeilampen. Lampenfabriek de FLORA. Op de Tilburgseweg begonnen (fietsenhandel van Korven) verhuisde het later naar het fabriek van van Lisdonk. Hoek Molenstraat / Tilburgseweg
Piet was naast gildebroeder ook aannemer van de guld
inkomgeld betaald; verloren maandag 11 januari 1971. Zijn doodschuld is betaald bij overlijden juli 1993.
Piet is met gilde-eer begraven


Corrie Kloks Brock


het gildehuis in 1930


2015 - Vaandrig Christie Schenning
Na 2 termijnen van 4 jaar wordt Dion Hoogendoorn opgevolgd als vaandrig.
Christie Schenning, vendelier, wordt in de jaarvergadering op Verloren Maandag gekozen als vaandrig van het gilde. Zij zal met het moedervaan het gilde voorgaan.
Tegelijk heeft de standaardrijder aangegeven dat het dragen van het vaan een te zware taak is geworden. De jaren eisen hun tol!


Vaandrig Christie Schenning


2015 - Monument voor de Goirlese kaatsbal
De Gôolse kaatsballenmakerij en textielnijverheid hebben van Goirle gemaakt tot wat het nu is.

Op 7 mei 2015 overhandigt Sjef Hoogendoorn de Gôolse gefrutten kaatsbal aan de burgemeester van Goirle, mevr. Rijsdorp.
Unne ballefrutter, een geuzennaam of scheldnaam voor de inwoners van Goirle. Door de associatie met het carnaval is een enigszins vertekend beeld ontstaan rond de kaatsballen nijverheid die vooraf ging aan de industrialisatie van de textielnijverheid in Goirle.
- Een monumentje in het gemeentehuis om de teloorgegane huisnijverheid in Goirle van de kaatsballenmakerij in herinnering te houden
- Het monumentje krijgt een prominente plaats in het gemeentehuis.

Kaatsballen huisnijverheid.
Vanaf de 16e eeuw werden er duizenden kaatsballen in Goirle gefrut en naar Holland, Vlaanderen, Frankrijk enz. uitgevoerd. (Friesland waar nu nog gekaatst wordt volgde pas in de 19e eeuw). In een akte staat bijvoorbeeld dat er in 1631 een zending van 17700 grote en kleine kaatsballen vanuit Goirle naar Maastricht gaat. De arme Brabander zelf kwam niet aan kaatsen toe. Etymologie: Kaatsheuvel of het Goirlese ‘Kètsheuvel’ komt van ‘ketsen’, vee bijeen drijven.
Rijk werd men niet van de ballefrutterij want al snel werd men door de Hollandse overheersers gedwongen alle ballen aan Leidse handelaren te leveren. Er waren vele soorten kaatsballen: verschil in grootte, gewicht, kleur en kwaliteit. De duurste werden met kalfshaar gevuld en de goedkoopste met gemalen eikenschors (run).
In de 18e en 19e eeuw nam het belang van het ballenfrutten in Goirle snel af: Andere sporten kwamen in de mode. Daarbij maakten roerige tijden (Franse tijd en de Belgische opstand) de handel moeilijk en het weven lucratiever. In 1926 stierf Hendrik Eijsermans, die naast linnenwever ook ‘ballenfrutter’ was, op 86-jarige leeftijd. Hij was de laatste.


De Gôolse kaatsballenmakerij en textielnijverheid hebben van Goirle gemaakt tot wat het nu is.


2015 - Jaarmarkt Lentement
Op zondag 10-05-2015 (Moederdag) namen het gilde Sint Joris en de stichting Gôolse Taol uit Goirle deel aan de jaarmarkt het Lentement. Het weer was ons goed gezind en dat was zeker te merken aan de opkomst. Als gilde probeerden we de aandacht te trekken met onze laser-installatie voor de jeugd. Een succes was dit zeker, zo waren er tientallen kinderen maar ook ouders die hun lot beproefden op de 8 meter hoge schutsboom. Ook met ons eigen wapen, de kruisboog, kon geschoten worden in d’n doel achter café “Hof van Holland". Enkele geïnteresseerden hebben hier dan ook enthousiast gebruik van gemaakt. In de kraam voor het café werden informatie brochures uitgedeeld en stond de stichting “Gôolse Taol" met de originele leesplènkskes, ansichtkaarten en de columnboekjes van Sjef Hoogendoorn.
Het Lentement is een jaarmarkt waarop alle Gôolse verenigingen zich presenteren.


Marijn Sparidaens legt aan voor een welgemikt schot.


Bron: Dion Hoogendoorn

2015 - Daor hèdde de guld!
Artikel gepubliceerd in: De Gildetrom. Het magazine voor de Noord-Brabantse Schuttersgilden.
| 62e jaargang | nummer 22015 |
auteur: Sjef Hoogendoorn

Daor hèdde de Guld, daor hèdde de Guld, daor hèdde potdômme de Guld! Op de slag van de tamboers kan men in cadans met het ritme meezingen als het gilde gaat. Maar voor hoelang nog?
Dat vragen vertwijfelde gildebroers zich misschien af. Die twijfel is voor sommige gilden mogelijk niet helemaal onterecht. De gilden worden, net als vele andere verenigingen, in hun bestaan bedreigd door een sterk teruglopende animo om actief aan het sociaal-cultureel verenigingsleven deel te nemen

participatie en individualisering.
De participatiemaatschappij, een modebegrip, dreigt eenzijdig te worden uitgelegd. Daardoor wordt het tegenovergestelde bewerkstelligd. De spreekwoordelijke krenten worden uit de participatiepap gevist. Het echte participeren laat men graag aan anderen over, met als gevolg verdere individualisering! Een logisch gevolg van de individualisering van de maatschappij is dat solidariteit en gemeenschapszin totaal anders geïnterpreteerd gaan worden. Hierdoor lijkt er voor broederschap en saamhorigheid steeds minder ruimte te zijn, maar blijkbaar is er ook minder behoefte aan. Daardoor komen de gilden onder druk te staan en worden ze in hun voortbestaan bedreigd

een nieuw zelfbeeld
De gilden verenigd in het Kwartier van Oirschot hebben hun krachten gebundeld om gezamenlijk te zoeken naar een nieuw elan en zelfbeeld. Een zelfbeeld dat meer aansluit bij de hedendaagse tijd. Een goed initiatief om de betrokkenheid bij de gilden te verstevigen en de band met de omgeving en het publiek te verbeteren. Echter even belangrijk, zo niet belangrijker, is de intrinsieke opwaardering van de individuele, autonome gilden. Zij moeten hun bestaansrecht waarmaken binnen hun eigen lokale gemeenschap.
Vele zaken kunnen collectief worden opgepakt. Maar het inbedden van het gilde in de plaatselijke, sociaal-maatschappelijke cultuur vraagt om een individuele aanpak. Zo kan het gilde kleur en glans geven aan de lokale samenleving en daarmee haar toekomst veilig stellen!

traditie en folklore
Het behoudende karakter van de gilden heeft zeker bijgedragen tot wat de gilden tegenwoordig zijn en waarvoor ze staan. Dit zeer waardevolle gegeven moet men respecteren, maar niet ten koste van alles. De gilden hebben in hun eeuwenlange bestaan nog nooit gefocust op één tijdsgewricht. Ze pasten zich aan de tijdgeest en omstandigheden aan. Die flexibiliteit lijkt soms nu soms te zijn weggeëbd. Ze wordt in sommige gevallen gefrustreerd door behoudende krachten die, weliswaar met de beste bedoelingen, staan voor het ‘ware’ gilde. Maar tegelijkertijd sluiten ze hun ogen voor de tijdgeest.
Eerst in de dertiger-, en daarna in de vijftiger-, zestiger- en zeventigerjaren hebben de gilden een ware revival beleefd. Onder invloed van de vele heroprichtingen en nieuwe initiatieven zijn vele gilden min of meer als een ‘kerstboom’ opgetuigd. Maar vervolgens is de klok stil gezet en wordt er geschermd met de traditie die ‘heilig’ verklaard is. Van de traditie is een valkuil gemaakt. Daarbij lijkt de ware geest van een eeuwenoud gilde soms verkwanseld. Is dit vastklampen aan de traditie allemaal fout geweest? Zeker niet. De ontwikkelingen van de afgelopen vijftig jaren hebben er ook voor gezorgd dat de gilden nog alom aanwezig zijn. Maar een herbezinning is op zijn plaats.
Herbezinnen betekent niet de hele tent overhoop gooien. Het woord ‘bezinnen’ past misschien beter. Bezinnen op het heden, verleden en vooral de toekomst moet de insteek zijn. Daarmee kunnen de gildebroeders en -zusters in gezamenlijkheid en individueel hun zorg delen over het erfgoed gilde.
De Brabantse gilden hebben oorlogen, godsdiensttwisten, crisissen, diefstal en conflicten, al dan niet met de clerus, doorstaan.
Het is zinvol om zich af te vragen waarom en hoe de gilden hun bestaansrecht afgedwongen hebben. En hoe ze hebben kunnen blijven voortbestaan?
Zijn de gilden nog gekleed zoals in de kaerten en keuren van weleer bindend is vastgelegd? Het antwoord is nee! Zijn de gilden nog gekleed zoals in de 17e, 18e, 19e of 20e eeuw? Het antwoord is opnieuw nee! De gildebroeders waren gekleed naar de tijdgeest en hebben zich daar altijd aan aangepast. Vanuit die optiek mag men kritisch naar de hedendaagse kleding kijken en samen een oordeel formuleren.
Vele van de authentieke gebruiken, omschreven in de evenveel oude kaerten, hebben de eeuwen getrotseerd. Die oude gebruiken en handelingen zijn meer dan tradities. Dat zijn rituelen die het gilde zin hebben gegeven en nog steeds geven. Hiermee dient men dus zeer zorgvuldig om te gaan. Maar als de inhoud verdwijnt en het folklore wordt, raakt het fundament van de gilden zwaar aangetast. Dan plaatst men een ‘folkloristische tijdbom’ onder het gildewezen.
Hoe gaan we met de zingeving om en hoe kunnen we die eigentijds houden? Vragen waarover men mag, maar vooral moet nadenken. Met folklore houdt men geen ‘guld’ op de been.

pijlers
Op welke cruciale punten onderscheidt het hedendaagse gilde zich van andere sociaal-culturele instellingen? Kunnen we echt het verschil maken? Men beweert dat broederschap, dienstbaarheid en solidariteit de pijlers zijn waarop het gildewezen rust. In hoeverre zouden de gildebroeders van destijds zich hierin herkennen? Meten wij onszelf niet teveel kwaliteiten aan die mogelijk in schril contrast staan met de historische werkelijkheid? Een problematiek waarover we eens rustig mogen nadenken, maar waarop we vooral een individueel antwoord per gilde moeten geven. Met het antwoord moet men zeker niet te voorbarig zijn. Het is van belang dat men zich wel overwogen kan vinden in dat antwoord. Via de dialoog en onderlinge broederschap kan men een antwoord formuleren.

het gilde in de ogen van anderen
Hoe is de beeldvorming rond het gildewezen? Staan wij daar voldoende voor open? Denken wij dat we de wijsheid in pacht hebben? Zijn wij er zeker van dat we op de goede weg zitten? Enkel met een open vizier naar je eigen gilde en omgeving kijken kan al vele antwoorden opleveren. Maar mogelijk ook evenveel vragen oproepen, zeker als men daarbij ook buitenstaanders betrekt. Openstaan voor invloeden van buitenaf en vooral luisteren naar je omgeving kunnen zeer verhelderende discussies opleveren.

gilde - kerk
Gilde en kerk, één van de wrijvingspunten. In een bredere context spreek ik liever van de christelijke kerk. De secularisatie zal diepe wonden snijden in de voor velen vertrouwde omgeving. De ‘veldslag’ van de ontkerkelijking’ is in volle gang en voorlopig nog niet beëindigd. Hoe kijken wij als gilde daarnaar? Beschouwend, berustend of strijdbaar? Ook de houding van de clerus baart zorgen. Worden wij als volwaardige gesprekpartner beschouwd? Is er ruimte voor dialoog en persoonlijke geloofsbeleving? Is er plaats voor de Brabantse volkscultuur? Dit zijn vragen die om een antwoord vragen.
Hoe zien wij de hedendaagse, christelijke identiteit van het gilde? Willen wij de christelijke identiteit als groep of als individu behouden en borgen? Ook mag men de vraag stellen of er door de clerus voldoende ruimte en invloed wordt geboden om de christelijke waarden van de gilden te consolideren.
Soms worden de problemen van de gilden vergeleken met die van de kerk. Ze zouden min of meer identiek zijn. Dit is pertinent niet waar. Waar bij veel gilden de dialoog leeft, vindt men in de kerk een verkrampte beweging waar geen plaats is voor inspraak of een andere beleving Toch is de christelijke geloofsbeweging nog altijd aanwezig, zeker binnen de Brabantse gilden. Maar als de kerk vervreemdt van de samenleving zal ook de secularisatie binnen de gilden in een versneld tempo zijn beslag krijgen. Hoe gaan wij daarmee om?
De ontkerkelijking zet onherroepelijk door met als absoluut resultaat dat de gilden voor gesloten kerkdeuren komen te staan. De eeuwenoude band die de Brabantse gilden met de kerk onderhouden vanuit een belijdende geloofsgemeenschap zal verdwijnen als de gilden als ‘volgers’ achter de ontwikkelingen aanhobbelen. Als wij belang hechten aan de christelijke identiteit van de gilden, dan moeten de individuele gildebroeders en -zusters er hun schouders onderzetten.

Een nieuwe christelijke toekomst
Een zeer waardevol erfgoed vormen de kapellen en kapelletjes die de afgelopen eeuwen als een veldboeket over het Brabantse land zijn uitgespreid. Daar zullen de kaarsjes blijven branden voor de noden van de mens zoals dat al eeuwen gebruikelijk is. Door de zorg van die kapellen naar zich toe te halen kunnen de gilden hun christelijke identiteit en bestaansrecht versterken en bezegelen. Samen met het gilde een netwerk rond een kapel mobiliseren, consolideert ook de band met de plaatselijke leefgemeenschap.
Ook als schutterijen hebben de gilden bestaansrecht en identiteit. De beschuttende taak van de gilden, in letterlijke zin, is nagenoeg helemaal verdwenen, maar men zou het beschutten een nieuwe dimensie kunnen geven door de Brabantse kapellen een zekere toekomst te bieden. Waar de kerkdeuren massaal worden gesloten, kunnen de kapellen (lees de gilden) de deuren gastvrij openhouden voor de zoekende mens.

schutten en schieten
Als erflaters van de Brabantse schutterijen vervullen de gilden een belangrijke functie. De gilden hebben de eeuwen weten te trotseren als (be)schutters. Eerst met een defensieve taak, later als recreatieve schutters. De schietsport ten dienste stellen van de gilden geeft een meerwaarde aan het gildebroeder zijn. In competitie gezamenlijk strijden voor de hoogste eer is bij de gilden een feest van verbroederen en ontmoeten.

de ‘zilveren’ toekomst
Tijdens een gildefeest geven de gilden in één klap hun cultuur-historische waarden prijs. Het samenkomen van de gilden is een feest van traditie, identiteit, kleur, sportiviteit en verbroedering.
Op dit moment ontwikkelt zich langzaam een dadendrang om de gevreesde ‘boot’ niet te missen. Een duidelijke waarschuwing is hier op zijn plaats! Ieder autonoom gilde heeft als erflater de zware taak om het cultureel erfgoed te borgen in het nu en veilig te stellen voor de toekomst. Wat we daarbij echter niet uit het oog mogen verliezen is de zingeving en het gildebroeder zijn.
Beschouwen en vooral luisteren naar andere meningen en opvattingen is zeer belangrijk. De aangereikte overwegingen en de beschouwingen kunnen een handreiking zijn voor het bepalen van een weloverwogen individueel standpunt. Van daaruit kan een gezamenlijk beeld ontstaan hoe het gilde een ‘zilveren’ toekomst tegemoet kan gaan, samen met de lokale gemeenschap.
Laat het gilde een inspiratiebron zijn voor velen!
Laat nog in lengte van jaren de symfonie van het vliegend vaan en roerende trom doorklinken!
Daor hèdde de Guld, daor hèdde de Guld, daor hèdde potdômme de Guld!!



Sjef Hoogendoorn
april 2015


Veel gilden zijn al actief betrokken bij het in stand houden van de Brabantse kappelekes


Het gilde Sint Sebastiaan uit Goirle in zijn 'ontwapende' eenvoud anno 1919


het feestvierende gilde Sint Joris na het Koningschieten


Bron: Sjef Hoogendoorn.

2015 - Van Puijenbroek 150 jaar
Van Puijenbroek Textiel bestaat 150 jaren en ontvangt uit handen van de commissaris van de koning Wim van de Donk in de persoon van Anne van Puijenbroek namens het familiebedrijf het predicaat 'Koninklijk'. Ook zal een straat in Goirle naar de stichter van het familiebedrijf Hendrik van Puijenbroek vernoemd worden. De koninklijke erkenning is de kroon op dit 150 jarig jubileum. 150 jaren 'de Puij' een felicitatie op zijn plaats. Met dit jubileum wordt de kracht, ondernemingsgeest en volharding van het familiebedrijf van Puijenbroek bewezen.
De familie van Puijenbroek heeft ter gelegenheid van dit jubileum een stichting opgericht; Annetje van Puijenbroek. De stichting zet zich in om goede doelen in Goirle en Hilvarenbeek te ondersteunen en daarnaast maatschappelijk actief te zijn binnen beide gemeentes.
Ter gelegenheid van het jubileumfeest is een boek uitgegeven:
'Gorp en Rovert van leengoed tot landgoed' auteurs Frank & Jef van Gils.
Jef van Gils heeft het totale familiearchief geïnventariseerd en gedigitaliseerd. Daarbij is een schat aan gegevens vrijgekomen die verwerkt zijn in het rijk geïllustreerde uit boek.
De familie van Puijenbroek kent met het gilde Sint Joris een lange traditie. Op 7 september 1855 betaald Adriaan van Puijenbroek echtgenoot van Maria van Besouw zijn inkomgeld bij het gilde. Adriaan is een neef van Adriaan van Puijenbroek die op 20 november huwt met Adriana Troeijen. Deze Adriaan behoort tot de tak van de grondleggers van de textielfabrieken.
In 1898 wordt Sjaak van Puijenbroek bij het gilde Sint Joris geïnstalleerd als beschermheer en deze functie wordt tot op de dag van vandaag nog steeds vervult door een van Puijenbroek. Annemiek van Puijenbroek- Scheffers is de huidige beschermvrouwe.
Het gilde heeft samen met de harmonie Oefening en Uitspanning een serenade en een vendelgroet gebracht.





De nieuwe vlag wordt gehesen


graf van Hendrik van Puijenbroek stichter van het familiebedrijf


grafmonument van Hendrik van Puijenbroek


Gorp & Rovert, van leengoed tot landgoed. | Frank en Jef van Gils |


2015 - Presentatie van de Historische Canon van het Gilde Sint Joris Goirle online
Historische canon
In 2010 is een eerste aanzet gegeven om de geschiedenis van het gilde Sint Joris digitaal vast te leggen. Als uitvoering werd gekozen voor een tijdlijn waarlangs elementen van de cultuur van het gilde Sint Joris en haar geschiedenis passeren. Zo ontstond met het invoeren van de lemma's de historische canon van het gilde St. Joris Goirle.
Met het samenstellen van de Canon is niet alleen de rijke geschiedenis van het gilde St. Joris beschreven maar is ook het immateriële erfgoed digitaal gearchiveerd. Door ook het materieel erfgoed van het gilde in de canon te documenteren is een compleet beeld ontstaan van het erfgoed gilde St. Joris Goirle.
Naast informatie uit geschreven bronnen zijn ook anekdotes, wetenswaardigheden en verhalen uit overlevering gedocumenteerd en opgenomen. Deze verhalen overleven meestal nog niet één generatie en zouden daarom onherroepelijk verloren zijn gegaan als die niet zouden zijn vastgelegd. Men moet zich hierbij wel realiseren dat het ‘een dief is die er wat af haalt’!

Met het samenstellen en verwerken van de gegevens voor de Canon van het gilde Sint Joris miste men gaandeweg de samenhang in het geheel. Daarom werd de geschiedenis van de parochie Sint Jan, de Heerlijkheid Goirle en Tilburg en de gemeente Goirle in de Canon toegevoegd. Dit alles werd in de context van Brabant geplaatst. Door deze aanvullingen ontstond langzaam een totaalbeeld van het gilde St. Joris waarbij men de gebeurtenissen in relatie tot elkaar beter kan begrijpen.
Ook is de Historische Canon een vraagbaak voor de Brabantse gilden geworden, een naslagwerk voor studie en informatie.

Na vijf jaren is de historische canon zo ver compleet dat hij kan worden opgenomen in een digitale data-base die voor iedereen toegankelijk is. Zo kan een breed publiek kennis maken met het eeuwen oude gilde Sint Joris uit Goirle. De database bevat meer dan 330 lemma’s vanaf de 15e eeuw tot heden. 300 Afbeeldingen en foto’s visualiseren de lemma’s. Een zoekprogramma op de site van de data-base vergemakkelijkt het gericht zoeken naar informatie, men kan zoeken op lemma, onderwerp jaartal, zoekterm of eeuw.

Ook bestaat de mogelijkheid de Canon als boekwerk te bestellen (240 bladzijden in kleur)). Door de toevoeging van de foto’s is de Canon ook een ‘informatief kijkboek’ geworden waar men vrijblijvend in kan bladeren en zo een beeld kan krijgen van wat het gilde was, is en waar het in deze tijd voor staat.
De inhoud van de database Canon zal maandelijks worden geactualiseerd door HP-automation.

Hoe kan men de Historische Canon van St. Joris raadplegen: www.sintjorisgoirle.nl/canon
Voor informatie over de software databank: www.hpautomation.nl

Sjef Hoogendoorn ( 013-5341284)

De historische Canon is een product van de Gôolse Schôol 2015


papieren canon in boekvorm


De canon online te openen: www.sintjorisgoirle.nl


© Google


2015 - Jubilarissen 50 jaar - 40 jaar - 25 jaar Statiedag
Zes gildebroeders vierde hun jubileum tijdens de jaarlijkse Statiedag.
Jos Brock 50 jaar
Eduard van Puijenbroek 50 jaar
Jan Kloks 40 jaar
Paul Hoogendoorn 40 jaar
Sjef Hoogendoorn 40 jaar
Hans van Doremalen 25 jaar.
Jan, Paul en Sjef ontvingen van het Kringbestuur Kwartier van Oirschot de kringonderscheiding.
Jos en Eduard ontvingen een zilveren kroontje op hun kringonderscheiding van het Kwartier van Oirschot.
Hans ontving de reversspelt 'de zilveren St, Joris'
Voor de bijzondere verdiensten van de 50-jarige jubilarissen heeft Eduard tijdens de 40e investituur de Europese onderscheiding 'De Nobele Orde van de Papegay ontvangen. Jos Brock zal de Pauselijke onderscheiding 'Bene Merenti' (Goede Verdiensten) ontvangen.





de silveren papegay voor bijzondere verdiensten


kringonderscheiding van het kwartier van Oirschot


zilveren speld voor 25 gildebroederschap bij St. Joris


Bron: Sjef Hoogendoorn

2014 - Verloren Maandag 2014
Op Verloren Maandag 2014 is het gilde Sint Joris voor de 445e jaarvergadering in het het gildehuis Hof van Holland.
De overheid krijgt een vernieuwde samenstelling.
In deze vergadering worden nieuwe bestuurders gekozen. De functie van Deken-Knecht komt te vervallen. De functie van Eerste Deken wordt in ere hersteld. De taak zal zijn om samen met de hoofdman leiding te geven aan het gilde en de hoofdman bij afwezigheid te vervangen.
De gilde-overheid bestaat uit de volgende personen: De Hoofdman, de Eerste Deken, de Deken-Schrijver, de Deken-Penningmeester, de Vaandrig en de Koning.

Verloren maandag: Verloren maandag is de maandag na de eerste zondag na drie koningen.


Bron: Overheid St. Joris

2014 - Mariakapel aan de Oude Baan Gemeentelijk monument
Tijdens de Open Monumentendag 2014 heeft het gemeentebestuur de Mariakapel aan de Oude Baan aangewezen als gemeentelijk monument. Gildebroeder Jos Brock restaureerde de verloren gewaande smeedijzeren toegangspoort. Chris Broekhuijsen vervaardigde een eikenhouten pastorzetel voor in de kapel.
Kort voor de aanwijzing als monument is het gehele koperen dak van de absis gestolen.
Ieder jaar begint de Statiedag met een viering in de kapel aan de Oude Baan. Onze gildeheer Martin van Zutphen gaat voor tijdens de mis. Traditiegetrouw wordt na het beëdigen een marialied gezongen.
Op deze dag worden alle jubilea gevierd.


de kapel aan de Oude Baan


Jos Brock naast de nieuwe poort


Bron: Stichting Steengoed

2014 - CANON
De Historische Canon van het schuttersgilde Sint Joris Goirle

Begonnen als een tijdlijn waarin op chronologische volgorde de belangrijke gebeurtenissen in de loop van de geschiedenis van het gilde Sint Joris hebben plaatsgevonden. Met het digitaliseren van de de tijdlijn van het gilde opende zich nieuwe mogelijkheden. Langzaam werd de ter zake doende informatie uitgebreid met gegevens die het gilde in een kader plaatsten, toegevoegde foto's gaven een meerwaarde. Jan Kloks, de Deken-penningmeester, had de tijdlijn nauwkeurig bestudeerd en bekeken, hij noemde die spontaan 'de canon' van ons gilde. De Canon was geboren!
De canon omvat de geschiedenis van het gilde Sint Joris, de geschiedenis van de parochie Sint Jan, de geschiedenis van de heerlijkheid Tilburg en Goirle en de gemeente Goirle, dat alles in een kader van de Brabantse historie geplaatst. De canon is opgebouwd met lemma's, losse feiten en gebeurtenissen in relatie tot elkaar bijeengebracht in de tijd. Het zijn momenten uit de geschiedenis die bepalend zijn geweest voor het gilde, de parochie Sint Jan, Goirle en het hertogdom Brabant. Daarom is de canon een historische canon die opgebouwd is rond het gilde Sint Joris Goirle.
De canon vangt aan op het einde van de 16e eeuw, het verhaal rond de losstaande historische feiten mag men zelf invullen of naar wens inkleuren.
Met een boek schrijven ben je klaar. Later vrijkomende belangrijke informatie of aanvullingen hierop kan men niet meer intekenen in een boek. Een boek is een moment gevangen in de tijd. De canon is dat niet. Het is een actief systeem welk makkelijk is te onderhouden en aan te vullen met nieuwe informatie. Ook is op deze wijze de digitale canon voor iedereen bereikbaar en in te zien via het digitale archief van het gilde. [www.sintjorisgoirle.nl/canon]
Met het samenstellen van de canon is ook een schat aan gegevens bewaard gebleven die anders onherroepelijk verloren zou zijn gegaan. Wat door overlevering tot ons gekomen is, is ook in de canon opgenomen. Mogelijk is die informatie daardoor wat gekleurd maar niet minder interessant.
Bij de gilden, en dat kun voor voor vele gilden stellen, is in de loop van de geschiedenis heel weinig op schrift gesteld. Er gaan honderden jaren voorbij waarbij de pastoor dikwijls de enige was die het lezen en het schrijven meester was. Buiten gevoerde processen of transacties bij een notaris of plaatselijke overheid zijn er zeer weinig geschreven bronnen voor handen. De canon probeert dat voor het gilde Sint Joris enigszins te compenseren.
De anekdotes vermeld in de canon berusten op overlevering. Hierbij moet zeker vermeldt worden; 't Is unnen dief die t'er wè afdoe'!


mei 2015
Sjef Hoogendoorn.

Lees in canon voor gildebroeders; gildebroeders en -zusters.


Sjef Hoogendoorn


Bron: Lees in canon voor voor gildebroeders; gildebroeders en -zusters.

2014 - Kluis voor het juweel.
Voor het veilig opbergen van het koningszilver is een kluis aangeschaft. Het juweel, koningszilver en breuk, zijn onvervangbaar. De laatste jaren komt het steeds meer voor dat gilden het slachtoffer worden van diefstal. Dit mag het gilde Sint Joris niet overkomen. Daarom is een kluis aangeschaft waarin het zilver veilig kan worden opgeborgen.


Bron: Sjef Hoogendoorn

2013 - Uitreiken Jan-Mesprijs aan Sjef Hoogendoorn
De Jan Mesprijs is in 1995 ingesteld door het bestuur van de Gildetrom, als eerbetoon aan de initiator, vormgever en eerste voorzitter van de stichting Gildetrom. De prijs bestaat uit een oorkonde en een waardebon en is bedoeld als aanmoediging voor schrijvers en om de kwaliteit van het blad de Gildetrom te bevorderen.
De jury hanteert in de beoordeling één of meer van de volgende criteria;
nieuwsaspect, originaliteit, van belang voor het gildewezen, kwaliteit van de tekst.
De Jan-Mesprijs 2012 is op 27 mei 2013 uitgereikt aan de hoofdman van het gilde Sjef Hoogendoorn voor het artikel: JEUGD EN DE GILDEN

De zorg van individuele gildebroeders en -zusters over de toekomst van zijn of haar gilde is een veel besproken onderwerp onder d’n boom, in de doelen maar zeker ook aan de bestuurstafel. Die bezorgdheid is terecht, de wereld verandert in een ras tempo, ook het Brabantse land ontkomt daar niet aan. Individualisering, schaalvergroting, 24-uurseconomie, digitalisering, prestatiegerichtheid, identiteit, globalisering en urbanisering zijn termen die veelvuldig vallen en waarmee de mens anno 2012 te maken heeft. De invloed van dit alles laat zich ook voelen in de vele verenigingen en gilden die Brabant rijk is. In brede kring treedt vergrijzing op waardoor de slagvaardigheid van verenigingen, instellingen en veel gilden snel terug loopt. Vele verenigingen en stichtingen kampen nu al met problemen bij het invullen van functies en taken. Ook is dikwijls de samenstelling van het ledenbestand tegenwoordig geen representant meer van de bevolking. De gilden reageren wisselend op deze ontwikkelingen. Berusten in hun lot en accepteren dat het zo loopt is een te veel voorkomend verschijnsel:
“’T zal ônze tèèd wèl duure, d’r zal wèl gin behoefte mir naor zèèn, ze zulle ôns nie misse�?
enz..


Uitreiking Jan Mes-prijs door voorzitter van de Gildetrom


Jong geleerd - Stan en Dion Hoogendoorn koningschieten 2013 -


Bron: Sjef Hoogendoorn

2013 - Stichting Sint Joris Goirle.
In 2008 is voor het organiseren van het Vrijgildefeest in 2009 een stichting opgericht.
In 2013 is de Stichting Vrijgildefeest omgezet in een stichting die fondsen moet werven en beheren om de financiële positie van het gilde te verbeteren.
De nieuwe stichtingsnaam is: Stichting Sint Joris Goirle.
De Stichting Sint Joris Goirle biedt ook de mogelijkheid om door een vaste donatie vriend te worden van het gilde Sint Joris.
Het stichtingsbestuur bestaat uit: voorzitter Paul Hoogendoorn - secretaris Rob van Dijk - penningmeester Eduard van Puijenbroek.





Bron: Stichting Gilde Sint Joris Goirle

2013 - Koningschieten. Hans van Doremalen.
Johannes Petrus Maria (Hans Q549) van Doremalen is geboren op 13-12-1967 in Goirle, zoon van Josephus Laurentius Maria van Doremalen en Cornelia (Corrie) Brock.
Notitie bij Hans: Hans van Doremalen Gildebroeder is lid van het gilde St. Joris
ingekomen 28 oktober 1990. functie: vendelier.
1e maal koning geschoten 1997
2e maal koning geschoten 2013
Hans trouwde, 32 jaar oud, op 28-04-2000 in Goirle met Joanne Catharina Marta Maria [Jolanda] (Q559) van Loon , 38 jaar oud. Jolanda is geboren op 28-07-1961 in Goirle. Joanna Catharina is gestopt als vendelier.

1e maal Koning geschoten: 1997.
2e maal Koning geschoten: 2013.
Op zaterdag 22 juni 2013 schoot Hans van Doremalen zich voor de 2e maal tot vijftigste koning van het gilde Sint Joris. Nadat de vogel twee maal was gelost schoot Hans de papegaai naar beneden.
Naast vele genodigden was ook de Schützenverein Eikeloh uit Duitsland aanwezig. Hans was een trotse Koning


Koning Hans van Doremalen met echtgenote op de 'Annawaaj'


het laatste schot van Hans van Doremalen de koningsvogel duikt naar beneden.


De laatste taak van Ton Bruers; het plaatsen van de koningsvogel


Dit kan niet fout gaan!


Ad Hoefnagels, Eduard van Puijenbroek en Paul Hoogendoorn in actie!


groepsfoto van het gilde met de koning Hans van Doremalen in het midden.


2013 koningsschild Hans van Doremalen In de bravering zijn Vrouwe justitia, het vendel en het logo van de beveiligingsbranche


2013 - Nationale lijst van immaterieel erfgoed
November 2013. Ineke Strouken, Jos Verbeeten (voorzitter NFBS) en de commissaris van de Koning: Wim van de Verdonk ondertekent de convenant Immaterieel Erfgoed op het provinciehuis in 's-Hertogenbosch.
De Federatie van Noord-Brabantse Schuttersgilden is op de nationale lijst van immaterieel erfgoed geplaatst.
Hiermee behoren de Brabantse gilden tot het immaterieel erfgoed van Nederland. De gilden van Brabant bezitten ook veel materieel erfgoed in de vorm van koningszilver, patroonbeelden en archieven enz. Het beheer van dat erfgoed berust bij de autonome gilden. De SAT-commissies van de aangesloten kringen van de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden ondernemen initiatieven om dit erfgoed te inventariseren en de nalatenschap veilig te stellen.


Ineke Strouken [centrum volkscultuur] Jos Verbeten [NBFS] Wim Verdonk [commissaris van de koning]


Bron: Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden

2013 - Abdicatie
Koningin Beatrix doet afstand van de troon ten gunste van haar zoon kroonprins Willem-Alexander. Prinses Máxima zal als echtgenote van de koning daarbij de titel van koningin krijgen.
Vanaf dit moment zullen de vendeliers na meer dan 100 jaren hun vendel zwaaien voor een koning.
'VOOR GOD, KONING EN VADERLAND'


inhuldiging koning Willem-Alexander 30 april 2013


2013 - Sint joris heeft al menigmaal het hellevuur in de gedaante van de draak doorstaan
Sint Joris die het hellevuur overwint

Wat hebben May Paulissen, Hennie van de Pol, Jack Nouwens en Leo van Boxtel gemeen met het gilde Sint Joris? Op het eerste oog helemaal niets, maar als men in hun stamboom gaat graven blijkt het beeldhouwwerk voorstellende Sint Joris met de draak welk tegenwoordig in het gildehuis Hof van Holland hangt de gemeenschappelijke deler te zijn want dit beeld is in de 18e eeuw geschonken aan het gilde Sint Joris door hun gemeenschappelijke stamvader Jan van Aelst.

Jan van Aelst
Jan van Aelst (1732-1786) is de zoon van Jan Joost van Aelst (1754) en Theodora Maas (1754). Hij werd gedoopt op 13 mei 1732. In 1756 werd op 22 november te Tilburg het huwelijk voltrokken tussen Jan en Peternel van Veldhoven (1731-1776). Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren waarvan één kind op de leeftijd van 17 maanden kwam te overlijden. Jan en Peternel hadden geen stamhouder. Na hun huwelijk verhuisde Jan van de Heertgang Kerk naar het Ven waar hij tot aan zijn dood zal wonen
Als smid en slotenmaker lijkt Jan niet onbemiddeld. Op 8 maart 1760 schenkt hij voor de nieuw in gebruik genomen 2e schuurkerk, aan de tegenwoordige Bergstraat, het schilderij voorstellende de onthoofding van Johannes de Doper wat tegenwoordig in het transept van de kerk St. Jan hangt . Het schilderij geschilderd door Hieronymus Francken van Herenthals (1578-1623) heeft als altaarstuk in de 2e schuurkerk dienst gedaan. Naast vrijgevig was Jan en Peternel ook zeer vroom. Van deze gecombineerde deugden gaat ook het gilde Sint Joris profiteren.

Teerdag op de naamdag Sint Michiel. 29 september.
Op de feestdag van Sint Michiel, 29 september van het jaar 1764 was het gilde Sint Joris verzameld in de herberg het Pannenhuys van gildebroeder Dierck Roestenborgh voor een van de jaarlijks vastgestelde teerdagen waarop naast teren ook werd vergaderd, daarnaast werd op deze teerdag de halfjaarlijkse pachtpenningen van de verpachte akkers en heide betaald.
Het Pannenhuys was gelegen tegenover de kerk van Sint Jan op de plaats waar vroeger het eerste klooster van de Liefdezusters van het Kostbaar Bloed stond en waar later de Tilburgseweg aansluiting kreeg op de Bergstraat.
De knecht was aanwezig voor het aftappen van de tonnen bier en ‘een speelman met sanger’ zorgen ervoor dat de teerdag sfeervol met zang en dans zal verlopen. Ook aanwezig waren 2 nieuwe gildebroeders waarvoor het bakje met erwten en bonen klaar stond. Hoe de stemverhouding is geweest vertellen de analen niet maar Arnoldus van Gorp (1731-1780) en Peter van de Wouw (1727-1809), beiden uit heertgang Dorp, werden aangenomen als gildebroeder en betaalden het inkomgeld van 1 gulden. Dit alles werd netjes in het gildeboek genoteerd.

Jan van Aelst wordt gildebroeder
Waarschijnlijk was Jan van Aelst op de bewuste teerdag ook aanwezig in het Pannenhuys en heeft van de sfeer bij Sint Joris mogen proeven zodat hij zich spontaan aanmeld als gildebroeder. Mogelijkerwijs komt hij met het voorstel van een schenking aan het gilde om de nieuwe schuurkerk te verfraaien met een beeldhouwwerk. De hoofdman Cornelis Augusstijns (1714-1774) lijkt zo enthousiast dat hij Jan op 2 oktober inschrijft als gildebroeder in het gildeboek welk in 1740 in gebruik was genomen. Dit is zeer uitzonderlijk omdat alleen op 23 april, de feestdag van Sint Joris en op 29 september de naamdag van Sint Michiel (Michael) er met erwten en bonen geballoteerd werd. Daarbij betaalt Jan geen inkomgeld wat ook zeer vreemd is. Duidelijk is dat hier sprake is van een uitzonderlijke situatie. Het zal nooit geheel duidelijk worden hoe een en ander gelopen is maar zeker is dat Jan het eiken houten gepolychromeerde beeld van Sint Joris met de draak voor de onlangs gereedgekomen schuurkerk schonk. Op een vlerk van de draak heeft Peter Verhoeven uit Uden zijn handtekening in de vorm van een monogram geplaatst.

Petrus Verhoeven
De beeldhouwer Petrus Verhoeven (1729-1816) werkte vanuit Uden welke plaats behoorde tot het Land van Ravenstein. Na de Vrede van Munster in 1648 bleef het Land van Ravenstein een zelfstandig gebied in het bezit van Duitse vorstenhuizen. Omdat het geen onderdeel uitmaakte van het Hertogdom Brabant heerste er godsdienstvrijheid en kon Peter in vrijheid werken met religieuze onderwerpen. Door deze omstandigheid heeft Peter Verhoeven veel beelden gemaakt voor de schuurkerken verspreidt over Staats Brabant welk onder het bestuur stond van de Verenigde Provinciën en waar het belijden van de katholieke godsdienst al een ‘paapse stoutheid’ werd gezien.
Het vermoeden bestaat dat Petrus Verhoeven een relatie had met Antwerpen via opleiding en/of stijlbeïnvloeding. Peter liet zich inspireren door de Vlaamse Barok ook wel Boerenbarok genoemd. Het beeld van Sint Joris is daar een sprekend voorbeeld van.
Peter Verhoeven was niet geheel onbekend in Goirle. De beelden van de evangelisten Petrus en Paulus uit de Sint Jan zijn ook van zijn hand. In 1762 schenkt de kwezel Elisabeth Smits (1712-1779) beide beelden voor de schuurkerk. Deze werken zijn omstreeks 1809 met het teruggeven van het kerkgebouw verhuist naar de parochiekerk waar ze momenteel nog hangen.

Sint Joris die de draak overwint.
Het beeldhouwwerk (afmetingen: H=200cm B=120cm) verbeeldt de strijd van Sint Joris tegen het hellevuur in de gedaante van een draak. De compositie bestaat uit Sint Joris gezeten op een paard welke de draak met een speer bevecht. Aan de speer is een vaan bevestigd met de tekst; ‘In den naem Jesu’. Het geheel wordt gedragen door een console waar aan de voorzijde een banderol is bevestigd met daarop de tekst:
‘S.GeorgIVs VICIt DraConeM InfernI Laetare’.
De Latijnse tekst staat voor: In de naam van Jesu. St Joris heeft de draak der hel overwonnen, Verheugd U.
In de tekst is een chronogram verwerkt. Een chronogram is een jaartal verborgen in een meestal Latijnse tekst. Als men aan de hoofdletters de waarde toekent van de Romeinse cijfers en deze optelt verkrijgt men een jaartal.
De hoofdletters zijn I+V+V+I+C+I+D+C+M+I+I+L= 1+5+5+1+100+1+500+100+1000+1+1+50=1765.
Dit hoeft niet het jaartal van schenking te zijn als het beeld voor een andere opdrachtgever is gemaakt. Voorlopig gaan wij er vanuit dat de schenking rond het jaar 1765 is gedaan. Er zijn in die jaren meer schenkingen gedaan om de pas gereedgekomen 2e schuurkerk te verfraaien.
Een aanwijzing dat het beeld niet gemaakt is voor Goirle is dat in de console aan de achterzijde een uitsparing is gemaakt om het geheel aan een ronde pilaar te hangen. In de gesloopte Goirlese kerk van Sint Jan waar het beeld later komt te hangen waren geen pilaren en in de schuurkerk zijn die zeker ook niet geweest. Verder lijkt het niet voor de hand te liggen dat een dorpssmid 9 jaar na zijn huwelijk, dus een jong gezin, een zo kostbare opdracht verstrekt aan Peter Verhoeven uit Uden. Het lijkt erop dat het beeldhouwwerk op zijn pad is gekomen.

De gezusters Stads, dochters van de aannemer van het gilde, Jaon Stads, vertelde in 1970 dat toen het beeld in de 19e eeuw bij hun thuis in het café hing het geheel wit van kleur was en dat het door de plaatselijke huisschilder Jozef van Gorp (Jozef Boerkes) in de huidige kleuren is gezet. Dit gegeven lijkt twijfelachtig, de polychroomlaag met verf lijkt origineel. Mogelijk was de polychroomlaag zozeer beschadigd dat de onderlaag van gips de boventoon voerde. Onderzoek door een deskundige kan hier ongetwijfeld uitsluitsel over geven.

De 2e schuurkerk aan de Kerkstraat
Het beeldhouwwerk krijgt zijn plaats in de schuurkerk die schuin tegenover de huidige kerk was gesitueerd, naast de herberg het Pannenhuys destijds de gildekamer van het gilde. Tot 1809 blijft het beeld in de schuurkerk hangen. Bij besluit van 18 april 1809, tijdens het pastoraat van pastoor Adriaan Sprangers, krijgen de katholieke gemeenschappen in Brabant hun kerken terug. Ook Goirle krijgt zijn bouwvallige parochiekerk terug en nemen die ook weer na ± 170 jaren in gebruik.
Sint Joris wordt in de kerk geplaatst en hiermee lijkt het dat Sint Joris zijn definitieve bestemming heeft bereikt, maar niets is minder waar! Er worden nog verschillende stenen verlegd in de Leij!

Schenking.
Op 3 juli 1870 wordt er door hoofdman Janus van de Ven een schenkingsakte opgesteld waarin de Guld het beeld van Sint Joris schenkt aan de parochiekerk. Onduidelijk is wat de beweegredenen zijn geweest, mogelijk dat het gilde onderhoudskosten voorzag waarvoor zij niet wilden of konden opdraaien, of waren zij het gesleep met hun Sint Joris beu nu de katholieke gemeenschap hun sterk vervallen kerk weer in gebruik hadden genomen? Zij konden niet bevroeden dat 15 jaren later het gilde zich weer moest ontfermen over het beeldhouwwerk van Peter Verhoeven.

Sint Joris wordt uit de kerk gezet.
Tijdens het pastoraat (1862-1894) van pastoor de Wit ontstaat in 1885 een geschil met het gilde wat erg hoog oploopt. Vanaf de preekstoel predikte pastoor de Wit, voorafgaande aan de kermis, hel en verdoemenis uit over zijn gezagsgetrouwe kerkgangers. Lichtzinnig vermaak als dansen en een cafégang met daarbij een drankgelag pasten niet in het pastoraal denken van de recht in de leer zijnde herder, een kind van zijn tijd.
De gildebroeders laten zich echter niet afschrikken en richten de teerdag op kermismaandag in zoals zij dat gewent waren. Ze bestellen een speelman en de kastelein stond borg voor het vakkundig aftappen van de vaten bier. Er werd gezongen, gedanst en dat alles kon alleen maar doorgaan als de kelen tijdig werden gesmeerd en de potten gesuikerd bier voor de dames getapt werden.
De dag daarna werden de gildebroeders geconfronteerd met de dadendrang van de pastoor. Het beeld was uit de kerk verwijderd en Sint Joris lag buiten onder de toren. Het goede tegen het kwaad verbeeldende in het beeld Sint Joris verpersoonlijkte de 'drinkebroeders' de duivelse krachten achter de 'helse draak'. De pastoor voegde de daad bij het woord en Sint Joris werd uit de kerk gegooid met mogelijk het voltallige gilde. De relatie met de eigenzinnige pastoor de Wit die reeds vele conflicten had uitgelokt was gebrouilleerd. Het beeld werd naar de kafhoek van gildebroeder Santegoets vervoerd en kreeg daar zijn voorlopige onwaardige plaats.
Het geschil werd niet bijgelegd en de gildebroeders beraden zich over de situatie. Het is niet meer hun beeld want zij hadden het aan de parochie geschonken. Om de pastoor mogelijk nog verder tegen zich in het harnas te jagen besluiten zij om het beeld in het café op te hangen waar het kan toezien op de recalcitrante drinkende, dansende en kaartende gildebroeders.
Als het conflict enkele jaren eerder had gespeeld was Sint Joris mogelijk in vlammen opgegaan. In 1870 brandt het gildehuis tot de grond toe af. Het koningszilver van Sint Joris, wat toen ter tijd wel in de herberg aanwezig was is aan de brand ontsnapt. Mogelijk herinneren de roosjes aan de hoofdmansbreuk nog aan dit noodlottig ongeluk, enkele roosjes zijn gedeeltelijk weg gesmolten.

Cafe Anssems
Ten tijde van het incident met de pastoor was het gilde al vanaf 1831 thuis in de herberg van Jaon Anssems aan de Dorpstraat, hoek Tilburgseweg. In een wand van het café werden twee haken geschroefd om Sint Joris stevig te verankeren zodat hij de sfeer in het café kon vergelijken met die van de gewijde ruimte!
Adriaan (Janus) Anssems (1821–1903) was landbouwer en veehandelaar, daarnaast was hij herbergier, de werkzaamheden in de herberg annex café zullen in de praktijk zijn verricht door zijn vrouw Maria van Erven (1828-1872) Dochter Barbara (1853-1922) heeft na het overlijden van haar moeder de taken in de herberg overgenomen en zal later ook het café samen met haar man Piet Smits doorzetten.
Lang is Sint Joris met de draak niet te gast geweest bij café Anssems. Het heeft er alle schijn van dat in 1891 er een geschil ontstaat tussen kastelein en gilde. Jaon Anssems en zijn ongehuwde zoon Peter betalen op 23 mei 1891 hun doodschuld bij leven. Op hetzelfde moment vertrekt ook de guld naar een nieuw gildehuis aan de Rielseweg.

Café de ploeg
Destijds werd het gilde aan de hoogste bieder verpacht, het gilde stond garant voor een goede klandizie en vormde een vaste bron van inkomsten voor de kastelein. Zo verhuist Sint Joris met het gilde in 1891 naar café de Ploeg van gildebroeder Jaon Stads (1852-1924). Het café annex wagenmakerij is momenteel museum de Schutsboom. Hier wordt Sint Joris naast de kachel aan de oostgevel van de gelagkamer gehangen. Het Gilde heeft hier ook waarschijnlijk voor het eerst zijn doelen achter ‘op de aonsteej’ gehad. Op 28 meter, een Leuvense maat, werden heiplaggen gekeerd op elkaar gestapeld zodat men een wal kreeg waarvoor de leembakken werden geplaatst.
In deze periode sopt Jozef Boerkes zijn penselen in de verfpot om de verlaag te herstellen of in zijn huidige kleuren te schilderen.
Naast aannemer zorgde Janus ook voor de kruisbogen. Als wagenmaker maakte hij de stapels voor de bogen. De latere schoonvader van zijn dochter; gildebroeder smid Leonard Hoogendoorn uit de Dorpstraat zorgde voor het smeed- en ijzerwerk.
Sint Joris slijt zijn dagen bij Jaon Stads waar zijn ‘Bikse’ vrouw Cornelia Schilders (1853-1919) de tapkraan bedient tot de pachtperiode van 7 jaren is verstreken.

Hof van Holland
In 1898 verhuist Sint Joris wederom met het gilde naar een nieuw adres; Hof van Holland wordt het nieuwe gildehuis en zal dat meer als honderd jaren blijven. Peter Cornelis (Piet) Spapens (1856-1925) gehuwd met Johanna Appels (1857-1938) is de nieuwe aannemer, zij zullen de zaak later overdoen aan hun dochter Johanna Maria Wilhelmina Spapens (1889-1965).
In 1919 wordt Johannes Cornelis (Cees) Brock (1895-1981), naar voorbeeld van zijn vader, lid van het gilde en heeft daarmee een legitieme reden om het café van Piet Spapens regelmatig te bezoeken. Een jaar later schiet hij op 25 jarige leeftijd koning, zo had hij nog meer redenen om Hof van Holland geregeld aan te doen alwaar hij zijn oog had laten vallen op de dochter des huizes. In 1924 wordt het huwelijk voltrokken onder het wakende oog van Sint Joris die zijn dagen slijt in het café. Als in 1938 de moeder komt te overlijden wordt Cees de 2e generatie aannemer van het gilde.
In het begin van de dertigerjaren trekt J.A. Jollens door Brabant om een inventarisatie te maken van de nog aanwezige gilden. Hierbij brengt hij ook een bezoek aan Hof van Holland. Een inspectie van het beeld levert de opmerking op dat het beeldhouwwerk enigszins wormstekig is.
Tijdens de oorlog kan het beeldhouwwerk in tegenstelling tot het koningszilver in het café blijven hangen. Het zilver verhuist als voorzorg naar het kippenhok. Omdat het gilde niet aangesloten was bij de Cultuurkamer die de Duitsers hadden ingesteld stonden de activiteiten van het gilde op een laag pitje, optreden in de openbare ruimte zat er in die jaren niet in. Elkaar ontmoeten was geen probleem omdat achter het frequente cafébezoek geen verenigingsvorm werd gezocht.
Als de oorlog ten einde is krijgt Sint Joris weer gezelschap van het koningszilver in de gelagkamer en de jaren tikken langzaam weg.
In de zestiger jaren krijgt de Heemkundige Kring belangstelling voor het beeld, ook zij vergaderen in Hof van Holland en aanschouwen het fraaie beeld. Met de opmerking van Jollens in het achterhoofd gaat Willy van Rooij, een duizendpoot op kunstzinnig gebied een restauratie doen. Beschadigingen van de polychroomlaag worden hersteld en waar nodig wordt het beeld versterkt met een papje van houtlijn en eiken schuursel. Dat laatste was minder professioneel als werd gedacht en moest later bij een vakkundige restauratie geheel worden verwijderd.
Ondertussen staat de 3e generatie aangetreden als aannemer van het gilde. Weer gaat het cafébedrijf in de vrouwelijke lijn over. Corrie Brock gehuwd met Piet Kloks (1925-1983) ontvangt gastvrij het gilde tot op de dag van vandaag.
In 1985 dreigt er plotseling wederom gevaar voor onze Sint Joris. De naast gelegen slagerij is gesloopt om een nieuwbouw te realiseren maar de zuidgevel van het café waaraan Sint Joris hangt dreigt in de bouwput te schuiven. Een reddingsactie wordt opgezet en Sint Joris krijgt een tijdelijke veilige plaatst tot de kust weer veilig is.
Het feit dat Sint Joris van het ene café naar het andere café gesleept werd en altijd in de gelagkamer heeft gehangen maakt het dat het beeld na ruim tweehonderd jaar toe is aan een vakkundige restauratie.
In 1985 wordt een gildefeest georganiseerd om middelen te verwerven voor de restauratie. Het atelier Ben Beckman uit Eindhoven neemt de restauratie ter hand en maakt Sint Joris zo millenniumbestendig.

Sint Joris terug in de Sint Jan.
In 1998 organiseert het gilde een Liefdadigheids-gildefeest. Pastoor Paul Jansen wil mogelijk het blazoen van zijn voorganger, pastoor de Wit, enigszins oppoetsen door Sint Joris naar de kerk van Sint Jan te halen en daarmee de vrede tussen Sint Joris en de pastores sluiten. Na 113 jaren is Sint Joris tijdelijk terug op de plaatst waar hij eigenlijk thuis hoorde.
Na het gildefeest hebben de gezamenlijke gildebroeders de stellige indruk dat Sint Joris beter op zijn gemak is bij Hof van Holland waar hij op dat moment 100 jaren gehangen heeft en waar Corrie, onze kastelein, het beeld al meer als 50 jaren afstoft. Het uitstapje van Sint Joris is beperkt gebleven tot één week. Zo hangt het beeldhouwwerk anno 2013 nog steeds in de gelagkamer van ons vertrouwde gildehuis, toevertrouwd aan de goede zorg van Corrie Kloks Brock.

Sjef Hoogendoorn.



Bronnen
Catalogus Petrus Verhoeven. 1729-1816. Uitgave van Museum voor Religieuze Kunst te Uden
St. Jan. De oudste parochie van Goirle.
Regionaal Archief Tilburg. Afd. genealogie / beeldonline
Ledenlijst gilde St. Joris. Vanaf 1748.
Gildeboek Sint Joris 1748.
HistorischCanon van Schuttersgilde Sint Joris Goirle.
Jaarrekeningen gilde Sint Joris Goirle.
Archief Sint Joris Goirle.
De Kaert van gilde Sint Joris
De Schuttersgilden en schutterijen van Noord-Brabant.
De Gôolse Schôol.
Bijdrage tot de geschiedenis van Goirle H.W. Janson 1953
Wikipedia.


Bron: Sjef Hoogendoorn

2012 - Jos Brock vijftig maal ter bedevaart naar het genadenoord Scherpenheuvel
Jos Brock volbrengt met Pinksteren de voetbedevaart voor de 50e maal naar het Maria-genadenoord Scherpenheuvel.
Vijftig maal loopt Jos met de broederschap van de voetbedevaart van Baarle Nassau naar de basiliek van Scherpenheuvel, het Maria genadeoord, om getuigenis af te leggen van zijn devotie voor Maria.
Vele jaren liep Jos ook weer naar Goirle terug in de hoop een dubbele aflaat te verdienen.


Jos Brock in processie met flambouw





2012 - Beschermvrouwe Annemiek van Puijenbroek- Scheffers
Annemiek van Puijenbroek, onze Beschermvrouwe, wordt gepromoveerd tot Groot Officier van de Ridderorde van het Heiliggraf van Jeruzalem.
De onderscheiding (promotie) is haar aangeboden door Kardinaal O'Brian vanwege haar grote verdiensten voor de ridderorde.
De Harmonie en het gilde brengen gezamenlijk een serenade met vendelgroet op het Kloosterplein.


vendelgroet aan Annemiek van Puijenbroek. tgv onderscheiding Ridders van het Heilig graf.


2012 - Laserschieten op wip
Leden van het gilde Sint Joris hebben in opdracht van het bestuur van het Kwartier van Oirschot het laserschieten op wip ontwikkeld. Een discipline speciaal voor de jeugd ontwikkeld met moderne technologie, de laser.
Een telescoopmast met een schietbak in top wordt 10 meter omhoog gedraaid. Een windbuks is voor deze gelegenheid omgebouwd met een laser voor op de loop. Natuurlijk staat de Brabantse vlag bovenop de schutsboom in top.
Niet alleen de jeugd schiet met het lasergeweer, zelfs ervaren schutters zien een uitdaging in het laserschieten.
In 2013 is laserschieten op wip een verplichte discipline geworden tijdens gildefeesten in het Kwartier van Oirschot.

laserschietenopwip.nl: Schieten met het geweer op wip is ‘n eeuwen oude schietdiscipline bij de Brabantse gilden. Laserschieten op wip is een nieuwe discipline ontwikkeld vanuit de oude traditie met gebruikmaking van moderne technologieën.
Vanuit de Brabantse gilden ontstond de behoefte om de jeugdige leden van de gilden op een veilige en verantwoorde manier kennis te laten maken met de schietsport, de kernactiviteit van de gilden. Tijdens de ontwikkeling bleek al snel dat de schietstelling ook interessant was voor de ervaren schutter en daar heeft de ontwikkeling op doorgezet. Laserschieten op wip biedt zowel de ervaren schutter als de onervaren en jeugdige schutter een uitdaging tot presteren.
De lasergeweren zijn omgebouwde wapens waar voor op de loop een laser geplaatst is. Richten op de roos gebeurd met een vizier en korrel.
De wip is een vrijstaande telescoopmast waarin op 8,5 meter hoogte een schietbak hangt. Er wordt vanaf een vaste schietplaats opgelegd geschoten onder het toeziend oog van een schietmeester.

Er is echter een groot verschil met het traditionele schieten; Uit de loop komt geen kogel maar een laserstraal. Lasers zijn in 4 klasse ingedeeld van veilig tot zeer gevaarlijk. De toegepaste laser is van de klasse 1: d.w.z. In alle omstandigheden ongevaarlijk. Toch zijn er diverse veiligheidseisen doorgevoerd zodat het hanteren van een lasergeweer met betrekking tot veiligheid overeenkomt met het kogelgeweer. Voor de exploitatie van de schietstelling is een inrichtingsvergunning volgens de wapenwet verplicht en voor de geweren is een wapenvergunning een vereiste. Om deze reden wordt de installatie enkel aan schutterijen en gilden verhuurd voor wedstrijden en promotie van de schietsport.
Voor meer informatie: zie www.laserschietenopwip.nl.nl

schietbak: Schieten op wip wil zeggen; schieten op een doel welk zich in een mast of schutsboom bevindt. De wip is een vrijstaande telescoopmast die men handmatig omhoog draait. De maximale hoogte voor de schietbak is 8,5 meter. Heeft men onvoldoende hoogte zodat de schietbak niet op de gewenste hoogte hangt dan kan men toch schieten omdat de roos met een keuzeknop groter en kleiner kan worden gemaakt.
Midden in de schietbak bevindt zich de verlichte roos waarop moet worden gericht. Een ‘spionsignaal’ laat de omstanders zien wanneer op de roos is gericht. Ieder schot wordt akoestisch en optisch weergegeven. Schiet men een roos dan wordt dat met aanvullende akoestische en optische signalen begeleid.
Men kan de moeilijkheidsgraad vergroten en verkleinen door de roos kleiner dan wel groter te maken. De schietbak heeft 8 standen; 13mm / 16mm / 18mm / 20mm / 23mm / 25mm / 30mm / 44mm.
Als de schutter het lasergeweer een voorspanning geeft als het is opgelegd wordt de laser ingeschakeld. Dit wordt met een blauw licht in de schietbak aangegeven.

lasergeweer: Het lasergeweer is een traditioneel geweer met voor op de loop een laser ingebouwd. Bij de schietstelling kan men de keuze maken uit 2 geweren, een groot of een klein geweer voor de jeugd tot ongeveer 12 jaar. Door een diopter vizier richt men over de korrel op de roos. Op het geweer zit een knopje om de trekker een voorspanning te geven. Als men die voorspanning instelt wordt ook de laser ingeschakeld als de schietmeester de installatie heeft vrij gegeven.
Als de laser in werking komt wordt dat in de schietbak zichtbaar middels een blauw licht, ook op het geweer gaat wordt dat gesignaleerd. Richt men op de roos dan wordt dat gedetecteerd op het geweer en in de schietbak. Zo kan de schietmeester en omstanders de schietresultaten volgen.
Voor de veiligheid is het lasergeweer met een stalen kabel verbonden aan de schietplaats en kan de laser enkel worden ingeschakeld als de schietmeester de installatie heeft vrijgegeven.
Het lasergeweer is niet vergunningsvrij. Een wapenvergunning voor het lasergeweer is verplicht. (ministerie van Justitie]

relescoopmast: De telescoopmast is geheel inklapbare constructie. Met de transport-kantelwielen kan men de ingeklapte mast makkelijk verplaatsen. Met uitgeklapte stelpoten meet het voeroppervlak 2,5mx2,5m. De steun voor de schietbak plaatst men boven op de mast. Met een draailier wordt handmatig de mast uitgedraaid. [max. hoogte bak = 8,5 meter.]
De schutsboom kan op een vaste ondergrond vrij worden opgesteld. Wel is er de mogelijkheid de mast op 4 punten te fixeren met tuidraden.
• Gewicht met kantelwielen 105kg.
• Maatvoering ingeklapt lxbxh= 0,5m x0,5m x 2,1m.
• Maatvoering in bedrijf lxbxh= 2,5m x 2,5m x 9,5m. [inclusief vlaggestok]

Doelgroep:
Voor de exploitatie van de installatie laserschieten op wip is een wapenvergunning noodzakelijk. Het schieten met het lasergeweer is vrij mits het gebeurd onder toezicht van de vergunninghouder. Omdat het schieten met het lasergeweer geen specifieke vaardigheden vereist kan iedereen dit wapen hanteren. Hierdoor wordt het lasergeweer bijzonder geschikt voor promotie van de schietsport en algemene wedstrijden voor alle leeftijdsgroepen.
Omdat de moeilijkheidsgraad instelbaar is door de roos te vergroten of te verkleinen is het schieten een uitdaging voor de geoefende schutter als wel de jeugdige beginneling.
Het laserschieten is ontwikkeld ten dienste van de gilden en schutterijen. Daarom wordt de installatie ook enkel ingezet bij feesten en wedstrijden van gilden en schutterijen. Bij activiteiten in de openbare ruimte is een melden aan de lokale overheid verplicht.


Laserschieten op wip


Het lasergeweer


De schietbak met bovenin de roos.


Bron: Installatie laserschieten is ontwikkeld door Sjef & Dion Hoogendoorn

2012 - Is er een toekomst voor de Brabantse gilden!
Is er een toekomst voor de Brabantse gilden!

Opdat het heden kleur kan geven aan de toekomst,
zoals het verleden kleur geeft aan het heden!

Met deze tekst wordt in de canon van Gilde Sint Joris uit Goirle het 2e millennium ingeluid.
In de tekst zit meer wijsheid dan men mogelijk in eerste instantie zou bevroeden. Deze tekst suggereert namelijk dat de toekomst is te beïnvloeden door het heden. De vraag is: Is dat zo? En zo ja, geldt dat dan ook voor de gilden?
Het 2e deel van de tekst: ‘zoals het verleden kleur geeft aan het heden’ is een feitelijke constatering dat het voorgaande waar moet zijn.
Met betrekking tot het uiterlijk kleurvertoon bij de gilden zal er weinig twijfel bestaan, dat zit wel goed. Echter met ‘kleur’ wordt hier iets meer bedoeld. Ook de inhoud moet kleur geven aan het bestaansrecht. Dit laatste is niet altijd even duidelijk maar wel essentieel voor het voortbestaan van het gilde. Te veel ligt soms de nadruk bij gilden op uiterlijk vertoon. Fel gekleurde vlaggen rijke kostuums met veren en pluimen tot hele prijzenkasten die worden meegevoerd. Dit alles onder de noemer van een Bourgondische inslag die bij de gilden aanwezig zou zijn! Is dit de kleur van het heden die de toekomst moet kleuren?
De vragen werpen zich op zonder dat er een duidelijk antwoord is te geven. Toch denk ik dat de toekomst van de gilden in de handen ligt van hedendaagse gildebroeders en –zusters en te beïnvloeden is. De toekomst veilig stellen is de opdacht! Hiervoor bestaat helaas geen kant en klaar concept. Allerlei factoren spelen hierbij dikwijls een onzichtbare rol.

Erfgoed.
Wat doen wij met het erfgoed van de erflaters? Zijn wij in staat de oude gebruiken langs de toetssteen te houden van de zingeving? Als bij oude tradities langzaam de inhoud is weggelekt moet men zich afvragen wat doen wij daarmee. Men kan zoeken naar een nieuwe zingeving ingebed in deze tijd die aanspreekt bij de gildebroeders. Men kan het ook laten lopen, maar dat is mogelijk een doodlopende weg.

De nieuwe generaties gildebroeders.
De eeuwenoude vanzelfsprekendheid dat de kinderen in vaders plaats traden ligt achter ons. De gilden vernieuwen zich niet meer van binnenuit. Men moet mensen van buitenaf inspireren om toe te treden tot een gilde. Het gedachtegoed van de gilden moet aanspreken bij de nieuwe generatie gildebroers en –zusters. Als de inhoud leeg is of niet aansluit bij de tijd zullen mensen zich daar niet in herkennen en zich afkeren.

Gildezusters.
Als ik schrijf gildebroeders worden daar ook zeer nadrukkelijk de gildezusters benoemd. Nog steeds, helaas, een beladen onderwerp in bepaalde gildekringen. Vrouwen uitsluiten past niet in de gilden waar broederschap hoog in het vaandel staat. Hoe komt het dat de gilden met een middeleeuwse oorsprong de enige organisatievorm is die 4 tot 5 eeuwen heeft standgehouden. Eén van de mogelijke verklaring is dat de gilden zich eeuwen naar de tijdgeest hebben geschikt. Door de zingeving aan te passen aan de tijd waarin men leefde. Als men met dit proces anno 2011 stopt zal er geen toekomst zijn.

Band met de kerk.
De eeuwenoude band van de gilden met de rooms-katholieke kerk staat onder druk. De secularisering gaat niet voorbij aan de gilden. De nieuwe generaties kijken geheel anders tegen die band met de kerk dan de traditionele gildebroeder waarvan de familie dikwijls al generaties lang lid is. Als men dit onderwerp binnen het gilde niet bespreekbaar maakt zal van die waardevolle band niets over blijven.
Het gaat niet meer alleen over schieten. Maatschappelijke betrokkenheid, diensbaar zijn, gildebroeder zijn. Hoe moet men dit zien en hoe geeft men daar inhoud aan?

Voor God, Koningin en Vaderland.
Voor God, Koningin en Vaderland zwaaien de vendeliers hun vendel en roeren de tamboers hun trom. Voor God Koningin en Vaderland; hoe geven hieraan de gildebroeders uiting? Veelal met: Ik stond erbij en keek ernaar! Ook hier draait het om de zingeving van de oude tradities die veelal teruggaan tot de Middeleeuwen.

Alle generaties.
De gilden zijn bij uitstek instellingen waar alle generaties zich thuis kunnen voelen. Van zeer jong tot hoog bejaard is er plaats binnen de gilden. De praktijk is dikwijls anders. Een generatiekloof staat in de weg voor nieuwe aanwas. In deze gevallen wordt meestal de aansluiting met de tijd gemist. Dit resulteert voor de toekomst onherroepelijk in een sterfhuisconstructie.




Kostumeren of verkleden.
Hier moet men een duidelijk onderscheid maken tussen de gilden van de Brabantse cultuursteden en de gilden van het platteland. Een gilde moet zich kleden vanuit een historisch perspectief . Om deze reden ziet men de oude stadsgilden dikwijls in rijke kostuums die door eeuwen heen weinig zijn veranderd. De gilden uit het achterland van de steden kleden zich een stuk ingetogener. Het geheel moet echter geen ‘verkleden’ worden, bewaar de juiste identiteit van het gilde. De nieuwe generaties staan daar mogelijk zeer sceptisch tegenover.

Overheden, bestuur.
Beleid wordt ontwikkelt door de leden van de overheid. De overheid moet een dwarsdoorsnede zijn van het gilde. In de praktijk ziet men dat de leden van bestuur niet bepaald tot de jeugd kunnen worden gerekend. Wil men het gilde een toekomst geven dan zal men moeten streven naar een slagvaardig bestuur waarin alle leeftijden zijn vertegenwoordigd. Verder moet men er naar streven om de algemene ledenvergadering mede verantwoordelijk te maken voor het beleid wat wordt gevoerd. Dit kweekt betrokkenheid. De betrokkenheid van de leden is van cruciaal belang om eenheid te creëren. Eensgezindheid kweekt een hechte onderlinge band.
Als overheid van het gilde moet men er echter wel voor waken om ‘niet te ver voor de harmonie uit te lopen’. De overheid moet draagvlak behouden bij de leden van het gilde.

Boetes en verplichtingen.
Het is niet meer zo dat op zondag, na de laatste mis, de gang naar het café waar het gilde thuis is een vanzelfsprekendheid is. In vele gezinssituaties is de zondag de gezinsdag die men samen beleefd. Ook bij de moderne gildebroeder. Iedereen is om zijn of haar moverende redenen lid van een gilde. Blijf daar vanaf. Verplichtingen worden ervaren als ongewenst en die zoekt men zeker niet op. Enige vrijblijvendheid is bij een lidmaatschap van een gilde tegenwoordig een eis. In dit licht bezien kan het zinvol zijn om de statuten en kaert eens te bestuderen. Mogelijk kan men de ware gildegeest veilig stellen door aan zaken die voor het gilde belangrijk zijn een eigentijdse invulling te geven waarbij ook de gezinnen betrokken kunnen worden.

Schutters.
Schieten met geweer, hand- of kruisboog was de hoofdactiviteit van de gildebroeders. De disciplines van de schutterijen zijn vanaf het midden van de vorige eeuw uitgebreid met vendelen en trommelen. Bij het vendelen en trommelen ziet men met name de jeugd die daar actief is. Van dit gegeven moet men gebruik maken. Het vendel- en tamboercorps biedt de jeugd een uitdaging om kennis te maken met het gilde. Maakt van de vendeliers en tamboers ‘het visitekaartje’ van het gilde.
De jeugd is minder geïnteresseerd in het wapen van de gilden. Als schutter kiest de jeugd eerder voor een schietvereniging. Investeer in activiteiten die de jeugd aanspreekt. Vendeliers en tamboers worden schutters.
Een nieuwe tendens is dat er mensen tot de gilden toetreden die het gedachtegoed van de gilde onderschrijven en willen uitdragen. Schieten met het gildewapen wordt niet als prioriteit gezien. Veroordeel dit niet maar bouw samen verder aan een goede toekomst voor het gilde.

Jeugdbeleid.
De jeugd is de sleutel naar de toekomst. Een hedendaags probleem voor vele verenigingen is hoe krijgen wij de jeugd enthousiast. Geen eenvoudige zaak, die zeker met vergaderen niet wordt opgelost. De Gilden hebben echter de sleutel in handen. Het vendelen en trommelen zijn disciplines waarmee het gilde de jeugd, vanaf zeer jonge leeftijd, iets te bieden heeft. Maak hiervan gebruik. Al vendelend en trommelend maken zij kennis met de cultuur van de gilden. Wel moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan om de jeugd een plaats te bieden waar zij zich thuis voelen binnen de gilden. Die voorwaarden houden veelal verband met de in dit artikel benoemde onderwerpen.

Buitenstaanders.
De horizon verbreden voorkomt tunnelvisie. Je eigen mening toetsen aan medegildebroeders bevestigt dikwijls vooringenomen standpunten. Interessant is de vraag; hoe kijken de buitenstaanders naar de gilden en hoe beleven zij het gilde? Om een maatschappelijk draagvlak op te bouwen is het zeer belangrijk antwoorden te krijgen op die vragen. Reflectie houdt de zaak scherp.

Men kan het gilde toekomst bieden. Het belangrijkste zal zijn om een aantal doelen te bereiken waarbij inhoud en zingeving een belangrijke rol spelen. Broederschap, dienstbaarheid en maatschappelijke betrokkenheid moeten geen loze kreten zijn maar peilers waarop het gilde is gebouwd.
Er zal binnen het gilde een discussie moeten loskomen waarin bovengenoemde zaken bespreekbaar moeten worden. Die discussie zal ook in een breder verband moeten worden gevoerd. Niet alleen gildebroeders zullen die discussie moeten voeren. De federatie van Noord-Brabantse Schuttersgilden kan een platform zijn voor een brede maatschappelijke discussie waarbij ook de bisdommen zouden moeten participeren in de dialoog.
Belangrijk is dat de individuele gilden zich bewust worden van hun taak als erfgoedlaters voor de volgende generaties.
Ik wil de gilden oproepen een proces op te starten om een toekomstvisie te ontwikkelen en zodoende kleur te geven aan de toekomst.
Men staat voor een knooppunt in de tijd. Eenzelfde knooppunt als in de 16e eeuw, de tijd waarin vele gilden zijn ontstaan. Als de gilden zouden verdwijnen is dat in de geest van de tijd, maar als men de geest van de tijd weet te raken biedt die zelfde geest een gezonde voedingsbodem voor een goede toekomst van de Brabantse gilden.


Sjef Hoogendoorn, Goirle.


de toekomst voor het gilde


2012 - Sint Jorisavond
Bij de leden van het gilde bestaat de behoefte om maandelijks in het gildehuis bij elkaar te komen om samen activiteiten te ontwikkelen. Deze activiteiten hebben een vrij karakter en kunnen ter plaatsen worden ingevuld. Enkele voorbeelden zijn: een voordracht verzorgen, schieten, biljarten, buurten en niet te vergeten ''n pilske vatte'.
De Sint Jorisavond is een initiatief van de jeugd maar bedoeld voor heel het gilde.
De avond is een prima training voor het 'barhangen'!


Sint Jorisavond, bij Corrie aon d'n toog


2011 - Èrte en bôone. - balloteren-
Het balloteren van nieuwe leden gebeurd nog steeds hetzelfde als in de tijd dat een grote meerderheid niet kon lezen of schrijven. Vanaf het begin heeft men voor het stemmen zich bediend van 'èrte en bôone'.
Na een kennismakingstijd van 1/2 jaar bepaald het aspirant-lid in overleg met met de Hoofdman of men lid wil worden van het gilde zodat de vergadering over kan gaan tot stemmen.
Tijdens een vergadering waarbij een meerderheid van de leden aanwezig moet zijn wordt gestemd met 'erwten en bonen'. De persoon in kwestie moet de vergadering verlaten en voor in het café gaan zitten. Daar krijgt hij een consumptie aangereikt. Als later blijkt dat het lidmaatschap is afgewezen dan betaald het gilde de consumptie.
Alle aanwezige stemgerechtigde leden krijgen een erwt en een boon in de hand. Wil men de betreffende persoon in het gilde dan geeft men een boon. Wijst men een lidmaatschap af dan geeft men een erwt. De Deken-Knecht gaat met een hoed of pet rond. Iedereen deponeert een erwt of een boon. Na het inzamelen van de erwten en bonen worden deze geteld. Heeft men meer bonen dan erwten dan is men aangenomen. Overheersen de erwten dan heeft het aspirant-lid zijn 'èrte èùt' en kan vertrekken.
Het 'èrte èn bôone' is een eeuwenoude manier van balloteren die bij de Brabantse gilden nog gebruikelijk is.


èrte en bôone voor het balloteren. Een eeuwen oude methode voor het stemmen over personen.


Bron: Digitaal archief Gilde St. Joris

2011 - Vernieuwde organisatie van het gilde.
De nieuwe organisatiestructuur waarvoor gekozen is krijgt gestalte. Gekozen is voor werkgroepen die verantwoordelijk worden voor de door hen opgegeven taak.
Er zijn diverse werkgroepen actief die mede het beleid bepalen.
- Werkgroep doel;
- Werkgroep liturgie;
- Werkgroep jeugd;
- Werkgroep kostumering.
Daarnaast kent het gilde de stichting 'Vrijgildefeest' die financiële middelen genereert om activiteiten te ontwikkelen om de toekomst van het gilde veilig te stellen. Een groep van vrienden van het gilde, die het gedachtegoed van het gilde ondersteunen is in ontwikkeling.


Bron: Overheid gilde St. Joris

2011 - Kerk Maria Boodschap.
Het leegstaande kerkgebouw wordt door het gilde Sint Joris in gebruik genomen als oefenlokaal voor het vendelen.
Herbestemming is voorlopig nog niet aan de orde.
De kerk is zowel van buiten als van binnen een rijksmonument.
Architect C.H. de Bever behoorde tot een groep architecten van de Bossche School.
De kerk is geheel in baksteen opgetrokken in de neoromaanse stijlleer. De eenvoud en harmonie in de architectuur maakt het gebouw van binnen en van buiten uniek. Van een eclectische stijl is dan ook geen sprake. De doopkapel kent een zeer bijzonder gewelf, een zogenaamd Boheems gewelf.
De gebrandschilderde ramen zijn van Lucas van Hoek. Een ondeskundige restauratie in het verleden heeft 'het licht' uit de ramen gehaald.
Tabernakel, doopvont en kandelaars, allemaal in tombak, zijn van de hand van J. Kriege.
Het mariabeeld op het Maria-altaar is vervaardigd door Johan Uiterwaal, uitgevoerd in zandsteen.
Bouwpastoor Pessers: 1940 - 1977
Pastoor Gerard Jansen: 1977 - 2010


kerkgebouw Maria Boodschap


2010 - Canon
De canon van het Gilde Sint Joris ziet het levenslicht. Hij zal verder worden aangevuld met meer informatie en foto's.
Vanaf 1500 tot heden is de geschiedenis van het Gilde Sint Joris in chronologische volgorde van jaartallen vastgelegd.
Tevens wordt een tijdsbeeld vastgelegd door belangrijke gebeurtenissen uit de Brabantse en plaatselijke geschiedenis op te nemen. Vanwege de nauwe verbondenheid en verwevenheid van het gilde met de Rooms Katholieke kerk zijn ook belangrijke gebeurtenissen vermeld uit de lokale- en algemene kerkgeschiedenis vast gelegd.
de Canon wordt uitgegeven door de Gôolse Schôol. @: info@goolseschool.nl


groepsfoto van het gilde op de trap van Maria Boodschap


1e aanzet waaruit de canon is ontstaan.


Bron: Sjef Hoogendoorn

2010 - Jubilea Het Kwartier van Oirschot. Noordbrabantse Federatie van Schuttersgilden
Het Kwartier van Oirschot is in 1935 opgericht, viert tijdens de Gilde-Kringdag in Middelbeers haar 75-jarig bestaan. Voorzitter: J.C.A.F. van Riel. Secretaris: Jo van de Biggelaar.
De Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden is ook in 1935 opgericht en vierde tijdens de Hoofdliedendag in 's Hertogenbosch haar 75-jarig bestaan.
Voorzitter: J.M.J. Verbeeten


wapenschild Kwartier van Oirschot


Bron: Kwartier van Oirschot

2010 - Onttrekking eredienst kerk Maria Boodschap
11 Juli 2010: De kerk van Maria Boodschap werd ontrokken aan de eredienst. Naar eeuwen oud gebruik wordt In processie het Allerheiligste naar de Sint Jan gedragen. Men was echter vergeten de godslamp te doven!
De Parochie Goirle beschikt over één kerk, de moederkerk van Goirle: Sint Jan de Doper.
Pastoor Jansen gaat met emeritaat, hij verlaat Goirle en vestigt zich in het moederhuis in Groesbeek.
Pastoor Van Zutphen wordt de nieuwe Gildeheer.
De parochie heeft in zijn bestaan 2 pastoors gekend.
De bouwpastoor, Pastoor Leo Pessers. Na zijn emeritaat is een pater van Mill-Hill, Gerard Jansen benoemd.
De eeuwen oude band met de kerk van St. Jan wordt in ere hersteld.
Gildeheer: Pastoor Martin van Zutphen
Hoofdman: Sjef Hoogendoorn.
Koning: Ton Bruers.


In Processie van Maria Boodschap naar de kerk van Sint Jan bij sluiting van de kerk.


2010 - 400 jaar koningszilver
400 jaar geleden kwam door de inspanningen van pastoor Vincent van Dun de breuk van het koningszilver tot stand. Ter gelegenheid van dit jubileum is het koningszilver gerestaureerd door Gildebroeder Paul Hoogendoorn. Ter nagedachtenis aan 400 jaar gildezilver hebben de leden van de familie Hoogendoorn die lid zijn van het gilde Sint Joris een draagschild voor de gildeheer, de pastoor van de parochie Sint Jan, geschonken.
Schenkers: Sjef Hoogendoorn - Paul Hoogendoorn - Dion Hoogendoorn.

Tekst op schild:
PRO DEO REX ET PATRIA
ANNO DOMINI
MMX
Voor God Koning en Vaderland
Het jaar van onze Heer 2010

Hoofdman: Sjef Hoogendoorn
Gildeheer : Pastoor van Zutphen
Burgemeester. Mevr. M. Rijsdorp
Zilversmid: Paul Hoogendoorn


pastoor van Zutphen met draagschild tijdens herdenkingsdienst voor Gerard Jansen


Het schild van de Gildeheer geschonken door de familie Hoogendoorn


Bron: Familie Hoogendoorn

2010 - Wapen
Het Gilde schiet met de Sint Jans-kruisboog, een balansboog met een contragewicht.
Er wordt in de doel op 28 meter geschoten op normaal blazoen (roos 5 punten) en geluksblazoen (roos 25 punten). De 28 meter is een oude Leuvense maat.
De kruisbooggilden uit het Kwartier van Oirschot zijn de enige gilden waar deze afstand is gehandhaafd.
Eéns in de vier jaren wordt een nieuwe koning geschoten op de schutsboom (wip). Op de wip wordt met de kolfboog geschoten. De schutsboom is ±23 meter hoog.
Tot 1926 werd de voetboog gebruikt voor het koningschieten.
De voetboog spant men op met een wijngetuig. De kolf- en St. Jans-boog met de prang. Enkele oude benamingen: wèèngetouw - trens - pees - prang - afspanner - noot - bout (zie blad 2). Als vizier zijn geen optische middelen toegestaan. Het vizier is een gaatje. De korrel is een enkelvoudig pennetje.
Met nieuwe materialen zoals carbon voor latten en aluminium voor pijlen wordt geëxperimenteerd.


Helmus Bruers staat met boog Piet Brock legt een pijl op.


Bron: Digitaal archief Gilde St. Joris

2010 - Gildefabriek
Een aantal leden nemen het initiatief tot het inrichten van de gildefabriek tijdens de wintermaanden. In de werkplaats van de Hoofdman wordt er druk gewerkt aan bogen, pijlen en ander materiaal. Voor de jeugd van het Kwartier van Oirschot heeft de fabriek laserschieten op de wip ontwikkeld en gemaakt. Deze schietstelling wordt in 2012 op de gildefeesten binnen het Kwartier van Oirschot in gebruik genomen.
In 2014 houdt de gildefabriek op te bestaan. De werkplaats wordt gesloten vanwege het opheffen van het bedrijf. Acute zondheidsproblemen van de hoofdman zijn de oorzaak.

Ontwerp logo: Dion Hoogendoorn.


logo van de Gildefabriek


Bron: Gilde St. Joris

2010 - Houten dieptrom.
Naast de koperen dieptrommen heeft het gilde een grote houten dieptrom van zeer respectabele leeftijd. Hij stamt uit de tijd dat er met de voetboog geschoten werd. Op de kuip is als versiering een voetboog afgebeeld.
In 2010 wordt besloten tot restauratie van de houten kuip. Van de opbrengst van het vrijgildefeest wordt naast de restauratie ook een 2e houten dieptrom aangeschaft. De 2 houten trommen gaan altijd voorop.


Vader en de zonen van Dijk roeren de trom


Bron: Gilde St. Joris

2010 - Notitie van de Noord-Brabantse Federatie van Schutersgilden: Franje of fundament
In 2010 verschijnt de notitie jeugdbeleid; Franje of fundament. De commissie jeugd van de Noord-Brabantse Schuttersgilden enquêteert de jeugd die aansloten in bij de Brabantse gilden. Ook voeren zij enquêtegesprekken om datgene te onderzoeken wat bij de jeugdleden leeft. Na het inventariseren en uitwerken van de gegevens verschijnt de notie Franje of fundament. De adviezen en conclusies missen hun uitwerking niet. Een bewustwordingsproces komt op gang zowel bij de jeugd als wel de mensen die al vele jaren het beleid bij de gilden bepalen. Het besef ontwikkelt zich dat de gilden zich bewust moeten worden van de problematiek willen zij de toekomst veilig stellen.


© Google


Bron: N.F.B.S.

2010 - D'n doel of doelen.
De doelen is de plaats waar veilig geschoten kan worden. Afschermschotten zorgen ervoor dat geen enkele pijl buiten het schotgebied kan komen. Achter in de doel staat de schietbak opgesteld. We noemen dat nog steeds de leembakken. Voor in de doel kan men tegen een plank steunen om de juiste afstand te bepalen. Neemt men afstand tot de plank dan wordt de afgelegde weg van de pijl langer met als resultaat dat de pijl lager zal vallen. Pijlenrapers brengen de geschoten pijlen terug naar de schutter. Er wordt altijd met één pijl geschoten. De pijl is afgericht op de roos.
Van oudsher verwees de lengtemaat voet naar de (gemiddelde) lengte van een menselijke voet. De maat verschilde van streek tot streek en raakte in de loop van de 19e eeuw in onbruik door de invoering van het metrieke stelsel. In Engeland (en Engelssprekende landen) bleef het oude maatsysteem veel langer bestaan. Als tegenwoordig over een voet wordt gesproken, wordt dan ook meestal een Engelse voet bedoeld.
Iedere streek kende een eigen maatvoering voor lengtematen, gewichten en inhouden. Het Gilde Sint Joris is net als de Gilden van St. Catharina en St. Joris uit Hilvarenbeek, St. Joris uit Tilburg en St. Ambrosius uit Mierde de oude maatvoering trouw gebleven.
In een reglement uit 1849 staat iets over de lengte van d'n doel: 'Den doel moet op een geregelde plaats gebragt worden met des zelfs lengte van 55 passen'.

De schietdoel is 28 meter ofwel 98 Leuvense voet lang. 1 Leuvense voet is 0,2855 meter.











Bron: Sjef Hoogendoorn

2009 - Schenking van gildekan door Ad Hoefnagels
Tijdens het koningschieten 2009 schenkt Ad Hoefnagels een tinnen gildekan. De kan wordt gebruikt tijdens de handwassing bij het installeren van de nieuwe koning. Een tastbare herinnering aan zijn koningschap.
Het tinnen onderbord wordt geschonken door Sjef en Dion Hoogendoorn. Inscriptie: 'Druutshof'. Het is een oud tinnen bord wat herinnert aan de toponiem Druutshof die gelegen was in het Ven.


Tinnen gildekan tbv Koningschieten. Geschonken door Ad Hoefnagels bij het afscheid als koning.


Onderschotel voor gildekan tbv Koningschieten. Tinnen schotel geschonken door Jan Hoogendoorn.


2009 - Koningschieten. Ton Bruers
Antonius Adrianus (Ton) (Q547) Bruers -10*-st.J. is geboren op 20-03-1945, zoon van Petrus Cornelis [Piet] (Q516) Bruers -9*-st.J. en Emma Josephina Augusta (Emma) Paepe. Q547 is overleden.
Notitie bij Q547: gildebroeder ingekomen 02-juli 1883 inkomgeld voldaan.
koning geschoten: 2009.
functies: 1993 / 2009 Vaandrig
beroep timmerman / meubelmaker
Q547 trouwde op 05-11-69 in Tilburg met Yvonne Maria Antoinetta Cornelia Groenendaal, Yvonne is geboren op 05-12-1946 in Tilburg.
adres: Boomstraat 196 te Tilburg
2 juli 2009: Op de Annawaaj heeft Ton in een spannende strijd de fel begeerde koningsvogel geschoten, een Tilburgse koning!
Ton heeft voor zijn koningschap jarenlang de functie van vaandrig vervuld.


koningsschild Ton Bruers goud- en zilversmid Paul Hoogendoorn


Ton en Yvonne Bruers Groenendaal


Bron: Sjef Hoogendoorn

2009 - Digitalisering stambomen van leden van het gilde.
Sjef Hoogendoorn start met het digitaliseren van de stambomen van de families die al generaties lang verbonden zijn aan het gilde. Een werk wat enkele jaren zal bestrijken.
De genealogie is opgeslagen in My-base HP.automation.





Bron: HP-Automation

2009 - Vrij Gildefeest
7 juli 2009:
Het Gilde St. Joris organiseert een Vrij Gildefeest voor de Gilden van het oude Hertogdom Brabant.
Gilden uit Nederland, België en Duitsland zijn aanwezig. Om 15.00 uur viel er een zware regenbui naar beneden. Hierdoor zijn de wedstrijden in de problemen gekomen en vertrokken veel gildebroeders huiswaarts. Het feest kon met een positief saldo worden afgesloten.
Ter gelegenheid van het gildefeest wordt een nieuwsbrief uitgegeven. In 2010 wordt de nieuwsbrief gecontinueerd en krijgt de naam: De Knecht.
De eerste redactie bestaat uit: Virginie Mes - Johan de Brouwer- Sjef Hoogendoorn - Dion Hoogendoorn
Gildeheer: Gerard Jansen.
Hoofdman:Sjef Hoogendoorn.
Burgemeester: Mevr. M. Rijsdorp.


Brabantse opmars ook masale opmars genoemd.


2009 - Snevelkoning
6 juni 2009:
Vaandrig Dion Hoogendoorn (lid sinds 1994) schiet zich naar de ere-titel van 'Sneevelkôning'. Zo schoot zich ook Hans van Dorenmalen tot 'Drèùvekôning' in de wijngaard van gildebroeder Rob van Dijk.
Ad Hoefnagels draagt de eretitel van 'aajerkôning'.
Al deze titels werden tijdens een Statiedag verschoten.


'n flès sneevel geschoote meej de Staosiedag


Bron: De koningen van de statiedagen

2009 - Hoofdman Sjef Hoogendoorn.
Verloren Maandag 2009: Josephus Petrus Johannes (Sjef) Hoogendoorn wordt verkozen tot hoofdman van het gilde in de gildekamer van Hof van Holland. Sjef volgt Leo de brouwer op. Leo is meer dan 25 jaar hoofdman geweest.


Hoofdman Sjef Hoogendoorn


Koningschieten 2013


2008 - Prijzenzilver
De prijzen die bij de gilden kunnen worden gewonnen zijn per traditie zilver. Al dat zilver hangt in het gildehuis in kasten.
Het zilver moet blinken en dat vraagt om jaarlijks onderhoud.
Eén avond in het jaar staat in het teken van poetsen. Maar ook moet het zilver zichtbaar zijn.
De ruiten van de kasten worden zorgvuldig met snevel gepoetst door Corrie Kloks op 86 jarige leeftijd.


Met een borreltje jenever wordt het ruitje door Corrie gepoetst.


2008 - Overheid van het gilde Sint Joris
In 2008 is de taakomschrijving van de bestuursfuncties aangepast. In de overheid zaten twee Dekens. Een 1e en een 2e Deken. Tot 1976 werd de 2e Deken op volgorde van inkomen voor 4 jaren benoemd. In het verleden kende het gilde een zittende- en staande Deken. Bij het benoemen van een nieuwe 2e Deken werd de zittende Deken 1e Deken. Na 2 jaar schoven de functies door.
De belangrijkste wijziging is dat er een derde Deken aan toe is gevoegd
Overheid.
- Hoofdman.
- Deken-schrijver.
- Deken-penningmeester.
- Deken-knecht.
- Vaandrig.
- Koning.
Naast bestuursleden kennen we de volgende functies.
- Standaardrijder.
- Vendelier.
- Tamboer.
Tot 1979 maakte de koning volledig deel uit van het bestuur. Omdat bestuursleden statutair moeten worden gekozen kan de Koning, die zich in het bestuur schiet, niet functioneren als volwaardig bestuurslid. De Koning heeft geen stemrecht.


Bron: Overheid gilde St. Joris

2007-08-27 - Tandem
Traditiegetrouw gaan Johan de Brouwer en Dion Hoogendoorn op de tandem naar gildedagen. Alle gildebroeders gingen vroeg naar huis en lieten Johan en Dion achter met minimaal 30 bonnen. Nadat deze op waren en de tandem terug gevonden was op een nabij gelegen boeren erf zijn we een binnenweg op gedraaid richting Berkel-Enschot, tussen Enschot en Tilburg is er ergens een verkeerde afslag genomen waarna we in Tilburg Noord uitkwamen.
Johan dacht een kortere route te kennen door achter wat flatjes door te schieten. Een valpartij was hier niet te voorkomen en daar lagen we. Een doffe klap en alle flessen bier uit het kratje rolde over de straat. Dion tilde de tandem op en Johan kroop over de grond om alle volle flessen te verzamelen. Een voorbij komende allochtoon met een extreem dikke nek kwam al schreeuwend op ons afgestormd. Dion, de machinist van het gezelschap, riep dat Johan de flessen maar moest laten liggen en ervoor moest zorgen dat we daar wegkwamen. Een dolle rit volgde waarbij de achtervolger het moest afleggen tegen de tactiek van de twee zatlappen.
Toen we de afdaling bij het viaduct op de Abcovenseweg inzette kwamen de Gôolse Speulen in het vizier, al slingerend met een grote zwaai belande de tandem met berijders, in beschonken toestand, op het grote podium van de feesttent.
De feestgangers nog aanwezig heette het tandemgezeldschap een uitbundig welkom. Zij leefden in de veronderstelling dat dit de slot act van het feest was. De organisatie en beveiliging konden de entree niet waarderen. Met slaande trom en vliegend vaan konden ze vertrekken. Anders gezegd, ze werden bij het kruis van hun broek gepakt en samen van het podium gegooid. Patrick Brock, onze tamboer kon verder geweld voorkomen en heeft het duo op de juiste weg gezet. Het richtingsgevoel waren Johan en Dion geheel kwijt. Zonder de hulp van Patrick waren ze zeker weer ergens in Noord uit gekomen en regelrecht in de armen van de allochtoon 'meej zunne dikken nèk' zijn gereden.
Mogelijk komt er een vervolg op de avonturen met het tandemduo. Tamboer Matthijs Verhagen heeft de gelederen versterkt met de aanschaf van een elektrische tandem. Het memorabele jaar waarin dit geschiedt is 2015.


Johan aan het stuur, Dion met krat achterop


Matthijs Verhagen en Marijn Sparidaens


Bron: Dion Hoogendoorn

2007 - Stichting Vrijgildefeest
In 2007 wordt voor het organiseren van het Vrijgildefeest in 2009 de Stichting Vrijgildefeest opgericht. Het doel van de stichting is fondsen werven en het gildefeest financieel mogelijk maken. Na het gildefeest in 2009 blijft de stichting bestaan. De Stichting Vrijgildefeest blijft zich inzetten om fondsen te verwerven en zo het gilde meer financiële armslag te geven.
Voorzitter: Leo de Brouwer
Secretaris: Johan de Brouwer





Bron: Stichting Vrijgildefeest

2007 - Vaandrig Dion Hoogendoorn
Op Verloren Maandag 2007 wordt Dion Hoogendoorn in Hof van Holland gekozen tot vaandrig als opvolger van Ton Bruers. Daarmee is Dion de jongste Vaandig die het gilde gekend heeft.
Dionysius Antonius [Dion] (Q553) Hoogendoorn -11*-st.J. is geboren op 27-03-1985 in Goirle, zoon van Josephus Petrus Johannes (Sjef Q532) Hoogendoorn en Petronella Johanna Maria (Elly) van Dijk.
Hoogstraat 133 Goirle
Dion is lid van het gilde St. Joris
ingekomen als vendelier 23-0ktober 1994.
Op verloren Maandag 2016 wordt Dion Hoogendoorn gekozen tot 1e Deken
Q553 trouwde, 25 jaar oud, op 15-05-2010 in Goirle met Sylvia van Seeters, 26 jaar oud. Sylvia is geboren op 08-12-1983 in Goirle, dochter van Matheus Johannes (Thijs) van Seeters en Maria Cornelia Francisca Wilhelmina (Mârgaret) Aarts.

Familie:


Dion Hoogendoorn tijdens de consecratie


2007 - Hoofdliedendag
De jaarlijkse Hoofdliedendag van de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden wordt ieder jaar door een ander gilde georganiseerd. 's Morgens een viering in de baseliek St. Jan van 's-Hertogenbosch en 's middags een feestvergadering met recreatief programma in het provinciehuis.
Sint Joris Goirle verzorgd de Hoofdliedendag in 's-Hertogenbosch.
De viering in de Sint Jan is samengesteld door het Gilde Sint Joris met medewerking van jeugdkoor GOTICO. Aanvankelijk was er een probleem met de teksten die wij hadden aangeleverd. Na een indringend gesprek bleken de teksten de toets te kunnen doorstaan. Het middagprogramma werd verzorgd door Jo Hoogendoorn.


Vendeliers van Sint Joris


Johan de Brouwer met vliegend vaan


In het midden: Michiel Smits & Jan Vekemans


2006 - Leo de Brouwer 25 jaar Hoofdman
Leo viert samen met het gilde zijn 25 jarig jubileum als hoofdman van het gilde Sint Joris.
In de periode dat Leo hoofdman was zijn er veel ontwikkelingen geweest.
De groep vendeliers en tamboers komen in die periode tot wasdom.
Het gilde treedt naar buiten en wordt zichtbaar voor de Goirlese gemeenschap.
Statuten worden gedeponeerd bij de notaris.
Het bestuur wat bestond uit Hoofdman, Koning, en twee Dekens wordt uitgebreid met een schrijver en penningmeester.
Gestaag groeit het aantal jeugdleden. Deze jeugd voelt zich geweldig thuis bij het gilde zodat deze groep een natuurlijke groei ondergaat.
Binnen de Kring Kwartier van Oirschot bouwt Leo een netwerk op van gelijk gezinden en weet veel op het niveau van de kring voor elkaar te krijgen.

In 2011 ontvang Leo de Brouwer de zilveren kringonderscheiding van het Kwartier van Oirschot voor zijn vele onderscheidende werk voor het Gilde en de kring het Kwartier van Oirschot


op bezoek in een Belgisch nonnenklooster.


kringonderscheiding van het Kwartier van Oirschot


2005 - Vaandrig
De vaandrig is een functie die in de 16e eeuw ook al bestond.
Vroeger werd het moedervaan verpacht aan de hoogste bieder, net als het standaardvaan.
De vaandrig maakt onderdeel uit van het bestuur. De vaandrig geeft leiding bij het uitrukken van het gilde.
In 2005 schenken de gildebroeders Jos Brock en Eduard van Puijenbroek ter gelegenheid van hun 40 jarig jubileum het draagschild voor de vaandrig. In 1965 werden beide lid van het gilde Sint Joris.


draagschild vaandrig geschonken door Jos Brock en Eduard van Puijenbroek.


2005 - 2005 Koningschieten. Ad Hoefnagels
O 1944 Ad Hoefnagels - |x 1971| -O 1948 Yvonne van den Assem -
Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld voldaan:
In de zomer van 2005 schoot op de Annawaaj Ad Hoefnagels zich tot Koning en werd hij opgetekend in de lange rij die hem voorgingen.
Bij het beëindigen van zijn koningschap schenken Ad en Yvonne de tinnen gildekan voor de handwassing tijdens het koningschieten.
Beroep: ondernemer.


koningsschild Ad Hoefnagels goud- en zilversmid Paul Hoogendoorn


veteranen vendelgroet aan de koning


Vendelgroet aan Ad & Yvonne Hoefnagels


Jos Brock in functie als tamboer.


meej de Guld naor Dèùtslaand


2005 - De laatste eer
De Stichting Begraaf-plaatsen Goirle geeft het boek 'De Laatste Eer' uit ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de stichting.
In dit boek is een hoofdstuk gewijd aan de uitvaart met 'Gilde-eer' bij gilde Sint Joris.
De rituelen die al eeuwen een belangrijke rol spelen tijdens een teraardebestelling worden toegelicht. Een begrip als het voldoen van een doodschuld wordt door mensen van buiten het gilde niet meer begrepen.
Auteur: Sjef Hoogendoorn


Ingang kerkhof


2005 - Breuk Hoofdman
De hoofdmanbreuk komt tot stand.
Hoofdman Leo de Brouwer maakt de eerste aanzet en schenkt zilver.
Het draagschild van de Hoofdman wordt omgevormd tot een breuk. Voor de keten worden de 16e eeuwse 'roosjes' gebruikt, met daarop het wapen van Karel van Malsen.
Het medaillon is het hoofdmanschild welk al eeuwen in gebruik is.
Dit schild wordt geschonken door:
Cornelis Augustyn Hopman
Jan Patist Brouwers Koninck
1760


de samengestelde Breuk voor de Hoofdman


Bron: Bestuur Gilde St. Joris

2005 - Ere-Deken Burgemeester 2005
Op 21 december 2005 wordt Machteld Rijsdorp beëdigd als burgemeester van Goirle.
In 2006 wordt burgemeester Rijsdorp benoemd tot Ere-Deken van de gilden Sint Joris en Sint Mauritius.


burgemeester Machteld Rijsdorp


Bron: Sjef Hoogendoorn

2004 - Internet
Het gilde Sint Joris gaat met de tijd mee!
Het Gilde gaat digitaal en opent een website: www.sintjorisgoirle.nl
De leden, die weten hoe z'n ding werkt, ontvangen de berichten en mededelingen per e-mail.
De initiatiefnemers zijn Johan de Brouwer en Dion Hoogendoorn


St. Joris gaat het internet op. © Google


Bron: Dion Hoogendoorn

2004 - Paul Hoogendoorn. Meester-goudsmid.
Gildebroeder Paul Hoogendoorn Juwelier- Goud- en zilversmid heeft vele werken op zijn naam staan. Nagenoeg alle koningsschilden komen uit zijn atelier. Daarnaast heeft hij verschillende restauratiewerken uitgevoerd aan het koningsjuweel en breuk. Ook de hoofdmansbreuk, een ensemble van historisch zilver is van zijn hand. Het voorzien van alle leden met een replica van het zilveren roosje, geschonken in 1569 voor Karel van Malsen, is een initiatief van Paul Hoogendoorn.

Familie: Paulus Johannes Baptist Maria (Paul Q535) Hoogendoorn -10*-st.J. is geboren op 30-05-1953 in Goirle, zoon van Johannes Cornelis Josephus Hoogendoorn en Elisabeth Theresia Maria Kniknie.
Notitie bij Q535: ingekomen als vendelier dd 7 september 1975
gildebroeder. inkomgeld voldaan; 7 sept. 1975 ingekomen als vendelier.
Paul heeft veel koningsschilden vanaf 1975 ontworpen en gemaakt.
Paul is verantwoordelijk voor vele restauratiewerken aan zilver; koningsbreuk, koningszilver, prijzenzilver
De hoofdmansbreuk is gemaakt en ontworpen door Paul Hoogendoorn. De oudste onderdelen zijn van 1569.
draagschild van eendekoning gemaakt door Paul Hoogendoorn. Geschonken door Eduard van Puijenbroek en Jos Brock
draagchild voor gildeheer geschonken door Sjef, Dion, en Paul Hoogendoorn. gemaakt en ontworpen door Paul Hoogendoorn.
draagschild voor Deken-Knecht gesconken door Michiel Smits
Op initiatief van Paul en Sjef Hoogendoorn draagt ieder lid ’2 lood zilver’ in de vorm van de Roosjes (afgietsel) welke eertijds zijn geschonken door Karel van Malsen (1569)
Paul trouwde, 27 jaar oud, op 17-07-1980 in Goirle met Wilhelmina (Wilma) de Brouwer, 20 jaar oud. Wilma is geboren op 07-07-1960 in Goirle, dochter van Simon Henricus Martinus (Q539) de Brouwer en Henrika Martina Wilhelmina (Riek) van Dijk.





In het atelier van de zilversmid





2004 - Gildebroeders der gilde van den eedelen ridder st. Joris alhier te Goirle in 1830
Boek in ringband. - | juni 2004 |
titel: Gildebroeders der gilde van den Eedelen ridder St. Joris alhier te Goirle in 1830
auteur: Michiel Smits
Gildebroeders van het Goirlese Schuttersgilde St. Joris Goirle in 1830.
Een korte beschrijving van de beroepen, de samenstelling van de gezinnen, hun plaats op de maatschappelijke ladder en verdere bijzonderheden van de gildebroeders die in 1830 lid waren van het Goirlese voetbooggilde' van den eedele ridder St. Jorijs'. Bijeen gesprokkeld uit o.a. publicaties die de afgelopen jaren over Goirle verschenen zijn, het archief van het gilde en uit de gegevens van het Regionaal Historisch Centrum te Tilburg.


uitgave van Michiel Smits


Bron: Michiel Smits

2004 - Schilderij onder de schutsboom
Dit schilderijtje hing op de overzichtstentoonstelling van Bernard van Rijthoven in Heemerf de Schutsboom. Dit schilderij is aangekocht voor het gilde.
De gildebroeders verzamelen zich onder de schutsboom tijdens het koningschieten op de Annawei
van links naar rechts: Anne van Puijenbroek - Patrick Brock - Wim van Dijk - Hans van Doremalen.

Geschilderd door van Bernard Rijthoven. Tilburg.


ônder d'n bôom


Bron: Dion Hoogendoorn

2004 - 'n aaj geschôote
De trèns van pees was kepot, toen schôot'ie 'n aaj.
Buiten het blazoen schieten levert nul punten op. Er is dan een ei geschoten.


Bron: Sjef Hoogendoorn

2003 - Ere-Deken Goirlese gilden
De Goirlese Gilden St. Joris en St. Mauritius besluiten de burgemeester te benoemen tot Ere-Deken van beide gilden.
Mevrouw Vrey-Vringer is de eerste Ere-Deken van de gilden Sint Joris en Sint Mauritius.
Een sjerp met daarop het wapen geborduurd van de twee gilden vormt het ereteken.

De titel van Ere-Deken wordt verbonden aan het burgemeesterschap van Goirle.
Hoofdman: Leo de Brouwer.


Burgemeester Vrey-Vringer


2003 - Pater Jan Brock 1926 - 2003
Jan Brock wordt in 1926 geboren op 't Huufke op Abcoven als zoon van Jan Brock en Truda de Brouwer. Jan wou missionaris worden en treedt in bij de Scheutisten en begint zijn opleiding op Sparrendaal. Op 27 juni 1952 wordt Jan tot priester gewijd en doet zijn 1e mis in de Sint Jan van Goirle. Jan gaat naar zijn Missieparochie in de Belgische Congo.
In 1967 keert Jan terug naar Nederland omdat de situatie in de Congo onhoudbaar was geworden.
Jan kiest voor zijn pastoraal werk voor Duitsland en wordt ziekenhuispastor in Erwitte, bisdom Paderborn.
Hier legt Jan de eerste contacten voor een uitwisseling met het gilde Sint Joris. Jan zet in Erwitte een netwerk voor jeugdwerk op. Hieruit komen de eerste contacten met Eikeloh waar Jan in 2003 op het plaatselijke kerkhof ligt begraven.
Zo legt Jan de contacten tussen de Eikeloher Schützenverein en het gilde Sint Joris. Om de twee jaren is er een contact afgewisseld in Goirle en Eikeloh.


Het Duitse zustergilde uit Eikeloh.


2001 - Koningschieten. Wim van Dijk
Wilhelmus (Wim Q521) van Dijk is geboren op 22-07-1947 in Goirle, zoon van Johannes Cornelis (Q466) van Dijk en Joanna Cornelia van Gestel.
Wim trouwde, 29 jaar oud, op 18-03-1977 in Goirle met Cornelia Philomena Joanna Everande (Corrie) Vrijsen, 23 jaar oud. Corrie is geboren op 24-01-1954 in Waalwijk, dochter van Petrus Vrijsen en Hendrika Swaanen.
Wim J.zn van Dijk is lid van het gilde St. Joris.
ingekomen 1 mei 1966 als tamboer.
Wim heeft alle tamboers opgeleid. Daarbij heeft hij evenveel Tamboers zien komen en vertrekken. Dat heeft Wim er miet van weerhouden om altijd weer enthousiast aan een nieuwe leerling te beginnen. Zijn 2 zonen boten tot de vaste tamboers
Wim is naast tamboer ook slagwerker mij de harmonie O&U
heeft op 3 september het kroontje op zijn reeds eerdere onderscheiding van het Kwartier van Oirschot ontvangen.
Op 3 september heeft Wim de zilveren Papegay ontvangen tgv zijn gouden Jubileum. een zilveren Papegay aan de zilverenen roos van Karel van Malsen.

Koning geschoten: 2001
Op het moment dat de harmonie Oefening & Uitspanning de Annawaaj betreedt schiet Wim de koningsvogel naar beneden. Een feest voor het gilde en de Harmonie waar Wim tamboer is. Naast tamboer bij het gilde is Wim ook tamboer bij de Harmonie O&U. Vanuit die functie heeft hij alle tamboers van het gilde opgeleid.
Beroep: timmerman, meubelmaker, machinaal timmerman.

stam Jan van Dijk:


koningsschild Wim van Dijk | goud- en zilversmid Paul Hoogendoorn


Wim met de ere-wijn in de hand


2001 - De gulden als betaalmiddel
1 januari 2001 is de gulden als wettig betaalmiddel vervangen door de euro.
De doodschuld bij leven, die meer als 300 jaar één gulden is geweest wordt vastgesteld op één euro.
Het gezegde ; "hij heej zunne gulde gegeeve" voor iemand die opstap bij het Gilde zal langzaam verdwijnen.
De doodschuld die men bij leven moest voldoen als men het lidmaatschap beëindigde bedroeg 1 gulden.
De doodschuld bij leven is in de vergadering bepaald op 1 euro.


de gulden.


2001 - Schenking van zilveren sikkelschild 3e Deken. Michiel Smits
2001; Michiel is Deken Knecht.
In deze periode schenkt hij een zilveren draagschild (sikkel) als herinnering aan de periode dat hij Deken was van het gilde. De functie van Deken Knecht is in 2016 komen te vervallen. De overheid bestaat dan uit de volgende functies.
Hoofdman - 1e Deken - Deken-Schrijver - Deken-Penningmeester - Koning (zonder stemrecht)


2001 - Beschermvrouwe. Annemiek van Puijenbroek -Scheffers
Na het overlijden van Truud van Puijenbroek-Vroom in 2001 wordt Annemiek van Puijenbroek-Scheffers geïnstalleerd als Beschermvrouwe van het het Gilde Sint Joris. Annemiek is de echtgenoot van Eduard R.zn. van Puijenbroek.
Annemiek geeft aan het Beschermvrouwe zijn een geheel nieuwe inhoud. Zij woont alle vergaderingen bij en geeft bij alle openbare gelegenheden acte de présence.
Annemiek is sociaal maatschappelijk zeer actief en betrokken. Annemiek is Groot Officier van de Ridderorde van het Heiliggraf van Jeruzalem.


2000 - Jacquet
Het gilde heet niet gekostumeerd te zijn. Het jacquet welk de gildebroeders dragen is gelegenheidskleding voor bijzondere gebeurtenissen en geen kostuum.
Het jacquet is rond 1880 ontwikkeld uit de pandjesjas.
Op de oudste foto van het gilde Sint Joris uit 1920 zien we reeds enkele gildebroeders gekleed in jacquet. De Foto uit 1919 van het gilde St. Sebastiaan laat een gilde zien welk nog traditioneel is gekleed.
Na de oorlog 1940 - 1945 zien we dat alle gildebroeders over een jacquet konden beschikken.
De Hoofdman en de Dekens waren in het verleden toegerust met een wandelstok. De hoofdman heeft de beschikking over een hoofdmansstok. Een wandelstok met zilveren knop geschonken door Tuut van Puijenbroek in 1989.
De kledij van de dames is geïnspireerd op de vormen van het jacquet.


gildebroeder met snevelstok zonder stropdas


2000 - Goirle bij de eeuwwisseling
Aantal inwoners : ± 22.500
Burgemeester: Mevr. W. Vrey-Vringer
Er staan grote veranderingen op stapel. Het cultureel centrum Jan van Besouw moet gerealiseerd worden. Ook het centrumplan gaat uitgevoerd worden.
Hiertoe wordt het bestaande winkelcentrum gedeeltelijk gesloopt. Het Oranjeplein verliest zijn functie als kermisplein.
Onder het winkelcentrum wordt een ondergrondse parkeerkelder gebouwd. Er is veel discussie over het Kloosterplein. Huiskamergesprekken met inwoners moeten leiden tot een visie op de ontwikkelingen van het centrum. Met name de omgeving van het Kloosterplein. Hierbij wordt voor het gemak vergeten dat alle betreffende panden in handen zijn van particulieren en projectontwikkelaars. De Laatste zijn hun 'zegeningen' al aan het tellen. Er komt dan ook niets van terecht.
Een samenvoegen met Tilburg lijkt voorlopig van de baan.
Goirle krijgt problemen met nieuwe woningbouwprojecten. Alle beschikbare locaties zijn vol gebouwd.
Koning : Hans van Doremalen
Hoofdman: Leo de Brouwer


2000 - 2e millennium
De ontwikkelingen na 1970 hebben het gilde een nieuw elan gegeven waardoor de toekomst lijkt veilig gesteld. Een fraai tamboercorps en een grote groep jeugdige vendeliers vervolmaken het gilde.
Anno 2000 een 'rijk' gilde met een voornama uitstaling.
Opdat het heden kleur kan geven aan de toekomst zoals het verleden kleur geeft aan het heden'
anno domini: M.M.
Het Gilde Sint Joris is klaar voor de 21e eeuw.


1999 - Parochie Heilige Geest
Door de secularisatie worden de parochiegrenzen opgeheven. Goirle omvat één parochie met als moederkerk de St.Jan.
Pinksteren 1999 is de laatste eucharistieviering. De kerk van de Heilige Geest wordt gesloten en kort daarop gesloopt.
St. Joris was in de 1e en de laatste eucharistieviering aanwezig. Bij de opheffing van de parochie is een boek uitgegeven. Een hoofdstuk is aan het Gilde Sint Joris gewijd. Pastoor: Willem Span.
Bij de bouw van de kerk en de Guldèkker van Sint Joris bestond er nog een kerkennood. Om snel de bouw te realiseren wordt besloten om het concept van een sporthal te gebruiken.
In de klokkenstoel werd de klok van de parochiekerk Maria Boodschap geplaatst. In het torentje van Maria Boodschap werden in 1965 twee klokken geplaatst en het uurwerk elektrisch gemaakt.
Hoofdman: Leo de Brouwer
Koning: Hans van Dorenmalen


kerk St. Jan onthoofding.


1999 - Artikel geschreven tgv van het opheffen van de parochie en sluiten van de kerk. auteur: Sjef Hoogendoorn
Bij het sluiten van de kerk is er een boekje uitgegeven. Een hoofdstuk is gewijd aan het Gilde St. Joris. Hier volg de letterlijke tekst

Gedurende 400 jaar heeft het gilde Sint Joris De Wild ingetrokken naar de doelen, en van tijd tot tijd naar de schutsboom om een nieuwe koning te schieten De doelen van Sint Joris waren gelegen in het Wilteind en Hoogeind.
Deze eeuwen oude gang naar de doelen verbindt het gilde aan de parochiekerk van de H.Geest die gebouwd is op “den Guldekker
De kerk van de H.Geest was gelegen aan de huidige Wittendijk. Het “wit betekent; het blazoen op het doel voor het schieten. De Wittendijk is de dijk waaraan de doelen van het Gilde St. Joris gelegen waren . Maar de huidige Wittendijk heette tot de bouw van “Plan West gewoon de Rielsedijk. Het toponiem “Wittedijk verwijst regelrecht naar de plaats waar de doelen van Sint Joris hebben gelegen.
Een akte uit het Schepen Protocol van Tilburg en Goirle uit 1660 geeft de ligging van de Wittendijk prijs: In de akte krijgt “de Gulde van den voetbooch binnen Goorle de geconfisceerde grond: “de erve ende voorhooffde rontsomme de Schutsdoelen gelegen ter plaatse genaemt den Wittendijck terug
Om de situatie duidelijk voor de geest te krijgen gebruiken we een detail uit de kadasterkaart van het jaar 1832.
We mogen veronderstellen dat de situatie in de eeuwen voorafgaande aan het jaar 1832 weinig verandert is. De oudere Goirlenaren zullen de situatie ook wel herkennen omdat per slot van rekening “de Wilt in de zestiger jaren van deze eeuw op de schop is gegaan.
De doelenakker was gelegen in “De Herstalle De Doelenakker of Schutsboom in De Herstalle omvatte in de 18e eeuw de doelen., een bogaard, en een weiland. Wat daar in 1832 nog van rest is zichtbaar op de kaart onder nummer 13. Hier wordt dus duidelijk dat de verbinding van de “Vismert naar de Rielsedijk of Geitenhoef Wittendijk werd genoemd. Tegenwoordig staan de drive-in woningen op deze verbinding die door de bewoners van “De Vurhaai ook wel het 'straotje' werd genoemd.

Door de eeuwen heen heeft Gilde Sint Joris meer gronden verworven in “ De Wilt De percelen 254, 256, 96, en 97 waren ook in eigendom van het Gilde. Deze gronden verschafte het gilde inkomsten .In de 18e eeuw werden de akkers door het gilde verbouwd. Later ziet men dat men de akkers telkens voor 2 jaren verpacht worden.
Het perceel 254, op de hoek Wilteind en Vurhaai, is de “Guldekker. In 1832 was het nog heide en niet ontgonnen. De hei gebruikte het gilde voor het opbouwen van de doelen met heiplaggen die op hun kop werden opgestapeld tot er een wal ontstond alwaar het “wit, de kleibak met blazoen, werd voor gezet. Ook werd de “de haaj gevlagd voor het verkrijgen van strooisel in de potstal. In het begin van de 20e eeuw werd op de Guldekker de schutsboom geplaatst voor het koningschieten. Was de Guldekker verpacht, dan werd uitgeweken naar de Vurhaaj, achter Paoterke van Erven, voor het het schieten op de koningsvogel .
Als je de kaart uit 1832 beschouwt zullen de ouderen met weemoed terug denken aan de het Wilteind met bekende namen als : Het Bos, het Maoske, De geitenhoef. ’t wiltpadje en Vurhaaj.
De Rielsedijk vormde de scheiding tussen de hei en het cultuurland. Ook liep de weg naar Poppel en Nieuwkerk via de Wilt en Zandschel. Via het “het Bôsstraotje kwam men op het “Hoogeind waar de herberg van Peeter Damen gelegen was. Hier was het gilde St. Joris van 1813 tot 1829 thuis. Voor die tijd had het St.Joris de gildekamer in de herberg van C. Brouwers in het dorp. Op de kaart nog net zichtbaar, tegenwoordig de dansschool aan de Dorpstraat
Met het verdwijnen van de parochiekerk De Heilige Geest zal het Gilde nooit meer naar het Wildeind trekken De guldekker was niet meer, en de kerk van de H.Geest is niet meer! Het Gilde voelde zich door de grond waarop de kerk stond verbonden met de parochie H.Geest.
Bij alle officiële gelegenheden in de kerk, was het gilde graag aanwezig .De laatste gelegenheid: het 12½ jarig jubileum van pastoor Span gecombineerd met het 30 jarig bestaan van de parochie. Voor de laatste maal heeft Jan Smits, vendelier van het Gilde Sint Joris, op het priesterkoor het vendel gezwaaid ter ere van God, Koningin , en Vaderland.




bronnen

jaarrekeningen Gilde Sint Joris vanaf 1759
Gildeboek Sit Joris 1749
GAT R.366-1660-fo.211v.
uittreksel van den perceelswijzen kadastralen legger 1937
kadastrale kaart 1832 met aanwijzende tafel
kaart Diederik Zynen 1760
persoonlijke aantekeningen n.a.v interviews J.P.J. Hoogendoorn
archief gilde St. Joris Goirle


het gilde in processie


Bron: Sjef Hoogendoorn

1998 - Liefdadigheidsfestijn Kwartier van Oirschot
23 augustus 1998.
Het gilde Sint Joris organiseert het liefdadigheidsfestijn van het Kwartier van Oirschot.
De aanleiding is het feit dat het gilde 100 jaar haar thuisbasis vindt in de gildekamer bij Hof van Holland.
Het doel waarvoor financiële middelen werden verzameld was de stichting SLO (Samenwerking met Landen in Ontwikkeling).
Na afloop kon het gilde fl. 12.000,00 overdragen aan de stichting.
Voor het bedrag dat overbleef zijn nieuwe vendels aangeschaft.


1998 - 100 jaar aannemer van de guld
In 1998 is het Gilde St. Joris 100 jaren thuis in Hof van Holland aan de Tilburgseweg.
Samen met de kasteleinvrouw Corrie Kloks staan we stil bij dit unieke feit. Naast het gilde blijkt ook Hof van Holland eeuwbestendig te zijn.
3 generaties heeft het gilde in die honderd jaar als aannemer gekend.
De fam. Spapens- Appels.
De fam. Brock- Spapens.
De fam. Kloks- Brock. Het café is drie maal in de vrouwelijke lijn over gegaan op de volgende generatie.


Het gildehuis Hof van Holland


'Hof van Holland' ooit gemaakt door carnavalsvereniging 'de ezeltjes'.


1997 - Koningschieten. Hans van Doremalen
Johannes Petrus Maria (Hans Q549) van Doremalen is geboren op 13-12-1967 in Goirle, zoon van Josephus Laurentius Maria van Doremalen en Cornelia (Corrie) Brock.
Notitie bij Hans: Hans van Doremalen Gildebroeder is lid van het gilde St. Joris
ingekomen 28 oktober 1990. functie: vendelier.
1e maal koning geschoten 1997
Ingekomen in het gilde als vendelier en zijn inkomgeld voldaan: 28 oktober 1990.
Hans schiet met een raak schot, zoals we gewend zijn van hem, de koningsvogel richting Annawaaj en is voor 4 jaren Koning van van het gilde Sint Joris.
De erewijn was nog een probleempje!!
Beroep: Tuinder


Koningschild Hans van Doremalen | goud- & zilversmid Paul Hoogendoorn


1997 - Gemeentelijke herindeling
Een gemeentelijke herindeling is een wijziging van de grenzen van gemeenten, waarbij grondgebied van de ene gemeente naar de andere gaat, of nieuwe gemeentes (fusiegemeentes) worden gevormd uit oude.
Goirle heeft eeuwen lang samen met Tilburg de Heerlijkheid Goirle Tilburg gevormd. Op 3 februari 1803 wordt Goirle een zelfstandige gemeente. Vanaf 1387 heeft Goirle deel uitgemaakt van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. Goirle wordt zelfstandig, de eerste burgemeester is Hendrik Voskens. De laatste had bijna kunnen worden ingevuld. Aan die zelfstandigheid dreigt een einde te komen door de gemeentelijke herindeling.
Als gevolg van de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1997 zou Goirle aanvankelijk bij Tilburg gevoegd gaan worden. Na hevige protesten bleef Goirle echter zelfstandig. De gemeenschap Riel deel uitmakend van de gemeente Alphen en Riel werd gesplitst en werd bij Goirle gevoegd. Ook Breehees op Beeks grondgebied werd bij Goirle gevoegd. Mogelijk is dit in Den Haag de opmaat om in de toekomst Goirle en Riel samen te kunnen annexeren?


protest gemeentelijke herindeling


Bron: Sjef Hoogendoorn

1997 - Kerkelijke plichten van het gilde St. Joris in de 16e & 7e eeuw
Kerkelijke rechten & plichten van het gilde St. Joris in de 16e &17e eeuw

De 16e eeuwse teksten in de Caerte zijn moeilijk leesbaar. De schrijver van de originele tekst moet Jan Berijs, rekenmeester van de Heerlijkheid Tilburg & Goirle, zijn geweest. De kennis van de Nederlandse taal beperkte zich tot het Brabants bij Jan Berijs getuige de transcriptie van de 16e eeuwse Caerte. (zie de Caerte 1569)

[___opmerking____lees voor gildebroeders, gildebroeders en –zusters)

Het einde van de 15e eeuw is een scharnierpunt in geschiedenis. Het feodale stelsel had zijn langste tijd gehad en de gemeenschap ontworstelde zich aan de middeleeuwen. Dit is de periode dat de gilden in Brabant ontstaan vanuit de sacrale broederschappen. De beroepsgilden en schuttersgilden in de cultuursteden van Brabant vinden hun ontstaan in de vroege middeleeuwen. Het Gilde Sint Joris in Goirle heeft in navolging van de tijdsgeest het gilde omgevormd en er een ‘16e eeuwse rechtspersoon’ van gemaakt. Het gilde ontstond met de begiftiging van de Caerte getuige de aanhef van in de stichtingsakte.
Kaerll van Malssem
~Heere tot Tilborch,Ghoorll, Onssenoort Cuijck &c: Allen den gheenen die dese onsse letteren sullen hooren, lesen, Saluijt.
Alsoo onse lijeve getrouwe die Hooftman, Coninck Dekens ende gesworen van Sint Jorijs gulde in den dorpe van Ghoorll voor hun selven en de vervangende die gemeijne gestellen van der voorschreven gulden in onsen dorpe voorschreeven onse tot onser vermannige overgebracht ende geëschibeert hebben seeckeren ordinancien ende statuten bij geschrifte die sij in den voorschreven Gulde dus lange geobserveert hebben ende onderhouden.~
De broederschap heeft dus al lange tijd de regels en keuren onderhouden en nageleefd als het Gilde wordt begiftigd met een Caerte. Dit is het moment dat de broederschap zich aanpast aan de tijdsgeest en een gilde wordt. Vanaf dit moment legt het gilde verantwoording af aan de kerkelijke- en wereldlijke overheid. In het Goirlese geval de pastoor en de Heer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. De gezagsverhoudingen tussen beiden worden enigszins duidelijk bij de bestudering van Caerte.

- De relatie parochie en gilde
De functie van het gilde binnen de katholieke gemeenschap in Goirle zal niet van de ene op de andere dag veranderd zijn met het stichten van het gilde St. Joris. Hun activiteiten werden onveranderd voortgezet maar nu als een rechtspersoon plichtig aan de Heer van Tilburg en Goirle. De inhoud van de Caerte levert ons de rechten en de plichten op schrift maar geeft tevens een inkijk in de belevingwereld van de Goirlese rooms-katholieke gemeenschap in de 16e eeuw.
~In den ijersten ordonneren gunnen ende verleenen wij alle gulde brueders en de schutters van Sint Jorijs nu sijnde ende naemaels noch comende dat allen koeren ende bruecken die vallen sullen op die vijf naebeschreve colfdaghen te weten op den dach dat men den vogel schiet, den omganck dach als men Sint Jan ommedraecht des Heylich sacraments dach, Sint Jorijs dach ende verswooren Maendach onder hen houden, ende verteeren sullen Sonder ons daer af hoeve te siene, ~
In de Caerte lezen we dat er vijf kolfdagen ofwel schuttersdagen moesten worden onderhouden. Het koningschieten, de sacramentsprocessie, patroonsdag van St. Joris en Verloren maandag. Al deze dagen begonnen met een H. Mis. Opvallend is dat de verplichte dagen in de heiligenkalender kolfdagen werden genoemd en geen feestdagen. Er moest op die kerkelijke feestdagen naast “de Heer dienen” ook worden geschoten. Vanuit de traditie van het gilde was de betrokkenheid bij de kerkelijke feestdagen groot maar de recreatieve noot werd zeker niet vergeten.

- Een belangrijke burgertaak van het gilde St. Joris.
Een belangrijke uitbreiding van de taak van het gilde was de burgerwacht. Het gilde had de bevoegdheid gekregen om een misdadiger te arresteren en hem vervolgens uit te leveren aan het bevoegde gezag.
~Item verleenen noch den voors: Schutters nu sijnde ende noch naemaels comende dat soe wanneer ijemanden van noode ware ende gebreck hadde van onsen Officier oft Vorstre, end die niet thuijs, te verre geseten, oft te halen waere dat de Schutters als dan sullen mogen arresteren ende den gearresteerden onsen Officier leveren ~
Vrij vertaald staat er: Item verlenen wij aan de tegenwoordige en nog in de toekomst komende schutters wanneer onze officier of vorsten niet thuis is, en te ver weg is om hen te bereiken, het recht van arrestatie en uitlevering aan de officier. ~
De uitlevering vond plaats op het kasteel van Tilburg, het domicilie van de familie van Malsen, of in de toren van de kerk de H. Dionysius (Heikense toren) waar op de eerste verdieping de gevangenencel was ingericht.
Het recht tot arrestatie is een belangrijke uitbreiding op de rechten en de plichten bij het ‘bevestigen’ van het gilde door Karel van Malsen. Uit de Caerte blijkt dat er een belangrijke verschuiving plaatsvond van de kerkelijke rechten en plichten naar de civiele aansprakelijkheden. Een tweede verordening handelde over de vrijstelling van de gildebroeders van bepaalde plichten. Als de Gezworenen namens de Heer van Tilburg en Goirle een afkondiging deden op de vergaderdagen dan hadden de gildebroeders in bepaalde gevallen vrijstelling van het ge- of verbod.
~Item Verleenen noch alle schutters soe voors is, dat oft de geswooren van Tilborch ennige geboden deeden doen in der Kercken van Tilborch ofte Ghoorll op ennige van de voorschreeven vijf vergaderdagen, dat de schutters van dien geboden vrij en excempt sullen wesen. ~
De twee kerken van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle kenden dus ook een civiele functie. Zowel in Tilburg als in Goirle was een raadskamer ingericht waar de gezworenen konden vergaderen. Van hieruit de raadskamer werden de openbare mededelingen afgekondigd. Via de kerken werden de burgers dus geïnformeerd door de lokale overheid. Uit beide artikelen blijkt dat het gilde een bepaalde autoriteit vertegenwoordigde met voorrechten binnen de Heerlijkheid Goirle.

Verswooren Maendach - Heijligen Sacraments - Sint Jorijs dach - Liever Vrouwen beelt omme draecht -
~Item op ten Verswooren Maendach sullen die Deeckens schuldich sijn te doen bereijden eenen goeden maeltijt nae hunnen goetduncken, ende sullen doen singen bij den persoen oft eenen anderen priester hun dat believende een misse van requiem voor de brueders die in der Gulden gestorven sijn ende dan sal elcke geselle moeten offeren eenen Silveren pennick ende dat sal des Priesters loon wesen, ende daer sullen schuldich sijn die Deeckens te staene bij den euthaer om den offer te ontvangen. Ende oft daer ijemandt inne gebrreeckelijcke bevonden worden die sal verbeuren als voorschreven staet. Ende dan sal men ordineren ten vier jaren wat clederen dat men maecken sal tot paesschen dan toecomende te weeten van van effen laecken. Ende van gelijcke groothe. ~
In bovenstaand artikel uit de Caerte werd duidelijk wat het gilde te doen en te laten had op Verloren Maandag. De naamdag na Driekoningen. De Dekens moesten een goede maaltijd verzorgen en een gezongen requiemmis laten lezen voor de gestorven broeders van het gilde. Iedere gildebroeder moest een zilveren penning offeren als zijnde het loon voor de priester. Ter controle stonden de Dekens bij het altaar om de gave in ontvangst te nemen. Bleef iemand in gebreken dan werd een boete geheven. Voor het Paasfeest moest worden bepaald hoe het gilde gekleed zou gaan. Duidelijk is dat er effen laken stof gebruikt moest worden voor de kleding.
Nog altijd wordt er tijdens de eucharistieviering door de gildebroeders geofferd op twee dieptrommen. De eerste trom is voor de offergave en de tweede als loon voor de priester. Een authentieke vorm van offeren die al meer als 400 jaar bij het gilde Sint Joris gebruikelijk is.
Ook op Sint Jorisdag, 23 april, waren de Dekens gehouden een goede maaltijd te bereiden. De schutters waren verplicht in tenue ter kerke te komen voor de H. Mis met Drie Heren. Er moest een penning geofferd worden en iedereen was verplicht aan de maaltijd deel te nemen. Sacramentsdag was ook een bijzondere kerkelijke feestdag. Op die dag werden ook de gildebroeders verplicht opgeroepen naar de kerk te komen voor de hoogmis met zilver, boog en getuig. Een bijzondere toevoeging is dat de broeders op pene van één penning tijdens de mis niet mochten ‘klappen’ (praten).
De ommeganck met Onze Lieve Vrouw op 15 augustus was ook een hoge kerkelijke feestdag. Hier was de gehele gemeenschap bij betrokken. Het hoogtepunt was de processie waar ook het gilde aan moest deelnemen. Na afloop moesten de Dekens wederom in het gildehuis voor een goede maaltijd zorgen waarbij men mag aannemen dat zij geen dorst hebben geleden. De originele tekst in de Caerte volgt hieronder.
~Item op Sint Jorijs dach dan sullen de Deeckens oock doen bereijden een tamelijck maeltijt. Ende als dan doen singen een statelijcke Misse van Sint Jorijs met diaken en de sub Diaken, Ende dan sullen allen die Gesellen comen ter kercken met haren scutters clederen, en de offeren eenen silveren penninck ende een ijegelijck sijn maeltijt halen op te verbeurte als voorseet is. ~
Item op den Heijligen Sacraments dach dan sullen die gesellen schuldich weesen om te koomen in der hoech missen tamelijcken ende eerlijcken, sonder clappen te gaan voor dat Heijlige Sacraments ende comen met cleder, silver, boghen ende getuijch als den scutter toebehoort op te peene als boven. ~
~Item als men onser Liever Vrouwen beelt omme draecht dan sal men schuldich sijn te doen als op ten Heijligen sacraments dach ende soe die Deeckens dat ordineren sullen ende als dan sal elck scutter schuldich sijn te offeren onser Vrouwen eenen Silveren penninck.

één vaam bier boete als boete bij onbehoorlijk kerkbezoek.
Op de vergaderdagen was men verplicht in kostuum te verschijnen met zilver terwijl bij de ‘ommeganckdagen’ ook voetboog en pijlen moesten worden meegevoerd. Een verzachtende omstandigheid was dat bij slecht weer de processie niet door ging voor het gilde. Ëen ding werd echter wel duidelijk, De Hoofdman en Dekens hielden niet van smoesjes!
Om de vijf jaren moesten de schutters een nieuw tenue laten maken naar het model wat op Verloren Maandag was afgesproken. Met Pasen moesten zij aangtreden staan met de nieuwe ‘tabbaert’ op boete van vijf stuivers. Mocht een gildebroeder in of buiten de kerk een medebroeder vinden die niet was gekleed volgens de gemaakte afspraken op Verloren Maandag dan was de persoon in kwestie een vaam bier schuldig die zij gezamenlijk opdronken.
We lezen:
~Item op allen desen vergader dagen zal elck Geselle schuldich sijn te comen met sijnen tabbaert met silver sonder ijet daer vuer te hebbene ten waer dattet vuijl weder waer en met sijnen pijle ende boghe bijsundere op die ommeganck dagen.
~Item ordonneren voorts dat elck scutter sal doen maecken tot allen vijer jaren eenen nijeuen tabbaert gelijck als dat op ten verswooren Maendach gesloten sal worden ende op elck mouwe een half loot silver. Ende dese tabbaerden sullen sij gehouden sijn te hebbene des Paesdaechs daer nae op te verbeurte van vijf stuvers totten gulden brueders gehoef soe dick ende menichwerf als die Deeckens hen daer af calangeren sullen. Ende oft saecke waer dat ennich van den gesellen die een den anderen can bevijnden sonder tabbaert oft silver nijet te hebbene die mach den anderen af nemen een vaen biers alsoe diicke als hij hen bevijnden can het sij in der kercken oft vuijter kercken alsoe lange voor dat hij den tabbaert gemaeckt sal hebben als voors.~

De eed op de boetboog en het vendelgebed
~Item men sal nijemanden in neemen ten sij op vergaderdagen ende soe verre daer ennige plaetse van die twee en veertich gevaceerd ende leedich gevallen sij, ende daer nijemanden toe te dwingen maer die inne comen sal die sal den Coninck Hooftman ende Deeckens daer om bidden ende als men ijemanden inne neempt die sal eed doen op ten boghe den ridder ende martelaer Sint jorijs ende desen boge goet ende getrouwe te sijn in allen puncten ende articulen te onderhouden die in diese ordinancie gemaeckt sijn des sal men hem ijerst ende voor alle deselve ordinancien oplesen ende laten horen. ~
We lezen:
Item niemand zal in de gilde opgenomen worden dan alleen op de vergaderdagen en dan nog maar alleen als een der plaatsen van die tweeënveertig open zal zijn. Niemand mag verplicht worden, maar die als gildebroeder opgenomen wil worden die zal de Koning, Hoofdman en de Dekens daarom verzoeken, en als hij opgenomen wordt moet hij de eed op de boog aflezen en daarbij beloven dat hij alle punten en artikelen van deze ordinantie zal onderhouden.
Als gildebroeder legde men een eed af op de Voetboog. Van trouw aan geestelijke- of wereldlijke overheid was nog geen sprake, dat komt pas een paar eeuwen later met het oprichten van de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden in 1935. De nieuw opgerichte Federatie begint met het inrichten van gildefeesten voor de Brabantse gildebroeders. De gildefeesten werden ingericht naar het voorbeeld van de Landjuwelen in de 15e en 16e eeuw. Zo voegde men in de 20e eeuw het wedstrijdelement bij het vendelen toe met daarbij de uitnodiging aan de vendeliers bij aanvang van de vendelgroet: “Draait uw vendel voor God, Koning en Vaderland”.
Tegenwoordig ziet men steeds vaker het competitie-element bij het vendelen een hoofddoel wordt.. Dat is jammer en te betreuren.. Een vendelgroet is een Bourgondische schouwspel van de edele kunst van het vendelen bij het optreden van het gilde in het openbaar. Jan Toorians ziet in het vendelen de strijd tussen het goed en kwaad. De strijd die St Joris streed.
In 1966 verschijnt het boek van Jan Toorians het Vendel, hierin is opgenomen het vendelgebed. Jan Toorians ziet in het vendelen de symbolische strijd tussen het goed en kwaad. Het zou te betreuren zijn als de symboliek het moet gaan afleggen tegen de competitie.

Werd er een gildebroeder wegens wangedrag uit het gilde verwijderd dan was van ontslagen worden van de gilde-eed geen sprake. Ook het voldoen van de doodschuld kwam niet ter sprake, de broeder in kwestie werd als ‘persona non grata’ verklaard en geroyeerd. Mocht men in armoede vervallen en niet in staat zijn de geldelijke verplichtingen te voldoen dan zouden zij in vriendschap scheiden. Uit coulance werd de achterstallige betaling niet gevorderd als de scheidende gildebroeder 10 stuivers betaalde aan het gilde. Hiermee werd de doodschuld voldaan. Als na 2 weken niet was betaald was de broederschap onverbiddelijk, rechtvaardig was geheel de vraag! Er werd beslag gelegd nadat het ‘corpus delictum’ van zijn eed was ontslagen. De broederschapgedachte stond met deze verordening enigszins in schril contrast. Zeker als men ging dreigen en het uitvoeren van beslaglegging.
Hieronder volgt de letterlijke tekst van het artikel, geschreven door J. Berijs de rekenmeester van de fam. Van Malsen
~Item van der gulden oft van den eede en sall nijemandt verlatene mogen worden ten ware hij bij quaden regimente misbruijckte ende alsoe bij Hooftman Coninck ende Deeckens daer vuijtgeset werden oft dat hij verarmde ende nijet machtich en ware die Gulde te onderhouden in welcken gevalle hij sijen staet te kennen gheeven sal ende scheijden daer minlijck vuijt midts allen sijnen achterstelle op te leggen nae vermoegen den registre datter van gehouden sal worden sonder dat van noode sal sijn met eenige rechte daer op te voorderen ende dan sal hij daer voor moeten gheven tien stuvers totten dulden behoef, dede hij dat nijet sal men hem dat binnen veerthien dagen af mogen panden. nae dat hem sijnen eedt verdragen of verlaten sal sijn. ~

Bijzondere plichten, ’n pond was voor de pastoor en enkele ‘maten’ wijn.
~Item soo wije innegenomen wordt die sal geven den Ridder ende Martelaer Sint Jorijs een pond wasch. ~
In de Caerte wordt niet duidelijk waarvoor het pond was gebruikt moest worden bij het intreden van een nieuwe gildebroeder. Niet duidelijk is of het pond (bijen)was bedoeld was om als kaarsen te branden bij het altaar of werden de kaarsen gebruikt in de koperen kroonluchter die nog steeds in het middentransept van de kerk hangt als verlichting in donkere dagen?
In 1768 schoot Wouter Jan Brouwers koning. Ter gelegenheid hiervan laat Wouter een koningsschild maken met daarop een fraaie gravering. Centraal op het schild staat naast de voetboog zijn beroep kaarsenmaker afgebeeld. Zou Wouter Jan Brouwers de leverancier van kaarsen voor het gilde en de kerk zijn geweest? Het lijkt wel zeer voor de hand te liggen. Hij fabriceerde naast kaarsen ook kaatsballen en staat als landbouwer te boek. Wouter was vrijgezel en werd op 83-jarige leeftijd Hoofdman van het gilde. Na twee jaren Hoofdman te zijn komt hij te overlijden en wordt met gilde-eer begraven op het kerkhof rond de toren van St. Jan.
In de Caerte lezen we:
~ Item oft Saecke ware dat de gulde brueders gemeijnlijck gebeden ware op bruluchten ofte ijerste misse soe sal men daer gelijck gaen ende elck sal schuldich sijn te geven drije stuvers ende alsoe lange als men offeren sal op bruluchten oft ijerst missen sullen die Deeckens gehouden sijn daer bij te staene ende toe te sien wije als dan nijet en ghoue die voorscreven drije stuvers sal bruecken als boven en soo wat priester oft bruijdegom in de scutterijen wesende dan gemeijen Gestellen moeden die sal moeten gheven den Deeckens een menelen wijns die als dan te saemen te drincken daer 't den Deeckens gelieven sal. ~
Werd men op een bruiloft of eerste H.Mis van een neomist of aangestelde priester genodigd dan moest men gezamenlijk naar de huwelijksvoltrekking of eerste mis gaan. Er moesten drie stuivers geofferd worden en de Dekens moesten er op toezien dat er daadwerkelijk geofferd werd. Merkwaardig is dat er op moest worden toegezien dat er daadwerkelijk geofferd werd, aan de onderlinge verbondenheid moet het wel ooit geschort hebben! Was de bruidegom of de priester (pastoor) lid van de schutterij, dan moest hij enkele ‘maten’ wijn geven die gezamenlijk, op een door de Dekens aangegeven plaats, moesten worden opgedronken.

Openen en sluiten van de doel met Pinksteren en Bamis en een christelijke dood voor de eend.
Item ordonneren ook noch dat men ter doelen schijeten sal alle sondaigen ende altijd beginnende des anderen dages nae den heijligen Pinxten dach ende voorts alle sondagen te schijeten tot sondach nae bamisse toe. Ende op ten lesten sondach sullen schuldich sijn allen die Gesellen te comen te doelle ende daer te schieten naer den witte soe als dat in andere schutterijen men gewoonlijcke is te doene. ~
De doel werd geopend daags na Pinksteren en op alle zondagen werd er geschoten in de doel. Er werd met een voetboog op doel geschoten. Op de 1e zondag na Baomis werd de doel gesloten. Baomis is de kerkelijke feestdag van Sint Bavo, welke wordt gevierd op 1 oktober.
Bij het sluiten van de schutsdoel moesten alle gildebroeders in de doel schieten op het ‘wit’ zoals men dat in alle schutterijen pleegde te doen. Veel gebruiken werden door gilden uit buurgemeentes overgenomen. Zo ook de laatste kolfdag. Nog altijd kent het gilde een periode in het jaar waarin niet geschoten wordt. Echter het openen en sluiten van de doelen is niet meer gemarkeerd door kerkelijke feestdagen. Het schieten op het wit, als laatste kolfdag, heeft al heel lang geleden plaatsgemaakt voor het ‘èndschiete’ waarbij een eend (dood) in de doel aan een touw wordt opgehangen met daarin een houten plaatsje wat moet worden doorgeschoten. Men mag hopen dat de eend een christelijke dood is gestorven!

St. Jans Gool en de kermis
De Meierij van ‘s Hertogenbosch werd met de val van Den Bosch en de Vrede van Munster Staats grondgebied en als ‘wingewest’ onderdeel van de gereformeerde Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Een gevolg hiervan was dat de bezittingen van de parochie St. Jan en het gilde Sint Joris geconfisqueerd werden. Hieruit blijkt dat het gilde en parochie door de overheid als eenzelfde instelling werden beschouwd.
De katholieke Goirlenaren waren hun kerk kwijt. Daarom vertrokken de parochianen van St. Jan samen met het gilde St. Joris naar Steenvoorde waar het belijden van de katholieke godsdienst geen probleem was omdat de kapel die gebouwd werd op Spaans grondgebied stond. Door deze verplaatsing van de katholieke gemeenschap naar de kapel op Steenvoorde werd ook de kermis gehouden op de plaats die vanaf toen Nieuwkerk ging heten.

Het gilde Sint Joris
Met de begiftiging van de Caerte veranderde de taak en doelstelling van het gilde ingrijpend. Voortkomende uit een sacrale broederschap veranderde de broederschap in een gilde met rechtsbevoegdheden. Naast de civiele en kerkelijke rechten en plichten werden er in de Caerte regels met betrekking tot het schieten vastgelegd. Als in de Caerte sprake is van schieten werd consequent schutterij genoteerd en niet het gilde.
Met de uitbreiding van de taken die de omschakeling naar een gilde tot gevolg had veranderde er met betrekking tot de parochie St. Jan waarschijnlijk niet veel. Het is zelfs niet uitgesloten dat de positie van de gildebroeders werd opgewaardeerd. Met de uitbreiding van de politionele taak en andere voorrechten waarbij we niet moeten vergeten dat het gilde cultuur- en ‘woeste’ gronden ging verwerven waren er voordelen aan het lidmaatschap van het gilde verbonden. De gildebroeders konden hun status verhogen door selectief te zijn in het ledenbeleid. Lid worden kon als men werd voorgedragen door medegildebroeders. Een ballotage tijdens de vergaderdag op Verloren Maandag bepaalde uiteindelijk het lidmaatschap. Dat die selectie heeft gewerkt blijkt het artikel van Harry Appels, de familierelaties bleven generaties lang bestaan, ook nu nog zijn er gildebroeders die tot op de dag van vandaag al vele generaties lid zijn van Sint Joris. In de familie Hoogendoorn is zo vanaf 1690 het gildegedachtegoed al elf generaties doorgegeven.
De traditionele band van het gilde met de parochie St. Jan bestaat tot op de dag van vandaag. De secularisatie van de afgelopen decennia lijkt daar nog weinig veranderingen in te hebben aangebracht. De maatschappelijke functie die het gilde in zijn jongste geschiedenis laat omschrijven in de Caerte is nog altijd herkenbaar in het hedendaagse beleven van het gilde St. Joris.
De omschreven rechten en plichten in de 16e eeuw in relatie tot de Rooms-katholieke kerk werden veelal beperkt tot de plichten. Een van de redenen waardoor de secularisatie op het einde van de 20e eeuw is ingezet heeft te maken met het eenzijdig bezien van die de rechten en plichten. Maak je mensen monddood dan blijven alleen de plichten bestaan die vervolgens niet meer begrepen worden. Met andere woorden als de dialoog ontbreekt haken mensen af en keren zich van de kerk af. Wil er sprake zijn van een levende kerk dan zal er een dialoog moeten zijn. De vraag is of de traditionele gildebroeder daar behoefte aan heeft. Een steeds grotere groep mensen binnen de gilden in Brabant onderkennen die behoefte echter wel. In de cultuurverschillen tussen de generaties zal de polarisatie moeten worden opgeheven. De dialoog biedt hiervoor een bijdrage.

Het geheim!
Wat is het geheim van het gilde? Na vierhonderd eeuwen lijkt de houdbaarheidsdatum nog steeds niet bereikt. Plichtsgetrouw, maar daarnaast meebewegen met de tijd, gecombineerd met een diep geworteld respect voor de erflaters, is mogelijk het geheim van de smid!
De toekomst zal het leren.

Sjef Hoogendoorn 2015

* Tilborch,Ghoorll: Tilburg en Goirle. 16e eeuwse schrijfwijze
* Colfdaghen: kolfdagen. Dag waarop werd geschoten met de kruisboog (kolf)
* geswooren van Tilborch: ingezworen burgers mede belast met rechtsgedingen. In de Heerlijkheid waren zij ook belast met de dagelijkse gang van zaken.
* den euthaer: het altaar
*statelijcke, statelijc staetelick: voornaam < aanzienlijk, van hogen stand, voornaam
* calangeeren: beschuldigen; aan de kaak stellen; bekeuren.
* gevaceerd ende leedich gevallen; < vacant = open; ledig; onbezet; te vergeven
* bruluchten, bruloft > brulocht; Bruiloft
* Charter: oorkonde. > Caerte
* geëschibeert: afgeleid van rescriberen [mid.ned.]: schriftelijk antwoord
* geobserveert [mid.ned.]: keuren en verordeningen nakomen
* bevestigen: uitgeven van een charter [mid.ned.] > caerte.
* keuren: voorschift, verordening
* exempt: Als gevolg van een rechtsbepaling of binnen het kader van zekere reglementering vrijgesteld, ontheven;
* Gezworene: beëdigd lid van het lokale bestuur onder de Heer van Tilbrg en Goirle.
* Verswooren Maendach: Verloren maandag. 1e Maandag na driekoningen
* tabbaert: jas. Voorloper van de pandjesdag.
* pene: De boete of straf, gesteld op de overtreding van eene verordening of een gebod.
* Ommegang; processie rond of in de omgeving van de kerk.
* ’t wit: het blazoen.
* Bamis: Naamdag Sint Bavo. 1 Oktober. ’t Is Baomes: slecht weer met regen. Meej alleziele is’t mist baomis.


.


T shertogenbosch 1526


1995 - Verloren maandag
Verloren Maandag wordt in het gildeboek geschreven als Versworen Maendag.
Het feest van de Epiphanie (Openbaring) ontstond in de Oosterse Kerk. In de 5e eeuw werd als feestdag opgenomen in de Romeinse liturgie. Dit kerkelijk feest kennen weals, de Verschijning des Heren'. Beter bekend als Driekoningen, gevierd op 6 januari.
De de zondag na Driekoningen onder het octaaf van de Epiphanie staat in het teken van de Heilige Familie. De maandag daarop volgend is Verloren maandag.
Verloren Maandag was een dag waarop niet gewerkt werd. De jaarrekeningen werden opgemaakt en de verpachtingen werden geregeld. Ook de 'gezworenen', de Schout met 7 Schepenen van de' Heerleijckheijd Tilborg en Goorl', hielden hun Jaarlijkse jaarvergadering.
de etymologie van Verloren Maandag, die enige associatie heeft met 'Blauwe Maandag', is onduidelijk. Ligt de oorsprong bij 'de Gezworene' of moeten we het zoeken bij het evangelie van de verloren zoon.
in het gildeboek wordt Verloren Maandag benoemd als een dag waarop het gilde St. Joris begon met een kerkgang om direct daarna in de Gildekamer bij elkaar te komen voor het teren, de jaarvergadering met jaarrekening en de verpachtingen. De verpachtingen werden ook afgesloten op de naamdag van St. Michiel.
Op Verzworen Maendagh 1569 is het Goirlese Gilde St. Joris begiftigd met 'de Caerte' door Karel van Malsen op het kasteel van Tilburg


1995 - Gildekamers
Het gilde werd verpacht aan de hoogste bieder, de aannemer van het gilde.
~1700. Bierbrouwerij / herberg Sint Joris. Heertgang Dorp. Aannemer van het gilde
Adriaan Hoosemans (1671-1737).
~1750. Herberg de Roode Leeuw. Heertgang Dorp. Aannemer van het gilde
Jan Hoosemans (1688-1771). Jan was ook lid van het gilde. Zijn doodschuld
betaald bij overlijden. Drie van zijn zonen waren ook lid van St. Joris. Matthijs ----1720).
~1764. Bierbrouwerij / herberg het Panhuijs. Heertgang Kerk. Aannemer Dierck Roestenborgh (1699-1781). Drik is ook hoofdman geweest. Wouter (1728-1818) en Antony (1725-1784)
~1870. Herberg van Adr. Anssems. Heertgang Dorp. Aannemer van het gilde Adriaan Anssems (1821-1903).
1813-1829. Herberg van Peter Daamen. Heertgang Hoogeind (tegenwoordig Hoogeindseweg). Peter was in 1818 hoofdman en schoot in 1836 koning
1891. Café de Ploeg. Heertgang dorp. Aannemer van het gilde Adrianus Stads (1852-1924) Adriaan (Jaon)
was lid van het gilde.
1898: Café Hof van Holland aan de Tilburgseweg. Aannemer van het gilde:
1] Peter Spapens (1856-1925)
2] Cees Brock (1895-1981) is gehuwd met Anne Spapens (1889-1938) de dochter van Peter Spapens.
3] Petrus (Piet) Kloks (1925-1983) is gehuwd met Cornelia Brock (1926) de dochter van Cees Brock.
Na het overlijden van Piet is Corrie Kloks de aannemer van het gilde.


1995 - Beschermvrouwe. Gertrude van Puijenbroek Vroom
Na het overlijden van Ruud van Puijenbroek in 1984 wordt Gertrude van Puijenbroek- Vroom, echtgenote van Ruud van Puijenbroek, geïnstalleerd als Beschermvrouwe. De eerste beschermvrouwe in de rijke geschiedenis van het gilde, een sociaal maatschappelijk betrokken vrouw. Tuud zet zich vanaf de eerste dag zeer actief in voor het gilde en geeft daardoor een mooie inhoud aan het beschermvrouwe zijn. Ook is Tuud jarenlang zeer actief in de politiek, een gezichtsbepalende wethouder.
Godfrida Gertrude van Puijenbroek- Vroom is geboren in 1921. Gehuwd met Ruud van Puijenbroek en overleden in 2001.
Gertrude van Puijenbroek- Vroom heeft 'haar doodschuld voldaan' bij overlijden. Tuud is begraven met Gilde-eer en bijgezet in het familiegraf op het kerkhof van Sint Jan.


grafsteen van Tuut van Puijenbroek


Truud van Puijenbroek


1995 - Pauselijke onderscheiding 'pro ecclesia et pontifice' voor Cees Hermans
Cees Hermans is in 1989 lid geworden van Gilde st. Mauritius. Vanaf 1989 heeft Cees tot aan zijn dood lid geweest van de commissie van het Kwartier van Oirschot, standaardrijden.
In 1996 werd hij lid van het gilde St. Mauritius. Voor zijn verdiensten voor de kring en het gilde heeft hij de pauselijke onderscheiding 'pro ecclesia et pontifice' uit handen van pastoor Pirenne.


pauselijke onderscheiding 'pro ecclesia et pontifice' van Cees Hermans


Bron: Sjef Hoogendoorn

1993 - Koningschieten. Johan de Brouwer
O 1965 Johannes L.zn de Brouwer - |x 1989| -O 1966 Caroline Vekemans -
Ingekomen in het gilde als vendelier en zijn inkomgeld voldaan: 3 juni 1981
Koning geschoten: 1993.
Onder grote belangstelling en het toeziende oog van zijn vader, Hoofdman, Leo de Brouwer schiet Johan de koningsvogel voor zijn voeten! Vier jaren koning is zijn deel.
Beroep: constructeur, metaalbewerker.


koningsschild Johan de Brouwer | goud- & zilversmid Paul Hoogendoorn


1993 - De kaarten van de schuttersgilden van het Hertogdom Brabant. | E. van Autenboer |
Onderwerp: uitgifte boek (2 delen)
auteur: Dr. E. van Autenboer.
titel: De kaarten van de schuttersgilden van het Hertogdom Brabant
uitgever: Bijdrage tot de geschiedenis van het zuiden van Nederland
Stichting Zuidelijk Historisch Contact. Tilburg

Dr. E. van Autenboer heeft 400 'caerten' uit het oude Hertogdom Brabant samengebracht in het 2-delige boek.
Het was nadrukkelijk niet de bedoeling de geschiedenis van de Brabantse gilden te schrijven, het ontleden van de de 'caerten' beoogde beoogde een analytische en geen synthetische studie. Een vierhonderdtal verschillende kaarten uit het hertogdom Brabant en daterend uit verschillende eeuwen konden bijeengebracht worden. De verzameling Caerten omvat een beperkt aantal originelen, de meeste caerten zijn transcripties van de originelen.
In de analyses van Dh van Autenboer is het Gilde Sint joris Goirle ook opgenomen.

Eugeen Van Autenboer: (°Mechelen 15 mei 1920 +Turnhout, 11 maart 2008)

Na zijn studies aan het Sint-Romboutscollege van zijn geboortestad studeerde hij geschiedenis aan de Katholieke Universiteit te Leuven waar hij in 1943 doctoreerde. Na zijn studies werd hij leraar aan het Koninklijk Atheneum van Turnhout en daarna te Mol. Bovendien werd hij belast met de cursus Kunstgeschiedenis aan de Academie voor Schone Kunsten te Turnhout.
De vijfde opperhoofdman stelde van zijn prille jeugd belang in de plaatselijke geschiedenis en volkskunde. Hij werd niet alleen lid van de Provinciale Commissie voor Geschiedenis en Volkskunde der provincie Antwerpen maar ook van de Vlaamse afdeling van de Nationale Commissie voor Volkskunde.
Van zijn hand verschenen talrijke bijdragen over allerlei historische onderwerpen, vooral over rederijkers en... schuttersgilden.
In 1959 werd hij aangesteld tot jurylid van de Hoge Gilderaad der Kempen waarvan hij in 1969 tot griffier werd verkozen. Toen de functie van opperhoofdman, door het overlijden van J. Vorsselmans, vacant kwam werd hij door de raad van hoofdmannen op 11 maart 1978 tot nieuwe aanvoerder van de Kempische gildeschutters gekozen.


De kaarten van de Schuttersgilden van het Hertogdom Brabant. |E.van Autenboer|


1991 - Leembakken
De blazoenen werden tot 1990 op leembakken bevestigd. Een leembak is een houten bak met dezelfde afmeting als een blazoen. Deze bak was geheel gevuld met leem. Als er niet geschoten werd werden de bakken vlak geplaatst en er werd een natte juten zak overheen gelegd. Voor dit werk was de knecht verantwoordelijk. Drik Vermeer, de laatste knecht, is ook de laatste geweest die op de traditionele manier de bakken verzorgde.
Rond 1990 verdwijnen de leembakken. Achter de roos werd kunstklei gebruikt, voor de rest werd de bak gevuld met kunststof op kops hout. Tegenwoordig wordt de bak gevuld met kunststof of repen vloerbedekking die strak op elkaar is geperst. Onder in de bak ligt een dikke koeienmat.


1990 - Statiedag
De jaarlijkse statiedag wordt ingevoerd op initiatief van Jan Brock C.zn. De dag begint met een H. Mis in de Mariakapel aan de Oude Baan. Alle jubilea en onderscheidingen worden op deze dag gevierd en uitgereikt.
Het is een goede gewoonte dat in wisselde samenstelling een aantal leden het dagprogramma maken. Schieten hoort daar vanzelfsprekend bij. De dag wordt afgesloten met een gezamenlijke maaltijd.
Het glas in loodraam, voorstellende Maria met kind, is gemaakt door gildebroeder Jan Brock.
Het schilderij is geschilderd door Albert Verschuuren in 1936.
A.J.J. Verschuuren [Tilburg 1887 - Oosterhout 1953]

in 1952 schreef Jan Hoogendoorn onderstaande tekst uit verbondenheid met de veldkapel


de Mariakapel aan de Oude Baan


Bron: Sjef Hoogendoorn

1989 - Schenking hoofdmansstok door Trudi van Puijenbroek Vroom
Op Verloren Maandag schenkt Trudi van Puijenbroek- Vroom een zilveren hoofdmansstok als ereteken voor de Hoofdman.
Een ebbenhouten stok met zilveren knop en ivoren stokeinde.
Inscriptie: 2-4-'89
Stok is vervaardigd door het atelier Andriessen (niet voorzien van meester- of zilvermerk).


1989 - Koningschieten. Eduard van Puijenbroek
Eduard (Q517) van Puijenbroek is geboren op 20-11-1943 in Hilvarenbeek ’t Paradijs, zoon van Rudolf Antoon (Ruud Q477) van Puijenbroek en Gertrud Godfrieda (Beschermvrouwe) (Q743) Vroom -8*-st.J..
Eduard Ingekomen in het gilde 26-6-1965 in vaders plaats.
Op Verloren Maandag 1981 wordt Eduard gekozen tot Hoofdman. Dat zal maar even duren. Met het Koningschieten Schoot Eduard de koningsvogel naar beneden. Eduard is voor 4 jaren koning. Hierbij volgt Leo de Brouwer Eduard op als Hoofdman.
In 1989 schiet Eduard zich voor de 2e maal tot Koning.
Eduard trouwde, 26 jaar oud, op 04-09-1970 in Goirle met Anna Maria Liduina [Annemiek Q563) Scheffers, 23 jaar oud. Het kerkelijk huwelijk vond plaats op 10-10-1970 in Goirle Sint Jan. Annemiek is geboren op 16-04-1947 in Tilburg, dochter van Henricus Walterus Scheffers en Anna Adriana Johanna Maria Pessers.
In vaders plaats ingekomen in het gilde: 26 juni 1965.
1e maal koning: 1981
2e maal koning: 1989
Beroep: industrieel.
Voor de 2e maal schiet Eduard zich tot koning van het Gilde Sint Joris. We hadden een zeer gelukkige koningin. Traditiegetrouw werd de koningsvogel geschoten op de Annawaaj.

Op de tweede dag van het koningschieten is het prijsschieten op de vogel. Op de schutsboom wordt een driepins staak gemonteerd waarop de 3 vogels worden geplaatst. De vogels moeten naar de kerk 'kijken'. De vogel het dichtst bij de Sint Jan is de 1e prijs.
Tijdens het vogelschieten schiet iedereen door elkaar. Valt er een vogel dan wordt alles stil gezet. Bij twijfel is de eigenaar van de 'bout' die het dichtst onder de boom ligt de schutter die de vogel geschoten heeft. Per traditie zijn de prijzen tinnen schotels.
De afgebeelde vogel is de 2e prijs geweest tijdens het koningschieten van 1989. De schutter was Sjef Hoogendoorn. Het is hem nooit gelukt zich onsterfelijk te maken door de koningsvogel te schieten. Het is de wens van iedere gildebroeder.


1989 koningsschild van Eduard van Puijenbroek


groepsfoto. Aankomst in het Gildehuis. Koning Eduard van Puijenbroek.


1986 - Uitvaart
Een gildebroeder of -zuster wordt op verzoek bij overlijden met gilde-eer begraven. Bij de uitvaart wordt de kist met overledene bedekt met het koningszilver. De overledene wordt door de gildebroeders op de schouder gedragen.
De tamboers slaan de dodenmars. De uitvaartdienst in de kerk is als bij een gildemis. Tijdens consecratie draait de vaandrig het moedervaan onder het roffelen van de trommen.
Op de begraafplaats wordt tijdens de absoute een laatste groet gebracht door de vaandrig. De gildebroeders laten de kist in het graf zakken. De vaandrig klopt vervolgens 3x met de knop van het vaan op de kist. Daarna maakt hij met de top van vaandel een kruisteken. Het graf wordt symbolisch gesloten door de gildebroeders met een schep zand. De nabestaanden moeten na afloop een café aanwijzen voor het voldoen van de doodschuld. Wat rest is het noteren in het gildeboek: Zijn doodschuld voldaan bij overlijden.
Het gebruik van 3x met de knop van het vendel kloppen stamt uit een tijd dat er gecontroleerd werd op schijndoden.


erewacht bij overleden gildebroeder Jan Mes Kringvoorzitter het Kwartier van Oirschot


1985 - Koningschieten. Jos Brock
O 07-01-1933 Adrianus Brock Fr.zn - |x 1000| -O 07-03-1934 Anneke van den Brand † 29-02-2004
Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld voldaan: 23 juni 1965 (kermis)
Op de Annawaaj schoot Jos Brock met een welgemikt schot de koningsvogel naar beneden. Altijd was de inzet geweest, ik zal 'm raoke èn naor beneeje haole. Trots met z'n Anneke heeft hij het koningschap inhoud gegeven.
Alles had Jos er voor over om koning van het gilde te worden. Zijn eigen kruisboog overreden in de haast tijdens een spoedreparatie aan zijn boog. Weer voor een spoedreparatie, tijdens het schieten, reed hij heel de zijkant uit zijn auto omdat de gemeente net voor het koningschieten de brug over de Leij had versmald. Met een betonnen muurtje midden op de brug en te veel haast ging het fout.


koningsschild Jos Brock | atelier Andriessen zilversmeden


Het gilde trekt driemaal rond de schutsboom


Jos met Anneke bij de inhuldiging


1985 - Gildefeest Kringdag van het Kwartier van Oirschot
Op 2 juni 1985 organiseert het Gilde Sint Joris de jaarlijkse kringdag van het Kwartier van Oirschot.
De opbrengst is gebruikt voor het restaureren van het beeld van Sint Joris welk de gelagkamer van Hof van Holland siert. Daarnaast is het Koningszilver gerestaureerd. Restaurateur beeld: Ben Beckman, Eindhoven.
Gildeheer: Pastoor Gerard Jansen
Burgemeester: Ton van de Wildenberg
Hoofdman: Leo de Brouwer
Koning: Jos Brock


1985 - Paus Johannes Paulus II bezoekt Nederland
Het bezoek van Paus Johannes Paulus II aan Nederland was zeer omstreden.
Toen de Paus op zaterdag 11 mei op vliegveld Welschap landde stond de vaandrig van Sint Joris aan de voet van de trap, daar had hij met enig wringwerk voor gezorgd. Nadat de Paus Neerlands bodem had gekust brak er een lichte paniek uit. De Paus wilde langszij de gespreide vaandels lopen. 'Wit hijj beeter'! Resoluut stapt de Goirlese Vaandig uit de rij en sommeert de Paus zich aan het protocol te houden en over de vendels te lopen. Het Italiaans niet sprekend werd deze conversatie in 't schôonste Gôols gevoerd met als resultaat dat Sint Joris Goirle de Paus als eerste in Nederland heeft mogen verwelkomen en leiden over het vaandel van Sint Joris.


De Paus treedt de vendels


1984 - Gildemis
Alle feestelijke aangelegenheden bij het gilde Sint Joris worden geopend met een gildemis.
Het gilde trekt in optocht naar de kerk. De Vaandrig klopt 3x op de kerkdeur (oud gebruik in de Katholieke kerk). Een bisschop betrad vroeger ook de kerk door met zijn bisschopsstaf 3x op de deur te kloppen. Als hij de kerk betrad maakte hij een kruisteken op de drempel van de geopende deur). De voorganger opent de kerkdeuren en heet het gilde welkom. Bij de intochtprocessie sluit de voorganger met acolieten aan bij de overheden van het gilde.
Het gilde betreed voorafgegaan door de tamboers met slaande trom de kerk. Hierbij kunnen de vendeliers hun vendel draaien. Tijdens de consecratie draait de vaandrig voor het altaar. De vendeliers nijgen het vendel. De koning en hoofdman nemen plaats achter het altaar. De gildebroeders offeren op 2 trommen (1x voor offergave, 1x voor loon priester). De lezingen en voorbede wordt door een gildebroeder of -zuster verzorgd. Het gilde verlaat met slaande trom de kerk.
Op het kerkplein wordt de vendelgroet gebracht aan de voorganger en aanwezigen.


1984 - Kwartier van Oirschot
Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Kwartier van Oirschot wordt een boekwerk uitgegeven.
Dit boekwerk omvat een inventarisatie van de Gilden binnen het Kwartier van Oirschot. De hoofdstukken worden door de gilden zelf geschreven.
De auteurs hebben het boek niet voorzien van bronvermelding. Het gevolg hiervan is dat hetgeen geschreven is niet als bron kan worden gebruikt voor andere publicaties.
In dit boek is een hoofdstuk gewijd aan Sint Joris Goirle.
Auteur: Sjef Hoogendoorn


Logo Kwartier van Oirschot


1983 - Blazoen
In een ver verleden schoot men niet op een blazoen. Alleen de roos werd gemarkeerd. Die roos noemde men 'het wit'.
Met een 'puntenrij' werden de geschoten punten geteld (zie lotschieten).
Er wordt op 2 soorten blazoen geschoten. Het kleine blazoen (wedstrijd) en het grote blazoen (geluks-blazoen).
Tot 1980 werd bij wedstrijden op beide blazoenen een raamwerk met draden en ringen gezet voor een exacte puntenbepaling.
In een vergadering met de 4 kruisbooggilden wordt het raamwerk afgeschaft en de velden van geluksblazoen van 12x12 naar 10x10cm gebracht. Als een schutter 2 velden raakt tellen de hoogste punten. Bij het toekennen van de punten geldt: voordeel schutter. Als de pijl de puntencirkel raakt worden de hoogste punten toegekend.
Uit een ver verleden stamt een soort liniaal die op het 'wit' werd gehangen. Door deze rond te draaien tot hij op een pijl stuitte kan men de punten vaststellen.
Deze haak moet zijn gebruikt tijdens het lotschieten.
De wittendijk verwijst naar het toponiem in 't Wiltènd. De dijk waaraan de doelen hebben gelegen. Ook Doelendijk genoemd.
Het toponiem 'de witte Molen' verwijst ook naar het doel waar geschoten werd. Op de molen werd bij het koningschieten de vogel geplaatst en naar boven gedraaid. Ook kon men het 'wit' (doe) boven op de molen draaien voor het schieten.


d'n doel bij Hof van Holland


1982 - Verbroedering met Mauritius
De verbroedering met Mauritius bestaat al jaren. Vroeger deed Sint Sebastiaan, ook al was het geen gilde meer, ook mee.
Een zonnige zondag met goed zicht op de pijlen die gingen vliegen stond de verbroedering met Mauritius op het programma, voor dit jaar in de doelen van Sint Joris. Allemaal ervaren schutters weliswaar voor Mauritius met een vreemd wapen. Berta de vrouw van de Hoofdman Jos van Laerhoven had als scherpschutter haar talenten bewezen!
Jos Brock, de smid, stond achter in de doel de pijlen te trekken en de punten te noteren. Voor in de doel was de instructie gegeven en duidelijk gemaakt welk de rechtse en linkse doelen waren. De blazoenen waren geplaatst en het spel kon beginnen.
Voor Berta werd de de boog opgespannen omdat de bogen fysiek te straf waren voor de dames. Berda zette de boog op de schouder en de pijl werd geplaatst.... en doodse stilte volgde. Berta legt aan en richt de kruisboog op het doel, de voorspanning wordt vrij gezet..... en het moment dar Berta het idee heeft dat zij de korrel op de roos heeft wordt de trekker overgehaald. Een vreselijke schreeuw volgde. Wat was het geval; de afgevuurde pijl stak bij de smid in z'n kont!
Berta had haar precisieschot afgevuurd maar de verkeerde doel zodat de pijl afketste met het bekende resultaat. Een bloedbad en een vleeswond waren het gevolg. De smid niet kleinzerig trok de pijl eruit men met een pak pleisters en vele goede adviezen werd de strijd voortgezet. Het 't smidje hebben we niet meer gezien!


Bron: Sjef Hoogendoorn

1982 - Hoogstraat 133
Woonhuis aan de Hoogstraat
gebouwd in 1934 door aannemer Jan Vekemans, de vader van Piet Vekemans. Ook de bouwtekening is van Jan Vekemans.
naast het pand stroomde 't Maoske.
In in twee fasen aangekocht. Het achterste deel was de doorgang van de boerderij annex café naar de wei waar de koeien stonden
Tegenover stonden 4 huizen. Dit vormde de Hoogstraat anna 1934


woonhuis aan de Hoogstraat 133 van de familie Hoogendoorn


Bron: Sjef Hoogendoorn

1981 - Hoofdman. Leo de Brouwer
Leonardus Cornelis Maria (Leo Q525) de Brouwer -6-st.J. is geboren op 22-07-1933 in Tilburg, zoon van Adrianus Henricus Antonius de Brouwer en Cornelia Johanna Maria Roessel.
Notitie bij Leo: Leo De Brouwer is lid van het gilde St. Joris
Leo trouwde, 26 jaar oud, op 10-05-1960 in Tilburg met Anna Cornelis Maria (An) Koks, 26 jaar oud. An is geboren op 23-11-1933 in Tilburg.

ingekomen en zijn inkomgeld voldaan 7 augustus 1971
in 1881 aanvaarde Leo het hoofdmanschap. er was duidelijk werk aan de winkel. in 2009 legt hij zijn functie neer. Sjef Hoogendoorn wordt de nieuwe Hoofdman.
De periode dat Leo de Brouwer hoofdman is geweest is er veel bereikt.

Op het moment dat Leo voorgenomen had zich aan te sluiten bij een gilde stond hij voor een keuze. Woonachtig in Hilvarenbeek zou de keuze moeten zijn St. Joris Hilvarenbeek. Parochiaan van St. Jan Goirle zou St. Joris Goirle een juiste keuze zijn. maar ook Tilburg was in beeld. De familie van Leo waren al vele generaties lid van St. Joris Tilburg waar Leo lid was geweest van de ’Jonge guld’
Het werd de guld öt Gôol


Hoofdman Leo de Brouwer


1981 - Hoofdman. Eduard van Puijenbroek
O 1943 - Eduard Henri van Puijenbroek - |X 4 september 1970| - O 1947 Anna Maria Scheffers -
Verloren maandag 1981.
In vergadering bijeen op Verloren Maandag 1981 wordt Eduard van Puijenbroek gekozen tot hoofdman van het Gilde Sint Joris. Eduard volgt hoofdman Piet Brock op. Piet heeft 10 jaren voor de troepen gestaan. In de periode dat Piet hoofdman was zijn de eerste aanpassingen doorgevoerd. Het belangrijkste was het inrichten van een een groep vendeliers. De vendeliers waren: Jan Kloks - Cees Kloks - Pieter Kloks - Sjef Hoogendoorn - Paul Hoogendoorn en Jan Poos.
In het verleden, de zestiger jaren, is een eerste groep vendeliers en tamboers opgericht. De familie Brock en van Dijk hadden het initiatief genomen. Dit initiatief is gestrand. Wim van Dijk, de huidige tamboer behoorde tot die groep.


onderscheiding 40-jaar gildebroeder. Kwartier van Oirschot


1981 - Koningschieten. Eduard van Puijenbroek
Eduard Q517) van Puijenbroek is geboren op 20-11-1943 in Hilvarenbeek ’t Paradijs, zoon van Rudolf Antoon (Ruud Q477) van Puijenbroek en Gertrud Godfrieda (Beschermvrouwe) (Q743) Vroom
Eduard trouwde, 26 jaar oud, op 04-09-1970 in Goirle met Anna Maria Liduina [Annemiek] (Q563) Scheffers., 23 jaar oud. Het kerkelijk huwelijk vond plaats op 10-10-1970 in Goirle Sint Jan. Annemiek is geboren op 16-04-1947 in Tilburg, dochter van Henricus Walterus Scheffers en Anna Adriana Johanna Maria Pessers.
Notitie bij Eduard: lid van het gilde Sint Joris.
Ingekomen 26-6-1965 in vaders plaats.
Op Verloren Maandag 1981 wordt Eduard gekozen tot Hoofdman. Dat zal maar even duren. Met het Koningschieten Schoot Eduard de koningsvogel naar beneden. Eduard is voor 4 jaren voor de eerste maal koning. Hierbij volgt Leo de Brouwer Eduard op als Hoofdman

In vaders plaats ingekomen in het gilde: 26 juni 1965.
Op de Annawaaj schoot Eduard zich tot koning en maakte hij zich onsterfelijk door een koningsschild aan het juweel toe te voegen. Met het rake schot van Eduard was de functie van hoofdman weer vacant. Met verloren maandag had Eduard de functie van Hoofdman van het gilde aanvaard.
Koning geschoten: 1981


Koningsschild Eduard van Puijenbroek | goud & zilversmid Paul Hoogendoorn


1981 - Schenking moedervaan door Ruud van Puijenbroek
Voorafgaande aan het koningschieten komt Ruud van Puijenbroek tijdens het inschieten samen met zijn vrouw het nieuwe Moedervaan brengen.
Tijdens de Koningsmis werd het vaan ingezegend door Pastoor Gerard Jansen, pastoor van de Maria Boodschap.
ontwerper van het moedervaan: Ad Verhagen, Abcoven.
Het oude vaan was tot op de draad versleten. Het restauratie-atelier van het gemeentelijk Archief heeft het vendel gerestaureerd. Momenteel is het vendel vervat in een lijst en bevindt het zich in het Gildehuis Hof van Holland.


De koning Ton Bruers betreedt, op sokken, kruislings het moedervaan.


Ruud van Puijenbroek met zijn vrouw Truud bij het overhandigen van nieuw vaan


1980 - Gevolgen statuten
Met het verkrijgen van de statuten veranderde de eeuwen oude structuur van de overheden.
Voor de invoering van de statuten kende men de volgende functies: Een hoofdman, een 1e Deken, een 2e Deken (zittende en staande deken) en de Koning.
De Dekens werden op toerbeurt aangesteld en de koning werd geschoten. Bestuursleden moesten via schriftelijke stemming gekozen worden. Een functie verpachten of verschieten was verleden tijd.
De koning verliest zijn status als volwaardig bestuurslid. De koning mag de vergaderingen bezoeken maar heeft geen stemrecht.
Tevens wordt er een secretaris (schrijver) en penningmeester benoemd. Drik Vermeer was de laatste Knecht volgens de oude kaert. De knecht was geen lid van het Gilde. Die werd voor zijn werkzaamheden betaald.


1979 - Statuten
In de 'Kaerten' van de Gilden zijn de reglementen en keuren vastgelegd. Door aangepaste regelgeving waarin de Gilden als rechtspersoon worden gezien moeten alle gilden hun reglementen in statuten vastleggen en deponeren bij een notaris.
Op 19 januari 1979 worden de statuten van het gilde Sint Joris gepasseerd bij Notaris Hoekx te Tilburg. Hiermee verliest 'de Kaerte' zijn oude status. Er wordt een huishoudelijk reglement geschreven welk de naam 'de Kaert' gaat dragen. Hierin worden de eeuwen oude regels en keuren opnieuw omschreven. Wat niet in overeenstemming met de statuten is te omschrijven werden in de kaert omschreven.
Eduard van Puijenbroek, Leo de Brouwer en Sjef Hoogendoorn stellen samen met het bestuur de kaert op.

In de Algemene Ledenvergadering worden statuten en huishoudelijk reglement goedgekeurd.
In 1990 worden de statuten herzien en aangepast.
Hoofdman: Piet Brock
Koning: Leo de Brouwer


1978 - Gilden-congres in Goirle
Het eerste Gilden-congres voor de Gilden die aangesloten zijn bij de Nederlandse Federatie van Schuttersgilden of de Hoge Gildenraden van België wordt door gilde St. Mauritius in Goirle georganiseerd.
Jos van Broekhoven, de vaandrig van St. Mauritius, heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Jos van Broekhoven heeft zich altijd grensoverschrijdend ingezet voor de Brabantse gilden.
Dit congres was een groot succes waardoor er vele congressen in de jaren daarna volgden.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1978 - Standaardrijder Simon de Brouwer
O 1934 Simon de Brouwer J.zn - |x 1959| -O 1936 Henrica van Dijk
Ingekomen in het gilde als standaardrijder en zijn inkomgeld voldaan: 8 januari 1978.
Simon heeft altijd zijn paard laten weiden op de Annawaaj.

Op verloren Maandag 1978 is Simon de Brouwer als standaardrijder 'ingebôond'. Simon is geboren en getogen op Abcoven, tegenover de Meulenèkker. Zoon van Jan de Brouwer, kassier van de Boeren Leenbank. Jan de Kas, kantoorhoudend in de voorkamer van de toenmalige boerderij op Abcoven. Het padje (het oude traject naar de Abcovensedijk) over de huidige voortuin van Simon is de oude verbinding van de kerk naar de Pèèp en het Veestraotje. De Abcovenseweg is verplaatst waardoor het padje is komen te vervallen.


Standaardrijder Simon de Brouwer voor het Heemerf de Schutsboom


Simon meej 'n Bèls pèèrd van Cees Broek.


de standaardrijder op het toernooiveld


1978 - 't Pastôrieke
't Pastôrieke aan de Rielseweg
Dit huisje toonde overeenkomsten met het Smiske.. Vroeger lag het aan dezelfde weg.


't Pastorieke op 't Ven aan de Rielseweg


Bron: Sjef Hoogendoorn

1977 - Koningschieten. Leo de Brouwer
Leonardus Cornelis Maria (LeoQ525) de Brouwer -6-st.J. is geboren op 22-07-1933 in Tilburg, zoon van Adrianus Henricus Antonius de Brouwer en Cornelia Johanna Maria Roessel.
Q525 trouwde, 26 jaar oud, op 10-05-1960 in Tilburg met Anna Cornelis Maria (An) Koks, 26 jaar oud. An is geboren op 23-11-1933 in Tilburg.
Notitie bij Leo: Leo De Brouwer is lid van het gilde St. Joris
ingekomen en zijn inkomgeld voldaan 7 augustus 1971
Koningschieten 1977.
Als Leo voor de 2e maal naar de koningsvogel schiet Weet Leo hem goed te taken. na 1x gelost te hebben schiet Leo zich tot Koning. Aansluitend aan zijn koningschap zal hij vele jaren het gilde een richting induwen als hoofdman.


koningsschild Leo de brouwer | goud & zilversmid Paul Hoogendoorn


Handwassing Jos Brock | Leo de Brouwer. Hoofdman


1977 - Beeldmerk Sint Joris
Sjef Hoogendoorn tekende in 1977 het beeldmerk voor het gilde (inkttekening. Het gestileerde logo wordt gebruikt op correspondentie en drukwerk.
De getekende St. Joris naar het beeld van St. Joris die de draak overwint stamt uit dezelfde tijd.
Het beeldmerk verbeeldt de strijd van Sint Joris tegen de duivel der hellen. De strijd tussen het goed en het kwaad.
Het blijkt millenniumproef. Ook in de 21e eeuw blijft het in gebruik.


Beeldmerk van gilde Sint Joris Goirle


beeldmerk van gilde Sint Joris Goirle


1977 - Pastoor Pessers
O 1907 Leo Wilhelmus Joannes Pessers † 1982 -

Oktober 1977. De bouwpastoor van de parochie Maria Boodschap gaat na 37 jaren met emeritaat. Leo Pessers wordt opgevolgd door Gerard Jansen. Een broeder van Mill Hill.
Pastoor Leo Pessers verlaat Goirle, hij gaat in de Tuinstraat in Tilburg wonen. Gerard Jansen wordt de nieuwe Gildeheer.
Pastoor Pessers werd met gilde-eer begraven op het kerkhof van Maria Boodschap.


pastoor Pessers tijdens de overdracht van de parochie aan Gerard Jansen


1977 - Zilveren priesterfeest Jan Brock
Johannes Adrianus Josephus (Q493) Brock is geboren op 03-03-1926 in Goirle, zoon van Johannes Josephus Brock en Gertruda Wilhelmina Maria de Brouwer. Q493 is overleden op 14-04-2003 in Erwitte (Duitsland), 77 jaar oud.
Notitie bij Jan: Lid van het gilde Sint Joris.
ingekomen en zijn inkomgeld betaald 28 april 1931
Zijn doodschuld voldaan bij overlijden.
Jan is in Eikeloh (Duitsland) begraven. Op Sparrendaal (Helvoirt) is een herdenkingsdienst gehouden
Jan heeft nooit het contact met het gilde verloren. Verschillende malen is St. Joris in Duitsland geweest en andersom.
Jan Brock; pater Brock geboren in buurtschap Abcoven ’t Huufje.
15 augustus 1952 deed de neomist Pater Jan Brock. Scheutist, zijn eerste H. Mis in de parochiekerk St. Jan Goirle.
Ter gelegenheid van de 1e Mis legt de buurtschap geld uit om een veldkruis te plaatsen op hoek v. Haestrechtstraat / Abcovenseweg. Het Maoske liep 5 meter achter het kruisbeeld naar de Leij naast de Leeuwenhoef.
Jan is naar de Congo vertrokken en om gezondheidsredenen terug gekomen. Het leven in een congregatie paste Jan niet nadat hij het vrije leven gewend was in de parochie als 'veldwerker'.
Jan vertrok naar Duitsland om werkzaam te zijn in de Parochie Erwitte. Jan was verbonden aan het ziekenhuis (Erwitte) , later werd hij pastoor van een aantal buurtgemeentes.







Ingekomen in het gilde en geen inkomgeld betaald. Er heeft geen balloteren plaatsgevonden. Jan heeft altijd de band met het gilde onderhouden. Was Jan in Goirle dan was hij in Hof van Holland om met het gilde bij te praten.

Op 15 augustus 1952 deed de neomist Pater Jan Brock, Scheutist, zijn Eerste Heilige Mis in de parochiekerk van St. Jans Onthoofding. Ter gelegenheid hiervan heeft de buurtschap Abcoven een wegkruis geplaatst. In augustus 1977 viert Pater Brock zijn zilveren priesterfeest in zijn parochie Erwitte in Duitsland. Ter gelegenheid hiervan trekt het gilde naar Erwitte en is te gast bij de schützenverein Erwitte. Hier wordt een vriendschapsband gesmeed met de parochie van Jan Brock die in 2003 komt te overlijden.


Pater Jan Brock. Scheutist


veldkruis op Abcoven | Jan Brock |


Veldkruis in 1952


1977 - Vijfhonderd jaar Noordbrabantse Schuttersgilden
Op 22 december 1977 opende in Eindhoven de tentoonstelling 'Vijfhonderd jaar Noord-Brabantse Schuttersgilden'. Een overzichtstentoonstelling van het materieel en immaterieel erfgoed van de Brabantse gilden. De koningsbreuk uit 1640 met de papegaai vormen een onderdeel uit de expositie.


1977 - Opening Heemerf de Schutsboom
Burgemeester Van den Wildenberg opende op 24 juni 1977 het hele complex.
Een jaar later krijgt de heemkundige kring ook korenmolen De Wilde achter het heemerf in beheer en wordt het geheel uitgebreid met molenpark en kinderboerderij. Heemlid Harrie Kanters wordt er de eerste vrijwillige molenaar.
In de 19e eeuw is het Heemerf de thuisbasis geweest voor het gilde Sint Joris. Naast de gelagkamer was de gildekamer, achter het café lagen de doelen.


De Goirlese gilden komen binnen


Burgemeester van den Baar - Burgemeester van den Wildenberg - Burgemeester van den Elzen - Hoofdman Leo de Brouwer.


1977 - Koningschieten schuttersgilde Sint Joris Goirle
Wellicht het mooiste feest binnen het gilde is ongetwijfeld het rijk aan tradities zijnde koningschieten. Een stille getuige hiervan is ons zeer rijke 'juweel' (koningsvest) wat we bij iedere gelegenheid trots meevoeren. De oudste schilden dateren van 1610, de koningsschilden van voor die tijd zijn op een raadselachtige manier uit Goirle verdwenen. Het gilde moet toentertijd een aanzienlijke zilverschat in haar bezit gehad hebben, gezien het feit dat in 1616 een proces gevoerd is door ene pastoor van Dun, Deken van de 'schutterije van den edelen ridder St. Jorijs' te Goirle, tegen borgemeester Jan Hoosmans die in 1588 het gildezilver 'verkoopt' om de achterstallige belastingen van Goirle te kunnen voldoen.
Volgens de caerte moet: 'Item soo wie Coninck is die sal schuldich sijn dat juweel te verbeteren met een half loot silver dies sal hij dat jaer vrij sijn van alle costen' Aan deze voorwaarde is niet altijd voldaan. Enkele 17e eeuwse schilden zijn door latere koningen geschonden doordat ze gewoon hun naam en het jaar waarin zij koning schoten in de oude schilden krasten of met een priem erin sloegen. Mogelijk is dit een bewijs dat het gilde ook slechtere tijden gekend heeft waarin men de aanschaf van een zilveren schild niet kon permitteren, echter het lijkt er meer op dat men respectloos een bestaand koningsschild toegeëigend heeft.
Het koningschap heeft door de eeuwen heen altijd naast de rechten, ook plichten gekend die in de caerte en reglementen waren vastgelegd. Samen met de hoofdman en de twee Dekens regeert de koning het gilde gedurende de periode dat hij koning is.Ook is de koning verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in de doelen en onder de schutsboom. Een recht van de koning is dat hij het juweel met papegaai mag dragen. Daarnaast is er de verplichting om het juweel te verrijken met een zilveren koningsschild. Is de koning afwezig dan mag het juweel alleen door een oudkoning worden gedragen.
Naast de koning kennen we ook een 'eendekoning' welke ieder jaar geschoten wordt tijdens het sluiten van de doel. Hiervoor wordt in de doel een eend (dood uiteraard) opgehangen aan een touw waarin een rond houten plaatje op drie punten is opgehangen. Degene die het plaatje doorschiet zodat de eend valt is eendekoning en vrij van het laatste gelag. Ook wordt de eendekoning geëerd waarbij hij van de kastelein een sigaar met borrel ontvangt.
In de caerte zijn een aantal artikelen die handelen over het koningschieten opgenomen. Uit de informatie van caerte en reglementen blijkt dat er door de eeuwen heen niet veel veranderd is. De rechten en plichten omschreven in de caerte zijn nog altijd duidelijk herkenbaar.
Tot 1977 werd om de zes jaren koning geschoten, Tegenwoordig, in overleg met gilde St. Mauritius, is bepaald dat om de vier jaren koning wordt geschoten.Tot de twintiger jaren van de vorige eeuw werd de koning geschoten met een voetboog op een schutsboom van 20 tot 23 meter hoog.De hoogte van de schutboom is gelijk gebleven maar de voetboog is ingeruild voor de kolfboog of sintjansboog.
Hier volgt de huidige gang van zaken tijdens het koningschieten.

In de vroege morgen trekt de standaardrijder, Simon de Brouwer, te paard door het dorp om de gildebroeders te wekken met een bazuin, zodat de schutters op tijd in het gildehuis aanwezig kunnen zijn. Voor deze dienst is iedere gildebroeder aan de standaardrijder een 'zilverstuk' (gulden) verschuldigd, het welk hem persoonlijk bij het wekken moet worden overhandigd. Samen met het zustergilde St. Mauritius trekt men naar de kerk van Maria Boodschap voor een eredienst opgedragen aan alle overleden en levende gildebroeder van het gilde. Bij aankomst aan de kerk zijn de deuren gesloten. Onder tromgeroffel klopt de vaandrig, Toon van den Hout, drie maal tegen de kerkdeur ten teken dat het gilde gearriveerd is en door de pastoor kan worden ontvangen.De celebrant, de pastoor' opent de kerkdeuren en verwelkomt het gilde St. Joris. Met slaande trom en vliegend vaan betreden de gilden en gasten het kerkgebouw. Tijdens de consecratie draait de vaandrig het vaan en roeren de tamboers de trom.
na afloop van de H. Mis legt de hoofdman namens alle gildebroeders en zusters de gilde-eed af op het vaandel door driemaal links en driemaal rechts over de kerkelijke overheid te zwaaien. Buiten, waar de harmonie staat aangetreden, brengen de vendeliers de vendelgroet aan de aanwezige overheden waarna de harmonie O&U het Wilhelmus ten gehore brengt.
Nu volgt de feestelijke afmars naar de 'Anna-weide' waar de schutsboom voor het eigenlijke koningschieten. De standaardrijder gaat in slangenvolte reeds vooruit tot aan de schutsboom , trekt één maal rond de de boom om vervolgens terug te keren naar het oprukkende gilde. Dit herhaald zich driemaal en dient om de weg te banen voor het optrekkende gilde. Als het gilde bij de schutsboom aankomt, trekt de gehele optocht één maal rond de schutsboom. Het Gilde St. Joris trekt driemaal rond de boom om d'n duuvel uit de boom te jagen!
Onder leiding van de aftredende koning wordt de boom onder trommelgeroffel gestreken en de 'gouden' koningsvogel geplaatst. De schutters scharen zich rond de boom en de hoofdman bidt een 'Onze Vader' om een eerlijke strijd af te smeken en alle kwade geesten uit de boom te verdrijven, aansluiten wordt één minuut stilte in acht genomen ter nagedachtenis aan alle overleden gildebroeders.
De scheidende koning legt zijn zilver af en het koningsvest wordt aan de schutsboom gehangen ten teken dat het koningschap vrij is en er naar geschoten kan worden. De strijd wordt ceremonieel geopend door drie schot door alle aanwezige overheden, als laatste schiet de hoofdman Leo de Brouwer samen met de oud-koning Piet Brock 3 pijlen. Alle aanwezige onder de schutsboom, met uitzondering van de schutters van St. Joris, nemen plaats op een veilige afstand. zodat de eigenlijke strijd kan aanvangen. Na een kort woordje heeft de hoofdman de strijd vrij en vrijwel onmiddellijk daalt een pijlenregen neer.
Tijdens de strijd heeft de hoofdman de leiding en controleert of er geen onrechtmatigheden plaatsvinden, hierbij wordt hij geassisteerd door de oud-koning. Het lossen van de vogel gebeurt op initiatief van de hoofdman, het eigenlijke lossen van de papegaai, de spie omhoog halen, is het werk van de oud-koning.
Als de vogel valt moet iedereen direct het schieten staken en hun pijlenrapers oproepen de bouten die geschoten zijn te laten liggen om duidelijk uit te maken wie de vogel geschoten heeft bij een eventueel geschil. Als meerdere schutters het schieten van de vogel opeisen is er een oude regel van toepassing. De pijl (bout) die het dichtst onder de boom ligt heeft de vogel het beste geraakt zodat alle energie eruit is en dus recht naar beneden valt. Veelal is het wel duidelijk omdat de schutter zijn bout door het vizier volgt. Als de vogel gevallen is en de koning bekent is volgen een aantal eeuwenoude rituelen.
De hoofdman vraagt aan de gildebroeder die de vogel heeft geschoten of hij bereid is het koningschap met al zijn rechten en plichten te aanvaarden. Bij een bevestigend antwoord gaat de gilde-overheid in beraad of er eventueel beletsels zijn om de koning te kunnen aanvaarden. Ook kan het één maal het koningschap worden afgekocht met een vat bier. dan wordt de papegaai opnieuw, met tromgeroffel, op de boom gezet en wordt er opnieuw gestreden om het koningschap. Zijn er geen beletsels en het koningschap wordt aanvaard dan volgt het installeren van de koning met het omhangen van het juweel (koningsvest).
De koning wast zich de handen in een kom water ten teken van een zuiver geweten en betreedt het op de grond uitgespreide moedervaan onder het roeren van de trom en het presenteren van de vendels. Met het offreren van 1 gulden kan men de erewijn afnemen en toosten op de nieuwe koning. Degene die het eerst de boodschap ten huize van de koning aan de huisgenoten meldt, kan als loon één gulden ontvangen. Als afsluiting brengt de harmonie een serenade onder de schutsboom, die wordt afgesloten met het volkslied.
Nu volgt het voorstellen van de koning aan het kerkelijk- en wereldlijke gezag, alsmede het presenteren bij de beschermheer van het Gilde Sint Joris en het zustergilde Sint Mauritius. Als laatste trekt de optocht naar het gemeentehuis voor de ontvangst bij de burgemeester, op alle plaatsen wordt de erewijn geschonken na het brengen van de vendelgroet door de vendeliers en tamboers.
Na alle officiële plichtplegingen trekt het gehele gezelschap inclusief de harmonie naar het gildehuis Hof van Holland waar bij aankomst speciaal voor de koning de vendelgroet wordt gebracht. Wat nog moet gebeuren is het traditionele' vat bier', geschonken door de nieuwe koning, samen leegmaken.

De tweede dag komen alle gildebroeders en zusters weer bijeen om samen met het zustergilde en harmonie de nieuwe koning te gaan afhalen voor het ontbijt en het prijsschieten op de drie vogels. De koning krijgt het zilver definitief omgehangen en de harmonie brengt een serenade. Het teermaal volgt en gezamenlijk wordt daarna de tocht ondernomen naar de schutsboom. Ook nu wordt drie maal rond de schutsboom getrokken voor de drie vogels op de staak worden geplaatst. Drie vogels; Drie prijzen in de vorm van tinnen schotels. De vogels moeten naar de toren van St. Jan worden gericht, de vogel welke het dichtst bij het haantje van de toren staat is de 1e prijs. De hoofdman en de koning schieten ieder 3 bouten waarmee de strijd is geopend.
Zijn de vogels geschoten dan volgt de prijsuitreiking onder de boom die wordt beëdigd met het schenken van de erewijn. In optocht wordt vertrokken naar het gildehuis Hof van Holland waar in besloten sfeer het feest wordt doorgezet. De speelman komt er niet meer aan te pas maar gezongen wordt er nog steeds en daarom wordt er ruimhartig de kelen gesmeerd.
In de toekomst zal nog menigmaal een koning geschoten worden maar toch zal dankzij de nieuwe wetgeving op de verenigingen, waaronder men in den Haag de gilden kwalificeert, een stuk eigen identiteit van 'de guld' verloren gaan. De wetswijziging is een directe aanslag op het eeuwenoude koningschap. De koning heeft geen enkele bestuurlijke zeggenschap meer, enkel een adviserende taak is wat rest. Dit mag echter geen belemmering zijn om telkens om de vier jaren het koningschieten met al zijn bourgondische zwier te laten doorgaan met al zijn mooie tradities die eigen zijn aan het gilde.

Sjef Hoogendoorn 1977


Bron: 1977 Sjef Hoogendoorn

1976 - Lotschieten
De naam van het instrument wat bij het lotschieten werd gebruikt is niet meer bekend. Laten we het instrument de naam van 'stalen puntenrij' geven. Op de puntenrij zijn cijfers aangegeven voor het aangeven van het aantal punten. Bij het lotschieten werd geen blazoen gebruikt. Men schoot op het 'wit' van de kleibak. Het 'wit' is het midden van de doel.
Had men de pijlen geschoten dan hing men de puntenrij in de bak en draaide daarmee tot een pijl in de uitsparing van de puntenrij valt. Zo bepaalde men het aantal punten en het lot.
Het lotschieten is naast het koningschieten de oudste traditie waar een kruisboog aan te pas komt. In de kaert uit 1569 wordt het lotschieten omschreven: Een lot is een zestal schutters die een dag kregen aangewezen waarop zij in de doel; 'daer te schieten naer den witte'. Drie maal per jaar moesten zij op de voorschreven dag aanwezig zijn. Er werd geschoten vanaf de zondag na Pinksteren tot de zondag na St. Bamis. Voor het geschoten aantal punten vast te stellen werd een meetlat in de vorm van een wijzer gebruikt (papier of karton voor blazoenen werd niet gebruikt en bestond ook nog niet).
Tegenwoordig wordt door loting de twee groepen schutters bepaald. Bij een ongelijk aantal wordt de schutter met het hoogste lot als dam gerekend (dubbele punten). In een linnen zakje worden penningen bewaard met de nummer 1 t/m 42 (in kaert is het aantal leden bepaald op 42)
Alle schutters trekken een lot. De hoogste punten schieten tegen de schutters met een laag nummer. Na 6 schoten wordt een pauze ingelast om de keel te smeren. Na 12 schoten is de winnende groep bekend. De verliezers geven de winnaars een consumptie.
Er wordt vier maal per jaar voor het lot geschoten.


De knecht Drik Vermeer gaat met de 'nummerkes' rond


Stalen puntenrij voor de puntentelling


Schutter oefent in het schijfschieten Delft 1622


1976 - Vendeliers
In de vergadering van Verloren Maandag 1976 werd besloten een gekostumeerd vendelierkorps te stichten.
Met het openen van de doelen in 1977 stond een groep van vijf gekostumeerde vendeliers ondersteund door 2 tamboers te vendelen.
Vendeliers: Jan Kloks, Cees Kloks, Jan Poos, Sjef Hoogendoorn, Paul Hoogendoorn.
Tamboers: Wim van Dijk en Toine van Dijk.
Rond 1960 komt de eerste vendelier bij het gilde in de persoon van Cees van Dijk. Cees was gekleed als bij een sportvereniging. Witte boek met wit overhemd en sportschoenen.
Hoofdman: Piet Brock
Koning: Cees Brock


de vendeliers van Sint Joris


1976 - Mijn eerste vergadering bij de guld op Verloren Maandag 1976
Verslag van de eerste vergadering welke ik mocht bijwonen bi het gilde St.Joris te Goirle
Verloren Maandag 13 januari 1976.
dit verslag is op 14 januari geschreven

De vergadering begon een half uur later dan was aangekondigd. Één deken was bij aanvang van de vergadering nog niet aanwezig, en de andere Deken zat tussen de gildebroeders in de plaats van aan de bestuurstafel die in een hoekje van de zaal stond opgesteld.
De Koning voerde een verhitte discussie met de gehele vergadering over consumptiebonnen van een jaar oud wat betreft hun geldigheid.
Toen de gildebroeders allen zaten duurde het nog vijf minuten voor de Hoofdman was uit geruzied en dus de vergadering kon openen met de christelijke groet; “Gelooft zij Jesus-Christus? met hierop volgend een mompelend “in alle eeuwigheid Amen?, door de voltallige vergadering.
De vergadering begon met het voorlezen van de notulen van de vergadering van het voorgaande jaar.
Van de genomen besluiten was niets terecht gekomen. Hierna volgde het financieel jaarverslag door de Hoofdman. Hierbij bleek Mevr. Kloks een bloemetje ontvangen te hebben van het respectabele bedrag van fl. 1150,00. Bedoeld werd fl. 11,50. Hiermee was tevens het grote negatieve saldo opgelost. Na veel harrewarren en over en weer roepen kon het financieel verslag worden goedgekeurd.
Hierna volgde een twijfelachtig reisverslag (treinreis) gecomponeerd door de Hoofdman. Na voorlezing, met veel problemen omdat de Hoofdman zijn eigen schrift blijkbaar niet kon lezen, kwam de ontbrekende Deken binnen met het totale “Rome-reisverslag?. Na voorlezing van dat verslag stelde de Koning dat het allemaal onzin is dit voor te lezen, daar hij toch niet naar Rome was geweest en het hem geen lor interesseerde. Toen werd de Deken op zijn beurt kwaad en dreigde de vergadering te verlaten. Hij verweet de koning dat hij altijd “de kont tegen de krib gooide?, en alles afbrak wat andere goed bedoelden. Toen was het de beurt aan de Koning om nog bozer te worden, deze legde een gulden op tafel om zijn doodschuld te voldoen. Dit incident werd door de voltallige vergadering gesust middels veel hard roepen en schreeuwen.
De vergadering werd voortgezet, wel moet worden opgemerkt dat de rondvraag de gehele vergadering lang duurde omdat er geen agenda was of niet gehanteerd werd. Dit viel uit de vergadering niet op te maken.
Op een gegeven moment kwam het onderwerp vendeliers ter sprake. Wat dit onderwerp betreft is te melden dat een commissie van ondeskundigen in het leven is geroepen die de eerstkomende vergadering (weer over een jaar) verslag zal doen van hun bevindingen. Tijdens dit onderwerp liep de voltallige vergadering inclusief het bestuur door de gehele zaal en café.
Nu de eigenlijke rondvraag. Tijdens dit luidruchtig spektakel presteerde het iemand om het zustergilde van de “Tolstaok? om de twee minuten de hemel in te prijzen.
Hierop volgde vanzelfsprekend veel hard roepen en schreeuwen van alle aanwezige gildebroeders, inclusief kastelein en bestuur welke het met de geleende voorzittershamer van de Twaalf Apostelen niet rustig kon krijgen.
Tijdens de rondvraag bleek dat een Belgisch gilde een aanbod had gedaan voor een gemeenschappelijke kolfdag. Deze verzoeken blijken altijd aan een bepaald lid te zijn gericht en nooit aan het bestuur. Het resultaat laat zich raden! Hard roepen, schreeuwen en wederzijdse verwijten.
Het slot was chaotisch en na de sluiting van de vergadering door de Hoofdman werd er gewoon doorvergaderd zowel in het zaaltje dan wel in het café aan de toog en biljart.
En toch geloofde iedereen nog steeds voor “alle eeuwigheid in Jezus Christus. AMEN.
Er blijft echter één vraag? Waar komt toch dat woord gildebroeder vandaan????????

Dit is een op waarheid berustend verslag, daar ik zelf aanwezig was.
Mijn eerste kennismaking met de vergadertechniek van het Gilde St. Joris Goirle

J.P.J. Hoogendoorn


Bron: Sjef Hoogendoorn

1976 - Petrus Verhoeven 1729 - 1816
Catalogus: Petrus Verhoeven 1729 - 1816
beeldhouwer uit de laatste periode van de schuurkerken.
auteur; G. Lemmens
uitgever: Museum voor Religieuze Kunst | 1977 |v
NaTeodoor van Tulder, die in 1970 in 's-Hertogenbosch herdacht werd, is Petrus Verhoeven de tweede barok-kunstenaar uit Noord-Brabant aan wie in zijn geboorteplaats een 'eenmanstentoonstelling' wordt gewijd.
Petrus Verhoeven leefde en verbleef, in tegenstelling tot andere collega beeldhouwers, zijn leven lang in Uden waar hij als ambachtsman zijn werkplaats had. Zijn opdrachtgevers waren de katholieke parochies in Brabant. Veel heiligenbeelden die hun plaats vonden in de schuurkerken van Brabant. Het grote werk is minder bekend. Toen de tentoonstelling in 1976 werd ingericht was het werk van Petrus Verhoeven in Goirle niet bekend.
Het monogram op het beeldhouwwerk van 'Sint Joris te paard die de draak overwint' verraad de maker. Werk van een dergelijke omvang als het Goirlese beeld is van Verhoeven niet bekend.
Ook de gepolychromeerde beelden van Petrus en Paulus in de kerk van Sint Jan Goirle zijn toegeschreven aan Petrus Verhoeven.


Catalogus tentoonstelling Petrus Verhoeven.


1975 - Gildezuster
In de zeventiger jaren treden de eerste vrouwen toe tot de Brabantse gilden. De emancipatie van de vrouw heeft hier een belangrijke rol in gespeeld.
Dit leidt tot heftige discussies binnen de Brabantse Gilden die anno 2009 nog niet is verstomd.
Op 14 april 1975 wordt Nel de Jong- de Brouwer als eerste Gildezuster bij het Gilde St. Joris 'ingebôont'.
Nel was de dochter van Jaon de Brouwer en de zus van Jan en Jos de Brouwer.
Gildeheer: Gerard Jansen.
Hoofdman: Piet Brock.


1975 - Arnold van Erven uit het Wiltènd
Boerderij Arnoldus van Erven in het Wildènd

We staan voor het wijkcentrum de Wildacker in het Wildènd, voorheen de boerderij van Arnoldus van Erven ( 1809-1990) die getrouwd was met de in Alphen geboren Agnes de Jong (1919-1995). Met de gemeentelijke uitbreiding van Plan West in de zestigerjaren was de boerderij omsloten geraakt door woningbouw. Voor die uitbreidingen had de gemeente Goirle de grond nodig om hun plannen te realiseren.
Na 300 jaar verliet de familie van Erven de boerderij om op de Smaldijken aan de Zààndschèl het bedrijf door te zetten. Het zou de laatste generatie zijn van een boerengeslacht die eeuwen het gezicht had bepaald aan het Wiltènd.

We gaan 350 jaar terug in de tijd en staan voor dezelfde boerderij. Links van de weg staat een drietal huizen richting de Dorpsstraat. Naast de boerderij in de Wilt loopt het ‘Krèùspèdje richting de kerk waarlangs later tijdens een zwaar omweer een passant zou worden dood gebliksemd.
Rechts van de boerderij belanden we in de ‘gemeijne gronden’ met de Rielsedijk als verbinding via het ‘Hôogènd’ naar Riel.
We draaien ons om richting ‘Hôogènd’ en kijken uit over ‘de Herstalle’ met in de verte de herberg van Peter Daemen (Q129 | 1769-1839) en Maria Luijten (1769-1845). In de Herstalle stond ook de schutsboom van St. Joris als een vingerwijzing in de lucht priemend.
Ooit was een groot deel van dit gebied het bezit van het Gilde St. Joris. Na de vrede van Munster (1648) werden de bezittingen van de Guld, net als de kerkelijke goederen, geconfisqueerd en hield een belangrijke bron van inkomsten op te bestaan. Op 30 september 1660 gaf dominee Gerardus Lemannus een deel van de gronden terug, waaronder de Guldèkker aan d’n Doelendijk. Vele jaren later zou daar de inmiddels alweer afgebroken kerk van de H. Geest gebouwd worden.
Om enigszins een beeld te hebben van de omgeving is voorgaande inleidingmogelijk bedoeld. De Familie van Erven is diep geworteld in de Goirle gemeenschap en kende twee takken. De Abcovense tak met als stamvader Jan Thomas van Erven (1665-1710). De tweede tak van Egidius Aert van Nerven (Ø 1635- >1689) heeft zijn wortels diep in het Wiltènd.
In 1670 trouwde Egidius Aert Lenaert van Nerven in de Goirlese St. Jan met Willemijnken Cauwenberghs, beiden geboren en getogen in Goirle. Van Nerven zal zich in de tijd laten schrijven als van Erven. Hun kleinzoon Arnoldus van Erven vinden we op het einde van de 17e eeuw als eigenaar van de boerderij in het Wiltènd. Na 5 generaties en 250 jaren zal de familie de boerderij verlaten omwille van de uitbreidingsdriften van de toenmalige bestuurders.

In de huizenlijsten van 1790 vinden we Arnoldus van Erven als eigenaar van twee boerderijen. Als eerste de boerderij aan het Wiltènd en als tweede de boerderij tegenover de kerk van St. Jan. De tweede boerderij zal uiteindelijk in ± 1965 worden gesloopt. Deze was in eigendom van Gildebroeder van Piet Brock (Q460) die in 1945 getrouwd was met Jo van Erven, de dochter van Janus van Erven en Anna van de Pol.

Arnoldus van Erven (1750-1823) was in 1779 getrouwd met de uit Weelde afkomstige Maria Catharina de Bont (1752-1821). Zij kregen 8 kinderen waarvan er vier al zeer jong kwamen te overlijden.
Hun zoon Peter Cornelis (1787-1853) die getrouwd was met Johanna van Raak (1777-1861) erfde de boerderij aan de toenmalige Kerkstraat.
De dochter Catharina van Erven (1789-1827) trouwde op 36 jarige leeftijd in 1825 met de uit Gilze en Rijen afkomstige Gerardus Bruers. Het eigendomsrecht blijft echter binnen de familie Van Erven. Na het overlijden van Catharina komt de zoon Arnoldus (1825-1890) van Peter van Erven en Johanna van Raak op de boerderij in ‘de Wilt’. Hij zal alles in eigendom verwerven.
Arnold van Erven was in 1852 getrouwd met de in Goirle geboren Elisabeth Willemse. Elisabeth was de dochter van Jan Willemse en Adriana Kleijsen. Zij kregen 5 kinderen waarvan er 3 dochters waarvan op 9-jarige leeftijd Antonia komt te overlijden. De dochter Johanna (1855-1927) blijft ongehuwd en Petronella (1853-1931) trouwde in 1889 de in Tilburg geboren Adriaan Priems. De zoon Peter Cornelis(1867-1920) was getrouwd met Adriana van der Pol, dochter van Michiel en Helena van de Pol- Boogers. De in 1861 geboren zoon Johannes Adriaan (Jan) zal later op de boerderij komen.
Jan was nog ongetrouwd en werkte thuis in de boerderij als zijn vader Arnoldus komt te overlijden. Elisabeth Willemse is dan al 18 jaar overleden. Johanna (1855-1927) die ongehuwd zou blijven woonde samen nog met Jan op de boerderij. In 1896 trouwde Jan met Antonetta Schellekens, de dochter van Gerard Schellekens en Adriana Vermeulen, beiden afkomstig uit Poppel. Jan zal het boerenbedrijf van thuis aan het Wiltènd voortzetten als buurman van het Gilde St. Joris dat de gronden waaronder ‘de Guldèkker’ tegenover de boerderij had liggen.
Na hun huwelijk in 1896 kregen ze de boerderij in eigendom. Zij waren de 5e generatie die op die plaats boerden. Zij kregen 6 dochters waarvan 2 kinderen jong kwamen te overlijden. Cornelia trouwde met Cornelis van Roessel, Catharina met Antoon de Jong zwager van Arnold, Fien met Bernard Hesselmans en tenslotte trouwde Johanna met Alphons Rijvers.

Arnoldus Johannes van Erven (1909-1990) zou als enige zoon het boerenbedrijf doorzetten. Hij trouwde in Alphen met Agnes de Jong (1919-1952) de broer van Catharina. Arnold en Agnes zouden kinderloos blijven.
Ondertussen rukte de bebouwing rond de boerderij op. Plan West was gebouwd en de ‘pastoorstraten’ verbonden Plan West met de Dorpsstraat. Het gevolg was dat de gemeente Goirle aanklopte voor verplaatsing van de boeren bedrijf. Ook dit boerenbedrijf is inmiddels ingehaald door de tijd en heeft plaatsgemaakt voor het industrieterrein Tijvoorde.
Arnold en Agnes komen tot overeenkomst en bouwen een nieuw bedrijf aan de Smaldijken. Dit betekende het einde van een generaties lange band met het Wiltènd. De boerderij kwam in het midden van de zestiger jaren leeg voor sloop, maar het liep anders!
Op dat moment was de stichting Ruimte, die het beheer voerde over gemeentelijke panden. Het Magies Sentrum was een experimenterende groep jongeren die in ‘d’n krullenbak bij Graardje Jaanse’ bij elkaar kwamen. De groep was op zoek naar ruimte, maar de achtergrond van de Flower Power hielp daar niet echt bij! Zo besloten zij tot ontbinding van de groep toen er geen ruimte te vinden was ondanks de weinig eisen die ze stelden. Tot hun grote verbazing werd het voorste deel van de boerderij toegewezen door het toenmalig gemeentebestuur. Een doorstart van het Magies Sentrum in de voormalige boerderij was het gevolg. De doorzetters van het eerste uur waren: Toon van Gestel, Nico Spijkers, Mai Spijkers, Harry Appels, Anita Jansen en Chretien de Rooij.
In de voormalige stal van de boerderij was Pietje van Boxtel met de zijnen, druk in de weer het wijkcentrum voor Plan West te realiseren. Dat toentertijd Wim van Boxtel wethouder was heeft zeker geholpen.
Uiteindelijk is het Magies Sentrum toch een stille dood gestorven. Echt stil was het ontruimen van het oude woongedeelte van de boerderij niet. Toen de gemeente het ‘Magies Sentrum’ sommeerde het pand te verlaten is alles nog kort en klein geslaan. De gemeente die toen nog een eigen technische diens hadden hebben de zaak hersteld en de ruimte is toegewezen aan het wijkcentrum die het oude bedrijfsdeel al in gebruik hadden.
Het gezichtsbepaalde beeld van de boerderij is gebleven.
Wijkcentrum de Wiltacker is al meer dan 40 jaren een trefpunt, niet alleen voor de wijk maar voor heel Goirle


© de Gôolse Schôol
Sjef Hoogendoorn

Bronnen:
Golse Genen.nl
Gôolse Schôol
huizenlijsten Goirle vanaf 1789
R.A.T.


Arnold van Erven in 't Wiltènd


Bron: Sjef Hoogendoorn

1974 - Eendschieten 'èndschiete'
Met het eendschieten worden traditioneel de doelen gesloten.
Op de laatste zondag van het schietseizoen trekt het gilde naar de kerk voor een eucharitieviering. Na de koffie met krentenbollen in het gildehuis wordt in de doel voor de kleibak een eend opgehangen aan een draad met een houten plaatje. De schutter die het plaatje doorklieft zodat de eend valt is Eendekoning.
In de doel wordt de eendekoning geëerd, een draagschild wordt omgehangen en de eendekoning krijgt van de kastelein een sigaar met een borreltje.
Eendschieten klink in de Gôolse taol als 'èndschiete'. Dit kan men op zijn beurt weer opnemen als eindschieten.

Art.14: Der aannemer der Guld zij het aflopen lot door de hovelingen en Gilden broeders een eind laten schieten waardoor hij zal ontvangen voor kooken met te leveren vrijje mostaard met gerief eenengulden alle Gulde broeders daar vertegenwoordig zijnde betaald zijn eigen gelag of hetgeen hij zal gebruiken.
In een oud reglement uit 1849 leren we dat het 'eend of `endschiete' al eeuwen moet hebben bestaan. In 1849 wordt door de Hoofdman Cornelis van Gorp de regels nog eens aangescherpt. Het is niet onmogelijk dat het origineel zo ver versleten was dat het opnieuw is overgeschreven en natuurlijk 'eigentijds' gemaakt. We spreken dan van een transcriptie.

Het reglement rept geen woord over de 'puntenrij' (zie 1976). Een ijzer met schaalverdeling en met een oog in het midden. Dit instrument moet zo vanzelfsprekend zijn geweest dat het niets toevoegde en daarom niet vermeld werd.


Het 'èndschiete'. Twee eenden hangen in de doel


Het Koning-ofte Gans-Schieten in de Confrerie binne Delft 1734


Wim van Dijk, èndekôning


1974 - Gildefeest georganiseerd door de Gilden Sint Joris en Sint Mauritius
Het gildefeest op de Annaweide in 1974 begon traditiegetrouw met een plechtige H. Mis. De mis werd opgedragen door monseigneur Felici, de pauselijk nuntius in Den Haag, geassisteerd door pastoor Pirenne en de prelaat van de abdij van Tongerlo.
Er waren 1700 gildebroeder verzameld die onder een brandende zon hun wedstrijden streden.
Van links naar rechts: Vendelier Sjef Hoogendoorn - Vendelier Paul Hoogendoorn - Pastoor Albert Pirenne - Nuntius Angelo Felici - Prelaat van de abdij.


Inkomst van de Pauselijke Nuntius Angelo Felici tijdens gildemis. Links pastoor Albert Pirenne.


1974 - Muldershuis een de Rielseweg
Woonhuis aan de Rielseweg voor de Molen van Couwenberg > ~1700
huis van Lenard Fouwenberg
Graard Bergmans wever - rondtrekken met mallemolen
zie 125 molen ens
van Roessel
sloop in 1973
or de opkamer kwam een kan een kan huisoffer


Möldershèùs aan de Rielseweg


cwws Robben en Jan Hoogendoorn in 't Smiske


Bron: Sjef Hoogendoorn

1971 - Koningschieten. Cees Brock
Johannes Cornelis (KeesQ432) Brock is geboren op 19-08-1895 in Goirle, zoon van Jan Cornelis (Jan) (Q392) Brock en Theodora Cornelia Donkers. Cees is overleden op 18-10-1981 in Goirle, 86 jaar oud.
Cees trouwde met Johanna Maria Wilhelmina (Anna) Spapens. Anna is geboren op 04-06-1889 in Goirle, dochter van Petrus (peter) (Q356) Spapens en Johanna Maria Appels. Anna is overleden op 18-10-1965 in Goirle, 76 jaar oud.
tijdens de kermis schoot Cees zich voor de 2e maal tot koning. Toen hij de 1e keer koningschoot was hij de jongste koning van het gilde. Toen hij voor de 2e maal de vogel naar beneden liet vallen was hij de oudste koning van het gilde.

Notitie bij Cees: Cees was lid van het gilde St.Joris
ingekomen 15 juni 1919 doodschuld voldaan bij overlijden 16-08-1981
koning geschoten 1920.
anekdote: Vader Jan Brock klaagde na het koningschieten dat hem dat ’n koej gekost had.
Cees trouwde met een kasteleindochter en werd zo de aannemer van het gilde.
Cees boerde wat op een stuk land wat hij geërfd had van zijn ouders, deed café en was ’bieboer’ (bijenhouder). Cees was ook een fervent jager.
Cees schoot 2e maal koning 1971.
2x Deken van het gilde: 1965 / 1934
Cees had tijdens de oorlog het koningszilver veilig bewaard in het dak van het kippenhok. Het gilde was 'ondergedoken' maar in het café ging het gewoon door.


koningsschild Cees Brock J.zn.


1965 Cees Brock onder de Schutsboom


1971 - Hoofdman Piet Brock
Petrus Cornelis (Q460) Brock is geboren op 07-12-1906 in Goirle, zoon van Jan Cornelis (Jan Q392) Brock en Theodora Cornelia Donkers. Piet is overleden op 17-11-2003 in Goirle, 96 jaar oud.
Piet trouwde, 38 jaar oud, op 18-09-1945 in Goirle met Johanna Adriana Petronella (Jo) van Erven, 38 jaar oud. Jo is geboren op 07-12-1906 in Goirle, dochter van Adrianus Johannes van Erven en Anna Maria van de Pol. Jo is overleden op 17-11-2004 in Goirle, 97 jaar oud.
Notitie bij Piet: gildebroeder. ingekomen 13 juli 1939. doodschuld voldaan bij overlijden
doodschuld voldaan bij overlijden en met gilde-eer begraven
Piet was Hoofdman van1971 tot 1981.
Piet kwam op de boerderij van zijn vrouw. Piet boerde aan de Kerkstraat. Heeft het bedrijf niet uitgebouwd. Is gesaneerd met ontwikkeling van oud-Goirle. Bergstraat - St. Jansstraat - Botstraat - Kerkhofpad -
Piet heeft jaren de melktoer gereden van ’het Riels booterfebriek’
Piet was een handige donder die met hout alles maakte.

In de vergadering van verloren Maandag 1971 wordt Piet Brock gekozen tot hoofdman van het gilde Sint Joris. Hij volgt zijn broer op die de functie van hoofdman 7 jaren had vervuld.

tak Piet Brock:


Piet Brock op hoge leeftijd


1971 - Koninklijke onderscheiding van Cees en Leonard Brock
Op 20 Juni l.l. zijn de Heren Cornelis en Leonard Brock,vanwege hun 50-jarig gildebroederschap bij het Gilde van St. Joris geridderd en is hun door de Wethouder Wim van Boxtel de koninklijke onderscheiding in brons op de borst gespeld. Voor zover mij bekend is dat iets unieks op gildegebied.
Bezat het gilde van St. Joris voorheen slechts één ridder, hun patroonheilige, nu heeft het er twee bij gekregen, wat een aardige reserve genoemd mag worden in een tijd waarin alles zwart-wit moet zijn en Sint Joris zelf misschien ook nog wel een kans loopt om van de kaart te worden afgevoerd.
Maar, alle scherts terzijde gesteld, de onderscheidingen zijn behalve voor de personen in kwestie ook zeer eervol voor het Gilde zelf.
Elke onderscheiding berust vanzelfsprekend op een of andere waardering, maar bij de onderscheidingen van een gildebroeder spreekt dat duidelijker en is de betekenis zinvoller, omdat het gildewezen eenmaal stoelt op het vrijheids- en op het oude ridderschapsideaal.
Ook het ingewortelde broedersideaal van de andere Sint Jorisleden en ook van die van de beide andere plaatselijke gilden, demonstreerde zich op dit feest op een schoon menselijke wijze. Het was een feest van echt ongedwongen samen zijn.
De gebroeders Brock waren zeer vereerd met hun onderscheiding en met de hun zo spontaan gebrachte vriendschapshulde, maar voor Cornelis Brock zat aan dat alles nog een extra betekenis aan vast. Hij vertelde mij namelijk, terzijde in de gelagkamer, dat hij door zijn gildebroederschap destijds zijn vrouw had leren kennen en dat hij die buiten het gilde anders nooit zou hebben gekregen.
Fijn, dat er nog dankbaar gestemde mensen zijn en die anderen zo nu en dan eens in hun binneste laten kijken.
Ridders van St. Joris, ad multos annos?

A. Hoogendoorn


Frans van den Hout, Jan van Dijk, Leonard Brock, Cees Brock


Bron: Janus Hoogendoorn

1970 - De familie van een gildebroeder die altijd thuis zat.
Leonard Brock heeft veel voor de guld betekend. Twee maal hoofdman en twee maal koning geschoten. Dat wil zeggen dat hij vele zondagen naar de guld is getrokken, waar ze hem niet konden missen, maar waar moeder Toos Zootjes met de kinderen thuis kon blijven.
Er wordt verteld dat de kinderen op het sterfbed aan hun moeder hebben moeten beloven nooit geen lid te worden van de guld!
Zij hebben tot op heden hun gelofte gestand gedaan.


1970 - Huwelijk Eduard en Annemiek van Puijenbroek


Huwelijk Eduard en Annemiek van Puijenbroek Scheffers


Bron: Dion Hoogendoorn

1969 - Gilde Sint Sebastiaan
Het Gilde St. Sebastiaan besluit om te stoppen als gilde en kiest voor de vereniging als organisatievorm. 'Het Gilde St. Sebastiaan slaapt in'.
Het Gilde levert alle bezittingen in bij het gemeentebestuur. Het gildezilver hangt in de hal van het gemeentehuis. De handboogvereniging bouwt een nieuwe doel nabij 'de Schietberg' en kent grote momenten als een Olympische uitzending van Carrie Floris.
Als gilde was het thuis bij café Backx. De Doel was naast het Maoske opgesteld.

Sint Sebastiaan is opgericht als schuttersgilde op 20 januari 1819, de naamdag van Sint Sebastiaan. Het besluit hiertoe is genomen in het huis van molenaar Ben de Visscher te Abcoven, onder leiding van burgemeester Hendrik Voskens. In het Gildeboek getiteld: ‘Register der Schutterij of Gilde van den Handboog onder den tytel van St. Sebastiaans Gilde opgerigt te Goirle in den jare 1819’ staat een kopie van de brief die naar Burgemeester en Wethouders van Goirle is gestuurd waarin dit voornemen kenbaar wordt gemaakt:
Woensdag den 13 Januarij 1819.
De Burgemeester en Raden der Gemeente van Goirle gezien hebbende, (…) En geconsideneerd dat hoezeer Burgemeester en Raden van gevoelen zijn niet bevoegd te zijn tot het verleenen van Autorisatie om zoodanige Gilde op te rigten Zij echter geene redenen vinden kunnen om hunnen Ingezetenen te beletten zich op zoodanige wijze als bij hun Reglement van Orde is bepaald, voor hunne uitspanning te vereenigen en bij plegtige gelegenheden allen luister ter Eere van den Vorst en het vorstelijk Huis bij te zetten, te meer daar aan Burgemeester en Raden voorkomt: dat hierdoor de Broederlijke liefde en goede Harmonie zoo mogelijk nog zal vermeerderen en zulks aan eene goede Policie niet strijdig is.

Voorts staat in het Gildeboek het Reglement van Orde en een naamlijst met bijzonderheden van de leden van het gilde. In het reglement staan onder andere regels over de verschillende functies van de leden binnen de schutterij, over de activiteiten die ondernomen worden, en over allerlei verplichtingen. Zo staat er bijvoorbeeld in artikel 11:
‘De Schutterlijke Costuum of Kleeding zal bestaan in zwarte kousen en broek, wit vest en das, een ronden hoed en rok of jas naar verkiezing; welke kleeding ieder Gildebroeder bij elken plegtigen optogt der Schutterij zal moeten aanhebben, zoo bij het schieten van den vogel als anderssins op eene Boete van Vijfentwintig Cents.’
En in artikel 16:
‘Ieder schutter zal moeten voorzien zijn van eenen Handboog en de noodige pijlen.


Willem Hendriks | voorstellen koning bij Ruud van Puijenbroek


Bron: Gilde St. Sebastiaan Goirle

1969 - Schuttersgilden van Brabant . Janus Hoogendoorn
Artikel geschreven door Janus Hoogendoorn

* De Gilden in het algemeen.
*De Gilden hebben, zoals uit het hiervoor gezegde is gebleken, een eeuwenoud karakter. Zij waren verspreid over vele landstreken van west- en noord Europa en de sporen ervan in die landen gaan soms terug tot in de voorchristelijke tijd.
Zoals alle instellingen, hebben ook de gilden door vele generaties heen, een grote ontwikkelingsgang meegemaakt.
Ook de kerstening van West-Europa heeft op de gilden een ontzaglijke invloed gehad en speciaal op de schuttersgilden. Ofschoon veel daarvan zich verliest in de nacht der tijden, is er toch heel veel historie en overleving, dat er bij de gilden altijd, een innige band met de kerk heeft bestaan, althans zeker voor onze Brabantse Gilden. Hor ook de de oorsprong, doelstelling en inrichting der gilden was, zij hadden alle één karaktertrek gemeen: Zij waren volledig onafhankelijke gezelschappen van vrije lieden, die als genoten (soldates) hun verkregen rechten gezamenlijk verdedigden'elkander hulp en bijstand verleenden en zó het vrijheids- en broederschapsideaal hoog hielden.
In de latere middeleeuwen en daarna vormden de toen nog opgerichte gilden, bij het ontbreken daarvan, een soort plaatselijke politie, die bij sommige gelegenheden de orde handhaafde, terwijl zij tevens door optochten , schietwedstrijden, vendelen en trommelen, onderling ontspanning zochten en de volksvreugde verhoogden.

* Gebruiken en voorrechten.
*De gebruiken der gilden zijn dééls ontsproten aan hun aard en wezen én voor hen dus kenmerkend en deels zijn ze historisch gegroeid.
De kenmerkende, dus die van hun aard en wezen, kan een gilde nooit afleggen zonder zijn karakter te schaden, doch de historisch gegroede gebruiken kunnen de invloed van de tijd hebben ondergaan, en kunnen zich ook in onze tijd nog wijzigen, zonder dat het gilde daarvoor aan waarde verliest.
HET grote probleem dat de gilden hebben op te lossen, is, op welke wijze, mede door aanpassing van hun gebruiken aan de eigentijdse eisen en door invoering van nieuwe levensvormen, zij werkelijk levend kunnen blijven in het volk en ok voor de jeugd in aantrekkingskracht kunnen winnen, zonder hun eigen karakter en hun historische inslag te schaden of te verliezen.
In ons eigen Brabant zijn het de schuttersgilden geweest, die, opgericht en opbloeiend in een tijd, dat godsdienst zin diep in het volk verankeld lag, in de lange eeuwen van isolement, tegenspoed, verdrukking en verarming tevens de bescherming op zich namen van de kerkelijke goederen, als die aan plundering en brandstichting waren blootgesteld.
in die tijden erkende men alom de waarde der schuttersgilden, hetgeen bevestigd wordt door vele privileges en voorrechten, welke hun zowel door wereldlijke- als door kerkelijke overheden werden geschonken, zoals bijvoorbeeld: het mogen voeren van een standaard, het recht om op de vogel te mogen schieten, de permissie om de trom te mogen roeren, het recht om trommelend en vendelend het kerkgebouw te betreden, het recht om in de processie naast het sacrament te mogen lopen enz. ( [toevoeging] bij het 75 jarig bestaan van de St. Janskerk wou men dit verbieden, maar de gilde St. Joris stoorden zich er niet aan 2-7-'74)
Door de veranderende omstandigheden gingen velen van die voorrechten later weer verloren of veranderingen van karakter. Zo is het eerbetoon, dat vroeger traditiegetrouw aan vele gildekoningen werd gebracht, verdwenen en de tijdelijke vrijdom van belastingen was een voorrecht waarvan niets meer is overgebleven en dat de huidige en toekomstige gildekoningen voortaan wel voor altijd zullen moeten ontberen.
Herhaaldelijk werden de gilden in de loop der eeuwen verboden, of door beperkende bepalingen getroffen, maar desondanks houden deze eeuwenoude instellingen stand, weliswaar in op- en neergang.
Dit laatste is ook weer geen wonder, want de gilden kennen geen gedwongen activiteit; bij hen speelt de menselijke mentaliteit en spontaniteit nog een grote rol en ook de persoonlijke vrijheid is de gildebroeders uitermate lief.

* Doel van de Brabantse gilden
*De schuttersgilden van Brabant hebben als devies: Trouw aan God, Kerk en Land, trouw aan gewest, streek en gezin, trouw aan de gebruiken der voorouders, zoals die in het gilde zijn bewaard gebleven, Trouw aan het gilde zelf en aan hun Koning.
Hoewel de bescherming met het wapen in de hand niet meer de taak der Gilden is, is het wezenlijke doel der gilden van nu toch niet zonder betekenis. Door de beleving van hun ideaal dragen de gildebroeders in hoge mate nog bij aan de geestelijke weerbaarheid van Brabant te versterken.
De beleving van hun trouw, van de onderlinge broederschapszin , het vasthouden aan de eigen Brabantse cultuur en folclore, dat zijn allemaal factoren, die mede bijdragen tot het behouden van Brabant: fier , eenvoudig, gelovig en gastvrij.
Gesproten, de eeuwen door, uit de noden van de tijden en in opeenvolgende generaties behouden en bevestigd door vriendschap onder de broeders, door hun vrijgevigheid, door de steun van de wereldlijke en kerkelijke gezagsdragers en door de steun van gildebroeders en beschermers, zijn de schuttersgilden, ook in onze moderne tijd in het algemeen maatschappelijk belang nog van betekenis. Immers:
"broederschap" is nog van betekenis.
"trouw aan het gezag" zeer zeker nog van grote betekenis
'Burgerzin en Vrijheidsliefde", zeer noodzakelijk
"Ridderlijkheid"is nog noodzakelijk en zo eveneens:
"Eerbied voor het voorgeslacht".
En zolang de schuttersgilden in Brabant deze idealen bewust en op eigen wijze, mede door het behoud van hun zinvolle tradities, handhaven, naar buiten aandragen en aan volgende geslachten doorgeven, zolang zullen zij leven, hun waarden behouden, alom erkenning en waardering oproepen en als bevruchtende kernen een niet geringe bijdrage leveren tot behoud van de christelijke geest in stads- en dorpsgemeenschappen van Brabant.
Uit bovenstaande summiere beschrijving van de doelstellingen der Schuttersgilden, blijkt naar de mening van het bestuur van de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden, de ideële en culturele waarde van deze instellingen. Zij beogen geen winstbejag, hebben geen bezoldigde functionarissen en dienen uitsluitend het algemeen maatschappelijk belang voor het grondgebied van Brabant.
Uit dien hoofde ontvangen sommige schuttersgilden ook subsidie van de gemeentebesturen en soms ook uit het provinciaal Anjerfonds.
Noord-Brabant heeft een 180 à 190 schuttersgilden, en daarvan zijn er ruim 160 aangesloten bij de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden.
9Limburg telt naar schatting ruim 160 schutterijen, Gelderland ongeveer nog een kleine 50, terwijl er buiten genoemde provincies ook hier en daar nog een schuttersgilde of broederschap wordt aangetroffen.)

* Het Gildeleven, binnenkamers en naar buiten.
*Voor buitenstaanders is het dikwijls een openbaring, als zij vernemen, hoe het eigenlijke gilde-leven in elkaar zit.
allereerst heeft elk gilde zijn patroonheilige, meestal in het medaillion van de gildevaan afgebeeld.
Elk gilde houd vast aan de viering van diens feest met een plechtige gildemis, met het schieten op de vogel, met het gildemaal en onderlinge gezelligheid. Met kermis is er vaak 'prijsschieten' en in het aangewezen jaar 'koningschieten', waaraan vele ceremoniën, alle zinvol en plaatselijk verschillend, verbonden zijn.
Dan zijn er nog de de jubileumgildefeesten, de de kringdagen en voor geheel Brabant de federatiedagen, de Kringdagen en voor geheel Brabant de Federatiedagen, dan wel eventueel de z.g. 'Landjuweel'. Dat laatste is een luisterrijk samenkomen van zeer veel gilden uit geheel de provincie, waar zich dan zo om en nabij 100 gilden meten in eerlijke strijd in trommelen, vendelen, standaardrijden, schieten met hand- en kruisboog of met heweer, en andere dingen.
Zoals dat eeuwenoud het gebruik is geweest is geweest, wedijveren dan de gildebroeders om zo goed mogelijk voor de dag te komen en de laatste jaren van hernieuwde op bloei ziet men dan gilden, die door een nieuwe, echter de oude geest ademende costimering pogen elkaar de loef af te steken.
Binnenkamers zijn er vele vergaderingen en bijeenkomsten. Ook daar wordt de hand gehouden aan vaak oude gebruiken, b.v. het stemmen over het toelaten van nieuwe gildebroeders met bonen en erwten, het kiezen van de Dekens, het afleggen van de belofte van trouw aan reglement en gilde, enz.
De functies in het gilde zijn ook oud, zij het overal niet gelijk. Hier volgt een opsomming van de functies, die bij de gilden kunnen bestaan:
Regerend Deken, Opper Deken, Staande Deken, Zittende Deken, Eerste Deken, Hoofdman. kapitein, Oude Deken, Jonge Deken, Vaandrig,Alferis, Konings-Deken, Keizer, Koning, koningin, zilverdrager, Ouderling, standaardrijder, vendelier, tamboer en gildeknecht.

* De Koning.
*Als men een gilde in het openbaar ziet, dan valt altijd het eerste op dié gildebroeder, die met de zilveren schilden behangen is.
Dat is de Koning van het gilde.
Telkens als bij het koningschieten een koning onttroond wordt, is dat, wanneer na een zeker aantal jaren een ander het laatste stuk van de opgerichte koningsvogel eerder dan hij naar beneden schiet, is de dan onttroonde Koning verplicht het zilver te 'verbeteren' door het schenken van een nieuw schild. Op dat nieuwe schild moet dan vermeldt staan: zijn naam - de periode van zijn koningschap - en , het door hem uitgeoefende beroep in de burgermaatschappij moet daarop in beeld gegraveerd zijn. Zo vindt men voor het boerenbedrijf voorstellingen van een ploegende boer, van vee, een boerderij, een huifkas, enz. voor een bakker 'n bakkersoven of bakkerskar, voor een smid hamer en aambeeld, voor een pastoor een kelk met pateen, voor de slager een os, voor de metselaar een stuk muur, voor de barbier een scheermes met riem; enz. enz.
Het koningschap is in het gilde de hoogste waardigheid. Wie drie maal achterelkaar koning schiet, wordt Keizer. De koning vertegenwoordigt het gilde in het openbaar, de hoofdman met de Dekens binnenskamers, terwijl de Hoofdman ook de baas is als het gilde in optocht uittrekt.
De Koning moet zijn: onbesmet van naam; als iemand koning schiet moet daar in eerste instantie over beslist worden; hij moet als eerste gildebroeder de eer van het gilde hooghouden en er mag derhalve geen smet aan hem kleven.
Een koning heet 'rein' te zijn en het is daarom , als hij bij zijn inhuldiging het vaandel betreedt, hij dit vaandel ook niet bersmeuren kan.
Een gilde zonder koning is geen gilde. Het vaandel moet steeds gezwaaid worden in het bijzijn van de koning.
Daarom is het wisselen van het koningschap een der grootste gebeurtenissen in het leven van elk gilde. De inhuldiging van de koning is omweven met zinvolle gebruiken. Ook gaat elk gild zijn nieuwe koning voorstellen aan de wereldlijke- en geestelijke overheden.

* het gildebroederschap
*De voorwaarden waaraan men moet voldoen om als gildebroeder te kunnen worden toegelaten, zijn overal verschillend.Hier spelen oude gebrijken en tradities een rol. De beperkte bepalingen oefenen in wezen een remmende invloed uit, en men houdt het vaak in een te kleine kring. Het is namelijk niet genoeg dat men voor het gilde voelt en de eigenschappen heeft om en goed gildebroeder te worden, Men moet bij vele gilden ook zijn 'van de oude stam'. Ook zijn er gilden die maar elleen gehuwden opnemen.
Het is vanzelfsprekend, dat op die wijze 'vat op de jeugd' geen sprake is.
Op soortgelijke punten zal het een derhalve zaak zijn, dat de gilden zich bezinnen, want er is geen betere gildebroeder als hij, die van jongs af in het gilde opgroeit en zo de geest en de overgeleverde tradities door ervaring leert. Voor de overheden der gilden bestaat daarnaast de plicht de jongeren te leren en wegwijs te maken, Hetgeen door heel veel gilden jammer genoeg dikwijls verwaarloosd wordt.
Eeuwenlang werd het als een eer beschouwd tot een Gilde te mogen toetreden. Slechts de besten, nl. 'van onbesproken gedrag' werden toegelaten. Onwaardigen werden geweerd of in voorkomende gevallen uitgesloten.
dat men let op ieder die het gilde binnenkomt is redelijk en zelfs noodzakelijk om het gilde waardig en broederlijk te houden.
De gildeleiders hebben onmiskenbaar ook hun fouten en gebreken gehad, en men heeft niet steeds geleefd naar de bedoelingen der vaak onbekend gebleven stichters en oprichters. Maar dat is lang niet vreemd!
De Gilden hebben eeuwen getrotseerd, opeenvolgende generaties aanschouwd, zij hebben de ups-en-downs en de onvolkomenheden van vele geslachten gedragen, maar deze ook overwonnen, meest zonder hulp van buitenaf en ondanks herhaalde zogenaamd opheffing van hun bestaan. Is er een betere waarborg voor de toekomst?
Ook in de gilde is het: 'de geest doet leven'. En zo zal het -laten wij althans hopen- ook blijven.

* waarden van de schuttersgilden.
*Wanneer wij ons afvragen, wat de waarde van een schuttersgilde is, dan dienen wij door te dringen in het diepe wezen der gilden.
Wij zien dan, dat de gilden daadwerkelijk de grote ontastbare idealen 'beleven' van: 1] broederschap, 2] trouw, 3] christelijke burgerzin, en 4] dankbare eerbied voor het voorgeslacht.
Daarnaast leveren de gilden hun bijdragen tot eenvoudige persoonlijke ontspanning en van gepast eenvoudig volksvermaak.
Hun tradities zijn vaak gestoeld op de oude ridderschaps-idealen en gebben zin en betekenis.
De gilden streven -vaak in tegenstelling met latere organisaties- niet op de eerste plaats bepaalde, concrete doeleinden na. Zij hebben als primair doel en als taak de eerder vernoemde maatschappij-peilers re doen beleven bij het werk van elke dag, allereerst door de gildebroeder zelf.
Mgr. Dr. p. C. de Brouwer uit Hilvarenbeek, een overleden voorvechter van de Brabantse Schuttersgilden, zei daaromtrent: "De gebruiken en de tradities van de Gilden, alle even zinvol, zijn niet alleen uitbeeldende vertoningen, maar ook oefeningen van niet geringe psychologische waarde voor de gildebroeder zelf".
Verder zei Dr. de Brouwer:
Het voortbestaan van het eenvoudige gildespel is dan ook niet te verklaren zonder een mentaliteit, die er aan ten grondslag ligt en die aan het spel zin en betekenis geeft. "Daardoor krijgt het gildespel het karakter van een volkskunst en het is als zodanig cultureel van grote betekenis, zowel voor de gildebroeders, als voor de toeschouwende buitenstaanders".
vertonen de gilden in hun uiterlijke verschijningsvorm een folkloristisch karakter, dan wil dat nog niet zeggen, dat wij trachten iets levend te houden, wat niet meer in het volk zelf leeft, integendeel: Het Uiterlijk vertoon der Gilden is de zinvolle uitdrukking van wat innerlijk bij hen nog werkelijk leeft en derhalve is bij de gilden sprake van zinvolle cultuuruitingen.
Hierbij zij aangehaald een zinsnede uit de rede van Z.H.Paus Pius XII in juli 1953 tot de deelnemers aan het folkloristisch Congres te Nice: "in die volksfeesten, waarin follklore van goed allooi de plaats heeft, die haar toekomt, geniet eenieder van het gemeenschappelijk erfgoed, en verrijkt hij er zich nog meer mee, die er in toestemt er het zijne toe bij te dragen".
Het is vanzelfsprekend, dat de gildebroeders, nu de schuttersgilden in opgang zijn onder leiding van hun Overheden, zichzelf weer meer moeten verdiepen en dat het noodzakelijk is ook anderen weer meer begrip omtrent het doel, de gebruiken en de tradities van de schuttersgilden bij te brengen.
Geleidelijk aan zijn de gilden in Brabant weer erkend als dragwrs van een eeuwenoud streekeigen christelijk cultuurgoed, waard om behouden te blijven met medewerking van de hele gemeenschap.

* Symboliek in het gildewezen
*Eerder heb ik gesproken over de vele tradities, welke de schuttersgilden in ere houden.
Het is zo, dat die alle innerlijke betekenissen hebben. Door studie daarvan, kan het gildewezen begrepen worden. Het is daarom een grote verdienste geweest van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, dat in 1934 een boekwerk in druk verscheen "De Schuttersgilden en Schutterijen van Noord-Brabant",een overzicht wat er bij de gilden nog aanwezig was, een boekwerk in 2 delen, dat met veel toewijding en met het kosten van onnoemelijk veel tijd door J.A.Jolles is samengesteld.
De verzameling gegevens bieden voor vele gildebroeders stof tot meditatie en tot beter begrip van veel, wat er nog in de gilden leeft.
Jolles, zelf niet katholiek zijnde, kwam tot de merkwaardige conclusie, dat de Gildebroeders "het ene oog op de hemel en het andere op de aarde hielden gericht". Hij begreep, dat de gildebroeder eerst aan God dacht, maar daarna ook kon genieten van al het aardse.
De Brabantse mens houdt van symboliek, maar dan ook alleen van werkelijke symboliek, dat wil zeggen, die, welke inhoud heeft.

* Vendelzwaaien
*Een van die symbolische handelingen, zonder welk een Brabants gilde niet denkbaar is, is het vendelzwaaien. Daarom wil ik daarover nog een kort woord zeggen.
Het gildevaandel is het symbool van Trouw en gezagstrouwheid. Het spel met het vaandel, het vendelen, symboliseert de onkreukbaarheid van de gildebroeder. Dat het vaandel bij het vendelen de grond niet mag raken, verzinnebeeldt, dat ook zijn trouw niet besmeurd mag worden.
De behendigheid van de vendelier is een symbool van strijdvaardigheid en van mannelijke moed.
De eenheid van de vendelier met zijn vaandel is een symbool van de strijder, die geheel opgaat in zijn moeizaam werk.
Het spel der kleuren doelt op levensblijheid.
Het zal nu duidelijk zijn, dat in het vendelen het gehele gilde symbolisch verankerd ligt, dat de gilden het als iets "geheel eigens" uitsluitend voor zich blijven opeisen en dat Dr.P.C. de Brouwer als achrosticon voor het woord "V.E.N.D..E.L." meegaf:
V= Vrede
E= Eendracht
N= Noblesse
D= Discipline
E= Eerbied
L= Lach en leven
Er zijn verschillende manieren van vendelen: klassiek vendelen, acrobatisch vendelen en gevoelsvendelen.
Er mag slechts in 3 gevallen gevendeld worden:
1e] Wanneer het gilde trommend en vendelend een kerkgebouw betreed: (ten groet aan God)
2e] Voor geestelijke- en wereldlijke autoriteiten.
3e] Voor de eigen Koning of Keizer van het gilde.

Als er ooit gevendeld wordt voor bepaalde gebeurtenissen, die niet onder de drie genoemde punten zijn thuis te brengen, dan moet de Koning altijd daarbij aanwezig zijn en dan heet dit "dat voor eigen Koning wordt gevendeld'; zo wil het de gildetraditie.

Janus Hoogendoorn. 1969


Bron: Sjef Hoogendoorn

1969 - 't Vèèrekesstraotje
‘t Vèèrekesstraotje.

Het Vèèrekestraotje was onbetwist het smalste, het kortste en markantste straotje van Gôol.
Het heeft zijn naam te danken aan de naast gelegen slagerij van Sôoj van Oirschot. Het straatje vormde de verbinding tussen de Kloosterstraat en de Tilburgseweg, in die jaren de drukste straat van het dorp. Alle verkeer richting Poppel naar België passeerden het Vèèrekesstraotje.
Het bijzondere ‘straotje’ moest voor de expansiedrift van het gemeentebestuur wijken. Tegenwoordig heet het ter plaatse het Kloosterplein.

André van Hilst
Tegenover de winkel van André van Hilst, een grootgrutter, liep men recht het vèèrekesstraotje in. Links woonde Pêer van Iersel en rechts was de slagerij annex de beenhouwerij van Frans van Oirschot gevestigd.
Liep men iets verder het straatje in dan passeerde men rechts de toegangspoort voor de slachterij en kreeg men zicht op het Juvinaat van de praters.
Op het einde van het straatje was rechts de smederij van Pierre Hoogendoorn gevestigd. Links woonde Pêer van Lisdonk.

Slachter Frans van Oirschot
De slachter was beter bekend als Sooj van Oirschot. Het was een traditionele slachterij en beenhouwerij. Franciscus Johannes van Oirschot (1911-1988), geboren in Goirle was getrouwd met Antonia Maria Berkelmans uit Oisterwijk. Zij vestigden hun slagerij aan de Tilburgseweg op de hoek met het ‘Vèèrekesstraotje’.
Een 10-tal meter het straatje in was er een dubbele poort. Daar was de toegang tot de slachterij. De varkens werden aan de Tilburgseweg afgeleverd, een wisse dood tegemoet gaande, om via het Vèèrekesstraotje de slachterij in gedreven te worden.
Het kwam nog wel eens voor dat het varken in kwestie eieren voor z’n geld koos en er via de drukke Tilburgseweg er tussenuit trok. Zo kon het gebeuren dat op een goed moment toen een voordeur open stond, het varken veiligheid zocht bij de buren en zo, krijsend, de voorkamer bij de familie van Kleijnenbreugel binnen stormde.
Het gekerm van de gekeelde varkens klinkt na 50 jaar nog na bij de oude bewoners.

Peer van Iersel
Peer van Iersel woonde op de andere hoek naast de slager. Gedoopt als Petrus Johannes Josephus van Iersel (1908-1989) was hij de zoon van Janus van Iersel en Johanna Brouwers die baakster was. Peer was getrouwd met Johanna de Jong (1908-1963), dochter van Peter de Jong en Anna van de Pol. Zij bleven kinderloos. Peer was van professie wever
Op de hoek van ’t Vèèrekesstraotje stonden twee huizen van de Pèèn. De Pèèn was de weverij van Peijnenborg Weverijen aan de overkant. Zoals gezegd woonde Peer in het eerste en zijn broer Jaon in het tweede huis.
Voordat Peer van Iersel aan het Vèèrekesstraotje kwam wonen was hij wever bij van Enschot aan de Kerkstraat

Peerke van Lisdonk
Verliet men het vèèrekesstraotje dan woonde links op de hoek Peerke van Lisdonk (1902-19680). Hij was getrouwd met Cornelia Huijsmans (1904-1968), zij kregen 9 kinderen. Voor zijn werk hoefde hij niet ver te gaan, voor zijn stiel was hij ook wever. Achterom door het poortje liep hij door ’t Vèèrekesstraotje recht de fabriekspoort van Peijnenborg weverijen binnen. Het huis waar het gezin in woonde was van ‘t ‘febriek’.
Het is amper 50 jaar geleden dat half Gôol werkzaam was in de textiel. Ook dat is met als het vèèrekesstraotje verleden tijd.
Vermeldenswaardig is dat de vader Willebrordus van Lisdonk (1865-1944) die in 1889 getrouwd was met Maria Eijsermans 15 kinderen kregen. In die jaren van de grote gezinnen was dat de normaalste zaak van de wereld. In een koude winter werden alle kinderen uitgerust met een soort van pet met oorwarmers die om geslagen konden worden, het had dan iets van een Russische berenmuts. Aan die hoofddeksels dankten zij de bijnaam; de Bèrkes.
Peerke van Lisdonk moest omwille van de ontwikkeling van het nieuwe centrum van Goirle zijn huis verlaten omdat het werd gesloopt. Hij verhuisde als weduwman naar de overkant naar de villa van zijn oude werkgever. Tegenwoordig heet het café Flanders

Pierre Hoogendoorn
Rechts op de hoek zat smid Pierre Hoogendoorn (Q504 | 1913-1966) met zijn smederij. Pierre was een boerensmid met vroeger voor de deur een hoefstal. Die hoefstal is verdwenen toen Pierre de smederij overnam van zijn vader, Bart Hoogendoorn (Q378 | 1878-1959) die het vak op zijn beurt geleerd had van Leonard Hoogendoorn, de smid aan de Dorpsstraat. Ook de overgrootvader van Pierre, Leonard Hoogendoorn (Q326 | 1839-1922), beoefende het vak van smid uit aan de Dorpstraat. Naast de drie generaties smeden waren het ook drie generaties Gildebroeders van het gilde St. Joris.

Met het sluiten van de weverijen van de Pèèn kwam de textielfabriek met alle verdere gebouwen en woningen in het bezit van de Gemeente Goirle, misschien is opgezadeld een betere omschrijving!
Er was op dat moment een centrumplan in ontwikkeling waarbij op de kruising Dorpsstraat Tilburgseweg een rotonde was voorzien en de driehoek Tilburgseweg Dorpsstraat Kloosterstraat zou het kloppende hart moeten worden. Zo ontstond noodgedwongen het plan het nieuwe centrum op de plaats van de fabriek te ontwikkelen en alle andere plannen in de vuilnisbak te gooien.
De Kloosterstraat die toen voor een groot deel bewinkeld was met de plaatselijke middenstand maakte reclame met de slagzin: “haal op een ander niet wat uw eigen dorp U bied”. Het kan verkeren!
Winkels zijn massaal gesloten en zitten met een noodlijdend winkelcentrum terwijl de pakketdiensten de straten blokkeren met hun bussen.
Een straatje als het Vèèrekesstraotje zou men tegenwoordig als cultureel erfgoed beschouwen, maar de realiteit is dat het verdwenen is met naam en al. Misschien is Vèèrekesmèrt een suggestie.



De Gôolse Schôol.





Bron: Sjef Hoogendoorn

1968 - Boerderij / woonhuis Philipsen Broeksteeg


pleejhèùs aon de Dôrpstraot





Bron: Sjef Hoogendoorn

1967 - Jan Paop. Dorpsstraat
Jan Spapens was getrouwd met Hanneke van Erven.
Jan boerde wat in zijn burgerhuis.
Jan had enkele huizen in de Botstraat.
Naast het huis was een poort waardoor buurman Broeksteeg ook moest wegen.
Cor van erven was als kind bij haar zus Hanneke van Erven gaan wonen. Cor zal Hanneke en Jan aan hun einde dienen
i


Jan Paop een de Dorpsstraat





Bron: Sjef Hoogendoorn

1966 - Oerlemans, verdwenen hoek van de Groenenweg
Persoonskaart van Hendricus Josephus Verhoeven

Hendricus Josephus Verhoeven is geboren op 18-03-1887 in Goirle, zoon van Johannes Petrus Verhoeven en Maria Jacoba Frijters. Hendricus is overleden op 02-01-1952 in Tilburg, 64 jaar oud. Hendricus trouwde, 26 jaar oud, op 14-04-1913 in Goirle met Anna Maria Waltera Francisca van Erven, 25 jaar oud. Anna is geboren op 08-09-1887, dochter van Hendricus. van Erven en Petronella van de Ven. Anna is overleden op 29-12-1978 in Goirle, 91 jaar oud. Zij is begraven in kerkhof st. Jan Goirle.
Kinderen van Hendricus en Anna:

1 n.n. Verhoeven. n.n. is overleden.

2 n.n. Verhoeven.

3 Maria Petronella Elisabeth Verhoeven, geboren op 21-02-1914 in Goirle. Maria is overleden op 09-02-2000 in Goirle, 85 jaar oud. Maria trouwde met Adriaan Wilhelmus Peter van Osch. Adriaan is geboren op 04-10-1913 in Vierten (Duitsland). Adriaan is overleden op 16-05-1991 in Tilburg, 77 jaar oud. Hij is begraven op 21-05-1991 in Goirle.

4 Adriana Cornelia (Sjaan) Verhoeven, geboren op 06-03-1920 in Goirle. Sjaan is overleden op 30-04-1996 in Tilburg, 76 jaar oud.
Notitie bij Sjaan: had in de rechterkant van de woning een naaikamer waar zij werkte in opdracht
Sjaan bleef ongehuwd.
5 Johannes Baptist Verhoeven, geboren op 03-01-1922 in Goirle. Johannes is overleden op 30-09-1997 in Goirle, 75 jaar oud. Johannes trouwde met n.n. n.n..

6 Hendrik Petrus Charles Verhoeven, geboren op 20-10-1924 in Goirle.
Notitie bij Hendrik: Drik de vrachtrijder Weth. van Lisdonkstraat. Later nieuwbouw een de Zandschelstraat


hoek Groeneweg Kerkstraat met op de achtergrond fabriek van Besouw


Bron: Sjef Hoogendoorn

1965 - Woonhuizen aan de kerkstraat geboortehuis Thomas van Diessen
Geboortehuis Thomas van Diessen


woonhuizen aan de kerkstraat hoek Groenenweg


Bron: Sjef Hoogendoorn

1963 - Koningschieten. Helmus Bruers
Wilhelmus Johannes Cornelis (Q514) Bruers is geboren op 14-07-1904 in Goirle, kind van Johannes (Q413) Bruers en Petronella Boomaars. Helmusis overleden op 17-03-1991 in Tilburg, 86 jaar oud.
Helmus trouwde, 25 jaar oud, op 28-10-1929 in Goirle met Elisabeth Antonetta Brock, 1825 jaar oud. Elisabeth is geboren op 28-07-104 in Alphen, dochter van Martinus Brock en Adriana van den Hout. Elisabeth is overleden op 09-06-1989 in Goirle, 1884 jaar oud.
Notitie bij Q514: Helmus was gildebroeder bij het gilde St. Joris
inkomgeld voldaan; 04 augustus 1993 / zijn doodschuld voldaan bij leven
Helmus boerde op Abcoven
Zoon verplaatst het bedrijf naar Alphen
Helmus heeft jaren de melktoer voor 't Riels Boterfebriek gereeje. Ook reed hij de vuilniskar voor de gemeente Goirle.(met paard en wagen)
Hermus was unne buurter.
Helmus schiet zich in 1963 tot Koning van het Gilde St. Joris achter de boerderij van de Kinderen van den Hout. Genaamd het klaphekken.


1965. Koningsschild Helmus Bruers.


instalatie van de koning aan de Abcovenseweg


ontvangst ten huize van de koning


groepsfoto koningschieten 1963


Vaandrig Jan van Dijk. Onderweg naar de koning


1963 - Opening van de nieuwe doel bij Hof van Holland
De doel bij Hof van Holland was oud en versleten. De 'Guldèkker in 't Wildènd' was verkocht waardoor er middelen waren om een nieuwe doel te bouwen. Op de plaats van de oude doel werd een houten doel geplaatst. Er waren ruimtes voor een hok vanwaaruit werd geschoten naar een schuurtje waarin de kleibakken stonden opgesteld. Over de lengte van de doel stonden houten schermen om afgedwaalde pijlen op te vangen.
Mevr. Brock- Spapens verricht de openingshandeling.


opening van de nieuwe doel


1962 - Hoofdman, Leonard Brock
Leonardus Cornelis (Q435) Brock is geboren op 23-01-1901 in Goirle, zoon van Jan Cornelis (Jan Q392) Brock en Theodora Cornelia Donkers. Leonard is overleden op 08-10-1978 in Goirle, 77 jaar oud.
Leonard trouwde, 30 jaar oud, op 18-05-1931 met Catharina Adriana Maria (Toos) Zoontjes, 26 jaar oud. Toos is geboren op 04-04-1905 in Tilburg, dochter van Lambertus Zoontjes en Dimphna Maria van Loon. Toos is overleden.
Notitie bij Leonard J.C.zn: Leonard was lid van het gilde St. Joris
ingekomen 25 april 1921
zijn doodschuld voldaan bij overlijden oktober 1978 te Goirle.
Leonard is begraven met gilde-eer
Hoofdman van gilde Sint Joris 1962- 1971.
benoemd tot ere-lid Verloren Maandag 11 januari 1971
koning geschoten 1948.
tijdens de oorlog lagen de openbare activiteiten stil. Ik Hof van Holland ging de guld gewoon door. In 1948 werd er weer voor de eerste maal koning geschoten.
Leonard woonde aan de Rielseweg in het huis van de dames Stads. De vrouw van Leonard, Toos Zoontjes, zette de winkel van de dames Stads voort. Het werd een kruidenierswinkel de Spar
aan de rechterkant van het Huis was de wagenmakerij van Janus Stads. Hier kwam Merijn de Jong, tuinder, te wonen. Achter het woonhuis hebben ooit de doelen van St. Joris gestaan.
Leonard was een kippenboer die in het Smiske een klompenhandel exploiteerde.

Leonard Brock:


Leonard en Toos Brock Zoontjes


1962 - Verkoop guldèkker aan de Rielse Dijk.
De nieuwe uitbreidingen voor Goirle waren in 'west' voorzien. Plan West. De uitbreidingen waren van een omvang die de stichting van een 3e parochie rechtvaardigden. Voor de stichting van een kerk wordt het laatste grondbezit van het gilde verkocht: De Guldekker. Van de opbrengst wordt onder andere een nieuwe doel gebouwd achter Hof van Holland.
De parochie wordt onder het patronaat van de H.Geest gesteld.
In 2008 opent een verzorgingshuis op de plaats waar de Schakel heeft gestaan. De naam van het huis wordt verbonden met de Guldèkker. Het verzorgingshuis gaat Guldenakker heten. Een totaal misplaatste naamgeving.
Op een guldenakker gaat men guldens zoeken. Het moet zijn de aller van het gilde of guld. Gildenakker of Guldakker had de instelling moeten heten. "dè krèède as vrèmde d'r èège meej gaon bemoeje".
Het verzorgingshuis is gebouwd op de plaats waar de `Gèètehoef' heeft gestaan. Misschien was deze naam beter geweest voor het verzorgingshuis!
Gildeheer: Leo Pessers
Hoofdman: Leonard Brock
Koning: Peter Santegoets


openen van de nieuwe doel door Mevr. Brock.


1962 - Tweede Vaticaans concilie
Op 11 oktober 1962 roept paus Johannes XXIII de Kardinalen wereldwijd samen voor het 2e Vaticaanse concilie. Het is bekend geworden als de kerkvergadering van het 'aggiornamento' (het bij de tijd brengen).
o In liturgie volkstaal toegestaan.
o Latijn de taal van de universele kerk.
o Positie leken in de kerk werd versterkt.
o Openheid van de kerk verbeteren.
o Modernisering. Door een snel urbaniserende wereld en de vernieuwingen van het 2e Vaticaans Concilie komt de secularisatie in een stroomversnelling.
De gilden blijven ondanks alle veranderingen onvoorwaardelijk trouw aan de kerk. Kritische stromingen binnen de gilde kunnen weinig bereiken. De traditie is sterker.
In de 21e eeuw zullen vernieuwingen en aanpassingen langzaam op gang komen om de christelijk identiteit ter discussie te stellen.


Het vaticaan. Bijeenkomst concilie.


1961 - Het Vendel | Jan Toorians |
Uitgifte boek.
Het vendelzwaaien in de historische schuttersgilden in de historische schuttersgilden.
titel: Het Vendel
auteur: Jan Toorians.
voorwoord; Monseigneur Bisschop W.M Bekkers | Dr. P.C. de Brouwer

Zeker is dat nimmer in Nederland een zo uitgebreide en veel omvattende arbeid over het vaandel en zijn betekenis, over het vendelzwaaien en zijn kunst en synboliek is ondernomen; ik mag wel zeggen tot een gelukkig einde gebracht.
Zo schrijft Jan Toorians in zijn voorwoord. Het boek is een totale inventarisatie van wat in het heden en verleden bekend is over het vendel (vaandel) en vendelzwaaien. Voor het verzamelen van de gegevens heest Jan samen me zijn vrouw heel Brabant op de brommer doorkruist. Hierbij heeft Jan met een fataal ongeluk zijn vrouw verloren.


Het Vendel |Jan Toorians |1969|


1960 - De Brabantse gilden
De Brabantse gilden treden meer naar buiten en laten het grote publiek zien waar de Gilden voor staan.
- Het Kwartier van Oirschot wordt opgericht (een geschiedkundige dwaling. Het had het Kwartier van Oisterwijk moeten heten).
- De Gilden kennen een grote opbloei na de doorstart in de dertiger jaren. Het oprichten van de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden heeft daar een grote bijdrage aan geleverd.
- Er worden ingeslapen gilden heropgericht.
- Er worden gildens opgericht waarvan men denkt dat ze ooit bestaan hebben.
- Er komen grote vendel- en tamboerkorpsen.
- Er groeit een historisch besef. Termen als materieel en immaterieel moeten nog in de van Dale worden opgenomen.
- Het geschiedenisonderzoek resulteert in de uitgave van boeken.
- De gilden moeten statuten verlijden en deze deponeren bij een notaris.
- Jongere generaties sluiten zich aan bij het gilde.
- Het mannenbolwerk begint te kraken. Bij sommige gilden worden vrouwen toegelaten.


1960 - Gedeeld woonhuis aan de dorpstraat van familie Adriaansen
Woonhuis aan de Dorpsstraat. voor de aanpassingen een klassiek wevershuis met een kamer voor het weefgetuig.
vanaf de nieuwbouw altijd in bezit geweest van de fam Adriaansen



Uiterlijke inspectie.
huidige bewoner Dimph Lambrechts - Adriaansen
bouwjaar volgens overlevering 18..........
Het huis met 3 voordeuren is altijd één huis geweest waar de families de voordeuren deelden.
* het achtererf is niet verkaveld.


gedeelde woning van fam. Adriaansen


Bron: Sjef Hoogendoorn

1960 - Textielindustie in Goirle
Textielindustrie in Goirle

De textielindustrie heeft te Goirle een belangrijke plaats ingenomen. Terwijl in het naburige Tilburg de fabricage van wollen stoffen domineerde, speelde te Goirle de linnenfabricage oorspronkelijk een belangrijke rol.


Geschiedenis

Textiel, met name grof linnen, werd geleidelijk aan belangrijker. In 1665 was 15% van de beroepsbevolking spinner of wever, in 1797 was dit al 31%. Na de economische malaise in de eerste decennia van de 19e eeuw kwam er verbetering doordat de Belgische Opstand in 1830 uitbrak. De ook in Goirle gelegerde soldaten brachten geld in omloop. Een aantal inwoners van Goirle verkregen aldus een kapitaal, met name zij die een winkel of herberg dreven. Dezen werden tevens fabrikeurs: ze kochten linnengarens in, lieten dit door thuiswevers weven (huisnijverheid) en verkochten het linnen weer op de markt. De combinatie van fabrikeur en winkelhouder zou later nogal eens tot gedwongen winkelnering leiden. Het loon van de thuiswerkers werd namelijk nogal eens in bonnen uitbetaald die slechts in de betreffende winkel te verzilveren waren.

De textielindustrie kende een aantal moeilijke perioden, zoals de economische crisis van de jaren 30 van de 20e eeuw. De Goirlese Jutespinnerij ging dicht, en de werklozen kwamen in de werkverschaffing terecht en moesten ontginningsprojecten uitvoeren. Los daarvan was ook de positie van de textielarbeider weinig rooskleurig, door lage lonen en lage scholing. Na de Tweede Wereldoorlog verkozen velen dan ook een ander beroep, en voor hen in de plaats kwamen vaak Belgen. Niettemin waren er in 1960 nog 2157 mensen werkzaam in de grotere bedrijven (meer dan 10 werknemers).

De fabrikanten ondertussen hadden zich ontwikkeld tot een besloten groep die op stand leefde, weinig contact had met de rest van de bevolking, maar wél in allerlei bestuurlijke organen zitting had.

De jaren 60 van de 20e eeuw waren het voorspel voor de ondergang van de textielnijverheid. In 1967 sloot W. van Enschot & Zonen, één der oudste fabrieken, haar poorten. Deze werd gevolgd door N.V. Tilkamwol en N.V. Pijnenburg. Tilkamwol bestaat nog steeds als groothandel in herenkleding.
HaVeP

In 1843 werd de eerste blekerij voor linnen en pellen opgericht door Willem van Enschot. In 1847 volgde de firma P. & W. van de Lisdonk, bepaaldelijk ten doel hebbende het fabriceeren van linnen en pellen, tafelgoederen en andere daarmee gelijkstaande stoffen. Aldus nam ook de werkgelegenheid in de textiel toe. In 1857 waren er 275 mannen en 156 vrouwen en kinderen werkzaam, waarvan 380 als thuiswerker. Uit dit alles blijkt dat de eigenlijke fabrieken nog klein waren. Daarin kwam verandering toen de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865)uitbrak, waardoor de invoer van katoen stagneerde en de vraag naar linnen steeg. Aldus werd kapitaal vergaard waarvan de Goirlese fabrieken gebouwd werden. De belangrijkste was HaVeP, die opgericht werd in 1888 door E.J. van Puijenbroek. Deze fabriek bestaat nog steeds.
Van Besouw

Daarnaast was er de fabriek van Van Besouw, de Textielfabriek Van Besouw N.V.. Deze machinale firma stamt uit 1885, maar de familie was al lange tijd voordien actief in de kaatsballenproductie, en sedert 1840 textiel. De eigenaar van de machinale firma, Jan Besouw, was onder de indruk van de encycliek Rerum Novarum (1891). Hij verbeterde de sociale omstandigheden en voerde een soort winstdeling in. Ook werd er door hem in 1897 een corporatie opgericht die onder meer het drankmisbruik bestreed, het onderwijs bevorderde, als een soort spaarbank fungeerde en voor ontspanning zorgde. Een aantal werknemers van Van Besouw richtte in 1900 een vakbond voor textielarbeiders op, het Sint-Jozefgilde geheten. Van Besouw voerde een aantal technologische vernieuwingen door. Zo introduceerde het Raschelgebreide tapijten in 1968 en Bisonyl (gecoat zwaardoek) en kunststof ABS-platen voor boten en auto-onderdelen in 1970. Van Besouw's fabriek sloot in 1995. Twee bedrijfsonderdelen, kunststof en tapijt, maakten een doorstart en bleven gevestigd in het complex. De tapijtfabriek vertrok in 2008 uit Goirle.
De Wijs

De firma A. & A. de Wijs N.V. was een weverij die in 1964 reeds kunstvezels toepaste. In 1965 nam zij Weverij De Kempen over en in 1967 werd begonnen met het verven van tapijten. Daartoe werd in 1970 de N.V. Tapijtveredeling De Wijs opgericht. In 1973 was het personeelsbestand gegroeid tot 225 medewerkers. Samen met Arie Veen B.V. en Intertuft B.V. werd een werkmaatschappij gevormd. In 1975 ging de bestaande tapijtgarenspinnerij, onderdeel van de Forbo-groep,over in B.V. Spinnerij De Wijs. In 2007 werden de activiteiten van de spinnerij gestaakt en overgebracht naar Mefil te Maaseik. In 2009 werd het complex gesloopt.
H.T.I.

De H.T.I. (Hollandse Textiel Industrie) werd in 1917 opgericht door P. van Besouw. In 1970 kwam het bedrijf in handen van de Van de Kimmenadegroep. In 1976 werkten er nog 305 mensen, maar moest surseance van betaling worden aangevraagd. Na een korte bedrijfsbezetting werd meegedeeld dat niemand ontslagen zou worden. 155 mensen bleven werken bij het toen gevormde Goirle Textiel, maar dit bedrijf sloot reeds in 1977 haar poorten.
Categorieën:

GoirleGeschiedenis van de textielindustrie


Bron: Sjef Hoogendoorn

1959 - Hoofdman. Jacques Stokkermans
O 1891 Jacobus Johannes Stokkermans † 1000-|x 1922| -O 1895 Johanna Adriaansen † 1924 -
Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld voldaan: 15 juni 1919. Zijn doodschuld voldaan bij overlijden. 16 april 1969 wordt Jacques (Sjaak) Stokkermans gekozen tot hoofdman.
Als Sjaak Stokkermans uit de Besterdstraat tot hoofdman wordt gekozen staat Sjaak voor zijn zaak, zijn bijnaam 'Sjaak Vring' deed hij volgens de overlevering eer aan.


1959 - Koningschieten. Peter Santegoets
Peter Johannes C.zn (Q382) Santegoets is geboren op 19-04-1881 in Goirle, zoon van (Peter) Cornelis (Q305) Santegoets en Johanna Jacobs. Peter is overleden op 07-01-1975 in Tilburg, 93 jaar oud.
Q382 trouwde, 35 jaar oud, op 10-10-1916 in Goirle met Johanna Elisabeth Maria van den Hout, 28 jaar oud. Johanna is geboren op 09-12-1887 in Goirle, dochter van Michiel (Q347) van den Hout-7*-st.J. en Lucia Maria van Dun. Johanna is overleden op 04-12-1952 in Goirle, 64 jaar oud.
Notitie bij peter: Peter was lid van het gilde St. Joris.
Ingekomen in het gilde in vaders plaats: 11 juli 1906. Zijn doodschuld betaald bij leven.
Slager Piet Santegoets uit de Bergstraat schiet voor de 1e maal koning.
Op 30-juni tijdens de kermis schiet Piet zich tot 2e maal koning.
Direct na de bevrijding is Piet de 1e naoorlogse hoofdman. Met de kermis op 25 juni 1945 wordt Piet gekozen tot hoofdman
Op 3 mei 1942 wordt Piet Santegoets gekozen tot deken. Tijdens de oorlog was het gilde Sint Joris 'ondergronds'. Zij waren niet tot de cultuurkamer toegetreden en konden daarom geen activiteiten in het openbaar ontwikkelen. Met de verkiezing tot deken van het gilde is bewezen dat het gilde haar activiteiten gewoon doorzette.
Koning geschoten 17 juni 1932 1e maal
Koning geschoten 30 juni 1959 2e maal
hoofdman 1945-1961


1959. Koningschild Peter Santegoets.


Foto: Jan Vekemans | koning Piet Santegoets, de foto is gemaakt voor de deur bij de Slagerij in de Bergstraat.


het koningsschap staat vrij


Pastoor Pessers


1958 - 3 eenvoudige arbeiderswoningen aan de Dorpsstraat
3e huis van de Velden
4e puntgevel ad en Jan .......... later van den Bruggen
5e Adriaansen
6e Tinuske Bekkers


Dorpsstraat 3 huizen met gemeenschappelijk erf


Bron: Sjef Hoogendoorn

1958 - Dienstwoning voor tuinman van de fraters aan de Koudepad
Woonhuis aan de Koudepad

1900 eigendom van de Omkes Schellekens. aan de Dorpstraat
schenken pand aan de Fraters
1956. bewoner Jan Spijkers.x Rietman.
Tuinman
jaren vijftig 2 woningen gemaakt
1970 hesloopt


dienstwoning van de Ftaters aan de Koudepad


Bron: Sjef Hoogendoorn

1957 - Sint Jansoptocht
Het gemeentewapen van Goirle omvat een veld met daarop het hoofd van Johannes de doper op een schotel. In 1957 besluit de gemeenteraad om in samenwerking met de twee parochies van Goirle het Patroonsfeest in gezamenlijkheid te vieren. De organisatie krijgt een gemeentelijke subsidie. Lucas van Hoek, bekend van de H bloedprocessie in Boxtel, wordt aangetrokken als ontwerper.
In 1958 trekt de stoet voor het eerst. De jaarlijkse processie wordt vervangen door een stoet die door het hele dorp trekt en waarbij iedereen, van jong tot oud, betrokken is. In 1968 trekt de St. Jansstoet voor het laatst. De jeugd had ook een duidelijke rol tijdens de optocht.
Bekende namen: Willem Verhulst, Olly Boerboom, Piet van de Hout, Jantje Mallens, Harry van Erven en anderen.


ontwerp voor de danseres Salome. Olly Boerboom vervulde de rol in de optocht.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1956 - ' zuipclub'
Het gilde St. Joris had een duidelijke reputatie als het over plezier maken ging. Drikôom was een echte trouwe bezoeker van 'de liste Mis' met aansluitend een bezoek aan Hof van Holland. 'n Pijltje schieten en 'n borreltje of glas bier, daar was hij liefhebber van. Tegen 5 uur kon Drikôom niet meer op zijn benen staan. Drik z'n broer reed op zulke dagen in opdracht van hullie moeder met de kruiwagen richting gildehuis om Drikôom naar de krullenbak in de timmerwinkel te vervoeren alwaar hij op maandag morgen boven water kwam. Het werd traditie getrouw een blauwe maandag!
Er werd bijverteld dat men één maal met de stootkar richting krullenbak is geduwd. In de familie bleef 'zuipclub St. Joris' in het achterhoofd hangen. Toen ik thuis melde dat ik lid was geworden van het gilde en in de voetsporen van Drikôom was getreden, was de eerst reactie: Van die zèùpklup?


Bron: Sjef Hoogendoorn

1956 - Woning aan de Hoogeindseweg
Een rij 18e eeuwse woningen aan de Hoogeindseweg.
net voorbij de laatste woning stond de boerderij van Oerlemans. Dit was de laatste bebouwing voor de Rielse Dijk.
met de ontwikkeling van de wijk Hoogeind zijn alle huizen gesloopt.





Bron: Sjef Hoogendoorn

1955 - De hoge Gilderaad der Kempen. België
De HGK is een koepelorganisatie van een 70-tal gilden uit de Kempen die er hun sport beoefenen. Alle gilden beoefenen het schieten en zijn gegroepeerd volgens gebruik van hun wapen: Buks, Handboog, Kleine Kruisboog, Sint Jansboog en Voetboog. Naast het schieten beoefenen de gilden ook nog het gildedansen, roffelen en vendelen.

Alleen oude gilden die hun ontstaan, daterend van vóór de Franse Revolutie, kunnen bewijzen kunnen toetreden tot de Hoge Gildenraad der Kempen. Vele schuttersgilden zijn in de loop der eeuwen verdwenen, vooral tijdens de Franse Omwenteling. Andere gilden zijn omgeschakeld tot maatschappijen die dikwijls de naam van hun patroonheilige bleven behouden. Gelukkig bleef een groot aantal gilden bestaan, soms na een periode van inactiviteit.

Historische schets
Een reglement vormt de basis voor het goed functioneren van een vereniging. De gilden maken geen uitzondering op deze regel. De artikelen van de kaert (reglement) moeten onderhouden worden, maar kunnen ook aangepast en aangevuld worden indien de omstandigheden dit vereisen.

Reeds op de stichtingsvergadering van de Hoge Gildenraad der Kempen werd besloten een statuut voor de aangesloten gilden op te stellen. De oprichters hadden zulk reglement voorzien en na enkele weken kon op 9 maart het statuut aan de aanwezige hoofdmannen worden voorgelegd. De gilden aanvaarden dit document (statuut in bijlage op pag. 98). Er volgden noodgedwongen enkele wijzigingen in 1955 (vier opperkoningen) en in 1978 (penningmeester en 5 opperdekens).

Het statuut bevatte algemeenheden en beschreef het gebied waar de Hoge Gildenraad der Kempen bedrijvig zou zijn: het arrondissement Turnhout, de kantons Brecht en Zandhoven alsmede de aangrenzende gemeenten.

Op 6 november 1977 keurden de hoofdmannen een nieuw statuut goed. Het bevatte de bepalingen van 1952 met de aanvullingen van de volgende jaren. 179 artikelen werden in een afzonderlijke brochure uitgegeven. (De Knaap nr. 47, 1997, nr. 4).

Jarenlang bestond de Hoge Gildenraad der Kempen als feitelijke vereniging. Daar van overheidswege geëist werd dat elke betoelaagde vereniging de status van Vereniging Zonder Winstoogmerk moest bezitten, schakelde de Hoge Gildenraad der Kempen over naar deze vorm. De beslissing viel op 13 december 1981. Na grondige besprekingen kon de tekst worden voorgelegd aan de hoofd- mannen die op 28 februari 1982 hieraan hun zegen gaven. De tekst verscheen in het Staatsblad van 20 mei 1982 (2984 - 2985). De wijzigingen in het bestuur werden, zoals de wet vereist, steeds officieel gepubliceerd.

Buiten de statuten besloten de wethouders in 1952 aan alle aangesloten gilden een modelkaart te bezorgen. Deze modelkaart bevatte algemene voorschriften die door de gilden van alle wapens moesten nageleefd worden. Het opstellen hiervan werd aan wethouder dr. J. Van Gorp toevertrouwd. Hij inspireerde zich op de verschillende reglementen en vooral op de modelkaart van de Leuvense hoofdgilde van de handboog. Zijn ontwerp werd door de Raad aanvaard. De tekst werd op groot formaat gedrukt en aan elke gilde overhandigd bij de definitieve toetreding.


Hoge Gildenraad der Kempen


1954 - Toponiemen
Oude veldnamen worden gebruikt voor de straatnamen in de uitbreidingswijken van Goirle. Deze toponiemen omschrijven akkernamen uit een ver verleden. Deze benamingen bevestigen dat het gilde al eeuwen actief is.
Enkele voorbeelden:
De schutsboom: geeft de plaats aan waar eens de schutsboom van het gilde heeft gestaan.
Wittedijk: De weg waar langs het 'wit' (doelen) heeft gestaan
Doelendijk: De weg waarlangs de doelen waren gelegen
Guldakker: perseel grond in bezit van het gilde.
Al deze toponiemen vind men terug tussen Wilteind en Hoogeind.


kaartje van de gemeente Goirle


1953 - Hoofdman. Harrie Vekemans
Hendricus Cornelis (Q476) Vekemans is geboren op 31-01-1902 in Goirle, zoon van Jan Baptist Vekemans en Maria Catharina van den Berg. Q476 is overleden op 21-02-1964 in Goirle, 62 jaar oud.
Notitie bij Harrie: Harrie was net als zijn zoon lid van het gilde St.Joris (huisschilder aan de Bergstraat en buurman van gildebroeder/ slager Piet Santegoets)
inkomgeld voldaan; 15 juli 1946. doodschuld voldaan bij leven
Hoofdman 10-07-1953 - 12-01-1959
Q476 trouwde met Lucia Maria van den Hout. Lucia is geboren op 30-06-1903 in Goirle, dochter van Michiel (Q347) van den Hout-7*-st.J. en Lucia Maria van Dun. Lucia is overleden.
Op 10 juli wordt Harrie tijdens een algemene vergadering gekozen tot Hoofdman

tak Jan Vekemans schilder:

tak Piet Vekemans aannemer:


Harrie Vekemans


Lucia Vekemans- van den Hout


Bron: Jan Vekemans

1953 - Koningschieten. Leonard Brock
Leonardus Cornelis (Q435) Brock is geboren op 23-01-1901 in Goirle, zoon van Jan Cornelis (Jan Q392) Brock en Theodora Cornelia Donkers. Leonard is overleden op 08-10-1978 in Goirle, 77 jaar oud.
Leonard trouwde, 30 jaar oud, op 18-05-1931 met Catharina Adriana Maria (Toos) Zoontjes, 26 jaar oud. Toos is geboren op 04-04-1905 in Tilburg, dochter van Lambertus Zoontjes en Dimphna Maria van Loon. Toos is overleden.
Notitie bij Leonard J.C.zn: Leonard was lid van het gilde St. Joris
ingekomen 25 april 1921
zijn doodschuld voldaan bij overlijden oktober 1978 te Goirle.
Leonard is begraven met gilde-eer
Hoofdman van gilde Sint Joris 1962- 1971.
benoemd tot ere-lid Verloren Maandag 11 januari 1971
koning geschoten 1948.
tijdens de oorlog lagen de openbare activiteiten stil. Ik Hof van Holland ging de guld gewoon door. In 1948 werd er weer voor de eerste maal koning geschoten.
Leonard woonde aan de Rielseweg in het huis van de dames Stads. De vrouw van Leonard, Toos Zoontjes, zette de winkel van de dames Stads voort. Het werd een kruidenierswinkel de Spar
aan de rechterkant van het Huis was de wagenmakerij van Janus Stads. Hier kwam Merijn de Jong, tuinder, te wonen. Achter het woonhuis hebben ooit de doelen van St. Joris gestaan.
Leonard was een kippenboer die in het Smiske een klompenhandel exploiteerde.

Leonard Brock:


Koningsschild Leonard Brock


1953 - Standaardrijder en vaandrig van Sit Joris te paard
Piet Santegoets was de standaardrijder die de weg baande voor het oprukkende gilde.
Jan van Dijk, ook een berijder van boerenpaarden zien we hier als vaandrig te paard. Mogelijk is het alleen voor deze gelegenheid geweest dat hij het paard heeft ingespannen, men mag veronderstellen dat dat zeker in het verleden meer voorkwam.
Die dag ergens rond 1953 is er tijdens een volksfeest op het Oranjeplein deze foto genomen. Tijdens dit ruiterfeest heeft de rijvereniging demonstraties en wedstrijden zoals ringsteken georganiseerd.
Jan van Dijk werkte op de boerderij van gildebroeder Frie Vermeer op de Oude Kerkstraat.
De standaardrijder is slager Piet Santegoets uit de Bergstraat.


Vaandrig Jan van Dijk en standaardrijder Piet Santegoets


Bron: Sjef Hoogendoorn

1953 - Bijdrage tot de geschiedenis van Goirle
Uitgifte Boek. 1953
Titel: Bijdrage tot de geschiedenis van Goirle.
Auteur: H.W. Janson
uitgegeven bij gelegenheid van de 150-jarige onafhankelijkheid van Goirle
1e Boek wat uitgegeven wordt met de geschiedenis van Goirle als onderwerp.
De geschiedenis van Goirle wordt behandeld vanaf de prehistorie tot 1953. Er is een hoofdstuk gewijd aan het gilde Sint Joris. Onderwerpen als bestuur, bezittingen, tradities en zilver komen aan de orde.


Bijdrage tot de geschiedenis van Goirle. |H. Janson|


1952 - De Mariakapel aan de Oude Baan
Na de bevrijding in 1945 nemen de parochianen van Maria Boodschap, uit dankbaarheid, het initiatief tot de bouw van een veldkapel. Pastoor Pessers was een beeld aangeboden voor een te bouwen kapel.
In 1952 wordt de kapel aan de Oude Baan ingezegend. De kapel wordt onder het patronaat van Maria gesteld.
Pastoor Pessers hechtte er aan dat de kapel langs de middeleeuwse baan kwam te staan als een baken van godsvrucht.
Het Gilde St. Joris onderhoudt de kapel en houdt deze in stand.
Op de statiedag trekt het gilde naar de kapel voor een H. Mis.
Pastoraat: Leo Pessers
Hoofdman: Harrie Vekenmans.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Na de oorlog kreeg pastoor Pessers een Mariabeeld aangeboden als eerste aanzet tot het stichten van een kapel aan de Oude baan. Het initiatief was ontstaan uit dankbaarheid voor het feit dat de parochie relatief goed de 2e wereldoorlog had doorstaan. Kapelaan van Loon, die later pastoor werd in Oisterwijk, was de animator.
Er werd een tekenwedstrijd uitgeschreven voor het mooiste ontwerp. In de etalages van de Tilburgseweg en Dorpstraat werden de tekeningen opgehangen.
Eerder had architect Jos Bedeaux een ontwerp gemaakt met veel gelijkenissen aan de kapel in Udenhout. Uiteindelijk is het winnende ontwerp uitgevoerd. Dit is de reden dat de kapel sterk afwijkt de bouwstijl van de architect. Jos Bedeaux heeft wel de winnende schets uitgewerkt tot het ontwerp zoals we het nu kennen.
Eigenlijk was de kapel op een andere plaats voorzien. Namelijk de kruising van de Venneweg en de oude Baan. De pastoor had als wens dat de kapel als een baken langs de middeleeuwse weg zou staan als groet naar de voorbij trekkende reiziger.
Dit kon echter niet doorgaan omdat de fraters van Tilburg, eigenaar van villa Blanca met de sportvelden, vergunning van de gemeente Goirle hadden gekregen hadden gekregen om de oude Baan te verleggen naar de rand van het terrein. (vroeger kwam de Venneweg tegenover de paters van de H. Familie uit)

Zo is de veldkapel gebouwd op zijn huidige plaats met behulp van parochianen. De ondergrond was gekocht van Boer van Pelt uit het Laar in Tilburg.
De smeedijzeren poort is gemaakt in de smederij van Peijnenborg Weverijen door de vader van Jan van de Schoot. Leonard Hoogendoorn (1907-1985) heeft tot ~1968 de zorg gehad voor de kapel. In die jaren trad het verval op. Het Mariabeeld werd door de jeugd van een buurtbewoner kapot geslagen. De leien dakbedekking verdween, het dood werd gestoten met als gevolg dat de kapel er desolaat bij stond. Om van de zorg af te zijn werd besloten de kapel te verkopen.
In die tijd werd het Mill-Hill- college gebouwd. De hoofdingang was voorzien aan de zijde waar de kapel stond. Zo werd de kapel verkocht aan het het bestuur van Mill-Hill. De plannen wijzigde zich met het gevold dat de veldkapel niet onder de slopershamer viel.
Zo ontstaat het initiatief van het Gilde St. Joris, onder leiding van Leo de Brouwer, de kapel te herstellen. Jos Berendsen de directeur van Mill-Hill was daar nauw bij betrokken. De goten werden hersteld, op het dak van het portaal werden kunstleien gelegd. Jan Brock maakte glas-in-loodramen en maakte een raam net de afbeelding van Maria. Ook werden er 2 kerkbanken geplaatst.
In het kader van Brabant 2000 werden er middelen vrij gemaakt voor culturele projecten. De veldkapel aan de Oude Baan kwam hiervoor in aanmerking er werd 55.000,00 gulden vrijgemaakt voor restauratie van de kapel. Een zorg is het vandalisme en bevuilen van de kapel.
Dagelijks wordt al meer als 35 jaren de kapel dagelijks geopend en gesloten door het gilde geassisteerd een groep mensen die zorg hebben voor de Mariakapel aan de Oude Baan.
Nog dagelijks komen er mensen naar dit genadeoord voor een persoonlijke overweging en steken daarbij een kaarsje aan


veldkapel aan de Oude Baan. Onder het patronaat gesteld van Maris


1952 - Zijn doodschuld voldaan bij overlijden en met gilde-eer begraven.
Zijn doodschuld voldaan bij overlijden en met gilde-eer begraven
Lees voor Gildebroeder: gildebroeder en –zuster.


* Uit het gildeboek, de ledenlijst. Vanaf 1747 + * Gulden * stuiver * cent *
* Vijf notities uit de ledenlijst.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Peeter van Velthooven
In seijn vaders plaats St Magiel 1761 . 0 . 0 . 0 .
Ontfangen de doodt schult in zijn leeven . 1 . 0 . 0 .

Peeter van Besouw
Ontangen het in koom gelt 29 september 1762 . 1 . 5 . 0 .
Ontfangen de doodt schult den 23 april 1780 . 1 . 10 . 0 .

Matijs de volder
Den 23 april 1836 . 2 . 0 . 0 .
Blijft uijt de gilde en heeft geen doot schult betaalt . 0 . 0 . 0 .

Michiel van den Hout
Ingekomen 28 september 1789 . 1 . 10 . 0 .
Zijn dood schult betaalt den 23 april 1821 . 1 . 0 . 0 .

Verklaring van de aantekening van Michiel van den Hout.
~Michiel van den Hout werdt lid van het gilde op 29 september 1786, de naamdag van St. Michiel. Michiel betaalde 1 gulden en 10 stuivers als inkomgeld~
~23 april 1821, op de naamdag van St. Joris, werd de doodschuld betaald. Hiermee was het lidmaatschap beëindigd.~

Ingekomen in vaders plaats.
Vanaf 1749 werd door de hoofdman van Sint Joris genoteerd wanneer een gildebroeder toetrad tot het gilde en later het gilde weer verliet, al dan niet overleden. Werd iemand lid van het gilde dan moest een inkomgeld worden betaald van 1 gulden. In het geval van Peeter van Besouw is het bedrag vermeerderd met 5 stuivers, dit was het loon voor de knecht van het gilde.
Voor dat men werd toegelaten tot het gilde St. Joris moest er eerst geballoteerd worden want men kon enkel op voordracht van enkele leden van het gilde lid worden maar men moest ook worden geaccepteerd door een meerderheid van de gildebroeders. Het stemmen vond plaats in het gildehuis tijdens de teerdag of vergadering met erwten en bonen. Was de potentiële gildebroeder zwaar genoeg bevonden dan gaf men tijdens het stemmen een boon, was men tegen dan werd een erwt in de hoed geworpen. Waren de erwten in de meerderheid dan had de persoon in kwestie ‘z’n èrte èùt’ en kon vertrekken. Waren de bonen in de meerderheid dan was de weg open om toe te treden tot het “edele” gezelschap.
In het geval van Peeter van Velthooven was ‘geèrt en gebôont’ niet aan de orde. Peeter kwam in vaders plaats op 29 september de feestdag van St. Michiel, een teerdag waarop ook vergaderd werd. Bij het gilde is nog steeds de plaats bij het gilde voor de zoon zonder voorwaarden beschikbaar om vaders plaats in te nemen, er wordt dan ook geen inkomgeld betaald.
Uit de 16e eeuwse Caerte blijkt dat men naast het inkomgeld ook een pond was moest schenken. We lezen: “Item soo wije innegenomen wordt die sal geven den Ridder ende Martelaer Sint Jorijs een pond wasch”.
Niet duidelijk is of hier het pond was wordt bedoeld om kaarsen te maken voor het branden bij het altaar of te branden voor verlichting in een kroonluchter.
Maakte men onderdeel uit van de broederschap van St. Joris dan moest men zich ook gedragen als een gildebroeder. Overtredingen omschreven in de Caerte werden door de Deekens direct beboet. Merkwaardig genoeg was de boete bij ‘doodslag of verminking, wat God behoeden moge’ slechts 20 stuivers!
Was men in het gilde dan waren er nog meer onkosten en verplichtingen om als gildebroeder te kunnen uitrukken. In de Caerte staat bij de keuren geschreven:
~Item op allen desen vergader dagen zal elck Geselle schuldich sijn te comen met sijnen tabbaert met silver sonder ijet daer vuer te hebbene ten waer dattet vuijl weder waer en met sijnen pijle ende boghe bijsundere op die ommeganck dagen.~
~Item ordonneren voorts dat elck scutter sal doen maecken tot allen vijer jaren eenen nijeuen tabbaert gelijck als dat op ten verswooren Maendach gesloten sal worden ende op elck mouwe een half loot silver.~
Zo wordt duidelijk welke zaken men in de 16e eeuw moest aanschaffen of in het bezit hebben. Een mantel waarover men om de vier jaren gezamenlijk afspraken maakten welk het model het moest zijn en de duur van de periode voor nieuwe afspraken.
Op de mouwen het zilver met een gewicht van ½ loot. Hier werden bedoeld de zilveren roosjes van Karel van Malsen uit 1569. In 2005 zijn de nog in het bezit zijnde zilveren roosjes verwerkt in de breuk voor de hoofdman. Verder moesten zij kunnen beschikken over een boog met een dozijn pijlen. Alles bij elkaar een hele investering die niet voor iedereen was op te brengen en zo ook selectief werkte voor de werving van nieuwe leden.

De doodschuld voldaan.
Het lidmaatschap van het gilde werd beëindigd door het voldoen van een ‘doodschuld’. De doodschuld kon men op twee manieren voldoen. Peeter van Velthooven voldoet zijn doodschuld als geschreven in de Caerte: ‘Ontfangen de doodt schult in zijn leeven’.
Verzaakte men de doodschuld te voldoen en verdween men ongeziens uit beeld, dan ontstond er een probleem. Bij Cees van Dun staat te lezen: ‘Blijft uijt de guld en heeft geen doot schult betaalt’. Hiermee gooide Cees de deur dicht voor eventuele nakomelingen die lid zouden willen worden van het gilde. Gelukkig konden de nakomelingen de daad van Cees ongedaan maken door de doodschuld alsnog te voldoen. In het gildeboek zijn vanaf 1749 de notities betreffende de doodschuld nauwkeurig bijgehouden.
Peter van Besouw werd in1762 lid en heeft zijn inkomgeld voldoen. Op de feestdag van St. Michiel. 29 september, een teerdag, betaalde Peter zijn inkomgeld van 1 gulden en 5 stuivers. De 5 stuivers was het loon van de knecht voor zijn tussenkomst. Hierbij moet worden opgemerkt dat de Knecht voor al zijn diensten betaald moest worden omdat de Knecht geen lid was van het gilde.
Met deze beperkte gegevens kan toch een beeld gevormen hoe men kon toetreden tot het gilde Sint Joris.
Op Verloren maandag, de 1e maandag na het feest van de Epifanie (Driekoningen) waren de gildebroeders verplicht een H. mis te laten lezen:

Requiem æternam dona eis Domine (Heer, geef hun eeuwige rust).
~Item op ten Verswooren Maendach sullen die Deeckens schuldich sijn te doen bereijden eenen goeden maeltijt nae hunnen goetduncken, ende sullen doen singen bij den persoen oft eenen anderen priester hun dat believende een misse van requiem voor de brueders die in der Gulden gestorven sijn ende dan sal elcke geselle moeten offeren eenen Silveren pennick ende dat sal des Priesters loon wesen, ende daer sullen schuldich sijn die Deeckens te staene bij den euthaer om den offer te ontvangen.~
Uit bovenstaand artikel blijkt dat de misintentie voor de overleden broeders bij een gildemis na 400 jaar nog altijd onveranderd is. Wie die overleden gildebroeders waren is voor een deel niet meer te achterhalen. Duidelijk is dat degene die in het verleden koning hebben geschoten een koningsschild nagelaten hebben en zich daar door ‘onsterfelijk’ hebben gemaakt. Ook maakt dit artikel in de Caerte duidelijk dat naast de offergave de pastoor of priester betaald moest worden voor zijn diensten. De offergave voorziet duidelijk niet in “des priesters loon”. Tegenwoordig kennen we nog het offeren op de twee trommen tijdens een viering. Er wordt geofferd op twee dieptrommen, één is voor de offergave en op de andere trommel wordt het loon van de priester gedoneerd. Dit is een rechtstreeks uitvloeisel van de oude regel uit de kaerte.
De misintentie bij een gildemis is na 400 jaar nog altijd onveranderd. Bij iedere eucharistieviering wordt voor het zielenheil voor de overleden leden van het gilde St. Joris door de pastoor tot gebed opgeroepen. Wie die overleden gildebroeders waren is voor een deel niet meer te achterhalen. Duidelijk is dat degene die koning hebben geschoten een koningsschild nagelaten hebben en zich daar door ‘onsterfelijk’ hebben gemaakt.

Doodschuld voldaan en met gilde-eer begraven.
Van Abraham Corn.zn Staets is niet bekend wanneer hij lid is geworden van het gilde St. Joris. Wel is duidelijk dat zijn zoon, Cornelis Staets, lid was van het gilde getuige de toevoeging van Zn. bij Abraham. Abraham wordt in 1707 geboren, huwt voor de 2e maal met Maria van Dun en komt op 17 februari 1774 te overlijden in Goirle. Één dag later wordt Abraham op het kerkhof naast de kerk van St. Jan begraven met gilde-eer. Een gildebroeder met gilde-eer begraven betekende dat de uitvaart en de ter aarde bestelling geheel door het gilde werd verzorgd met de bijbehorende rituelen. Het dragen op de schouder is daar een voorbeeld van. De familie moest na afloop van de uitvaart een plaats aanwijzen voor het ‘dooddrinken’. De knecht moest het vat bier aftappen welk op het zielenheil van de overledene werd geledigd. Op 24 april 1774, de patroondag van Sint Joris, als het gilde in vergadering bijeen was is, werd volgens de Caerte ‘de doot schult ontfangen’. De nabestaande hebben dus de doodschuld voldaan, zijnde 1 gulden.

De doodschuld voldaan bij overlijden.
~Item soe wanneer ijemandt van desen schutters ofte guldebroeders geraeckt afflievich te worden soe sullen die andere guldebroeders dat doode lichaem van den aflivigen schuldich sijn met hoeren scutters clederen ten grave te brengene ende in der misse te offeren op den pene als voor telcke reijse soe verre hen die weete daer toe gedaen sij, ten ware die voorscreven doode gestorven ware van der
pestilentie oft andere perrijculeusse besmet telijcke siecte oft dat sij aachte bleven met nootlijcke saecken die sij den Deeckens behooren te verklaren ende bij haren eede te purgeeren. ~
*vertaald staat er: Item wanneer een gildebroeder gestorven zal zijn dan zullen de gildebroeders, de overledene in schutterstenue ten graven brengen en tijdens de mis offeren wat daartoe gebruikelijk is. Uitgezonderd hiervan is men als de overledene gestorven is aan de pest of een andere ernstige besmettelijke ziekte, of als een gildebroeder noodzakelijk verhinderd is, wat hij aan de Dekens moet verklaren en die zullen hem in deze dan van zijn eed ontslaan.*

Schijndood.
Uitvaartrituelen uit de 16e eeuw die bij het eigene behoorden van de plaatselijke bevolking waren niet nader in de Caerte omschreven omdat zij zo vanzelfsprekend waren. Een niet nader omschreven ritueel was de controle op schijndoden. Stond in de 16e eeuw een overleden gildebroeder boven aarde dan werd er gewaakt en gebeden, de avondwake is daar een hedendaags overblijfsel van. Voor de requiemmis brachten de gildebroeders de overledene tijdens zijn laatste kerkgang naar de St. Jan. In de kerk en op het kerkhof, welk rond de kerk was gelegen, werd de kist gedragen op de schouders, begeleid door de gildebroeders met flambouwen in processie met de pastoor. De tamboer sloeg de dodenmars en de vaandeldrager ging voorop. Was de kist in het graf afgedaald dan kwam de vaandrig naar voren voor de laatste groet en eer te bewijzen door het omfloersten van het vaandel. Maar eerst klopte de vaandrig drie maal met de knop van het vaandel op de kist en luisterde of er een reactie kwam vanuit het gegraven graf! Voor zover bekend is een reactie altijd uitgebleven. Dit was een eeuwenoud ritueel als controle op het schijndood zijn. Later werd dit gebruik eufemistisch verklaard als dat de vaandrig bij Petrus drie maal op de hemelpoort aanklopte. Ook het omfloersten van de kist met het gildevaandel behoorde tot het 16e eeuwse ritueel. Al deze rituelen worden nu nog steeds uitgevoerd zoals onze voorvaderen eer hebben bewezen aan een ‘aflijvige’ in de voorbije eeuwen.
Het dooddrinken is ook een voorbeeld van een ritueel dat bij het gilde St. Joris een eeuwenoud nog bestaand gebruik is. Als alle plichtplegingen achter de rug waren gingen de gildebroeders naar een plaats die door de nabestaande was aangewezen. Daar werd door de knecht een vat bier aangeslagen voor consumptie en hiermee was de schuld aan de overledene voldaan.
Wat restte was de notitie in het gildeboek: “Zijn doodschuld voldaan bij overlijden” onder vermelding van het jaartal. De gildebroeder was met gilde-eer begraven en vaders plaats in het gilde is vrij voor een zoon.

In gebreken blijven
Bleef een gildebroeder in gebreken dan waren de maatregelen getuige de Caerte onverbiddelijk:
~Item van der gulden oft van den eede en sall nijemandt verlatene mogen worden ten ware hij bij quaden regimente misbruijckte ende alsoe bij Hooftman Coninck ende Deeckens daer vuijtgeset werden oft dat hij verarmde ende nijet machtich en ware die Gulde te onderhouden in welcken gevalle hij sijen staet te kennen gheeven sal ende scheijden daer minlijck vuijt midts allen sijnen achterstelle op te leggen nae vermoegen den registre datter van gehouden sal worden sonder dat van noode sal sijn met eenige rechte daer op te voorderen ende dan sal hij daer voor moeten gheven tien stuvers totten dulden behoef, dede hij dat nijet sal men hem dat binnen veerthien dagen af mogen panden. nae dat hem sijnen eedt verdragen of verlaten sal sijn.~
Vrij vertaald staat er het volgende: * Item niemand zal van de gilde-eed ontslagen mogen worden tenzij hij wegens slecht gedrag door de Hoofdman, Koning Dekens uit de gilde gezet wordt of als hij zodanig tot armoede is vervallen dat hij niet in staat is om aan de geldende verplichtingen van het gilde te voldoen in welk geval hij hiervan kennis zal geven en hij zal in vriendschap scheiden alhoewel een staat van geldelijke achterstand moet opgemaakt worden die echter niet gevorderd zal kunnen worden als hij daarvan betaalt tien stuivers ten behoeve van het gilde. Doet hij dat niet dan zal men hierop binnen 14 dagen beslag kunnen leggen nadat hij van zijn eed ontslagen zal zijn.*

Concluderend kan men stellen dat het lidmaatschap van het gilde St. Joris beslist niet vrijblijvend was met alle boetes, keuren en balloteren. Toch zien we dat de bovenlaag van de bevolking van Heerlijkheid Tilburg en Goirle een lidmaatschap ambieerde. De reden moet zijn geweest dat aan het lidmaatschap voordelen waren verbonden op sociaal en maatschappelijk vlak. Van de mogelijk tot het toetreden in vaders plaatst bij het gilde werd dan ook veelvuldig gebruik gemaakt. Zo werd het gilde soms generaties lang bevolkt door dezelfde families die de gebruiken en rituelen bij overlijden als erflaters dikwijls onveranderd tot ons gebracht hebben.

Caerte waarin de keuren staan genoteerd : statuten met regels of voorschriften
Verswooren Maendach: Verloren of Verzworen Maandag
Teerdag: feestdag met een maaltijd
Purgeeren: reinigen; zuiveren
Tabbaert: mantel
Deeken: bestuurder.
Omfloerst: gevoileerd; omsluierd; omhuld. > Omfloerste trom.
Flambouw: processielantaren op een lange stok. De flambouwen flankeerden het processiekruis.

Sjef Hoogendoorn 2015





Bron: De Caerte - regelementen -

1951 - Het lied van Sint Joris
Oud lied van Sint Jorijs, dat vroeger bij het teren van het Sint Jorijsgilde gezongen werd. Mijn moeder getuigde, en van haar heb ik het lied, dat aldus nog geschiedde toen het gilde bij haar thuis in café "De Ploeg" op de Nieuwe Rielseweg. (thans is daar gevestigd de Sparwinkel van Leonard Brock) In deze herberg kwam het gilde in het jaar 1901, nadat het 35 jaar was thuis geweest in het café van Ansems, tegenwoordig Harrie Smits.
In bovengenoemde café 'de Ploeg' is het beeld van Sint Jorijs, dat oorspronkelijk wet was opgeschilderd geworden door een zekere Rens, de vader van onze latere Burgemeester Rens.. In kleuren opgeverfd, en heeft daardoor jammerlijk aan zijn waarde verloren.
1957

Het lied van Sint Joris is een oud lied wat overal in Brabant bij de St. Jorisgilden werd gezongen, zo ook bij Sint Joris Goirle. Anna Stads (1880-1959) groeide als kind met het gilde op. Thuis in het café was St. Joris thuis en haar vader Janus was lid van het gilde. Moeder Cornelia deed het café en Janus werkte in de raojmaokerij. Tijdens de teerdagen bij café de ploeg werd er gezongen en daar deed Anna als kind ook aan mee.


Lied van Sint Joris

'T is geweest voor onze tijden
Dat Sint Joris kwam te rijden
In een plaats, die was gelee,
daar aan de oever van de zee.

In een stad, die daar heel leege
aan de zeekant was gelegen,
daar kwam een schrikbaar giftig beest,
waarvoor een ieder was bevreesd.

Niemand kon dat beest verjagen,
die geregeld kwam alledagen,
Aan de oever van de zee
en het nam veel schapen mee.

Al de schapen die daar stonden,
werden gruwelijk verslonden;

Daar het hield daarmee niet op,
Het kost 't ook meen'ge menschenkop.

Het volk ging saam besvhilkken,
Dat een mensch om op te slikken,
Als verzoening moest gesteld,
Aan de wraak van 't helsch serpent.

Want, wanneer men dat niet deede,
Leefde men nooit meer in vreede,
En men zat z'n leven lank,
Door de draak in angst en stank.

Groot en klein ging alle dagen,
Naar den koning om te vragen
Dat er moest gehouden raad,
Om te keren 't helsche kwaad.

En de koning zonder spotten,
Sprak: Wij zullen er om lotten,
Want niet één van al tegaar,
Durfde zijn in zulk gevaar.

Het lot begon te veranderen,
Viel van den eenen op den anderen,
En viel toen op het koningskind,
Door haren vader zeer bemind.

En dit deed den koning rouwen,
Om zijn dochter te behouden,
Bood hij kroon en vorstenheid,
Aan degeen, die haar bevrijdd'.

Ja Heer koning, gij moet weeten,
dat reeds veel'zijn opgegeeten
Zij wordt zonder tegenspraak,
Ook verslonden door den draak.

Velen wilden haar behaagen,
Maar geen held, die op kwam daagen;
Zij werd gelaten in de steek,
En zoo dag en uur verstreek.

Bitter zag eenelk de smart aan,
Toen de dochter zoude opgaan,
Naar den oever van de zee,
En ze kreeg haar schappjes mee.

Met de kroon op, in haar haaren,
Schreed zij rustig naar de baaren;
Heel het volk in angst en rouw,
Smeekte: God haar redden zou.

Maar Sint Joris kloek van zeden,
Kwam toen dapper aangereden;
En hij sprak de Jonkvrouw aan:
Waarom dat daar bleef staan?

Zij sprak: Jonkman, wil U mijden,
Wil van deeze plaats af rijden,
Hier zal komen eenen draak,
Die op U ook neemt zijn wraak.

Schoone Jonkvrouw, wil niet denken,
Dat het monster U zal krenken,
want ik zal, in Jezus naam,
Het gaan maken onbekwaam.

En terwijl hij dat verklaarde,
Dat hij deezen strijd aanvaardde,
Kwam het gruwelijk gespuisch,
Uit de zee, met groot gedruisch.

En Sint Joris, rein van zeden,
Is het tegemoet gereden,
En als dapp're christenheld,
Heeft hij 't monster neergeveld.

Sinte Joris, Gods behagen,
Heeft de draak roemrijk verslagen,
Bond hem zijn paard van achter-aan,
En is zo door de stad gegaan.

Triomphant in hemelsch'glorie,
't Werd alom met roem vermeld:
Dat hij had den draak geveld.

Vorst en volk, toen in verblijden,
Gingen Christus leer belijden,
En Sint Joris hunnen held,
Werd ter chist'nen deugd gesteld.





Bron: Jan Hoogendoorn

1951 - Proppenschieter
Een proppenschieter is geen kruisboog maar een instrument om elsenproppen te schieten. Deze werf gebruikt door met name de boerenjeugd die van een stuk flierhout en een tienduimer een proppenschieter maakte om elsenproppen met kracht elkaar te bestoken. Net als een kruisboog moest je het ding zelf malen.

Men duwt met de pen de elsenprop naar het uiteinde van de schacht. Dit is de prop die geschoten gaar worden.
men klopt de 2e prop, die als zuiger gaat dienen, voor in de schacht.
Vervolgens det men de men met de kouten klopper op de buik en drukt met geweld de men in de buis. Het gevolg is dat de 1e prop wegschiet en de 2e prop op de plaats gaar zitten om de proppenschieter weer te 'laden' met een alsenprop


proppenschieter


- stuk flierhout - hamer met zuigerpen -


Bron: Sjef Hoogendoorn

1951 - Klôosterschraans
Wat er achter de kloostermuur gebeurde en hoe het er uit zag konden wij als kinderen alleen naar raden. Het gehele terrein was afgesloten met een hoge gemetselde muur. In werkelijkheid lag er een fraaie tuin die wat weg had van een botanische tuin. Een van de weinige activiteiten die een frater kon ontwikkelen was tuinieren. Tegen de Oude Kerkstraat was een grote kas en tuinen om te teulen. jantje Spijkers, beter bekend als Jantje van Vennerode, woonde achter de tuin aan de Koude Pad. Hij wekte in vaste dienst in de tuin van de fraters.
Er werd beweerd dat men voorzichtig moest lopen om geen nestje fraters te vernielen!
de tekening schetst een beeld van de binnenzijde van het klooster te hoogte van de Oude Kerkstraat.


kloostermuur van de Fraters


Bron: Sjef Hoogendoorn

1951 - Peer van Boxtel. Tilburgseweg . Joop Scheepens
Eenvoudige woning aan de Tilburgseweg van Peer van Boxtel.
2 eenvoudige woningen.
In 1959 start Jo Scheepens zijn winkel door doorheen in de Bergstraat zat.
Jo Scheepens sloopt de zaal en bouwde een nieuwe elektische apparaten en antenne-handel


Tilburgseweg Peer van Boxtel


Bron: Sjef Hoogendoorn

1950 - Huis met franse kap gekoppeld aan oude woning Hoogeind
Een deel van de 17e eeuwse woning is afgebroken en opnieuw opgebouwd.
typisch, de Franse kap die in de jaren 30 is gebouwd


Laatste woonhuis aan het Hoogeind vaar Rielsedijk


Bron: Sjef Hoogendoorn

1950 - Wevershuis aan het Hoogeinde. fam. Beijsters
Fam. Adriaansen
Wellens-Adriaansen
Dimpfe Alriaansen

Piet Adriaansen met zus han adriaansen zoen cees frater
moeder van Piet slagerij op de vismert

Piet Adriaansen 1892-1976 X Adriana Spijkers 1891-1925
Piet vroeg weduwnaar woont samen met zijn ongetrouwde zus Han Adriaansen

Persoonskaart van Hendricus Johannes Wellens

Hendricus Johannes Wellens is geboren op 11-04-1877 in Goirle, zoon van Wilhelmus (Q317) Wellens -1*-st.J. en Adriana Maria Heestermans. Hendricus is overleden op 12-02-1920 in Goirle, 42 jaar oud. Hendricus trouwde, 26 jaar oud, op 11-05-1903 in Goirle met Cornelia Adriaansen, 19 jaar oud. Cornelia is geboren op 03-06-1883 in Hilvarenbeek, dochter van Johannes (Jan) Adriaansen en Philomena Willems. Cornelia is overleden op 21-01-1962 in Goirle, 78 jaar oud.
Kinderen van Hendricus en Cornelia:

1 Maria Wilhelmina Wellens, geboren op 19-12-1903 in Goirle. Maria is overleden op 07-10-1992 in Tilburg, 88 jaar oud. Maria trouwde, 25 jaar oud, op 25-06-1929 in Goirle met Jacobus Josephus Maria van der Schoot, 25 jaar oud. Jacobus is geboren op 19-12-1903 in Goirle. Jacobus is overleden op 07-10-1992 in Tilburg, 88 jaar oud.

2 Johanna Wilhelmina Wellens, geboren op 09-03-1905 in Goirle. Johanna is overleden op 09-07-1994 in Goirle, 89 jaar oud. Johanna trouwde, 25 jaar oud, op 29-12-1930 in Goirle met Adrianus Franciscus Cornelis van Boxtel, 26 jaar oud. Adrianus is geboren op 22-01-1904 in Goirle, zoon van Franciscus Maria van Boxtel en Anna Maria in ’t Ven. Adrianus is overleden op 04-09-1987 in Goirle, 83 jaar oud.

3 Johannes Wilhelmus Wellens, geboren op 28-11-1906 in Goirle. Johannes is overleden op 04-02-1988 in Goirle, 81 jaar oud. Johannes:
(1) trouwde, 24 jaar oud, op 29-12-1930 in Goirle met Gabriella Johanna Francisca Tra, 24 jaar oud. Gabriella is geboren op 23-05-1906 in Goirle. Gabriella is overleden op 11-07-1976 in Goirle, 70 jaar oud.

(2) trouwde, 59 jaar oud, op 17-05-1966 in Goirle met n.n n.n.. n.n is overleden.

4 Elisabeth Maria Wellens, geboren op 21-06-1908 in Goirle. Elisabeth is overleden op 18-04-1994 in Goirle, 85 jaar oud. Elisabeth trouwde, 24 jaar oud, op 17-10-1932 in Goirle met Johannes Adrianus Petrus Brekelmans, 26 jaar oud. Johannes is geboren op 24-01-1906 in Goirle. Johannes is overleden op 06-10-1985 in Goirle, 79 jaar oud.

5 Petronella Elisabeth. Wellens, geboren op 12-01-1910 in Goirle. Petronella is overleden op 06-03-1994 in Goirle, 84 jaar oud. Petronella trouwde, 26 jaar oud, op 16-11-1936 met Jacobus Cornelis Adrianus de Rooij, 26 jaar oud. Jacobus is geboren op 28-10-1910 in Goirle. Jacobus is overleden op 03-04-1984 in Goirle, 73 jaar oud.

6 Godefrida Petronella Wellens, geboren op 14-11-1911 in Goirle. Godefrida is overleden.

7 Johanna Cornelia Wellens, geboren op 30-08-1914 in Goirle.

8 Catharina Petronella Johanna Maria Wellens, geboren op 23-06-1916 in Goirle. Catharina is overleden op 13-08-1971 in Tilburg, 55 jaar oud. Catharina trouwde, 26 jaar oud, op 17-01-1943 in Tilburg met Johannes Baptist Arnoldus Maria Tra, 26 jaar oud. Johannes is geboren op 01-06-1916 in Goirle. Johannes is overleden op 21-01-1964 in Tilburg Elisabethziekenhuis, 47 jaar oud.

9 Huberdina Maria Wellens, geboren op 04-03-1919 in Goirle. Huberdina is overleden op 12-01-1999 in Goirle, 79 jaar oud. Huberdina trouwde, 28 jaar oud, op 15-07-1947 in Goirle met Petrus Johannes van Gils, 27 jaar oud. Petrus is geboren op 26-01-1920 in Goirle. Petrus is overleden op 25-12-1989 in Tilburg, 69 jaar oud.

Leeftijd bij belangrijke gebeurtenissen:

2 Broer of zus n.n. levenloos geboren (24-08-1879)
3 Zu


origineel wevershuis in 't Hôogènd 1950 na de verbouwing


Bron: Sjef Hoogendoorn

1950 - Woonhuis 17e eeuw . uitgebouwd en vervangen in 1930 Hoogeind
De 17e eeuwse woning is gedeeltelijk vervangen door een woonhuis. bouw ~1925.
Wellens


wevershuis van Beijsters


Bron: Sjef Hoogendoorn

1948 - Hoofdman. Leonard Brock
Leonardus Cornelis (Q435) Brock is geboren op 23-01-1901 in Goirle, zoon van Jan Cornelis (Jan Q392) Brock en Theodora Cornelia Donkers. Leonard is overleden op 08-10-1978 in Goirle, 77 jaar oud.
Leonard trouwde, 30 jaar oud, op 18-05-1931 met Catharina Adriana Maria (Toos) Zoontjes, 26 jaar oud. Toos is geboren op 04-04-1905 in Tilburg, dochter van Lambertus Zoontjes en Dimphna Maria van Loon. Toos is overleden.
Notitie bij Leonard J.C.zn: Leonard was lid van het gilde St. Joris
ingekomen 25 april 1921
zijn doodschuld voldaan bij overlijden oktober 1978 te Goirle.
Leonard is begraven met gilde-eer
Hoofdman van gilde Sint Joris 1962- 1971.
benoemd tot ere-lid Verloren Maandag 11 januari 1971
koning geschoten 1948.
tijdens de oorlog lagen de openbare activiteiten stil. Ik Hof van Holland ging de guld gewoon door. In 1948 werd er weer voor de eerste maal koning geschoten.
Leonard woonde aan de Rielseweg in het huis van de dames Stads. De vrouw van Leonard, Toos Zoontjes, zette de winkel van de dames Stads voort. Het werd een kruidenierswinkel de Spar
aan de rechterkant van het Huis was de wagenmakerij van Janus Stads. Hier kwam Merijn de Jong, tuinder, te wonen. Achter het woonhuis hebben ooit de doelen van St. Joris gestaan.
Leonard was een kippenboer die in het Smiske een klompenhandel exploiteerde.


Leonard Brock en Jan de Brouwer


Bron: Jan Hoogendoorn

1948 - Beschermheer. Ruud van Puijenbroek
Rudolf Antoon (Ruud Q477) van Puijenbroek is geboren op 17-03-1906 in Goirle, zoon van Eduard Joseph (Q366) van Puijenbroek en Anna Frederika Jansen. Q477 is overleden op 22-11-1983 in Goirle, 77 jaar oud.
Ruud trouwde met Gertrud Godfrieda (Beschermvrouwe) (Q743) Vroom Q743 is geboren op 30-03-1921 in Bussum, dochter van Wilhelmus Harmanus (Willem) Vroom en Emilia Franciska Tombrock. Q743 is overleden op 26-05-2001 in Loon op Zand [Huize Molenwijck], 80 jaar oud. Zij is begraven op 02-06-2001 in Goirle. en bijgezet in het familiegraf
Notitie bij Eduard: Lid van het gilde Sint Joris. ingekomen in vaders plaats 26 april 1948..
Notitie bij Tuut: na overlijden van echtgenoot Ruud van Puijenbroek [22-11-1983] wordt mevr. G van Puijenbroek Vroom beschermvrouwe van het gilde Sint Joris.
Gertruda is overleden en met gilde-eer begraven en bijgezet in het familiegraf op het kerkhof van St. Jan
zijn doodschuld voldaan bij leven 29-6-1960. Ruud blijft wel beschermheer van het gilde tot aan zijn dood. Ruud is met gilde-eer begraven.
ingekomen als beschermheer eindigt het beschermheerschap bij overlijden 17-03-1976. met gilde-eer begraven.
Ruud schenkt in 1981 een nieuw Moedervaan. Eduard schiet dat jaar koning en betreedt als eerste het vaan tijdens het ceremonieel van de installatie van de nieuwe koning.
Op 26 april 1948 treedt Ruud Ed.zn. van Puijenbroek toe tot het gilde. Ruud treedt 'in vaders plaats'. Dat wil zeggen er wordt niet geballoteerd, de plaats in het gilde is vrij voor de zoon. Dat zal ook wel niet nodig zijn geweest omdat Ruud direct de functie van Beschermheer op zich neemt na het overlijden van zijn vader Eduard van Puijenbroek. Op 26 juni 1965 treedt de zoon van Ruud van Puijenbroek; Eduard van Puijenbroek 'in vaders plaats' als gildebroeder van het gilde. Ruud beëindigd zijn actieve rol als schutter bij het gilde, hij blijft wel naast Beschermheer ook lid van het gilde.
Op 26 juni 1980 betaalt Ruud 'zijn doodschuld bij leven'. Hij blijft actief als Beschermheer van het gilde tot aan zijn overlijden.
In 1981 schenkt Ruud van Puijenbroek 'ônder d'n bôom' het nieuwe gildevaandel. Zo loopt Eduard R.zn., die in 1981 koning schiet, als eerste over het nieuw ingezegende moedervaan.





Familiegrafmonument fam. van Puijenbroek


Ruud Ed.zn. van puijenbroek


Bron: Grafsteen van Rood van Puijenbroek

1947 - Koningschieten. Jan de Brouwer
Johannes Adrianus Cornelis (Jan Q468-Q504) de Brouwer is geboren op 18-05-1925 in Goirle, zoon van Petrus Adrianus (Q445) de Brouwer en Antonia Maria van der Heijden.
Jan is overleden op 05-11-2000 in Goirle, 75 jaar oud.
Jan trouwde, 28 jaar oud, op 13-10-1953 in Goirle met Wilhelmina Petronella Verbeek, 24 jaar oud. Wilhelmina is geboren op 13-02-1929 in Haaren, dochter van Toon Verbeek en Drika Versteijnen.

Notitie bij jan: Jan PA.zn. de brouwer was Lid van het gilde Sint Joris.
inkomgeld voldaan; 16 juni 1946. / doodschuld voldaan bij leven; 16 augustus 1953
functies: koning 1947
2e maal ingekomen en inkomgeld voldaan; 3 mei 1959 / doodschuld voldaan bij leve; 8 sept. 1999
Jan zoon van d’n dikke Jaon van Abcoven.
bijnaam: Jan Kuus. Jan was varkenshouder op de Bakertand
Jan behoorde tot de vaste stamgasten van Hof van Holland, het gildehuis. Zaterdagavond was de vaste kaartavond. (hoogjassen)




Johannes de Brouwer schiet koning.
Goirle herstelde van de oorlog en de draad van voor de oorlog werd opgepakt. Het Gilde kon weer in het openbaar verschijnen.
In 1947 werd er weer een Koning geschoten. De jeugdige Jan de Brouwer, zoon van Jaon de Brouwer, schoot de vogel eraf.
Na afloop wist vader Jaon te vertellen; "Dè ônze Jan Kôning heej geschoote heej mèèn 'n koej gekost"!


1947. Koningschild van Jan J.zn. de Brouwer


Koning Jan de Brouwer


op het erf waar in de 19e eeuw de doel van het gilde was


koningschieten op de voorgrond Frans van den Hout


daor vatte we d'r êene op!


1946 - Woonhuis aan de Bergstraat met kerk St. Jan
Hoek Bergstraat en Annapadje
naast het woonhuis stond het klooster van de nonnen
Op de hoek de Smederij van Kronenburg
het Annapadje voerde naar de Leij
Angelusklokketorentje staat er nog op
het klooster naast is gesloopt
andere Hoek: Huize Anna


woonhuis aan de Kerkstraat. Op de hoek Annastraatje


Bron: Sjef Hoogendoorn

1945 - Hoofdman. Piet Santegoets
Peter Johannes C.zn (Q382) Santegoets is geboren op 19-04-1881 in Goirle, zoon van (Peter) Cornelis (Q305) Santegoets -2*-st.J. en Johanna Jacobs. Q382 is overleden op 07-01-1975 in Tilburg, 93 jaar oud.
Piet trouwde, 35 jaar oud, op 10-10-1916 in Goirle met Johanna Elisabeth Maria van den Hout, 28 jaar oud. Johanna is geboren op 09-12-1887 in Goirle, dochter van Michiel (Q347) van den Hout-7*-st.J. en Lucia Maria van Dun. Johanna is overleden op 04-12-1952 in Goirle, 64 jaar oud.
Notitie bij Piet: Peter was lis van het gilde St. Joris.
Peter was lid van het gilde St. Joris
Ingekomen in het gilde in vaders plaats: 11 juli 1906. Zijn doodschuld betaald bij leven.
zijn doodschuld voldaan bij leven
koning geschoten 17 juni 1932 1e maal
koning geschoten 30 juni 1959 2e maal
hoofdman 1945-1961


Slager Piet Santegoets uit de Fabrieksstraat. | bruiloft van zoon Michel Santegoets


Bron: Jan Vekemans

1945 - Gilde Sint Joris na de oorlog
Als na de oorlog het leven van voor de oorlog wordt opgepakt treed het Gilde Sint joris ook weer naar buiten. Hierbij moet worden opgemerkt dat het gilde haar activiteiten binnenshuis normaal heeft doorgezet. Er werd geschoten en er zijn ook bestuursfuncties uitgegeven.
Goirle kent drie gilden; St. Joris, St. Sebastiaan en St. Mauritius. Zij waren allen verbonden aan de kerk van de parochie St. Jan. In Mei 1940 was de 2e parochiekerk ingezegend. Ook deze parochie onder pastoraat van pastoor Pessers moest onder bescherming worden gesteld van een gilde. Het resultaat van het overleg was dat het gilde met zijn gildehuis in de nieuwe parochie zou verkassen. Het historisch gilde Sint Joris, met de oudste rechten, lag op de grens beider parochies en verliet na 400 jaar de trouwe Sint Jan. Ook Sint Sebastiaan, thuis in de Linde verliet de Sint Jan. De Pastoor hield 1 gilde over uit de boedelscheiding, het Gilde St. Mauritius bij d'd Hôoge Vonder.
Met pastoor Pessers en het gilde Sint Joris kenden vanaf het begin een goede onderlinge relatie waardoor het gilde zich thuis voelde in de parochie Maria Boodschap. Met het sluiten van de kerk in 2010 trok het gilde in processie terug naar de moederkerk Sint Jan Onthoofding.

In 1947 is het eerste naoorlogse koningschieten. Jan de Brouwer schiet zich tot koning.
Hoofdman Peter Santegoets
Koning: Leonard Brock (geschoten)





1944-02-22 - Josephus Hoogendoorn
Op 22 februari 1944 vond een bombardement plaats op de stad Nijmegen, uitgevoerd door Amerikaanse bommenwerpers die, naar later bleek, een vergissing hadden gemaakt omdat ze dachten een Duitse stad te bombarderen.
Bij dit bombardement vielen honderden slachtoffers waaronder Goirlenaar Sjef Hoogendoorn.

In 2005 is door Bart Janssen een boek uitgebracht met de titel “De Pijn die blijft” met hierin ooggetuigenverslagen van het bombardement maar ook verhalen en herinneringen aan de slachtoffers opgetekend door familieleden, vrienden en/of bekenden.
Eén van deze verhalen, geschreven door Jan Hoogendoorn, is hieronder vermeld.
De heer J.C.J. Hoogendoorn woonde nog thuis bij zijn ouders. Hij werkte als onderwijzer bij de fraters in Tilburg. Sjef, zijn vier jaar oudere broer, was een jaar eerder getrouwd met Mien Vermeulen en woonde met zijn vrouw en hun zoontje van twee maanden aan de Tilburgseweg nr. 111 in Goirle. Sjef had daar een garagebedrijf met een smederij. Voor dat werk had hij een paar weken eerder bij Willem Smit in Nijmegen een elektrisch lasapparaat besteld. Hij had al diverse pogingen ondernomen om dat apparaat in Goirle te krijgen maar iedere keer werd de levering om de een of andere reden uitgesteld. Alles moest schriftelijk of per telegram gebeuren want vanuit Goirle kon hij telefonisch geen contact krijgen. Na het laatste uitstel besloot Sjef zelf naar Nijmegen te reizen om duidelijkheid te krijgen over de datum van levering. Om de betreffende employé een beetje gunstig te stemmen had hij een aantal boterbonnen op de kop kunnen tikken. In die tijd van schaarste konden extra bonnen wonderen verrichten……….

Op maandagavond was mijn broer mij komen vragen of ik er iets voor voelde die woensdag, zijn 28ste verjaardag, mee te gaan naar Nijmegen.
Hij wist dat de fraters iedere derde woensdag van de maand “afzondering” hadden, en omdat er dan maar tot half elf les werd gegeven, zou hij me rond die tijd op school komen afhalen. Maar ik voelde er niets voor want ik studeerde voor de hoofdakte en zat in mijn examenjaar.
Ik zou die woensdag van twee tot zeven les in opvoedkunde krijgen en dat wilde ik niet missen.
Hij heeft toen blijkbaar besloten om niet op zijn verjaardag maar een dag eerder te gaan. Later hebben we kunnen reconstrueren dat hij om twee uur die middag een afspraak had met de leverancier van het lasapparaat. Bij het eerste luchtalarm was hij op het station van Nijmegen.
Hij schijnt daar bij de ingang van de schuilkelder gezeten te hebben om maar op tijd bij die fabriek te kunnen zijn. We nemen aan dat hij na het afblazen van het alarm op het Stationsplein de kortste weg naar Smit heeft gevraagd.
Hij is voor het station gevonden…..
In Goirle wisten wij van niets. Zijn vrouw was met de voorbereidingen voor zijn verjaardag bezig en hij kwam maar niet naar huis. Later die avond hoorde iemand dat Nijmegen gebombardeerd was. We waren natuurlijk doodsbang dat hem iets was overkomen maar we konden zo laat niets meer ondernemen.
De volgende dag zijn mijn twee oudste broers en mijn zwager op de fiets naar Grave gereden. Daar lukte het vervoer naar Nijmegen te krijgen en in Nijmegen zijn ze overal gaan zoeken en vragen. Uiteindelijk werden ze doorgestuurd naar een veilinghal waar al heel veel slachtoffers lagen. Tussen die doden hebben ze Sjef gevonden. Ze hebben hem moeten identificeren aan de hand van zijn persoonsbewijs.
In Goirle waren we natuurlijk kapot van verdriet en iedereen leefde mee. Niet alleen met ons, maar ook met de missionarissen van de H. Familie. Pater Kouwenhoven, de provinciaal overste van het klooster aan de Tilburgseweg, bleek namelijk ook bij het bombardement te zijn omgekomen. Het waren verschrikkelijke dagen die je nooit meer vergeet.
We hadden gehoord dat het lichaam van pater Kouwenhoven door een auto van textielfabriek Van Puijenbroek in Nijmegen zou worden opgehaald en wij hebben toen bij Van Puijenbroek gevraagd of zij ook de kist van Sjef wilden meebrengen. Dat werd beloofd en we konden de uitvaart en de begrafenis gaan regelen. Die werd, ik meen op vrijdag, vastgesteld om tien uur in de kerk van Maria Boodschap in Goirle. Maar toen we daar in een overvolle kerk zaten te wachten, was er nog steeds geen auto van Van Puijenbroek. De uitvaartdienst hebben we toen toch maar laten doorgaan en daarna zijn we naar huis gegaan.
Het hele huis zat vol toen we om één uur bericht kregen dat de vrachtauto was aangekomen en dat de kist van Sjef achter in de kerk was gezet. Mijn broer Toon, die ook in de smederij werkte, was ineens verdwenen. Dat vergeet ik nooit meer. Na een half uur kwam hij weer de kamer in en hij zei alleen: “Onze Sjef is aangekomen en het is onze Sjef“. Hij was met een schroevendraaier naar de kerk gegaan en had de kist geopend. Hij was erop voorbereid dat Sjef ernstig verminkt kon zijn maar hij wilde voor honderd procent zeker weten dat het onze Sjef was, die in de kist lag. Later heeft hij me verteld dat men de leren jas over het zwaar verminkte gezicht van Sjef had getrokken. Om drie uur zijn we met de hele familie opnieuw naar de kerk gegaan. Ik herinner me nog dat ik verbaasd was over de hardhouten gewelfde kist met prachtige ornamenten en bronzen beslag die je alleen op eersteklas begrafenissen zag. In die kist hebben we Sjef op het kerkhof begraven.

Mijn moeder, die naast de garage woonde, zat altijd voor het raam van haar keukentje. Van daaruit had ze uitzicht op de benzinepomp. Nog heel lang veerde ze automatisch op als er iemand in een leren jas aan de pomp verscheen. Zo had ze Sjef die morgen zien vertrekken.
Het zal een jaar of twee na de bevrijding zijn geweest toen er een auto voor de garage stopte. Er stapte een echtpaar uit en ze vroegen mijn moeder of ze even binnen mochten komen. De man maakte zich bekend als oud-soldaat. In de oorlog was hij motorordonnans geweest en was hij gelegerd in de concertzaal van Goirle, die tegenover de garage van Sjef lag. Hij had Sjef goed gekend.
Hij vertelde mijn moeder dat hij op 22 februari 1944 in Nijmegen belast was geweest met hetkisten van de slachtoffers die in de veilinghal waren binnengebracht. Uit het hele land waren kisten opgevraagd, want er waren in Nijmegen veel te weinig kisten in voorraad. Op zo’n ramp was niemand voorbereid. Sommige steden wilden geen kisten geven omdat men niet wist waar men zelf nog voor kwam te staan, maar andere steden stuurden de mooiste kisten. Ze stonden in de veilinghal hoog opgestapeld. Bij die trieste werkzaamheden was hij plotseling geconfronteerd met het lichaam van onze Sjef dat geïdentificeerd was aan de hand van het persoonsbewijs dat op zijn lichaam lag. Hij was erg geschrokken want hij kende Sjef goed van zijn diensttijd in Goirle. Hij heeft toen de mooiste kist uit de hele voorraad gezocht en daar heeft hij zelf Sjef in gelegd.

Dat verhaal heeft mijn moeder heel veel troost gegeven.











Bron: J.C.J. (Jan) Hoogendoorn broer van de overledene

1944 - Hooghuijs en Laaghuijs op Abcoven
Vliegtuigcrashes Goirle: Huis ter Loo, Abcoven, 23 april 1944.

Aan de Oude Abcovensedijk, op de linkeroever van de Leij juist vóór de brug, lag vroeger het eeuwenoude huis "Ter Loo". In de jaren dertig was François Damen eigenaar en na zijn overlijden in 1939 werd de boerderij verkocht aan J.C. Moonen, die uiteindelijk op 22 april 1944 de boerderij betrok. Moonen was in de oorlogsperiode boerenleider van de Landstand. Hij heeft niet lang met plezier op dit mooie plekje van Goirle kunnen wonen, want in de vroege ochtend van zondag 23 april 1944 stortte 's morgens om 02.00 uur een bommenwerper neer op zijn huis. Het toestel maakte deel uit van een bombardementsvlucht op Düsseldorf. De vliegtuigen passeerden tussen 22.42 en 0.12 uur Tilburg. Om 1.24 uur werd door de LBD Tilburg luchtgevaar gegeven:

Luchtgevaar. Grote groepen vijandelijke vliegtuigen van oost naar west. Zwaar afweergeschut oost en west. Vuurgloed in oostelijke richting. Vliegtuig stort brandend neer richting Goirle.

Het vliegtuig moet in de lucht geëxplodeerd zijn, want het viel in diverse stukken naar beneden. Voor de Goirlese luchtbeschermingsdienst moet deze crash verwarrend zijn geweest, want om 9.00 uur 's morgens was het nog niet bekend of het één groot vliegtuig of twee jagers waren geweest. Pas rond 12.00 uur kan LBD Goirle nadere informatie geven over deze crash: Op de boerderij van Moonen is een viermotorige bommenwerper neergestort, 2 motoren en de staart zijn elders terechtgekomen. Het staartstuk o.a. is neergekomen bij het pand van Doevendans aan dezelfde weg.

De woning en de paardenstal van Moonen brandden geheel uit. De Goirlese brandweer kon de schuur echter van vernietiging redden. Bij het vliegtuigwrak werden vijf lijken van de bemanningsleden aangetroffen. Om ongeveer 8.00 uur werd achter het café "'t Schommeltje" aan de Hilvarenbeekseweg het lijk gevonden van het zesde bemanningslid, de radiotelegrafist Leslie Hanson. Het zevende bemanningslid had de ramp overleefd; hij werd met een beenfractuur door de Duitsers gevangen genomen en overgebracht naar het ziekenhuis in Den Bosch. Via een relatie, een zekere Louis, lukte het burgemeester Van Ginneken om de identiteit van deze gewonde te achterhalen, nl. Charley Phygalt. Op 29 april 1944 schrijft deze Louis hem:

Hij heeft een gebroken bovenbeen en een gebroken onderarm. Zijn toestand was voor enige dagen minder goed, vandaag was zijn toestand weer beter.

Via het Rode Kruis stuurde de burgemeester een briefje aan de echtgenote van de gewonde Charley Phygalt. Naar de reactie van mevr. Phygalt kunnen we slechts gissen. Zeker weten wij dat Charley Phygalt in ieder geval niet in het verongelukte vliegtuig heeft gezeten. Pas in 1993 is bekend geworden dat het zevende bemanningslid de sergeant-majoor F.D. Morrisey was, R.166374, afkomstig uit Canada. De slachtoffers werden gekist en opgebaard onder een afdak van de schuur van Moonen, bewaakt door twee Duitse soldaten. Op last van de Ortskommandant te Tilburg moesten de lijken op 25 april 1944 's morgens om 07.00 uur in alle stilte begraven worden. Veel bloemen sierden de graven en voor de drie rooms-katholieken onder de gesneuvelden werden door het gemeentebestuur drie Heilige Missen besteld.

In januari 1945 verzochten de ouders van Lionel Walters de burgemeester om alsnog bij het graf van hun zoon joodse begrafenisplechtigheden te laten verrichten. Behalve de eerdergenoemde Morrisey, waren er de volgende slachtoffers:

Leslie Hanson, sergeant-majoor, radiotelegrafist, 21 jaar oud;

Lionel Walters ((vroeger Cohen), sergeant, boordwerktuigkundige 22 jaar oud;

Frederick P. Cammaart, 2e luitenant, bommenrichter, 21 jaar oud;

John S. Laird, 2e luitenant, navigator, 21 jaar oud;

John J. Renning, 2e luitenant, schutter;

Wilfred F. Vornbrock, 2e luitenant, piloot, 24 jaar oud.

Technische gegevens van het vliegtuig:

Handley Page Halifax B.III Serienummer LV.780. Het toestel behoorde tot het 424. (Tiger) Squadron van de Royal Canadian Air Force (RCAF) met als thuisbasis Skipton-on-Swale, Yorks. Het toestel behoorde tot de no.6 en 1 Group met als doel het bombarderen van Düsseldorf. Door een Duitse nachtjager neergeschoten

(Gerrit Kobes)


Bron: Sjef Hoogendoorn

1944 - Leengoed 't Loo op Abcoven
Huis het Loo
1711 werd het goed ter Loo gesplitst in 2 panden heet Hoog- en Laaghuys.
links het Laaghuys : Antonius Crols Jan Couwenberg>> Cornelis Soffers
rechts het Hooghuys. eigenaar Adriaan Pessers >>Maria Pessers x Martinus van Liemdt . >>Frans Manie


achterzijde van het Hoog- en Laaghuys


Bron: Sjef Hoogendoorn

1942 - Fussilade gijzelaars op de Rovert
In de vroege ochtend van zaterdag 15 augustus 1942 verstoorden geweerschoten de stilte in de bossen van de Gorp en Rovert. Twee dagen later plaatste de Höhere SS und Polizeiführer Nord West de volgende bekendmaking in de landelijke ochtendbladen:

"Aangezien ondanks de uiterst dringende uitnoodiging van den Wehrmachtsbefehlhaber - General der Flieger Christiansen - de daders van den springstofaanslag in Rotterdam te laf zijn geweest om zich aan te melden, zijn de volgende gijzelaars aangepakt en hedenmorgen doodgeschoten:

1) Ruis, Willem, directeur-generaal, Rotterdam.

2) Graaf E.O.G. van Limburg Stirum, Arnhem.

3) Mr. Baelde, Robert, Rotterdam.

4) Bennekers, Cristoffel, vroeger hoofdinspecteur van politie, Rotterdam.

5) Baron Alexander Schimmelpennink van der Oye, Noordgouwe, Zeeland.

De 'Polizeiführer' had niet eens de moeite genomen om de namen van de slachtoffers correct te vermelden. Evenmin noemde hij de plaats van de executie. Niemand kon immers iets hebben gehoord of gezien - zo dacht hij. Een misrekening. Frans van Rooyen, destijds kelner in hotel "Victoria" in Tilburg, vernam van in het hotel ingekwartierde Duitse officieren dat in Goirle vijf Nederlanders waren gefusilleerd, onder wie Ruijs en Schimmelpenninck van der Oije. En er was een ooggetuige. Marinus van Heerebeek, jachtopziener en onbezoldigd rijksveldwachter in dienst van de firma Van Puijenbroek, hoorde in de vroege ochtend van 15e augustus de geweerschoten. Hij ging op onderzoek uit en constateerde de aanwezigheid van een groot aantal Duitse soldaten. In de buurt van de geheime benzine-opslagplaats van de firma Van Puijenbroek waren zij met schoppen en houwelen aan het werk. Vijf houten palen stonden rechtop in de grond. De directe omgeving werd streng bewaakt. Maar via een omweg lukte het Van Heerebeek de plaats van de andere kant te benaderen. Hij zag nog juist, dat de Duitsers in vijf vrachtauto's en twee luxe auto's vertrokken. De palen waren verdwenen. De benzine-opslagplaats was onaangeroerd. Een stuk grond was omgewoeld geweest en weer met dennennaalden en mos afgedekt. Enkele dagen later las hij in de krant, dat er vijf gijzelaars uit St. Michielsgestel waren geëxecuteerd. Dit combineerde hij met zijn waarneming in de vroege ochtend van die 15e augustus.

De ontdekking

Jachtopziener Van Heerebeek besprak de situatie met zijn werkgever E. van Puijenbroek en diens bedrijfsleider J.A.H. van Erven. Precies een week later onderzocht het drietal de bewuste plek:

"Op 23 augustus 1942 hebben wij ter plaatse gegraven en ontdekten wij, dat daar verschillende mijnhoutpalen in den grond lagen en ook dat er een lijk begraven lag. Wij hebben toen nog enkele stukjes kleeding van dat lijk medegenomen. Deze stukjes zijn later zoekgeraakt. Wij durfden echter niet verder te graven en hebben daarom den kuil weer dicht gemaakt."

De drie mannen spraken af, gedurende de oorlogsperiode met niemand hierover te praten. Toch lichtten zij nog een vierde in: de vertegenwoordiger van de firma Van Puijenbroek, Frans W.C. Smulders. Van Heerebeek bleef de bewuste plek, ook wel "De Waschkuil" genoemd, in de gaten houden. Twee maanden lang inspecteerden de Duitsers de executieplaats dagelijks. De laatste "bezoeker" was de commandant in eigen persoon. Rond nieuwjaar wandelde hij in gezelschap van een vrouw al lachend over de bewuste plek.

'Ingesmeten'

Na de bevrijding van Goirle op 27 oktober 1944 stelt de bedrijfsleider Fr. Smulders de autoriteiten op de hoogte van het gruwelijke gebeuren en doet aangifte :

"Omstreeks kerstmis 1944 heb ik een en ander ter kennis gebracht van mr. Bloemaerts bij het Militair Gezag te Tilburg. Deze zei, dat hij de Justitie zou verwittigen. Tegelijkertijd heb ik toen ook Field Security te Tilburg met een en ander in kennis gesteld. Ik hoorde echter niets meer van de zaak. Op zaterdag 2 juni 1945 heb ik weer een en ander gerapporteerd bij de Field Security te Tilburg. Op dinsdag 5 juni 1945 hebben Van Heerebeek en ik met enkele manschappen van de Field Security ter plaatse gegraven. Zoodra wij ontdekten, dat er inderdaad minstens één lijk begraven lag, hebben wij den kuil weer dicht gemaakt. Ik ben toen daarna [op 7 juni] met de manschappen van de Field Security naar den burgemeester van Goirle gegaan en hebben wij hem met een en ander in kennis gesteld."

Burgemeester Van Ginneken stelde dezelfde dag de Officier van Justitie en de Commissaris van de Koningin op de hoogte en trof andere maatregelen. Op 9 juni 1945 stond alles gereed op het gemeentehuis en om 10.00 uur vertrok een groot gezelschap naar de "Waschkuil". En daar werd vastgesteld dat het inderdaad om een massagraf ging:

Vijf lijken werden gevonden, geheel door elkaar liggend: de ene doode met het gezicht in het zand; de andere achterover; weer een ander geheel in elkaar gedoken, alsof ze er zoo maar ingesmeten waren. De palen, die dienst hadden gedaan bij de executie en die door kogels doorboord waren, waren over de lijken heen gelegd, vermoedelijk om het zakken van den grond te voorkomen.

Blijkens het hierboven geciteerd krantenbericht waren zij gefusilleerd als represaille voor een 'springstofaanslag' in Rotterdam. De betreffende communistische sabotagegroep had op 7 augustus 1942 een trein met Duitse verlofgangers willen opblazen. Dit mislukte echter. Een deel van de explosieven ontplofte voortijdig nadat een baanwachter per ongeluk een draad had aangeraakt. Er waren geen doden te betreuren. Generaal Christiansen eiste desondanks, dat onmiddellijk twintig Brabantse gijzelaars zouden worden gefusilleerd. Reichskommissar Seyss-Inquart besloot anders: de daders moesten zich vrijwillig melden. Hij stelde daarvoor een ultimatum. Toen hieraan niet werd voldaan, kwam men alsnog terug op executie, zij het niet van 20 maar van vijf gijzelaars. Het was de eerste keer, dat de Duitsers als represaillemaatregel gijzelaars fusilleerden.

Monument Op 15 augustus 1945 vond op de plek van het massagraf een herdenkingsplechtigheid plaats. Naast de vijf palen, die bij de executie waren gebruikt, werd een provisorisch monument opgericht. Nog altijd worden de vijf gefusilleerde gijzelaars hier elk jaar op 15 augustus herdacht. Het huidige monument dateert overigens van 1950 toen de executiepalen overgebracht werden naar het museum van de Heemkundige Kring in Goirle.

Er resteren nog enkele vragen. Waarom heeft men de in St. Michielsgestel geïnterneerde gijzelaars gefusilleerd in Goirle en niet in de bosrijke omgeving van St. Michielsgestel zelf? Waarom heeft het ruim 7 maanden geduurd voordat begonnen werd met de opgraving van dit massagraf? Waarom stelde de invloedrijke fabrikant E. van Puijenbroek burgemeester Van Ginneken niet persoonlijk op de hoogte en werd hij niet gehoord in een betreffend onderzoek? Het zijn vragen die waarschijnlijk nooit beantwoord zullen worden..


(Bovenstaand artikel is gebaseerd op de publicatie van G.Kobes, 'Opdat wij niet vergeten. Fusillades in Midden Brabant 1942-1944', Goirle, 1992.)

(Gerit Kobes)

jaarlijks wordt in de bossen van de Roovert een herdenking gehouden. Het gilde St. Joris verleend medewerking aan deze plechtigheid. Ook verzorgt en onderhoud het gilde sinds


burgemeester Rijsdorp met partner Cees Witte


1940 - Sint Joris tijdens de oorlog.
1940-1944
Nederland valt onder de Duitse wetgeving. Als verenigingen en culturele instellingen willen blijven bestaan, moeten zij zich aansluiten bij de Duitse cultuurkamer. Het gilde Sint Joris doet dit niet en gaat een sluimerend bestaan leiden. Zij blijven gewoon samenkomen maar zich manifesteren in de openbare ruimte is onmogelijk.
Cees Brock, de aannemer van het Gilde verstopt de bezittingen van het Gilde. Het zilver wordt in het kippenhok, goed verpakt, in het plafond verstopt.
Het Gilde kwam wel bij elkaar in "Hof van Holland" maar er waren geen openbare activiteiten. Acher in de doel werd geschoten. Ook de bestuursverkiezingen vonden doorgang.
Hoofdman: Theodoris Dirken
Koning: Leonardus Brock. Omdat er geen koning werd geschoten bleef de koning van voor de oorlog in functie.


molen aan de Groeneweg na beschieting in oktober 1944. De molenberg was een schuilplaats tijdens de beschietingen voor de omwonenden


1940 - Inzegening kerk Maria Boodschap
In mei 1940 is de kerk die onder het patronaat van Maria Boodschap is gesteld gereed. De inzegening gebeurd niet door de bisschop wat wel regel is. Onder de oorlogsdreiging is de kerk versneld gebouwd met vreemd kapitaal van de familie Pessers. Dit is de reden dat de bisschop niet naar Goirle afreist. Eind jaren vijftig is schuld aan de familie afbetaald en de kerk eigendom van het bisdom. Monseigneur Bekkers verricht dan de bisschoppelijke inzegening.
Een zusterorde koopt in 1938 een perceel grond nabij de nieuw te bouwen kerk voor het stichten van een klooster.
Het klooster is er nooit gekomen.
Het perceel is later bebouwd met huizen. (Tussen Hessenkasselstraat en Tilburgseweg).
Architect: de Bever Eindhoven
Bouwpastoor: Leo Pessers


1939 kerk in aanbouw


1940 - De Schreppers
Op 4 december 1940 was het gezelschap bijeen bij d’n ‘Daf’ tijdens ‘borreltijd’ (Daf Rutten restaurant tegenover de veldhoeve). Borreltijd was een eufemisme voor spertijd ingesteld tijdens de Duitse bezetting tussen 24.00uur tot 4.00uur. Daar werd een weddenschap aangegaan over het verloop van de oorlog. De weddenschap behelsde het volgende; De oorlog is voor 1 oktober 1941 afgelopen! Tijdens de 2e bijeenkomst toen de eerste weddenschap was verloren werd op de Warande in Tilburg de officiële oprichting van de Schreppers bepaald en wel met terugwerkende kracht op 4 december 1941.
In het café van Harrie Smits, waar de achterliggende zaal door de Duitsers in beslag was genomen, zou ergens in december van het volgende jaar de uitslag van de weddenschap worden besproken. Vier jaren op rij zouden ze voor dit doel bij elkaar moeten komen voor zij de weddenschap over het einde van de oorlog samen konden vieren. Een klinkende omschrijving van het gezelschap, doorspeent met enige zelfkennis, leverde zij zelf tijdens één van hun bijeenkomsten:
“een herengezelschap behorende tot de vleeseetende en jeneverdrinkende menschheid”.
De daarbij behorende lijfspreuk van dit bonte gezelschap was: “Niet tobben”.
De bijeenkomsten naast de weddenschap vonden in wisselende samenstellingen plaats in hotel Riche aan de Heuvel in Tilburg, landgoed de Warande in Moergestel van de familie Verbunt, café-restaurant Daf Rutten aan de Tilburgseweg, op landgoed de Beersen van de familie van de Mortel en in het café van Harrie Smits. De blokhut op het landgoed de Beerzen zou een belangrijke rol gaan spelen, maar daarover later meer.
Tijdens de samenkomsten was er ondanks de oorlog geen gebrek aan drank en voedsel. Tijdens borreltijd, de spertijd waarin iedereen verplicht binnen moest zijn, ging de kruik volgens de overlevering veelvuldig rond. Daarbij werd minimaal twaalf keer uit volle borst het refrein gezongen van “Santé, Santé”!.
Ook de ‘planter, had een duid in het muzikale zakje gedaan met zijn erudiete tekst:
“D’n Bèlzen bôk die z’n klooten zat te schuure .......!

Één plaats waar het illustere gezelschap bij elkaar kwam was het café van Harrie Smits waar zij op zaterdagmiddag onder het genot van een borreltje of glas bier bij elkaar kwamen om te biljarten, te kaarten en de week door te nemen. Het café was gevestigd in Goirle op de hoek van de Dorpsstraat en de Tilburgseweg. Harrie selecteerde zijn klanten door voor een borreltje een dubbeltje meer te vragen als bij de andere cafés in Goirle, en dat werkte! Fabrikanten en de gegoede burgerij uit Tilburg en Goirle gehoorde tot de vaste clientèle. Tijdens één van de bijeenkomsten van de Schreppers bij café Smits werd besloten zich in het vervolg te bedienen van een schuilnaam. Men redeneerde dat als men in de notulen gebruik zou maken van de schuilnamen het voor Poetje Jansen (een Rijksveldwachter met NSB sympathieën) onmogelijk was een persoon aan een naam te koppelen als de verslagen in de verkeerde handen van ‘Poetje Jansen’ zouden komen. Of er ook daadwerkelijk notulen zijn gemaakt is maar zeer de vraag, duidelijk is wel dat het er steeds mooier werd verteld.

de volgende opgave is zeker niet volledig of compleet maar het lijstje geeft een aardig beeld van de café-vrienden van kastelein Harrie Smits
• Lamp: dhr. Hoefnagels. Werkzaam bij lampenfabriek de FLORA van Cees Kloks | secretaris van de Schreppers.
• Planter: Cees Robben. werkzaam bij van Puijenbroek buitendienst. adres Kerkstraat | voorzitter van de Schreppers.
• Harrie Smits. kastelein/uitbater Penningmeester van de Schreppers. Hoofd van de jeneverdistributie.
• Lap: Max Goijarts. Fabrikant / commissionair. Buurman de paters van de H. Familie aan de Tilburgseweg. fabrikant in Enschede
• Trek: Hermanus Dröge (1879-1951) tandarts aan de Heuvel in Tilburg.
• Gas: Harrie Verkerk,. directeur van de gemeentelijke gasfabriek aan de Fabriekstraat
• Tabak: René Majoie (1908-1989). Sigarenmaker. Gulden Vlies. fabriek was in Tilburg. Woonde aan Tilburgseweg voorbij de Twem.
• Druif: Emiel Verbunt. wijnhandelaar in Tilburg
• Vil: Slager en beenhouwer Jan van Erven (1900-1963). slagerij tegenover de Puij aan de Bergstraat
• Orgel: Lambert de Wijs.
• slappe: Jan Verschuuren. Buurman van Harrie Smits naast het café. Muziekleraar.
• Draaiom: Jan Lips.
• Fluit: Jan Verschuuren. Muziekleraar en buurman van café Harrie Smits.
• Gulden vlies: Victor Majoie. Victor Vertrok naar Rotterdam en werd buitenlid. Hij was kampioen vreten!
• Pannelat: Jan van Erven. Eigenaar van de timmerfabriek in de Kloosterstraat. de ‘Timtam’.
• temmer: Leonard Swagemakers (1906-1962) Wollenstoffenfabriek F.A. Swagemakers & Zonen.
• - ? –: Sjef van Delft.(1915-1998) illustrator van de bijeenkomsten. Zoon van de bekende kunstschilder Jan van Delft.
• lak aan: -? – (niet bekend)
• Stof: - ? – kwam zijn plichten niet na. Aan de deur gezet! naam niet bekend.
• Kruk: - ? – (niet bekend)

Het milieu waaruit de Schreppers stamde bepaalde in belangrijke mate de sfeer in het café, die duidelijk werd geïllustreerd in de pentekening van Sjef van Delft. De pentekening gaf bovendien de Schreppers een gezicht. Het dubbeltje van Harrie heeft daarbij ongetwijfeld zijn uitwerking niet gemist!
De Gôolse spin in het web was Harrie Smits, dit vanwege het wekelijks trefpunt aan de toog van het café. Harrie was de Schrepper vanwege een ‘schrèp’ op het bierviltje waarop hij het verteer van zijn klandizie bijhield.
Een eigenaardigheid van Harrie was dar hij nooit sokken droeg in zijn schoenen. Vandaar de spottende knot wol met brijpennen afgebeeld op de prent. Het moet voor de kastelein eenvoudig geweest zijn, met een dergelijk netwerk, om het café tijdens de bezetting van drank te voorzien. Toch componeerde Harrie samen met zijn stamgasten aan de tapkast een lied die het tegendeel doet geloven.

De paus begaan met deze tijd,
schaft af, de vastendag.
Zoodat op vrijdag iedereen,
vleeschspijzen eten mag!
De Schrepper, een zeer vrome man,
is dit niet naar de zin,
en stelt voor d’arme Schreppers,
dranklooze dagen in.

Ook vermeldenswaardig is het boetesysteem in het café: Het niet aanspreken met de Schreppersnaam in het etablissement werd geldelijk beboet met 10 cent.
Naast het café was de Sociëteit thuis, tegenwoordig maakt die ruimte deel uit van de café d’n Brands. Met de leden van de sociëteit bestonden, wat niet vreemd is, verschillende kruisverbanden met de Schreppers ook de Philharmonie aan de Goirleseweg in Tilburg behoorde tot de kring van vrienden.

Voor de jaarlijkse bijeenkomst ergens in december, waar de weddenschap over het verloop van de oorlog als bespreekpunt op de agenda stond waren in de kamer van de sociëteit, voorheen de gildekamer van St. Joris, de tafels gedekt. De vrouw van Harrie, Antonia Schuurmans, was druk doende in de keuken en het door de Vil geleverde vlees stond op het fornuis te garen. De 18-jarige dochter Maria Smits zorgde voor de bediening, haar twee zusjes waren nog te jong. Harrie van de drankvoorziening stond voor in het café achter d’n toog en voorzag iedereen van het laatste nieuws terwijl hij ook druk doende was met achter de tapkast.
Als men het gezelschap in ogenschouw nam valt één persoon direct op, namelijk de ‘Vil’. Hoe kwam hij als gewone slager bij de Schrebbers verzeild? Het antwoord is eenvoudig! Het was oorlog en er was aan alles een tekort. Jan van Erven op zijn beurt spon daar garen mee met het nood- en het illegaal slachten van vee. Ook met veesmokkel in de grensstreek had hij voor de oorlog als ervaring opgedaan die tijdens de bezetting goed van pas kwam. Hierbij moet worden opgemerkt dat smokkelen in het bloed van de grensbewoners zat naast het stropen.
Zoals al vermeld gingen de feesten tijdens borreluur tot in de kleine uurtjes door. Ver na het ingaan van de Duitse spertijd kon het gebeuren dat de laatste klant(en) ver in spertijd om 2.00 uur de gelagkamer verliet. De bewoners van de Tilburgseweg, waaronder Jan Verschuuren, Max Goijarts en de familie Majoie gebruikten een sluiproute om tijdens het ‘borreluur’ veilig thuis te komen. Deze wandeling, die niet geheel zonder gevaar was omdat de tocht die begon achter de garage/smederij van Jan Baptist Hoogendoorn leidde langs de ‘Grune Politei’ die zich in Sterrenberg hadden genesteld. De nachtelijke escapades eindigde achter de Paters van de H. Familie bij de familie Goijarts. Er zijn gelukkig geen aanwijzingen dat het ooit fout is gegaan, avontuurlijk was het zeker wel!
Terugkomend op de schuilnamen die het karakter kregen van bijnamen nog enige aanvulling naar aanleiding van de pentekening
De Schrebber Harrie Smits met zijn breipennen kon aan de lucht van jenever de kwaliteit bepalen!
Jan van Erven, de timmerman uit de Kloosterstraat slaat de spijker op zijn kop.!
Jan van Erven de slachter laat duidelijk zijn specialiteit zien. het bloed druipt ervan af!
Lee Swagemakers de temmer beproeft zijn capaciteiten als lassowerper op een borrel!
De organist Lambert de Wijs met zijn borreltje onder handbereik etaleerde zijn kunne op het orgel!
De slappe Jan Verschuuren. kon zelfs op één been naar huis als buurman van de kastelein!
Max Goijarts probeert zijn negotie, lappen stof, aan d’n toog te slijten!
Manus Dröge moest in de late uurtjes zijn borrel bijlichten!
Jan Lips kondigde ieder uur aan dat hij naar huis ging, maar hij ging niet!
René Majoie heeft zijn kist sigaren bij de hand en geniet van eigen merk!
Harrie Verkerk produceerde niet alleen gas voor de gashouders in de fabriekstraat laat de tekening zien!
met zijn trosje druiven verloochent wijnhandelaar Emiel Verbunt zijn afkomst niet!
Cees Robben met in één hand zijn borrel en de andere nog wat pootgoed, ook zijn zonnehoed ontbreekt niet!
Tenslotte was Victor Majoie druk blazend op zijn dwarsfluit met zijn borreltje onder handbereik!
Tot zover deze bloemlezing.

Ook uitstapjes naar buiten werden gemaakt, die eindigden dan altijd in de Warande of in de zwemvijver of blokhut van de Beerzen waar Max Goijarts toegang tot had. Het was voor de heren dan niet mogelijk voor de door Duitsland ingevoerde spertijd in Tilburg of Goirle te zijn. Dit probleem werd eenvoudig opgelost door op het landgoed te blijven met waarbij waarschijnlijk de volledige spertijd werd benut als borreltijd!

Harrie was de spin in het Goirlese web. In het grote web was virtuoos Max Goijarts zonder enige twijfel de spin! Hij bespeelde de drums, de trompet, de klarinet, saxofoon en gitaar. Reeds op 14 jarige leeftijd ging hij als Nikkelen Nelis de familie rond om zijn traktement aan te vullen.
Op jonge leeftijd werd hij gegrepen door een nieuwe stroming in de muziek, de jazz. Max zou uitgroeien tot een van de eerste jazzmusicus met naam. Hij formeerde zij eigen jazzorkest: Max Goijarts and his Music, waarmee hij over heel Nederland grote successen behaalde, met name in Amsterdam. Hier kwam hij in contact met orkestleider Ben Volckers van het orkest ‘The Cotton City Jazz band, die thuis was in de prestigieus jazz-club van Jozef Lam waar hij zijn latere bruid zou ontmoeten, Eveline Lam.
Het familiebedrijf A. Goijarts en Zoon, gevestigd in de Heuvelstraat nr 26 ging in 1933 failliet. De vader van Max. Wijnand Goijarts had zich toen al teruggetrokken uit de zaak. Max was naast muzikant ook ondernemer in hoe kan het anders in Tilburg, de textiel. Hij bezocht de Hogere Textielschool aan de Schèèf in Tilburg en na zijn opleiding kwam hij bij van Puijenbroek in Goirle terecht in de buitendienst als commissionair. In 1938 Hielt hij het bij de Puij voor gezien en nam ontslag. Hij werd directeur bij het Joodse familiebedrijf van Salomon en Nathan Menko in Enschede.
op 27-jarige leeftijd trouwde Max in 1934 met de joodse Eveline Lam (1906-1974) en betrok het huis tegenop de Barrière aan het einde van de Tilburgseweg. Met het uitbreken van de oorlog in mei 1940 zal Max gewild of ongewild een belangrijke rol gaan spelen in het verzet. Via zijn Joodse werkgevers en Joodse vrouw raakte hij betrokken bij een vluchtelingenlijn via Enschede en Goirle naar Poppel in België. Naast Joodse en andere vluchtelingen hebben ook gevluchte Franse krijgsgevangenen van de route gebruik gemaakt om via België hun weg te zoeken naar vrijheid.
Zo raakt Harrie Smits betrokken in deze vluchtelingenlijn waarin hij samen met zijn dochter Maria de laatste schakel vormde op Nederlands gebied

De vluchtroutes begonnen in Hengelo of Enschede en leidde naar de Blokhut op de Beersen van de familie van den Mortel tegenover de Kluis van het Trappistinnenklooster die achter de abdij van de Trappisten gelegen was.
De met namen genoemde Franse gevluchte krijgsgevangenen die de taal niet machtig waren kwamen met een tekening van het café bij zich melden. Onbegrijpelijk is dat de Franstaligen met een plattegrond werden door gestuurd!
Achter in het café stond een stoel waarop zij moesten plaatsnemen. Harrie herkende de Franse vluchteling direct en bracht hem naar re ruimte van de sociëteit achter het café waar ook Duitsers in en uit liepen. Zoals reeds vermeld had Max Goijarts als buurman van de paters van de H. Familie een contact gelegd met pater de Groot in het klooster op Nieuwkerk. Voor de reis van het café naar het klooster werd de dochter van Harrie Smits ingeschakeld die ook al ingeschakeld werd bij de bediening van de Schreppers in de sociëteit van het café. De route ging langs de Nieuwkerksedijk. Op de fietst, moest ze met een ‘kletsboodschap’ naar het klooster. De vluchteling of vluchtelingen volgde op een honderdtal meters. Was de situatie veilig dan werden zij op het klooster ontvangen ‘meej boere vetmik’. Bij onraad werden de volgers door Maria ingeseind, de volgers hadden dan voldoende gelegenheid om over de Rechte Haaj een veilig heenkomen te zoeken. Achter het klooster was men direct in België waar een Belgisch netwerk aansloot op Frankrijk.
Eveline Lam, in Goirle beter bekend als Gé Lam is de oorlog doorgekomen op het persoonsbewijs van Maria Smits. Op 12 augustus 1941 werd Gé door de Sicherheits Dienst in Goirle in hechtenis genomen en voor verhoor naar Tilburg overgebracht. Na enkele uren kwam ze vrij maar de noodzaak tot onderduiken was geboden. Via het netwerk van haar man Max Goijarts wordt Gé voorzien van voorzien van de valse papieren op naam van de eveneens jonge Maria Smits. Na de oorlog heeft zij de Joodse religie verruild voor de Roomse. Het onvergefelijke leed wat haar en haar familie was aangedaan heeft haar daar waarschijnlijk toe doen besluiten.
Na 60 jaar wist Maria nog te melden dat de toegezegde beloning die haar in het vooruitzicht was gesteld altijd is uitgebleven!

Dat slager Jan van Erven als enige zonder binding met de Tilburgse en Goirlese fabrikanten lid was van de Schrebbers ligt mogelijk in het feit dat ‘de Vil’ ook betrokken was bij het Goirlese deel van de vluchtlijn. Zeker is dat niet maar wel waarschijnlijk, zeker gezien zijn kennis van de grensstreek.
Na de oorlog werd zoals op zo vele plaatsen niet of weinig gepraat over de rol die mensen hadden gespeeld tijdens de oorlogsjaren, in Goirle was dat niet anders. Die jaren werden weg gedrukt uit het collectieve geheugen. Het leven na de oorlog werd zeker niet geromantiseerd of geïdealiseerd. Wat zij hadden gedaan, beschouwden zij als een morele plicht hun medemens te dienen en te behoeden voor de verschrikkelijke gevolgen van een oorlog.

De familie Lam werd door de oorlog wel in de ziel getroffen. In 1921 overleed vader Marcus Lam, zijn vrouw Rachel Brandon werd in 1944 vermoord in Auschwitz net als haar zoon Marcus die al in 1942 in Auschwitz in de gaskamers om het leven kwam. De dochter Sophia overleeft de oorlog maar haar man Cees van Raalten stierf in 1943 in een Jappenkamp in Thailand. Eveline overleefde op de valse identiteitskaart van Maria Smits de Oorlog’. Eveline Lam is in opdracht van de Sicherheits Diens door de Goirlese politie in hechtenis genomen en naar Tilburg gevoerd om enkele uren later terug te keren naar de Tilburgseweg.

Na de bevrijding is de groep nog één maal bij elkaar om hun weddenschap te verzilveren en de vrijheid te vieren. “Ook anderen die in nood verkeerden mogen niet vergeten worden”; zijn woorden die toen zijn uitgesproken. Hieruit klinken de dichtregels van Willem van de Vranden op de gedenktafel van de bevrijding: “nooit wil ik vergeten”.
De Schreppers hebben onder een kleed van plezier en onbevangenheid de vrijheid bevochten voor hen die in nood zaten. Zij verdienen alle eer.


de Schreppers verzameld in het café van Harrie Smits


Vlak na de oorlog. De boom staat nog voor de deur en de gevels zijn niet bezet


± 1958 café hotel restaurant Benelux van Harrie Smits


Maria Smits dochter van Harrie Smits


Harrie smits achter zijn café met op de achtergrond de molen aan de Rielseweg


Harrie Smits


Bron: Sjef Hoogendoorn

1938 - Koningschieten. Leonard Brock
Leonardus Cornelis (Q435) Brock is geboren op 23-01-1901 in Goirle, zoon van Jan Cornelis (Jan Q392) Brock en Theodora Cornelia Donkers. Leonard is overleden op 08-10-1978 in Goirle, 77 jaar oud.
Leonard trouwde, 30 jaar oud, op 18-05-1931 met Catharina Adriana Maria (Toos) Zoontjes, 26 jaar oud. Toos is geboren op 04-04-1905 in Tilburg, dochter van Lambertus Zoontjes en Dimphna Maria van Loon. Toos is overleden.
Notitie bij Leonard J.C.zn: Leonard was lid van het gilde St. Joris
ingekomen 25 april 1921
zijn doodschuld voldaan bij overlijden oktober 1978 te Goirle.
Leonard is begraven met gilde-eer
Hoofdman van gilde Sint Joris 1962- 1971.
benoemd tot ere-lid Verloren Maandag 11 januari 1971
koning geschoten 1948.
tijdens de oorlog lagen de openbare activiteiten stil. Ik Hof van Holland ging de guld gewoon door. In 1948 werd er weer voor de eerste maal koning geschoten.
Leonard woonde aan de Rielseweg in het huis van de dames Stads. De vrouw van Leonard, Toos Zoontjes, zette de winkel van de dames Stads voort. Het werd een kruidenierswinkel de Spar
aan de rechterkant van het Huis was de wagenmakerij van Janus Stads. Hier kwam Merijn de Jong, tuinder, te wonen. Achter het woonhuis hebben ooit de doelen van St. Joris gestaan.
Leonard was een kippenboer die in het Smiske een klompenhandel exploiteerde.


koningschild van Leonard Brock


onderwerg naar de koning. Rielseweg


Leonard Brock betreed het vaandel


Tamboer Jos F.zn. Brock


Jeonard en Toos Brock tijdens vendelgroet


1936 - Verkoop grond gelegen in de Wilt
Op 27 december 1936 wordt het bestuur gevolmachtigd om 2 percelen grond te verkopen. De reden van verkoop was dat het geld die de grond zou opbrengen meer rente opbracht als de pachtgelden.
De gronden zijn verkocht aan Nol van Erven uit het 'wildènd' voor de prijs van fl 1.200,00
De percelen lagen aan het Wiltpadje en de Vismarkt.
Hoofdman: Door Dirken.
Koning: Peter Santegoets (slager)


1935 - Stichten 2e parochie Maria Boodschap.
T.g.v. de groei van de bevolking dreigt de kerk van St. Jan te klein te worden.
Er ontstaan initiatieven om in de uitbreidingswijk 'de Kerkakkers' een nieuwe kerk te bouwen. De uitbreidingsplannen waren voorzien richting Abcoven. Onder leiding van secretaris Harry Smits ontstaat er een lobby met de bewoners van de Tilburgseweg. De locatie van de te bouwen kerk moet worden herzien. De bewoners Tilburgseweg strijden voor de bouw aan de Tilburgseweg. Hierin vinden zij zich gesteund door de bewoners van 't Ven. Ook belangrijk is dat de potentiële financiers zich verenigd hadden in het strijdplan.
De plannen worden aangepast, de kerk komt aan de Tilburgseweg. Hierdoor blijft de gereserveerde ruimte op het Kermisplein leeg, met als gevolg een plein met de afmetingen van het Vrijthof uit Maastricht.
Voor de bouw van de kerk kenden de bewoners van de Tilburgseweg ook zo hun christelijke beperkingen. Zij gingen op Korvel ter kerke omdat zij niet door dezelfde deur naar de mis toe zouden moeten als de 'gewoone Gôolse meense'. Daarom kwam er in de nieuwe kerk ook een aparte deur in de oostgevel voor de bewoners van 'geene kàànt'!
De plannen voor de uitbreiding van Goirle is toen ook gewijzigd. Goirle is aan de noordzijde uitgebreid in de richting van de burgemeestersstraten.
Het plein zal jaren ongemoeid blijven. Tot dat het Oranjeplein verkwanseld wordt aan de projectontwikkelaars. Midden op het plein wordt als Vught voor Den Bosch een appartementencomplex gebouwd. Hiermee wordt definitief een ontsluiting via van Haestrechtstraat onmogelijk gemaakt. Ook de kermis kan niet meer in het centrum worden gehouden. De kermis verhuist naar het 'Hôogènd op planke waor ge oewe nèk kunt breeke'!!


maquette voor te wouwen kerk


maquette aanzicht vanuit de Tilburgseweg


interieur maquette


de maquette kon men met toren en zonder toren laten zien


Boheems gemetseld gewelf


Bron: Sjef Hoogendoorn

1935 - Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden
De historie en doelstelling van de NBFS

De Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden is opgericht op 7 december 1935 met de intentie om ten eeuwigen dage te blijven bestaan.

De identiteit
De Federatie is een verbond van samenwerkende zelfstandige kringen van schuttersgilden, die haar belangrijkste bindend element vindt in de broederschap tussen de gildebroeders, welke broederschap van oudsher is gebaseerd op de Heilige Schrift in verbondenheid met de Rooms Katholieke Kerk en op welke broederschap elke gildebroeder persoonlijk aanspreekbaar dient te zijn.

Het doel
de schuttersgilden in stand te houden en in aanzien te doen toenemen;
de geest en de tradities van de Brabantse schuttersgilden in hun volle omvang te bestendigen en het gildewezen in de breedste zin te veredelen, te ontwikkelen en tot bloei te brengen en daardoor - in overeenstemming met de bedoelingen der oprichters en stichters van de schuttersgilden - in het belang van de schuttersgilden werkzaam te zijn onder handhaving en met behoud van het karakter, hetwelk zij vanaf hun oorsprong hebben gehad.

De middelen
De Federatie tracht het doel langs wettige weg te bereiken door:

het begeleiden van de bij de Federatie aangesloten kringen;
het bevorderen van de onderlinge band tussen de kringen en de leden van de kringen;
het leggen van contacten en het samenwerken met de geestelijke en wereldlijke overheid;
het houden van gildefeesten zoals landjuwelen en federatiedagen, het organiseren en stimuleren van gildendemonstraties en onderlinge wedstrijden, het organiseren van studiebijeenkomsten, vergaderingen en tentoonstellingen;
het in studie nemen van alles wat op het gildewezen betrekking heeft;
het doen uitgeven van geschriften, het gildewezen betreffende;
het aanleggen en bijhouden of doen bijhouden van een documentair gildenarchief;
alle andere wettige en geoorloofde middelen.


Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden


Dr. P.C. de Brouwer


1934 - Bond het Kwartier van Oirschot
In de twintiger jaren van de vorige eeuw ontstonden verschillende initiatieven om samenwerking te zoeken met gilden uit buurtgemeentes. Deze samenwerking was kleinschalig, de gevestigde gilden stonden in eerste instantie sceptisch tegenover deze initiatieven omdat de vrees bestond dat zij hun zelfstandigheid en autonomie zouden verliezen. Toen deze bezwaren ongegrond bleken te zijn en de individuele gilden de meerwaarde van samenwerking ervoeren kwam er langzaam een beweging los.
In oktober 1934 wordt mede door de bijzondere inspanningen van burgemeester Ch. Janssens uit Oirschot, de Bond het Kwartier van Oirschot opgericht. Een groot inspirator was Mgr. Dr. P.C. de Brouwer, de grote emancipator van Brabant. De eerste voorzitter was P. Schilders uit Moergestel.
De naam van de bond is een geschiedkundige dwaling. De vroegere Meierij van 's 's-Hertogenbosch bestond uit Maasland, Peelland, Kempenland en het Kwartier van Oisterwijk. Omdat de initiatieven vanuit Oirschot werden ontwikkeld heeft men gekozen voor een niet bestaande toponiem uit de Meijerij.
In de jaarvergadering van 1936 werd besloten om de Bond het Kwartier van Oirschot aan te sluiten bij de Federatieve Bond (de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden). Vier kringen waren al gevormd en aangesloten te weten; het Land van Cuyk, Maasland, Kempenland en Peelland. Het Kwartier van Oirschot vormde de 5e aansluiting


Het Kwartier van Oirschot - 1934 - 1984


Mgr. Dr. P.C. de Brouwer,


1934 - De stenen tafel
Op het landgoed Nieuwkerk verrees in 1914 hotel de Golf.
Een hotel voor overnachtingen en trekpleister voor de omgeving.
Buiten bevond zich een dansvloer waar ook het orkest plaatsnam.
Er was een Kettingbrug, mini-golfbanen, een doolhof in de rododendron en de Romeinse Tafel. Deze stond dicht bij D'n Elsenbôs. Zondagsmiddags bij goed weer wandelden de Tilburgs naar Dennenoord.


Stenentafel bij hotel de Golf


grafkeder van fam. van Hogendorp achter de Koeweijde


Bron: Sjef Hoogendoorn

1933 - Inventarisatie Brabantse Gilden door J. Jollens
1933 - 1934 - 1935.
J.A. Jolles voorziet het nut van het vastleggen van de geschiedenis van de Brabantse Gilden.
Hij doet uitgebreid onderzoek en inventariseert alle bezittingen en tradities van de gilden. Dit legt hij vast in het boek: De Schuttersgilden en schutterijen van Noord-Brabant. Uitgegeven in 1933. Ook aan het Gilde Sint Joris is een hoofdstuk besteed.
Een gevolg van de uitgave is de oprichting van de Kring van Schuttersgilden 'het Kwartier Van Oirschot' in 1934.
In 1935 wordt de Noord-Brabantse federatie opgericht. Hierin zijn de autonome gilden van Brabant verenigd tot een federatie.


J.A. Jolles De schuttersgilden en Schutterijen van Noord-Brabant.


1932 - Koningschieten. Peter Santegoets
Peter Johannes C.zn (Q382) Santegoets is geboren op 19-04-1881 in Goirle, zoon van (Peter) Cornelis (Q305) Santegoets -2*-st.J. en Johanna Jacobs. Q382 is overleden op 07-01-1975 in Tilburg, 93 jaar oud.
Piet trouwde, 35 jaar oud, op 10-10-1916 in Goirle met Johanna Elisabeth Maria van den Hout, 28 jaar oud. Johanna is geboren op 09-12-1887 in Goirle, dochter van Michiel (Q347) van den Hout-7*-st.J. en Lucia Maria van Dun. Johanna is overleden op 04-12-1952 in Goirle, 64 jaar oud.
Notitie bij Piet: Peter was lis van het gilde St. Joris.
Peter was lid van het gilde St. Joris
Ingekomen in het gilde in vaders plaats: 11 juli 1906. Zijn doodschuld betaald bij leven.
zijn doodschuld voldaan bij leven
Op 17 juni 1932 heeft Piet de koningsvogel geschoten op de Guldèkker in de Vurhaaj
koning geschoten 17 juni 1932 1e maal
koning geschoten 30 juni 1959 2e maal
hoofdman 1945-1961


1932. Koningschild van Peter Santegoets


De schutsboom ~22 meter hoog


1930 - Teermaal
Teren 1930 - Teren 1895
Het gilde hield teerdagen die met een teermaal werden afgesloten. Kermis was een vaste teerdag. De teerdagen werden altijd op maandag gehouden.
Op zo'n dag kochten de gildebroeders een vaatje donker bier wat zij in de doel aansloegen. Voor de vrouwen werd bastaardsuiker toegevoegd. Eén of twee leden van de Harmonie kwamen muziek maken. De Gildebroeders dronken uit een eigen glas wat van een nummer was voorzien. Het teermaal bestond uit: soep, vers gebakken worst of spek
spruiten of bonen met aardappels en natuurlijk veel saus (jus). Om de gaatjes te vullen werd een pappot geserveerd.
Verteld door Allegonda Stads, dochter van Janus Stads, in haar kinderjaren was de guld thuis in het café van Jaon Stads. Voor het teermaal voorbereiden en uitserveren werden de 3 dochters ingezet.
Corrie Kloks- Brock verteld een zelfde ervaring die zij als meisje had in het café van haar ouders.

Verteld door Johanna Stads.
Als een gildebroeder, na een teerdag, op weg is naar huis bedenkt de 'drinkebroeder' zich en gaat rechtsomkeer terug naar de ploeg. Het café was reeds gesloten maar door overmoed gedreven klimt hij over de houten schutting precies achter de waterput. Na het horen van een angstige gil en een plons schiet Jaon naar buiten en ontwaart zijn gildebroeder onder in de put. Een ladder bood uitkomst en de ontnuchterde drinkebroeder kon kletsnat huiswaarts. Op het schilderijtje van het erf van Jaon Stads is de bewuste put te zien


Bron: Johanna stads

1930 - Crisis dertiger jaren
Goirle had een zeer eenzijdige opbouw van de beroepsbevolking gericht op de textiel. Door het instorten van de wereldhandel tijdens de crisis werd Goirle in het hart getroffen.
De aanvoer van grondstoffen en export van producten stagneerde. Het gevolg voor Goirle was grote werkloosheid die stakingen tot gevolg hadden. Bij de stakingen kwamen de fabrikanten en arbeiders lijnrecht tegenover elkaar te staan. De werkloze arbeiders werden te werk gesteld in de werkverschaffing. Zo zijn de gemeentebossen van Nieuwkerk ontstaan.
Er was zeer veel armoede onder de beroepsbevolking. De beroepsbevolking was zeer eenzijdig samengesteld. Er is een tijd geweest dat tachtig procent van de beroepsbevolking werkzaam was in de textiel. Ook de boeren ondervonden de malaise, maar waren beter in staat het hoofd boven water te houden.


1929-08-07 - Gilde Sint Mauritius
Op 7 augustus is het Gilde St. Maurits bevestigd door burgemeester van Ginneken. Het Gilde pleegt een voortzetting te zijn van een reeds bestaand Gilde.
17 mei 1953 is het nieuwe vaandel door Pastoor van Riel gewijd. Bij deze gelegenheid is de naam omgezet naar Sint Mauritius.
Wapen: geweer
Hoofdman: C.van der Sande

Bij de foto:
Café Bellevue aan de Poppelseweg, eigendom van de familie Scholtz- Spapens op het patroonsfeest van St. Maurits. Het gelijknamige gilde kreeg op die dag een eigen vaandel, ontworpen en vervaardigd door gildebroeder Gerrit Geurssen, op Japanse waszijde en zelf beschilderd met een afbeelding van St. Maurits. Het gilde werd opgericht in 1929. De naam is waarschijnlijk bedacht door gildebroeder en medeoprichter Geurssen. Hij werd geboren te Utrecht op 6 januari 1898, was getrouwd met de uit Goirle afkomstige Maria Sophia Volders en van 1920 tot 1934 handelscorrespondent buitenlandse talen bij de firma van Besouw. In 1934 verhuisde hij naar Brunssum. St. Maurits was in Duitsland patroon van de wevers en omdat veel leden werkzaam waren in de textielindustrie lag deze keuze voor de hand. In 1953 werd de naam gewijzigd in St. Mauritius. Op de foto staan zowel leden van het St. Sebastiaan gilde als van het St. Maurits gilde. De gildebroeders zijn v.l.n.r. tamboer Toon de Jong (geen gildebroeder), Piet de Cort (St.-Maurits), N.N. (St.-Sebastiaan), Cornelis van Broekhoven (St. Sebastiaan), N.N. Cees van de Sande (hoofdman St.-Maurits), Adrianus van Rooij (St.-Maurits), Pierre van Gils (St.-Maurits), Tinus Adriaansen (St.-Maurits), Frits van Puijenbroek (St.-Maurits), ? Adriaansen (St.-Maurits), Cees van den Berg (St.-Maurits), Jan Spijkers (St.-Sebastiaan), Cees Hollanders (St.-Maurits). Voor het bovenraam Gerrit Geurssen (St.-Maurits), Piet Smits (St.-Sebastiaan), Toon Adriaansen (St.-Maurits), Willem Verhagen (hoofdman St.-Sebastiaan), Adrianus van Osch (St.-Sebastiaan). Achter Louis Scholtze (St.-Maurits en eigenaar van Bellevue), Adrianus (Paus) van Gorp (St.-Sebastiaan), N.N. Cees van Gils (St.-Maurits) en Michiel Smits (St.-Sebastiaan).
Herkomst Collectie Lambregts - Adriaansen, Goirle

Het café Bellevue is na de oorlog opnieuw opgebouwd en kreeg een nieuwe naam: Herrezen Nederland.


Groepsfoto 1933 Poppelseweg


midden Nilles & Jos van Broekhoven - koningWillen Hendriks St Sebastiaan.


1928 - Beschermheer. Eduard van Puijenbroek
Eduard Joseph (Q366) van Puijenbroek is geboren op 01-10-1879 in Goirle, zoon van Hendricus. van Puijenbroek en Johanna Wilhelmina Krapels. Eduard is overleden op 10-04-1948 in Goirle, 68 jaar oud.
Eduard trouwde, 177 jaar oud, op 30-04-1702 in Nijmegen met Anna Frederika Jansen, 176 jaar oud. Anna is geboren op 18-12-1878 in Nijmegen, dochter van Johannes Hendrikus Jansen en Anna Frederika Oomens. Anna is overleden op 20-04-1946 in Goirle, 67 jaar oud.
In 1929 wordt Eduard Hendrik zn. van Puijenbroek in een vergadering van het gilde geïnstalleerd als Beschermheer van het gilde Sint Joris. Eduard heeft met de kermis op 12 juni 1898 zijn inkomgeld voldaan. Eduard is als Beschermheer bekent met het gilde. Ook het hanteren van een wapen is hem niet vreemd.
Notitie bij Eduard: industrieel adres B67 / B85 Goirle
Gildebroeder bij het gilde Sint Joris Goirle. Zijn inkomgeld voldaan.
ingekomen 12 juni 1898
zijn doodschuld voldaan bij overlijden 10-april 1938. Met gild-eer begraven.
Eduard was tot aan zijn dood beschermheer van het gilde Sint Joris. Zijn zoon Ruud van Puijenbroek komt in vaders plaats als beschermheer
Q366 trouwde, 177 jaar oud, op 30-04-1702 in Nijmegen met Anna Frederika Jansen, 176 jaar oud. Anna is geboren op 18-12-1878 in Nijmegen, dochter van Johannes Hendrikus Jansen en Anna Frederika Oomens. Anna is overleden op 20-04-1946 in Goirle, 67 jaar oud.


grafmonument Eduard van Puijenbroek


Eduard Joseph van Puijenbroek


1926 - 1926 Koningschieten. Jan Baptist Hoogendoorn
Johannes Baptist (Jan Q423) Hoogendoorn is geboren op 01-06-1876 in Goirle, zoon van Leonardus (Leonard Q326) Hoogendoorn en Catharina van Dinter. Jan Baptist is overleden op 30-06-1941 in Goirle, 65 jaar oud. Hij is begraven in Goirle.
jan Baptist trouwde, 27 jaar oud, op 18-01-1904 in Goirle met Anna Cornelia (Ant) stads, 23 jaar oud. Ant is geboren op 29-07-1880 in Goirle, dochter van Adriaan (Q337) stads en Cornelia schilders. Ant is overleden op 05-11-1959 in Goirle, 79 jaar oud.
Jan B. is in de Dorpstraat geboren (hoek Oude Kerkstr.)
Notitie bij jan Baptist: lid gilde St. Joris. Ingekomen 8 oktober 1916 en inkomgeld voldaan. Doodschuld voldaan bij leven 10 juli 1938. Koning geschoten 1926. Plaats: op de Vurhaaj.
Jan B. trad in de voetsporen van Zijn vader, Hij was smid en net als zijn vader lid van het Gilde St. Joris.
in 1926 schiet Jan met de voetboog zich tot koning. Dit zal de laatste maal zijn dat de voetboog werd gebruikt. (de voetbogen van Ja, B zijn verkocht aan St. Joris Tilburg). In dat jaar was Janus Hoogendoorn St. Jurreske.
Jan. B. maakte voor het gilde de kruisbogen. Zijn schoonvader janus Stads (Q337) was wagenmaker en maakte de houten stapels. Het materiaal voor de latten kwam van Merkx uit Tilburg. Hij gebruikte voor de stalen latten 'drie-rozen-staal). Het ontlaten bij het harden deed hij in 'n èmmerke strônt.


koningsschild Jan Baptist Hoogendoorn


Jan Baptist Hoogendoorn en Ant Stads


1926 - Laatste maal koningschieten met de voetboog
Den 30 juni 1926 is Johannes Baptist Hoogendoorn koning geworden van het gilde St. Joris. Sint Joris Goirle schiet van oudsher op de schutsboom naar de vogel en op doel met blazoen. De Schutsboom stond in de 19e eeuw op 't Hôogènd. Op de plaats waar nu de pastoorsstraten liggen. Op doel werd met de kolfboog geschoten. Omdat met een kolfboog ook op de boom kan worden geschoten raakte de voetboog in onbruik. In 1926 is voor het laatst met de voetboog koning geschoten.
In de "kaert" wordt alleen de voetboog omschreven. De St. Jansboog en kolfboog die later hun intrede doen zijn beter toegerust om op doel te schieten. 2 voetbogen die eigendom waren van smid Jan Hoogendoorn worden verkocht aan het St. Joris gilde uit Tilburg.
Jan Hoogendoorn maakte samen met zijn schoonvader Janus Stads die wagenmaker was, kruisbogen voor de gildebroeders. De combinatie van wagenmaker en smid was ideaal.
Hoofdman: Door Dirken
Koning: Jan Hoogendoorn


Voetboog wordt met 'wèèngetèùg' opgespannen. St. Joris Tilburg


1926 - Levend uitgebeelde patroonsheilige
Sint Jurreske, een kind op een klein paard aangekleed als Sint Joris, is de levend uitgebeelde patroonheilige. De oorsprong hiervan is niet bekend. Wel bekend is dat levend uitgebeelde patroonheilige al eeuwen worden meegevoerd. Het St. Jurreske is een heel oude traditie.
Tijdens het koningschieten van 1926 is Jan Hoogendoorn, zoon van J.B. (Jan. 1919) Hoogendoorn Sint Jurreske. Vader Jan schiet dat jaar koning.
Met het koningschieten wordt Sint Jurreske trouw meegevoerd begeleid door bruidjes en jeugdige bogendragers.


'Sint Jurreske' tijdens Koningschieten.


Joris Hoogendoorn als 'St. Jurreske'


1926 - Sint Sebastiaan en de 3e prijs!
Sint Sebastiaan had zijn doel bij de betonnen wielerbaan de Twem aan de Tilburgseweg.
Ook bij St. Sebastiaan waren het drinkebroeders. Een gildebroeder had goed geschoten met de handboog en daar had hij menigmaal op getoost. Bij de prijsuitreiking had hij een zaag gewonnen en daar was hij maar wat blij mee. Toen hij na vertrek z'n fiets wilde pakken bedacht hij zich en trok met zijn gewonnen zaag naar de eikenbomen langs de Tilburgseweg.
Een vertrekkende collega-schutter die hem op zijn knieën aan het zagen zag ging een belangstellend informeren. 'Mar mènneke waor zèède gijj meej beezig'?
Het antwoord was duidelijk! 'dè ziede dèènk toch wel. Die kaaibôom gaon om, toe tèlbörg toe'!!!
Kaaibôom: de eiken langs de Tilburgseweg.


1925 - Bout van een voetboog
Met de voetboog wordt altijd op de wip geschoten. Op de wip schieten is schieten op een schutsboom. Met de voetboog werd op een kortere afstand geschoten dan met de Sint jansboog. Op doel werd op 27 meter geschoten. De hoogte van de schutsboom is niet omschreven. Waarschijnlijk is dat ongeveer 20 meter geweest.
De afgebeelde bout is in de gildekist teruggevonden en is daarmee een originele bout waarmee geschoten is in de Vurhaaj.

Een bout is een pijl met een stompe punt. De bout moet door een gericht schot over de pin naar beneden worden geschoten, Het is duidelijk niet de bedoeling dat de punt in de vogel blijft steken. Op de kop zit een stalen huls ter bescherming van het houten deel.


bout van een voetboog


1924 - H. Hartbeeld in Goirle
In de hoogtijdagen van het Heilige Roomse Rijk zien we onder invloed van de tijdgeest steeds meer openbare uitingen van de katholieke devotie. De verering van het H. Hart was een wereldwijd proces aangezwengeld door Rome. La Basilique du Sacré Cœur de Montmartre in Parijs is daar een groots voorbeeld van. In Goirle was het wat bescheidener. In 1924 wordt het H. Hart feestelijk ingehuldigd.
Het hekwerk rond het beeld werd gesmeed door gildebroeder Jan Baptist Hoogendoorn. Later is het hekwerk verwijderd en verplaatst naar het Heemerf de Schutsboom. Ook het H. Hartbeeld is verplaatst en staat tegenwoordig op een bescheiden plaatsje tussen de geparkeerde auto's. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw kennen we een socialistische stroming die de beeldenstorm uit 1566 wil doen laten herleven. Het H. Hartbeeld moest verdwijnen als uiterlijk tegen van een volksdevotie. Deze strijd hebben de rôoje rakkers verloren. Heel Goirle kwam in actie om het socialistisch volksgericht te voorkomen. De H. Harthulde is verdwenen maar het H. Hartbeeld staat er nog en kijkt nederig naar onze trouwe Sint Jan. Wel is de pastoor al enige malen met de witkwast moeten uitrukken om gravity te verwijderen.


Het Heilig Hartbeeld op de spie Tilburgseweg en Kloosterstraat


1924 - Goirlesche Toestanden
In de periode 1924 - 1928 verscheen in Goirle: 'Goirlesche Toestanden. Verschijnt als het nodig is'.
De initiatiefnemer was Eduard van Puijenbroek. In het krantje werden misstanden aan de kaak gesteld. De individuele gemeenteraadsleden alsmede het hele college en in het bijzonder Burgemeester J.B. Rens moesten het ontgelden.
De Heraut, de schaduw van de anonieme journalist Prins viel over het krantje.
Het vieze putje was een terugkerend onderwerp. Burgemeester J.G. Rens was naast burgemeester ook eigenaar directeur van Spinnerij in de Fabriekstraat. Belangenverstrengeling lag op de loer en werd dan ook breed uitgemeten als het fout ging.


Goirlesche Toestanden. Verschijnt als het nodig is.


1921 - Boerderij Chris Schellekens. Dorpstraat
Boerderij van Christ Schellekens aan de Dorpsstraat



Tot 1960 stonden aan de Dorpsstraat twee beeldbepalende boerderijen aan weerszijden van de Kloosterstraat. Links woonden de kinderen Van den Hout en rechts boerde de familie Schellekens aan de ‘Aonsteej’ langs ’t Maoske, een riviertje dat van het Ven via het ‘Maosstraotje’ de ‘Vismèrt’ overstak en langs de Dorpsstraat en de Van Haestrechtstraat achter het veldkruis van Pater Jan Brock naast de Leeuwenhoef zijn water loosde in de Leij. Beide boerderijen stonden vlak langs het riviertje waar een zgn. hekkendam de verbinding was om de ‘koej te waaje’ naar het achterland.
Als de familie Schellekens in 1809 zijn intrek neemt aan de Heertgang Het Dorp waren ze niet bepaald de eerste bewoners.
In de kohier van 1787 lezen we: ‘alle de huijzingen oft woningen binnen de dorpen van Goirle’ vinden we op huisnummer 89 de gebroeders Mathijs en Wouter Brouwers als eigenaren van een behuizing of woning. Het betreft hier de boerderij aan Heertgang Het Dorp, de plaats waar in 1760 de Kerkweg werd aangelegd als verbinding naar de kerk, die later de naam Kloosterstraat kreeg.
Mathijs en Wouter hadden na het overlijden van hun ouders, het echtpaar Jan Brouwers (1688-1771) en Maria de Bondt, door vererving het pand in eigendom verworven.

Uit de nalatenschap bleek dat Jan Brouwers welgesteld moet zijn geweest. Verschillende ‘huizingen’ waren zijn eigendom. Ook had Jan als Goirlese schepen zitting in de Schepenbank van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. Tot zijn overlijden was hij gildebroeder van het Gilde St. Joris. Hij werd met gilde-eer door zijn gildebroeders begraven waarbij zijn doodschuld werd voldaan. Ook zullen 4 zonen zich aansluiten bij de Guld.
We gaan terug naar de zonen Wouter en Mathijs Brouwer, de eigenaren van de boerderij in Het Dorp.
Wauterus Brouwers (1728-1818) was mede-eigenaar en bewoner van het huis. Hij trad in het voetspoor van zijn vader en werd ook gildebroeder bij St. Joris. In 1768 schiet Wouter zich op kermismaandag tot koning van het Gilde St. Joris.
Wouter woonde niet alleen. Het pand werd, zoals op veel plaatsen vanwege de schaarste in woningen, dubbel bewoond. Gildebroeder Michiel van den Hout (1753-1821) woonde met zijn gezin op hetzelfde adres. Michiel was in 1781 getrouwd met de Rielse Antonia van Beeck.
Mattheus Brouwers (1720-1800) was voor de helft eigenaar van het gedeelde bezit maar ging er niet wonen. Hij trouwde in Vessem op 1776 met Catharina Jacobs en stichtte een boerenbedrijf.

In 1821 werd de boerderij door de gebroeders Mathijs en Wouter Brouwers verkocht. Cornelius van Hest werd de nieuwe eigenaar. Hij verhuisde van Hilvarenbeek naar de boerderij in Het Dorp in Gôol.
Cornelius van Hest (1783-1869) was de zoon van de Tilburger Adriaan van Hest (1753-1833) en de Goirlese Catharina van Dun (1754-1715). Cees van Hest trouwde in 1809 met de Bikse Johanna Schellekens (1753-1852), dochter van Johannes Schellekens (1750-1792) en Adriana van den Bleek (1750-1810), beiden geboren in Gilze. Met Johanna Schellekens komt de familie Schellekens in de boerderij…..zij zullen niet meer vertrekken. Cees en Johanna van Hest kregen 4 kinderen.

In 1811 werd het eerste kind Johanna Maria (1811-1814) geboren, zij werd slechts drie jaren oud. Op 30 december 1813 werd Johanna Catharina geboren en in 1816 Johannes. Deze overleed na 6 maanden op 16 augustus 1816. Tot slot werd in 1818 een meisje geboren, Adriana Maria. Zij zou 4 jaar worden. Zo bleef Johanna als enig kind in leven maar zij zou al jong het ouderlijk huis verlaten. Johanna Catharina van Hest trad op jonge leeftijd in bij de zuster Franciscanessen in Oirschot. Met het vertrek van het enige kind Johanna naar Oirschot zou men denken dat het stil werd in huize Van Hest maar niets is minder waar! Cees was een devoot godsvruchtig mens die een goede band onderhield met Thomas van Diessen. Samen organiseerden zij bijeenkomsten op de hoek van de Kerkweg in de boerderij van Cees van Hest. Op zondag na het Lof werd er door de mannelijke jeugd gezamenlijk gebeden, voorgelezen en aflaten en andere heilige zaken besproken. Werden de besproken onderwerpen te moeilijk voor Cees dan werd pastoor Minoretti op de boerderij ontboden.
In 1852 sloeg het noodlot toe met het overlijden van Johanna. Nu stond Cees er helemaal alleen voor op zijn, voor die jaren al, grote boerderij. Vermoedelijk is er toen al dikwijls en ook al in het verleden een beroep gedaan op de familie van zijn vrouw, de familie Schellekens.
Op 31 maart 1869 overleed de weduwnaar Cees van Hest waardoor de boerderij leegkwam. De enige erfgename, de kloosterzuster uit Oirschot, erfde de boerderij met haar bezittingen. Deze bezittingen gingen regelrecht naar de Congregatie van de Franciscanessen in Oirschot en werden toegevoegd aan de bruidsschat van de non.
In vele gevallen als deze werden de roerende en onroerende zaken in een openbare verkoping geveild. Tot een openbare verkoping zou het echter aan de Dorpsstraat niet komen. Het boerenbedrijf bleef in de familie. Peter Schellekens (1828-1912), de neef van Johanna Catharina van Hest (’t Nonneke) werd de eigenaar van het bedrijf langs ’t Maoske. De familie Schellekens zou de boerderij niet meer verlaten tot de sloop een einde maakte aan vierhonderd jaar geschiedenis van een boerenbedrijf.

Peter Schellekens was getrouwd met de Goirlese Maria Anna Vermeer (1834-1915), dochter van Jan Baptist Vermeer en Johanna Priems die ook in de Dorpsstraat richting Hôogènd boerden.
Peter Schellekens was zoals ze dat noemden ‘in goejen doen’. Hij behoorde na de Goirlese fabrikanten tot de hoogst aangeslagenen wat betreft de jaarinkomsten. Ook had Peter naast Hendrik Snels, Peter van de Lisdonk, Gerard en Jan Baptist van Besouw zitting in het armenbestuur van Sint Vincentius, de conferentie van de Heilige Johannes Baptist.
Toen Peter en Anna van Schellekens Vermeer hun intrek namen in boerderij waren er al zeven kinderen geboren, vier zouden er nog volgen.
In 1859 werd het eerste kind geboren, een zoon Hendrikus (1859-1912), hij zou na de lagere school het huis verlaten en naar de Fraters van Tilburg vertrekken en uiteindelijk zitting hebben als econoom in het bestuur van de congregatie. In deze functie heeft hij ook bemoeienissen gehad met het stichten van het fratersklooster achter zijn geboortehuis. Bij de boedelscheiding bij het overlijden van Peter en Anna Schellekens gaat het deel van frater Henricus naar de Fraters van Tilburg in de vorm van een huis aan de Koudepad. Grenzend aan de kloostermuur stond een burgerwoning die dienst ging doen als dienstwoning voor de tuinman. Jantje Spijkers, alias Jantje van Vennenrode, was tijdens de oorlog in 1943 ondergedoken in Frankrijk. Na zijn thuiskomst in 1944 kon hij direct bij de fraters aan het werk als tuinman. Zou kwam hij in de dienstwoning aan de Koudepad terecht waar hij met vliegend vaan en slaande trom kon vertrekken toen hij naar de Gemeente Tilburg vertrok om het Leijpark zijn oude monumentale status terug te geven.

Vier zonen, ‘de ôomkes’ bleven vrijgezel. Tiest-ôom (1860-1938), Toon-ôom (1860-1939), Willem-ôom (1868-1923) en Jaon-ôom (1871-1946). Zij bleven thuis wonen en werken op de boerderij. Jaon-ôom is daarbij 47 jaren lid geweest van de gemeenteraad. Ook bouwde hij in opdracht van zijn vader, het huis een de Kloosterstraat (nr.58) voor de vier vrijgezelle ôomkes.
Tot slot de jongste zoon Cris Schellekens (1880-1948). Hij zou na zijn huwelijk de boeren bedoening voortzetten aan de Dorpsstraat.

Tot op late leeftijd bleef Peter zich met het boerenbedrijf bemoeien. Op 80-jarige leeftijd besloot Peter met zijn zonen om de eeuwenoude hoeve te slopen en een nieuwe boerderij te bouwen. De nieuwbouw kwam in 1908 tot stand. Drie jaren later kwam Peter te overlijden en in 1915 overleed Maria Schellekens-Vermeer. Na het overlijden van Peter en Maria veranderde er niet veel. Het bleef een onverdeelde boedel waarna veel later een boedelscheiding tot stand kwam.
Cris Schellekens (1880-1947) was voorbestemd het bedrijf aan de Dorpsstraat door te zetten. In 1909 trouwde hij in het Tilburgse raadhuis Engelien van Vught (1882-1970) de dochter van Jan van Vught en Maria van Hooff en stichtte een groot gezin, er werden 13 kinderen geboren waarvan het jongste kind in 1924 acht maanden oud zou worden.
Vier dochters traden in bij De Liefdezusters van het Kostbaar Bloed van Koningsbosch in Sittard, een religieuze orde die zich richtte op de verzorging van wezen, ouden van dagen en zieken. De keuze voor Koningsbosch was niet vreemd. In 1880 namen de nonnen van het Kostbaar Bloed hun intrek in het voormalige Panhuys tegenover de Kerk en zijn de contacten met de devote familie Schellekens ontstaan.
Jan Schellekens, de zoon van Cris en Evelien ging boeren in de boerderij van de ‘de ôomkes’ aan de Kloosterstraat. Jan ontwikkelde zich als voorvechter van de boerenstand. Dat deed hij als gemeenteraadslid op zijn geheel eigen manier waarbij hij zeer ontwapenend zijn gezonde boerenverstand gebruikte om de belangen van de boeren veilig te stellen.
Ook met de Guld was de familie niet onbekend. Jan en Wil Schellekens werden op Verloren Maandag 1948 lid van ‘de boereguld’ Sint Joris
De zoon Janus Schellekens (1922-2006) was voor iedereen een begrip. ‘Jaon Schèl de kassier van de Boerenleenbank’.
In 1948 nam Jaon de functie van kassier over van Jan de Brouwer kantoorhoudende in de voorkamer van zijn boerderij op Abcoven waar hij werd aangesproken als Jan de Kas. Ook de kassier van de Boerenleenbank vestigde zich in de voorkamer van zijn ouderlijk huis, in de boerderij van Cris Schellekens. In de 50-er jaren bouwde DE kassier die ondertussen directeur geworden was tegenover de boerderij van Christ het eerste echte Goirlese bankgebouw. Naast bankdirecteur was Janus ook kerkmeester. Samen met pastoor Pessers heeft Janus vele jaren de begroting van de parochie sluitend gemaakt en ‘s zondags zong hij in het gregoriaans koor van André Burgers. ’n Pinnetènsie zônder ènd vur klèèn kènder meej ’n wiebelgat’.
In 1948 kwam Christ Schellekens te overlijden. Het bedrijf werd doorgezet door zijn vrouw Angelien en de zonen die zich geroepen voelden tot de boerenstiel.
Net name na de oorlog was het aanzien van de Dorpsstraat sterk veranderd. De boerderij van de familie Schellekens raakte ingeklemd tussen nieuwbouw en ambitieuze panden van de Gemeente Goirle waar voor een boerenbedrijf geen plaats meer was.

In 1950 werd de boedelscheiding van de familie Schellekens geregeld. Vier boerenbedrijven zouden de eeuwenoude traditie doorzetten. Piet Schellekens kocht op ’t Ven een bedrijf en Sjef Brock die getrouwd was met Josepha Schellekens stichtte zijn bedrijf aan de Kerkstraat terwijl Jan Schellekens op zijn vertrouwde plaats in de Kloosterstraat verder boerde.
Tot slot verliet Wim Schellekens als enige Goirle. Hij kocht een bestaand boerenbedrijf in Middelbeers met de welklinkende naam ‘de Johannahoeve’ op de voorgevel.

Zo viel langzaam de stilte over de eeuwenoude hoeve met zijn rijke verleden. Maar zijn lot was beslecht. Ook ’t Maoske verdween om plaats te maken voor woningbouw.
Niets herinnerd nog aan wat eens hier was. Toen er een busstation aan de Dorpsstraat moest komen, was ook het lot van de boerderij van de kinderen Van den Hout beslecht. Of het allemaal vooruitgang is, blijft de vraag.







ke


Boerderij van Christ Schellekens aan de Dorpsstraat



Tot 1960 stonden aan de Dorpsstraat twee beeldbepalende boerderijen aan weerszijden van de Kloosterstraat. Links woonden de kinderen Van den Hout en rechts boerde de familie Schellekens aan de ‘Aonsteej’ langs ’t Maoske, een riviertje dat van het Ven via het ‘Maosstraotje’ de ‘Vismèrt’ overstak en langs de Dorpsstraat en de Van Haestrechtstraat achter het veldkruis van Pater Jan Brock naast de Leeuwenhoef zijn water loosde in de Leij. Beide boerderijen stonden vlak langs het riviertje waar een zgn. hekkendam de verbinding was om de ‘koej te waaje’ naar het achterland.
Als de familie Schellekens in 1809 zijn intrek neemt aan de Heertgang Het Dorp waren ze niet bepaald de eerste bewoners.
In de kohier van 1787 lezen we: ‘alle de huijzingen oft woningen binnen de dorpen van Goirle’ vinden we op huisnummer 89 de gebroeders Mathijs en Wouter Brouwers als eigenaren van een behuizing of woning. Het betreft hier de boerderij aan Heertgang Het Dorp, de plaats waar in 1760 de Kerkweg werd aangelegd als verbinding naar de kerk, die later de naam Kloosterstraat kreeg.
Mathijs en Wouter hadden na het overlijden van hun ouders, het echtpaar Jan Brouwers (1688-1771) en Maria de Bondt, door vererving het pand in eigendom verworven.

Uit de nalatenschap bleek dat Jan Brouwers welgesteld moet zijn geweest. Verschillende ‘huizingen’ waren zijn eigendom. Ook had Jan als Goirlese schepen zitting in de Schepenbank van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. Tot zijn overlijden was hij gildebroeder van het Gilde St. Joris. Hij werd met gilde-eer door zijn gildebroeders begraven waarbij zijn doodschuld werd voldaan. Ook zullen 4 zonen zich aansluiten bij de Guld.
We gaan terug naar de zonen Wouter en Mathijs Brouwer, de eigenaren van de boerderij in Het Dorp.
Wauterus Brouwers (1728-1818) was mede-eigenaar en bewoner van het huis. Hij trad in het voetspoor van zijn vader en werd ook gildebroeder bij St. Joris. In 1768 schiet Wouter zich op kermismaandag tot koning van het Gilde St. Joris.
Wouter woonde niet alleen. Het pand werd, zoals op veel plaatsen vanwege de schaarste in woningen, dubbel bewoond. Gildebroeder Michiel van den Hout (1753-1821) woonde met zijn gezin op hetzelfde adres. Michiel was in 1781 getrouwd met de Rielse Antonia van Beeck.
Mattheus Brouwers (1720-1800) was voor de helft eigenaar van het gedeelde bezit maar ging er niet wonen. Hij trouwde in Vessem op 1776 met Catharina Jacobs en stichtte een boerenbedrijf.

In 1821 werd de boerderij door de gebroeders Mathijs en Wouter Brouwers verkocht. Cornelius van Hest werd de nieuwe eigenaar. Hij verhuisde van Hilvarenbeek naar de boerderij in Het Dorp in Gôol.
Cornelius van Hest (1783-1869) was de zoon van de Tilburger Adriaan van Hest (1753-1833) en de Goirlese Catharina van Dun (1754-1715). Cees van Hest trouwde in 1809 met de Bikse Johanna Schellekens (1753-1852), dochter van Johannes Schellekens (1750-1792) en Adriana van den Bleek (1750-1810), beiden geboren in Gilze. Met Johanna Schellekens komt de familie Schellekens in de boerderij…..zij zullen niet meer vertrekken. Cees en Johanna van Hest kregen 4 kinderen.

In 1811 werd het eerste kind Johanna Maria (1811-1814) geboren, zij werd slechts drie jaren oud. Op 30 december 1813 werd Johanna Catharina geboren en in 1816 Johannes. Deze overleed na 6 maanden op 16 augustus 1816. Tot slot werd in 1818 een meisje geboren, Adriana Maria. Zij zou 4 jaar worden. Zo bleef Johanna als enig kind in leven maar zij zou al jong het ouderlijk huis verlaten. Johanna Catharina van Hest trad op jonge leeftijd in bij de zuster Franciscanessen in Oirschot. Met het vertrek van het enige kind Johanna naar Oirschot zou men denken dat het stil werd in huize Van Hest maar niets is minder waar! Cees was een devoot godsvruchtig mens die een goede band onderhield met Thomas van Diessen. Samen organiseerden zij bijeenkomsten op de hoek van de Kerkweg in de boerderij van Cees van Hest. Op zondag na het Lof werd er door de mannelijke jeugd gezamenlijk gebeden, voorgelezen en aflaten en andere heilige zaken besproken. Werden de besproken onderwerpen te moeilijk voor Cees dan werd pastoor Minoretti op de boerderij ontboden.
In 1852 sloeg het noodlot toe met het overlijden van Johanna. Nu stond Cees er helemaal alleen voor op zijn, voor die jaren al, grote boerderij. Vermoedelijk is er toen al dikwijls en ook al in het verleden een beroep gedaan op de familie van zijn vrouw, de familie Schellekens.
Op 31 maart 1869 overleed de weduwnaar Cees van Hest waardoor de boerderij leegkwam. De enige erfgename, de kloosterzuster uit Oirschot, erfde de boerderij met haar bezittingen. Deze bezittingen gingen regelrecht naar de Congregatie van de Franciscanessen in Oirschot en werden toegevoegd aan de bruidsschat van de non.
In vele gevallen als deze werden de roerende en onroerende zaken in een openbare verkoping geveild. Tot een openbare verkoping zou het echter aan de Dorpsstraat niet komen. Het boerenbedrijf bleef in de familie. Peter Schellekens (1828-1912), de neef van Johanna Catharina van Hest (’t Nonneke) werd de eigenaar van het bedrijf langs ’t Maoske. De familie Schellekens zou de boerderij niet meer verlaten tot de sloop een einde maakte aan vierhonderd jaar geschiedenis van een boerenbedrijf.

Peter Schellekens was getrouwd met de Goirlese Maria Anna Vermeer (1834-1915), dochter van Jan Baptist Vermeer en Johanna Priems die ook in de Dorpsstraat richting Hôogènd boerden.
Peter Schellekens was zoals ze dat noemden ‘in goejen doen’. Hij behoorde na de Goirlese fabrikanten tot de hoogst aangeslagenen wat betreft de jaarinkomsten. Ook had Peter naast Hendrik Snels, Peter van de Lisdonk, Gerard en Jan Baptist van Besouw zitting in het armenbestuur van Sint Vincentius, de conferentie van de Heilige Johannes Baptist.
Toen Peter en Anna van Schellekens Vermeer hun intrek namen in boerderij waren er al zeven kinderen geboren, vier zouden er nog volgen.
In 1859 werd het eerste kind geboren, een zoon Hendrikus (1859-1912), hij zou na de lagere school het huis verlaten en naar de Fraters van Tilburg vertrekken en uiteindelijk zitting hebben als econoom in het bestuur van de congregatie. In deze functie heeft hij ook bemoeienissen gehad met het stichten van het fratersklooster achter zijn geboortehuis. Bij de boedelscheiding bij het overlijden van Peter en Anna Schellekens gaat het deel van frater Henricus naar de Fraters van Tilburg in de vorm van een huis aan de Koudepad. Grenzend aan de kloostermuur stond een burgerwoning die dienst ging doen als dienstwoning voor de tuinman. Jantje Spijkers, alias Jantje van Vennenrode, was tijdens de oorlog in 1943 ondergedoken in Frankrijk. Na zijn thuiskomst in 1944 kon hij direct bij de fraters aan het werk als tuinman. Zou kwam hij in de dienstwoning aan de Koudepad terecht waar hij met vliegend vaan en slaande trom kon vertrekken toen hij naar de Gemeente Tilburg vertrok om het Leijpark zijn oude monumentale status terug te geven.

Vier zonen, ‘de ôomkes’ bleven vrijgezel. Tiest-ôom (1860-1938), Toon-ôom (1860-1939), Willem-ôom (1868-1923) en Jaon-ôom (1871-1946). Zij bleven thuis wonen en werken op de boerderij. Jaon-ôom is daarbij 47 jaren lid geweest van de gemeenteraad. Ook bouwde hij in opdracht van zijn vader, het huis een de Kloosterstraat (nr.58) voor de vier vrijgezelle ôomkes.
Tot slot de jongste zoon Cris Schellekens (1880-1948). Hij zou na zijn huwelijk de boeren bedoening voortzetten aan de Dorpsstraat.

Tot op late leeftijd bleef Peter zich met het boerenbedrijf bemoeien. Op 80-jarige leeftijd besloot Peter met zijn zonen om de eeuwenoude hoeve te slopen en een nieuwe boerderij te bouwen. De nieuwbouw kwam in 1908 tot stand. Drie jaren later kwam Peter te overlijden en in 1915 overleed Maria Schellekens-Vermeer. Na het overlijden van Peter en Maria veranderde er niet veel. Het bleef een onverdeelde boedel waarna veel later een boedelscheiding tot stand kwam.
Cris Schellekens (1880-1947) was voorbestemd het bedrijf aan de Dorpsstraat door te zetten. In 1909 trouwde hij in het Tilburgse raadhuis Engelien van Vught (1882-1970) de dochter van Jan van Vught en Maria van Hooff en stichtte een groot gezin, er werden 13 kinderen geboren waarvan het jongste kind in 1924 acht maanden oud zou worden.
Vier dochters traden in bij De Liefdezusters van het Kostbaar Bloed van Koningsbosch in Sittard, een religieuze orde die zich richtte op de verzorging van wezen, ouden van dagen en zieken. De keuze voor Koningsbosch was niet vreemd. In 1880 namen de nonnen van het Kostbaar Bloed hun intrek in het voormalige Panhuys tegenover de Kerk en zijn de contacten met de devote familie Schellekens ontstaan.
Jan Schellekens, de zoon van Cris en Evelien ging boeren in de boerderij van de ‘de ôomkes’ aan de Kloosterstraat. Jan ontwikkelde zich als voorvechter van de boerenstand. Dat deed hij als gemeenteraadslid op zijn geheel eigen manier waarbij hij zeer ontwapenend zijn gezonde boerenverstand gebruikte om de belangen van de boeren veilig te stellen.
Ook met de Guld was de familie niet onbekend. Jan en Wil Schellekens werden op Verloren Maandag 1948 lid van ‘de boereguld’ Sint Joris
De zoon Janus Schellekens (1922-2006) was voor iedereen een begrip. ‘Jaon Schèl de kassier van de Boerenleenbank’.
In 1948 nam Jaon de functie van kassier over van Jan de Brouwer kantoorhoudende in de voorkamer van zijn boerderij op Abcoven waar hij werd aangesproken als Jan de Kas. Ook de kassier van de Boerenleenbank vestigde zich in de voorkamer van zijn ouderlijk huis, in de boerderij van Cris Schellekens. In de 50-er jaren bouwde DE kassier die ondertussen directeur geworden was tegenover de boerderij van Christ het eerste echte Goirlese bankgebouw. Naast bankdirecteur was Janus ook kerkmeester. Samen met pastoor Pessers heeft Janus vele jaren de begroting van de parochie sluitend gemaakt en ‘s zondags zong hij in het gregoriaans koor van André Burgers. ’n Pinnetènsie zônder ènd vur klèèn kènder meej ’n wiebelgat’.
In 1948 kwam Christ Schellekens te overlijden. Het bedrijf werd doorgezet door zijn vrouw Angelien en de zonen die zich geroepen voelden tot de boerenstiel.
Net name na de oorlog was het aanzien van de Dorpsstraat sterk veranderd. De boerderij van de familie Schellekens raakte ingeklemd tussen nieuwbouw en ambitieuze panden van de Gemeente Goirle waar voor een boerenbedrijf geen plaats meer was.

In 1950 werd de boedelscheiding van de familie Schellekens geregeld. Vier boerenbedrijven zouden de eeuwenoude traditie doorzetten. Piet Schellekens kocht op ’t Ven een bedrijf en Sjef Brock die getrouwd was met Josepha Schellekens stichtte zijn bedrijf aan de Kerkstraat terwijl Jan Schellekens op zijn vertrouwde plaats in de Kloosterstraat verder boerde.
Tot slot verliet Wim Schellekens als enige Goirle. Hij kocht een bestaand boerenbedrijf in Middelbeers met de welklinkende naam ‘de Johannahoeve’ op de voorgevel.

Zo viel langzaam de stilte over de eeuwenoude hoeve met zijn rijke verleden. Maar zijn lot was beslecht. Ook ’t Maoske verdween om plaats te maken voor woningbouw.
Niets herinnerd nog aan wat eens hier was. Toen er een busstation aan de Dorpsstraat moest komen, was ook het lot van de boerderij van de kinderen Van den Hout beslecht. Of het allemaal vooruitgang is, blijft de vraag.



De vier eenvoudige arbeiderswoningen grenzend aan de boerderij waren ook eigendom van de fam. Schellekens.


boerderij Christ Schellekens aan de Dorpsstraat


Bron: Sjef Hoogendoorn

1920 - Koningschieten. Johannes Cornelis Jan zn. Brock
Johannes Cornelis (KeesQ432) Brock is geboren op 19-08-1895 in Goirle, zoon van Jan Cornelis (Jan) (Q392) Brock en Theodora Cornelia Donkers. Cees is overleden op 18-10-1981 in Goirle, 86 jaar oud.
Cees trouwde met Johanna Maria Wilhelmina (Anna) Spapens. Anna is geboren op 04-06-1889 in Goirle, dochter van Petrus (peter) (Q356) Spapens en Johanna Maria Appels. Anna is overleden op 18-10-1965 in Goirle, 76 jaar oud.
Notitie bij Cees: Cees was lid van het gilde St.Joris
ingekomen 15 juni 1919 doodschuld voldaan bij overlijden 16-08-1981
Op 30 juni 1920 schoot Cees met een raak schot de koningsvogel naar beneden.
De hele familie Brock was nauw betrokken bij de guld. Naast vader waren verschillende zonen lid van het gilde. Zo ook Cees die met zijn 25 jaren en geen gulden te makken deel nam aan het koningschieten. Toen de vogel viel en Cees over het vaan mocht lopen realiseerde Pa Jan Brock; Hoe moet dat betaald worden. Vader Jan heeft betaald. Echter hij klaagde wel: 'Die grap van onze Cees heej mèèn 'n koej gekost'.





1920 - Oudste foto Gilde Sint Joris
Als Cees Brock in 1920 op de plaats waar nu verzorgingshuis 'de Guldenakker' staat de vogel van de schutsboom schiet, schiet hij zich voor de eerste maal tot koning. Deze gebeurtenis is vast gelegd op een foto.
Dit is de oudst bekende foto van het gilde.
rij 3] Piet snels (knecht) - Tiesje Santegoets - Tinus Stockermans - Bart Hoogendoorn (smid) - Jaon Moonen - Cees Brock (koning, J.zn.) - Toon van den Hout, Door Dirken (hoofdman) - Jan Brock (standaardrijder) - J.van de Langerijt - Jaon de Brouwer.
rij 2] Sjaak Stockermans - Toon Bekkers- Jan Hoogendoorn (smid)
rij 1] Toon Bruers - Lenard Brock (J.zn.) - Teer Moonen - Woutje Deliën, Jaunus Bruers.

De foto is genomen in de Vurhaaj op de plaats waar zich nu het verzorgingshuis bevindt. De koning werd geschoten op 'd'n èkker van de Guld'. Dat men uitgeweken is naar de Vurhaaj kan gelegen zijn in het feit dat de Guldekker verpacht was en niet beschikbaar.



Let op de borreltjes, sigaren, glazen en flessen. Ook toen wist Sint Joris al wat feesten was!


Oudste foto van het gilde tijdens koningschieten van Cees Brock 1920


1914 - Koningschieten: Henricus van den Hout
Henricus Josephus (Harrie Q401) van den Hout is geboren op 05-11-1886 in Goirle, zoon van Michiel Harrie van den Hout en Lucia Maria van Dun. Harrie is overleden op 01-05-1947 in Goirle, 60 jaar oud.
Notitie bij Q401: Harrie M.zn was lid van het gilde St. Joris
ingekomen 12 juli 1911.
Doodschuld betaald in zijn leven
kermis 1914. Harrie schiet de koningsvogel en is voor 6 jaren koning van het gilde
Q401 bleef ongehuwd.


1914 Koningschild van Henricus van den Hout


1914 - Mobilisatie
België is bezet door Duitsland en oorlogsgebied.
Nederland weet de neutraliteit te behouden en mobiliseert. Goirle wordt een grensgemeente met het oorlogsgebied. Militairen worden in Goirle gemobiliseerd en ingekwartierd. Goirle loopt vol met vluchtelingen. Deze vluchtelingen die zich definitief in Goirle vestigen krijgen veelal de toevoeging van 'Bels'. Frans Bèls was de knecht van het gilde Sint Joris. Zijn eigenlijke naam was Frans Schellekens. Hij woonde in de Hoogstraat.
Nederland wordt van België gescheiden door een 'ijzeren gordijn' ook wel de dodendraad genoemd, het hekwerk liep van Zeeuws-Vlaanderen tot aan de Duitse grens in Limburg.
Een 3 meter hoog hekwerk met hoogspanning erop. In de gemeente Zondereigen (België) is een reconstructie gemaakt.
Moeilijke tijden voor de Goirlese textielindustrie, maar gouden tijden voor de smokkelaars. De grondstoffen toevoer voor de fabrieken stagneerde.
1918: 19 november brandt het 8 jaar oude raadhuis af.
Pastoraat: C.A.J. Peters
Hoofdman: Door Dirken


hekwerk met hoogspanning langs de grens van Nederland en België.


1908 - Koningschieten. Adriaan Philipsen
Adriaan (Q388) Philipsen -5*-st.J is geboren op 18-07-1881 in Goirle, zoon van Johannes Cornelis (Q336) Philipsen -4*-st.J. en Johanna Catharina Hesselmans. Q388 is overleden op 08-07-1948 in Tilburg, 66 jaar oud.
Q388 trouwde, 29 jaar oud, op 01-05-1911 in Goirle met Maria Francisca Lemmens, 26 jaar oud. Maria is geboren op 23-02-1885 in Hilvarenbeek, dochter van Waltherus Lemmens en Anna Cornelia Ouweland. Maria is overleden op 12-01-1961 in Goirle, 75 jaar oud.
Notitie bij Q388: Adriaan J.B.zn was lid van het gilde St. Joris
ingekomen in het gilde 23 april 1908. Op de naamdag van St. Joris
doodschuld betaald bij leven.
op 13 juni 1908 Schiet Adriaan J.B.zn tijdens de kermis de koningsvogel. hij dan in het zelfde jaar 23 april 1908 lid geworden van het gilde
Hij zal voor 6 jaren de koning zijn van het gilde


1908. Koningschild Sebastiaan Philipsen


1906 - Verpachten van standaardvaan
Willem van Wezel heeft de standaard gepacht voor de som van 12,00 Gulden den 6 februari 1906. Hiermee werd Willem voor 6 jaren standaardrijder.
In 1937 betaalt Adriaan de Brouwer fl. 16,00 als pachtprijs voor het standaardvaan.
Hoofdman: Door Dirken.
Koning: Johannes Cornelis van den Hout


1906 - De Rozenjacht
Schild vervaardigd voor oprichten schutterij de Rozenjacht. 1906. Op het schildje is een kruisboog afgebeeld.
De schutters van de Rozenjacht waren thuis in een cafeetje aan de Dorpsstraat. Hoek Oudekerkstraat. Het pand is in de 70er jaren afgebroken voor de verbreding van Oudekerkstraat.
op het schild staan de namen van de personen die betrokken waren bij de oprichting.
W. Santegoets - Henricus Hoogendoorn - A. Spapens - H. Hoskens - H. vd. Lisdonk - J. Smits - A. de Vries - A. v. Dal - j. Eijzermans.
Er werd geschoten met een zg. 'pikboog' . Een kruisboog die men met de hand opspande.
Geschoten werd in een doel die achter het smalle café lag. Kort achter het café liep het riviertje 't Maoske.De schietbak stond daarom over 't Maoske.
Veel is niet bekent over het kortstondig bestaan van de schutterij.
Drikôom Hoogendoorn: de buurman van het café. Een liefhebber van een borrel.
Jaonneke de Vries: fabrikant woonachtig Kloosterstraat.
A. Spapens: mogelijk de kastelein.


de Rozenjacht


Bron: Dion Hoogendoorn

1904 - Hoofdman: Door Dirken.
Theodorus (Q350) Dirken is geboren op 08-09-1856 in Hoogeloon, zoon van Theodorus Dirken en Alegonda Plasmans. Door is overleden op 27-08-1945 in Goirle, 88 jaar oud.
Door trouwde, 31 jaar oud, op 26-05-1888 in Goirle met Adriana Cornelia Vekemans, 42 jaar oud. Adriana is geboren op 06-09-1845 in Goirle, zoon van Egidius Vekemans en Helena Maria Moonen. Adriana is overleden op 22-12-1920 in Goirle, 75 jaar oud.
Notitie bij Q350: Theodoor Dirken. (Door Pis) was lid van het gilde St. Joris
ingekomen den 5 september 1889
hoofdman gekozen Verloren Maandag 12 januari 1904
15 mei 1945 (kort voor overlijden) bedankt Theodoor als hoofdman
doodschult betaald bij overlijden
Door en Adriana hadden geen kinderen
Door was Koopman. Zijn vrouw Jana had een winkel. Deze was gevestigd op de plaats waar nu de kruising van Tilburgseweg en Dorpsstraat ligt.
Theodorus (Door) Dirken wordt op Verloren Maandag tijdens de jaarvergadering gekozen tot hoofdman van het gilde
Door schiet in 1890 zich tot koning van het gilde Sint Joris.
Theodoor is in zijn latere leven depressief geworden.


Door Dirken. Hoofdman van Sint Joris


1902 - Koningschieten. Jan van den Hout. 2e maal
Johannes Cornelis A.zn. (Q340) van den Hout is geboren op 10-11-1858 in Goirle, zoon van Antonie (Q281) van den Hout -4*-st.J en Hendrika Donders. Q340 is overleden op 05-10-1937 in Goirle, 78 jaar oud.
Notitie bij cees: Cees A.zn. was lid van het gilde St. Joris
zijn inkomgeld betaald 4-mei 1886
zijn doodschuld betaald in leven.
Jan schiet zich met de voetboog voor de 2e maal voor 6 jaren tot koning
Jan van den Hout schiet 2x achtereen zich tot koning. Zo was hij 12 jaren achtereen koning van het gilde
Q340 bleef ongehuwd.


1901 - De Gôolse Tram 4711
Openbaar vervoer was iets dat in Goirle onbekend was. Rond 1850 was de latere fabrikant en Gildebroeder Adriaan van Puijenbroek (Q276 | 1820-1899) voorman op Turnhout. Ook Leonard van Iersel en Valentinus van Wezel reden met paard en wagen tussen Tilburg en Turnhout. De Zoon van Valentinus, Wilhelmus van Wezel (Q383 | 1880-1950) was lid van het Gilde St. Joris
Rond 1860 werd er een geregelde diligence verbinding onderhouden tussen Tilburg en Turnhout. Omdat de diligence toevallig langs Goirle kwam konden de Gôolse Meense raar van meeprofiteren. Natuurlijk heeft daarbij het transport via de Belgische grens voor de textielnijverheid duidelijk geholpen. De stopplaats bij het huidige café d'n Brands was van belang. In de stallen van de toenmalige kastelein, Jan Baptist van Gils die ook paardenhandelaar was konden de paarden ververst worden terwijl in de herberg de passagiers konden wachten of in en uitstallen. In het hedendaagse café herinnert de ronde nis op de hoek boven aan de plaats waar een lantaren in werd geplaatst als er passagiers moesten instappen.
In 1891 werden er in Goirle plannen ontwikkeld om te komen tot een tramverbinding met Tilburg. In 1892 werd een concessie verleend voor een paardentrambaan. Het zal niet zover komen. De financiering kreeg men niet rond en de paardentram ging niet door.
In Hilvarenbeek ontstond een behoefte voor een tramverbinding via Goirle naar Tilburg. Ook hiervoor werden plannen ontwikkeld maar tot realisering is het nooit gekomen.
De in Brussel gevestigde onderneming 'Vicinaux Hollandais' wilde onder de naam van de 'Hollandsche Buurtspoorwegen, een stoomtramverbinding realiseren van Tilburg, via Goirle en Hilvarenbeek naar België, die uiteindelijk in Turnhout zou uitkomen. Dit plan had het gehaald en op 23 april 1907 werd het traject tot Esbeek geopend. Twee jaar later werd de tramlijn aangesloten op op het reeds bestaande net naar Turnhout.
De tram kwam via de Tilburgseweg langs de stopplaatsen, het café van Harrie Smits en café de tramhalte ter hoogte van de huidige Hovel, door het Kerklaantje en tramdijk naar Hilvarenbeek.
Esbeek vaarde wel met de tramverbinding naar Tilburg als bedevaartplaats naar St. Cornelis.
Met de aanleg van het Bèls Lijntje werd de tramverbinding voor goederen overbodig. Ook het personenvervoer met de bus bereidde flink uit, zodat een tramkaartje aanzienlijk duurder was als een buskaart. Dit betekende de ondergang van de stoomtrein die door Goirle kwam.
In 1934 heest de laatste tram gereden en is de rails verkocht als oud ijzer.


de Gôolse tram op de brug over de Leij onderwek naar Gôol


1900-01-01 - Boer Broek op 't Ven
Boerderij aan 't Ven. (Frankische Driehoek)
naast 't Kattelèùltje.
verder uiterken


boerderij aan 't Ven. vaast kattehèùltje


Bron: Dion Hoogendoorn

1900 - Rond de eeuwwiseling
1896: Op initiatief van de Goirlese Fabrikant Jan van Besouw werd de 'Corporatie Rerum Novarum' opgericht.
1 december 1900: De spoorlijn die aansluiting gaf op de lijn Tilburg / Turnhout (Bels lijntje) wordt in gebruik genomen. Het station staat in de Fabriekstraat.
1898: Tilburgseweg wordt verhard met kinderkoppen.
1908: De Kerkweg gaat Kloosterstraat heten, de Oude Kerkweg gaat Oude Kerkstraat heten.
1900: Aanbesteding spoorlijn naar station in Tilburg. Deze lijn wordt bekend als het Bels Lijntje.
1907: Gasfabriek wordt in gebruik genomen. De eerste gaslantarens verschijnen in de straat
1918: 19 november brandt het 8 jaar oude raadhuis af. Er wordt verteld dat de geit vuur heeft gescheten!
1910: Nieuw gemeentehuis wordt in gebruik genomen (tegenover kerk St. Jan Vijf Bogen)
Vanaf 1880 is in Goirle Openbaar en Bijzonder (katholiek) onderwijs.
1890: woeste gronden 1.537 ha. Bebouwde gronden; 11,4 ha. Bouwland: 350 ha. Inwoneraantal: ± 2500. Aantal huishoudens: 422
1871: Dorpstraat en Kerkstraat worden verhard. In 1894 volgt de Kloosterstraat.
1873: De eerste gemeente-arts wordt aangesteld.: J. Huijsmans. Tot die tijd moest men voor geneeskundige hulp naar Tilburg of Hilvarenbeek.
1890: Op voorspraak van Thomas van Diessen vestigen de Fraters van Tilburg zich in Goirle en organiseren het Katholiek onderwijs.Pastoraat: Nicolaas Crefcoeur
Burgemeester: dhr. J. Philipsen


laatste restant gaslantaren in de Kloosterstraat


Kloosterstraat. In het voorste deel liggen kinderkoppen. zijn nog geen trottoir en ginne kaajbaand


1900 - Gilde Sint Joris Hilvarenbeek
In 1900 bestaat er al een uitwisseling met Sint Joris Hilvarenbeek. Dat is niet zo verwonderlijk omdat Goirlese en Beekse families al generaties lang met elkaar zijn verbonden. Ook de leden van Sint Joris Goirle.
Op zondagmorgen vertrokken de gildebroeders naar de eerste mis, de vroegmis, om zeker niets te missen.
Bij Hof van Holland stond de voerman met platte wagen gereed. De bogen en ander materiaal werden geladen en de guld vertrok richting Hilvarenbeek. De kans is groot dat zij bij de heenweg café d'n Hemel aandeden om moed in te drinken. Zeker is dat bij de terugweg een uitgebreide stop werd ingelast.
In Beek zullen de drinkebroeders menig glas bier of borreltje hebben genuttigd maar in d'n Hemel, op de terugweg, gingen ze echt los. Als de hoofdman op een gegeven moment voorstelde om paard en wagen richting Goirle te sturen stuitte dat op ruim verzet. Op de terugweg waren er aanzienlijk minder gildebroeders op de wagen. Alles sliep en lag te snurken.
De drinkebroeders van professie kwamen stillekes, in de nachtelijke uurkes te voet over d'n Dèèk getrokken en sliepen waarschijnlijk bij de gèèt.


Bron: Jan Bap. Hoogendoorn

1900 - Uit verzameling aantekeningen van Burgemeester J.B. Rens
Goirle den 31 December 1900.

Eenige aanteekeningen, omtrent den vooruitgang der bevolking, der industrie, der verschillende inrichtingen, instellingen enz. zoowel op stoffelijk als geestelijk gebied in de gemeente Goirle vanaf 21 december 1850 tot 31 December 1900.

*]__) in het jaar 1850 den 31 decemver telde Goirle 1174 inwoners, het was een eenvoudig dorpje met weinig welvaart, behalve de 50 landbouwers was het meerendeel der bevolking handlinnenwevers die voor een karig loon hard moeten werken, ook bestonden er nog twee kaatsballenmakerijen, die langzamerhand door de elastieken ballen verdrongen, geheel ophielden.
*]__] In 1853 werd de Rijksstraatweg van Tilburg over Goirlenaar Turnhout gelegd, een middel van vervoer dat voor Goirle van veel belang was want van toen af namen allengskens bloei en welvaart toe en ofschoon er nog geen sprake was van stoomwezen deden onze zoogenaamde handfabrikanten niettemin hun best om de concurrentie het hoofd te boeden; de linnenweverijen breidden zich uit, het werkvolk verdient meer loon, er werden huizen bijgebouwd en de bevolking werd van lieverlede grooter.
Doch in 1871 werd den eersten stoot gegeven aan Goirles vooruitgang. De firma W. van Enschot &zonen bouwde een katoenfabriek door stoom gedreven, waarin gefabriceerd werd, pellenservetten, dimet (katoenen wafeltjesstof gebruikt voor ondergoed vrouwen), graslinnen enz.
*]__) Den 30 Januari 1895 brandde een gedeelte van de fabriek van der firma G. van Besouw J.B.zn af dat niet slechts vernieuwd is, maar nog veel grootere uitbreiding gekregen heeft: het gedeele fabriek wordt Electrisch verlicht. Intusschen werden nog twee stoomfabriekjes gebouwd, een door de firma H. van Puyenbroek en een door de firma C. Pijnenburg die voornamelijk gebruikt werden voor spoel-kalander en appretteermachienen te drijven.
*]__) In 1865 legde de firma H. van Puyenbroek den grondsteen van een fabriek waarin katoen en linnen weverij benevens ververij, dat de kroon spant van alle andere fabrieken en dat thans eene oppervlakte beslaat van 2500 m² met een stoommachien van honderd paardenkrachten.
*]__) Door de aanzienlijke uitbreiding der Industrie nam ook de bevolking hand over hand toe, zoodat Goirle ultimo December 1900 2576 zielen telt. Behalve de vooruitgang van de industrie nam ook het landbouwsbedrijf veel in vooruitgang toe eendeels door de stijging der prijzen van hunne producten, door de beetere bemesting en bewerking hunner gronden en de ruimere oogst die zulks natuurlijk ten gevolge heeft en bovendien nog door de afkoop van het tiendrecht dat volgens de wet van 1872 voor elk een van hun eigene gronden tegen billijken prijs afkoopbaar gesteld werd.
*]__) Met een enkel woord wil ik hier nog even aanhalen hoe de gemeente Goirle eigenares geworden is van het tiendrecht. In 1842 werd bij publieke veiling te eindhoven de Domeine Tienden van verschillende dorpen in Noort Brabant onder den hamer gebracht. De Domein was eigenares van omtrent4/5 gedeelte van Goirles tiendrecht hetwelk onze gemeente kocht voor den spotprijs van zestienduizend gulden; het overige 1/5 gedeelte behoorde aan enkele particulieren, dat onze gemeente succesievelijk heeft aangekocht voor de som van omtrent vierduizend gulden zoodat de geheele tienden aan onze gemeente gekost heeft ruim twintig duizend gulden.
*]___) In 1867 werden de allereerste straatlantaarns, bij wijze van proefneming namelijk vier in getal, geplaatst, thans bedraagt dit getal 32.
*___] In 1871 werd in de kom der gemeente twee harde wegen aangelegd, namelijk een keiweg in de Dorpsstraat en eene klinkerweg in de Kaatsheuvel welke zijn kunnen bekostigd worden door den opbrengst van een gedeelte der Overheide die aan den heer de Zerozo de Tejada destijds eigenaar van de Heerlijkheid "Gorp" van onze gemeente gekocht heeft. Later is nog een klinkerweg gelegd in de Kerkstraat (nu Kloosterstraat). Deze wegen zijn niet alleen van veel belang maar zelfs noodzakelijk wijl zij vroeger bij regenachtig weder schier onbegaanbaar waren.
*___] In 1868 werd een nieuwe school gebouwd voor openbaar onderwijs, met vier localen, dewijl het oude schoolgebouw uit een locaal en thans gebruikt wordt voor veldwachterswoning.
*___] Naar rato der uitbreiding van de bevolking gevoelde onze gemeente meer en meer de behoefte een eigen geneesheer te hebben daar de ingeroepen geneeskundige hulp van elders bij spoedeisende gevallen dikwijls te laat kwam, derhalve besloot de gemeenteraad eene geneesheer te benoemen op eene jaarwedde van zeshonderd gulden met vrije woning en tuin. In 1873 werd de eerste geneesheer met name J. Huysmans alhier gevestigd. In 1889 bedankt docter J. van den Heuvel om gezondheidsredenen en sterft alhier 30 april 1890. Na vele vruchtelooze pogingen gelukte het eindelijk den gemeenteraad eene docter te kunnen bekomen met name J.H. Corsterman Boodt op een jaarwedde van niet minder dan vijftienhonderd gulden met vrije woning en tuin belast met de gewone armenpractijk enz. en ofschoon hij protestant (Remonstrant} is verdient hij heel veel vertrouwen der ingezetenen.
____] In 1897 werd door enige ingezetenen een verzoekschrift aan de gemeenteraad ingediend, om twee keiwegen te verkrijgen, de ene van Goirle naar Broekhoven een aansluiting met de Prov-wweg van Tilburg naar Hilvarenbeek, en eene van Goirle naar Riel in aansluiting met den keiweg van Tilburg naar Riel. De raad in overweging nemend dat de kosten van beide wegen te groot zouden zijn om daarop in te gaan tenzij de Provincie eene flinke subsidie daaraan toelegde. DE Prov. Staten het nuttige en belangrijke van die wegen inziende deels tot bevordering van de industrie en landbouw en tweedens omdat het eenigszins Provinciaal belang was, besloten eene bijdrage in de aanlegkosten toe te staan van respectievelijk van Goirle-Tilburg 50% en van Goirle-Riel 40%. In 1898 werden beide wegen gelegd met een kleine wijziging in -ééne weg, namelijk in plaats van Goirle-Oerle als punt van aansluiting te nemen.
*____] Niet minder verdient vermeld te worden de vooruitgang op geestelijk gebied. In 1852 werd door de zeer Eerwaarde Heer Pastoor P.J. Minoretti een congregatie voor jongelingen opgericht in de R.C. Kerk te Goirle onder den Titel van O.L.v. Onbevlekte Ontvangenis en in 1853 een congregatie voor jonge dochters onder den zelfden Titel-
In 1855 werd door de goede zorgen van genoemde Pastoor een prachtig orgel in onze kerk geplaatst, dat gedeeltelijk is kunnen betaald worden door eene bijdrage van achttienhonderd gulden uit den opbrengst van het tiendrecht genevens nog eenige liefdegiften der parochianen. Het is gemaakt in de fabriek van den Heer Loret te Mechelen.
Den 10 mei 1867 werd een vereeniging van den H. Vincentius à Paulo opgericht, en ingelijfd bij den Hoofdraad en deelachtig (bij breve van z.H. de Paus) aan alle geestelijken voorrechten. Zij telt thans 18 werkende leden.
De Elisabeths vereeniging is kort daarna opgericht, doch tot dusverre niet ingelijfd bij de moedervereeniging.
Den 26 )ctober 1851 werd door den ~eer~eerwaarden Heer Pastoor C.G. de Wit, Aardsbroederschap "der H. Familie" opgericht in de R.c.Kerk, uitsluitend voor mannen en jongelingen.
In 1880 werd het klooster der Eerw. Zusters van Liefde gesticht, waaraan verbonden werd eene school voor bijzondere Katholiek onderwijs.
Den 8 sten December 1882 werd het gezelschap van den H. Aloysius opgericht dat zijne vergaderingen houdt in de daarvoor expres gebouwde localen.
In 1886 werd het klooster der Eerw. Fraters gesticht waaraan eveneens verbonden in een school voor bij bijzonder Katholiek Onderwijs benevens een Pensionaat voor internen. Gij ziet dus geachte lezer dat sedert 1850 veel in onze gemeente is gesticht en tot stand gebracht, doch het grootste en gewichtigste nam onze beminde Herder den Zeer Eerw Heer Pastoor Crefcoeur in het laatst der negentiende eeuw op zijn schouders, namelijk het bouwen eener nieuwe kerk om daardoor in eene lang bestaande behoefte te voorzien, wijl de oude kerk niet alleen bouwvallig maar ook veel te klein was. In 1896-'97 werd de oude kerk gesloopt, tijdelijk eene hulpkerk gezet, en een begin gemaakt met den bouw der nieuwe kerk. Aan den Heer Joz. Cuypers, Architect te Amsterdam werd dit werk opgedragen en aangenomen door W.J.Weyers te Tilburg voor de som van vier en zeuventig duizend gulden. Hu restte nog de de herstelling van den ouden Tooren die (ofschoon even als de nieuwe kerk in Gothische stijl gebouwd) veel te kort en te somp was" In de volksmond werd hij "de Goolsche Theebus" genoemd.) En bovendien had de tand des tijds er degelijk aan geknaagd zoodat hij in geene deele voegen zou bij onze prachtige nieuwe kerk. Hij dagtekende van de vijftiende of het begin der zestiende eeuw.
Dat dit grootsche werk bij alle Parochianen immer in aangename en dankbare herinnering zal blijven en dat onze goede Pastoor doe zoo veel ter eere Gods en voor het heil der zielen aan zijn zorg toevertrouwd, doet en gedaan heeft een onuitwischbaar gevoel van erkentelijkheid in de harten zijner Parochianen heeft teweeg gebracht behoeft geen betoog.
*____] In het jaar 1828 den 11 october werd Th, van Diessen uit arme maar zeer brave ouders geboren; van zijn prilste jeugd af kenmerkte hij zich door eene godsdienstige levenswijze. In zijn jongelingsjaren was hij linnenwever en bode van Goirle naar Tilburg, en dikwijls gebeurde het (zooals hij mij later dikwijls gezegd heeft) dat hij 's morgens nuchteren met zijn kruiwagen naar Tilburg moest om met die eenige stuivers, die hij met pakjes bezorgen en boodschappen doen, verdiende zijne hongerige maag en die zijner huisgenooten enigzins tot zwijgen brengen.
Door het ijverig en stipt volbrengen zijner taaken vooral door zijn stichtende levenswandel werd hij door iedereen geacht en bemind. Herhaalde malen beproefde hij als religieus in een klooster te worden opgenomen dat telkens mislukte; het scheen dat de voorzienigheid hem bestemd had eene andere staat te kiezen en onder de leiding des Allerhoogste, die dikwijls het nederigste uitkiest groote dingen tot stand te brengen. Althans Thomas muntte uit door de beoefening der verhevenste deugden, en werkte onophoudelijk aan het tijdelijk en geestelijk welzijn evenaasten en ofschoon hij naar het lichaam zeer zwak en aan een oog blind was, was zijn grote ziel onuitputtelijk in het uitvinden en oprichten van nuttige en godsdienstige instellingen.
In 1852 verzamelde hij enige jonge lieden om in een boerenkamer elke zondag na het lof vergadering te houden. Ten einde een uur in gebed, geestelijke lezing en godvruchtige gezangen door te brengen. Later hadden vergaderingen plaats op een kleermakerskamertje in de nabijheid der pastorie. Intussen deed Thomas herhaalde maal aanzoek bij de Errw. Heer Pastoor Minoretti die die vergaderingen in de kerk te mogen houden, hetgeen uiteindelijk gelukte. Hiermee was de Congregatie voor Jongelingen onder de titel van O.L.V. van Hare Onbevlekte Ontvangenis was opgericht.
De congregatie voor jonge dochters die in 1853 onder dezelfde titel werd opgericht, kwam hoofdzakelijk door zijn ijverige bemoeiïngen tot stand; beide verenigingen zijn thans nog in volle bloei
De 24 april 1858 huwde hij met Petronella van de Laar, eveneens een zeer godsdienstige en ijverige congreganiste, die hunne staat voorbeeldig en tot stichting van anderen beleefden. Bij hun huwelijk waren zij beiden nog zo arm dat zij het noodzakelijkste keukengerief moesten lenen. Intussen spande thomas al zijn krachten in om met linnen weven in hun onderhoud te voorzien, doch zijn zwak gestel liet niet toe voortdurend die arbeid te verrichten. Bode was hij niet meer, zijn broer had die plaats ingenomen en daarom verlangde hij veer iets anders daarbij ter hand te nemen en hierin slaagde hij doordien een weldadig man in de gemeente dem vijf en twintig gulden leende waardoor hij enige godsdienstige boeken, prentjes en rozenkranschen enz. aankocht, die hij met een kastje op de rug aan de omliggende pastorijen en Kloosters ten verkoop aanbood. Hiermee had Thomas goed succes, trouwens men kende hem en wist dat hij zeer braaf was en niets in zijn handel voorkwam dat de toets niet kon doorstaan. Langzamerhand breidde Thomas zijn zaak uit, zodat hij binnen betrekkelijk korte tijd een eigen huisje bezat en het linnen weven geheel kon laten varen.
Nu begon hij de kinderen te onderrichten in de Christelijke lering tot zelfs jaren na hun eerste communie en om hunne ijver aan te wakkeren deelde hij jaarlijks vele schone prijzen uit .gaf zijn huis en tuin ten beste voor de onderrichting en uitspanning. Meer en meer breidde hij zijn zaak uit en bij zijn boekhandel, die aanzienlijk vooruit ging, nam hij het linnenvak, at hij als vroegere wever goed kend ter hand, bouwde een fabriekje en magazijn nam een compagnon een zeer braaf jong mens met name B.van Oerle, die later religieus geworden is, daarna zette hij de zaak voort met Adr. Rens een eveneens godsdienstig jongeling de evenknie van Thomas, die beiden onkanks hunne drukke bezigheden de tijd vonden alle morgens de H. Mis bij te wonen en driemaal per week de H. Communie ontvangen.
In 1866 kreeg Thomas het denkbeeld om een conferentie op te richten. Daar hij zelf zo arm geweest was bloedde zijn hart van medelijden als hij zijn evennaasten in lijden zag en ofschoon hij zelf vele aalmoezen uitdeelde, was hij niet bij machte alle armoede te lenigen. Daarom hield hij des zondags een kleine collecte onder zijn vrienden, die bij hem die dag in gepaste uitspanning kwamen doorbrengen en deelde de opbrengst aan de schamelen uit. Doch zijn edele ziel was hiermede nog niet bevredigd, de 26 december van hetzelfde jaar nodigde hij enige gegoede ingezetenen ten zijnet om hun voor te stellen ene vereniging van de H. Vincentius à Paulo op te richten. De zelfde avond nog werd een voorlopig bestuur gekozen en de 10 mei 1867 werd de conferentie door een lid van de hoofdraad geinstalleerd.
In 1870 dtierf Adr. Rens zijne compagnon en Thomas zag zich genoodzaakt zijn zaak alleen voort te zetten, doch daar hij immer brave en vertrouwde werklieden had, waarvan er verschillende religieus geworden zijn, bleef zijn zaak voortdurend vooruit gaan en daar hij zag dat zijn stoffelijke vermogen allenkskes groter werd, nam zijn ijver in het goed doen gelijdelijk toe. Warme voorstander als hij was van het Katholiek Bijzonder onderwijs vreesde hij dat het openbaar neutraal staatsonderwijs de jeugd zou demoraliseren, daartegen moest een dam geworpen worden. Maar Hoe?
Bij gelegenheid dat een der Eerw. Zusters van Liefde uit Sittart hier kwam om de aalmoezen voor hun arm klooster in te zamelen, wat Thomas al dadelijk bedacht had te vragen, of er geen kans zou zijn om enige van die Zusterkans hier te komen vestigen. Zuster Maria (Maria was heer Kloosternaam) kon daarop niet bevestigend antwoorden doch het gevolg wat dat Thomas door zijn ijverige bemoeiingen kans zag daarin te slagen. Hij maakte dat aan den Zeer Eerw. Heer pastoor bekend die eveneens zeer verlangde een klooster met Eerw. Zusters in zijn Parochie te zien doch de grote struikelblok hij was "het geld". Thomas zag daarin geen bezwaar, beloofde zelf een groote som Wel denkende ingezetenen droegen ruime giften bij. Den Heer G. van de Lisdonk schonk een oud huis met groote tuin, de kerk gaf tweeduizend gulden, uit de gemeente kas werd vijfduizend gulden bij gedragen, zo dat er een som van omtrent zeventienduizend gulden bij een kwam. In 1879 werd het Klooster gebouwd en de Eerw. Zusters namen hun intrek in 1880 met het doel om aan de dorpskinderen Katholiek onderwijs te geven, het getal schoolgaande kinderen bedraagt thans circa 200 meisjes. In al die tijd heeft Thomas tot zijn sterfdag schier al de leermiddelen kosteloos verstrekt. Nu kon Thomas met welgevallen neerzien op het groote werk waarvan hij de grondlegger was, doch zijn groote ziel was niet verzadigd, de meisjes genoten nu wel Katholiek onderwijs maar de jongens nog niet daarin moest worden voorzien. Hoevele schier hopeloze pogingen Thomas daarvoor in het werk stelde kan ik niet verhalen, doch daarover later.
In 1882 legde Thomas de eerste steen vn een gebouw dat bestemd werd voor het gezelschap van den H. Aloijsius, onder de titel van Congregatie van O.L.V. van Hare Onbevlekte Ontvangenis en dat in januari 1883 door Z.D.H. Mgr. Adr. Godschalk Bisschop van S' Bosch is goedgekeurd. In dit gezelschap kunnen jongelieden van af hunne eerste H. Communie worden opgenomen, met het doel hen een stichtend en tevens een vrolijk verkeer te verschaffen hen van gevaarlijke gezelschappen af te houden, hun meer geloof en godsdienst in te prenten, hun op te leiden tot goed congreganisten en hun later bij de de congregatie van jongelingen, die ook deel uitmaakt van het gezelschap in te lijven. Dit gezelschap heeft zijne vergaderingen alle zon- en feestdagen (Christeliike) in een soort Kapel welke daarvoor boven is ingericht, beneden vertrekken en speelplaats beneden voor uitspanning. De zeer Eerw. Heer Pastoor is Directeur, doch na de dood van Thomas zijn de Eerw. Fraters met de leiding der vergaderingen belast.
Nu begon Thomas met jeugdige ijver te werken ter verkrijging van een Praters Klooster, hij richtte dan zijne schredenvtot den Hoog Eerw. Frater Superior 'de Beer' generale Overste der Eerw. Fraters te Tilburg, legde zijne plannen bloot, betoogde het nuttige, ja zelfs het noodzakelijke er van, dood offers aan, zou zorgen voor geschikt terrein enz, doch Pater Superior zeide "Thomas uwe plannen ijn zeer schook en goed, maar het zal bij uwe vrome wensen blijven'. Thomas was daardoor gans niet ontmoedigd herhaalde menigmaal zijn aanzoek en ofschoon het schier onmogelijke hem telkens voor ogen gesteld werd, bleef hij steeds aankloppen, kocht bij voorbaat een groot perceel land, aan zijn tuin gelegen, let een schetstekening maken van zijn huis, fabriek, magazijn, Aloijsius gebouwen en erf en tuin, in een woord zijn eigendommen, en legde die aan de voeten van den Hoog Eerw. Pater Superior neder, dood dit alles ten geschenken aan, met de nederige bede dat dit offer goedgunstig zou worden aangenomen. Pater Superior door dit buitengewoon aanbod bewogen, gaf Thomas enige hoop, en zeide dat op die plaatsen waar hij Kloosters in aanbouw had of beloofd had te bouwen, natuurlijk voorgingen, maar dan zou hij aan Goirle denken. In 1891 gingen de vrome wensen van Thomas in vervulling. Het klooster werd gebouwd onder den titel van St. Franciscus van Sales en nadat de kerk nog drieduizend en de gemeente vijfduizend gulden hadden bij gedragen werd de school gebouwd voor bijzonder Katholiek onderwijs en voor al de dorpsjongens, geopend. Het getal leerlingen bedragt thans bijna 200.
Thomas leefde nog bijna twee jaar, doch zijne krachten waren gesloopt, zijne taak was volbracht, en gaf zijne schoone ziel den 25 September 1892 aan zijne God en Schepper weder. Zijne vrouw die met de goede werken van Thomas instemde, volgde hem op den 10 Februari 1900.
Ziedaar geachte lezer in ruwe trekken enige daden uit het leven van onze weldoener, ik zeg enige, want al het goede wat Thomas aan elk een en vooral aan zijn arme familie nog gedaan heeft, weet God alleen.

Goirle den 31 December 1900
C.Rens.

aanhangsel: In 1871 werd het kerkhof rondom de kerk gelegen door den inspecteur van het geneeskundig toezicht afgekeurd, als zijnde onverzadigd en daarom de lijken tot eene al te langzaam ontbinding overgingen, zodat het gemeentebestuur verplicht werd voor eene andere begraafplaats te zorgen, en wel onder wettelijke bepaling dat het 50 meters van de gebouwen zou gelegen zijn, derhalve kocht het gemeentebestuur een perceel land genaamd 'de Wilde Akkers' dat het best voor dit doel gelegen scheen, en in 1872 ingericht voor begraafplaats, natuurlijk werduit het grootste gedeelte voor Catholieken, en een klein gedeelte voor anders denkenden, dat met een haagje afgescheiden algemene begraafplaats genoemd wordt. Toen dan de begraafplaats in gereedheid gebracht was, stelde de heer J.B. van Enschot destijds Burgemeester den zeer Eerw. Heer Pastoor de Wit voor dat gedeelte voor Catholieken lijken bestemd, te kopen, hetgeen de gemeente voor een billijke prijs zou afstaan, dan was het Kerkelijk en kon ook ingewijd worden, doch de Pastoor maakte daartegen bedenkingen en ziede, "dat het hier onder de liberale wetten wel eens kon komen als in België dat een libre-penseur naast een Catholiek bebraven werd." Alzo bleef de nieuw aangelegde begraafplaats gemeentelijk en ongewijd. DE meeste der ingezetenen waren niet zeer ingenomen hunne bloedverwanten of dierbaren, betrekkingen die hun door de dood ontnomen werden, op ongewijde grond te moeten begraven. Door sommigen werd een hansvol aarde van het oude Kerkhof gehaald, bij het lijk in de kist gesloten en alzo begraven. Doch toen de zeer Eerw. Heer Crefcoeur als pastoor te Goirle benoemd was, was een van zijn eerste zorgen een Catholiek, gewijd kerkhofte hebben, onderhandelde met het gemeentebestuur en kocht dat gedeelte af, dat voor de Catholieken bestemd was, veranderde den kruisberg in een rots, plaatste daarop een prachtig Christusbeeld hangend aan een Kruis tussen zijne H. Moeder Maria en den H. Joannes en zegende het met veel plechtigheid in, zodat thans de overleden gelovigen weer in den schoot der gewijde aarde in de onmiddellijke nabijheid van het glorieteken des zaligmakers het symbool van onze Godsdienst kunnen rusten.


burgemeesterJ.B. Rens


Thomas van Diessen


Bron: Sjef Hoogendoorn

1900 - Boerderij de Brouwer Abcoven
[magz_one_half]Het aantal landbouwers in Goirle is nooit erg hoog geweest. In 1665 leefde 40% van de Goirlese beroepsbevolking van de landbouw, in 1797 maakte het aantal boeren, boerenzonen, –knechten, en ‘gewezen boeren’ 38% uit van de beroepsbevolking.
In 1870 was het aantal landbouwers als hoofden van huishoudens, afgezet tegen de totale beroepsbevolking, slechts 14,5%. Van de totale beroepsbevolking in 1890 was maar 19% werkzaam in de landbouw. Goirle kende toen 52 boerenhuishoudens. Desondanks maakten de boeren zeker tot omstreeks 1850 de dienst uit in de gemeenteraad. Tot 1870 was hun inkomstenpeil het hoogste en was hun welstand dus groter dan die van het merendeel van de bevolking.
abcweg
Door ruil tegen grond in de gemeente Tilburg met Francis van Iersel, kwam Nicolaas Boogers, getrouwd met Klazien de Lepper, in 1818 in het bezit van een boerderij aan de Abcovenseweg op de hoek van de Molenweg (nu Van Haestrechtstraat). Na de dood van Boogers kwam de boerderij in het bezit van zijn schoonzoon Petrus de Brouwer, landbouwer in de wijk Oerle onder Tilburg, gehuwd met Catharina Bo(o)gers. Op 31.12.1852 verhuisde Piet de Brouwer met zijn gezin naar Goirle. Bij de erfdeling in 1883 werd de hoeve eigendom van de kinderen Maria Elisabeth, Willem en Jan de Brouwer. Door koop van een naastgelegen arbeiderswoning van smid Jan Baptist van Croonenburg, werd het bezit uitgebreid. De oude boerderij en het arbeidershuis werden afgebroken en in de jaren 1897/1898 werd ter plaatse een nieuwe boerderij (op de foto) gebouwd. Volgens een mededeling van Toon de Brouwer kwam de put van de oude boerderij te liggen onder de kelder van de nieuwe boerderij. Nadat Marie Elisabeth de Brouwer op 14 april 1898 in die put verdronken was, en broer Willem de Brouwer, (alias Willem de kas) trouwde met Dien Soffers, bleef vrijgezel Jan de Brouwer, landbouwer en bestuurslid van het burgerlijk armbestuur, alleen op de boerderij wonen, tot in 1917 zijn neef Sjef de Brouwer trouwde met Jans Vromans uit Tilburg en het bedrijf overnam. Jan de Brouwer overleed te Goirle op 17 januari 1920. Na Jan woonde op de boerderij dus neef Sjef de Brouwer en daarna diens zoon Toon de Brouwer. De staldeur van de nieuwe boerderij is later dichtgemetseld. Van de oude boerderij bleef alleen het bakhuisje aan de Van Haestrechtstraat bewaard

De verschillen in rijkdom waren onderling niet groot. In 1890 bezat 3/4 van de Goirlese landbouwers een bedrijf tussen de 5 en 10 ha. In de dorpsgemeenschap rekenden zij zich niet tot de hoogste stand, maar tot het gewone volk, ofschoon zij nooit zouden trouwen met iemand uit de arbeidersklasse. Het verschil met de rest van de bevolking werd niet zo zeer bepaald door het bewustzijn van bepaalde voorrechten, maar door een eigen levensstijl. In het boerengezin werd zeer zuinig geleefd. De keuze van een huwelijkspartner uit de eigen groep had te maken met de inbreng van geld en grond en daarbij werd nog lang het zogenaamde agrarisch-ambachtelijke huwelijkspatroon gevolgd, wat betekent dat pas op vrij hoge leeftijd getrouwd werd.

Een ander opvallend verschijnsel bij de boerenbevolking is, dat maar enkele oude Goirlese families er deel van uitmaken; slechts één tak van de familie Van de Pol en één tak van de familie Van Erven. De meeste boerenfamilies in de 19e eeuw waren nieuwkomers, vooral afkomstig uit Tilburg. In 1890 was van ruim 2/3 deel van de boerenechtparen of de man, of de vrouw, elders geboren. In 1930 was van de boeren bijna 72% van buiten Goirle afkomstig.

Het boerenbedrijf

Tot ver in de 19e eeuw werd door de boeren gebruik gemaakt van de gemeijt om het vee te weiden. De koeien keerden iedere avond terug naar de potstal, maar ondanks dat was er een tekort aan mest, zodat de akkers betrekkelijk klein waren. De beemden dienden vooral als hooiland, maar door het tekort aan hooi, werd dat ook gehaald in de Maasstreek, vooral in de Langstraat. De prijs van een weiland was in Goirle dan ook veel hoger dan voor een akker. In 1880 bijvoorbeeld werd voor een hectare weiland 2500 Gulden betaald, maar voor een hectare akker slechts 800 Gulden
Verbouwd werden gewassen als boekweit, vlas, rogge, spurrie, gerst, haver, erwten en koolzaad. Aan tuinbouw werd alleen gedaan voor eigen gebruik. Boter en rogge werden naar de markt gebracht, of verkocht aan de dorpsgenoten. Tot rond 1850 werd de os als trekdier gebruikt, maar daarna zien we een snelle toename van het aantal paarden. Als na 1850 de textielnijverheid in Goirle steeds belangrijker wordt en de bevolking toeneemt, groeit de vraag naar agrarische produkten en stijgen





Bron: Sjef Hoogendoorn

1899 - Nieuw kerkgebouw voor Sint Jan
Op maandag 5 juni 1899 wordt het nieuwe kerkgebouw plechtig geconsacreerd door Mgr. van de Ven, Bisschop van 's-Hertogenbosch.
De vertrouwde toren zal na de oorlog verhoogd worden tot 70 meter en vormt niet meer de hoofdingang van de kerk.
De trekstangen uit het dakgewelf waren verwijderd. De pastoor vond die stangen door de kerk lelijk. Dit had tot gevolg dat de buitenmuren uit elkaar gingen en de kerk dreigde in te storten.
De ingang van de oude kerk stond georiënteerd naar het Oosten. De nieuwe kerk heeft een nieuwe hoofdingang waardoor de oude toegang komt te vervallen.
De nieuwe kerk werd gekeerd, het priesterkoor kwam met zijn 'kont' tegen de Leij te liggen.


kerk met verhoogde toren en centrale hoofdingang


1898 - Beschermheer, Sjaak van Puijenbroek
Op het einde van de 19e eeuw zien we dat naar het voorbeeld van andere verenigingen dat er een Beschermheer of -Vrouwe wordt aangesteld. Dit initiatief werd duidelijk gesteund door de clerus. De bisschop wilde via de plaatselijke pastoors zijn invloed ook buiten de kerk laten gelden. Via een Beschermheer of -Vrouwe zagen zij daar mogelijkheden toe.
Een Beschermheer of -vrouwe stond boven de vereniging en had het recht tot het bijwonen van alle bijeenkomsten. Daarnaast werd verwacht dat hij of zij ondersteunende activiteiten ontwikkelt ten voordelen van de vereniging. In die tijd zien we het fenomeen Gildeheer ook zijn intrede binnen het gildewezen doet, ook bij Sint Joris Goirle. Wel duidelijk was dat de pastoor, waar het gilde Sint Joris een soms wisselende verstandhouding mee onderhield, geen invloed had op de op een volgende Beschermheren van Sint Joris.
In 1898 treedt Sjaak Hendrik zn. van Puijenbroek toe tot het gilde. Volgens de overlevering is Sjaak gedurende de hele periode dat hij lid was van het gilde Beschermheer geweest. Ook het feit dat Sjaak van Puijenbroek in tegenstelling tot de traditie dat leden toetreden op Sint Jorisdag, Sint Michiel of de kermis wordt Sjaak aangenomen op 22 mei 1898. Direct of kort daarop is de eerste Beschermheer Sjaak van Puijenbroek geïnstalleerd.
Jacobus Wilhelmus van Puijenbroek geboren te Goirle op 27 februari 1870, textielfabrikant, maakte tot 1929 deel uit van NV. H. van Puijenbroek Textiel Maatschappij. Hij trouwt te Helmond op 4 september 1894 met Janette Swinkels, geboren te Helmond en overleden in 1947. Sjaak overleed te Brussel in 1936.
Omstreeks 1929 treedt Sjaak uit de Textielmaatschappij en verlaat Goirle. Eduard van Puijenbroek, broer van Sjaak van Puijenbroek, neemt de plaats van Beschermheer in.
Hoofdman: Leonard de Cort.
Koning: Jan van den Hout


Pleurante. Beeld op het kerkhof St. Jan Goirle. Voorheen grafmonument


1898 - Gildekamer Hof van Holland
De Gildekamer is een ruimte die de aannemer van het gilde ter beschikking stelt voor het vergaderen van de overheid.
Het gildehuis is het adres waar het gilde thuis is. In het verleden is dat altijd het café geweest waar het gilde schoot, teerde, een borreltje ging halen, vergaderde en ontspanning zocht.
De guld werd verpacht aan de hoogste bieder. Voor de aannemer was het winst als het gilde voor zijn thuisbasis koos. Het betekende een geregeld verteer met verhoogde omzet.
De aannemer van het gilde was de kastelein van de herberghouder.
De aannemer van het gilde moest zorgen dat er een doel ingericht werd. In Hof van Holland lag de doel in het midden van van d'n hof. Met de bouw van de zaal in ~1970 is de doel verplaatst naar de linker zijden.
Het Gilde Sint Joris wordt opnieuw verpacht. Het verhuist voorlopig voor de laatste maal naar het café van de fam. Spapens- Appels: Hof van Holland aan de Tilburgseweg.
In de zestiger jaren van de 20e eeuw werden nieuwe doelen gebouwd achter het café. Dit werd gefinancierd door de opbrengst van de verkoop van de Guldèkker.
De gildebroeders gebruikten een eigen bierglas met een nummer erop. De Hoofdman herkende zijn glas aan nummer 1. Pastoraat:
Pastoor Nicolaas Crefcoeur.
Hoofdman: Leonardus de Kort.


Briefkaart: Hof van Holland. Rechts 2e pand naast topgevel slagerij van Hest.


Hof van Holland anno 1900


Hof van Holland anno 1970


1896 - Koningschieten. Johannes Cornelis van den Hout
Johannes Cornelis A.zn. (Q340) van den Hout is geboren op 10-11-1858 in Goirle, zoon van Antonie (Q281) van den Hout -4*-st.J en Hendrika Donders. Q340 is overleden op 05-10-1937 in Goirle, 78 jaar oud.
Notitie bij cees: Cees A.zn. was lid van het gilde St. Joris
zijn inkomgeld betaald 4-mei 1886
zijn doodschuld betaald in leven.
Jan schiet zich met de voetboog voor de 1e maal voor 6 jaren tot koning
Jan van den Hout schiet 2x achtereen zich tot koning. Zo was hij 12 jaren achtereen koning van het gilde
Cees was ongehuwd.


Bron: Michiel van den Hout

1895 - Teerdag
Het aantal teerdagen heeft nog al eens gevarieerd. In de kaert is sprake van 5 teerdagen. In de 19e eeuw zijn er 2 teerdagen. In de 20e eeuw worden 3 teerdagen gevierd.
De dag werd begonnen met een bezoek aan de kerk. Vervolgens trok men naar de gelagkamer voor het teermaal, schieten en feesten. Het teermaal bestond uit een stamppot met spek of worst. De pappot was ook altijd goed gevuld. Hierbij waren de dames aanwezig. Het eerste deel van de dag moesten de vrouwen het werk opknappen wat de heren lieten liggen. Na het teermaal werd een muzikant van de harmonie ingehuurd. Hierbij werd gedanst. De vrouwen van de gildebroeders dronken gesuikerd bier. De gildebroeders dronken citroenjenever, brandewijn, oude en jonge klare en pop.
Tegen 21.00 uur ging iedereen voldaan naar huis.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1895 - De zwerftocht van Sint Joris door Goirle
Als Sint Joris onder de toren wordt gevonden verhuist hij tijdelijk naar de kafhoek van gildebroeder Santegoets. Van hieruit vindt hij zijn weg naar de gildekamer van de aannemer van het gilde. De aannemer Jaon Anssems, op de hoek Dorpstraat Tilburgseweg.
In 1892 was gildebroeder Jaon Stads van café de Ploeg aan de Rielseweg de hoogste bieder.
Zo verhuist Sint Joris naar de gelagkamer van Jaon Stads en Cornelia Schilders alwaar Cornelia de septer zwaait. Janus slijt zijn dagen als wagenmaker en als zodanig voert hij ook reparaties uit aan de molens in de omgeving. In de jaren dat het beeld in 'de Ploeg' hangt neemt de plaatselijke schilder Jozef van Gorp de kwast ter hand en verricht enige herstelwerkzaamheden.
In 1898 trekt Sint Joris samen met de guld naar het café van Piet Spapens waar het meer als 100 jaren zal hangen. Bij de verbouw van de naastgelegen slagerij moet Sint Joris spoorslag het gildehuis verlaten wegens instortingsgevaar.
Zo is het beeld ook ontsnapt aan een brand. Kort voor het beeld naar het café Ansems vertrekt was het gehele café met boerenbedrijf afgebrand.
Op verzoek van Paul Jansen pastoor van de St. Jan komt St. Joris één maal naar de Sint Jan terug waar hij een plaats krijgt op het priesterkoor.


in den naem Jesu - S. GeorgIUs VICit DraConem InfernI Laetare.





1893 - Chrono Topographische kaart der Nederlanden
Deelkast nr. 646. | verkend: 1893 | schaal: 1:2500
Topografische geven een zeer nauwkeurig beeld van de omgeving. Oorspronkelijk ontwikkeld voor militaire activiteiten.
Op de kaart is duidelijk te zien dat op het einde van de 19e eeuw de vier afzonderlijke Heertgangen als lintbebouwing aan elkaar zijn gegroeid.


thopografische kaart 1893


Bron: Dion Hoogendoorn

1892 - Pijlenraper
Bijj de guld praote we van pèèlleraopers.
Één maal in de zoveel jaren worden de pijlenrapers zeer actief, tijdens het koningschieten. De afgeschoten bouten op de koningsvogel moeten terug komen en zo rap mogelijk. De schutters zitten hun 'personeel' achter hun vodden om zo snel mogelijk opnieuw aan te leggen op de vogel. Na afloop moet er echter wel betaald worden. De jeugdige pijlenrapers, meestal kinderen van de gildebroeders, moeten voor hun diensten betaald worden. Meestal ging daar wel wat ruzie aan vooraf omdat er in het gezin meerdere liefhebbers waren om bij het koningschieten aanwezig te zijn.
Bij het lotschieten en prijsschieten in d'n doel zijn de pijlenrapers ook aanwezig. Ook hier is het de jeugd die 'het werk' moet verrichten. Na afloop mogen de pijlenrapers met de pet rond. Ook hier is altijd voldoende belangstelling omdat de opbrengst dikwijls een veelvoud is van het traktement wat op zondagmorgen 'nao de liste mis' werd uitbetaald!
In de 19e eeuw kennen we de pijlenrapers al. Gezien de benaming bestaat de traditie van het pijlen rapen al veel langer. Pijlen rapen doet men onder de schutsboom en niet in d'n doel. Daar worden de pijlen getrokken en naar voren gebracht om in d'n blok te zetten. Al zeker in het midden van de 19e eeuw werden alle verschietingen op doel gedaan, echter de oude benaming van pèèleraopers is gebleven.


Pijlenraper bij het lotschieten. Om boven het buffet uit tekomen is nog wel een stoel nodig!


Bron: Dion Hoogendoorn

1891 - Hoofdman. Lenard de Cort
Leonardus (Q314) de Cort is geboren op 14-10-1839 in Goirle, zoon van Michaël de Cort en Digna de Brouwer. Leonard is overleden op 14-10-1904 in Goirle, 65 jaar oud.
Jeonard trouwde in 1e huwelijk met Johanna Maria Mols. Johanna is geboren op 14-02-1855 in Tilburg. Johanna is overleden op 20-04-1908 in Goirle, 53 jaar oud. Johanna trouwde later in 3 in 3e huwelijk met Theodorus Looijmans (1849-1885). Johanna trouwde later in 4 in 4e huwelijk met Adrianus Rommelaars (1845-1889). Johanna trouwde later op 29-04-1875 in 2e huwelijk met Adriaan van den Hout (1850-1877).
Leonard trouwde, 17 jaar oud, op 19-04-1857 in Goirle met Antonia Petronella Bekkers, 3 jaar oud. Antonia is geboren op 09-11-1853 in Goirle, dochter van Jan Baptist (Q256) Beckers en Maria Catharina de Rooij. Antonia is overleden op 21-05-1887 in Goirle, 33 jaar oud.
Leonard trouwde, 47 jaar oud, op 08-10-1887 in Goirle met Adriana Cornelia Adams, 27 jaar oud. Adriana is geboren op 22-11-1859 in Goirle, dochter van Johannes (Q315) Adams . en Maria van Besouw. Adriana is overleden op 09-07-1889 in Goirle, 29 of 30 jaar oud.
Notitie bij Leonard; Leonard is lid van het gilde St. Joris
ingekomen en zijn inkomgeld betaald. dato 24 april 1871
in 1884 wordt Leonard gekozen tot hoofdman Hij zal hoofdman zijn tot 1890.In hetzelfde jaar schiet Leonard koning,
in 1891 heeft Leonard zich tot koning geschoten
zijn doodschuld voldaan bij overlijden september. 1905
de nabestaanden hebben de doodschuld voldaan na het overlijden van Leonard.
Leonard is met gilde-eer begraven op het kerkhof van St. Jan
Op Verloren Maandag 1891 wordt Jeonard gekozen tot hoofdman. Hij zal 13 jaren hoofdman zijn van het Gilde St. Joris
in 1894 Schiet Leonard de koningsvogel met de voetboog.


1891 - Café de Ploeg. Janus Stads
Adriaan (Q337) stads is geboren op 14-04-1852 in Hilvarenbeek, zoon van Cornelis (Q105) stads en Anna Cornelia van Janus. Q337 is overleden op 12-06-1924 in Goirle, 72 jaar oud.
Janus trouwde, 27 jaar oud, op 13-11-1879 in Hilvarenbeek met Cornelia schilders, 26 jaar oud. Cornelia is geboren op 13-04-1853 in Hilvarenbeek, dochter van Marinus schilders en Anna (johanna) Maria Timmermans. Cornelia is overleden op 20-01-1919 in Goirle, 65 jaar oud.

In 1891 wordt de Guld opnieuw verpacht. Gildebroeder en wagenmaker Janus Stads is de hoogste bieder. De Guld verhuist naar café de Ploeg aan de Rielseweg waar de echtgenote van Janus Cornelia Schilders het café uitbaat.
Links van het café is de wagenmakerij. Achter het café heeft de doel gelegen. De doel bestond uit een rug van gekeerde heiplaggen. Daarvoor stonden twee leembakken voor ophangen van de blazoenen. De leembak lag plat, afgedekt met jute zakken die nat werden gehouden om uitdrogen van het leem te voorkomen (werk van de knecht).
Achter in de stal (tegenwoordig expositieruimte) stond de geit. Was het geen schieten dan stond het beestje 'aongetèùrt in d'n doel'.
Tegenover het café aan de andere kant van de Rielseweg stond de langdeelschuur. Deze is later verplaatst naar Sint Jacob. Daar staat de schuur nu nog steeds aan de Sint Jacobsbaan. Naast het café, wagenmakerij staat het 17e eeuwse Smiske. Ooit bewoond door 2 gezinnen. Gusje Poep (Huijbrechts) was de laatste bewoner.
De gelagkamer van de Ploeg wordt de Gildekamer en het beeld van Sint Joris verhuist mee. Het hangt naast de kachel op de oostgevel. Café de Ploeg is het hedendaagse museum "de Schutsboom" aan de Nw. Rielseweg.
Hoofdman: Leonard de Kort
Koning: Door Dirken


café de Ploeg van Jaon Stads aan de Rielseweg. (met op achtergrond het smiske)


Adrianus Stads Cornelia Schilders


1890 - Koningschieten. Door Dirken
Theodorus (Q350) Dirken is geboren op 08-09-1856 in Hoogeloon, zoon van Theodorus Dirken en Alegonda Plasmans. Door is overleden op 27-08-1945 in Goirle, 88 jaar oud.
Door trouwde, 31 jaar oud, op 26-05-1888 in Goirle met Adriana Cornelia Vekemans, 42 jaar oud. Adriana is geboren op 06-09-1845 in Goirle, zoon van Egidius Vekemans en Helena Maria Moonen. Adriana is overleden op 22-12-1920 in Goirle, 75 jaar oud.
Notitie bij Q350: Theodoor Dirken. (Door Pis) was lid van het gilde St. Joris
ingekomen den 5 september 1889
hoofdman gekozen Verloren Maandag 12 januari 1904

Theodorus (Door) Dirken wordt op Verloren Maandag tijdens de jaarvergadering gekozen tot hoofdman van het gilde
Door schiet in 1890 zich tot koning van het gilde Sint Joris.
Door Dirken besluit om geen nieuw koningsschild te laten maken, hij gebruikt koningsschild Cornelis Hosemans . De gravering op het schild is het symbool van een bierbrouwer. Afgebeeld is een stuikmand met gekruist de gaffel of roepstok genoemd.Deze gravering komt op verschillende schilden voor.
Cornelis Hosemans was van beroep bierbrouwer en zal zeker ook een herberg gehad hebben getuige de gravering.
Het gebruik van een oud schild vond men waarschijnlijk heel gewoon. Het geeft in ieders geval het tijdsbeeld aan.


1890. Koningschild Theodoor Dirken.


1890 - Boerderij op d'n Baokertaand
Boerderij aan de Baokertaand.
Deliën
Hogendorp
Heijkants


Baokertaand


Bron: Sjef Hoogendoorn

1888 - Het Leeverhöske van de Puij. met 1e schoorsteen
Fabriekscomplex \ Van Puijenbroek

Hendrik van Puijenbroek begon in 1865 een textielonderneming in Goirle, toen nog aan het begin van de Bergstraat. Eerst voor behangsellinnen, later voor linnen. Een aantal jaar later verplaatste het bedrijf zich naar de huidige locatie verderop in de Bergstraat. In het begin van de 20ste eeuw werd ook katoen en jute verwerkt. Tot 1891 werd met de hand geweven.De handweverij in de fabriek bleef tot 1908 bestaan maar werd toen vervangen door stoommachines. De drie onderdelen van Van Puijenbroek Textiel die tot monument zijn aangewezen herinneren ons overduidelijk aan het textielverleden van Midden-Brabant. Ze liggen aan de oostzijde van het fabriekscomplex. Het kantoor van de ververij is destijds gebouwd voor Hendrik van Puijenbroek. In het machinehuis, vermoedelijk van architect Ed. Fremau,staat een vrijwel complete stoommachine van Werkspoor uit Amsterdam. De kleine schoorsteen, gemetseld door de Goirlese metselaar Spapens staat tussen het machinehuis en kantoor in en is bijzonder door zijn zeldzaamheid en decoraties. De restanten van de oude fabriek, met zijn markante schoorsteen, bieden - samen met de schoorsteen van de firma Van Besouw en de Sint Jan - de typisch Goir­lese skyline wanneer je vanaf Hilvarenbeek naar Goirle rijdt.Goirle heeft nog drie schoorstenen, eens telde het dorp er dertien.

Bergstraat 50 Goirle; Kantoor van de ververij, 1888, stoommachinehuis en machine, 1891, fabrieksschoorsteen, 1891; RM 2001
informatie Steengoed


Leeverhöske meej schôorstêenn van de Puij


Bron: Sjef Hoogendoorn

1884 - Koningschieten. Leonard de Kort
Leonardus (Q314) de Cort is geboren op 14-10-1839 in Goirle, zoon van Michaël de Cort en Digna de Brouwer. Leonard is overleden op 14-10-1904 in Goirle, 65 jaar oud.
Leonard trouwde in 1e huwelijk met Johanna Maria Mols. Johanna is geboren op 14-02-1855 in Tilburg. Johanna is overleden op 20-04-1908 in Goirle, 53 jaar oud. Johanna trouwde later in 3 in 3e huwelijk met Theodorus Looijmans (1849-1885). Johanna trouwde later in 4 in 4e huwelijk met Adrianus Rommelaars (1845-1889). Johanna trouwde later op 29-04-1875 in 2e huwelijk met Adriaan van den Hout (1850-1877).
Leonard trouwde, 17 jaar oud, op 19-04-1857 in Goirle met Antonia Petronella Bekkers, 3 jaar oud. Antonia is geboren op 09-11-1853 in Goirle, dochter van Jan Baptist (Q256) Beckers en Maria Catharina de Rooij. Antonia is overleden op 21-05-1887 in Goirle, 33 jaar oud.
Leonard trouwde, 47 jaar oud, op 08-10-1887 in Goirle met Adriana Cornelia Adams, 27 jaar oud. Adriana is geboren op 22-11-1859 in Goirle, dochter van Johannes (Q315) Adams . en Maria van Besouw. Adriana is overleden op 09-07-1889 in Goirle, 29 of 30 jaar oud.
Notitie bij Leonard; Leonard is lid van het gilde St. Joris
ingekomen en zijn inkomgeld betaald. dato 24 april 1871
in 1884 wordt Leonard gekozen tot hoofdman Hij zal hoofdman zijn tot 1890.In hetzelfde jaar schiet Leonard koning,
in 1891 heeft Leonard zich tot koning geschoten
zijn doodschuld voldaan bij overlijden september. 1905
de nabestaanden hebben de doodschuld voldaan na het overlijden van Leonard.
Leonard is met gilde-eer begraven op het kerkhof van St. Jan
Op Verloren Maandag 1891 wordt Jeonard gekozen tot hoofdman. Hij zal 13 jaren hoofdman zijn van het Gilde St. Joris
in 1894 Schiet Leonard de koningsvogel met de voetboog. op d'n ekker van de Guld in de Wint


1883 - De Twaalf Apostelen
'De Twaalf Apostelen'. Een loterijclub gevestigd in Hof van Holland.
In 1964 is door het bestuur een transcriptie van het oude reglement geschreven met daarin enige aanpassingen.
In 1883 werden in Hof van Holland de twaalf apostelen opgericht. De 12 apostelen zijn de 12 leden van de loterijclub die maandelijks een aantal loten kopen van de Staatsloterij die kort daarvoor was opgericht. Er was een streng reglement. In het reglement lezen we:
artikel 1. De vereniging is opgericht op 7 januari 1883, draagt de naam van 'De Twaalf Apostelen' en is gevestigd te Goirle.
In artikel 2 wordt het doel uiteen gezet. We lezen: De vereniging stelt zich ten doel het gezamenlijk spelen door de leden in de Nederlandsche Staatsloterij.
Verder wordt het toetreden tot de vereniging streng gereglementeerd. In 1965 bedraagt de maandelijkse contributie 2 gulden, wordt er een prijs getrokken dan wordt in de eerstvolgende vergadering besloten welke bestemming aan het getrokken geld zal worden gegeven. Met potlood staat vermeld dat de leden door erfopvolging worden benoemd.
Naast de loterijclub is de 'Twaalf Apostelen' een gezelligheidsvereniging. Maandelijks wordt er vergaderd, soms tot in de late uurtjes, gebiljart, gehoogjast, gebuurt en soms 'gevrônge'
Bij de leden van de Twaalf Apostelen is altijd een sterke vertegenwoordiging van Sint Joris geweest.


1881 - 2 woningen aan de Kerkstraat met zicht op de schoorsteen van van Enschot
Boerderij aan de Kerkstraat links en rechts van de kerk St. Jan

De toren van St. Jan staat nog steeds als een vingerwijzing naar de hemel overeind. Verder is er rond de toren veel veranderd en herinnerd nog weinig aan de situatie in 1700.
Stond men 300 jaren geleden op het kerkhof rond de kerk, met de rug tegen de aangebouwde raadskamer en richtte men de blik richting Abcoven dan zag men links van de kerk de boerderij van de weduwe Marten van Gool. Tegenwoordig staat daar de villa Huize Agatha. De weduwe Antonetta van Iersel (1736-1808)was in 1766 getrouwd met de uit Diessen afkomstige Marten van Gool. Antonetta en Marten hadden één dochter, Elisabeth van Gool (1767-1818). Elisabeth trouwde in 1802 met Peter Storimans (1768-1830). Zij trekken na het huwelijk in bij de moeder van Elisabeth, Antonetta van Gool van Iersel. Als in 1808 de grootmoeder komt te overlijden zijn Elisabeth met Peter de enige erfgenamen en erven alle bezittingen. Uit het huwelijk met Peter worden 2 dochters geboren; Petronella (1803-1824) en Jacoba Storimans (1805-1854). Petronella huwde in 1820 met Mathijs van Gorp (1798-1867). Hun zoon Peter van Gorp (1823-1891) zal als ‘d’n Kaojen Boer’, op de hoek Dorpsstraat en Oude Kerkstraat, de geschiedenis ingaan Peer van Gorp (Q253) was lid van het Gilde St. Joris en was met Gilde-eer begraven.
De dochter Jacoba Storimans huwde in 1824 met gildebroeder Franciscus Walschots (Q229 | 1804-1863). Franciscus zal tot zijn dood in 1863 lid blijven van het Gilde St. Joris. Zijn nabestaanden betalen 1 gulden als doodschuld en Franciscus werd met gilde-eer begraven op het kerkhof rond de kerk.
Als Peter Storimans in 1830 komt te overlijden is hij al 12 jaar weduwnaar en dochter Jacoba had 2 jaren eerder in 1827 het huis verlaten. Het huis werd verkocht aan gildebroeder Antonij Boomaars (Q304 | 1829-1914). Antonij is geboren in Oosterhout net als zijn vrouw Maria Elisabeth van Gool. Zij zijn in 1863 getrouwd in Oosterhout en naar Goirle gekomen. Drie jaar later melde Antonij zich bij de guld en betaald op 20 mei 1867 zijn inkomgeld. Zijn lidmaatschap lijkt van korte duur te zijn geweest want in 1871 betaalde hij zijn doodschuld. Het lijkt erop dat hij de guld als inburgeringscursus heeft gebruikt. Dat de inburgering geslaagd is geweest mag blijken dat hun kinderen met Goirlese families trouwde. We denken dan aan de families: Bruers, Deliën, en de Brouwer.
In 1873 Verkoopt Antonie de boerderij aan burgemeester Jan Baptist van Enschot (1836-1885) Antonie met zijn gezin verlaat echter de kerkweg niet. In het zelfde jaar kocht Antonie van de kinderen Verhof een boeren woning ongeveer op de hoek van de huidige Beeksedijk. Dit pand was ooit in het bezit van Graaf van Hogendorp. In 1902 kocht Gildebroeder Eduard van Puijenbroek op de hoek van de Beeksedijk en sloopte het pand voor nieuwbouw,
We gaan terug naar burgemeester van Enschot die in het bezit was gekomen van de boerderij tegenover de kerk.
De woning was oud en waarschijnlijk in een slechte staat want alles werd gesloopt.
In 1860 werd in opdracht van Petrus van Besouw (1868-1949) en Agatha Pluijm (1865-1944) de fabrikantenwoning gebouwd.


in de 18e eeuw boerderij van bruers. Op de achtergrond schoolsteen van van Enschot


Bron: Sjef Hoogendoorn

1880 - De zusters van het Kostbaar Bloed naar Goirle
Thomas van Diessen ijverde al jaren om in Goirle bijzonder Onderwijs voor kleuters en meisjes mogelijk te maken. Onderwijs en vooral vorming was volgens Thomas en pastoor de Wit alleen onder een katholieke vlag mogelijk met als belangrijkste wapen de catechismus.
Doorzetter, tegen wil en dank, Thomas spaarde als aanzet voor zijn heilige doel 500,00 gulden. Dit bedrag wilde hij pastoor de Wit ter hand stellen om zo zijn doel dichterbij te brengen. De onze welbekende vriend van Sint Joris, die ons beeld uit de kerk gooide, pastoor de Wit zag het hele plan niet zitten en stuurde Thomas, met zijn zak geld, onverrichte zaken terug.
Thomas kennende beruste hij niet in zijn lot en werkte hard om zijn heilig doel, de nonnen naar Gôol krijgen, te bereiken.
In 1875 raakt de zaak van Thomas in een stroomversnelling, door schenkingen, giften en de spaarcenten van Thomas kwam het inrichten van een kloostergebouw in beeld. Pastoor de de Wit, ondertussen ook overtuigd van de bedoelingen van Thômeske, legt de contacten met de zusters van het Kostbaar Bloed uit Sittard met als resultaat dat de congregatie naar Goirle komt.
Het voormalig Panhuijs, ooit de gildekamer van gilde Sint Joris, wordt ingericht voor de nonnen die op 12 mei 1880 arriveren in de Bergstraat.
De zusters ontfermen zich over de bewaarschool en richten een naaischool in voor het onderwijs aan meisjes. Ook nemen zij de zorg voor de ziekenverpleging in Goirle op zich. Hieruit zal het latere verpleeghuis Sint Elisabeth ontstaan.


Klooster aan de Bergstraat.. Voorheen hotel de Kroon.


1878 - Koningschieten. Michiel van Raak
Michiel (Q289) van Raak zoon van Peeter van Raak en Adriana Storms. Hij is gedoopt op 20-01-1791 in Tilburg. Q289 is overleden op 02-07-1882 in Hilvarenbeek (Breehees), 91 jaar oud. Hij is begraven op 04-07-1882 in Goirle. Kerkhof St. Jan.
(1) Michiel trouwde met Theodora van Gils. Theodora is geboren op 22-03-1795 in Hilvarenbeek, dochter van Theodorus van Gils en Joanna Maria Joannes de Cort. Theodora is overleden op 20-01-1898 in Goirle, 102 jaar oud.
(2) Michiel trouwde, 61 jaar oud, op 19-04-1852 in Goirle met Jacoba in ’t Ven. Jacoba is een dochter van Michiel in ’t Ven en Johanna Havermans. Jacoba is overleden.
Notitie bij Michiel: Michiel van Raak was lid van het gilde St. Joris. Michiel woonde op Breehees, Gemeente Hilvarenbeek
ingekomen den 27 april 1858. Zijn inkomgeld betaald fl 3,00
Zijn dootschult betaalt den 25 april 1882.
De nabestaanden hebben de doodschuld op 25 april voldaan in het gildehuis. Michiel is met gilde-eer begraven:
(1) Michiel trouwde met Theodora van Gils. Theodora is geboren op 22-03-1795 in Hilvarenbeek, dochter van Theodorus van Gils en Joanna Maria Joannes de Cort. Theodora is overleden op 20-01-1898 in Goirle, 102 jaar oud.
(2)Michiel trouwde, 61 jaar oud, op 19-04-1852 in Goirle met Jacoba in ’t Ven. Jacoba is een dochter van Michiel in ’t Ven en Johanna Havermans. Jacoba is overleden.
Kinderen van Q289 en Jacoba:

Michiel van Raak schiet zich voor 1e maal tot koning 1871
Michiel van Raak schiet voor de 2e maal koning koning 1878
Michiel is 2 maal achtereen koning.


1878 - Harmonie Oefening en Uitspanning
Niet alles rond de oprichting van de Goirlese Harmonie, die toen nog een fanfare was, is even helder. Men mag aannemen dat het orkest bij de Sociëteit in Hotel de Kroon aan de Bergstraat is opgericht als onderafdeling van van de Sociëteit 'Eendracht en Vriendschap' Later splits het orkest zich af van de Sociëteit en krijgen de houtblazers hun congé, het wordt Harmonie Oefening en Uitspanning. Een orkest wat snel op hoog niveau speelde en zeer actief was. Menigmaal moest de guld uitrukken om de concourswinnaars in te halen en te begeleiden naar de toenmalig centrum in de Bergstraat. Dat kon toen ook omdat de harmonie een eigen kiosk had bebouwd tegenover Hotel de Kroon de thuisbasis van het orkest. Bekend was ook het jaarlijkse matiné op de kiosk tijdens de kermis. Een hoogtepunt waarvoor de bevolking massaal uitrukte.
In 1920 verhuist het orkest naar café Ansems op de hoek Tilburgseweg en Dorpsstraat. Het was behelpen naar op het hoogste niveau bleven de prijzen binnenlopen. Nadat Jaans Ansems het café had overgedragen aan Harrie Smits pakt Harrie de zaak voortvarend aan. Hij bouwt naast het café een houten harmoniezaal en verplaatst de kiosk naar het erf van Harrie Smits. In een 3e leven zal de kiosk naar het kerkplein in Poppel verhuizen en zijn dagen in 'stilte' slijten.
Honkvast zal de harmonie ziet zijn. Via café-zaal de Linde vertrekt het gezelschap naar Hotel de Spie. Als Toon Luijten de Spie sluit vertrekt de harmonie naar het Bondsgebouw. Ook het Bondsgebouw sluit zijn deuren. Op dat moment is het Jan van Besouwhuis gereed alwaar de Harmonie O&U meer als welkom is om de ruimtes te vullen van het iets te royaal bemeten gemeenschapshuis.

Harmonie O&U en gilde Sint Joris hebben vanaf de oprichting een goed en veelvuldig contact onderhouden waarbij het koningschieten een hoogtepunt was voor beide verenigingen. Twee dagen waren we samen op pad en beleefden we onvergetelijke hoogtepunten. Bij alle officiële serenades en inkomsten waren de harmonie O&U en Sint Joris die daar een officieel tintje aan gaven. Met weemoed kijken wij op die tijd terug. De tijden zijn veranderd en de nieuwe generatie is dikwijls onwetend van wat er in het verleden is opgebouwd, dat is jammer. Maar als Harmonie en Sint Joris elkaar treffen dan is het als van ouds en herleven oude tijden.


de fanfare Oefening en Uitspanning. Kerkstraat.


1877 - Hoofdman. Peter van Gorp
Peter (d’n kaojen boer Q253) van Gorp is geboren op 27-05-1823 in Goirle, zoon van Mathijs van Gorp en Petronella Storimans. Peter is overleden op 15-05-1891 in Goirle, 67 jaar oud.
Peter trouwde, 20 jaar oud, op 25-09-1843 in Goirle met Adriana Gestel, 25 jaar oud. Adriana is geboren op 05-10-1817 in Goirle, dochter van Henricus (Q161-q211) van Gestel en Adriana van de Pol. Adriana is overleden op 16-02-1894 in Goirle, 76 jaar oud.
Notitie bij Peter: Peter was lid van het gilde St. Joris
ingekomen den 23 april 1844. op de naamdag van St. Joris en zijn inkomgeld voldaan fl 3,00
overleden den 15 mei 1891
zijn doodschuld voldaan bij overlijden en met Gilde-eer begraven.
d’n Kaojen boer dankt zijn naam aan een besmettelijke ziekte waaraan verschillende huisgenoten in 1 week stierven.
lokatie: Hoek Oude Kerkstraat 1e boerderij. Frie Vermeer heeft er als laatste geboerd.

Op Verloren Maandag 1877 wordt Peer van Gorp gekozen tot Hoofdman

in 1871 sterven in 1 week 4 kinderen; Petrolekka 1848 - 1891 | Hendrik 1850 - 1891 | Maria 1852 - 1891 - Toon 1857 - 1871 |
Q253 trouwde, 20 jaar oud, op 25-09-1843 in Goirle met Adriana Gestel, 25 jaar oud. Adriana is geboren op 05-10-1817 in Goirle, dochter van Henricus (Q161-q211) van Gestel -1-st.J. en Adriana van de Pol. Adriana is overleden op 16-02-1894 in Goirle, 76 jaar oud.
Petrus (Peter) van Gorp gekozen tot hoofdman


boerderij van peer van Gorp


1874 - De kruisboog - de voetboog - de armbrost - de flitsboge (9e eeuw)
Uit: 'De Oude Schutterij in Nederland'
auteur: W.J.Hofdijk 1874
Het hoofdwapen der oude Schuts was de voetboog, mocht het dan de hand- of voetboog zijn, vervolgens , 'na de uitvindinge van het buspoeder', allengs vervangen door de 'Haeks en Coluvren' weldra onder de naam van 'Goel-bussen' bekend' en die later weder voor de 'Musquetten, en 'Roers' moesten wijken.
De hand- of flitsboge komt de eere toe der oudheid toe. De schutter voerde een handboog, waarby de pees met de hand werd te rug getrokken. Deze bogen werden by voorkeur -zoal niet by uitsluiting - van het veerkrachtig ahornhout, later gewoonlijk esdoorn genoemd, vervaardigd; 'hoornen boge' is geen boog van hoorn, maar van ahornhout.
Het lichtere esschenhout diende tot pijlen of bouten.
"Gelevert den Schutmmeysters dusent esschen scaften totten hoornen bogen "heet in een rekening der stad Utrecht. Zy was en aan het benedeneinde van vederen, aan het boveneinde van een ijzeren punt voorzien, soms ook spitsen met weêr haken, die doppen werden genoemd.
Uit rekeningen van het midden der vijftiende , en van het begin der zestiende eeuw blijkt het dat de pijlen bij tonnen werden opgedaan. Naar den goog waartoe zy dienden droegen zy den naam van zwaar, midden, of licht schut. In 1428 werd 'gerekent eck dusent vj Beyer. gulden, en van den lichten schut elc dusent v Beyer. gulden. De kruisboog, ondanks Pauselyke afkeuring, algemeen geworden, bracht den handboog in menig opzicht naar den achtergrond. De laatste werd nu licht geschut, terwijl de kruis- of voetbogen het middelbaar en zwaar geschut gingen vormen. De kruisboog, genoemd naar den vorm, omdat de eigendlyke boog-zelf midden in het boven-eind zijner lade was bevestigd, heette voetboog maar de wijze waarop hy werd gespannen. Aan het boven-einde der lade bevond zich een ijzeren beugel; daarin plaatste de Schutter den voet, en wond nu met het 'craencken' een wind-asjen, gemeenlyk aan den gordel gedragen, de pees over den mik. By den zwaren kruisboog was de boog van staal, en zulk een mocht in Bergië rm Frankrijk door de 'Francs-arbalétriers' worden gevoerd. Het komt my voor dat onder het 'middenschutte' de 'armbrost' werd begrepen, waarbij de boog, even als bij de handbogen, buigsaam hout -wellicht by voorleur óok van ahorn- met koord omwonden was vervaardigd. Er komt echter nog een tusschensoort voor, die die voor houtenboog doorging, maar nochtans uit eenige op elkander gelegde gelegde stalen repen, waarvan het metaal onder het daar rondom gewonden koord geheel onzichtbaar was.


Wapenen, Harnassen, en Rondas. door de schutters gebruikt in de 16e en 17e eeuw.


Bron: Uit: 'De Oude Schutterij in Nederland'

1872 - Algemene en bijzondere begraafplaats 1872
Op 16 mei wordt de gemeente Goirle in 'de Wilt. een perceel grond van 5870m2 aangekocht voor de aanleg van een algemene begraafplaats. De verkoper, Antonius van Hirtum winkelier in Hilvarenbeek, ontving hiervoor 1000,00 gulden.
Het oude kerkhof rond de kerk van St. Jan was eerder afgekeurd door de inspecteur van het Geneeskundig Toezicht, het was oververzadigd waardoor de honden vrij spel hadden. Burgemeester van Enschot die problemen verwachte rond het inrichten van een algemene begraafplaats zonder ruimte te laten voor een katholieke kerkhof. mogelijk was pastoor de Wit te 'pinnig' en dacht het komt vanzelf wel goed. Het kwam niet goed. Op een algemene begraafplaats wordt niets ingezegend en daarom moet pastoor de Wit gaan begraven in ongewijde grond en dat kan niet. Ook kwam hij door de wet gesteund niet meer met de wijwaterkwast op het oude kerkhof wat 500 jaar in gebruik is geweest. De pastoor vond de volgende oplossing; bij het sluiten van de lijkkist werd een schep zand, gewijde aarde, van het oude kerkhof in de kist gedeponeerd en de ter aarde bestelling kon doorgaan. Een christelijke dood met een christelijke uitvaart in de Wilt kon doorgaan.
Pastoor Crefcoeur de opvolger van De Wit, de pastoor die ook onze Sint Joris de kerk uit uitbanjerde, was het een doorn in het oog hoe er het een en ander aan toe ging in de kerk ondernam actie. In 1895 verzocht het kerkbestuur onder leiding van de pastoor aan de Bossche bisschop om een deel van de algemene begraafplaats te bestemmen als katholiek kerkhof. De bisschop gaf de schriftelijke goudkeuring op 5 november. Ook de financiële onderbouwing stuitte niet op bezwaren zodat er zaken konden worden gedaan met het gemeentebestuur. Op 30 april was de transactie rond zodat het kerkhof volgens de toen geldende riten werd ingezegend door het plaatsen van een kruis centraal op het kerkhof. Om te voorkomen dat er al te voortvarend te werk werd gegaan waarschuwde het gemeentebestuur voor het nog steeds bestaande processieverbod.
Pastoor N Crefcoeur vraagt vanaf zijn preekstoel om gezamenlijk te komen tot het oprichten van een calvarieberg, en die komt er. Van het puin wat vrijkomt bij de sloop van de oude werk wordt de berg opgeworpen en de gietijzeren beeldengroep geplaatst. Tot slot kwam de pastoor met zijn wijwatervat voor de inzegening.
Janus Stads die de boerderij van van Wezel had gekocht aan de Rielseweg en aan het slopen was ten tijde van de afbraak van de kerk deelde mee in de stenen en ander sloopmateriaal die ongetwijfeld over bleven bij het oprichten van de calvarieberg. Zo kunnen we we dus stellen dat het huidige museum de Schutsboom is opgetrokken van gewijde katholieke stenen uit 1450, 'n hèllig höske!
Na de 2e wereldoorlog werd besloten op de begraafplaats een tijdelijke voorziening te treffen voor de geallieerde gesneuvelden in te richten. Goirle was een aantal weken frontgebied waardoor er in de omgeving van Goirle ook slachtoffers waren gevallen. Deze tijdelijke voorziening is later omgezet in een geallieerde begraafplaats. Het Gilde Sint Joris is vanaf 1945 medeverantwoordelijk voor de dodenherdenking op 4 mei.
De Goirlenaar Antoon Versteden sneuvelde in de eerste meidagen van 1940 met een landing in bezet gebied met parachute. Na de oorlog zijn de stoffelijke resten herbegraven op het kerkhof van Sint Jan in Goirle. Later zijn de resten verplaatst naar het deel van het geallieerde deel van de begraafplaats.


Calvarieberg op kerkhof St. Jan


graf van Goirlenaar Antoon Versteden


geallieerde begraafplaats Goirle


Bron: Leonard Joosten / Sjef Hoogendoorn

1871 - Koningschieten. Michiel van Raak
Michiel (Q289) van Raak zoon van Peeter van Raak en Adriana Storms. Hij is gedoopt op 20-01-1791 in Tilburg. Q289 is overleden op 02-07-1882 in Hilvarenbeek (Breehees), 91 jaar oud. Hij is begraven op 04-07-1882 in Goirle. Kerkhof St. Jan.
(1) Michiel trouwde met Theodora van Gils. Theodora is geboren op 22-03-1795 in Hilvarenbeek, dochter van Theodorus van Gils en Joanna Maria Joannes de Cort. Theodora is overleden op 20-01-1898 in Goirle, 102 jaar oud.
(2) Michiel trouwde, 61 jaar oud, op 19-04-1852 in Goirle met Jacoba in ’t Ven. Jacoba is een dochter van Michiel in ’t Ven en Johanna Havermans. Jacoba is overleden.
Notitie bij Michiel: Michiel van Raak was lid van het gilde St. Joris. Michiel woonde op Breehees, Gemeente Hilvarenbeek
ingekomen den 27 april 1858. Zijn inkomgeld betaald fl 3,00
Zijn dootschult betaalt den 25 april 1882.
De nabestaanden hebben de doodschuld op 25 april voldaan in het gildehuis. Michiel is met gilde-eer begraven:
(1) Michiel trouwde met Theodora van Gils. Theodora is geboren op 22-03-1795 in Hilvarenbeek, dochter van Theodorus van Gils en Joanna Maria Joannes de Cort. Theodora is overleden op 20-01-1898 in Goirle, 102 jaar oud.
(2)Michiel trouwde, 61 jaar oud, op 19-04-1852 in Goirle met Jacoba in ’t Ven. Jacoba is een dochter van Michiel in ’t Ven en Johanna Havermans. Jacoba is overleden.
Kinderen van Q289 en Jacoba:

Michiel van Raak schiet zich voor 1e maal tot koning 1871
Michiel van Raak schiet voor de 2e maal koning koning 1878
Michiel is 2 maal achtereen koning.


1871. Koningschild van Michiel van Raak.


1870 - Beeld van sint Joris die de draak overwint
Op 3 juli 1870 schenkt de hoofdman, A. van de Ven het beeld aan de Rooms Katholieke Kerk te Goirle. Het hangt dan op dat moment in de parochiekerk. Onduidelijk zijn de beweegredenen van de schenking. Mogelijk om de toekomst van het beeld van Sint Joris veilig te stellen wordt het eigendomsrecht overgedragen aan de parochie St. Jan.
Hierdoor is het Gilde niet meer onderhoudsplichtig en het eigendomsrecht is vast gelegd. Het beeld heeft altijd in de schuurkerken en kerk van St. Jan gehangen.
Onduidelijk is of het Gilde een altaar heeft gehad in de kerk, waarschijnlijk niet. Wel staat in 'de kaerte' dat men naast een inkomgeld ook bijenwas moet schenken voor het branden van kaarsen. Omdat het gilde voor de bevestiging door de Heer van Tilburg Karel van Malsen een sacrale broederschap was, hebben het branden van kaarsen wel een niet meer bekende functie gehad. Men mag niet uitsluiten dat de verplichte bijenwas bedoelt was voor de algemene verlichting.
Pastoraat: Cornelis Gerardus de Wit.
Hoofdman: A.van de Ven.


1870 - Boerderij van Boer Pol aan de Dorpsstraat
Op de hoek van de dorpsstraat met de Burg. Rensstraat stond de eeuwen oude boerderij met schuur


Boer Pol aan de Dorpstraat ~1900


Bron: Sjef Hoogendoorn

1869 - Hoofdman. Adriaan van de Ven
Adriaan (Q194-Q230) van de Ven is geboren op 11-04-1799 in Tilburg, zoon van Adriaan Peter P.zn. (Q118) van Gorp -5- st.J. en Ida. Vromans. Adriaan is overleden op 23-06-1885 in Goirle, 86 jaar oud.
Adriaan trouwde, 24 jaar oud, op 21-04-1823 in Goirle met Johanna Catharina van Gorp, 20 of 21 jaar oud. Johanna is geboren in 1802, dochter van Adriaan Peter P.zn. Adriaan van Gorp. en Ida. Vromans. Zij is gedoopt op 30-12-1802 in Goirle. Johanna is overleden op 08-08-1869 in Goirle, 66 of 67 jaar oud.

Notitie bij Adriaan: Adriaan woonde aan ’t Ven nr.157
Adriaan was lid van het gilde St.Joris
ingekomen den 23 april 1836
inkomgeld betaald fl 3,00

Op Verloren Maandag wordt Adriaan van de Ven gekozen tot Hoofdman van het gilde.
Catharina van Gorp is de dochter van gildebroeder Adriaan van Gorp en Ida Vromans
beroep: linnenfabrikant
Adriaan van de Ven is door een meerderheid van stemmen tot hoofdman gekozen op zijn verjaardag van 10 april 1869.
In het kasboek van 1869 staat bij de ontvangsten: 'rondgehaald den 10 aug.1869 van Cath. van Gorp, huisvrouw van den hoofdman fl 0,95. Bij de uitgaven va dat jaar staat vermeld: aftappen van Cath. van Gorp fl. 1,00.
uit kasboek 1885 staat bij ontvangsten: aan de mis van A. van de Ven fl. 0,65. Bij de uitgaven : aan de mis van A. van de Ven fl.1,00. Verder staat vermeld: aftappen van bier voor A. van de Ven en lijkbidden voor dezelve fl 0,50.


Adriaan van de Ven net Catharina van Gorp


1869 - Woonhuis aan de kerkstraat. Peter van de Pol
Dit huis werd in 1869 gebouwd door Peter van de Pol, broer van Cornelis van de Pol die het pand op nummer 33 bouwde. Waarschijnlijk bouwde ook Peter op grond die hij van zijn vader erfde. Later kwam het huis in eigendom van zijn neef, de zoon van koster Cornelis. Hij vestigde zich hier als wever en bakker.


huis aan de Kerkstraat. bewoner Harrij Verhoeven & Miet van Gool


Bron: Sjef Hoogendoorn

1868 - Woonhuis aan de kerkstraat. bewoner: Janus Verhoeven
Woonhuis was ingebouwd in de fabriek van van Enschot.
bewoner: Janus Verhoeven. Oud-boswachter van Nieuwkerk. Heeft ook op Nieuwkerk gewoond
eigenaar Govert van Emschot


Woonhuis aan de Kerkstraat van Janus Verhoeven.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1867 - Aankoop gronden in 'de Wilt'.
In 'de Wilt' wordt het grondbezit van het Gilde uitgebreid. Grondbezit was een solide basis voor het gilde. Grond bleef zijn waarde houden en de pachtgelden zorgde voor inkomsten. Cultuurgrond in Goirle was ook schaars. Voor de Gildebroeders die overwegend boeren waren, was het ook een reden om bij het gilde te zijn en mee te kunnen dingen vaar de verpachtingen.
Naast de pacht als inkomsten kende men ook het boetestelsel welk inkomsten genereerden.
De gronden hbben altijd in het wiltènd gelegen.


1867 - Bels Lijntje
Spoorlijn Tilburg - Turnhout

Bels Lijntje is de naam voor het Nederlandse deel van Spoorlijn 29 tussen Tilburg en Turnhout.

Tot 1865 werd het hele gebied tussen Turnhout en Baarle-Nassau beheerst door uitgestrekte heidevelden. In dat jaar werd gestart met de aanleg van de spoorlijn tussen Turnhout en Tilburg en werd het station Weelde-Merksplas (ten zuiden van de Steenweg op Zondereigen) gebouwd. DE spoorweg werd in 1867 in gebruik genomen. De spoorlijn werd aangelegd en uitgebaat door de "Grand Central Belge", waardoor de spoorlijn in de (Noord-Brabantse) volksmond "Bels lijntje" werd genoemd.

In 1900 werd door de Staatsspoorwegen (SS) in Nederland de zijlijn Riel-Goirle aangelegd. Deze zijlijn van het 'Bels Lijntje' was in feite een industrieaansluiting naar een aantal textielfabrieken in Goirle. De lijn werd voornamelijk gebruikt voor de aanvoer van kunstmest voor de landbouwers en grondstoffen voor de textielfabrieken zoals H. van Puijenbroek (HaVeP). Op het eindpunt stond een houten goederenloods die later een stenen uitbreiding kreeg.

In 1906 werd het spoorwegemplacement Weelde-Statie / Baarle–Nassau / grens in gebruik genomen. Dit emplacement omvatte een stationsgebouw (167 m lengte) naar een ontwerp van G.W. van Heukelom, douaneloodsen aan de Belgische en de Nederlandse zijde, een locomotievenloods met draaischijf, een reservoirgebouw en diverse seinwachtershuisjes. Aan beide zijden van de grens lag een rangeerterrein (24 sporen naast elkaar). Tevens werden er verschillende woningen gebouwd voor trein- en douanepersoneel; dit was het begin van de woongemeenschap op de grens.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de lijn door de Duitsers bij de grens met prikkeldraad in tweeën gedeeld, maar na 1918 werd het treinverkeer opnieuw gestart. Dit kreeg echter stilaan concurrentie van het busverkeer. In 1934 werd het personenvervoer definitief gestaakt.

De zijlijn naar Goirle werd reeds tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1942 in opdracht van de Duitsers opgebroken. In de bebouwde kom van Goirle werd op de plaats van de spoorlijn de straat Spoorbaan en op het eindpunt van de zijlijn een zwembad aangelegd.


Station Riel


stoomtrein in Riel ~1970


goederenstation aan fabriekstraat


Bron: Sjef Hoogendoorn

1865 - Openbare school aan de Schoolstraat.
Schoolstraat 5 Goirle School

Oorspronkelijk was dit pand een school, bestaande uit vier klassen. In 1865 nam de gemeenteraad het besluit deze school te bouwen achter de destijds bestaande school ter plaatse van de huidige brandweerkazerne. Het is de derde openbare school in het dorp. Door de komst van een RK meisjesschool in 1880 en een RK jongensschool in 1892 loopt het aantal leerlingen drastisch terug en heeft men genoeg aan twee klassen. In 1896 komt er toestemming om de school te verbouwen tot onderwijzerswoning. In 1948 wordt de openbare school na een besluit van de gemeenteraad opgeheven. Aan de straatzijde van het pand bevindt zich een schijnraam.

In Gôol hèmme un schôolstraotje. Wè veul nie weete is dè daor, waor naa Jan van Gôol woont, de twidde oopenbaore schôol was van mister Haomers. De irste oopenbaore school was in de Kerkstraot waor Harrie Legius gewôont heej.
Dè was nie de irste schôol van Gôol. De irste was un parochieschôol, die stond op de plaots waor naa ’t schilderij
hangt van ‘Jan Kop-aaf’ in de zijbeuk van de Sint Jan.
Dieje mister Haomers had ’t nie druk. Alle kender in Gôol ginge naor de kàtelieke schôol van de nunnekes en laoter de fraaters.

Schôolstraot: In 1838 wordt door de Gedeputeerde Staten vergunning afgegeven voor de bouw van een gemeentehuis,
brandspuithuis, gevangenis en school. Dit allemaal onder één dak aan de Kerkstraat. Wij kennen dit gebouw nog als de brandweerkazerne. In 1866 wordt de openbare school vergroot en verplaatst naar de achterzijde aan de Molenstraat. Het
verbindingsstraatje ging Schoolstraat heten.
Oopenbaore schôol: In 1806 werd bij wet geregeld dat gemeentebesturen onderwijs moesten waarborgen. Vandaar dat de Goirlese openbare school onder één dak met het gemeentehuis huisde. Toen in 1848 de vrijheid van onderwijs werd afgedwongen had het openbaar onderwijs in Goirle geen toekomst meer. De Goirlese jeugd kreeg katholiek onderwijs.


voorheen openbare school. bewoner Jan van Gool 1990


Verbouw van twee lokalen van de openbare school als schoolmeesterswoning


Bron: Sjef Hoogendoorn

1864 - Reglement voor het vogel- en prijsschieten voor het gilde St. Joris 1864
5 september 1864
Art.1 Die den vogel afschiet is voor zes achtereenvolgende jaren koning der gilde en moet zes gulden in de gilde kas storten in drie jaren te betaalen met de kolfdag met kermis de drie eerste jaren.
Art.2 Die koning moet aan iederen gildebroeder der beide gilde eenen borrel en een beste(l) geven bij het uithalen.
Art.3 Die koning moet aan den knecht eenen gulden geven.
Art.4 Als den vogel afgeschoten is en den wijn wordt rondgeschonken moet iederen gilden broeder 25 cent op het schenken geven en den koning eenen gulden en den tweeden dag bij het prijzen schieten 10 centen.
Art.5 Alle gilde broeders worden verzocht zich als dan op die dagen te gedragen volgens kaart en reglement.
Art.6 Alle geschillen die bij het vogel of prijzen schieten op anderszins mogten plaats hebben of voorkomen worden door ons Hovelingen beslist.

aantekening;
art. 2: Het tweede gilde wat bedoeld werd is het plaatselijke gilde Sint Sebastiaan

hoofdman: Nicolaas Philipsen
koning: Johannes Schelkens


koningsvogel voor het koningschieten


Bron: Reglement vogel- en prijsschieten

1864 - Koningschieten. Johannes Schellekens 1864
Johannes (Q268) Schellekens is geboren op 03-07-1809 in Riel, zoon van Hendrik Schellekens en Anna Maria Vromans. Jan is overleden op 29-10-1889 in Goirle, 80 jaar oud.
(1) Jan trouwde, 23 jaar oud, op 27-04-1833 in Goirle met Dimphena van Oolen, 29 jaar oud. Dimphena is geboren op 10-03-1804 in Tilburg, dochter van Chistiaan van Oolen -1-st.J en Johanna Maria van Beurden. Dimphena is overleden op 24-06-1874 in Goirle, 70 jaar oud.
(2) Jan trouwde, 67 jaar oud, op 03-02-1877 in Goirle met Johanna Maria Mulders, 51 jaar oud. Johanna is geboren op 27-01-1826 in Goirle, dochter van Andries Mulders en Anna Roozen. Johanna is overleden op 10-06-1897 in Goirle, 71 jaar oud. Johanna is weduwe van Cornelis (Q192-Q227) van der Voort -2*-st.J. (1791-1873), met wie zij trouwde op 26-04-1855 in Goirle.
Notitie bij Q268: Jan was lid van het gilde St. Joris
ingekomen den 28 april 1853 fl. 3,00
Zijn doodschuld betaald bij overlijden 1889.
Jan is met gilde-eer begraven.
1858 Tijdens de Goirlese kermis schiet Jan Schellekens zich voor de 1e keer op kermismaandag tot Koning van het Gilde St. Joris
Jan is koning en moet het juweel verrijken met een koningsschild. Jan heeft andere plannen. Hij neemt het koningsschild van Matijs Antonisse van der Loo uit 1700 en krast zijn naam met datum boven in het schild. De vraag rijst: Waren het magere jaren, zat de guld op z'n kont of is de zaak willens en wetens geflest. We zullen het niet weten maar de relatie is niet gerouleerd. In 1864 schiet Jan Schellekens voor de 2e maal koning. Ook in 1864 wordt geen schild gemaakt.
1864 Jan schiet zich voor de 2e maal achtereen tot koning van het gilde St. Joris+


1864 - Kerk St. Jan omstreeks 1860
Schets naar de situatie in het midden van de 19e eeuw
De kerk stond georiënteerd naar het oosten. Het priesterkoor was waan nu de sacristie is. Het aanbouwtje was de raadskamer waar de schepenen vergaderden. In de hoek niet zichtbaar was het brandspijthuisje. Later stond de brandspuit onder in de toren.
Rond de kerk was het kerkhof en naast de kerk stond het schoolmeesterhuis.
De kerk was gebouwd in ~1450 langs een oude baan van ''s-Hertogenbosch naar Brussel - Leuven Onder het priesterkoor kwam na de sloop de fundering vrij van een 1e kapel ~1300
Het gilde St. Joris kende toen al een verbintenis met de kerk. Bij de teruggave van de kerk werd als eerste het beeld van St. Joris in het priesterkoor geplaatst.


Oude kerk St. Jan met zicht op de raadskamer


hoofdingang van de oude kerk anno 1650


Bron: Sjef Hoogendoorn

1862 - Koningschieten. Jan Baptist Schellekens
(onder voorbehoud)
O ~1809 Johannes Schellekens † 1889- |x 1833| O 1804 Dimphena van Oolen † 1874
Jan Schellekens 2e huwelijk |x 1877| O 1826 Johanna Mulders † 1879
Johanna Mulders was eerder weduwe van Cornelis van Vervoort
Johannes Schellekens is de zoon van Hendrik Schellekens en Anna Maria Vromans

Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld voldaan: 28 april 1853. Zijn doodschuld betaald bij leven.1889
Jan Schellekens schiet in 1858 de koningsvogel. Jan is koning en moet het juweel verrijken met een koningsschild. Jan heeft andere plannen. Hij neemt het koningsschild van Matijs Antonisse van der Loo uit 1700 en krast zijn naam met datum boven in het schild. De vraag rijst: Waren het magere jaren, zat de guld op z'n kont of is de zaak willens en wetens geflest. We zullen het niet weten maar de relatie is niet gerouleerd. In 1864 schiet Jan Schellekens voor de 2e maal koning. Ook in 1864 wordt geen schild gemaakt.
Jan schiet zich voor de 2e maal achtereen tot koning 1864(onder voorbehoud)
O ~1809 Johannes Schellekens † 1889- |x 1833| O 1804 Dimphena van Oolen † 1874
Jan Schellekens 2e huwelijk |x 1877| O 1826 Johanna Mulders † 1879
Johanna Mulders was eerder weduwe van Cornelis van Vervoort
Johannes Schellekens is de zoon van Hendrik Schellekens en Anna Maria Vromans

.Jan Schellekens voor de 1e maal koning. Ook als Jan voor de 2e maal koning schiet wordt er geen koningsschild gemaakt
Jan Baptist Schellekens schiet voor de eerste maal koning | 1858 |
Jan Baptist Schellekens schiet voor de 2e maal koning |1864 |


1862. Koningschild van Jan Baptist Schellekens


1862 - Pastoor Cornelis Gerardus de Wit
Pastoor Gerardus de Wit werd op 30 december 1814 in Veldhoven geboren als zoon van Johannes Franciscus de Wit en Joanna Moonen.
In 1862 trad de Wit aan als pastoor van de Parochie St. Jan. Zijn pastoraat duurde tot 1894. Hij is in het harnas overleden op 23 november 1894.
In die tijd heeft hij zijn sporen nagelaten.

Pastoor Minoretti was creatief en vindingrijk, Hij voert een 'eieren-omgang' in de Goede Week in. Onduidelijk is of hij de eieren zelf consumeerden of uitdeelde aan de minder bedeelden in zijn parochie.
In 1856 wordt wordt een nieuw orgel geplaatst. De bouwer is F. Loret Vermeerch uit Mechelen (België).
hebben in augustus als de oogst binnen is meer tijd om het koningschieten, wat meer dagen feesten was, te organiseren.
1851 | Johannes Hesselmans. Hij bereikte de ouderdom van 92 jaar. Hij verbleef en stierf als rustend priester in zijn geboortedorp Goirle.

1862 - 1894 | Cornelis Gerardus de Wit. Als eerste pastoor begraven op het nieuwe kerkhof waaraan hij duidelijk geen medewerking verleende aan de totstandkoming. Tijdens zijn pastoraat wordt veel tot stand gebracht. De Zusters van het Kostbaar Bloed komen in 1880 en beginnen direct met het onderwijs op de bewaarschool. Het Fratershuis komt tot stand en de Thomasschool voor lager onderwijs komt tot stand. De kerk wordt in 1878 voorzien van petroleumverlichting. er worden 6 armaturen geplaatst. Voorafgaande aan de opening van de kermis gestijgt pastoor de Wit de preekstoel en predikt hel en verdoemenis over de het lichtzinnig tijdverdrijf kermis. Als tijdens de kermis er ergens gedanst zou worden tijdens de kermis of in de cafés zou dat gevolgen hebben. Die lieten niet lang op zich wachten! Jan Petiest van Gils een ruimdenkende kastelein en aannemer van het gilde Sint Joris denkt bij zich zelf: "Laot dieje pestôor war praot" De muzikant wordt ontboden en de tonnen bier worden aangeslagen. Het gilde gaat los! Dinsdag 's morgens is het resultaat voor heel Goirle zichtbaar. Sint Joris is verdreven uit de gewijde ruimte!. Het beeld is uit de kerk gezet en ligt buiten onder d'n toren. Het beeld wordt voorlopig bij Santegoets in de kafhoek opgeslagen om later naar het de gildekamer te worden vervoerd en aldaar opgehangen.

Zijn opvolger begaat een cruciale fout. Nicolaas h.J. Crefcoeur (1894 - 1918)
In 1843 geeft de pastoor opdracht om de lelijke trekstangen in het gewelf te verwijderen. Het resultaat was dat in de 15e eeuwse kerk de muren van het middenschip maar buiten werden gedrukt met als resultaat; instortingsgevaar. Aan pastoor Crefcoeur de opdracht een nieuwe kerk te bouwen. Architect Dr. J Cuypers krijgt de opdracht en in 1896 wordt de oude kerk gesloopt. Op maandag 5 juni 1899 wordt de kerk door Mgr. van de Ven plechtig geconsacreerd en op de traditionele manier ingezegend door drie kloppen op de kerkdeur met de bisschopsstaf en bij betreden de ingang met de staf driemaal te bekruisen.
Hij besluit zijn pastorale missie minder succesvol . In 1918 verzocht het kerkbestuur aan de Bisschop om ontslag uit zijn functie. Hij ging met emeritaat en vertrok naar Vught
Emeritaat aangevraagd in 1918.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1861 - Jan van Besouw
Jan Baptist van Besouw, geboren op 4 oktober 1861 te Goirle


ingang pabriek aan de Kerkstraat


Fabriek Jan van Besouw aan de Beekse Dijk


Bron: Sjef Hoogendoorn

1860 - 'oewe gulde geeve'
'Ik hèp munne gulde gegeeve'!
Een gevleugelde uitspraak uit de vocabulaire van een gildebroeder bij Sint Joris. De betekenis van dit gezegde stamt uit al de tijd dat het gilde in de 16e eeuw werd bevestigd.
Verliet men het gilde bij leven of kwam men te overlijden dan moest een doodschuld worden voldaan. Zo werd in het gildeboek genoteerd: doodschuld voldaan bij leven respectievelijk doodschuld voldaan bij overlijden.
'Oewe gulde geeve' is de doodschuld voldoen bij leven. Al in de 18e eeuw is de doodschuld bepaald op 1 gulden. Een gildebroeder die het op zijn heupen krijgt en staande de vergadering bedankt voor de Guld, geeft zijn gulden en kan vertrekken.
Met het verdwijnen van de gulden als betaalmiddel zijn er gildebroeders die een gulden in hun vestjeszak hebben zitten om 'in 't geval van nood' direct hun doodschuld te kunnen voldoen.


een zeer oude uitdrukking bij de guld; 'ouwe gulde geeve'


1858 - Koningschieten. Jan Schellekens
Johannes (Q268) Schellekens is geboren op 03-07-1809 in Riel, zoon van Hendrik Schellekens en Anna Maria Vromans. Jan is overleden op 29-10-1889 in Goirle, 80 jaar oud.
(1) Jan trouwde, 23 jaar oud, op 27-04-1833 in Goirle met Dimphena van Oolen, 29 jaar oud. Dimphena is geboren op 10-03-1804 in Tilburg, dochter van Chistiaan van Oolen -1-st.J en Johanna Maria van Beurden. Dimphena is overleden op 24-06-1874 in Goirle, 70 jaar oud.
(2) Jan trouwde, 67 jaar oud, op 03-02-1877 in Goirle met Johanna Maria Mulders, 51 jaar oud. Johanna is geboren op 27-01-1826 in Goirle, dochter van Andries Mulders en Anna Roozen. Johanna is overleden op 10-06-1897 in Goirle, 71 jaar oud. Johanna is weduwe van Cornelis (Q192-Q227) van der Voort -2*-st.J. (1791-1873), met wie zij trouwde op 26-04-1855 in Goirle.
Notitie bij Q268: Jan was lid van het gilde St. Joris
ingekomen den 28 april 1853 fl. 3,00
Zijn doodschuld betaald bij overlijden 1889.
Jan is met gilde-eer begraven.
1858 Tijdens de Goirlese kermis schiet Jan Schellekens zich voor de 1e keer op kermismaandag tot Koning van het Gilde St. Joris
Jan is koning en moet het juweel verrijken met een koningsschild. Jan heeft andere plannen. Hij neemt het koningsschild van Matijs Antonisse van der Loo uit 1700 en krast zijn naam met datum boven in het schild. De vraag rijst: Waren het magere jaren, zat de guld op z'n kont of is de zaak willens en wetens geflest. We zullen het niet weten maar de relatie is niet gerouleerd. In 1864 schiet Jan Schellekens voor de 2e maal koning. Ook in 1864 wordt geen schild gemaakt.
1864 Jan schiet zich voor de 2e maal achtereen tot koning van het gilde St. Joris+


koningsschild Matijs van de Loo met de ingekraste toevoeging van Jan Schelkens


Bron: Harry Appels

1855 - Recht van vereniging en vergadering
In de Staatscourant van nr 32 van het jaar 1855 wordt de wet op verenigingen en vergaderingen gepubliceerd. Hierin behouden de Gilden het recht om bij stemmen over personen niet schriftelijk te stemmen. Ook de mogelijkheid om via een geschoten koningschap zitting te nemen in het bestuur blijft bestaan.
Het verpachten aan de hoogste bieder van het gildevaan en standaardvaan is een normaal gebruik. Zo kon men zich in het bestuur inkopen.
Deze uitzonderingspositie van de gilden in de wet is in 1979 ongedaan gemaakt door verenigingen en gilden verplicht te stellen om statuten bij een notaris te deponeren. De wet ziet een gilde als een vereniging.hoofdman: Nicolaas Philipsen.

Het het besluit om het verenigingsrecht te initialiseren komen de Heerlijke rechten, uitgegeven door de landsheer te vervallen. In feiten werden de gilden gelijk gesteld met iedere andere vereniging. De Gilden verloren haar bijzondere status. In feite is het oprichten van een gilde na 1855 niet meer mogelijk. Een gilde moet voor 1855 hebben bestaan om zich gilde te kunnen noemen. In België moet men voor de Franse revolutie bestaan hebben om zich gilde te mogen noemen en aangesloten worden bij de Hoge Gilderaad der Kempen


Bron: Sjef Hoogendoorn

1853 - Herstel Bisschoppelijke hiërarchie
Het herstel van de Bisschoppelijke hiërarchie werd mogelijk gemaakt door de scheiding van kerk en staat door de Bataafse republiek in 1796.
De katholieken kregen geleidelijk hun kerkgebouw terug. De Kerktorens blijven het bezit van de plaatselijke gemeente. Zo ook in Goirle. De toren had een maatschappelijke functie. Als een baken in het landschap voorzag het torenuurwerk en de klok de gemeenschap van de actuele tijd. De klok werd ook ingezet bij brand en andere noodspoed.
Met de pauselijke bul 'Ex qua die arcoano' in 1853 werden de aartspriesterschappen in het noorden en de apostolische vicariaten in het zuiden opgeheven. Er ontstonden vijf bisdommen Goirle als onderdeel van de Meierij behoorde tot het Bisdom 's-Hertogenbosch. De eerste Bisschop was Joannes Zwijsen. Monseigneur Zwijsen werd ook tot aartsbisschop van Utrecht benoemd.


achteraanzicht van de in de 19e eeuw gesloopte kerk.


plattegrond kerk


noordgevel


omgeving van de kerk met kerkhof en school


Joannes Zwijsen. 1e aartbisschop van Utrecht na herstel hiërarchie


1852 - Koningschieten. Jan Baptist Bekkers
Jan Baptist (Q256) Beckers is geboren in Goirle, zoon van Anthonius Beckers en Johanna Gorp. Hij is gedoopt op 04-04-1809 in Goirle. Q256 is overleden op 02-03-1865 in Goirle, 55 jaar oud.
Jan trouwde, 38 jaar oud, op 28-07-1847 in Goirle met Maria Catharina de Rooij, 38 jaar oud. Maria is geboren op 01-06-1809, dochter van Antonie de Rooij en Catharina van Gorp. Maria is overleden in 1865, 55 of 56 jaar oud.
Jan Baptist was timmerman. adres B 116
Notitie bij Jan Beckers: Jan Bekkers was lid van jet gilde St. Joris
ingekomen den 20 julij 1846 tijdens Gôolse kermis
zijn dood schult betaalt maart 1865
De doodschuld is voldaan bij overlijden.
Jan is met gilde-eer begraven. zoon Antonie neemt vaders plaats in bij het gilde
Jan Baptist Beckers schiet zich met de kermis in 1852 tot Koning


1851 - Invoering gemeentewet
Na invoering van de gemeentewet van Thorbecke kreeg Goirle zijn eerste democratisch gekozen gemeenteraad bestaande uit 7 personen.
Burgemeester Woutherus van Gorp was naast burgemeester ook kastelein. Het café woonhuis stond aan de Kerkstraat nr 85. De raadskamer was in het café van de burgemeester.


1851 - 't Kattekèùltje in de Hèlle
Boerderij afgebroken 1950

1790 kinderen van Spaandonk
1830 antonii van Rooij
1910 Cornelis Meeuwesen
1950 Doris Roozen
tegenover 't Kattekeultje woonden
1790 Jan de Gruijter
1830 Gerard Bruers
1870 Peter Bruers / pachter Aug. de Vries 1883 afgebroken


Kattekèùltje. de Hellen


Bron: Sjef Hoogendoorn

1851 - Baojke Brock
Op 't Hôogènd.
langs de oude weg van het dorp naar het hôogènd.
tussen baojke en de Molen lag vroeger een brandkuil
dubbel woonhuis
café
weverij

aan oude Hôogèndse weg. Tegenwoordig oude Heertgang


baojke Brock op 't Hôogènd met de molen op de achtergrond


Bron: Sjef Hoogendoorn

1850 - Hoofdman. Nicolaas Philipsen
Nicolaas Philipsen zoon van Peter (Q176) Philipsen en Maria van Beeck. Hij is gedoopt op 29-03-1797 in Goirle. Nicolaas is overleden, 71 jaar oud. Hij is begraven op 29-01-1869 in Goirle.
Nicolaas trouwde, 30 jaar oud, op 02-02-1828 in Goirle met Johanna Burgers, 33 jaar oud. Johanna is geboren op 20-09-1794 in Goirle, dochter van Johannes Burgers en Johanna Maria van den Meijdenberg. Johanna is overleden op 31-03-1878 in Goirle, 83 jaar oud.
Notitie bij Nicolaas: Nicolaas Pzn. was lid van het gilde St. Joris
ingekomen in vaders plaats den 23 april 1837 na overlijden van zijn vader Peter Philipsen.
koomt in zijn vaders plats
zijn doodschult betaalt 23 april 1869
de doodschuld voldaan bij overlijden en met gilde-eer begraven.
Q200-Q236 trouwde, 30 jaar oud, op 02-02-1828 in Goirle met Johanna Burgers, 33 jaar oud. Johanna is geboren op 20-09-1794 in Goirle, dochter van Johannes Burgers en Johanna Maria van den Meijdenberg. Johanna is overleden op 31-03-1878 in Goirle, 83 jaar oud.
Op Verloren Maandag 1850 wordt Nicolaas Philipsen gekozen tot Hoofdman. Het balloteren gebeurd met Èrte en Bôone. Nicolaas blijft hoofdman tot aan zijn overlijden
Nicolaas Philipsen ( 1797-1869), Hoofdman 1850-1868, Zijn vader was reeds lid van het gilde maar ook de vader van zijn moeder Jan van Beek was bij het Gilde. Nicolaas boerde op het Ven en later op de Abcoven. Nicolaas was de vader van Johannes Philipsen, de latere burgemeester van Goirle.


Bron: Harry Appels

1850 - Claes Petersstede Abcoven. met brug over de Leij
1790 wed. van Oerle huurder : A. van Osch
1830 J. Willemse
1870 P. Willemse
1910. J. Willemse huurder M. van den Hout
door Brock
Jan Brock
CeesBrock
brug over de Leij. Abcovensedijk Abcoovensdèkske
Abcovensedijk 2, Goirle. Claes Peetersstede

De huidige boerderij dateert uit de 18de of begin 19de eeuw. Rond 1980 kreeg het een nieuwe bestemming en werd het pand tot woonhuis verbouwd. Hier bevond zich voor 1722 de boerderij van Antonius Crols, pastoor in Bavel. Hij erfde de boerderij van zijn moeder,die stierf in 1701; het ging dus om een 17de eeuwse boerderij. In 1722 woonde Claes Peeters van de Reijt in de boerderij en naar hem is de hoeve later, overigens pas in de zeventiger jaren,’Claes Peetersstede’genoemd. Na 1728 wordt de hoeve omschre­ven als ‘eene stede bestaande uyt huys, schuur, schop en bakhuis op d’Abcoven, suyt de Ley,oost, noort en west de straet’. De weg liep er dus met een boog omheen,vandaar dat de achterkant nu langs de weg staat. Waarschijnlijk is de boerde­rij ooit afgebrand. Samen met de bijgebouwen is het een bijzonder karakteristiek deel van de nederzetting Abcoven.


Boerderij van Door Brock anna 1960


Bron: Sjef Hoogendoorn

1849 - Reglement voor de aannemer van het gilde Sint Joris
Op dato den 8 januarij 1849
In naam de Hovelingen. In aan neming der Guld genaamd Sint Joris.

Art. 1: Den aannemer der Guld zal met deszelfs planzoen op eigen rekening laten maken. Den doel moet op een geregelde plaats gebragt
worden met des zelfs lengte van 55 passen.
Art. 2: Ieder Gulden broeder is gehouden om op alle kolfdagen 5 cent te verteren.
Art. 3: Den aannemer der Guld trekt voor ieder kolfdag eenen gulden en vijftig cents.
Art. 5: Wanneer eenen Guldenbroeder komt te overlijden moet hij een vat bier aan de Gulden broeders geven het welk door de knecht
moet worden af getapt waarvoor den overlijder moet betalen eenen Gulden.
Art. 6: Den aannemer der Guld moet aan ieder Gulde Zuster behoorlijke koffij geven met daar boter en mik waarvoor ieder Gulden Zuster
moet betalen 15 cents.
Art. 8: Den aannemer der Guld moet aan den Speelman eenen vatsoenlijken boterham geven.
Art.10: Bij ieder kolfdag zal voor de Hovelingen het bier worden ontstoken.
art.11: Den aannemer der guld zal op ieder kolfdag niet meer dan eenen welgeschikten tapper of helper mogen nemen als met toestremming der zelfde Hovelingen.
art.12: Den aannemer ser guld zal het bier op de lotdag en de maandelijkse bijeen komsten voor negen cents de lieter moeten geven en daar en boven moet op het bier geen aanmerkelijke valle te maken.
art.13: De aannemer des Guld zal bij ieder kolfdag of daags daar naan volgende zjn geld voor huisvesting door de hovelingen worden uit betaald.
art.14: Der aannemer der Guld zij het aflopen lot door de hovelingen en Gulden broeders een eind laten schieten waardoor hij zal ontvangen voor kooken met te leveren vrijje mostaard met gerief eenengulden alle Gulde broeders daar vertegenwoordig zijnde betaald zijn eigen gelag of hetgeen hij zal gebruiken.
art.15: Wanneer een Gulde broeder een pijp zal verkiezen zal hij aan den aannemer der Guld eenen halve cents per stuk betalen
art.16: Alle verteringen hoe ook genaamd zullen door de hovelingen worden voldaan.
art.17: Goedgekeurd door de hovelingen genaamd als volgt:
Cornelis van Gorp als hoofdman.
Wilhelmus Spijkers als koning.
Peter Snels als opper Deken.
Hendrikes Snels als tweden Deken.
Huibert Kamp als Vaandrik.
Francus Walschots als standaardrijder.
en met toestemming der Gulde broeders

Hoofdman: Cees van Gorp
Koning: Willem Spijkers


1847 - Memorie of waarschuwing wegens de gilde.
Hoofdman Cees van Gorp en koning Willem Spijkers stellen een aantal orde regels op.
1] het is verboden om op teerdagen elkaar te lasteren en uit te schelden. Ook vloeken en zweren wordt met 25 cent beboet.
2] Het bestuur verbiedt om tijdens teerdagen kinderen in de gildekamer toe te laten.
3) Als men tijdens vergaderingen en teerdagen glaswerk en ander gerief breekt moet men de kastelein direct schadeloos stellen.
4] Het is verboden bier te verbergen of buiten de gildekamer te brengen.
5] alle gewone en buitengewone geschillen worden door de hoofdman beslecht.
op 28 april 1847 is dit reglement voorgelezen.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1847 - Memorie of waarschuwing wegens de gilde St. Joris te Goirle. 1847
Memorie of waarschuwing wegens de gilde St. Joris te Goirle.
Hoofdman Koning en Dekens regeren de gilden zonder iemands tegenzeggen, volgens kaart en reglement.

Vervolgens wort ook stiptelijk zowel aan de hovelinge als aan de gildebroeders verboden, om op teerdage of andere bijeenkoomsten maalkanderen te lasteren verwijlen of injuriëren door vloeken zweren enz. op boete van 50 cente voor de hoofdelinge en 25 cent voor de gildebroeders, welk konttant of uijterlijk sanderredaags bij den hoofdman komen voldoen of of anders niet meer zal aangenomen worden en den boetpligtige voor onwillig worde verklaart.

De hoofdelinge verbieden stiptelijk aan alle gildebroeders om op teerdage geen kienders in de gildekamer te laten komen, als wel uijt groote nootsakelijkheid.

De hoofdelinge gelaste aan alle gildebroeders wanneer zij op de teerdage of andere vergaderdagen glazen of ander geriefve breke of beschadigen om dadelijk den hospes daar voor schadeloos te stellen zoo als de condiesie van de aanbesteding vermelt.

De hoofdelinge verbiede ook de gildebroeders om op de teerdage volstrekt geen bier te verberge of duijte het gilde huijs te brengen.

de hoofde hebben besloote om 's middags om 12 uure te begiennen en 's avons om 9 uure te eijndigen en uiterlijk een uur daarna gezamenlijk eijt het gildehuis te vertrekken.

Eijndelijk alle gewone en buijtegewone verschillen welk niet in het reglement zijn aan gehaalt zullen vervolgens art 18 uit het reglement door de regeerende hoofde worden gedecideerd worden.

Voorgelezen aan alle gildebroeders den 28 april 1847.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1846 - Koningschieten. Wilhelmus Spijkers
Wilhelmus (Q234) Spijkers -4*-st.J is geboren op 23-04-1815 in Goirle, zoon van Wilhelmus (Willem) (Q198-Q224) Spijkers en Johanna Maria de Rooij. Q234 is overleden op 04-08-1880 in Goirle, 65 jaar oud.
Willem Spijkers trouwde, 21 jaar oud, op 05-01-1837 in Goirle met Maria Peijnenburg, 24 jaar oud. Maria is geboren op 23-10-1812 in Goirle, dochter van Petrus Peijnenborg en Adriana Hamers. Maria is overleden op 02-08-1857 in Goirle, 44 jaar oud.
Notitie bij Q234: Willem W.zn. was lid van het gilde St. Joris
Willem Spijkers heeft zijn dood schult betaalt in zijn leven den 5 september 1880.
Willem heeft vlak voor zijn overlijden afscheid genomen van het gilde. Toen de nabestaanden de doodschuld voldeden was Willen overleden.
Q234 trouwde, 21 jaar oud, op 05-01-1837 in Goirle met Maria Peijnenburg, 24 jaar oud. Maria is geboren op 23-10-1812 in Goirle, dochter van Petrus Peijnenborg en Adriana Hamers. Maria is overleden op 02-08-1857 in Goirle, 44 jaar oud.
Willem Spijkers de Jonge. Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld, 2 gulden, voldaan: 29 september 1836 Zijn doodschuld voldaan bij leven: 5 september 1860
Toen Maria Peijnenburg in 1857 overleed bleef Willem alleen achter met 6 kinderen in de leeftijd van 1 tot 14 jaar. hij is nooit meer hertrouwd.
In 1846 schiet Willem Spijkers tijdens de kermis zich tot koning van het gilde Sint Joris
Van Willem is geen koningsschild bekend.
beroep Linnenwever


Bron: Harry Appels

1846 - Boerderij oerlemans
Boerderij op de hoek Dorpsstraat / Kloosterstraat


boerderij Oerlemans aan de Dorpsstraat


Bron: Sjef Hoogendoorn

1846 - Boerderij van Helmus Bruers aan de kerkstraat
Op de hoek van de Rielsedijk met Kerkstraat stond de Boerderij van Helmus Bruers


Boerderij Helmus Bruers aan de kerkstraat


Bron: Sjef Hoogendoorn

1845 - Hoofdman. Cornelis van Gorp
Cornelis (Adrianus Q188-Q232) van Gorp is geboren in 1799 in Goirle, zoon van Adrianus Cornelis (Q128) van Gorp en Ida Heestermans. Hij is gedoopt op 01-04-1799 in Goirle. Cornelis is overleden op 03-06-1863 in Goirle, 63 of 64 jaar oud.
(1)Cornelis van Gorp trouwde, 26 of 27 jaar oud, op 15-04-1826 in Goirle met Petronella Kuijpers, 22 jaar oud. Petronella is een dochter van Willem Kuijpers en Adriana den Ouden. Zij is gedoopt op 23-08-1803 in Tilburg. Petronella is overleden op 29-10-1831 in Goirle, 28 jaar oud.
(2)Cornelis van Gorp trouwde, 32 of 33 jaar oud, op 27-10-1832 in Goirle met Johanna Maria smulders, 35 of 36 jaar oud. Johanna is geboren in 1796. Johanna is overleden in 1846, 49 of 50 jaar oud.
Notitie bij Cees van Gorp: Cees was lid van het gilde st. Joris
ingekomen op de feestdag van St. Joris 23 april 1823
zijn inkomgeld betaald somma 1 - 10 - 00
geen gegevens over doodschuld
Cees Snels schiet zich tijdens de kermis van 1817 tot Koning van het gilde.
in 1845 wordt Cornelis aansluitend aan zijn koningschap Hoofdman van het Gilde St. Joris
Tijdens de vergadering op Verloren Maandag wordt Cees van Gorp gekozen tot hoofdman van het gilde Sint Joris.

Cornelis van Gorp ( 1769-1851), Hoofdman 1845-1850, kwam uit een echte Gilde-familie. Zijn vader adriaen ( geboren 1724), daarnaast Cornelis Huijsmans die getrouwd is met een zuster van zijn vrouw, Petrus Petrus van Gorp( ook een volle neef van hem trouwens) die getrouwd is met een andere zuster van zijn vrouw, Adriaan Huijsmans ( geboren 1790) die tegen hem oom zegt en een zoon is van voornoemde Cornelis Huijsmans, een oom van zijn vrouw namelijk Willem Spapen ( 1718 geboren), Cornelis van Gorp ( geboren 1728) die een aangetrouwde oom ( maar ook een eigen oom van hem) van Maria Catharina Spapens, zijn vrouw, is; Peter van Gorp ( 1723 geboren) eveneens een aangetrouwde oom aan vrouwszijde ( maar ook een eigen oom want twee broers van zijn vader zijn met twee(half-) zusters getrouwd !!), al deze mannen waren lid van het Gilde.
Cornelis van Gorp, de Hoofdman, boerde op het Dorp maar stond als jonggetrouwde man geboekt als 'arbeijder'. Pas vanaf de dood van zijn schoonvader landbouwer Cornelis Spapen krijgt Cornelis van Gorp de betiteling bouwman.


Bron: Harry Appels

1843 - Grenspaal op Nieuwkerk
Deze grenspaal staat naast de Aelse Leij op minder dan 100 meter voor de oude grenskerk die we tegenwoordig kennen als St. Janskapelletje op Nieuwkerk
De oude Oostenrijkse grenzen zijn na de Vrede van Munster in 1648 bepalend geweest voor het ontstaan van Staats Brabant. Zo werd Poppel en Goirle gescheiden door een gescheiden jurisdictie. Dit was ook de reden geweest voor het bouwen van de Tilburgse en Goirlese grenskerk.

Na de onafhankelijkheidsverklaring in 1839 van België werden de zuidelijke en Noordelijke Nederlanden voorgoed gescheiden. Goirle en Poppel werden gescheiden door een landsgrens. Dit betekende 'ongekende mogelijkheden' voor de Gôolse en Poppelse smokkelaars. We denken dan aan vee, sjèk , en boter. Ook in de 2e wereldoorlog heeft de grens met Goirle een belangrijke rol gespeeld met het overzetten van vluchtelingen en vliegeniers die in Nederland door de Duitsers waren neer gehaald. Tijdens de bevrijding in 1944 was Goirle 2 weken oorlogsfront.
Op 8 augustus werd de overeenkomst ondertekend waarin de definitieve grenzen werden vastgelegd. Op belangrijke punten, bijvoorbeeld kruisingen met riviertjes werden gietijzeren palen geplaatst zoals op de pentekening is weergegeven. Tussen de ijzeren grenspalen werden op gelijkmatige afstanden arduinen vierkante palen geplaatst.
Rond 1960 lag naast brug over de Aelse Leij nog een Oostenrijkse grenssteen.


grenspaal bij de brug over de Maelse Leij


Bron: Sjef Hoogendoorn

1843 - Molen van Leonard Couwenberg aan de Rielseweg


beltmolen, bovenkruier de Wilde


Bron: Sjef Hoogendoorn

1839 - Hoofdman. Peter Verstede
Peter J.zn Q136-Q206) Versteeden is geboren omstreeks 1777, zoon van Johannes [Jan] (Q089) Versteeden en Joanna Maria (Jenne) van den Broek [Broeck. Peter Versteeden is overleden op 06-01-1845 in Goirle, ongeveer 68 jaar oud.
(1) Peter Versteeden trouwde, ongeveer 21 jaar oud, op 05-02-1798 met Anna Maria Gijsbert Witlox, 35 of 36 jaar oud. Anna is geboren in 1762 in Moergestel, dochter van Gijbert Witlox en Johanna Cuijk. Anna is overleden op 23-01-1837 in Goirle, 74 of 75 jaar oud. Anna is weduwe van Hendrik Peter (Q074) van Dun -2*-st.J. (1720-1796), met wie zij trouwde op 03-09-1792 in Tilburg.
(2) Peter Versteeden trouwde, ongeveer 60 jaar oud, op 30-08-1837 in Hoge en Lage Mierden met Maria Maria Verhagen, 32 jaar oud. Maria is geboren op 25-03-1805 in Hoge en Lage Mierden. Maria is overleden op 14-03-1869 in Goirle, 63 jaar oud.
Peter Versteden: beroep; 1826; bakker / 1845; grutter
adres: heertgang Kerk nr 32
Peter is lid van het gilde Sint Joris.
Ingekomen in vaders plaats op 25 mei 1798. / Doodschuld voldaan bij overlijden
in zijn vaders plaets
Peter is op 25 maart 1835 door de voltallige vergadering gekozen tot Hoofdman.
Hij is als Hoofdman begraven met gilde-eer den 25 meij 1798 in zijn vaders plaets
zijn doot schult betaalt den 20 januarij 1845
Tijdens de vergadering op Verloren Maandag wordt Peter Versteden gekozen tot hoofdman van het gilde Sint Joris.
Peter Versteede ( 1776-1845) is na Peter Jan Damen Hoofdman van 1839-1844. Hoewel Peter in 1776 in Goirle werd geboren zijn de ouders uit Moergestel en Tilburg afkomstig. Jan Versteden, zijn vader, dreef in de Heertgang Kerk een uitspanning en was lid van de Sint Joris Gilde. Jan had nogal eens kwestie met zijn leveranciers. Zo spande Theodorus Wijlakker, koopman te Rotterdam, namens de firma H. Peijmans en Th. Wijlakker, contra Jan Versteden te Goirle, een proces aan in 1776 betreffende de betaling van geleverde drank.
en Johan Adriaan van Meurs, procureur, als gemachtigde van Evert Levedag te Gorinchem in 1785 een proces tegen dezelfde Jan Verstede te Goirle betreffende de betaling van tabak.
Peter zelf begon als wever maar omstreeks 1812 zien we hem vermeld staan als bakker. Nog altijd in de wijk Kerk.


Bron: Harry Appels

1839 - Koningschieten. Cornelis Snels
Cornelis (q195 Q231) Snels is geboren op 25-08-1798 in Goirle, zoon van Andries (Q181) Snels en Linkels. Hij is gedoopt op 25-08-1798 in Goirle. q195Q231 is overleden op 27-09-1841 in Goirle, 43 jaar oud.
Cornelis Snels trouwde, 31 jaar oud, op 08-05-1830 in Goirle met Petronella van de Pol, 31 of 32 jaar oud. Petronella is geboren in 1798 in Goirle, dochter van Cornelis van de Pol en Anna Maria Couwenberg. Zij is gedoopt op 30-01-1798 in Goirle. Petronella is overleden op 29-10-1869 in Goirle, 70 of 71 jaar oud.
Notitie bij Cornelis Snels : Cees A.zn. was lid van het gilde St. Joris
ingekomen den 24 april 1836.
komt in zijn vaders plats. ( Cees treedt in vaders plaats als Vader Andries niet is overleden)
zijn doot schult betaald den 26 april 1842
De nabestaanden hebben de doodschuld betaald op de naamdag van St. Joris
Cees is met gilde-eer begraven op het kerkhof naast de kerk St. Jan en met gilde-eer begraven
In 1839 schiet Cees Snels de koningsvogel tijdens Gôolse Kermis. Hij is voor 6 jaren Koning
O 19-01-1817 Cornelis Snels † 31-03-1880
Ingekomen in het gilde in vaders plaats: 23 april 1836 Zijn doodschuld voldaan: 26 april 1842
Cornelis P.zn Snels zoon van Peter Snels en Johanna Laurijssen.Johanna is de dochter van Willem Laurijssen en Petronella Beckers. Peter Snels sr. was vanaf 1819 tot aan zijn overlijden in 1850, samen met zijn broer Hendrik, die tevens zijn buurman was, lid van het gilde Sint Joris.
O Peter Snels sr. † | x 19-02-1786 | O Anna Maria Smulders †
Cornelis Snels schiet koning.1839. De locatie is niet precies bekend maar het koningschieten was in die jaren in de omgeving van Hoogeind en Wilteind


1839. Koningschild van Cees Snels


1837 - Boerderij van; Luijten - Philipsen - Vermeer
Tegenover de Kerk op de hoek van de doorsteek naar de Tilburgseweg stond de boerderij van J.B. Vermeer. Die familie waren niet bepaald de eerste bewoners maar wel de laatste . Ook deze boerderij moest wijken voor de planologen die ons dorp onherstelbaar verminkt hebben.

In de huizenlijst uit 1790 stond Cornelis Luijten genoteerd als eigenaar van een ‘behuizing’ aan de Kerkstraat die later Bergstraat ging heten.
De familie Luijten was vanaf 1740 tot 1850 verbonden aan het gilde St. Joris. Willem Luijten (Q244) zal in het midden van de 19e eeuw de rij van gildebroeders sluiten. Mogelijk is hij met onmin vertrokken want hij betaalde, geheel in strijd met de traditie, geen doodschuld waarmee hij de deur dicht gooide voor zijn familie na hem.
De uit Weelde afkomstige Maegiel Luijten (Q018 | 1710-1799) was in 1715 in Tilburg getrouwd met Maria Cornelis Brouwers (1702-1779). Hij werd als één van de eerste ingeschreven in het ingebonden gildeboek
Hij zou echter geen lid blijven tot aan zijn overlijden.” De dato den 27 september 1768” betaalde hij zijn doodschuld. Zijn zoon Joannes Baptista Luijten was ook gildebroeder ij St. Joris. We lezen in het gildeboek:
“Ontfange het in koom gelt 29 september 1772, somma 1 gulden en 10 stuivers”. Jan Luijten was getrouwd met Cornelia Ansems (~1735-1796). Ook Jan betaalde zijn doodschuld bij leven, vier jaar voor zijn overlijden.

Cornelis Luijten (Q117 | 1751-1818) woonde in het 1790 tegenover de kerk op de plaats waar in 1967 de boerderij van Vermeer werd gesloopt. (zie de afbeelding) Hij was getrouwd met Maria van Aelst (1770-1891), geboren in Goirle kwam zij op 21 jarige leeftijd in 1791 te overlijden na de geboorte van het kind Adriaan. Ook Adriaan zal niet oud worden, het kind overleed op 15 december1791, hij werd slechts 37 dagen oud. Zo bleef Cornelis zitten met 3 kinderen. Zoals in die jaren zeer gebruikelijk was werd een moeder gezocht voor de nog zeer jonge achterblijvende kinderen. Binnen het jaar hertrouwde Cornelis met de 20 jarige Cornelia de Rooij (1772-1835). Uit dit huwelijk werden nog 6 kinderen geboren waarvan 2 zeer jong gestorven zijn.
Als Cornelis Luijten in 1818 komt te overlijden blijft de weduwe met kinderen wonen aan de Kerkstraat (later de Bergstraat). Als ook Cornelia is overleden in 1837 werd de boerderij verkocht.
Koper is gildebroeder Nicolaas Philipsen (Q200-q239 | 1797-1869). Nicolaas (a) was getrouwd met Johanna Burgers (1796-1878).
Voor de volledigheid gaan we even terug naar de stamvader Nicolaes Philipsen.
De uit Udenhout en Tilburg afkomstige familie Nicolaes Philipsen (1731-1797) gehuwd met Johanna Cruijssen (1735-1797) vestigden zich in 1778 in Heergang ’t Ven. Daar pachten zij een boerderij van de Tilburger Adriaan Smulders (1789-1812)
Later zal Nicolaas Philipsen de boerderij aan de Rielseweg kopen van de familie Smulders. De boerderij op ‘t Ven stond aan de rechterkant van de Rielseweg een 200 meter voor d’n Brem. Bij de boedelscheiding na het overlijden van Peter Philipsen komt het ouderlijk huis in het bezit van de dochter Johanna Maria die getrouwd was met Andries Santegoets.
Het echtpaar Nicolaas Philipsen Cruijssen had 3 Kinderen.
-> 1] dochter Petronella (1766-1799) die getrouwd was met Cornelis Janssen (o ~1766).
-> 2] zoon Jan Baptist (1769-1859) getrouwd met 1e huwelijk Petronella van Erven (1766-1820, 2e huwelijk met Johanna Janssen (1782-1833).
->3] zoon Peter Philipsen (Q176 | 1768-1837) getrouwd met Maria van Beeck (1765-1827)..
Nicolaas Philipsen overleed in 1797 en zijn vrouw Johanna Cruijssen in 1797. Hun zoon Peter [3] was getrouwd met Maria van Beeck en kregen 8 kinderen waarvan er drie zeer jong zijn overleden. Peter was een gildebroeder die in het gilde kwam op de naamdag van St. Joris 23 april 1819. Het inkomgeld bedroeg 1 gulden vermeerderd met 10 stuivers voor het loon van de knecht.
Peter Philipsen zal tot aan zijn dood in 1837 lid blijven van het gilde. Hij werd vanuit zijn boerderij op ‘t Ven door zijn gildebroeders met gilde-eer begraven op het kerkhof naast de kerk. Twee zonen traden in vaders plaats na het overlijden van Peter Philipsen. Nicolaas (a) en Adriaan (d) betaalden op 23 april 1819 hun inkomgeld, zijnde 1 gulden en 10 stuivers.
Zoals we in het begin al gelezen hebben kocht Nicolaas (a) de boerderij aan de Kerkstraat van de fam. Luijten. Hij trouwde in 1828 met Johanna Burgers (1794-1828), zij kregen 2 zonen en 2 dochters. Één dochter kwam op 16 jarige leeftijd in 1844 te overlijden en Johanna (1840-1904) trouwde in 1862 met, de onder de rook van de toren van de St. Jan geboren Godefridus Vermeer (1837-1921). De twee broers, Jan en Peter bleven ongetrouwd. Peter kocht een boerderij aan de Tilburgseweg op ‘d’n Kaojenhoek’ waar later na sloop gildebroeder Jan Baptist Hoogendoorn zijn smederij / garage vestigde.
Johannes Philipsen, die in het ouderlijkhuis aan de hedendaagse Bergstraat bleef wonen zou het verder schoppen in het leven. Hij werd in 1883 burgemeester van de gemeente Goirle en zou dat tot kort voor zijn dood in 1908 blijven.
De nalatenschap van burgemeester Philipsen ging naar zijn zus en broer, de ongehuwde peter uit ‘d’n Kaojenhoek’ en Johanna Philipsen getrouwd met Godefridus Vermeer. Zo kwam in 1908 de boerderij tegenover de St. Jan in het bezit van de familie Vermeer. Johanna was in 4 jaar eerder al overleden zodat de weduwnaar Godefridus op de boerderij kwam te ‘boere’. De zoon Peter Vermeer (1879-1933) kreeg de boerderij in eigendom, Peter was in 1920 getrouwd met Adriana van Gorp (1889-1933). Adriana was de dochter van Jaon van Gorp en Maria Hendrickx. Peter en Adriana kregen 7 Kinderen waarvan er verschillende gingen boeren.
-> Zoon Pietje Vermeer getrouwd met Johanna van Roessel trokken naar de Rielseweg nr 10. Met de uitbreidingsplannen van ’t Ven moesten zij vertrekken uit Goirle. Ze bouwden een nieuwe boerderij in Gilze.
-> . Zoon Frie Vermeer (Q503 |1924-1999), Lid van het gilde St. Joris, was getrouwd met Clara de Jong van de Sasboer uit Alphen. Zij gingen boeren aan de Oude Kerkstraat in de boerderij van Janus van Gorp en Maria Hendrickx . In 1969 verlaat Frie de boerderij die ondertussen geheel omsloten was met nieuwbouw, zij gingen boeren in Heeze [Leende]. Frie kwam door een noodlottig ongeluk om het leven. Hij is met Gilde-eer begraven.
-> zoon Toon Vermeer (1930-2015) trouwde met Johanna (Sjaan) Schoenmakers. Toon bleef op de boerderij van het ouderlijk huis aan de Bergstraat tot het oude centrum van Goirle werd gesaneerd. Toon bouwde een nieuwe boerderij aan de Poppelseweg ter hoogte van ‘d’n Hôoge Vônder’. De boerderij aan de Bergstraat viel ten prooi aan de slopershamer en moest plaats maken voor nietszeggende hoogbouw. Zo verdween een karakteristiek beeld van het oude centrum waar ooit de kiosk centraal in het midden stond.


boerderii aan de Bergstraat van Toon Vermeer ~1965. met op de achtergrond het oude gemeentehuis


Bron: Sjef Hoogendoorn

1836 - Koningschieten. Peter Jan Daamen
Peter Jan (Q129-q204) Daamen is geboren omstreeks 1770, zoon van Johannes Damen en Johanna de Groot. Hij is gedoopt op 14-10-1769 in Tilburg. Peter Damen is overleden op 23-08-1839 in Goirle, ongeveer 69 jaar oud.
Peter Daamen trouwde, ongeveer 24 jaar oud, op 12-05-1794 in Goirle met Maria Catharina Luijten, ongeveer 24 jaar oud. Maria is geboren omstreeks 1770, dochter van Joannes Baptista (Q065) Luijten -3*-st.J. en Cornelia Anssems. Maria is overleden op 11-02-1845 in Goirle, ongeveer 75 jaar oud.
Notitie bij Peter Daamen: lid van het gilde St. Joris
ingekomen 23 april 1796 - doodschuld voldaan 5 sept. 1839.
tot hoofdman verkozen: Verloren Maandag 1809
begraven op het kerkhof aan de kerk met gilde-eer
zijn doodschuld betaald bij overlijden en zijn doodschuld voldaan
Peter is landbouwer op ’t Ven 159.
Tijdens de kermis van 1710 schiet Peter Damen zich op maandagmiddag op 't Hoogeind tot koning.
Het koningsschild is in 1836 door Peeter Daamen hergebruikt.
wordt ook geschreven als Daemen
Peter Daamen schiet koning en gebruikt een schild van een familielid uit de 18e eeuw. Peter was welgesteld en boerde op het Hoogeind, en kon lezen en schrijven.

Peter Jan Damen, deze Tilburger die door zijn vrouw met Maria Catharina Luijten, wees van haar vader, in 1794 met zijn neus in de boter valt en meteen kan gaan boeren op het Hoogeind wordt in 1818 de nieuwe Hoofdman. In Gilze-Rijen leeft dan nog steeds de inmiddels stokoude Jan Baptist Jan Brouwers. En ja, de oude Brouwers is de aangetrouwde oom van Maria Catharina Luijten. De moeder van Maria Catharina is Cornelia Peter Ansems en haar zuster Elisabeth Peter Ansems is de tweede vrouw van onze Jan Baptist Jan Brouwers.
Peter Jan maakt ook op politiek vlak een snelle start in Goirle, reeds op het register van de "teekenaaren voor de waapenen " van 24 januari1799 staat voor deze persoon: huisnummer ( Ven) 138, 30 jaar, municip.( = gemeenteraadslid) getrouwd, 2 kinderen. Peter Jan bleef hoofdman tot aan zijn dood in 1839. Zie ook bij de Koningen (1836).


dwtail uit de kaart van hendrik Verhees 1790


Bron: Harry Appels

1836 - Uit de guld wegens onvermogen
Adriaan Adriaan (Q166) van Gorp -11- st.J. is geboren op 11-12-1794 in Goirle, zoon van Adriaan (Q130) van Gorp. -7-st.J. en Johanna Maria Brenders. Q166 is overleden op 27-10-1860 in Goirle, 65 jaar oud.
Adriaan trouwde, 23 jaar oud, op 13-01-1771 in Tilburg met Maria Catharina van Erven, 21 jaar oud. Maria is geboren op 24-01-1792 in Goirle, dochter van Cornelis van Erven en Anna Elisabeth Vekemans. Maria is overleden op 19-12-1846 in Goirle, 54 jaar oud.
Kinderen van Q166 en Maria:
1 Adriana van Gorp, geboren in 1815 in Goirle. Adriana is overleden op 24-02-1819 in Goirle, 3 of 4 jaar oud.
2 Johannes (Q346) vaN Gorp -18- st.J., geboren op 12-02-1820 in Goirle. Q346 is overleden op 14-03-1898 in Goirle, 78 jaar oud.
Notitie bij Q346: Jan J. was lid van het gilde St. Joris.
ingekomen 9 september 1886
niet zijn doodschult betaalt 1886.
Q346 trouwde, 24 jaar oud, op 25-01-1845 in Goirle met Anna Catharina Peijnenburg, 34 jaar oud. Anna is geboren op 26-11-1810 in Goirle. Anna is overleden op 31-08-1868 in Goirle, 57 jaar oud.
3 Adriana van Gorp, geboren op 23-10-1822 in Goirle. Adriana is overleden. Adriana trouwde, 26 jaar oud, op 09-11-1848 in Goirle met Peter (Q279) Smulders. -1*-st.J., 24 jaar oud. Q279 is geboren op 14-09-1824 in Goirle, zoon van Adriaan Smulders. en Maria Anna Brouwers. Q279 is overleden op 11-05-1912 in Hilvarenbeek, 87 jaar oud.

Notitie bij Adriaan: Adriaan de jonge was lid van het gilde St. Joris Goirle
ingekoomen den 23 april 1819 dato 1 - 10 - 00
blijft uijt de gilden van onvermogen
Adriaan heeft geen doodschuld betaald.
beroep: linnenwever
adres Kerk 40

Adriaan Corneelus van Gorp ingekomen den 23 april 1819. Blijft uijt Gulde van onvermoogen den 10 september 1836
niet duidelijk is de reden. Mogelijk was het een niet betaalde pachtsom, in gebreken blijven met het betalen van het gelag of werd de aannemer van het gilde niet betaald. Duidelijk is dat hij moet vertrekken met als zwaarste sanctie dat zijn zonen en kleinzonen niet mer in de guld mochten komen.


1832 - Kadaster
1 okt. 1832
Het kadaster wordt ingevoerd.
In 1843 verschijnen de eerste kadastrale kaarten van de Gemeente Goirle. Hierop is voor het eerst de gronden die het Gilde in zijn bezit heeft inzichtelijk gemaakt. Een groot deel was toen al verloren gegaan bij het confisqueren van katholieke goederen tijdens de inlijving van de Meierij bij Staats Nederland. Bij de teruggave van de geconfisqueerde gronden is niet alles weer in het bezit gekomen van het gilde.


1760 Kaart van Diederik Zijnen. Archief Tilburg


detail kaart Hendrik Verhees 1790


1832 - De' Wilt' | 1832 | kadasterkaart waarop aangegeven grondbezit St. Joris
Met het intekenen van de kadastrale kaart met legger wordt duidelijk wat het Gilde nog in bezit heeft aan gronden

*_] nr.13. | Doelenakker.
gelegen in de herstalle aan de 'Wittedijk' is het oudste bezit van het gilde. In de 17e eeuw behoren deze bezittingen tot goederen die samen met de kerkelijke goederen worden geconfisqueerd. De Doelakker heeft onderdeel uitgemaakt van het grondbezit rond de Schutsboom (1760) Op het perceel nr.13 hebben de doelen gelegen. De doel was een rug van heiplaggen die gekeerd werden gestapeld. Hiervoor kwam het 'wit' (kleibak met blazoen) te staan.
*_] nr.254. | De Guldakker (de guldèkker)
Tot eind 16e eeuw was dit terrein een heideveld waarop ook koning is geschoten. Later is dit perceel ontgonnen en verpacht. In het begin van de zestiger jaren is de 'Guldèkker' verkocht aan de gemeente Goirle. Op de Guldèkker werd de kerk van de H. Geest gebouwd.
*_] nr.256. | Perceel akkerland aangekocht in de 19e eeuw.
*_] nr. 96/97. | bouwland gelegen aan 'het Wiltpadje' Oudste vermelding 1830. Deze percelen werden door St. Joris in eigen beheer bebouwd. Later zien we dat ook deze gronden worden verpacht.


kaart van de 'de Wilt'


Bron: Sjef Hoogendoorn

1831 - Verpachten gilde aan kastelein
De functies met een taak in het gilde werden voor een bepaalde periode verpacht. De hoogste bieder kreeg de functie toegewezen. De functies, Vaandrig, standaardrijder en aannemer van de Guld gingen naar de hoogste bieder.
De Guld wordt in 1831 gepacht door Jan Baptist van Gils en vertrekt van het Hoogeind, café Damen, naar een nieuw gildehuis in de Dorpsstraat.
De aannemer werd; De kinderen van Gils.
Gildekamer: de Kinderen van Gils (hoek Dorpstraat-Tilburgseweg)
Hoofdman: P. Damen
Koning: Adriaan van Gorp


Het gildehuis Herberg de kinderen van Gils. op de hoek Dorpsstraat Tilburgseweg


1830 - Belgische opstand
1830 - 1839
Goirle was in staat van beleg. Er lagen 1000 Nederlandse militairen. Tilburg was garnizoensstad.
De kerktoren van sint Jan werd als uitkijkpost gebruikt. De toren is beschoten en de grote klok liep zware schade op. De klok was gescheurd. Er is later een nieuwe gegoten.
De eerste gevechtshandelingen vonden plaats op Nieuwkerk. In Poppel is slag geleverd.


grenspaal nabij St. Janskapel nr 211


Tiendaagschen Veldtocht. 6 augustus 1831


Bron: Sjef Hoogendoorn

1829 - Bezoek Koning Willem II
Op 29 juni 1829 bracht Koning Willem II een bezoek aan Goirle tijdens zijn doorreis naar Turnhout. Hierbij had hij een bezoek gebracht aan de textielfabriek van Diepen op Korvel. De weersomstandigheden waren bar. De koets was vast komen zitten op het Laar in Tilburg. De boeren van 't Laor hebben de koets losgetrokken maar daardoor kwam Willem veel later in Goirle aan dan verwacht. De Goirlese bevolking inclusief het Gilde Sint Joris hebben uren staan wachten in de stromende regen bij het café van Jan Baptist van Gils (hoek Dorpstraat, Tilburgseweg). Toen Willem arriveerde werd hij door de burgemeester ontvangen met de woorden: "Eèrme sukkelèèr, dè ge d'r zèèt durgekoome? Ik hèp de guld mar nòr hèùs gestuurd, want ik hà oe niemer verwocht!"


Koning willem 2 1831 10-daagse veldtocht.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1828 - Thomas van Diessen. Graven van Thomas en Pietje op kerkhof
Thomas Diessen is geboren op 11-10-1828 in Goirle, zoon van Jan Baptist Diessen en Anna Elisabeth Maas. Thomas is overleden op 25-09-1892 in Goirle, 63 jaar oud. Thomas trouwde, 29 jaar oud, op 24-04-1858 in Goirle met Petronella van de Laar, 24 jaar oud. Petronella is geboren op 18-12-1833 in Goirle, dochter van Jan Baptist van de Laar en Allegonda Gorp. Petronella is overleden op 10-02-1900 in Goirle, 66 jaar oud.


Honderd jaar geleden, op 25 september 1892, overleed Thomas van Diessen. In de Tilburgsche Courant van 29 september van dat jaar staat bij wijze van in Memoriam de door pastoor de Wit tijdens de plechtige uitvaart uitgesproken grafrede afgedrukt. Hij roemt de overledene als beste parochiaan en grootste weldoener en prijst met name zijn inzet voor de Goirlese Jeugd: 'Wij zwijgen van zijn onuitputtelijke liefdadigheid, die hulp verleende, waar deze werd ingeroepen; wij zwijgen van zijne overvloedige bijdragen voor de Katholieke Missiewerken, van zijn heilvollen arbeid als medeoprichter en ijverig lid van de Vincentius-vereeniging, om meer uitdrukkelijk te vermelden, wat hij voor 't heil der jeugd van zijn geliefde Goirle verricht heeft'. Op het einde van zijn rede merkt hij op: 'Hoe heeft een man zoveel goeds tot stand kunnen brengen? Was hij van voorname afkomst, rijk, wetenschappelijk? O neen! Een eenvoudige werkman was hij van afkomst, armer dan arm, blind aan één oog, ongeletterd; maar toegerust met een levendig geloof, bezield met stalen werkkracht, blakend van onvermoeiden ijver, daarbij in alles geleid door heldhaftige zelfopoffering. Aardsche goederen verachte hij, maar toch zwoegde hij om ze te verwerven, ten einde ze dienstbaar te maken aan zijn levensdoel, de godsdienstige vorming der jeugd. Voor het oog der wereld was Thomas met zijn eenvoudige, bijna zeiden wij nietig uiterlijk, een onbeduidend man; maar ik noem hem een Machtig werktuig der Goddelijke Voorzienigheid tot heil van onze gemeente. Wij noemen hem een Vincentius, wij noemen hem een heilige.
Norbert de Vries.


Grafmonumenten van Thomas van Diessen en Petronella van de Laar


graf van Thomas van Diessen en Pietje van de Laar


Bron: Norbert de Vries

1827 - De guldkiest [gildekist]
In d'n doel stond vroeger de gildekist. Hierin werden reglementen en andere zaken bewaard. De kist heeft in een eerder leven als knechtenkist gediend, Cees Brock vertelde dat het zijn knechtenkist was ten tijde dat hij bij een boer in de kost was.
In Goirle was de grond schraal en we kenden vele 'woeste gronden' met zandverstuivingen en uitgestrekte heidevelden. Het waren in Goirle 'keuterboerkes meej 'n gèèt en veul èrremoej'. Voor de zonen was er dikwijls onvoldoende werkgelegenheid. Die jonge boeren werden uitbesteed en gingen bij een boer in de kost. Dat gebeurde ook met de dochters, zij gingen in de kost en gingen dienen bij een familie of boerenbedrijf.


gildekist Van staat in 't Smiske.


1827 - Reglement van de gilde van Sint Joris te Goirle 1827
Reglement van de gilde van Sint Joris te Goirle
Art. 1: Hoofdman en Dekens regeeren de gilde zonder iemands tegenzeggen volgens kaart en reglement.
Art. 2: De kadet en vaanderik assisteeren de hoofden der gilde en houden de eerste stem naast dezelve.
Art. 3: In de van 5 teerdaagen, zoo als de kaart vermeldt zullen er maar twee onderhouden worden ten 1e St. Jorisdag, dan zal er eene solemneele Mis geschieden om 9 uren 's morgens voor de overledene der Gilde, daar alle gildebroeders in schuttershabijt dat is in zwarte onderkleeren zwarte kousen en witte das zullen moeten tegenwoordig zijn daags te vooren zullen de gildebroeders door den knecht worden aangezegd op welk uur zij in de gildekamer moeten zijn om gezamenlijk naar de kerk te trekken om in de kerk gaan offeren zoo als gebruikelijk is.
Art. 4: Iemand belet zijnde te compareren het zij door ziekte of andere voldoende reden zal zich daags te voren aan de hoofden der gilde moeten laten aangeven.
Art. 5: Het wordt stiptelijk verboden aan alle gildebroeders om op de bijeenkomsten malkanderen te lasteren verwijten of injureeren door vloeken zweeren enz. op boete van vijf stuiver contant te betalen ten voordelen der Gilde.
Art. 6: Alle gildebroeders zullen gehouden zijn om op St. Jansdag met de flambeau in de kerk te komen in schuttershabijt ieder op zijnen post twee tegen malkanderen deftig door de kerk gaan op boete als voor.
Art. 7: De gildebroeders zullen gehouden zijn als het hun van wege de regeerende geordeneerd is op de eeste zondagen van de maand en op de Lievrouwe dagen in de processie te gaan met eene flambeau in de hand voor elken dag dat zij daaraan niet voldoen zullen zij betalen eenen stuiver boeten ten voordelen de gilde.
Art. 8: Een gildebroeder of zuster afgestorven de gilde verzorgt worden van dezelve teraarde te bestellen dan zullen al de gildebroeders daags voor de uitvaart door de knecht der gilde aangezegd worden, op wat uur zij aan het lijkhuis moeten zijn in schutters habijt met eenen goeden rouwmantel en zullen zich ordelijk gedraagen op straat zich in twee reijen voegen om den rouw. Op het kerkhof daar door te laten passeeren die in het lot van den overledenen woonende die zullen het lijk naar het kerkhof dragen dan zullen al de gildebroeders deftig mis hooren en op hunnen tijd gaan offeren als van ouds op boete als voor. Het sterfhuis zal daar voor verpligt zijn een vat bier te geven, hetwelk dien zelfdendage om twee uuren zal ontstoken worden en die alsdan met de kaart zal spelen zal betalen een halve suiver boete ten voordelen van den overledene Verders zal voor doodschuld betaald worden eene gulden en de plaats zal open zijn voor zijnen echten zoon echter niet dan met consent der gildebroeders. Die zich onvermogend verklaren zijn van dezekosten vrijgesteld.
Art. 9: Een inwoonder geen gildebroeder zijnde overleeden zijnde kan deszelfs verzoekende plegtigheid genietende mits betalende eene ton bier voor de gildebroeders.
Art.10: Iederen gildebroeder zal drie loten in het jaar hebben te beginnen al als het hun door den hoofden der gilde zal aangezegt worden. Die het lot is kan op de aan hem aangezegde dagen zijn lot schieten des middags na drie uren zoodra de knecht driemaal geroepen heeft, degene die zijn lot niet vrij schiet zal moeten geven als van ouds twee kannen bier aan de gildebroeders.
Art.11: Iemand genegen zijnde om in de gilde van Sint Joris te komen zal zich te vooren aan de hoofden der gilde aangeven en dan van de gildebroeders aangenomen wordende den eersten teerdag daarna uitgehaald worden en danin de gilde kamer zijnde de kaart of reglement voorgelezen worden, daar hij zich naar zal moeten gedragen en voor intreden moet betalen twee gulden voor de gilde voor de gilde en twaalf stuivers voor den knecht. Een gildebroeder trouwende zal betalen dertig stuivers voor intreden van zijn vrouw telkens als zulks gebeurt.
Art.12: Iemand eerlijk de gilde verlatende en zijns doodschuld betalende, zal voor den tweede keer op zijn verzoek weder aangenomen worden mits betalende vier gulden voor de gilde en twaalf stuvers voor de knecht, doch de gilde verlatenden om buiten dorps te wonen en de de intrede aangenomen worden doodschuld betaald hebbende kan hij voor enkel de de intrede aangenomen worden.
Art.13: De hoofde der gilde zullen volgens den rang de lijst alle twee jaren op Sint Jorisdag een nieuwe geschikten Deken kiezen en den 2de zondag van de jaaropvolgenden mei zal de afgaande Deken voor al de gildebroeders zijne rekening voor ontvangst en uitgaaf doen in de gildekamer.
Art.14: Alle zes jaren zullen prijzen geschoten worden op den boom waarvoor uit de gilde kas betaald zal worden niet minder dan drie en niet meer dan 5 gulden, naar goedvinden des hoofden het overige kosten wordt door de schietes voldaan.
Art.15: Als de gilde in orde moet moet zijn zullen de hoofde die belet zijn zorgen dat andere bekwaame mannen unnen plaats vervangen, ook zullen zij zorgen voor leiders en degene verder nodig is.
Art.16: De hoofden van de gildebroeders goedgevonden hebben den vogel te schieten zoo zal op den teerdag te voren de uitspraak gedaan worden op dat de gildebroeders daartoe gereed kunnen zijn.
Art.17: De weduwe van eenen gildebroeder zestig jaren oud zijn kan des verzoek en de gildezuster blijven en daarna de gilde verlaten betaald zij eenen gulden voor doodschuld bij afsterven eene halve ton bier bij hare uitvaart.
Art.18: Alle geschillen worden door de reegerende der hoofden gedecedeerd. De voorschreve artikelen verniewd zijn door alle gildebroeders aangenomen op Sint Jorisdag.
éénduizend achthonderd zeven en twintig.

kanttekeningen:
art.1: uit het eerste artikel kan men lezen dat de Kaert nog steeds rechtsgeldig is maar op punten aangepast aan de tijd.
art.3: de omschrijving van de teerdagen stamt rechtstreeks uit de Kaert en behoefde aanpassing.
art. 6&7: Hier wordt nog een keer de puntjes op de i gezet met betrekking tot de kerkelijk plichten.
art.8: In dit artikel wordt meer als in de kaert van 1568 vastgelegd. Het geeft ook een vrij volledig beeld van begraven en de verplichte doodschuld.
art.9: hieruit blijkt dat Sint Joris een soort van selectieve uitvaartorganisatie was. Het vermoeden bestaat dat dit artikel is opgenomen om overdeden naaste familie ter aarde te bestellen.
art.14. Dit artikel is de eerste verwijzing naar de 6 jaarlijkse periode.
art. in art.18 staat dat de voorschreven artikelen zijn vernieuwd. Het ouder reglement is vervangen en op punten aangepast.
wat opvalt is de beheersing van de Nederlandse speling.

Hoofdman: P. Damen
Koning: Adriaan van Gorp.
Gildekamer: P. Damen.


Bron: Oud reglement uit 1827

1824 - Koningschieten. Adriaan van Gorp
Adriaan Adriaan (Q166) van Gorp -11- st.J. is geboren op 11-12-1794 in Goirle, zoon van Adriaan (Q130) van Gorp. -7-st.J. en Johanna Maria Brenders. Q166 is overleden op 27-10-1860 in Goirle, 65 jaar oud.
Adriaan trouwde, 23 jaar oud, op 13-01-1771 in Tilburg met Maria Catharina van Erven, 21 jaar oud. Maria is geboren op 24-01-1792 in Goirle, dochter van Cornelis van Erven en Anna Elisabeth Vekemans. Maria is overleden op 19-12-1846 in Goirle, 54 jaar oud.
Kinderen van Q166 en Maria:
1 Adriana van Gorp, geboren in 1815 in Goirle. Adriana is overleden op 24-02-1819 in Goirle, 3 of 4 jaar oud.
2 Johannes (Q346) vaN Gorp -18- st.J., geboren op 12-02-1820 in Goirle. Q346 is overleden op 14-03-1898 in Goirle, 78 jaar oud.
Notitie bij Q346: Jan J. was lid van het gilde St. Joris.
ingekomen 9 september 1886
niet zijn doodschult betaalt 1886.
Q346 trouwde, 24 jaar oud, op 25-01-1845 in Goirle met Anna Catharina Peijnenburg, 34 jaar oud. Anna is geboren op 26-11-1810 in Goirle. Anna is overleden op 31-08-1868 in Goirle, 57 jaar oud.
3 Adriana van Gorp, geboren op 23-10-1822 in Goirle. Adriana is overleden. Adriana trouwde, 26 jaar oud, op 09-11-1848 in Goirle met Peter (Q279) Smulders. -1*-st.J., 24 jaar oud. Q279 is geboren op 14-09-1824 in Goirle, zoon van Adriaan Smulders. en Maria Anna Brouwers. Q279 is overleden op 11-05-1912 in Hilvarenbeek, 87 jaar oud.

Notitie bij Adriaan: Adriaan de jonge was lid van het gilde St. Joris Goirle
ingekoomen den 23 april 1819 dato 1 - 10 - 00
blijft uijt de gilden van onvermogen
Adriaan heeft geen doodschuld betaald.
beroep: linnenwever
adres Kerk 40
Adriaan Cornelus van Gorp ingekomen den 23 april 1819. Blijft uijt Gulde van onvermoogen den 10 september 1836
niet duidelijk is de reden. Mogelijk was het een niet betaalde pachtsom, in gebreken blijven met het betalen van het gelag of werd de aannemer van het gilde niet betaald. Duidelijk is dat hij moet vertrekken met als zwaarste sanctie dat zijn zonen en kleinzonen niet mer in de guld mochten komen.

De gravering op het schild is het symbool van een bierbrouwer. Afgebeeld is een stuikmand met gekruist de gaffel of roepstok genaamd.
De gravering op het schild is het symbool van een bierbrouwer, een stuikmand met gekruiste roerstokken. De roerstokken werden ook helmhout genoemd.
stuikmand; de mand in de werkkuip waarin het meel bewerkt werd. De behandeling diende om het bier helderder te krijgen.
roerstok: stok breed uitlopend waarmee men door het brouwsel roerde.
pan: ketel waarin men bier brouwde, ook wel pan genaamd.
Panhuis; huis waarin een brouwketel stond. een bierbrouwerij.


1824. Koningschild van Janus van Gorp


1823 - Boerenbedrijf, wagenmakerij, café, winkel aan de Rielsweg heertgang Dorp
Op de huizenlijst van 1790 staat Cornelis Spaapen (1737 - 1817) als eigenaar van huis en erf genoteerd. Cornelis Spapens was gehuwd met Lucia Stoopen (1738 - 1800). uit het huwelijk kennen we 7 kinderen, 5 dochters. en 2 zonen. Als Cornelis Spapens en Lucia Stoopen zijn overleden volgde er geen boedelscheiding. De erven Spapens is een onverdeelde boedel. mogelijk zijn kinderen thuis blijven wonen in de Grote boerderij met omliggende gronden. De grond lag aan weerszijde van de Rielseweg. Tegenover de boerderij stond een langdeelschuur.
De erven Spapens verkopen in 1867 de aanzienlijke boerderij met ondergrond en opstallen. Gildebroeder Willem Willemse (Q273 | 1823 - 1872) wordt de nieuw eigenaar en bewoner. Willem Willemse was gehuwd mat Wilhelmina Nouwens (1820 -1865). Het echtpaar had 2 zonen, 3 dochters en in 1865 een doodgeboren kind.
Na het overlijden van Willem wordt de tegenover de boerderij staande schuur in 181874 verhuurd aan Vallentinus van Wezel (1846 - 1927). De schuur is in 1883 gedemonteerd en op St. Jacob weer opgebouwd. Een jaar eerder was Valentinus van Wezel in 1873 getrouwd met de dochter van Willen Willemse, Johanna Willemse (1846 - 1927). Tinus van Wezel en Johanna Willemse hadden 7 kinderen. 2 zonen zouden lid worden van het gilde St. Joris. Toon van Wezel (Q384 | 1887 - 1965) betaalde in 1907 zijn inkomgeld en 3 jaar later wordt Drik van Wezel lid van St. Joris en betaald zijn gulden inkomgeld.
In 1880 vond een openbare verkoping plaats in het café van Lauw van Gorp. inzet is: percelen land en een boerderij. Notaris J. Daamen uit Tilburg zal de koop afslaan. Achteraf bleek dat Cees Spapens als gemachtigde namens gildebroeder Adriaan Stads (Q337 | 1852 - 1924) bood. Janus Stads was gehuwd met de uit Hilvarenbeek afkomstige Cornelia Schilders (1853 - 1919). Adriaan is de zoon van gildebroeder Cornelis Stads. Adriaan Stads was een buitenechtelijk kind van Adriana Stads. Het echtpaar kreeg 9 kinderen waarvan 4 dochters in leven bleven. Adriaan was een veelzijdig man. Zijn beroep was 'raojmaoker' en daarnaast verrichte hij werkzaamheden aan beide Goirlese molens.
Adriaan was naast, wagenmaker en kastelein ook verrichte hij herstelwerkzaamheden reparateur aan beide Goirlese molen
Met de verkoop aan Adriaan Stads werden de activiteiten als boerenbedrijf beëindigd. Adriaan verbouwd het pand grondig waarbij de oude schoorsteen werd gespaard. Met de verbouwingen tot museum kwam de oude bakoven weer tevoorschijn. in het oude deel van de boerderij waar stal was geweest werd de wagenmakerij gevestigd en in het voorhuis kwam de tapkast te staan. Het wonen vond plaats in het achterhuis en opkamer.
Bij de koop in 1880 behoorde ook 't Smiske, een 17e eeuws huisje wat grensde aan het woonhuis en wagenmakerij. Toen Adriaan het geheel kocht was 't Smiske al gescheiden in 5 woningen die werden verhuurd.
Op 4 september 1880 wordt tijdens de vergadering en teerdag ingeboond (geballoteerd) als lid van het gilde. Zijn vader Cornelis Stads (Q105 | 1811 - 1899), gehuwd met de Beekse Anna van Corven had zich al in 1873 aangemeld bij het gilde St. Joris.
Adriaan was lid van het gilde en zo kon het gebeuren dat in 1892 het gilde verhuisde van het café van gildebroeder Adriaan Ansems naar café de Ploeg aan de Rielseweg. Het mag duidelijk zijn dat Adriaan Ansems, de aannemer van de St. Joris, toen zijn doodschuld voldeed en opstapte bij de Guld.
Ook het beeld van St. Joris komt mee met de guld en krijgt een ereplaats in de hoek van de gelagkamer. Achter het café wordt een doel ingericht met gekeerde haajplagge öt de Vurhaaj. De vier dochters helpen ik het café en zo komt dochter Anna Cornelia Stads in contact met gildebroeder Jan Baptist Hoogendoorn (Q423 | 1876 - 1941) met wie ze in 1904 trouwde. Hierbij moet worden vermeld dat de vader van J.B. Hoogendoorn; Leonard Hoogendoorn (Q326) ook al lid van het Gilde St. Joris en als zodanig ook bij Jaon Stads over de vloer kwam. Tussen beide ouders ontstaat een bijzondere band die uitmondde in een gezamenlijke activiteit. Leonard smeedde de latten van 3-rozenstaal van Merkxs en maakte de sloten terwijl Jaon Stads de stapels in de wagenmakerij leverde. De kruisbogen die zij maakte waren voetbogen. Nadat de laatste maak met de voetboog koning was geschoten heeft J.B. Hoogendoorn de bogen verkocht aan het Gilde St. Joris.
In 1898 is de nieuwe aannemer van de Guld gildebroeder Piet Spapens van Hof van Holland. Begin 1900 werd het café de Ploeg gesloten. De 3 dochters zetten een kruidenierswinkel op in koloniale waren terwijl de ongehuwde Johanna (1891 - 1948) bij de zusters van het Kostbaar Bloed in Koningsbosch intern ging om onderwijzeres te worden. In ~1930 bouwen de gezusters Stads twee half vrijstaande huizen aan de Tilburgseweg waarin zij in één van de huizen gaan wonen en waar Alegonda Stads een kruidenierswinkel in de voorkamer doorzet.
De Rielseweg is hierdoor vrijgekomen en de gezusters verhuren het huis met Smiske aan Gildebroeder Leonard Brock (Q435), zoon van gildebroeder Jan Brock van d'n Baokertaand.
Leonard trouwde in 1831 met Katharina Zoontjes (1905 - 1987). Leonard ontwikkeld een eierhandel en Toos opende in de leeggekomen winkel van de dames Stads een kruidenierszaak die later de Spar ging heten. Daast kippenboer verkocht Leonard klompen in 't naastgelegen Smiske.
Leonard heeft een erelijst bij het gilde opgebouwd. Twee maal schoot hij koning en 14 jaar was Leonard hoofdman van het gilde


Bron: Sjef Hoogendoorn

1820 - Kermis
Op verzoek van het gilde Sint Joris verplaatst het gemeentebestuur de kermis van de feestdag van Sint Jan geboorte, 24 juni, naar 29 augustus, de feestdag van Sint Jan onthoofding. Dat in mogelijk omdat St. Jan 2 patroondagen kent.
Sint Joris van een 'boereguld' had het verzoek gedaan om de kermis te verplaatsen. Tijdens de kermis was het koningschieten maar in juni is er nog te veel werk op de boerderij. Dit in tegenstelling tot augustus als de oogst binnen is en men tijd kan vrijmaken voor vertier zoals kermis en koningschieten.
Het verzoek wordt ingewilligd, de kermis en koningschieten worden gehouden in augustus. Het Koningschieten vond altijd op kermismaandag plaats.
Hoofdman: Peter Damen
Gildekamer: Peter Damen. Heertgang Hoogeind


kermis aan de Bergstraat


Bron: Jef van Gils

1820 - Parochiekerk
Bij besluit van 18 april 1809 krijgen de katholieken van Goirle hun oude parochiekerk terug.
Reeds in 1708 had het gemeentebestuur van Goirle, de municipaliteit, een commissie in het leven geroepen, om de kerk en het raadhuis te taxeren voor een eventuele overname. De commissie bracht verslag uit; de schatting voor de kerk bedroeg gld 7.000,00 en het raadhuis werd geschat op gld. 900,00. Later zag men naasting af.
De burgemeester van Goirle, J.C. Voskens richt op 8 augustus 1810 een schrijven aan pastoor Sprangers, waarin hij hem meedeelt van hogerhand opdracht te hebben gekregen om op 12 augustus het feest van de heilige Napoleon te vieren. Hij verzoekt de pastoor om op die dag in de kerk een plechtige Te Teum te zingen.
Op 2 februari verkoopt het kerkbestuur de tweede schuurkerk aan Hendrik Voskens. Hendrik Voskens sloopt de kerk en verkoopt de afbraak. Op 11 maart 1800 gaat pastoor Sprangers naar een notaris te Tilburg om zijn testament vast te leggen. Sprangers verklaart dat de waarde van zijn bezittingen niet meer waard zijn dan gld. 8.000,00. Zijn zuster Catharina Sprangers, de weduwe van Hendricus van Zon, benoemt hij tot zijn enige erfgename.

De kerk verkeert op dat moment in een zeer deplorabele staat. Als kerk is het gebouw 200 jaar niet gebruikt en weinig tot geen onderhoud gepleegd. De zeer kleine gereformeerde gemeenschap maakte geen gebruik van het kerkgebouw, zij konden en wilden de lasten daarvoor niet dragen. De brandspuit heeft wel altijd haar onderkomen bij de kerk gehad in het bandspuithuisje. De raadkamer, aan de noordkant van het priesterkoor gebouwd, bleef wel in gebruik.
De broodnodige reparaties worden uitgevoerd en de kerk wordt in gebruik genomen. Mogelijk met het geld wat de sloop van de 2e schuurkerk had opgebracht
Het beeld van St. Joris wat in de tweede schuurkerk was opgehangen werd in de parochiekerk geplaatst en Sint Joris was terug in de vertrouwde Sint Jan.
Gildehuis: Peter Daamen (Hoogeind)
Pastoraat: Pastoor Sprangers.
Hoofdman: Peter Daamen
Gildekamer: C. Brouwers


Beeld Sint Jan de doper in de parochiekerk


Bron: Sjef Hoogendoorn

1819 - Gilde Sint Sebastiaan
20 januari 1819 wordt de eerste officiële vergadering gehouden ten huize van molenaar Ben de Vischer nadat het Gilde Sint Sebastiaan door Burgemeester Voskens (lid van St. Sebastiaan) was bevestigd.
Ben de Vischer bemaalde de molen op Abcoven.
Bij de oprichting waren een 5-tal gildebroeders van St. Joris betrokken.
Het woonhuis van Ben de Vischer stond in de naaste omgeving de kerk. In het pand was een oliemolen aktief
Hoofdman; Burgemeester Hendrik Voskens.


Sint Sebastiaan is opgericht als schuttersgilde op 20 januari 1819, de naamdag van Sint Sebastiaan. Het besluit hiertoe is genomen in het huis van molenaar Ben de Visscher te Abcoven, onder leiding van burgemeester Hendrik Voskens. In het Gildeboek getiteld: ‘Register der Schutterij of Gilde van den Handboog onder den tytel van St. Sebastiaans Gilde opgerigt te Goirle in den jare 1819’ staat een kopie van de brief die naar Burgemeester en Wethouders van Goirle is gestuurd waarin dit voornemen kenbaar wordt gemaakt:
‘Aan Heeren Burgemeester en Raden der gemeente Goirle.
Geven met verschuldigden eerbied te kennen de ondergeteekenden, allen ingezetenen der Gemeente Goirle;
Dat zij supplianten, genegen zijn, om volgens annexe Reglement van Orde, onder den Tijtel van St. Sebastiaansgilde, binnen deze gemeente eene congregatie op te rigten, ten einde in de gelegenheid te zijn om op eene geregelde wijze bij plegtige optogten ter vereering van hunnen souverein als anderszins allen luister bij te zetten;
Dat zij, supplianten, tevens wenschen zich van tijd tot tijd in gezelschap zich te vereenigen, om zich op eene geregelde wijze met het Boogschieten te kunnen amuseeren;
Als antwoord volgt hier een extract uit het Register der Deliberatiën van den Raad der Gemeente van Goirle:
‘Woensdag den 13 Januarij 1819.
De Burgemeester en Raden der Gemeente van Goirle gezien hebbende, (…) En geconsidereerd dat hoezeer Burgemeester en Raden van gevoelen zijn niet bevoegd te zijn tot het verleenen van Autorisatie om zoodanige Gilde op te rigten Zij echter geene redenen vinden kunnen om hunnen Ingezetenen te beletten zich op zoodanige wijze als bij hun Reglement van Orde is bepaald, voor hunne uitspanning te vereenigen en bij plegtige gelegenheden allen luister ter Eere van den Vorst en het vorstelijk Huis bij te zetten, te meer daar aan Burgemeester en Raden voorkomt: dat hierdoor de Broederlijke liefde en goede Harmonie zoo mogelijk nog zal vermeerderen en zulks aan eene goede Policie niet strijdig is.
Voorts staat in het Gildeboek het Reglement van Orde en een naamlijst met bijzonderheden van de leden van het gilde. In het reglement staan onder andere regels over de verschillende functies van de leden binnen de schutterij, over de activiteiten die ondernomen worden, en over allerlei verplichtingen. Zo staat er bijvoorbeeld in artikel 1:
‘De Schutterij of Gilde zal alleen bestaan uit Ingezetenen der Gemeente Goirle, van een onbesproken gedrag en die den vollen ouderdom van Een en twintig jaren bereikt hebben; doch derzelver getal zal niet boven de vijftig Leden bedragen mogen.’
En in artikel 11:
‘De Schutterlijke Costuum of Kleeding zal bestaan in zwarte kousen en broek, wit vest en Das, een ronden Hoed en Rok of Jas naar verkiezing; welke kleeding ieder Gildebroeder bij elken plegtigen optogt der Schutterij zal moeten aanhebben, zoo bij het schieten van den vogel als anderssins op eene Boete van Vijfentwintig Cents.’
En in artikel 16:
‘Ieder schutter zal moeten voorzien zijn van eenen Handboog en de noodige pijlen (…)’
Het gilde in 1937
50-jarig jubileum van een gildelid bij de Twem. Op de plakaat tussen 1887 en 1937 staat het volgende:

HULDE DEN GOUDEN JUBILAAR
DIE AL DEN TIJD VAN 50 JAAR
ONS ALLER LEEDEN ACHTING WON
BREED STRALE NU DE GOUDEN ZON
DAT GOD HEM LANG MOOG SPAREN
HEM VOOR ZIJN DIERBAAR GILD BEWARE
In de loop der jaren worden verschillende regels aangepast. Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk om jeugdlid te worden bij het Gilde.
In januari 1969 wordt groots het 150-jarig bestaan gevierd. ‘Land van Brabant, ken uw glorie Met uw Gilden, rijk en schoon! Ik blijf trouw aan uw historie, Gij blijft tot de dood mijn woon! ‘k Zie uw bossen ‘k zie u velden Heide, water, gras en zand. Brabant land, wees mijn victorie, U heb ik mijn hart verpand!’ Helaas staat onder de datum 13-9-1970 de volgende melding in het Gildeboek:
‘In de ledenvergadering werd met 9 stemmen voor en 1 tegen gestemd voor het stilleggen van de Gilde-Activiteiten, dit in verband met het lage ledental van onze vereniging en de moeilijkheid om met een voldoende afvaardiging aan Gilde-Activiteiten elders deel te nemen. Dit met dien verstande, dat bij voldoende belangstelling de Gilde-Activiteiten weer hervat zullen worden.
Het Kwartier van Oirschot is van een en ander op de hoogte gesteld.’
Sint Sebastiaan gaat verder als Handboogsportvereniging. Aan de Schietberg in Goirle wordt door de leden een van de eerste overdekte schiethallen van Nederland gebouwd. De nadruk ligt nu op de sport handboogschieten.

Bij de oprichting van sint Sebastiaan waren 5 ex-gildebroeders van Sint Joris betrokken; burgemeester Hendrik Voskens, Nicolaas van Broekhoven, Peter Anssems, Cornelis Brouwers en Jan van de Schoot. Dit suggereert dat ten tijde van de oprichting van St. Sebastiaan er onderlinge geschillen waren met St. Joris.


Gilde Sint Sebastiaan achter café van Kubke van Gestel aan de Dorpsstraat


1818 - Hoofdman. Peeter Daamen
Op Verloren Maandag als het gilde in vergadering bijeen is wordt Peeter Daamen tot hoofdman gekozen.

O 1769 Peter Jan Damen 1839 † |x 1794 | - O 1796 Maria Catharina Luijten 1845 †
Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld voldaan: Zijn doodschuld voldaan:
Petrus (Peter) Daamen gekozen tot hoofdman
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Peter Jan Damen, deze Tilburger die door zijn trouw met Maria Catharina Luijten, wees van haar vader, in 1794 met zijn neus in de boter valt en meteen kan gaan boeren op het Hoogeind wordt in 1818 de nieuwe Hoofdman. In Gilze-Rijen leeft dan nog steeds de inmiddels stokoude Jan Baptist Jan Brouwers. En ja, de oude Brouwers is de aangetrouwde oom van Maria Catharina Luijten. De moeder van Maria Catharina is Cornelia Peter Ansems en haar zuster Elisabeth Peter Ansems is de tweede vrouw van onze Jan Baptist Jan Brouwers.
Peter Jan maakt ook op politiek vlak een snelle start in Goirle, reeds op het register van de "teekenaaren voor de waapenen " van 24 januari1799 staat voor deze persoon: huisnummer ( Ven) 138, 30 jaar, municip.( = gemeenteraadslid) getrouwd, 2 kinderen. Peter Jan bleef hoofdman tot aan zijn dood in 1839. Zie ook bij de Koningen ( 1836).


1818 - Koningschieten. Matthijs de Volder
Met de kermis schiet Matthijs de Volder de koningsvogel. Matthijs mag zich Koning noemen.
Matthijs besluit om geen nieuw koningsschild te laten maken, hij gebruikt een bestaand koningsschild en slijpt het jaartal en naam uit het schild. Nog moeilijk leesbaar is dat het schild uit de 17e eeuw stamt.
De gravering op het schild is het symbool van een bierbrouwer, een stuikmand met gekruiste roerstokken. De roerstokken werden ook helmhout genoemd.
Stuikmand; de mand in de werkkuip waarin het meel bewerkt werd. De behandeling diende om het bier helderder te krijgen.
Roerstok: stok breed uitlopend waarmee men door het brouwsel roerde.
Pan: ketel waarin men bier brouwde, ook wel pan genaamd.
Panhuis; huis waarin een brouwketel stond. een bierbrouwerij.

O 1794 Matthijs de Volder † 1847 |x 1818 - O 1789 Anna Maria van Baast † 1855
Ingekomen in het gilde op Sint Jorisdag en zijn inkomgeld voldaan: 23 april 1818 Zijn doodschuld voldaan: 1 mei 1825
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Matthijs de Volder ( 1794-1847), zoon van de op 34 jarige leeftijd overleden en uit Turnhout afkomstige Jan de Volder. Matthijs heeft zijn vader nooit gekend omdat enkele maanden na zijn geboorte vader Jan overleed. Via zijn Goirlese moeder Helena Maria van Dommelen heeft hij verschillende familieleden in het Gilde. Matthijs was arbeijder en bezat geen eigen huis. In hetzelfde jaar 1818 dat Jan zijn inkomstgeld betaalde schiet hij Koning. Enkele jaren later in 1825 blijft hij uit de Gilde. Het fijne weten we er helaas niet van.


1818. Koningschild van Matthijs de Volder.


Bron: Harry Appels

1818 - Gemeentewapen van Goirle
Het gemeentewapen van Goirle dateert van 14 oktober 1818.
Bij koninklijk besluit van 24 december 1814 werd beslist, dat iedere gemeente bij de Hoge Raad van Adel te 's-Gravenhage een nieuw gemeentewapen kon aanvragen. Aan de hand van genoemd besluit werd voor Goirle op 17 november 1815 een eigen gemeentewapen bij de Hoge Raad van Adel aangevraagd.
Burgemeester H. Voskens maakt voor die aanvraag een aantekening in de 'Goirlese Burgemeesterboeken'. Hij verklaart, dat Goirle op 3 februari 1803 met Tilburg als één Heerlijkheid zijn bestuurd geweest en nooit een ander wapen heeft gekend dan gecombineerd met de stad Tilburg.
Dat Goirle als wapen verlangde:
een mensenhoofd op een schotel, met een randschrift : 'Gemeentebestuur van Goirle'
De motivering bij het verzoek was:
'Vermits St. Jans Onthoofding de patroon dezer gemeente is, hebben wij geen gevoeglijker wapen kunnen bedenken.
Het gemeentewapen voor Goirle is door de Hoge Raad van adel te 's-Gravenhage verleend op 14 oktober 1818. De tekst van de oorkonde luidt als volgt:
Van wegen den koning. De HOOGE RAAD VAN ADEL gebruik makende van de magt den selven toegestaan bij besluit van 31 augustus 1818 . Nr74 verleend bij dezen de gemeente Goirle het navolgende wapen:
ZIJNDE EEN BLAUW SCHILD BELADEN MET EEN SCHOTEL VAN ZILVER OP DEWELKE IS GESTELD EEN MANSHOOFD VAN GOUD.
gedaan in 's-Gravenhage, den 14 october 1818.

In de volksmond sprak men van Jan-Kop-Aaf
In de zeventiger jaren is, in de ban van de tijdsgeest, het wapen vervangen door een respectloos en nietszeggend logo met drie druppels, of iets dergelijks.


Het gemeentewpen van Goirle


Bron: Sjef Hoogendoorn

1814 - Slag bij Weelde
Op 7 februari 1814 is een Franse legertroep bestaande uit 600 man Cavalerie en 300 infanteristen tot Goirle doorgedrongen.
Zij worden verdreven door een zestigtal Pruisische ruiters en 500 Kozakken.
Bij Weelde wordt slag geleverd en de Fransen worden verslagen.


soldaten van Nederlandse leger in Poppel


Bron: Sjef Hoogendoorn

1814 - De kozakken en de vermeende moord in de Dorpsstraat
Het verhaal is via overlevering tot ons gekomen. Nu precies 200 jaren geleden doet het waarheidsgehalte er niet meer toe. Het is een mooi verhaal uit een roerige periode in de Gôolse geschiedenis.

Een kozak vermoord in de Dorpsstraat

Het aanvankelijk optimisme van de Goirlenaren waarmee de Fransen in 1794 worden ingehaald verdween vrij snel. Vrijheid, gelijkheid en broederschap bleken van korte duur. Soldaten werden ingekwartierd met de nodige problemen. Er ontstond een gebrek aan alles, in het bijzonder brood. Ook namen de Fransen het niet zo nauw met de moraal. Diefstal, mishandeling van dorpsgenoten, straatgevechten en zedeloosheid was het resultaat. Dit alles had tot gevolg dat de gemeentelijke huishouding met een berooide kas kwam te zitten.
Of het allemaal nog niet genoeg was breekt in 1774 de Rode Loop uit. Een zeer besmettelijke ziekte waarbij 10% van de plaatselijke bevolking kwam te overlijden. Vooral in Heertgangh Dorp vielen veel slachtoffers. De toponiem d'n Kaojen Hoek en de Kaojen Boer herinneren hieraan. Bij dit alles opgeteld de misoogsten in die jaren brachten de Goirlese mensen tot aan de rand van de afgrond.
Op 7 januari 1814 laat het gemeentebestuur de noodklokken luiden. De Fransen zijn via Turnhout naar Goirle getrokken en belegeren het dorp. Direct vertrekt er uit Tilburg een peloton Pruisische huzaren gevolgd door 500 kozakken die te voet de Fransen weten te verdrijven richting Weelde.
Onder deze omstandigheden ontstaat het volgende verhaal wat zich afspeelt in de Dorpsstraat.
Op de hoek van de oude Kerkstraat, de weg naar kerk van St. Jan, en de Dorpsstraat zit de leerlooier Ansems. Schuin er tegenover staat het Panhuis en links en rechts staan wat burgerwoninkjes en huizingen die voor boerderijtjes moeten doorgaan.
De aanwezige Kozakken, een ruw volkje welk overal lak aan had roofden en leefden er in de Russische traditie levendig op los. Mishandelingen en aanrandingen waren aan de orde van de dag en de verstandhouding met de Goirlenaren was vijandig.
Op een avond komt een dronken vrijpostige Kozak de Dorpsstraat in gelopen. Ter hoogte van Ansems ontstaat een ontmoeting die aanvankelijk vrij onschuldig leek. De vrijpostige en waarschijnlijk dronken militair wordt vervelend en handtastelijk. De naaste geburen zijn er zich ondertussen ook mee komen bemoeien met als resultaat een ordinair straatgevecht. Dit gevecht loopt echter geheel uit de hand met als resultaat dat de Kozak het loodje legt. Messentrekkerij, waar de Gôolse meense bekend om stonden, heeft mogelijk hierbij ook een rol gespeeld. Maar het resultaat was dat men midden in de Dorpsstraat met een dooie Kozak zat te kijken.
Wat te doen? aangeven zou verregaande gevolgen hebben voor enkele bewoners van de Dorpsstraat. De kozak verplaatsen naar bv 'het Wilteinde' zou ook veel gedoe opleveren en een uitgebreid onderzoek als resultaat, met de nodige risico's. Het beste was het lijk snel te laten verdwijnen en iedereen zijn mond te laten houden.
Ergens op het uitgebreide erf van Ansems wordt een graf gegraven en de Kozak vindt zijn laatste rustplaats in de naast het Moske en tegenover d'n 'Kaojen Boer'. De mogelijkheid bestaat ook dat onze Kozak in een van de looiersputten is terecht gekomen. Dit is zeer aannemelijk want hiermee verdween ieder mogelijk later op te graven bewijs.
De latere bewoners aldaar de familie Leonard Hoogendoorn- van Dinter, kinderen en kleinkinderen zijn altijd alert gebleven bij alle graafwerkzaamheden om het verhaal wat in de familie nog steeds leeft te verifiëren.


Deze Franse soldaat heeft evenveel pech als onze 'Gôolse' Kozak


Dorpstraat. Op deze plaats moet het drama zich hebben afgespeeld.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1811 - Hoofdman. Wouter Jan Brouwers
Op Verloren Maandag 1811 wordt Wout Brouwers gekozen tot hoofdman.

Wouter Jan [Q069] Brouwers is geboren in 1728 in Goirle, zoon van Jan Baptist (Q054) Brouwers -5-st.J. en Maria Johanna (Marianne) de Bondt. Wouter is overleden op 17-05-1818 in Goirle, 89 of 90 jaar oud.
Notitie bij Wouter: lid van het gilde St. Joris
ontfange het incoom gelt 1 - 10 - 00
ontfange de dood schult den 29 september 1818
doodschuld voldaan bij overlijden en met Gilde-eer begraven op het kerkhof naast de kerk
Met gilde-eer begraven
adres Dorp nr. 104
Wouter bleef ongehuwd.
wouter Jan Brouwers wordt op 15 juni gekozen tot hoofdman als opvolger van Antony Hoosemans.
Wouter Jan Brouwers schiet zich in 1811 tot koning van het gilde
Kooning van S. Joris Gilt
tot Goorle
1778
ondertekent 20 jaren lang, van 1769 t/m 1789, als koning van het gilde de jaarrekening
Op het schild staat ook vermeld dat Wouter hoofdman is en op 90 jarige leeftijd is overleden.
Op het koningsschild staat naast een voetboog en een gravering. mogelijk de schieters van een bakker om het brood uit de oven te halen
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Wouter Jan Brouwers volgt in 1811 Antonij Hoosemans op als Hoofdman.Wouter Jan is niet minder als een broer van de stiefvader van Antonij Hoosemans. Ge weet wel Jan Baptist Jan Brouwers die dan nog springlevend en tegen de negentig te Gilze-Rijen woont. Wouter Jan is trouwens ook al 83 jaar oud als hij Hoofdman wordt.
Deze nieuwe hoofdman is de zoon van de voormalige zeer welgestelde schepen Jan Brouwers die een 8-tal woningen bezat te Goirle. Zelf is Wouter Jan eigenaar van het pand Dorp 33 dat hij in 1771 van zijn vader erfde. Wouter Jan die zowel met boer alsmede ketsemaker wordt omschreven bleef ongetrouwd en woonde in Heertgang Dorp. Bij zijn overlijden in 1818 staat hij als Particulier, dus kon hij op oudere leeftijd van zijn geld leven. We zien Wouter Jan nog terug bij de Koningen omdat hij in 1768 Koning schoot.
kètsemaaker: kaatsballenmaker


Bron: Michiel Smits / Michiel smits

1809 - Hoofdman en aannemer van het gilde
Petrus (Peter) Daamen wordt tijdens de vergadering op Verloren Maandag gekozen tot hoofdman in 1809.
Peter Jan (Q129-q204) Daamen is geboren omstreeks 1770, zoon van Johannes Damen en Johanna de Groot. Hij is gedoopt op 14-10-1769 in Tilburg. Peter Damen is overleden op 23-08-1839 in Goirle, ongeveer 69 jaar oud.
Peter Daamen trouwde, ongeveer 24 jaar oud, op 12-05-1794 in Goirle met Maria Catharina Luijten, ongeveer 24 jaar oud. Maria is geboren omstreeks 1770, dochter van Joannes Baptista (Q065) Luijten -3*-st.J. en Cornelia Anssems. Maria is overleden op 11-02-1845 in Goirle, ongeveer 75 jaar oud.
Notitie bij Peter Daamen: lid van het gilde St. Joris
ingekomen 23 april 1796 - doodschuld voldaan 5 sept. 1839.
tot hoofdman verkozen: Verloren Maandag 1809
begraven op het kerkhof aan de kerk met gilde-eer
zijn doodschuld betaald bij overlijden en zijn doodschuld voldaan
Peter is landbouwer op ’t Ven 159.
Tijdens de kermis van 1710 schiet Peter Damen zich op maandagmiddag op 't Hoogeind tot koning.
Het koningsschild is in 1836 door Peeter Daamen hergebruikt.
wordt ook geschreven als Daemen
Peter Daamen schiet koning en gebruikt een schild van een familielid uit de 18e eeuw. Peter was welgesteld en boerde op het Hoogeind, en kon lezen en schrijven.

Peter Jan Damen, deze Tilburger die door zijn vrouw met Maria Catharina Luijten, wees van haar vader, in 1794 met zijn neus in de boter valt en meteen kan gaan boeren op het Hoogeind wordt in 1818 de nieuwe Hoofdman. In Gilze-Rijen leeft dan nog steeds de inmiddels stokoude Jan Baptist Jan Brouwers. En ja, de oude Brouwers is de aangetrouwde oom van Maria Catharina Luijten. De moeder van Maria Catharina is Cornelia Peter Ansems en haar zuster Elisabeth Peter Ansems is de tweede vrouw van onze Jan Baptist Jan Brouwers.
Peter Jan maakt ook op politiek vlak een snelle start in Goirle, reeds op het register van de "teekenaaren voor de waapenen " van 24 januari1799 staat voor deze persoon: huisnummer ( Ven) 138, 30 jaar, municip.( = gemeenteraadslid) getrouwd, 2 kinderen. Peter Jan bleef hoofdman tot aan zijn dood in 1839. Zie ook bij de Koningen (1836).
Petrus (Peter) Daamen wordt gekozen tot hoofdman in 1809.
Peter Damen was als landbouwer, herbergier een invloedrijk man. Naast voornoemde functies was hij ook armmeester. Hij was de schoonzoon van burgemeester van Gorp.
In 1797 koopt Peter de boerderij/herberg van de familie Brouwers op het Hôogènd. Of het voor de aankoop al herberg was is niet duidelijk. In de 19e eeuw was de boerderij eigendom van de fam. Prinsen. Hieraan dankt het huis zijn naam van Prinsenhoeve.
De Boerderij, herberg was gelegen op 't Ven. Op de hoek Hoogeindseweg en het straatje naar St. Jacob.
Voor de herberg moet ooit de schutsboom van St. Joris hebben gestaan.


herberg van Peter Daamen aan 't Hôogènd


1807 - Beschrijving der stad en Meyery van 's-Hertogenbosch. |Het kwartier van Oisterwijk|
Het verslag geeft een beeld van hoe Goirle er in 1807 voor stond

Historische statistische beschrijving van het koninkrijk
eerste deel. Inhoudende het departement Braband en bevattende dit eerste stuk.
De statistiek van Braband, en de plaatselijke beschrijving der stad en Meyery van 's-Hertogenbosch.
Goirle; het kwartier van Oisterwijk

Goirle, een tamelijk groot, maar geen fraai dorp, een half uur ten zuiden van Tilburg, 5 uren van 's 's-Hertogenbosch, en 5 uren van Breda. Hetzelve heeft circa 4 uren in den omtrek, en bevat, volgens de gedane meting in 1791 en 1792, zoo aan zaailanden, groezen, beemden en houtgewas, als uitgeputte gronden en nieuwe erven 'nageg' 980 morgen lands,
De ligging van het dorp is , over het geheel genomen, zeer hoog, en de grond schraal en zanderig, welke alleen door veel mest en arbeid vrugtbaar kan gehouden worden. Een morgen lands geldt hier maar 120 gls. gemiddeld berekend in koop. Men vindt hier weinig bosch, en nauwelijks zoo veel schaarhout, als tot gebruik der inzittenden nodig is; ook zijn er enige broeklanden broeklanden, zich uitstrekkende langs het riviertje de Ley, tot aan de scheiding van het naburige dorp Tilburg. Onder deze broeklanden bevindt zich een aanmerkelijke gedeelte uitgestoken en gebaggerde turfgronden, welke daardoor in waterpoelen veranderd zijn; en daar het gemelde riviertje de Ley eenen al te hogen bodem heeft voor eene behoorlijke uitwatering der broeklanden , zoo veroorzaakt zulks, dat dezelve tot diep in de zomer nog onder waterstaan, en welk water alleen kan afgeleid worden, door het verdiepen van het gezegde riviertje.Rogge is het voornaamst product, dat de grond oplevert, ook boekwijt, wijders spurrie en ander veevoeder. Er worden hier gen beesten ver weid, ook geen kaas gewrongen, maar wel boter gekaarnt, waarvan echter het minste gedeelte verkogt wordt. De lucht is hier vrij gezond, 1n 1795 telde men hier 903 zielen en in 1805 in 147 huizen 982 inwoners, waaronder 7 Gereformeerden, welke deels hun bestaan vinden uit den landbouw, en gedeeltelijk uit het fabriceren of weven van zoogenaamd werk- of spoel- of grof linnen; voor dertig jaren werd hier eene verbazende menigte kaatsballen gemaakt, die naar alle oorden van der republiek verzonden wierden; maar deze fabriek , die destijds het grootste, en nog voor eenige jaren een voornaam bestaansmiddel voor Goirle's inwoners uitmaakte, is thans van weinig betekenis. In vroegere jaren qaren hier drie brouwerijen, die veel en goed bier brouwden; Thans heeft men er geene; 4 roggebroodbakkers hebben zoo weinig debiet, dat het nauwelijks toereikend zou zijn dat er één van zou kunnen bestaan, waarvan veelal de oorzaak is, dat vele armen en behoeftige lieden genooddrongen zijn, zo, niet van honger te vergaan, zich met gespuiten rogge of zoogenaamd beestenvoeder te moeten voeden.
Men heeft hier 2 molens, beide geschikt om alle soorten van granen te breken, waarvan de eene door den wind en de andere door het water bewogen wordt; van deze laatste nogthans kan alleen gebruik gemaakt worden van Vovember tot half maart, wijl vroeger of later het opgestopte water, tot de werking van den molen benodigd, te veel nadeel aan deze landerijen, welke daardoor geïnundeerd worden zou toebrengen.
De eigenaren en verpagters van die molens zijn de Heeren van Hogendorp. Dit dorp is thans minder welvarend dan voor en in 1796, het geen, zoo als de Heer C. den Tex te Tilburg (aan wien ik deze belangrijke opgave van Goirle verschuldigd ben) aanmerkt, afteleiden is; eensdeels, wijl vele, zoo niet de meeste ingezetenen, buiten staat zijn om hunne lands- en dorpslasten te betalen, en ten anderen wijl in den jare 1796 de geälimenteerden nog behoorlijk konden bedeeld worden, daar er nu integendeel eene som van f 1000,- tot de nodige uitreiking aan den armen te kort komt; hoe vele persomen er thans bedeeld worden, is mijn niet opgegeven.
Een arbeider wint 's zomers 10 stuivers en 's winters 8 stuivers; een ambagtsman 16, 18, of 20 stuivers. men heeft twee kerken, als; de zoogenaamde grote parochiale kerk, waarin de Gereformeerden hunnen godsdienst uitoefenen. De gemeente van Goirle met die van Tilburg gecombineerd, en de predikant, die te Tilburg zijn verblijf houdt, moet hier om de 4 weken prediken. De Roomschen hebben ook een kerk, een Pastoor en een Kapelaan: ook hier een schoolonderwijzer.
Goirle heeft geen raadhuis, maar het Gemeentebestuur vergadert in een vertrek in de grote kerk; de civiele Rechtbank is te Tilburg, met welke plaats het één schoutámbt uitmaakt; het gemeentebestuur bestaat uit 3 leden, voords een schout en secretaris, als ook 2 gecommiteerden, die in extra finantiéle zaken geraadplaagd worden. Goirle betaalde tot aan de invoering van het nieuw verpondingsstelsel 's jaars:
aan verpondingen eene somma van f 1456 : 0 : 0
aan de zoogenaamde Koningsbede: f 348 : 12 : 2
en aan Gemene Middelen: f 1421 : 4 : 6
____________+
dus aan deze lasten f 3225 : 6 : 8
De ingezetenen van Goirle hebben over de aanschrijving der Gemene Middelen altoos gedoleerd, dat de evenredigheid tuschen die plaats en de naburigen, als: Tilburg, Hilvarenbeek enz.. bij de begroting dier lasten niet was in acht genomen, wijl het vermogen van dit dorp niet proportioneel was bij de opgemelde plaatsen.
Ook in dit dorp, zoo als in vele anderen van de Meyery, heerschen gebreken, die door voorziening en industriealleen kunnen weggenomen worden, naamlijk gebrek aan penningen en gebrek aan mest.

J.S. van Esveldt-Holtrop: 1 morgen: oorspronkelijk zoveel land als opeen morgen geploegd kan worden.
Na 1820 metrisch uitgedrukt: Rijnlandse morgen ~0,8516 hectare = ~85 aren.
gls: guldens
de rekening: gulden : stuivers : centen .


Bois le Duc 's Hartogen Bossche 1640


1807 - De boerderij van 'Kees 's licht en donker'
Op het Hôogènd, via een paadje verbonden met de Rielseweg, staat tegenwoordig nog steeds het pand. Als Cees Pijnenburg in de 19e eeuw er woonde krijgt het de naam vernoemd naar Cees. " 's Licht en dônker'. Cees gaat met de fiets d'n boer op met het 'pak' (handelswaren). Hij vertrekt voor dag en dauw en zet zo tegen 's licht en dônker zijn fiets weer tegen de 'schraansmuur".
Naast van het huidige huis / boerderij stond in de 16e eeuw reeds een behuizing die in 1871 tot de grond toe afbrand en niet meer werd opgebouwd. Het huidige pand moet ergens rond 1800 zijn her- of gebouwd. In 1830 is bewoner en eigenaar van het geheel gildebroeder Peter van den Brekel (Q182 | 1807 - 1851). Peter was gehuwd met Gonneke de Rooij (1804 - 1886). Gonneke is de dochter van Toon de Rooij en Katrien van Gorp. de grootvader van Allegonda was gildebroeder Peer van Gorp (Q086 | 1723)
Op 23 september 1820, de jaarlijkse vergaderdag van het gilde op de naamdag van St. Joris, wordt wever Peter lid van het gilde en betaalt 1 gulden inkomgeld. Als Peter in 1844 zijn huis verkocht vertrekt hij met vrouw en 8 kinderen naar Tilburg en vergeet zijn doodschuld aan het gilde te betalen.
Cornelis Pijnenburg (1808 - 1886) werd de nieuwe eigenaar. In 1842 trouwde hij met Aldegonda van Hees, geboren in hulsel, 1807, en overleden in 1873. Ze is begraven op het kerkhof van St. Jan.
Cees Pèèn was linnenwever, zijn weefgetouw stond in de weefkamer. In het voorhuis was een café gevestigd en een winkel. Zoals reeds vermeld ging Cees met 'het pak'. De weefkamer was een vrijstaande schuur waar meerdere getouwen waren opgesteld. Cees Peijnenborg was naast handelsman ook ondernemer.
Cees en Gonda hadden een uit ''s-Hertogenbosch afkomstige pleegdochter Johanna Krapels. (1849 - 1882) Het meisje was actief in de gelagkamer, winkel, huishouden en weverij. In 1865 trouwde Johanna met fabrikant Hendrik van Puijenbroek. Dit huwelijk was geen toeval. Omstreeks 1880, Cees Pijnenburg was toen al op het Hôogènd vertrokken. Hij had achter zijn woning aan de Tilburgseweg een weverij gebouwd die als fabriekje wordt omschreven. In 1880 gingen gingen Cees Peijnenburg met Hendrik van Puijenbroek samenwerken met de firma van den Heuvel uit Geldrop. Samen hadden zij een linnenweverij in Goirle opgezet. De samenwerking met van den Heuvel was echter kortstondig en in 1881 hield de samenwerking tussen Hendrik en de zoon van Cees Peijnenborg, Elias (1847 - 1893)
Als Cees Peijnenburg met zijn zoon Elias (1847 - 1893) hun fabriekje verplaatst hebben naar de Tilburgseweg komen het woonhuis / winkel met Weverij vrij.
Gildebroeder Drik Vermeer (Q541 | 1921 - 1995) pas getrouwd met met de Rielse Henrica Hermans (1916 - 1998) en thuis inwonend bij Christiaan Vermeer in de Prinsenhoef verhuist naar het buurhuis welk Theer Moonen verlaten had. De kinderen van Drik en Henrica worden op het Hôogènd geboren. Ondertussen is het pand verkocht aan de gemeente Goirle in verband met de ontwikkeling van uitbreidingsplan Hoogeind. Drik koopt een huis aan de Fabriekstraat en verlaat t huis van Cees Peijnenburg, 's Licht èn Dônker. Tot de voorziene afbraak wordt het huis verhuurd aan Cees Brouwers, een markant persoon, handelend in lompen en oude Metalen. Tijdens de ontwikkelingsplannen van de nieuwe wijk veranderd de visie. Er wordt besloten om de plannen aan te passen bij de bestaande bebouwing zodat die kon blijven staan Zo werd ook het wegenplan volledig ingepast aan de eeuwenoude situatie. Dit was de redding van het oude woonhuis met weefkamers. In 1976 wordt het huis ontdaan van het erf openbaar verkocht aan de hoogste bieder. Ambtenaar van de Gemeente Goirle Nico Schoofs koopt het pand en laat het grondig restaureren en renoveren door architect Peer Bedaux.. Als Nico Schoofs als burgemeester in Akersloot wordt benoemd wordt het woonhuis Hoogeindseweg 5 wederom verkocht





Zij gingen naast de boerderij van hun ouders wonen in het huis wat tegenwoordig nog bekend staat als de woning van de Kieka. Later betrekken zij een woonhuis aan de Fabrieksstraat Tegenover het vroegere station.





bewoner Cees de Brouwers akias de TIKA.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1803 - Goirle, een zelfstandige gemeente | 1803 |
In 1387 werd de Heerlijkheid Tilburg en Goirle gesticht. Die verbintenis zou 400 duren tot Goirle een zelfstandige gemeente werd.
Na de staatsregeling van 1801 werden de grenzen van de departementen bepaald. Het bestuur van het nu gevormde departement Brabant vaardigde 3 februari 1803 een nieuw reglement uit voor het bestuur van de districten en gemeenten. Dit reglement bracht een ingrijpende wijziging in de municipaliteit Tilburg en Goirle. Goirle kreeg een eigen gemeentebestuur. Het zou tot 1811 duren voor Goirle volledig gescheiden zou zijn van Tilburg. De eerste burgemeester was Hendrik Voskens. Goirle telde toen ruim 900 inwoners.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1800 - De 18e eeuw
Als het venster naar de 18e eeuw geopend wordt dienen zich nieuwe tijden aan.
Over de vier Heertgangen verdeeld staan er op het Hoogeind 41 huizen, op Abcoven 27 huizen, Heertgang Kerk 46 huizen en op 't Ven huizen. Het bewonersaantal is ongeveer 900.
Goirle kende in 1800 nog geen verharde wegen.
Tijdens de Bataafse Republiek wordt de weg, Turnhout 's-Hertogenbosch - Goirle, aangelegd. Goirle lag aan de verbindingsweg. Het deel van de Tilburgseweg wordt in 1853 verhard met kasseien. Op de valreep van de eeuwwisseling wordt de eerste spoorlijn, het Bels lijntje aanbesteed.
Net voor het afsluiten van de 17e eeuw komt Goirle in 1795 onder de Franse invloedssfeer te liggen. Hierdoor verandert er veel voor Goirle. Goirle krijgt inkwartiering van Franse soldaten. Ook de kozakken doen Goirle aan. Niemand in Goirle was toen nog veilig.
Op 3 februari 1803 wordt Goirle een zelfstandige gemeente. Vanaf 1387 heeft Goirle deel uitgemaakt van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. Goirle wordt zelfstandig, de eerste burgemeester is Hendrik Voskens. Hij woonde in de Kerkstraat, tegenwoordig Bergstraat waar het verpleeghuis is gevestigd.


Het nog bestaande wevershuisje aan de Rielseweg. Zicht vanuit het erf.


1800 - Datering transcriptie caerte
De Caerte ofwel de Kaart van het gilde Sint Joris is een transcriptie. Dat wil zeggen een overschreven document. Het overschrijven was niet het gevolg van veranderende of aangepaste tekst, nee de Caerte was versleten door het veelvuldig gebruik. In de Caerte was vastgelegd dat bij aanvang van een vergadering de Caerte moest worden voorgelezen, een direct gevolg van het feit dat een overgrote meerderheid van de gildebroeders lezen noch schrijven konden. De Caerte werd dus overal mee naar toe genomen en verdween waarschijnlijk toen, net als met de transcriptie, in de binnenzak van de Hoofdman.
Kortom de originele Caerte was een gebruiksvoorwerp wat sterk aan slijtage onderhevig was. Dreigde het document onleesbaar te worden en viel het van ellende uit elkaar dan werd de pen ter hand genomen en het document werd overschreven. Hierdoor is het origine stuk verdwenen. Hiermee verdween gelukkig niet de inhoud van de Caerte, de tekst werd letterlijk overschreven.
De Caerte van Sint Joris is z'n transcriptie. Hier volgt een omschrijving van de kenmerken van het document.
* Een handgeschreven document in lopend rondschrift. Het geschrift omvat 23 pagina's.
* afwijkend van het handschrift van schrijver zijn de letters opvallend groter geschreven wat tot gevolg heeft dat het schrift langgerekt is geworden.
* Het handschrift is een 'schoolschrift'. Er is geen sprake van het eigen doorontwikkelen van het handschrift. Ook een mogelijkheid is dat de akte los van een eigen handschrift geschreven is in een schools handschrift.
*Een grafologische analyse levert geen match op met de teksten in het gildeboek, ledenlijst en reglementen.
*De originele Caerte is één document en bestond niet uit een soort boek met bladzijden. Aan de Caerte heeft een zegel bevestigd geweest.
* De idioom van de 17e eeuwse tekst is niet altijd goed begrepen. verschillende woorden heeft men niet kunnen plaatsen zodat er 'iets' van is gemaakt waar de lettercombinaties op leken maar waar de inhoud van het begrip geheel is verdwenen.In de tekst is soms sprake van woorddwalingen. Een omgekeerde van volksetymologie. de karakters opeenvolging van letters worden achter elkaar geschreven zoals ze geïnterpreteerd worden. Zo onstaat er een wordt of begrip wat men zou kunnen duiden als 'omgekeerde volksetymologie'.
*Het INL is het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. Deze databank kent de geschreven begrippen niet.
*De stalen pen doet in de 19e eeuw vanuit Engeland zijn intrede. De transcriptie van de Caerte is met een stalen pen geschreven. De transcriptie is in de loop van de 19e eeuw tot stand gekomen.
*Het eerste blad van de transcriptie is door het gebruik bespeurd en vies. Ook is het document in vieren gevouwen geweest voor het in het gildeboek is ingebonden.
*Het gildeboek, met ledenlijst, keuren, reglementen en verslagen is in 1740 tot stand gekomen. De Transcriptie geschreven op afwijkend papier, folioformaat, is later toegevoegd.
[_ CONCLUSIE _]
~~ De transcriptie van Caerte lijkt gezien gebruikte materialen en handschrift in de 19e eeuw tot stand te zijn gekomen. Handschriftanalyse levert geen resultaat en maakt een exactere datering onmogelijk.
~~ Tijdens het schrijven van de transcriptie is getracht de de oorspronkelijke tekst te handhaven.
~~ Het is niet uitgesloten dat aan de omschreven transcriptie een editie vooraf is gegaan. De woorddwalingen zouden dat kunnen bevestigen.
~~ met de transcriptie, waarbij getracht is de oorspronkelijke tekst over te schrijven. is de inhoud bewaard gebleven en zo is een het gilde in het bezit van een uniek document document welk een inkijk geeft in het verleden van het gilde Sint Joris.


blz. uit het gildeboek


blz. uit het gildeboek


Bron: Sjef Hoogendoorn

1795 - Bataafse republiek
De Bataafse Republiek werd na de Bataafse Revolutie uitgeroepen op 19 januari 1795, één dag nadat erfstadhouder Willem V naar Engeland was gevlucht. Het grondgebied was gelijk aan dat van de gewesten van de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op
De Bataafse Republiek (1795–1801) (in de toenmalige spelling Bataafsche Republiek) was een republiek die het grootste gedeelte van het huidige Nederland omvatte. De republiek was gevormd naar voorbeeld en met militaire steun van de Franse Republiek, waarvan de Bataafse Republiek een bondgenoot en de facto een vazalstaat was. Deze steun werd duur betaald: de Republiek moest tientallen miljoenen guldens betalen voor de Franse troepen die in Nederland gelegerd werden (Verdrag van Den Haag). Ook later bleek de 'coalitie' met Frankrijk nogal eenzijdig. In hun strijd tegen de Engelsen en bij daarop volgende vredesonderhandelingen waren de Fransen maar al te graag bereid om in ruil voor toezeggingen van Engeland Nederlandse koloniën af te staan.
In tegenstelling tot Frankrijk, waar de Franse Revolutie snel radicaliseerde en de guillotine overuren draaide, werden de revolutionaire veranderingen in de Bataafse Republiek relatief vreedzaam doorgevoerd. Het land was al tweehonderd jaar een republiek, en had dan ook maar weinig tegenstribbelende edelen die anders misschien 'ingekort' moesten worden. Ook was in Frankrijk na de val van de fanatieke Robespierre in 1794, de revolutie inmiddels een veel gematigder fase ingegaan onder het bewind van het Directoire, waarbij de burgerij het heft in handen nam.
De omwenteling van 1795 was in feite een herhaling van de omwenteling van de Patriotten, die in 1787 met behulp van een Pruisisch interventieleger was onderdrukt. Veel leiders van de Bataafse Republiek waren Patriottische politici, die in 1787 naar Frankrijk waren uitgeweken. Nu kregen zij, met Franse steun, de kans om alsnog hun idealen te verwezenlijken.

De oude Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was vanwege haar decentrale structuur op sommige gebieden altijd al tamelijk ineffectief geweest, en haar tekortkomingen waren met het verstrijken van de tijd steeds ernstiger geworden. De afzonderlijke provincies waren soeverein, ieders instemming was dus nodig voor een besluit, waardoor de gezamenlijke besluitvorming soms jaren kon duren. Daarnaast was veel macht geconcentreerd geweest in handen van de zogenaamde regenten, die in feite plaatselijke oligarchieën vormden. De Bataafse Republiek maakte dan ook de overgang naar een meer gecentraliseerde regering, met uniforme rechtspraak, munteenheid, maten en gewichten, belastingheffing. Voorts kregen de katholieken, die al meer dan 200 jaar als tweederangsburgers een derde deel van de bevolking uitmaakten, voortaan gelijke burgerrechten, al zou het nog tot 1853 duren voordat de Katholieke hiërarchie in de Nederlandse kerkprovincie hersteld mocht worden. Ondanks de anti-orangistische houding van de Patriotten zag iedere weldenkende bestuurder de noodzaak voor verandering en aldus werden veel van hun politieke en bestuurlijke hervormingen na de Franse tijd gehandhaafd in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat in 1815 tot stand kwam.
De Republiek werd genoemd naar de Bataven, een Germaanse stam die ten tijde van Julius Caesar de Nederlandse delta bewoonde. Gedurende de vroegmoderne tijd werden deze Bataven steeds meer gezien als voorouders van de inwoners van de Zeven Provinciën.
In tegenstelling tot Frankrijk kreeg de nieuwe Republiek geen terreurregime of schrikbewind. In de Republiek stonden democratische principes hoog in het vaandel. De Nationale Vergadering, de eerste Nederlandse volksvertegenwoordiging, kwam op 1 maart 1796 voor de eerste maal in zitting bijeen. Pieter Paulus, de voorzitter, stierf enkele dagen later aan een longontsteking die hij bij de inwijding opgelopen had. De tientallen commissies leidden tot trage besluitvorming. Bovendien ontstond er grote onenigheid over de provinciale bevoegdheden. De enige tekenen van interne politieke instabiliteit waren enkele staatsgrepen in 1798, toen revolutionaire bevelhebbers geïrriteerd raakten over het trage tempo van de democratische hervormingen. Op 11 maart 1797 kregen de federalisten hun zin; de stemming over het ontwerp-grondwet op 1 en 2 augustus zou in de gewesten plaatsvinden.[1] De unitarissen waren ontevreden. Een staatsgreep in januari 1798 leidde tot de noodzakelijke een- en ondeelbaarheid. De federalisten legden het af tegen de unitariërs.
Een grondwetswijziging in 1801 luidde het einde van de Bataafse Republiek in. De staat werd voortgezet onder de naam Bataafs Gemenebest.
1 maart 1796 trad ook Bataafs-Brabant, een voormalig generaliteitsland, toe tot de nieuwe republiek. Brabant werd een wingewest en heeft de daardoor opgelopen economisch achterstand nooit echt ingelopen.
1795: De Goirlese schepenen, Nicolaas van Broekhoven en Wouter Brouwers, roepen de Goirlese bevolking op zich uit te spreken voor een algehele scheiding met Tilburg.
1809. De Goirlese schepenen Francis Schoutens en gildebroeder Peter Damen hadden zitting in de rechtbank belast met criminele rechtspraak waren ook belast met het sluiten van huwelijken
De Heerlijkheid Tilburg en Goirle wordt opgeheven.
Goirle blijft nog enige tijd één gemeente met Tilburg.
De laatste Heer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle is Diederik Johan van Hogendorp.
Het feodale stelsel komt ten val. De Heerlijke rechten zullen langzaam verdwijnen.
Tijdens deze periode wordt Goirle een zelfstandige gemeente. (1803) Tilburg ontvangt stadsrechten.Hoofdman: Antony Hoosemans
Koning: Jan Baptist van der Flaas


bij afbeelding; Oude lindeboom. Bij de komst van de Fransen, in 1795, werd vóór het raadhuis een vrijheidseik geplant. Hij staat er nog, als enige in ons land.


1795 - Beroepsbevolking van Goirle
Op het einde van de 18e eeuw telde Goirle 882 inwoners
76 boeren - 30 boerenknechten - 16 spinners - 25 dagloners - 1 brouwer - 1 rietdekker - 9 kleermakers -
2 kooplieden - 1 molenaar- 1 wagenmaker - 8 schoenmakers - 1 slager - 2 smeden - 1 bakker - 1 vorster.
Middelen van bestaan: handweefnijverheid - landbouw - kaatsballennijverheid.
Aantal huizen: 151


Bron: Sjef Hoogendoorn

1791 - De Prinsenhoef op het Hôogènd
Het Hôogènd kent een lange geschiedenis. De eeuwenoude baan, de St Jacobsbaan gaat terug tot de middeleeuwen. Eeuwen hebben reizigers op doortocht bij St. Jacob aangeklopt voor een overnachting of maaltijd. Niet ver van van St. Jacob stond een boerderij, de Prinsenhoef, midden op de Heertgangh. De Prinsenhoef was herberg en in de 18e eeuw stond er een botermolen opgesteld aangedreven door een paard. De naam Prinsenhoef kent zijn oorsprong uit de tijd dat Adriaan Schellekens, gehuwd met de Beekse Maria Prinsen.

In de 17e eeuw wordt de boerderij vernoemd als eigendom van de familie Brouwers van Neerven. De 24-jarige Dochter Maria Brouwers huwde met Michael Luijten (Q018 1702 - 1799), op 24-jarige leeftijd. Uit dit huwelijk wordt een zoon Jan Luijten (Q065) geboren en lid van het gilde St. Joris. het gilde St. Joris werd in vroeger jaren voor een periode van 6 jaren verpacht. Zo wordt Jan Luijten aannemer van het gilde. St. Joris zal echter na 6 jaren niet opnieuw worden verpacht want in 1836 schiet Peter zich tot koning van het gilde op de schutsboom die op het Hôogènd stond. In 1790 staat de Oud-borgemeester Jan Luijten in de archieven genoteerd als eigenaar van dat later de Prinsenhoef ging heten. Jan Luijten was gehuwd met Cornelia Ansems (~1735 - 1796). Naast een boerenbedrijf was er ook een herberg, bestierd door Cornelis Ansems.
In 1796 worden alle opstallen en grond verkocht aan landbouwer, herbergier, en armmeester Peter Damen.
Gildebroeder Peter Damen (Q126-Q1769 | 1769 - 1839), trouwde in 1749 Maria Luijten, dochter van Jan Luijten en Cornelia Anssems. Peter Luijten zet het café van zijn schoonvader door. Op 23 april, de naamdag van St. Joris werd Peeter lid van het gilde. Peter was een actief gildelid. In 1836 schiet hij op kermismaandag de koningsvogel om 29 jaren lang als hoofdman het gilde te leiden. Op 23 augustus 1839 komt Peter als hoofdman van het gilde te overlijden. Hij wordt met Gilde-eer begraven op het kerkhof achter de kerk van St. Jan. Op de naamdag van St. Michiel 29 september 1839 betaalde zijn zoon Wilhelmus Damen de doodschuld van Peter Damen.
Willem Damen (Q269 | 1803 - 1869) lid van het gilde St. Joris was gehuwd met de uit Baarle- Nassau afkomstige Anna Martens (1797 - 1870). dit huwelijk wordt om onbekende redenen ontbonden. In 1848 hertrouwde Willem in 1848 met Adriana van Gorp (1816 - 1880), de kleindochter van Gildebroeder Adriaan van Gorp en Johanna van Ravels.
De erven Damen verkopen rond 1775 de stee aan Willem Mallens (1864-1938) Willem was de zoon van gildebroeder Cees Mallens (Q284) en Helena Huijbregts. Willem bewoonde en beboerde het huis en erf. Naast de Prinsenhoef bouwde in Cees Mallens tentijde van woningnood op 'r Hôogènd 2 woningen die hij verhuurde. In 1874 woonde Nicolaas van Gils en Cees van Amelsfoort de arbeiderswoningen en Adriaan Schellekens pachtte de boerderij. in 1900 zijn de twee arbeiderswoningen al weer afgebroken en zien we Gildebroeder Jan Schellekens (Q268 | 1809 - 1889) die gehuwd was met Dimphena van Oolen (1804) als eigenaar van de hoeve. De zoon van Jan en Dimphena Adriaan komt in het bezit van de boerderij, Jan Schellekens had 2 kinderen. De dochter Hendrica Schellekens trouwde met Peter van Gestel (1841 - 1908)
Adriaan Schellekens (1834 - 1908) huwde op 9 januari 1862 voor de 1e maal met Anna Cornelia van Erven (1838 - 1865). Als Anna Cornelia in 1865 in het kraambed komt te overlijden hertrouwde Adriaan in 1866 met de uit Hilvarenbeek afkomstige Maria Prinsen (1837 - 1824). Zij zouden 9 kinderen krijgen. De herberg die zij uitbaatte moet populair zijn geweest , de eeuwen oude hoeve werd naar Maria, de uitbaatster van het café , tot op de dag van vandaag de Prinsenhoeve genoemd.
Na het overlijden van Maria Prinsen in 1824, Adriaan Schellekens was al in 1908 overleden, werd de boerderij verkocht aan Christiaan Jan Baptist Vermeer.
Christiaan Vermeer, zoon van Drik Vermeer (1841 - 1896) en de Tilburgse Wilhelmina van Hoof (1852 - 1937) trouwde in 1920 de uit Oisterwijk afkomstige Catharina van der Heijden (1891). Crist Vermeer en Katrien kenden een rijke kinderschaar. Elf kinderen werden er geboren waarvan Hendrikus zich bij het gilde aansloot.
Gildebroeder Drik Vermeer (Q541 | 1921 - 1995) was getrouwd met de Rielse Henrica Hermans (1916 - 1998). Zij gingen naast de boerderij van hun ouders wonen in het huis wat tegenwoordig nog bekend staat als de woning van de Kieka. Later betrekken zij een woonhuis aan de Fabrieksstraat Tegenover het vroegere station.
Tijdens het Koningschieten, waarbij Cees Brock koning schiet, ontfermde Drik zich over het paard van de standaardrijder. Niet geheel onbekend aan het gilde besluit hij aansluitend aan het koningschieten in 1971 lid te worden van het gilde. Drik komt in het gilde als Knecht. Achteraf zal blijken dat Drik de functie van knecht, als laatste in de traditionele rol had vervuld.
in de zestiger en zeventiger jaren wordt Goirle uitgebreid in westelijke richting. De familie Vermeer verlaat de Prinsenhoef en verliest haar eeuwenoude agrarische Functie. De hoeve wordt verkocht aan Piet Walsmits die er een succesvol taxi vestigde. Piet zal niet oud worden maar zijn vrouw Fien bouwde het bedrijf succesvol uit en verplaatst zich naar de Nw.Kerksedijk. De Prinsenhoef komt leeg te staan en in het jaar 2000 wordt de boerderij gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Op de plaats van de eeuwenoude Prinsenhoef woont nu John Pullens, niets vermoedend wat hier de afgelopen eeuwen heeft afgespeeld.


de Prinsenhoef aan 't Hôogènd


Bron: Sjef Hoogendoorn

1790 - Kaart Verhees
In 1790 vervaardigd landmeter Hendrik Verhees de landkaart van de Heerlijkheid Tilburg & Goirle.
Op deze kaart zijn voor het eerst alle wegen, waterlopen en bebouwingen aangegeven.
Hendrik Verhees jr. werd geboren op 7 december 1744 te Boxtel, als zoon van Hendrik Verhees, timmerman en meester-molenmaker en Maria van der Sleijden. Hendrik Verhees was ongehuwd. Hij overleed te Boxtel op 23 april 1813.

Verhees groeide op in een rooms-katholiek gezin met elf kinderen. Over zijn jeugdjaren is niet veel bekend. Hij bezocht de dorpsschool in zijn geboorteplaats. De Boxtelse landmeter Jan François van de Weyer werd vermoedelijk later zijn leermeester. Verdere studie aan de Leidse school van de Duytsche Mathematique lijkt niet uitgesloten. Zijn privé-bibliotheek bevatte namelijk een tiental boeken over Leiden.

Aanvankelijk volgde hij de voetsporen van zijn vader. In 1765 nam hij de onderhoudswerkzaamheden aan van de kerk en het predikantshuis in Boxtel. Een jaar later was hij aannnemer van de eerste Nationale Straatweg van 's-Hertogenbosch tot aan de grenzen van Luik. Voor het onderhoud had hij vijftig mensen in dienst.

Zijn eerste cartografische activiteiten zijn traceerbaar vanaf 1767. Hij vervaardigde toen kaarten van de Brede en Smalle Haven te 's-Hertogenbosch en startte met het voorbereidende werk om een figuratieve kaart van geheel Staats-Brabant te kunnen vervaardigen. Ondanks het aandringen van de Raad van State in de jaren 1784 en 1785 kwam het niet tot een rijksuitgave. Met 'grote moeite' slaagde Verhees er in de 'Meierijkaart' in 1797 in eigen beheer uit te geven. Tot aan 1870 werd deze als wandkaart voortdurend herdrukt.

Ook als architect is hij actief geweest. Allereerst valt de bouw te vermelden van een schuurkerk te Kerkdriel (1767). Jaren later maakte Verhees het bestek voor de nieuwbouw van een kerk in het Noordhollandse Schoorl (1782). Ook bij de bouw van de hervormde kerken te Boxtel, Udenhout en Urk was hij betrokken. Naast kerkgebouwen ontwierp Verhees de raadhuizen te Drunen, Erp, Liempde, Sint-Michielsgestel en Tilburg. Eveneens adviseerde hij bij de verbouwingen van de tuchthuizen te Breda en 's-Hertogenbosch en bij de restauraties van de kastelen Stapelen te Boxtel en de Strijdhoef te Udenhout.

Aan waterstaatkundige zaken besteedde Verhees eveneens veel tijd. Toen in 1783 het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte te Rotterdam een prijsvraag uitschreef met de vraag: 'Welke hinderpalen zijn er tegen den aanleg van een kanaal tusschen 's-Hertogenbosch en Maasstricht of Luik, en zoo neen, wat het beste plan is?' verwierf Verhees met zijn bevestigend en technisch-wetenschappelijk antwoord een gouden medaille. Zijn plannen zijn echter nooit gerealiseerd. In juli 1805 werd Verhees aangesteld tot directeur van de verdiepingswerkzaamheden van de rivier de Aa. Samen met C.F. Wesselman sr. verdiepte hij zich in de ontwatering van de Peel en de afvloeiing van het Maaswater bij Smeermaas. Hoezeer hij ten aanzien van de waterwegen in Noord-Brabant kennis en inzicht bezat, bleek overigens ook uit zijn vervaardiging van een rivierenkaart van dit gewest. Jarenlang maakte de Nederlandse genie-officier en cartograaf baron C.R.T. Krayenhoff dankbaar gebruik van Verhees' werk voor het samenstellen van zijn Choro-topografische kaart van het Koninkrijk Holland.

Verhees vervulde bovendien talloze bestuursfuncties. Voor de inval van de Pruisen in 1787 was hij collecteur van de reële en personele dorpslasten en schepen van Boxtel. Tevens was hij lid van de vaderlandse sociëteit aldaar en pleitbezorger van het Nationaal Fonds. Als katholiek bestuurder werd hij in 1790 door de advocaat-fiscaal van Brabant afgezet. Na de komst van de Fransen in 1794 werd hij aangesteld tot buitengewoon lid van de Rekenkamer te 's-Hertogenbosch. In 1795 was hij lid van de Boxtelse municipaliteit. Een jaar later werd hij lid van de vergadering van representanten van Brabant. Hij werd ook afgevaardigd naar de Staten-Generaal. In januari 1805 werd hij benoemd tot lid van het gemeentebestuur van Boxtel. Twee jaar later was hij opperprovisor van de armentafel te Boxtel. Ten tijde van de inlijving bij het Franse keizerrijk trad Verhees op als vrederechter in het kanton Boxtel.

Verhees was een geestelijke duizendpoot wiens verdiensten vooral liggen op wetenschappelijk en documentaliserend gebied. Voor particulier gebruik legde hij een fraaie wetenschappelijke bibliotheek aan. Maar veel belangrijker was dat hij tijdens zijn talloze reizen door de provincie in de jaren 1787 tot 1809 schetsen, tekeningen en plattegronden maakte van kerken, kapellen en van al wat hem interesseerde. Dit materiaal is van blijvende waarde en betekenis en vooral als bron van belang voor de kennis van de kerkelijke architectuur in Noord-Brabant. In 1975 werd zijn geesteskind alsnog in boekvorm uitgegeven door J. van Laarhoven.

Jarenlang was Verhees 's lands aannemer en architect aan wie tot op heden het behoud van oude bouwwerken uit zijn tijd, zoals kerken en raadhuizen, te danken is. Als waterstaatkundige behoort hij thuis in de rij van vooraanstaande waterstaatkundigen als J. Blanken, C.L. Brunings, F.W. Conrad en C.R.T. Krayenhoff. Zijn kaarten waren van bijzonder belang en zijn waterbouwkundige plannen verdienen lof.





1789 - Koningschieten. Jan Baptist van der Flaes
Koning van het gilde St. Joris Jan Baptist van der Flaes
Joannes Baptista [JanQ102) van de Flaes is geboren op 12-12-1745 in Goirle, zoon van Arnoldus (Q031) van de Flaes . en Maria Helena Vijgen. Jan Baptist is overleden op 30-06-1814 in Goirle, 68 jaar oud.
Jan Baptist trouwde, 26 jaar oud, op 27-09-1772 in Alphen met Jacoba Havermans, 22 jaar oud. Jacoba is een dochter van Jacobus Matthijs Havermans en Johanna Augustijns. Zij is gedoopt op 14-06-1750 in Alphen Riel. Jacoba is overleden op 29-01-1826 in Goirle, 75 jaar oud.
Notitie bij Jan Baprist van der Flaes: Jan Baptist A.zn was is lid van het gilde St. Joris
1764 in zijn vaders plaats bij overlijden van Arnoldus van der Flaas
sijn doodschult in zijn leeven den 23 april 1814
In 1789 schiet Jan van der Flaes koning.
Jan Baptist van der Flaes ( 1745-1814), zo vader, zo zoon. Zijn vader Arnoldus schoot Koning in 1742. Zijn zoon Jan Baptist schoot Koning in het (Franse)-revolutiejaar 1789. Hetzelfde jaar dat zijn zoon Jacobus werd geboren die nooit meer zou terugkeren van de veldtocht tegen Rusland in 1812. Een ander gevolg van de Franse omwenteling en tenslotte inval in Nederland was dat Jan Baptist tenslotte rond 1798 als Municipaal (gemeenteraadslid) van Goirle geboekt stond.


Bron: Harry appels

1789 - Boerderij van Christ Schellekens aan de Dorpsstraat
Tot 1960 stonden aan de Dorpsstraat twee beeldbepalende boerderijen aan weerszijde van de Kloosterstraat. Links woonden de Kinderen van den Hout en rechts boerde de familie Schellekens aon de ‘aonsteej’ langs ’t Maoske. Een riviertje dat van het Ven via het ‘Maosstraotje de Vismèrt’ overstak en langs de Dorpsstraat en van Haestrechtstraat achter het Veldkruis van Pater Jan Brock naast de Leeuwenhoef zijn water loosde in de Leij. Beide boerderijen stonden vlak langs het riviertje waar een hekkendam de verbinding was om de ‘koej te waaje’ naar het achterland.
Als de familie Schellekens in 1809 zijn intrek neemt aan de Heertgang het Dorp. Zij waren niet bepaald de eerste bewoners.
In de kohier van 1787 lezen we: ‘alle de huijzingen oft woningen binnen de dorpen van Goirle’ vinden we op huisnummer 89 de gebroeders Mathijs en Wouter Brouwers als eigenaren van een behuizing of woning. Het betreft hier de boerderij aan Heertgang het Dorp, de plaats waar in 1760 de Kerkweg werd aangelegd als verbinding naar de kerk, die later de Kloosterstraat
Mathijs en Wouter hadden na het overlijden van hun ouders, het echtpaar Jan Brouwers (1688-1771) en Maria de Bondt, door vererving het pand in eigendom verworven.

Uit de nalatenschap bleek dat Jan Brouwers welgesteld moet zijn geweest. Verschillende ‘huizinge’ waren zijn eigendom. Ook had Jan als Goirlese Schepen zitting in de Schepenbank van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. Tot zijn overlijden was hij gildebroeder van het Gilde St. Joris’. Hij werd met ‘gilde-eer’ door zijn gildebroeders begraven waarbij zijn doodschuld werd voldaan. Ook zullen 4 zonen zich aansluiten bij de Guld.
We gaan terug naar de zonen Wouter en Mathijs Brouwer, de eigenaren van de boerderij in ’t Dorp.
Wauterus Brouwers (1728-1818) was mede-eigenaar en bewoner van het huis. Wij trad in het voetspoor van zijn vader en werd ook gildebroeder bij St. Joris. In 1768 schiet Wouter zich op kermis-maandag tot koning van het gilde St. Joris.
Wouter woonde nie alleen, het pand werd zoals op veel plaatsen vanwege de schaarste in woningen dubbel bewoond. Gildebroeder Michiel van den Hout (1753-1821) woonde met zijn gezin op hetzelfde adres. Michiel was in 1781 getrouwd met Rielse Antonia van Beeck.
Mattheus Brouwers (1720-1800) was voor de helft eigenaar van het gedeelde bezit maar ging er niet wonen. Hij trouwde in Vessem op 1776 met Catharina Jacobs en stichtte een boerenbedrijf.

In 1821 werd de boerderij door de gebroeders Mathijs en Wouter Brouwers verkocht. Cornelius van Hest werd de nieuwe eigenaar. Hij verhuisde van Hilvarenbeek naar de boerderij naar ’t Dorp in Gôol.
Cornelius van Hest (1783-1869) was de zoon van de Tilburger Adriaan van Hest (1753-1833) en de Goirlese Catharina van Dun (1754-1715). Cees van Hest trouwde in 1809 met de Bikse Johanna Schellekens (1753-1852) dochter van Johannes Schellekens (1750-1792) en Adriana van den Bleek (1750-1810), beiden geboren in Gilze. Met Johanna Schellekens komt de familie Schellekens in de boerderij, zie zullen niet meer vertrekken. Cees en Johanna van Hest kregen 4 kinderen.

In 1811 werd het eerste kind Johanna Maria (1811-1814) geboren, zij werd slechts drie jaren oud. Op 30 december 1813 werd Johanna Catharina geboren en in 1816 Johannes. Jan overleed na 6 maanden op 16 augustus 1816. Tot slot werd in 1818 een meisje geboren, Adriana Maria, zij zou 4 jaar worden. Zo bleef Johanna als enig kind in leven maar zij zou al jong het ouderlijkhuis verlaten. Johanna Catharina van Hest trad op jonge leeftijd in bij de zuster Franciscanessen in Oirschot. Met het vertrek van het enige kind Johanna naar Oirschot zou men denken dat het stil werd in huize van Hest maar niets in minder waar! Cees was een devoot godsvruchtig mens die een goede band onderhield met Thomas van Diessen. Samen organiseerde zij bijeenkomsten op de hoek van de Kerkweg in de boerderij van Cees van Hest. Op zondag na het Lof werd er door de manlijke jeugd gezamenlijk gebeden, voorgelezen, aflaten en andere heilige zaken besproken. Werden de besproken onderwerpen te moeilijk voor Cees dan werd pastoor Minoretti op de boerderij ontboden.
In 1852 sloeg het noodlot toe met het overlijden van Johanna. Nu stond er Cees helemaal alleen voor op zijn voor die jaren al grote boerderij. Vermoedelijk is er toen al dikwijls en ook al in het verleden een beroep gedaan op de familie van zijn vrouw de familie Schellekens.
Op 31 maart 1869 overleed de weduwnaar Cees van Hest waardoor de boerderij leegkwam. De enige erfgename, de kloosterzuster uit Oirschot erfde de boerderij met haar bezittingen die regelrecht naar de congregatie van de Franciscanessen in Oirschot gingen en werd toegevoegd aan de bruidsschat van de non.
In vele gevallen als deze werden de roerende on onroerende zaken in een openbare verkoping geveild. Tot een openbare verkoping zou het echter aan de Dorpsstraat niet komen. Het boerenbedrijf bleef in de familie. Peter Schellekens (1828-1912), de neef van Johanna Catharina van Hest (’t Nonneke) werd de eigenaar van het bedrijf langs ’t Maoske, de familie Schellekens zou de boerderij niet meer verlaten tot de sloop een einde maakte aan vierhonderd jaar geschiedenis van een boerenbedrijf.

Peter Schellekens was getrouwd met de Goirlese Maria Anna Vermeer (1834-1915), dochter van Jan Baptist Vermeer en Johanna Priems die ook in de Dorpsstraat richting Hôogènd boerden.
Peter Schellekens was zoals ze dat noemden ‘in goejen doen’. Hij behoorde na de Goirlese fabrikanten tot de hoogt aangeslagene wat betreft hun jaarinkomsten. Ook had Peter naast Hendrik Snels, Peter van de Lisdonk, Gerard en Jan Baptist van Besouw zitting in het armenbestuur van Sint Vincentius, de conferentie van de Heilige Johannes Baptist.
Toen Peter en Anna van Schellekens Vermeer hun intrek namen in boerderij waren er al zeven kinderen geboren, vier zouden er nog volgen.
In 1859 werd het eerste kind geboren, een zoon Hendrikus (1859-1912), hij zou na de lagere school thuis verlaten en naar de Fraters van Tilburg vertrekken en uiteindelijk zitting hebben als econoom in het bestuur van de congregatie. In zijn functie heeft hij ook bemoeienissen gehad met het stichten van het fratersklooster achter zijn geboortehuis. Bij de boedelscheiding bij het overlijden van Peter en Anna Schellekens gaat het deel van frater Henricus naar de Fraters van Tilburg in de vorm van een huis aan de Koudepad. Grenzend aan de kloostermuur stond een burgerwoning die dienst ging doen als dienstwoning voor de tuinman. Jantje Spijkers, alias Jantje van Vennenrode, was tijdens de oorlog in 1943 ondergedoken in Frankrijk. Na zijn thuiskomst in 1944 kon hij direct bij de fraters aanleggen als tuinman. Zou kwam wij in de Dienstwoning aan de Koudepad terecht waar hij met vliegend vaan en slaande trom kon vertrekken toen hij de Gemeente Tilburg vertrok om het Leijpark zijn oude monumentale status terug te geven.

Vier zonen, ‘de ôomkes’ bleven vrijgezel. Tiest-ôom (1860-1938), Toon-ôom (1860-1939), Willem-ôom (1868-1923) en Jaon-ôom (1871-1946). Zij bleven thuis wonen en werken op de boerderij. Jaon-ôom is daarbij 47 jaren lid geweest van de gemeenteraad. Ook bouwde hij in opdracht van zijn vader, het huis een de Kloosterstraat (nr.58) voor de vier vrijgezelle ôomkes.
Tot slot de jongste zoon Cris Schellekens (1880-1948). Hij zou na zijn huwelijk de boeren bedoening voortzetten aan de Dorpsstraat.

Tot op late leeftijd bleef Peter zich met het boerenbedrijf bemoeien. Op 80-jarige leeftijd besloot Peter met zijn zonen om de eeuwenoude hoeve te slopen en een nieuwe boerderij te bouwen. De nieuwbouw kwam in 1908 tot stand. Drie jaren later kwam Peter te overlijden en in 1915 overleed Maria Schellekens-Vermeer. Na het overlijden van Peter en Maria veranderde er niet veel. Het bleef een onverdeelde boedel waar veel later een boedelscheiding tot stand kwam.
Cris Schellekens (1880-1947) was voorbestemd het bedrijf aan de Dorpsstraat door te zetten. In 1909 trouwde hij in het Tilburgse raadhuis Engelien van Vught (1882-1970) de dochter van Jan van Vught en Maria van Hooff stichtte een groot gezin, er werden 13 kinderen geboren waarvan het jongste kind in 1924 acht maanden oud zou worden.
Vier dochters traden in bij De Liefdezusters van het Kostbaar Bloed van Koningsbosch in Sittard, een religieuze orde die zich richtte op de verzorging van wezen, ouden van Dagen en zieken. De Keuze voor Koningsbosch was niet vreemd. In 1880 namen de nonnen van het Kostbaar Bloed hun intrek in het voormalige Panhuys tegenover de Kerk en zijn de contacten met de devote familie Schellekens ontstaan.
Jan Schellekens, de zoon van Cris en Evelien ging boeren in de boerderij van de Ûumkes aan de Kloosterstraat. Jan ontwikkelde zich als voorvechter van de boerenstand. Dat deed hij als gemeenteraadslid op zijn geheel eigen manier waarbij hij zeer ontwapenend zijn gezonde boerenverstand gebruikte om de belangen van de boeren veilig te stellen.
Ook met de Guld was de familie niet onbekend. Jan en Wil Schellekens werden op Verloren Maandag 17478 lid van ‘de boereguld’ Sint Joris
De zoon Janus Schellekens (1922-2006) was voor iedereen een begrip. ‘Jaon Schèl de kassier van de Boerenleenbank’.
In 1948 nam Jaon de functie van kassier over van Jan de Brouwer kantoorhoudende in de voorkamer van zijn boerderij op Abcoven waar hij werd aangesproken als Jan de Kas. Ook de kassier van de Boerenleenbank vestigde zich in de voorkamer van zijn ouderlijkhuis, in de boerderij van Cris Schellekens. In de 50-er jaren bouwde DE kassier die ondertussen directeur geworden was tegenover de boerderij van Chris het eerste echte Goirlese bankgebouw. Naast bankdirecteur was Janus ook kerkmeester. Samen met pastoor Pessers heeft Janus vele jaren de begroting van de parochie sluitend gemaakt en zondags zong hij in het gregoriaans koor van André Burgers. ’n Pinnetènsie zônder ènd vur klèèn kènder meej ’n wiebelgat’.
In 1948 kwam Christ Schellekens te overlijden. Het bedrijf werd doorgezet door zijn vrouw Angelien en de zonen die zich geroepen voelden tot de boerenstiel.
Net name na de oorlog was het aanzien van de Dorpsstraat sterk veranderd. De boerderij van de familie Schellekens raakte ingeklemd tussen nieuwbouw en ambitieuze pannen van de Gemeente Goirle waar voor een boerenbedrijf geen plaats meer is.

In 1950 werd de boedelscheiding van de familie Schellekens geregeld. Vier boerenbedrijven zouden de eeuwenoude traditie doorzetten. Piet Schellekens kocht op ’t Ven een bedrijf en Sjef Brock die getrouwd was met Josepha Schellekens stichtte zijn bedrijf aan de Kerkstraat terwijl Jan Schellekens op zijn vertrouwde plaats in de Kloosterstraat verder boerde.
Tot slot Verliet Wim Schellekens als enige Goirle. Hij kocht een bestaand boerenbedrijf in Middelbeers met de welklinkende naam ‘de Johannahoeve’ op de voorgevel.

Zo viel langzaam de stilte over de eeuwenoude hoeve met zijn rijke verleden. Naar zijn lot was beslecht. Ook ’t Maoske verdween om plaats te maken voor woningbouw.
Niets herinnerd nog aan wat eens hier was. Toen er een busstation aan de Dorpsstraat moest komen was ook het lot van de boerderij van de Kinderen van den Hout beslecht. Of het allemaal vooruitgang is blij blijft de Vraag.





De vier eenvoudige arbeiderswoningen grenzend aan de boerderij waren ook eigendom van de fam. Schellekens.


Bron: Dion Hoogendoorn

1779 - Processie Sint Jan op Nieuwkerk
Tot 1779 trekt het Gilde St. Joris, samen met Pastoor de Beek, in processie naar de grenskerk op Steenvoirt (Nieuwkerk), gebied van de Abdij van Tongerlo. Nieuwkerk vormde de grens tussen Staats Brabant en Oostenrijks grondgebied. De grenskerken werden net over de grens gebouwd. Op de Rovert heeft de Poppelse grenskerk op de Rook gestaan, net voor de bestaande brug, naast de verdwenen watermolen.
Van de Goirlese tot aan de Tilburgse grenskerk lag een processieweg. Men hield daar dan ook de Sacramentsprocessie en de processies op de patroondagen. Nadat de grenskerken op Steenvoorde waren gebouwd ging men langzaam het gehucht Steenvoorde aanduiden met Nieuwkerk zoals we het nu kennen.
Het Withuis, naast de Steenvoorde, was de verblijfplaats van de pastoor van de Tilburgse grenskerk, het was ook een herberg.
In 1976 is de oude fundering van de grenskerk opgegraven. Het huidige kapelletje bleek op een hoek van de oude grenskerk te zijn gebouwd. De opgraving is uitgevoerd door de Heemkundige kring onder leiding van Harry de Kanter. De resultaten zijn in tekeningen vastgelegd en een verslag vast gelegd.
24 juni: Johannes de Doper
29 augustus: Johannes onthoofding Hoofdman: Antonie Hoosemans
Koning: Jan Brouwers


St. Janskapel op de plaats waar de Gôolse grenskerk heeft gestaan.


opgraving St. Janskapel in 1976


1776 - Uit de resolutiën
Citaat uit de resolutiën waaruit blijkt dat de belastingdruk hoog was.
"sijnde Goirle tot sinkens toe beswaert met de 's lands impositiën".
Huizenbestand: 'het vervallen van en wegraaken van 41 huysen en boerehuysingen'.
Er waren; '134 huysen en boerehuysingen, alle klijne keetjes en hutten'.


1775 - Hoofdman. Antony Hoosemans.
Op Verloren Maandag 1775 werd een nieuwe Hoofdman benoemd. Antony Hoosemans werd de nieuwe hoofdman .
Antonius [Antonij] (Q051) Hosemans -3*-st.J., zoon van Bernardus Hosemans en Cornelia Elisabeth. Verheijden. Hij is gedoopt op 12-09-1732 in Goirle. Q051 is overleden op 03-09-1811 in Goirle, 78 jaar oud.
Notitie bij Q051: Antonij was lid van het gilde St. Joris
<1749 lid van het gilde St. Joris
1811 den 8 julij ontfange de doot schult in zijn leeven somma 1 - 00 - 00
geboren in Heertgang dorp. Overleden in Heertgang kerk
Aentonie was bij aanvang van het ledenregister lid van het gilde St. Joris
Q051 trouwde, 37 jaar oud, op 20-11-1769 in Goirle met Cornelia van Dun, 25 jaar oud. Cornelia is geboren op 31-10-1744 in Goirle, dochter van Wilhelmus [Willem] (Q034) van Dun en Catharina Laurens Beris [Beerens]. Cornelia is overleden op 12-04-1821 in Goirle, 76 jaar .

Antonij Hoosemans , opvolger én oomzegger van Hoofdman Cornelis Augustijns. Antonij werd Hoofman in 1775 op 43-jarige leeftijd en pas in 1811, het jaar van zijn dood, zien we een opvolger. Zijn schoonvader kaatsballenhandelaar Willem van Dun bezat een vijftal huizingen in de Heertgangen Kerk en Dorp. Zijn stiefvader, Jan Baptist Jan Brouwers, die trouwens 8 jaar zijn stiefzoon Antonij overleefde, en pas in 1819 op 96-jarige leeftijd te Gilze-Rijen het tijdelijke wisselde voor het eeuwige, bezat eveneens een vijftal woningen te Goirle. Antonij was boer en woonde in de Heertgang Kerk waar hij twee huizen bezat.


Bron: Harry Appels

1775 - Jan van Aelst
~ 1775 bouwde Jan van Aelst (Q080 | 1732 - 1776 ) een woonhuis /smederij aan het Hôogènd (tegenwoordig Oude Heertgang. Gildebroeder Jan van Aelst was huwde in 1756 met Peternel van Veldhoven (1731-1776). Jan verhuurde het huis aan zijn broer Wouter van Aelst, getrouwd met Anna de Bondt 1e maal en 2e maal met Johanna Maria van Dun (1765 - 1835). De weduwe van Jan heeft het pand in 1875 verkocht aan bakker Cees de Rooij (1805 -1876) gehuwd met Johanna van Hees (1798 - 1853)
Het huis komt door vererving in het bezit van linnenkoopman Gerardus de rooij, de zoon van Cees de Rooij. Gerardus (Graard) was gehuwd met Nelly Rombouts (1831 - 1893)
Ook heeft in het pand nog gewoond Cees van Boxtel, linnenwever, Peer van Besouw, ook linnenwever
Mie de Rooij. 't koejboerke heeft er geboertd. Rond de eeuwwisseling (1900) was het café. Het eerste biljart in Goirle stond er en uitbater Baojke Brock, lid van de Gôolse fietsclub, ging meej zunne negoosie langs de deur.
In ~1958 is alles afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw.


woonhuis en werkplaats van Jan van Aalst op het Hôogènd


Bron: Sjef Hoogendoorn

1770 - Bruijgomschap
In 1770 betaalt Antoni Hoosemans voor het bruidegomschap 2 gulden en 10 stuivers voor het inbrengen van zijn vrouw bij het Gilde. Dit is de enige vermelding over een bruidegomschap. Men mag hier wel uit afleiden dat het bruidegomschap heeft bestaan.
De echtgenotes van Gildebroeders worden in de reglementen als Gildezusters aangeduid. Zij waren geen lid van het gilde. Vergaderd werd er door de gildebroeders. Bij het teren, kermis en ander vermaak sloten de dames zich daarbij aan.


1768 - Koningschieten. Wouter Jan Brouwers
In 1768 schiet Wout Brouwers de koningsvogel naar beneden. Wout wordt de koning van het gilde.
Wouter Jan q069 Brouwers -8-st.J. is geboren in 1728 in Goirle, zoon van Jan Baptist (Q054) Brouwers -5-st.J. en Maria Johanna (Marianne) de Bondt. Wouter is overleden op 17-05-1818 in Goirle, 89 of 90 jaar oud.
Notitie bij Wouter: lid van het gilde St. Joris
ontfange het incoom gelt 1 - 10 - 00
ontfange de dood schult den 29 september 1818
doodschuld voldaan bij overlijden.
Met gilde-eer begraven
adres Dorp nr. 104
Wouterv schiet zich in 1768 tot koning van het gilde St. Joris
Wouter bleef ongehuwd.
Kooning van S. Joris Gilt tot Goorle
1768
Wouter Brouwers ondertekent 20 jaren lang , van 1769 t/m 1789, als koning van het gilde de jaarrekening
Op het schild staat ook vermeld dat Wouter hoofdman is en op 90 jarige leeftijd is overleden.
Op het koningsschild staat naast een voetboog een gravure welke het beroep van Woutwr Jan Brouwers verbeeld. Zijn beroep was naast landbouer en ballenmaker kaarsenmaker. Op de tafel werd de bijenwas uitgerold tot dunne platen. Vervolgens werden er rechte stroken van gesneden en opgerold met een pit in het midden. Op de gravure is Wouter de kaarsen aan het rollen. Op het einde steekt er al een pit uit. Aan beide zijden van de kruisboog hangen 2 kaarsen sie gereed zijn.
Wouter Jan Brouwers volgt in 1811 Antonij Hoosemans op als Hoofdman.Wouter Jan is niet minder als een broer van de stiefvader van Antonij Hoosemans. Ge weet wel Jan Baptist Jan Brouwers die dan nog springlevend en tegen de negentig te Gilze-Rijen woont. Wouter Jan is trouwens ook al 83 jaar oud als hij Hoofdman wordt.
Deze nieuwe hoofdman is de zoon van de voormalige zeer welgestelde schepen Jan Brouwers die een 8-tal woningen bezat te Goirle. Zelf is Wouter Jan eigenaar van het pand Dorp 33 dat hij in 1771 van zijn vader erfde. Wouter Jan die zowel met boer alsmede kètsemaker wordt omschreven bleef ongetrouwd en woonde in Heertgang Dorp. Bij zijn overlijden in 1818 staat hij als Particulier, dus kon hij op oudere leeftijd van zijn geld leven. We zien Wouter Jan nog terug bij de Koningen omdat hij in 1768 Koning schoot.
kètsemaaker: kaatsballenmaker


1768 koningsschild Wouter Jan Brouwers. gravure kaarsenmaker


Bron: Harry Appels / Michiel smits

1765 - Gepolychromeerd eiken houten beeld van Sint Joris
Jan van Aelst (1732-1786), van beroep smid / slotenmaker, schenkt het beeld van St. Joris die de draak der hellen overwint aan het Gilde.
Het beeld krijgt een plaats in de 2e schuurkerk van de parochie St. Jan. De kerk van de parochie was geconfisqueerd en in gebruik bij de gereformeerde gemeente. De plaats waar de schuurkerk heeft gestaan in op de hoek van de latere Kerkhofpad. De eerste schuurkerk stond ook aan de toenmalige Kerkstraat nabij de watermolen.
Het monogram verraadt de maker Petrus Verhoeven (1729 - 1816) uit Uden.
Tekst: In den naem Jesu - S. GeorgIVs VICIt DraConeM InfernI Laetare.- In de tekst op console is een chronogram verwerkt. Als men de hoofdletters als Romeinse cijfers optelt krijgt men het jaartal van schenken.
I+V+V+I+C+I+D+C+M+I+I+L= 1+5+5+1+100+1+500+100+1000+1+1+50= 1765 (jaartal)
"In de naam van Jesu". - St. Joris heeft de draak der hel overwonnen, Verheug U"
Het beeld hangt tegenwoordig in de gelagkamer van Hof van Holland.
1765 - Hoofdman: Antonie Hoosemans, Koning: Dominikus Beurden
gildekamer: het Panhuijs (tegenover de kerk) Heertgang kerk.


Beeldhouwwerk Sint Joris met de draak. Petrus Verhoeven


Monogram van Petrus Verhoeven beeldhouwer


Sint Joris tijdelijk in de kerk


Monogram


1765 - Een nieuw vaandel
Op de patroondag van Sint Joris, 23 april 1765 is het gilde in vergadering bijeen in de gelagkamer van het gildehuis.
Waarschijnlijk is het bestaande gildevaan tot op de draad versleten. Wat zeker is, is dat er door de hoofdman wordt besloten een nieuw vaan te laten maken. In totaal wordt er door de gezamenlijke gildebroeders 68 guldens en 10 stuivers ingelegd. De opdracht wordt gegund aan gildebroeder Adriaan van Dun. Hij gaat het vendel maken. Mogelijk is het vendel wat in het vitrineschilderij in Hof van Holland hangt het bewuste vendel. Het is een broekvaan voor de standaardrijder. De standaardrijder ging het gilde voor bij processies en optochten. Hij baande de weg vrij voor het gaande gilde.


broekvaan van het gilde St. Joris. Vaan voor de standaardrijder


voor en na restauratie


voor en na restauratie


Bron: Sjef Hoogendoorn

1764 - Jan van Aalst wordt gildebroeder van Sint Joris en schenkt een beeld voor de kerk St. Jan
( Lees voor gildebroeder: gildebroeder en – zuster.)

1764 Jan van Aalst wordt gildebroeder van St. Joris en schenkt een beeld.

27 september de patroonsdag van St. Michiel.
Het gilde St. Joris kende volgens de Caerte uit 1569 vijf vergaderdagen, te weten; Verloren Maandag, St. Jansdag, Sacramentsdag, de patroonsdag van St. Michiel en t0t slot de naamdag van St. Joris op 23 april.
De vergaderdagen op Verloren Maandag en op naamdag van St. Michiel (Michael) onderscheiden zich van de andere dagen waarop het gilde bij elkaar kwam. Er werd op die dagen naast de normale gang van zaken de rekening opgemaakt en er werd geballoteerd als er zich nieuwe leden hadden aangediend. De normale gang van zaken was dat er bij aanvang van de dag een kerkgang naar de schuurkerk werd gemaakt, in d’n doel geschoten al dan niet om het lot, de speelkaarten op tafel kwamen, een goede maaltijd geserveerd en er was gelegenheid tot dansen omdat een speelman ook aanwezig was. Men mag aannemen dat er geen dorst geleden is en veel plezier gemaakt.

Zo zou het hebben kunnen gaan in 1764?

Op de patroonsdag van St. Michiel, 27 september van het jaar 1764 waren de gildebroeders in de herberg van ‘Dierck Roestenborghe’ samengekomen. Het was fris voor de tijd van het jaar en om acht uur was er zelfs al wat hagel gevallen.
De guld verzamelde zich in de gildekamer van het Panhuys in Heertgang de Kerk voor de kerkgang naar de houten schuurkerk. De eigen kerk St. Jan was geconfisqueerd zodat de katholieke gemeenschap daarvan geen gebruik kon maken. Ook aanwezig waren Arnoldus van Gorp en Peter van de Wouw, zij waren voorgedragen om lid te worden van het gilde.
Dirk Roestenburg. De herbergier, was voor 1749 al ingeschreven bij het gilde, bij de laatste drie verpachtingen was hij altijd de hoogste bieder geweest want Dirk wist dat de klandizie van de gildebroeders hem geen windeieren hadden gelegd. Ook was Dirk staande Deken en Peter van Dommelen de zittende Deken van het gilde St. Joris. Over verstrengeling van belangen werd toen nog niet moeilijk gedaan want Dirk was naast herbergier en aannemer van het gilde dus ook Deken, en zo samen met de zittende Deken verantwoordelijk voor het opmaken van de rekening.
Het illustere gezelschap vertrok in de ochtend, tussen twee buien door, naar de schuurkerk die slechts honderd meter van het Panhuys verwijderd was. Met het koningszilver, kruisboog, een dozijn pijlen en natuurlijk in kostuum ging men voorafgegaan door één tamboer en Vaandrig naar de plechtige Mis.
Voor het ontvangen van de communie tijdens de Mis moesten de gildebroeders nuchter zijn, daarom mag men aannemen dat het aansluitende teermaal in de herberg goed gesmaakt zal hebben.
De knecht die geen lid was van het gilde en daarom voor al zijn diensten moest worden betaald was druk met het aanslaan en aftappen van de vaten bier. Dat het de knecht druk had gehad mag blijken uit het feit dat toen ’s avonds de rekening werd opgemaakt er 2½ ton bier afgerekend moest worden.
Nadat de magen waren gevuld en de eerste dorst gelest, haalde de Hoofdman uit zijn binnenzak geheel volgens de traditie de Caerte tevoorschijn voor het voorgelezen hiervan, zo was iedereen weer bij de les was!
Na het teermaal en het voorlezen van de Caerte haalde de Hoofdman de ‘erwten en bonen’ uit het ijzeren peggenkistje wat daarvoor altijd onder de toog stond tevoorschijn voor het stemmen over de twee nieuwe gildebroeders. Zij werden buiten de gildekamer gesommeerd en alle aanwezige gildebroeder kregen een erwt en een boon voor het balloteren met ‘èrte en bôone`. Nol van Gorp en Peer van de Wouw werden na het ophalen en tellen van de erwten en de bonen bekwaam genoeg bevonden om de gelederen van het St. Joris te versterken. Zij betaalden één gulden als inkomgeld. In het gildeboek werden hun namen geschreven met de aantekening “ontfange het inkoomgelt” de somme van 1 gulden en 10 stuivers. De 10 stuivers was het loon van de knecht voor zijn bemoeienis en het aanzeggen van de nieuwe gildebroeder.
Op de vergadering was ook ‘Jan Jansen van Alst’ aangeschoven. Jan van Aelst was een welgestelde plaatselijke godsvruchtige smid en slotenmaker. Jan was de zoon van Joost van Aelst en Theodora Maas, geboren in Turnhout, respectievelijk Hilvarenbeek. De familie van Aelst had geen familierelaties in het Goirlese tot dat Jan in 1756 trouwde met Peternel van Velthoven.

Jan van Aelst meldt zich in de herberg van Dirk Roestenburg.
Jan van Aelst was niet voorgedragen bij het gilde maar had wel snode plannen die hij in de herberg bij Dirk Roestenburg wilde ontvouwen als het gilde in vergadering bijeen was. In het land van Ravenstein was beeldhouwer Peter Verhoeven actief voor gereformeerde dan wel katholieke opdrachtgevers. In het atelier van Verhoeven stond een beeldhouwwerk welk aan Jan van Aelst te koop was aangeboden en waarvoor Jan bovenmatige belangstelling had. Daarom was hij samen met Peter van Velthoven, zijn neef en een gerespecteerd lid van het gilde naar het Panhuys gekomen. Als Jan het woord neemt is het direct muisstil aan de stamtafel, iedereen luistert aandachtig naar wat hij te zeggen heeft. Jan is een zeer fraai beeldhouwwerk op het spoor. Het beeld, voorstellende Sint Joris te paard in gevecht met de helse draak, wil hij schenken aan het gilde op voorwaarde dat het in de schuurkerk van de parochie komt te hangen.
Iedereen was direct enthousiast en voorziet een mooie plaats voor St. Joris in de in 1760 in gebruik genomen 2e schuurkerk die nog wel wat aankleding kon gebruiken naast het nieuwe hoofdaltaar met het fraaie door Hieronymus van Herentals geschilderde altaarstuk.
De hoofdman, zeer ingenomen met het voorstel, benoemde samen met de twee Dekens Jan van Aelst, staande de vergadering, tot gildebroeder van St. Joris. Jan werd opgenomen in de broederschap en iedereen vond hem ‘unne goeje meens meej z’n hart op de goeje plaots’. Van ‘èrte en bôone’ was geen sprake meer, de borrels en glazen werden direct gevuld en er werd veelvuldig geklonken op de ‘goeje aflôop’.
Ondertussen hadden de ‘speelman met trekzak en sanger’ hun plaats in de hoek naast de tapkast van het café gevonden zodat het feest kon beginnen. Er werd gedanst, gezongen en het bier vloeide rijkelijk waarbij menige toost werd uitgebracht op de vrijgevige Jan die al meer schenkingen aan de kerk op zijn conto had staan. Tegen 10 uur ging iedereen, licht in het hoofd, maar voldaan huiswaarts in de wetenschap dat het gilde St. Joris het weer goed voor elkaar had!
vijf dagen later op 2 oktober 1764 werd Jan van Aelst door Hoofdman Cees Augusstijns ingeschreven in het gildeboek. Hij betaalde geen inkomgeld, dit in tegenstelling tot wat gebruikelijk was.

Een jaar later tijdens de St. Jansprocessie
De aankoop van het beeld werd door Jan van Aelst beklonken en een voerman bracht vanuit Uden, in het land van Ravenstein, het beeld naar Goirle om het in de schuurkerk, die aan de overzijden van de oude parochiekerk was gelegen, af te leveren. Peter Verhoeven arriveerde op tijd om het beeld nabij het priesterkoor op te hangen. Jan van Aelst smeedde een fraaie knielbank met kaarsenhouders om die voor het beeld te plaatsen en de kaarsen ter ere van St. Joris te laten branden. De pastoor liet er een offerblok bij plaatsen want ook de pastoor moet zakelijk blijven!
Op 29 augustus, de patroondag van St. Jan, was het gilde op tijd verzameld in het gildehuis. De ochtenddouw hing nog over de Wilt en het weer was betrokken als de gildebroeders zich verzamelen in het gildehuis. Tijdens de plechtige H. Mis met drie Heren zou het beeld van St. Joris worden ingezegend. Een bijzondere gebeurtenis waarvan iedereen getuige wilde zijn.
Op tijd stonden de gildebroeders met tamboer en alferes aangetreden om in optocht met zilver en bogen naar de kerk op te trekken.
Daar aangekomen waren de deuren gesloten. De Vaandrig klopte driemaal met de knop van het moedervaan op de zware kerkdeuren ten teken dat het gilde was gearriveerd. Pastoor Johannes van Riel opende samen met de voorgangers de kerkdeuren en de Vaandrig maakt met de knop van het vaan bij het binnentreden een kruisteken op de dorpel. Met slaande trom betrad het gilde de kerk waar de eerste stoelen waren vrij gehouden voor het gilde St. Joris.
Sint Joris met paard, inclusief draak, werden na de voorbede door pastoor van Riel gezegend. Nu konden de gildebroeders op voorspraak van St. Joris hun smeekbede richten aan hun patroonheilige en een kaars aansteken met een bijzondere intentie.
Later wist de pastoor te vertellen dat je met een kaars van twee pond meer kunt bereiken als z’n dun ding uit de kaarsenhak naast d’n offerblok van St. Jan.
Tijdens het sermoen predikte pastoor van Riel hel en verdoemenis waarbij de protestanten het moesten ontgelden, want zij waren immers degene die hun vertrouwde kerk hadden ingepikt zodat Sint Joris met een eenvoudige veldschuur langs de Kerkweg genoegen moest nemen.

Naar de Sint Jans kapel on Nieuwkerk.
Na afloop van de ceremonie in de schuurkerk vertrok het gilde naar Steenvoorde voor de St. Jansprocessie en de kermis op Spaans grondgebied. De Goirlese schuurkerk op Nieuwkerk stond namelijk net als de schuurkerk van Tilburg 50 meter over de grens van Staats Brabant op Poppels grondgebied.
Na de processie langs de processieweg die liep van ‘St. Jans Gool’ naar de Tilburgse grenskerk kon het feestrond de kapel losbarsten. Naast de kermis en een markt was er allerlei vertier, te eten en te drinken waarbij de kinderen zeker niet werden vergeten.
Op het einde van het Sint Jansfeest vertrok iedereen voldaan huiswaarts, behalve de gildebroeders van Sint Joris. Zij gingen terug naar hun gildehuis aan Heertgang de Kerk waar alles nog eens dunnetjes werd overgedaan in de wetenschap dat het gilde St. Joris het weer goed voor elkaar had.!

Is het zo gegaan?
Deze vraag mag men stellen! Zo zou het hebben kunnen gaan met het beeld van St. Joris is het antwoord.
Hoofdman Cees Augusstijns, Deken Dirk Roestenburg en Koning Jan Brouwers hebben geen schriftelijke bronnen nagelaten. De feitelijke gegevens gecombineerd met de overlevering hebben deze reconstructie mogelijk gemaakt. Hoe het werkelijk is gegaan zullen we nooit weten. Duidelijk is wel dat de puzzelstukjes allemaal zeer eenvoudig op hun plaats vielen. Ëén ding staat onomstotelijk vast; Omdat pastoor de Wit ‘St. Joris in gevecht met de draak’ uit de kerk kieperde hangt het beeld vanaf 1898 in het gildehuis Hof van Holland.

De feiten
* Vast staat dat in 1765 het gepolychromeerde eikenhouten beeld in de schuurkerk werd geplaatst. De beeldhouwer was Petrus Verhoeven (1729-1816) uit Uden.
> Bron: archief Gilde.
* Er bestaat geen hard bewijs dat Jan van Aelst het beeldhouwwerk heeft geschonken. Deze informatie is volgens overlevering via Leonard Hoogendoorn (1839 - 1922) en Johannes Baptist Hoogendoorn (1876 - 1941) beiden lid van het gilde, tot ons gekomen. Het is zeer aannemelijk dat Jan van Aelst de schenker is geweest omdat hij meer schenkingen aan de kerk heeft gedaan, Jan was vermogend en vrijgevig. Ook de losse puzzelstukjes vallen bij Jan feilloos op zijn plaats..
> Bron: archief Gilde.
* Het beeldhouwwerk van Peter Verhoeven werd geschonken aan het gilde en niet aan de kerk. Daarom is in het kerkelijk archief niets te vinden betreffende het beeld. Dat de schenking aan de guld was gedaan blijkt uit een briefje in het kerkelijk archief waarin hoofdman Adriaan van de Ven in 1870 het beeld schenkt aan de Parochie St. Jan.
> bron: kerkelijk archief parochie St. Jan Goirle.
* Jan van Aelst schenkt ook in 1760 het altaarstuk voor de pas in gebruikgenomen 2e schuurkerk. Het schilderstuk is vervaardigd door Hieronymus Francken van Herentals uit Antwerpen. Tegenwoordig hangt het schilderij in het linker transept van de kerk St. Jan.
> Bron kerkarchief parochie St. Jan.
* Het is reëel te veronderstellen dat het beeldhouwwerk van Peter Verhoeven al in zijn atelier in Uden stond ten tijde dat Jan van Aelst in contact kwam met de beeldhouwer. De mogelijkheid bestaat dat het beeld door de opdrachtgever was geweigerd of dat er een probleem was ontstaan betreffende de afname. Het is namelijk niet reëel te denken dat Jan van Aelst de opdracht zou verstrekken en dat binnen een jaar het beeld naar Goirle komt.
* Twee maal per jaar, te weten op Verloren Maandag en St. Michiel werden gildebroeders ingeschreven in het gildeboek. Ook bij het verlaten van het gilde werd zonder uitzondering een aantekening gemaakt in het gildeboek. Er waren vier mogelijkheden om het gilde te verlaten: 1] door de doodschuld te voldoen bij leven of overlijden. 2] bij overlijden door een zoon in vaders plaats te benoemen. 3] door uit het gilde te blijven en te noteren; zijn doodschuld niet voldaan 4] door in gebreken te blijven en geroyeerd te worden.
Jan van Aelst wordt als gildebroeder ingeschreven en betaalde geheel tegen alle regels in geen inkomgeld. Ook wordt er geen melding gemaakt als Jan het gilde verlaat bij leven of overlijden. Ook dit is zeer ongewoon.
Het kan er op wijzen dat Jan het lidmaatschap van het gilde heeft gebruikt enkel om de schenking te legitimeren.
> Bron: gildeboek met ledenlijst
* Twee Goirlenaren worden volgens de traditie op St. Michiel, 27 september 1764 aangenomen als gildebroeder.
Waarom wordt Jan van Aelst 5 dagen later, daags na St. Bamis, op 2 oktober ingeschreven in het gildeboek zonder vermelding van een inkomgeld?
Het antwoord kan zijn dat Jan voor het gilde een belangrijk man was geworden waarvoor men afweek van de normale gang van zaken. Zou hij een schenking aan het gilde hebben gedaan waarbij alle traditionele formaliteiten over boord werden gezet?
* Jan van Aelst (1732 - 1776) was gehuwd met Petronella van Velthoven. (1731 - 1776). Jan had in Goirle geen familie, zijn vader Joost van Aelst was geboren in Turnhout en zijn moeder, Theodora Maas in Hilvarenbeek. Door het huwelijk met Petronella van Velthoven was Jan geparenteerd aan de familie van Velthoven die met het gilde bekend was. Jan was ‘in goejen doen’ hij bezat huizen en betaalde belasting, daarnaast was hij religieus en gegaan met het lot van de oude kerk die stond te verkrotten omdat de katholieken er geen gebruik van konden maken.
> bron; gemeentelijk archief Tilburg – Canon St. Joris -
* alle datums, feiten, namen en locaties zijn overeenkomstig de notities in het gildeboek en andere bronnen
> Bron: gildeboek van Sint Joris - ledenlijst gilde St. Joris 1747 - .G.A.T. -
* de aangehaalde rituelen in kerk en Gilde zijn omschreven in de Caerte uit 1569.
> Bron: de Caerte van het gilde Sint Joris 1569
* Op het beeld staat het monogram van Petrus Verhoeven (1729 – 1816) de beeldhouwer. Geboren en overleden in Uden.
Petrus Verhoeven was een boerenzoon uit Uden. Na de lagere school bezocht hij de Latijnse School van de kruisheren in Uden. Over zijn opleiding tot beeldhouwer zijn geen gegevens bekend. Er wordt wel eens gesuggereerd zat de beeldhouwer beïnvloed is door de Antwerpse School. Aanwijzingen zijn hier niet voor. De stijl waarin Verhoeven werkte wordt omschreven als Vlaamse Barok, uit de 18e eeuw. Door de wat onbeholpen stijl wordt zijn werk ook aangeduid met Boeren barok. De beeldhouwer heeft zijn hele leven met leerlingen vanuit Uden gewerkt. Veel werk is vervaardigd voor Brabantse de schuurkerken, zo ook het beeld van St. Joris.
* Volgens de overlevering zou het beeldhouwwerk enkel met een witte polychroomlaag zijn afgewerkt.. Het zou zijn hedendaagse kleuren in de 19e eeuw hebben gekregen ten tijde dat het beeld in café de Ploeg hing. De plaatselijke huisschilder Joseph van Gorp beter bekend als ‘Jozef Boerkes’ zou verantwoordelijk zijn voor het opschilderen in zijn huidige kleuren. Onderzoek kan hierover mogelijk uitsluitsel geven.
|> Bron: Johanna Stads. (1891-1894)
* Aan het beeld is weinig ‘geknutseld’. Mogelijk is de polychroomlaag overschilderd.
Zeker is dat de speer van St. Joris is ingekort nadat het beeld de kerk had verlaten. Het plafond in het café was niet hoog genoeg.
Aan de achterzijde is de console waar het beeld opstaat aangepast aan een ronde vorm. Pilaren had de oude kerk van St. Jan niet. Wel waren de hoeken van het priesterkoor afrond. Hieruit mag men concluderen dat het beeld in de 16e eeuwse kerk in een hoek van het priesterkoor heeft gehangen nadat tijdens de Bataafse Republiek de Rooms Katholieken hun kerkgebouwen hadden terug gekregen. Dit betekend dat Sint Joris niet verbonden was aan een altaar.
* In de parochiekerk van Goirle hangen twee beelden van de hand van Petrus Verhoeven. De gepolychromeerde eiken houten beelden, voorstellende St. Petrus (met sleutel) en st. Paulus ( met opengeslagen boek) zijn gedateerd op 1762 en in de 2e schuurkerk geplaatst.
* In 1765 was er dus al een contact vanuit Goirle met de beeldhouwer Peter Verhoeven. Getuige de datering van de beelden van de Heilige Petrus en Paulus.: 1765


Sjef Hoogendoorn november 2015


detail kaart Hendrik van Hees 1791


1760 - Koningschieten. Jan Brouwers
I
In 1760 schiet Jan cornelis Brouwers de koningsvogel. Jan zal 5 jaren koning zijn.
Er waren 3 dagen in het jaar dat men kon toetreden en al dan niet bij overlijden de doodschuld voldoen. Verloren Maandag, de patroonsdag van Sint Joris 23 april en 29 september de naamdag van Sint Michiel.
Op Verloren Maandag werden de jaarrekeningen voldaan. Op Sint Joris en Sint Michiel werden de verpachtingen gedaan. Op deze data werden de gronden in 'de Wilt' voor een bepaalde tijd gepacht. In het gildeboek kan men die terug vinden.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Jan Brouwers was onmiskenbaar een belangrijk persoon met gezag en invloed op de benoemingen van de 3 Hoofdlieden die gekozen werden in 1775, 1811 en 1818 . Jan zat er warmpjes bij met de 5 huizen die hij te Goirle bezat. Zijn vader was Cornelis Brouwers.


Bron: Harry Appels

1760 - Kaart van Diederik Zijnen
De Heer van Tilburg en Goirle; Gijsbertus Steenbergensis, Graaf van Hogendorp, geeft opdracht aan Diederik Zijnen om de gehele heerlijkheid in kaart te brengen.
De kaart heeft een afmeting van 315x415cm. Deze kaart die in het archief van Tilburg berust is de oudste kaart waarop de heerlijkheid Tilburg en Goirle gedetailleerd is weergegeven. Ook het middeleeuwse wegenstelsel is duidelijk herkenbaar. De kaart geeft een zeer goed beeld van de opbouw en omvang van Goirle in 1660.
De kaart is in 2012 gerestaureerd. Via Het regionaal archief kan men de kaart digitaal bekijken.


detail uit: kaart van Diederik Zijnen


1760 - Draagschild Hoofdman Cees Augestyn
Het Gilde verwerft het hoofdmanschild. Later zal het schild in de breuk van de hoofdman worden verwerkt.
Opschrift:
Cornelis Augestyn Hopman
Jan Patist Brouwers Koninck
Anno 1760 Gildehuis: Herberg van Dirk Roestenburg (Deken) in Heertgang kerk. (tegenwoordig het verpleeghuis)
Pastoraat: Nicolaas Dominicus de Beek. (2e schuurkerk Bergstraat tegenover verpleeghuis)
Hoofdman: Crn. Augustijns


Breuk van het gilde. De roosjes zijn onderdeel van het 16e eeuwse juweel


1759 - Hoofdman. Cornelis Augustijns
In 1759 is het gilde op Verloren Maandag verzameld voor de jaarvergadering. De overheden leggen verantwoording af en er vinden verpachtingen plaats van de in bezit zijnde gronden. Ook wordt er een nieuwe Hoofdman benoemd. De 'erwten en bonen' zijn op tafel gekomen, Cees Augustijns werd de nieuwe hoofdman.

Op Verloren Maandag 1759 is het gilde verzameld in het gildehuis voor de jaarlijkse vergadering waar verantwoording wordt afgelegd over de financiën. Ook worden er verpachtingen gedaan van de gronden die het gilde in bezit heeft. Tijdens deze vergadering komen de 'erwten en bonen' op tafel voor het kiezen van een hoofdman Cees Augustijns.

O ~1714 Cornelis Augustijns † 1752- |x 1742| -O Catharina Adriaan Hoosemans †
Ingekomen in het gilde: inkom voor aanvang ledenlijst. Zijn doodschuld voldaan. [de ledenlijst wordt nog niet bijgehouden]
Verloren Maandag 1759
Het gilde verzameld in de gildekamer verkiest Cornelis (Cees) Augusstijns tot hoofdman.
Het balloteren gebeurde met 'èrte en bôone'. Het deel van gildebroeders die konden lezen en schrijven was zeer klein.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Cornelis Augustijns, opvolger én schoonbroer van de in 1752 overleden Cornelius Hoosemans, bleef Hoofdman tot aan zijn overlijden in 1774. We weten met zekerheid dat hij vanaf 1759 Hoofdman was, over de jaren 1752-1758 is er enige twijfel, in ieder geval is er geen andere Hoofdman bekend tussen 1752-1758.
Cornelis Augustijns aanschouwde het levenslicht rond 1714 te Baarle-Nassau en trouwde op zijn 28e -nog vrijgezel zijnde-in 1742 met de eveneens 28-jarige weduwe Catarina Hoosemans. Catarina had aan haar eerste trouw nog een aardig pand in de wijk Kerk overgehouden en dit zal ook de toekomstige woning van het nieuwe gezin gaan worden.
In een memorie uit 1760 zien we ook dat zij voor hun belasting het volle tarief konden betalen. Cornelis Augustijns werd op Donderdag 11 augustus 1774 , een betrokken en winderige dag, bijgezet binnen de Goirlese Kerk tegen het allerhoogste tarief van zes Guldens.


Bron: Harry Appels

1759 - 1759 jaarrekening gilde Sint Joris
Jaarrekening 1559. Opgesteld door de Deken Jan van Dommelen.

Rekening ende bewijs soo ende gelijk mits desen is doende Jan van
Dommelen als regerent Deke van de Edelen gulde van St. Joris van
den gehelen ontfanck en uijtgeef als volght.

*Eerstelijk den ontfanck voor eerst brenght den redant in Rekening van
het gene heij in de kass gevonden heeft de somma van | 15 | 18 | 19 |
*op den 29 september 1759 ontfangen van 40 Guldenbroeders van idere
De somme van aght stuijvers komt | 16 | 0 | 0 |
*op den 23 april 1760 ontfangen van 36 guldenbroeders van idere
De som van | 15 | 12 | 0 |


Gulden | stuivers | centen |


Bron: Sjef Hoogendoorn

1755 - St. Jacob op 't Hôogènd
St. Jacob is een boerenhoeve gelegen aan een middeleeuwse baan van 's-Hertogenbosch naar Leuven of Brussel.Mogelijk heeft de pelgrimage naar Santiago de Compostella langs deze Gôolse Baan een rol gespeeld in de ontwikkeling van Goirle.
Rond 1720 was gildebroeder Michael Luijten (Q018 1702 - 1799), op 24-jarige leeftijd gehuwd met Maria Brouwers, eigenaar van de St. Jacobshoeve aan het Hôogênd. In deze tijd was op St. Jacob een herberg gevestigd waar passerende reizigers konden overnachten. Zoon Jan Luijten (Q065), door vererving in het bezit gekomen van St. Jacob, was gehuwd met Cornelia Assems (~1735 - 1796).
In 1790 is het pand of een deel daarvan verhuurd aan Gildebroeder Cornelis Stads (Q105 1755 - 1813) in 1782 gehuwd met Johanna van Haaren (1761 - 1790). Johanna was de dochter van Gildebroeder Adriaan van Haaren (Q092 | 1730 - 1781) en maria van Besouw (1730 - 1765)
in 1790 komt Johanna van Haaren te overlijden. De weduwnaar Cornelis Stads hertrouwt in 1792 met Maria Pijnenborg (1768 - 1811).
in d jaren dat Cornelis Stads op St. Jacob Woonde laat hij de langdeelschuur die tegenover het huidige wevershuisje 't Smiske staat afbreken. De gebinten worden compleet met de hand vaar St. Jacov gedragen om daar weer te worden opgebouwd (zie tekening)
in 1830 is gildebroeder Huijbert van Broekhoven (Q135) eigenaar van St. Jacob. Door het huwelijk met Adriana Luijten (1772 - 1851) dochter van Jan Luijten en Cornelia Anssems wordt Huijbert van Broekhoven (1775 - 1860) eigenaar van St. Jacob. Adriana Luijten was al eerder gehuwd met Nicolaas van Broekhoven die op jonge leeftijd komt te overlijden. Adriana en Huijbert wonen met hun 4 zonen en 2 dochters op St. Jacob.
In 1870 vinden we gildebroeder Adriaan Philipsen (Q 237 | 1807 - 1875) gehuwd met Petronella van Oolen (1809 - 1874) als eigenaar van het pand. Adriaan splitst de boerderij in 1884 vanwege de woningnood in Goirle in 2 woningen. In één van de woningen trekt Henricus de Volder, getrouwd met Maria de Wit. Drik is de zoon van gildebroeder Cees de Volder (Q156). in 1884 Zijn Drik en Maria vertrokken. Het dubbel woonhuis wordt afgebroken. Er wordt een nieuwe boerderij gebouwd maar de naam St. Jacob blijft gehandhaafd.volgens overlevering gaat het verhaal dat tijdens het ploegen van het land het paard in een oude put stort. in een ver verleden heeft naast St. Jocob een woning of hut gestaan. Het paard zal in de punt van dat huis zijn gezakt.
In de nadagen van de oorlog raakt de hoeve zwaar beschadigd. Twee kinderen van de familie Kilsdonk ontsnappen een de wisse dood toen een ingekwartierde Duitser de kinderen enige momenten voor er een bom viel naar binnen haalde.
De fam. Vermeer zijn de laatste de laatste boeren op St. Jacob. met de uitbreidingen van Goirle komt St. Jacob midden in de bebouwing te liggen. de boerderij blijft staan, het wordt een burgerhuis. Toen de hellen werden ontwikkeld is gekozen om het eeuwenoude netwerk van wegen te handhaven. Zo ligt St. Jacob nog altijd aan de middeleeuwse weg die in 's-Hertogenbosch begon.


St. Jacob aon de Ouw Baon. Hôogènd


Bron: Sjef Hoogendoorn

1750 - Hoofdman. Dierck Roestenborgh
In 1750 wordt Dircj Roestenborgh genoemd tot hoofdman van het gilde St. Joris
Dirck Cornelis (Q023) Roestenborgh is geboren in 1699 in Hilvarenbeek, zoon van Cornelius Joannes Roestenborgh en Beatrix Waltherus Roestenborgh. Dirck is overleden op 22-10-1781 in Goirle, 81 of 82 jaar oud.
dirck Roestenborgh trouwde, 38 of 39 jaar oud, op 27-09-1738 in Goirle met Ida. Hoosemans, ongeveer 25 jaar oud. Ida. is geboren omstreeks 1713 in Hilvarenbeek. Ida. is overleden op 05-03-1749 in Goirle, ongeveer 36 jaar oud.
Notitie bij Q023: Dierck was lid van het gilde St. Joris
Was lid voor het invoeren van de ledenlijst.
geen vermelding over de doodschuld

De gildebroeders hebben door de eeuwen heen altijd binnen eigen gelederen een Aannemer van het Gilde gezocht. Het is zelfs niet uitgesloten dat men lid van het gilde werd om de Guld thuis in het café te krijgen.
In 1750 wordt kastelein herbergier Dierck Roestenborgh benoemd tot hoofdman van het gilde.
O 1699 Dierck Roestenborgh 1781 † |x | - O Ida Hosemans 1749 †
Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld voldaan: Zijn doodschuld voldaan:
Dierck Roestenborgh (1699-1781) is hoofdman van het gilde Sint Joris.
Drik was bierbrouwer en herbergier aan Heertgang Kerk.
De Herberg was genaamd het Panhuys en was gelegen aan de overzijde van de kerk waar nu de Bergstraat overgaat in Tilburgseweg.
Het Panhuys heeft ook dienst gedaan als gildekamer en gildehuis.


1750 - Het wapen van gilde Sint Joris: de kruisboog.
Item. voert sal elcken guldenbrueder Schuldich sijn te hebben eenen redelijcke voet boghe met goeden tuege oft weijnde ende een Dousijn geschut oft pijlen.
Item ordonneren ook noch dat men ter doelen schijeten sal alle sondaegen ende altijd beginnende des anderen dages Nae den heijligen Pinxten..........
Het wapen waarmee werd geschoten was een voetboog. Daarmee werd op de schutsboom geschoten. Een voetboog kan men niet met de hand opspannen. Daarvoor is een 'wijngetuig' nodig. Een wijngetuig is een opwindinrichting die men op de boog zet om de lat te spannen.
Onder op de voetboog zat een ijzeren beugel waarin men de voet moest zetten om te voorkomen dat de boog wegschoot. Vandaar de naam voetboog. Men schoot met één bout van ongeveer 40 cm lang. Een bout is een pijl met een stompe punt. Smid Jan Hoogendoorn uit de Dorpsstraat is de laatste geweest die nog voetbogen maakte. De stalen latten kwamen van ijzerhandel Merks. De latten waren van 'drie-rozen-staal'. Het ontlaten na het harden van de lat gebeurde 'meej 'n èmmerke strônt'.


opspannen van een voetboog tijdens koningschieten in Tilburg


1750 - Bezittingen in de Wilt
Op de kaart van Diederik Zijnen, getekend in 1769 wordt de plaats van de schutsboom aangegeven. De lokatie is in de Herstalle langs de hedendaagse Rielseweg.
Ook de plaats waar de eerste doelen zijn opgericht is bekend. De doelen hebben in de Wilt gelegen langs het pad van het Bos naar de Rielsedijk. Tegenwoordig staan daar de drive-inn woningen. De Guld heeft tot het confisqueren van de bezittingen van het gilde en de kerk tijdens het pastoraat van Pastoor soffaerts grote landerijen in het bezit. Hat moet zo ongeveer het gebied zijn geweest tussen wilteind en Hoogeind.
De voornoemde weg heette vroeger de Wittedijck. (niet te verwarren met de loop van de hedendaagse Wittedijk) De 'Wittedijck' is een toponiem. Het doel waarop werd geschoten heette in vroeger dagen het 'wit'.





Bron: Sjef Hoogendoorn

1749 - Gool den 29 september 1749. oud regelement
Gool den 29 september 1749
Zo is daer vaest gestelt en en geordeneert door den hooftman Cornrlis Hoosemans en den kueninck Arnoldus van de Klaaes en Luekaes Schoutens ene Maegiel Luijten aels regenderen dekens van de guld van St. Jories tot gool met de twee leste aefgaende gekens van de voor nomde guld dat aellen gulde broeders sulen genoegt moete nemen al waet offiesie dat in de guld sullen veerkoren worde aften dat zij aenstons uijt de guld sullen moete gaen.
ten twee: dat voortaen niemant in de guld saele koemen ofte dat hij zijn eet sael mode doen en daer sijn inkoem geldt moete geven aen de dekens.
ten derde: dat aelle die koemen te trouwe van de gulde broeders dat sij den eerste koelfdaegh een pealkoen sullen moeten geven aen de dekens ten behoeven van de guld ofte dat sij niet meer sullen aerkent worden voor gulds broeders.
ten vierde: dat aellen guldbroeders aels zij te begraeffenis gebede worde dat sij aen het leijkhuijs sullen moete koempereren met swart kouse en een maentel om ofte dat zij vijf stuijvers boete sullen moete geven ten behoeven van de guld ofte zij moete meerkelijk belet sijn en daen moete sij dat aen de dekens .
ten veijfde: sullen aaellen guld broeders op St. Jan daegh met een floem (bau) aen St. Jan kerck moeten kompereren om daar de procsesie bij te woenen ofte sij sullen vijf stuijvers boete moeten geven ten behoeven van de guld ofte sij moeten meerkelijk belet sijn en aen de dekens aen geven.
ten sesde: soo daer imant van de gulde broeders komt te sterven soo sullen de vriende van den overlede gulde broeder den eerste koelf daegh de dood schult moete brengen in de gulds kaemer en geven aen de dekens de somme van een gulden ofte daer rn sael noet niet een van de vriende aen genomen worde voor gulde broeder maer soo de doodt schult betaelt is soo sael een van de soenen aeltijt reght hebben om voor daer niet in de guld te komen, verder soo wort oock geordenert en vast gestelt soo imant van de guld begraven wort die in de guld niet en is sullen alle gulden broeders gehouden zijn de begrafenis bijj te woone op eene boete van vijf stuijvers dogh mereklijk belet zijnde sullen hun aan de dekes aangeven.

Hoofdman: Cornelis Hoosemans
Koning : Aernoldus van de Flaes
Deken : Luekaes Schoutens
Deken: Maegiel Luijten


1749 - Regelement voor den gulden kneght waer men de gulden broeders zigh moeten regulere en de kneght van schelijke
Regelement voor den gulden kneght waer men de gulden broeders zigh moeten regulere en de kneght van schelijke.

Ten eersten so iemant in de guld komt sal dan den kneght twee schellinge moeten geven.
Ten tweiden sal heij proffiteren van idere kolf tien Stuiver het welck hem van de gelijke guld betalt sal worden.
Ten derden van idere begrafenis sal heij trecken ten stuivers, dogh van een lijk dat in de guld niet en is dogh met de guld begraven wordt, sal heij trecken eenen gulden.
Ten vierden de eerste roos die eenen gulden broeder sal koome te schieten sal daer voor aen den kneght betalen ses stuivers ende de verdere roose daer sal niet van betalt worden.
Ten vijfde sal heij proffitere van eenen standen prijs van het welk betalt sal moeten worden beij die den prijs van ideren ses stuijvers dogh de prijse die op eenen dacgh geschoten worden daer van sal heij niets proffiteren dodh sullen allen de gilde broeders genoegen moeten neemen dat heij sondaghs te vooren het lot sal aen zeggen zonver eenigh tegen zeggen van imant.
Item als wanneer men den koneg nog al sal schiete sal den kneght gehoude zijn een man beij hem te neme en sullen de zelve voor ale divore met haer twee proffitere de somme van 2 gulde en tien stuiver.

Toelichting:
Grammaticaal heeft de tekst gelijkenis met het reglement uit 1749. Ook het handschrift en de inkt waarmee geschreven is heeft overeenkomsten met het hand geschreven reglement. Dat rechtvaardigt de datering op 1749.
De knecht was geen lid van het gilde. Hij werd voor alle diensten betaald. Zijn werkzaamheden omvatte: - aanzeggen van boodschappen - werkzaamheden rond het ter aarde bestelen van een dode - onderhoud en verzorgen van leembakken -aansteken van fusten bier - boetes incasseren die door de hoofdman aan gildebroeders werden opgelegd - alle voorkomende werkzaamheden rond het koningschieten.


1749 - Gildeboek - ledenlijst
Boeck voor de gulde van St. Joris tot Gool.
Het boek is uit verschillende delen samengesteld en bij elkaar gebonden. Nog zichtbaar is dat de later ingebonden transcriptie van de Kaerte werd opgevouwen en bij de Hoofdman in de binnenzak verdween.
Begonnen op den 29 september Een duijsent Seven tien hondert en Negen en Vertig. Er wordt een begin gemaakt met het Gildeboek.
In het Gildeboek zit de transcriptie van 'de Kaerte' gebonden.
Het boek omvat: Reglementen - ledenlijst - rekeningen - enz.
De ingebonden ledenlijst is vanaf 1740 nauwkeurig bijgehouden. Van iedere gildebroeder werd bijgehouden of er een inkomgeld werd betaald of in vaders plaats inkwam. Ook staat genoteerd of de doodschuld al dan niet werd voldaan. Was de doodschuld niet voldaan dan was het onmogelijk om als familie toe te treden tot het gilde.
Hoofdman: Cornelis Adriaan Hoosemans
Gebonden in een perkamenten band met opschrift in inkt.


het gildeboek van gilde Sint Joris. Aanvang ledenlijst.


1749 - Familie van Dun
De familie van Dun.
Bij aanvang van het ledenregister werd Willen van Dun [Q034] ingescheven in 1749. Hij was toen al lid van het gilde.
Willen van Dun (1713 - 1788) was gehuwd met Catharina Beris (1721 - 1810). huwelijk: 1739.


Kloosterstraatmet zicht op de kerktoren van St. Jan


Bron: Sjef Hoogendoorn

1749 - 1e blz. register; de overleden gildebroeders
Gool den 29 september 1749

Desen haer voolgende peersoenen hebben huen sterffelijk sijn de gulde van St. Jories gehouden en sijn ock aels gulde broeder van de gulde begraeven sij hebbende doodtschult ock betaelt en daerom staen huen plaeck ock open voor een van de soenen om veerniet in de golde te gaen aels dat sij aen aen den kneght sijn reght sullen moete geven soodrae sij aerkent sulle sijn van den hooftmaen en den koenieck voor gulde broeder
eerstelijk Jan Paepen
Jan Vijgen
Doerijs Beckers
Dielies Brouwers
Woutter Maerselis
Jan Brenders
Abraem alewijns


Bron: Gildeboek

1748 - Hoofdman. Cornelius Hoosemans
Cornelius Hoosemans wordt gekozen tot hoofdman van het gilde St. Joris.
Cornelis Adriaan (Q008-2) Hoosemans is geboren omstreeks 1715 in Goirle. Adriaan is overleden.
Cornelius trouwde, ongeveer 30 jaar oud, op 02-08-1745 in Tilburg met Dorethea Wiemers, 31 jaar oud. Dorethea is geboren in Goirle, dochter van Petrus Matijs Matijs Wiemers en Johanna Adrianus Spapen. Zij is gedoopt op 18-11-1713. Dorethea is overleden.
Notitie bij Q008-2: Cornelis Adriaan Hoosemans staat in 1749 te boek als hoofdman van het gilde
Cornelis was lid van het gilde St. Joris.
niet verklaarbaar is dat Cornelis Adriaan niet in het ledenregister is genoteerd. Wel staat hij als Hoofdman in 1749 vermeld. Een naamsverwisseling is niet uitgesloten
Cornelius trouwde, ongeveer 30 jaar oud, op 02-08-1745 in Tilburg met Dorethea Wiemers, 31 jaar oud. Dorethea is geboren in Goirle, dochter van Petrus Matijs Matijs Wiemers en Johanna Adrianus Spapen. Zij is gedoopt op 18-11-1713. Dorethea is overleden.
Kinderen van Q008-2 en Dorethea:
1 Adrianus Hoosemans. Hij is gedoopt op 15-11-1746 in Goirle. Adrianus is overleden.
2 Adriana Hoosemans. Zij is gedoopt op 29-01-1749 in Goirle. Adriana is overleden.
3 Bernardina Hoosemans. Zij is gedoopt op 29-01-1749 in Goirle. Bernardina is overleden.


Cornelius Hoosemans was Hoofdman van 1748 tot 1752.
Cornelius stierf 28 februari 1752 en werd bijgezet binnen de Goirlese Kerk tegen het allerhoogste tarief van zes Guldens.
Hij was de zoon van schepen Adriaen Hoosemans. Ook zijn vrouw Dorothea Wiemers kwam uit de toplaag van de Goirlese samenleving.
Cornelius was eigenaar van de woning die hij bewoonde op de Abcoven.
Cornelis Adriaan Hoosemans is hoofdman van het Gilde sint Joris.
De ledenlijst lijkt niet altijd helemaal nauwkeurig bijgehouden. Cees Hoosemans komt met zijn naam niet voor in de ledenlijst. De familie Hoosemans kent vele vermeldingen in het gildeboek. Een mogelijkheid kan zijn dat de 2e doopnaam de roepnaam van de gildebroeder is.
Mogelijk is hij het gilde ingekomen met een bestuurlijke of andere belangrijke taak. Het bekend dat er dan geen inkomgeld wordt voldaan. Men werd dan ook niet ingeschreven in de ledenlijst.
Of er toen al een functie was die gelijkenis heeft met de hedendaagse beschermheer is niet bekend.


Bron: Harry Appels

1744 - Aan de Hoogmogende Heren in Den Haag
'het voornoemde dorpken is gelegen alder naest aan Oostenrijcx Brabant, haar generende gedeeltelijck met boeren en lantbouw, gedeeltelijck met het ambagt van caatsballen te maken dog te samen maar uijtmakende nu nog 141 huijsen alle kleijne keetiens daar onder gerekent van dewelcke eens 25 off uijtterijck 30 die haar lasten betalen konnen, de rest waarlick maar arme menschen zijn waar van sommoge nogwel een en sommige twee slegte koetiens hebben, het overige getal dan in de caatsballen werckende daar meedesij met veel moeijten den soberen cost voor haar ende hare familie winnen, dog bij executie off andere middelen van regt bij deselve niets is te bekoomen alsoo haare meuble ordinaer, soo al maer een gulden acht à tien waardig sijn en bij 't meeste geval van dien niets te vinden als bedroefde armoede en die door de armmeesters moeten worden geassisteert en onderhouden'.


Bron: Jef van Gils

1742 - 1742 Koningschieten | Nol van der Flaes
Tijdens de kermis van 1742 schiet Nol van der Flaes zich op de schutsboom tot koning
Arnoldus (Q031) van de Flaes is geboren in Goirle, zoon van Joannes van der Flaes en Catharina Bogers. Hij is gedoopt op 02-09-1715 in Goirle. Arnoldus van der Flaes is overleden op 09-06-1764 in Goirle, 48 jaar oud.
Arnoldus van der Klaes trouwde, 22 jaar oud, op 18-08-1738 in Tilburg met Maria Helena Vijgen, 18 jaar oud. Maria is geboren op 26-02-1720 in Goirle, dochter van Joannes (Jan) (Q002) Vijgen -1*-st.J. en Digna Joannes de Jongh. Zij is gedoopt op 26-02-1720 in Goirle. Maria is overleden.
Arnoldus van der Klaes: Nol van de Flaas lid van het gilde St. Joris
ontfangen de doot schult somma 1 - 00 - 00
Arnoldus was voor aanvang ledenregister lid van het gilde <1749
Arnoldus heeft Koning geschoten 1742
De nabestaanden hebben de doodschuld betaald. Nol is begraven met gilde-eer op het kerkhof van St. Jan

Kinderen van Arnoldus en Maria:
1 Maria Catharina van de Flaes, geboren in Goirle. Zij is gedoopt op 14-01-1743 in Goirle. Maria is overleden. Maria trouwde, 18 jaar oud, op 05-01-1762 in Tilburg met Abraham Lauwere, 25 jaar oud. Abraham is geboren in Geldrop. Hij is gedoopt op 01-03-1736 in Geldrop.
2 Joannes Baptista [Jan] (Q102) van de Flaes -3*- st.J., geboren op 12-12-1745 in Goirle. Q102 is overleden op 30-06-1814 in Goirle, 68 jaar oud.
Notitie bij Q102: Jan Baptist A.zn was is lid van het gilde St. Joris
1764 in zijn vaders plaats bij overlijden van Arnoldus van der Flaas
sijn doodschult in zijn leeven den 23 april 1814
Q102 trouwde, 26 jaar oud, op 27-09-1772 in Alphen met Jacoba Havermans, 22 jaar oud. Jacoba is een dochter van Jacobus Matthijs Havermans en Johanna Augustijns. Zij is gedoopt op 14-06-1750 in Alphen Riel. Jacoba is overleden op 29-01-1826 in Goirle, 75 jaar oud.
3 Cornelia van de Flaes, geboren op 09-03-1748 in Goirle. Cornelia is overleden. Cornelia trouwde, 26 jaar oud, op 26-02-1775 in Goirle met Johannes van Loon. Johannes is geboren in Loon op Zand. Johannes is overleden.
4 Adriana van de Flaes, geboren op 02-11-1749 in Goirle. Zij is gedoopt op 02-11-1749 in Goirle. Adriana is overleden.
5 Matteus van de Flaes, geboren in Goirle. Hij is gedoopt op 15-09-1750 in Goirle. Matteus is overleden in Goirle. Matteus trouwde met n.n. n.n.. n.n. is overleden.
6 Franciscus van de Flaes. Hij is gedoopt op 06-11-1753 in Goirle. Franciscus is overleden.

Op het schild gegraveerd een voetboog. Het wapen waar het gilde mee schoot. Er werd op de schutsboom geschoten. Een oude toponiem, in d'n Herstal, op de kaart van Diderik Zijnen herinnert hieraan.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Arnoldus van der Flaes ( 1715-1757), tolgaarder, schepen van Goirle, hij bezat drie panden te Goirle. Hoewel hij stierf te Goirle werd hij 4 dagen nadien begraven te Bergeijk.
Ook zijn broeder Dirk (geboren 1714) is gildebroeder, eveneens zijn stiefbroeder Willem van Dun (1713-1788). Arnoldus schoot Koning in 1742.


1742 koningsschild Nol van der Flaas


Bron: Harry Appels

1740 - Boerderij aan de Rielsewg. Voorheen dubbele woning. gelegen aan het klaphèkke
Anna Stoopen (1741 - 1789) dochter van Johannes Stoopen (1685 - 1762) en Mara Couwenberg (1702 - 1748) is door vererving in het bezit gekomen van het pand welk in 1790 opgedeeld is in 2 woonhuizen, ter plaatse het Hôogènd.
Anna Stoopen trouwde in 1768 met gildebroeder Michiel van der Loo (Q111) In 1781 komt Michiel te overlijden. In 1782 hertrouwde Anna Stoopen met gildebroeder Cornelis Brouwers (Q116).
In het 2e woonhuis woonde in 1890 Jan Baptist Schellekens (Q274), gildebroeder van St. Joris. J.B. Schellekens (1818 - 1884) is in 1850 getrouwd met Johanna Willemse ( 1820 - 1897). Jan Schellekens verwierf beide woningen die hij in 1870 sloopt voor een boerderij. Als Jan en Johanna in 1897 beide zijn overleden erven de kinderen, Henrika, Maria en Hendricus de boerderij. De 3 kinderen blijven ongehuwd.
Omstreeks 1910 betrekt gildebroeder (Q397) Antoni van den Hout (1863 - 1938) gehuwd met Petronella Deliën (1867 - 1950) de boerderij. Vier van de zonen Frans (Q456 1903 - 19920, Jan (Q394 1900 - 1992), Wout (Q458 1897 - 19740 en Toon (Q511 1909 - 1994) waren lid van het gilde St. Joris. Anneke van den Hout, zus van de gebroeders was zeer nauw getrokken bij het gilde. Zij heeft altijd alle teermalen samen met de broers bujgewoond.
Alle ongetrouwde gingen door het leven als de kinderen van ven Hout. Rond 1960 zijn zij verplicht te verhuizen vanwege de expansie van Goirle. Het Hôogènd wordt volgebouwd. De Kinderen van den Hout verhuizen naar de boerderij van voorheen Oerlemans. Deze boerderij staat leeg omdat de familie Oerlemans vaan de Noord-Oostpolder is getrokken. Ook deze boerderij in gekocht door de gemeente om te slopen. Als Frans in 1992 als laatste overlijd wordt de boerderij afgebroken om plaats te maken voor het busstation.
Achter de boerderij aan de Rielseweg heeft het Gilde St. Joris decennia lang koning geschoten.


Boerderij van de kinderen van den Hout


Bron: Sjef Hoogendoorn

1736 - Koningschieten. Abraham Alewijns
In 1736 Schiet Abraham Alewijns de koningsvogel. Hij schenkt een koningsschild maar dat koningsschild zal later door Peter Daamen in 1836 worden hergebruikt.
Abraham Alewijns schiet tijdens het koningschieten van 1736 zich tot koning. Het koningschieten werd gehouden tijdens de kermis. Het koningschieten was altijd op maandag. het feest omvatte 2 dagen
Abraham Peter (Q008) Alewijns is geboren op 05-01-1709 in Goirle, kind van Petrus Antonius Alewijns en Anna Adriaen Goossens. Abraham is overleden op 29-04-1741 in Goirle, 32 jaar oud.
Abraham trouwde, 24 jaar oud, op 25-05-1733 in Goirle met Catharina Hoosemans, 18 jaar oud. Catharina is geboren op 03-08-1714 in Goirle, dochter van Adriaen Bernard Hosemans en Anna Maria van Doren. Catharina is overleden, 56 jaar oud. Zij is begraven op 30-01-1771 in Goirle. Catharina trouwde later op 22-10-1742 in Goirle met Cornelius (Q035) Augustijns -1-st.J (±1715-±1760).

Abraham was lid van het gilde St. Joris
bij invoering van de ledenlijst was Abraham overleden.
Abraham Alewijns schiet zich in 1736 tot koning. Zijn koningschap is van 1836 tot 1742 (6 jaren)
Abraham wordt bij invoering van het ledenregister op de eerste blz vernoemd. Abraham heeft een functie vervuld in de overheid van het gilde
Abraham is ter Gilde-eer begraven.


Kinderen van Q008 en Catharina:
1 Catharina Adriean Alewijns, geboren op 03-08-1717 in Goirle. Catharina is overleden op 30-01-1771 in Goirle, 53 jaar oud.
2 Adrianus (?) Alewijns, geboren na 1733. ? is overleden op 13-04-1750 in Goirle, ten hoogste 17 jaar oud.
3 Petrus Abr. zn. Alewijns, geboren op 04-03-1734 in Goirle. Petrus is overleden.
Notitie bij Petrus: lid van het gilde St. Joris. ingekomen in vaders plaats 26 sept 1762
Petrus trouwde, 24 jaar oud, op 20-02-1759 in Goirle met Anna Laurens Beeris, 35 jaar oud. Anna is een dochter van Laurentius Peter Beeris en Cornelia Wouter Cornelis Bont. Zij is gedoopt op 12-07-1723 in Tilburg. Anna is overleden. Anna trouwde voorheen op 02-02-1759 in Goirle met Peeter (Q064) Alewijns -2*-st.J. (1734-1792), zie . Anna trouwde later op 28-03-1765 in Goirle met Adrianie Couwenberg (geb. 1727).
4 Peeter (Q064) Alewijns -2*-st.J.. Hij is gedoopt op 04-04-1734 in Goirle. Q064 is overleden op 13-03-1792 in Goirle, 57 jaar oud.
Notitie bij Q064: peterAgr.zn. was lid van het gilde St. Joris
in sijn vaders plaets ingekomen
Peter betaalde geen inkomgeld
de dood schult 29 september 1765 somma 1 - oo - oo
Q064 trouwde, 24 jaar oud, op 02-02-1759 in Goirle met Anna Laurens Beeris, 35 jaar oud. Anna is een dochter van Laurentius Peter Beeris en Cornelia Wouter Cornelis Bont. Zij is gedoopt op 12-07-1723 in Tilburg. Anna is overleden. Anna trouwde later op 20-02-1759 in Goirle met Petrus Abr. zn. Alewijns (geb. 1734), zie . Anna trouwde later op 28-03-1765 in Goirle met Adrianie Couwenberg (geb. 1727).
5 Adrianus Alewijns, geboren op 07-03-1737 in Goirle.

In de kaert wordt niet duidelijk of er een vaste periode voor het koningschap bestond. Vermoedelijk heeft die periode 7 jaren omvat. Door overlijden en gildebroeders die hun doodschuld bij leven voldeden is de periode van het koningschap niet duidelijk. Ook zijn er waarschijnlijk wel koningsschilden verdwenen zodat de lijst van koningen niet compleet zal zijn.
Abraham Alewijns ( 1709-1741), een bemiddeld man die aan het hoogste tarief van zes Guldens in de Goirlese kerk werd begraven. Hij schoot Koning in 1736. Veel andere wapenfeiten kent zijn korte leven niet. Hij overleed op 31 -jarige leeftijd in 1741. Het jaar daarop hertrouwde zijn weduwe met de latere Hoofdman Cornelis Augustijns. Abraham woonde in zijn eigen huis in de Heertgang Kerk.


Bron: Harriy appels

1736 - De Nieuwe Hoef op Gorp. van Beuzekom
Boerderij de Nieuwe Hoef op Gorp


De Nieuwe hoef op Gorp


Bron: Sjef Hoogendoorn

1735 - Oudste woning in heertgangh 't Dorp. 't Smiske.
Het tegenwoordig onder de naam bestaand wevershuisje, 't Smiske, is naast de toren van de kerk van St. Jan het oudst bekende bouwwerk van Gôol. het Huisje staat aan de oude verbindingsweg van heertgang Dorp naar het Hôogènd, meer speciaal d'n Brem. Over de vroegste geschiedenis van 't Smiske is niets bekend. een bouwfysisch onderzoek levert echter wel wat informatie op.
1) Het huisje opgetrokken van zongebakken steen.
2) Een fundering ontbreekt, en het is in steens verband opgetrokken
3)In de lange gevel was naast de voordeur een loden pijp gestoken. Hierop zal de geut aangesloten zijn geweest.
4) Het dak was van strooi. De kap was een 4-zijdig zadeldak
5) De eerste 2 meter zijn later toegevoegd waardoor de voorzijde een top-geveltje kreeg.
6) de Sporen uit de kapconstructie geven een beeld van hoe de vroegere kap heeft uitgezien (4-zijdig met riet gedekt.
7) In het midden stond een massieve schoorsteen, die toen de uitbouw aan de voorzijde tot stand kwam, is de mond van de schoorsteen uitgebouwd tot twee vuurhaarden op het zelfde rookkanaal.
8) Een gebint ontbreekt. Een later ingelegde moerbalk heeft de oude verplaatste voorgevel constructief versterkt. De kap bestaat uit sporen waarop "panlatten zijn gelegd waaraan met tenen het dakdek van strooi is vast gemaakt.
9) In 1963 was in de voorste ruimte een fornuis gemetseld.
10) onder de huidige bedstee was een klein aardappelkeldertje voorzien.
11) In de kap is een scheidingswand van fitselstekken aangebracht.
12) In de zomer 1961, het jaar dat de Heemkundige Kring het Smiske in eigendom verwierf zijn alle wanden afgekapt en opnieuw bezet. Hij het bikken bleek dat een oneindig aantal kalklagen waren aangebracht, sommige gekleurd met blauwsel
13) In ~1970 is de bedstee die vrij kwam bij de verbouwing van het woonhuis van van Enschot aan de Kerkstraat
14) In 1972 wordt het dak vervangen en de kapconstructie gewijzigd. Aan de voorzijde wordt de nok voorzien van een 'wolfseind'.
15) Tussen 't Smiske en het woonhuis van Janus Stads stond een waterput met een houten kuip
16) Het huisje stond net voorbij de kruising (spie) waarlangs met als men rechts aanhield naar d'n Brem voerde. Hield men links aan dan voerde de weg naar het Hôogènd. Tegenover het Smiske voerde een padje naar de Vismèrt. naast voornoemd padje stond een langdeelschuur met 4 hallen. De schuur is later verplaatst naar St. Jacob.
Dit zijn puntsgewijs de bekende gegevens over het huisje.
De eerste vaste gegevens stammen uit de tijd dat gildebroeder Jaon Stads (Q337 |1852 - 1934) in 1883 het naast het Smiske gelegen woonhuis / boerderij aankoopt met alle opstallen en ondergrond van

Uitgaande van voorgaande onderzoeksresultaten kan men een reconstructie maken van het oorspronkelijk uiterlijke woonhuisje. opgetrokken uit zongebakken steentjes gemetseld met leem. Het dakdek is zeker strooi geweest, want dit materiaal was ruim aanwezig, in tegenstelling tot riet. Aan de oostzijde heeft waarschijnlijk een iets groter raam gezeten welk men met een luik kon afsluiten. In de 17e eeuw werden zeer kleine raamopeningen gemaakt vanwege technische beperkingen. Ramen en deuren werden als de locatie het toeliet niet op het westen gesitueerd. Dit om de weersinvloeden als regen en wind te minimaliseren.
Als de erven Cornelis Spapens in 1867 de boerderij met omliggende gronden en opstallen openbaar verkopen maakt het Smiske onderdeel uit van de verkoop. Via een onderhandse verkoop door Cornelis Spapens werd Gildebroeder Adriaan Stads (Q337 | 1852 - 1924) eigenaar van Boerderij met aangrenzende gronden voor 1.475,00 gulden. De Akker tegenover de boerderij waar de Vlaamse schuur had gestaan behoorde tot de koop. Tinus van Wezel (1846), gehuwd met Johanna Willemse (1847) die tijdens de verkoop Tot de verkoop had Gildebroeder Tinus van Wezel (Q384 | 1887 - 1965) gehuwd met Johanna Willemse (1846 - 1927) en zo de schoonvader van Willen van Wezel op de boerderij gewoond. Met de verkoop van de bezittingen van de erven Willem Willemse kregen Tinus en Johanna geld. Zij kochten de laatste boerderij aan de Dorpstraat, tegenwoordig bekend als de Boerderijwinkel van van Roessel.
Adriaan Stads was gehuwd met de uit Hilvarenbeek afkomstige Cornelia Schilders (1853 - 1919).
In het begin van de 19e eeuw heerste in Goirle woningnood. velen huizen worden gesplitst in 2 woningen. Ook het Smiske was geschikt gemaakt voor dubbele bewoning. Hiervoor was de voorgevel naar voren gehaald en een scheidingsmuur ter hoogte van de schoorsteen geplaatst. De schoorsteen werd gesplitst in 2 vuurhaarden en op het zoldertje werd met fitselstekke de twee ruimtes afgescheiden Janus Stads van professie 'raijmaoker' heeft in de tijd dat hij eigenaar was aan de huisjes herstelwerkzaamheden uitgevoerd. In het plafond had hij de burries verwerkt uit zijn wagenmakerij.
Jaon heeft het Smiske zelf nooit gebruikt voor bewoning. Hij bewoonde het pand ernaast waar naast de wagenmakerij ook een café was gevestigd. Hij heeft 't Smiske altijd verhuurd als 2 woningen. Enkele bij naam bekende huurders waren: Drik van den Hout, Sus van Iersel, Cees van Gils en zijn zoon Toon van Gils, Drik van Gestel, Toon Schellekens, Kees van de Laar en zijn zuster Jaans van Laar, Jaans Sprengers van Herk, Jan Sprengers, Jantje Snels en de linnenwevers gebroeders Jan en Gusje Huijbrechts. Jan (1867 - 1951) zat achter het weefgetouw in het voorhuis en Gustje (1871 - 1957) ging met de fiets d'n Boer op om 'negoosie ' bij de boeren aan de man te brengen.
de gebroeders Jan en Gustje Huijbregts waren ongetrouwd. De vader Hubertus Huijbregts (1835 - 1891) was getrouwd met Adriana van Gorp (1829-1901) .
Adriana van Gorp was gehuwd met gildebroeder Gerardus van Dun (Q088 | 1929-1865) . Gerardus komt in 1865 te overlijden en Adriana van Gorp hertrouwd een jaar later in 1866. De vader van Gerardus van Dun, Cees van Gorp (Q223 | 1799 - 1865) was ook gildebroeder van het Gilde St. Joris.
De 2 grote ramen afsluitbaar met luiken zijn ergens in de 18 eeuw aangebracht.
De twee als schuifraam uitgevoerde ramen in de voorzijde zijn afsluitbaar met luiken, Deze ramen zijn ergens in de 18e eeuw aangebracht toen er een weefgetouw werd geplaatst. Er was meer licht nodig bij het getouw voor het, 'aonknêûpe van de draoj èn 't dusteeke dur 'r schèèrraom. Onder het getouw werd een 'scheemelkèùl' gemaakt om met de schemels de kammen met de voet omhoog en omlaag te trappen.
als Jan Huijbrechts op 74 jarige leeftijd, in het begin van de 2e wereldoorlog, stopt met weven is hij de laatste thuiswever in Goirle. De zo kenmerkende vorm van huisnijverheid, het weven van Linnen en jute, wordt ma 200 jaar afgesloten in het Smiske.
van de bewoners moet nog één persoon vernoemd worden; Drik Babberdebennekes. Eem enigszins excentrieke vrijgezel die bekender was onder zijn bijnaam als zijn werkelijke naam: Brik van Gestel (1899 - 1972).
Als Jaon Stads in 1924 is overleden, was het café reeds ter ziele en omgedoopt tot een kruidenierswinkel in koloniale waren. Het Smiske kende nog altijd een bewoning. de die ongehuwde gezusters besluiten aan de Rielseweg te vertrekken en bouwen aan de Tilburgseweg 2 woningen voor bewoning en verhuur. Voor het Smiske veranderde er niet veel. De nieuwe buurman werd gildebroeder Gildebroeder Leonard Brock (Q435 | 1901 - 1978), die ook 't Smiske huurde. Zijn vrouw Toos Zoontjes ( 1904 - 1987) zette de winkel door, terwijl Leonard kippenhokken plaatste voor de handel in eieren. Het Smiske kreeg afhankelijk van de tijd een wisselende bestemming bestemming. Het was magazijn, rommelhok, noodwinkel.en Vele jaren heeft Leonard er klompen verkocht.
in 1949 wordt de Heemkundige kring opgericht. Twee leden van het eerste uur zijn Janus en Jan Hoogendoorn. Al snel kwam de behoefte aan een eigen ruimte voor het inrichten van een tentoonstellingsruimte. Janus en Jan zijn neven van de drie ongetrouwde gezusters Stads. Zij weten voor elkaar te krijgen dat De Heemkundige Kring de Vyer Heertganghen 't Smiske kunnen kopen voor 2.800,00 gulden. bij de Boerenleenbank wordt een lening afgesloten en 't Smiske gaat een nieuwe toekomst tegemoet. Op 21 juli 1862 opende burgemeester van Elsen het museumpje door het onthullen van een gevelsteen. daarbij was nog een probleem gerezen. De eigenlijke door Willy van Rooy ontworpen ceramische gevelsteen was tijdens het bakken gesprongen. Te elfder ure werd een afgietsel gemaakt en in de voege ochtend voor de opening geplaatst.
Leonard Brock moest zijn magazijn inleveren en vrijwilligers knapte meer als 2 eeuwen oude huisje op.
Na verloop van jaren werd het Smiske als expositieruimte te klein. Het was een 'ötdraogerijj geworre'. In het begin van de 70er jaren werden initiatieven ontwikkeld om het gebied tussen Dorpsstraat en Burgemeester Philipsenstraat te ontwikkelen. waartoe was het pand naast 't Smiske welk nog eigendom was van de Dames Stads door de gemeente aangekocht. Willy van Rooij 'unne duuvelskunstenèèr' was in de Rijen om een klok weer aan de tik te krijgen. Toen Willy vertrok had hij een langdeelschuur, een voormalige schuurkerk uit Bavel, geregeld voor het ophalen. Door het ter beschikking krijgen van een langdeelschuur en de wens van de Kring worden de plannen rond het Smiske aangepast. Rond het Smiske komt een park, de langdeelschuur wordt gebouwd en het naastgelegen pand wat was bedoeld voor de sloop wordt het museum.
Dit is ook het moment dat het 'strôoje dak werd vervangen door een rieten kap. de afgelopen jaren zijn diverse verbeteringen aangebracht. De fundering is verstevigd, de muren zijn geïmpregneerd, verrot houtwerk is vervangen, er is verwarming geínstaleerd, en tot slot is als eerbetoon aan de de thuisindustie van Jute en Linnen is een oud handweefgetouw geplaatst met het licht op het getouw.


Smiske omstreeks 1800


Smiske ~1800


't Smiske anno 1965


Bron: Sjef Hoogendoorn

1733-11-30 - Pastoor de Beeck
Pastoor de Beeck en de weldoeners van zijn kerk:
een artikel van Jef van Gils

Aan weinigen is het bekend, dat zich in de Goirlese St. Jan kunstschatte bevinden, die een bezoek aan deze kerk wel waard zijn. Dank zij een summier gegeven van Janson in zijn "Bijdrage tot de geschiedenis van Goirle" heb ik meer gegevens kunnen achterhalen over enkele voorwerpen, hun schenkers en de pastoor aan wie ze geschonken werden. Deze pastoor was Nicolaas de Beeck, die in 1733 zijn ambt genoot Antonius van Abeelen opvolgde, die op 24 maart van dat jaar te Goirle in de kerk begraven was. Antonius van Abeelen bediende de Goirlese parochie ruim 30 jaar en werd de laatste jaren van zijn leven bijgestaan door een kapelaan, zijn neef Arnoldus van Abeelen. Ten onrechte verondersteld Janson dus, dat zijn opvolger Nicolaas de Beeck hem reeds eerder geassisteerd heeft, daar reeds in 1732 door een andere hand in het Goirlese doopboek geschreven werd. Dit vas het handschrift van Arnoldus van Abeelen de Kapelaan. De nieuwe pastoor, Nicolaas de Beeck, was Bosschenaar van geboorte en voor zijn benoeming te Goirle als Kapelaan verbonden aan de St. Jan in zijn geboorteplaats. Wat comfort betreft is hij er zeker niet op vooruit gegaan door zijn verhuizing uit de stad 's-Hertogenbosch naar het arm afgelegen dorpje Goirle, en hij wendt dan ook onmiddellijk pogingen aan, om ook een kapelaan te krijgen, die hem ten dienste kan zijn en gezelschap kan houden. Bij deze poging stuit hij echter direkt op het verzet van de Goirlenaren, die het volgende argument aanvoeren; "het is hun seer wel kennelijck, dat den voorgaenden Heer Antonius van Abeelen, Roomsen pastor tot Goirle, altijt den Roomschen Dienst heeft gedaen en waargenomen, sonder cappellaen als dat eenige jaeren int laets van sijn leven bij hem heeft gehad des selfs neeff Arnoldus van Abeelen, die hem als cappellaan ins zijn dienst heeft geassisteerd, nogtans buijten alle kosten en lasten van de voors; gemeente Goirle, dat wijders is gebeurt als den tegenwoordigen Heer Nicolaas de Beeck als pastor van Goirle is gecomen naar het overlijden van voorn. Heer Antonius van Abeelen, den selven heer Nicolaes de Beeck aen haer attestenten en de verdere principalen ingeseetene van Goirle tot omtrent tien of twaelff in getal, heeft voorgestelt om een cappelaen te hebben, dat sij gesamelijck daer op hebben gesijt dat sulcx weesen tot laste van de gemeente en dat
het niet lijden kon". Nicolaas de Beeck geeft zijn poging niet op en doet een nieuw voorstel. Hij stelt voor dat de Goirlenaren de nieuwe kapelaan zullen geven, wat zij te voren afstonden aan de paters, die op hoogtijdagen de Goirlese pastoor kwamen assisteren. Hierdoor zouden de kosten niet groter worden dan te voren, maar de Goirlenaren staan er sceptisch tegenover. Men zegt; "daer men een boom plant, daer schiet hij wortel". Ze zijn dus bang de kapelaan tot aan het einde van zijn leven te moeten houden en daardoor zou het wel eens kunnen gebeuren, dat de schrale bijdrage van de Goirlenaren niet toereikend waren. Tenslotte krijgt Nicolaas de Beeck toch nog zijn zin en hij komt tot een accoord met zijn nieuwe parochianen, voor mij zeer vreems gezien de afwijzing van het vorige voorstel, namelijk "dat eijndelijck daer op bij hen allen is geresolveert, het seve op soodanige wijse te accordeeren, dat het ider vrij soude staen soo veel te geven als hen beliefden en dat den Heer pastor de Beeck daermede oock genoegen heeft genomen". Het is niet duidelijk, of hij Arnoldus van Abeelen bij zich hield als kapelaan, of dat er een andere priester naar Goirle kwam om hem ter zijde te staan. Nicolaas de Beeck stond bekend als een ijverig herder en een man met grote kennis, die ondanks het geschil, dat hij in het begin met zijn parochianen had, gezien de vele schenkingen onder zijn pastoraat toch zeer bemind was bij de Goirlenaren. Bijna 50 jaar was hij pastoor van
Goirle en hij werd daar begraven op 25 juli 1780 in de ouderdom van 81 jaar. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet onder de grafsteen van pastoor van Dun in de oude kerk. (deze grafsteen is nog te zien in de huidige St. Jan)
Het Paleis,
Bij zijn dood liet Nicolaas de Beeck te Goirle een pastorie na, die als volgt omschreven werd;
"Eene huijsinge, stallinge hoff, gestaen en geleegen tot Goirle aen de Kerck, goot, 1¼ lops. , oost Jan van Aelst, suijt de straet, west Jan Versteden, noort Anthonij Hoosemans. De waarde van deze pastorie met bijbehorende gebouwen en gronden was 500 gulden. Gezien de hoge waarde moet dit wel een kast van een huis zijn geweest, in ieder geval zeker een zeer luxe woning in de ogen van de Goirlenaren. Geen enkel huis te Goirle komt namelijk in die tijd boven de waarde van plm. 200 gulden, terwijl er veel hutjes en keetjes meestal "twee huijsingen in een woning" niet meer waard zijn dan plm. 60 gulden. Zeer terecht verondersteld dan ook de heer Robben dat met het toponiem "het Paleis" niets anders bedoeld werd dan de pastorie. Daar de pastoor dus beter gehuisvest was dan de Heer in wiens dienst hij stond en die het met een oude schuurkerk moest doen, besloot hij ook voor deze een beter onderkomen te bouwen.
Onder het pastoraat van pastoor de Beek werd in januari 1758 door de kerkmeesters Lucas Schouten(s) en Jan Baptist van Besouw de oude schuurkerk verkocht aan de heer van de heerlijkheid, de graaf van Hogendorp, "om deese in te richten tot een behoorlijke koorenschuur met een nieuw rieten dak". Deze laatste zin vertelt al genoeg over de kaduke toestand waarin het gebouw verkeerde. In 1759 werd door Jan Baptist Brouwers de grond geschonken voor de bouw van een nieuwe schuurkerk, waarmee men blijkbaar niet vlot tot voltooiing kwam want nog twee jaar later, in 1761 werd door de kwezel Adriana Brouwers een schenking aan pastoor de Beeck gedaan van 10 dukaten "pro structutia novi templi". Nog in hetzelfde jaar en een jaar later werden aan pastoor de Beeck geschenken aangeboden om de nieuwe schuurkerk te verfraaien en het zijn o. a. deze kunstschatten, die nog heden ten dage de oude kerk van Goirle sieren.
Op 8 maart 1761, schonk Jan van Aelst "faber serrarius" een schilderij voorstellende de onthoofding van St. Jan, waarschijnlijk een produkt van de Antwerpse school en afkomstig uit een Zuid-Nederlandse kerk. In 1762 schonk de kwezel Elisabeth Smits "duas statuas SS. Petri et Pauli". Wie waren deze twee weldoeners van de Goirlese kerk? Jan van Aelst was te Goirle gedoopt 13.5.1735 als zoon van Jan Joost van
Aelst en Dorothea Jan Maes uit Hilvarenbeek. Zijn vader was te Turnhout gedoopt 20.12.1676 als zoon van de Goirlese smid-slotenmaker Joost Jacob Adriaens van Aelst en Petronilla Crijnen.
Van oorsprong stamde Jam van Aelst dus al uit een zeer oud Goirles smidslotenmakersgeslacht van Aelst, alias Fabri. Jan was naast smid ook landbouwer en was onder andere te Goirle gegoed aan 't Ven en de kerck. Hij huwde te Goirle 22.11.1756 met Pieternel van Velthoven, die 6.2.1731 te Goirle gedoopt werd als dochter van Cornelis van Velthoven en Cornelia van Ostaijen uit Moergestel. Gezien de afkomst van zijn vader, is het zeer goed mogelijk, dat Jan nog relatie's had in Turnhout of omgeving en dat het schilderij ook uit deze streek afkomstig was.
Jan van Aelst had bij Pieternel van Velthoven twee dochters. Jenne- Marij, die 6.2.1786 huwde met Cornelis Luijten, reeds te Goirle begraven 22.12.1791. Josepha huwde te Goirle 20.3.1726 met Jan van Boxtel uit Rijen. Zij waren de stamouders van het Goirlese geslacht van Boxtel. Josepha van Aelst is 16.8.1827 te Goirle gestorven. Zij was de laatste te Goirle die de naam van Aelst droeg en met haar is dus ook dit oude Goirlese geslacht uitgestorven, althans wat de mannelijke linie betreft. Hun nakomelingen leven echter te Goirle nog voort in verschillende takken van de Goirlese familie's van Gils, van Gorp, de Volder, van Dun, Tra, Witters etc., die allen via het geslacht van Boxtel een Josepha van Aelst
in hun kwartierstaat terug zullen vinden. De schenkster van de Twee beelden, was zoals we reeds zagen Elisabeth Smits. Zij was een dochter van Merten Smits en ze is waarschijnlijk te Goirle geboren, ofschoon haar doopdatum niet achterhaald kon worden. In ieder geval is zij zeker het langste deel van haar leven te Goirle woonachtig geweest, waar zij een rustig leven heeft geleid want we weten betrekkelijk weinig over haar, uitgezonderd de schenking waarbij zij door de pastoor "devota" werd genoemd en uitgezonderd over het laatste jaar van haar leven. Dat was het jaar 1779. In dat jaar ging zij enkele grote geldleningen aan, o.a. 500 gulden van Peter Hesselmans en 400 gulden van juffrouw Willamijn van Esch.
Datzelfde jaar maakte zij ook haar testament, waarin zij tot enige erfgenaam benoemde, "Fincent van Dun, voor de helft, de kinderen Peter Merten Smits voor de andere helft en haar nigt Maria Antonia van
Oirschot een bedt met toebehooren". Tevens stond in dit testament, dat haar goederen openbaar verkocht moesten worden. Na het maken van dit testament is Elisabeth naar Selzate verhuisd en daar nog in 1779 overleden. Executeur-testamentair werd haar zwager, de eerder geroemde Vincent van Dun. Vincent was Tilburger van geboorte, maar is bij zijn huwelijk in 1760 met Marjan Merten Smits: te Goirle
blijven wonen waar hij linnenwever was. OP 8 november na de middag om 4 uur ging Vincent over tot de Verkoop van de goederen van zijn schoonzuster. De verkoop vond plaats in. de. herberg van Bernard de Rademaker aan de kerk te Goirle en er werden 14 aparte kopen aangeboden o.a, "een huys bestaende uijt twee woningen, een boerderij en verschillende acker- weij en heijpercelen". De kopers waren
Nicolaas van Enschot, Francis Eijsermans en Peter Hesselmans. Vincent was als verkoper zeer actief geweest maar daarna liet hij de medeërfgenamen naar het geld fluiten. Zeventien jaar later compareren deze medeërfgenamen voor de notaris om de persoon van Norbert Smits te Baarle-Hertog volmachtig te maken om van Vincent van Dun te ontvangen; "zodanige penningen als zij gezamelijk nog uit de nalatenschap
van Elisabeth Smits competerende zijn".
Bronnen:
H.W. Janson "Bijdrage tot de geschiedenis van Goirle".
J.A. Coppens "Nieuwe beschrijving van het Bisdom van ’s-Hertogenbosch"."
klapper doop-trouw en begraafboeken Goirle, R.A. 's-Hertogenbosch.
Doopregister St. Pietersparochie, Turnhout.
G.A. Turnhout "extract uijtten registre van wethouderen van Goirle;
Borchtochte voor Joost Jacobs van Aelst".
Aantekening van pastoor de Beeck in het doopboek van Goirle
1722-1810.
G.A. Tilburg R-631 22.4.1751.
G.A. Tilburg R-535 fol. 164.
idem R-486 foi. 84.
idem not-106 fol. 19, 20 en 23.
idem R-875 publieke verkopingen.
idem R-447 fol. 63
idem R-447 fol. 64-v
idem not-145 fol. 18.
J.M.A.P. v. Gils.
“Actum Tilliburgis”, heemkundekring “TILBORGH” 1971-3, blz.19-23


Bron: Sjef Hoogendoorn

1713 - Boerderij op Abcoven in de Pèèp
De eeuwen oude boerderij op Abcoven stond op een kruispunt van wegen. Langs het Veestraotje, ook wel Veepad genaamd, leidde een weg via d'n Gôolsen Dam naar Oel (Oerle) over Tilburg naar 's-Hertogenbosch. in de richting van Hilvarenbeek passeerde men het leengoed 't Loo direct langs de Leij alvorens men met de brug verstak richting de Abcovensedijk richting Hilvarenbeek. Voor de oude hoeve die eertijds de Wouwer werd genoemd liep een weggetje naar de volmolen naast de Leij. Ook liep er een pad naar de Standaardmolen. Een weggetje, welk de Pèèp werd genoemd leidde via de Veldstraat naar de de Molen aan de Groeneweg. Ook liep er een weg over het 'Zwart Laand' langs het hagelkruis naar 't 'Hôogènd. Tot slot liep er een weg via de kerkweg naar de kerk van St. Jan en de watermolen, ook weer aan de Leij gelegen.
Vanaf 1713 kunnen we iets meer zeggen over de eigenaren en bewoners van de boere bedoening op Abcoven.
Op 31 augustus 1713 werd in Tilburg geboren Jan Marten Pijnenburg geboren als zoon van Marinus Pijenburg en Digna Denissen. Jan Marten Pijnenburg trouwde in 1757 de in Tilburg geboren Maria Herman de Rooij. Maria was een telg uit een echt Goirles geslacht. Vader Herman de Roij (1677-1718) en Moeder Jenneken Adriaen Vincent van Dun. Herman de Roij was reeds eerder getrouwd geweest met Anna Willem Verhoeven die in 1708 kinderloos was overleden.
Uit de huizenlijst, opgesteld in opdracht van de Schout van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle, blijkt dat in 1790 de boerderij op Abcoven eigendom en bewoond werd door Jan Pijnenburg en Maria de Rooij. Waarschijnlijk zijn zij in het bezit van de hoeve gekomen via vererving binnen de familie de Roij.
De ouders van Maria de Rooij (o 1722), Herman de Roij en Jenneken van Dun, hadden één zoon en één dochter. De dochter Maria Herman de Rooij die gehuwd was met met Jan Pijnenburg, en de zoon, in Tilburg geboren, gildebroeder Joannes Herman Adriaen de Roije (Q028 |1718). Jan de Roije was in 1737 gehuwd met Anna Maria Jan Couwenberg, die op haar beurt al eerder getrouwd was geweest met de Goirlenaar Joannes Gijsels (1706-1743). Uit het huwelijk van Jan de Roije en Anna Couwenberg werden 2 kinderen geboren; Hermanis en Joanna. Hermanis de Rooij (Q101 | 1744-1818) was net als zijn vader lid van het gilde St. Joris. Hermanis was gehuwd met de Goirlese Cornelia van Beurden (o 1747)
Joanna de Roije, geboren op 25 september 1747 in Goirle trouwde in 1773 met Cornelia van Beurden (1747-1818) dochter van Gildebroeder Dominicus van Beurden (Q050 | 1707-1780) .
Joanna de Roije (1747-1813), dochter van Jan de Roije en Anna Couwenberg huwde in 1773 de 30-jarige Thomas van Erven. (1743-1806). Als Jan de Roije en Anna Couwenberg zijn overleden in 1784 heeft er geen boedelscheiding plaatsgevonden zodat de boerderij in 1830 op naam in een gedeeld eigendom met Maria van Dun, uit de nalatenschap van Peter van Dun (1683 - 1734) en Adriana van Enschot (1692 - 1730), . Maria van Dun was de weduwe van gildebroeder Abraham Cornelis Stads (Q027 | 1704-1774). Abraham Stads of Staets was in een eerder huwelijk getrouwd geweest met Peternel Couwenberg (1709-1747). In 1802 Verkoopt Maria haar deel aan Thomas van Erven. Zo wordt Thomas samen met zijn vrouw eigenaar van woonhuis, schuur, schop, put en bakoven.
Thomas van Erven getrouwd met Johanna de Roije kregen 8 kinderen, drie zonen en 4 dochters. Van de kinderen bleven 4 kinderen ongetrouwd, Joanna (o 1773), Thomas (o 1775), Joannes (o1778), en Peternella (o1784). Getrouwd waren Maria Catharina (o 1780), Maria (o 1782), en Arnoldus van Erven (o1791). Laatst genoemde raakte gebrouilleerd als de weduwnaar Arnoldus op 61-jarige leeftijd met de uit Hilvarenbeek 19-jarige dienstmeid, Elisabeth van de Gevel trouwde. De gemoederen liepen zo hoog op dat uiteindelijk Arnoldus werd onterfd.
Thomas van Erven overleed te Goirle op 16 juni 1806. Zijn vrouw, Johanna de Roije, overleed 7 jaren later in 1813.
Kort na het overlijden van Johanna overleed haar zoon Thomas in 1815. De drie ongetrouwde kinderen bleven in de buurt van het ouderlijk huis wonen in een boerderij van de ongehuwde Hermanus van Berkel (1747-1819).
Deze boerderij stond een 100 meter het Veejstraotje in. Hermanus was de Zoon van Joannes van Berkel en Anna Maria de Roij die in een tweede huwelijk getrouwd was met Joanna Catharina Pijnenburg die op haar beurt de dochter was Jan Marten Pijenburg. De boerderij bleef een onverdeelde boedel tot de erfgenamen besluiten tot verkoop.
In 1823 verkochten de kinderen van Erven de boerderij genaamd 'de Pèèp' aan Jan Bernards. De in Someren geboren Jan Bernards, gehuwd met de uit Dongen afkomstige Dimphina van der Put, kochten de boerderij voor een bedrag van 1.200,00 gulden. De erfgenamen ontvangen 200,00 gulden. Voor het het resterende bedrag werd een schuldovereenkomst getekend op naam van de erven: de kinderen van Erven.
In 1832 kochten broer en zus, Jan Baptist en Petronella van Erven het bezit van hun ouders terug. In 1851 komt de ongehuwde Jan Baptist te overlijden. Zijn eveneens ongetrouwde zus Petronella van Erven (1784-1854) is de enige erfgenaam zodat zij de hele boerderij in bezit verwierf. Bij testament vermaakt zij de boerderij aan haar aangetrouwde neef, de in Tilburg woonachtige Jan Priems. Jan Priems (1807) was in 1844 getrouwd met Maria Willemse (1814). Maria was de kleindochter van Thomas van Erven, de eigenaar uit het begin van de 19e eeuw.
Johannes Baptist Priems was de zoon van de in Goirle geboren Adriaan Priems (1740-1782) en de Tilburgse Maria Voskens (1769-1853). de vader van Maia, Jan Hendrik Voskens (Q073 | o 1727)
Na het overlijden van Maria Willemse hertrouwd in Tilburg in 1861 met Elisabeth Jacobs (1830-1892). Uit het eerste huwelijk met Maria Catharina Willemse worden 5 kinderen geboren. Uit het tweede huwelijk met Elisabeth Jacobs kennen we ook kinderen.
Kort na het overlijden van Petronella van Erven verkoopt Jan Priems de boerderij 'de Pèèp' met grond en opstallen voor 2750 gulden aan Arnoldus van Erven, de gebrouilleerde Arnoldus van Erven zoon van Thomas van Erven - de Roije.
Door de verkoop van 'de Pèèp' kwam Arnoldus in het bezit van twee naast elkaar gelegen boerenbedrijven op Abcoven.
Uit het eerste huwelijk van Arnoldus van Erven met Petronella Brouwers worden geen kinderen geboren. Dat veranderde toen Arnoldus met de toen 19-jarige Elisabeth van den Gevel in 1852 trouwde. Er werden drie kinderen geboren Waarvan Johanna (1854) op 4-jarige leeftijd komt de overlijden. Jan werd geboren op 11 maart 1853 en Johanna Maria op 4 augustus 1854. Drie maanden na de geboorte van Johanna komt Arnoldus van Erven te overlijden. Als ook Elisabeth van den Gevel in 1857 komt te overlijden blijven Jan en Johanna als wezen achter. Johanna wordt opgenomen bij de familie Adrianus van de Gevel - de Groot. Jan werd opgenomen door zijn voogd Willen Willemse.
Willem Willemse (Q273 | 18231872) was lid van het gilde St. Joris en zal ongetwijfeld zijn pleegzoon meegenomen hebben voor 'pèèle raope èn meej de klèp rônd gaon. Dat rond gaan met de klep gebeurde in de herberg van Jan Baptist van Gils op de Hoek van de Dorpstraat en Tilburgseweg waar de Guld thuis was.
Willem beheerde de goederen uit de nalatenschap van de ouders van Jan en Johanna van Erven. In 1869 is de boerderij in de Veestraat verworden tot een bouwval. Willen liet de boerderij slopen. Op de plaatst is geen boerderij meer gebouwd, de zaak werd omgeploegd en niets herinnerde nog aan de hoeve.
Op 20 jarige leeftijd trouwde Jan van Erven in 1873 met de 22-jarige landbouwster Adriana van Dommelen (1851-1888). Adriana stamde uit een oud 'gildegeslacht. Haar vader Peter van Dommelen (Q266 | 1806-1813) was lid van het gilde St. Joris, maar ook de grootvader Peter van Dommelen (Q120 | 1754-1825) was bij de guld net als de overgrootvader Jan Van Dommelen (Q043 | 1925-1786).
Jan van Erven en Adriana van Dommelen die hun intrek hadden genomen in 'de Pèèp' kregen 3 dochters en 8 zonen. Jan was een bekend persoon in Goirle, hij was politiek actief en had zodoende een zetel in de gemeenteraad. In 1888 sloeg het noodlot toe. Op 28 mei 1888 werd een zoontje, Jan Baptist die echter maar zeer kort zal leven. Vijf dagen later kwam het kind te overlijden en 2 maanden later overleed Adriana van Dommelen op 37-jarige leeftijd. Jan bleef zitten met 10 kinderen waarvan de oudste 14 jaren oud was en de jongste moest nog 1 jaar worden. Jan kwam zwaar in de problemen, Van de geschatte weerde van de boerderij zijnde 10.030,00 gulden was 7.200,00 gulden beleend aan P. Bergmans, de kinderen en Jan Moonen
zijn zwager Hendrik van Dommelen. de schulden liepen echter nog verder op waardoor Jan verplicht was de boerderij te verkopen. In 1894 werd de boerderij eigendom van de Nederlandsche Bank in Tilburg. Twee turfvelden in de Schabben werden verkocht aan Adriaan Priems. Jan verliet Goirle als berooide landbouwer die zijn leven sleet als dagloner. Op 52 jarige leeftijd overleed Jan in 1906 te Breda. Zijn kinderen bleven Goirle trouw maar er waren geen boeren meer bij. Zonen en schoonzonen waren allemaal werkzaam in Goirlese textielindustrie.
Zo komt de Boerderij in bezit van de bank die de boerderij gaat verpachten. De pachter was Gerardus de Vet die in 1904 het boerenbedrijf kocht van de Nederlandsche Bank
Gerardus de Vet (1841-1824) in Riel geboren, trouwde in 1874 met de in Hilvarenbeek geboren Clasina Lambregts (1849). het gezin kreeg 9 kinderen. De jongste was Maria Margaretha de Vet. (1893-1916) Op 21-jarige leeftijd trouwde Maria met Gildebroeder Adrianus Cornelis Moonen (Q433 | 1891-1980). Adrianus Moonen was de zoon van Jan Baptist Moonen en Petronella van Erven die in 1832 de boerderij van de kinderen van Erven hadden gekocht en voor een deel geërfd. Door het huwelijk van Adrianus Moonen met Maria de Vet komt boerderij in het bezit van de familie Moonen.
Adrianus Moonen en Maria de Vet hadden twee dochters; Petronella (Kee. 1914-1935) en Clasina Moonen (1915) Kee zou ongehuwd blijven en Clasina trouwde met Kees van Puijenbroek (1921)
Na het overlijden van de Ouders van Kee en Clasina bleef Kee Moonen alleen achter op de boerderij.
Op 16 juni 1930 trouwde gildebroeder Wouterus Moonen (Q441 |1900-1965) met de uit Tilburg afkomstige Agnes (Sus) van Roessel (1905-1977). Zij gingen inwonen Bij Kee Moonen op de Abcoven. Een jaar later komt Kee Moonen te overlijden en moet de nalatenschap geregeld worden. De Gemeente Goirle koopt het geheel, mogelijk al met de gedachte voor sloop omdat de boerderij zo ongeveer op de Abcovenseweg stond. Teer Moonen bleef in een deel van de boerderij Wonen, hij verdiende de kost met zijn Zeeuws paard, hij was putjeschepper, 'rèùmde 't Höske' en haalde met paard en wagen het vuilnis op. Later is Teer in dienst gekomen van de Gemeente Goirle voor voornoemde werkzaamheden. In die periode werd het de boerderij door verschillende gezinnen bewoond.
zo hebben er gewoond:
Gildebroeder Jos Hamers (Q508 | 1916- ~1990 ). Gehuwd met Josephina Roosen1914-1965). Jos bouwde aan het Kleynackerplein (Wethouder Traplein) een K.A.B.-huis en vertrok uit Abcoven. Jos is met Gilde-eer begraven.
Antoon Beekmans (1920-1947). Gehuwd met Maria Vermeulen. Antoon en Maria zijn zijn vertrokken naar de Biest.

In de na-oorlogse jaren heerste er nog altijd een grote woningnood in Goirle. De Gemeente Goirle besluit om boerderij 'de Pèèp' niet geheel naar gedeeltelijk te slopen. Het voormalige woondeel wordt gesloopt en van de stal werden 2 woningen gemaakt. Dit alles onder het gemeentelijk toezicht van opzichter van Dungen. Tijdens de sloop komt een eeuwenoude balk vrij met daarin een jaartal gebeiteld. Deze balk heeft jaren op het kantoor in het gemeentehuis van van Dungen gestaan.
In het rechtse huis blijft Teer met Agnes Moonen van Roessel tot aan hun dood wonen.
In het linker huis trekt de pas getrouwde Drik de Brouwer (Q473 |1921-1980) samen met Catharina Otten in de voormalige boerderij de Pèèp. Drik van Jan de Kas, was lid van het gilde St. Joris. Als Drik samen met Simon de Brouwer twee huizen bouwen op de 'Mèùlenèkker vertrok hij naar het padje wat vroeger naar de Pèèp voerde.
Jan Mathon kwam naar de Abcoven, geboren in in Raamsdonk trouwde in 1940 op 31 jarige leeftijd met Cornelia Maria van de Sande, dochter van Martinus van de Sande en Theodora Maria Hamers. Martinus was de zoon van gildebroeder Janus van de Sande (Q300 | 1832-1882) Jan was fietsenmaker in de Kerkstraat. op de hoek bij 'Klein-Antwerpen'.
in het begin van de zestiger jaren werd de Rielsedijk en Wiltènd ontwikkeld. Er moest een kerk en bejaardenhuis worden gebouwd.
Naast de Gèètehoef stond een eenvoudig huis bewoond door Kees Pak. Cornelis van Rooij (1903-1981), geboren in Tilburg en in 1932 gehuwd met de in Vlijmen geboren Johanna (Jaans) van Loon. Toen de gemeente bij Kees aankwam voor zijn huis in 'de Vurhaaj' zag hij het niet zitten om te verkopen, want Kees had een paard en boerde wat naast zijn dagelijkse ronde 'meej 't pak ôm zunne negoosie te vèèle'. Toen de gemeente voorstelde om naar de andere kant van Goirle te verhuizen, naar d'Abcoove te vertrekken was de verkoop van de Vurhaaj snel geregeld. Het linker woonhuis van voorheen de Pèèp welk de gemeente verhuurd had werd verkocht aan Kees Pak en Jaans van Loon. ze hadden echter niet kunnen bedenken dat zij verhuisden naar een nieuw te ontwikkelen grootschalig uitbreidingsplan; Abcoven. Het eeuwenoude Veestraotje verdween en moest plaatsmaken voor een nietszeggende naam: de Hendrik Tollendreef. De Pèèp verdween helemaal en domen die vrijkwamen voor de kaalslag van het Oranjeplein werden langs de Wouwer herplant.
In het begin van de tachtiger jaren kreeg Kees het aanbod van Toon de Brouwer het huis te verkopen onder de voorwaarden dat hij er nog een aantal jaren mocht wonen. In ~1985 was het moment om te verhuizen, de gezondheid liep van beiden terug. Zo vertrokken zij naar een bejaardenwoning aan de St. Jorisstraat. In 1989 komt Jaans van Loon te overlijden waarna Kees naar het bejaardenhuis, de Schakel ging waar hij in 1997, totaal versleten, overleed.
Toon de Brouwer (1924-2004) zoon van Sjef de Brouwer (1889-1967) en Johanna Vromans (1888-1956), trouwde in 1950 met de dochter van Christ Schellekens en Engelien van Vught, Christina Schellekens (1924-2014). Toon de Brouwer boerde op Abcoven (hoek van Haestrechtstraat) maar zijn Boerderij lag ook in de uitbreidingspannen van de Gemeente. Toon en Cristina verkochten de boerderij op Abcoven en kochten een bedrijf op d', Baokertaand, niet wetend dat ook daar de uitbreidingsdrift van Goirle zou toeslaan. Toon en Christina kregen 7 kinderen waarvan er drie in het huis van Kees Pak hebben gewoond of nog wonen.
Toen het huis aan de Pèèp vrij kwam trok daar de pasgetrouwde zoon Jan de Brouwer is die op zijn beurt weer plaats maakte voor Chris de Brouwer (1961) die gehuwd was met de dochter van Gildebroeder Jan Vekemans (Q551 | 1931): Marloes Vekemans. (o 1957).
Chris en Marloes bouwden een champignonkwekerij op d'n Baokertaand uit maar moesten ook vertrekken omdat zij dreigden Tilburgers te worden op een industrieterrein . Zij verplaatsten het bedrijf naar de Beeksedijk.
Ook Crist en Marloes vertrokken uit het huis en maakten plaats voor de zus van Christ.; Trudy de Brouwer. Voor Trudy zal het haar stek worden. Zij verwerft het huis in eigendom en besloot het in 2010 grondig te verbouwen en weer een stuk uit te breiden richting oude hoeve.

We gaan terug naar het rechter huis dat bewoond werd door Teer Moonen en Agnes van Roessel. in 1965 kwam Teer te overlijden. Agnes bleef in het huis wonen tot haar overlijden in 1977. Het Huis was na het vertrek van Agnes aan een opknapbeurt toe. Gemeentelijk opzichter van Dungen gaf opdracht aan zijn personeel tot een grondige schildersbeurt. Ad Verhagen die trouwplannen had met Joke Verhoeven werd door de gemeente naar de Veestraat gestuurd om het karwei te klaren. Eén en één is twee! Ad kreeg geregeld dat hij het huis, midden in de èkkers, kon huren. Zo betrokken Ad Verhagen (o 1946) en Joke Verhoeven (o 1949). De ouders van joke waren Harry Verhoeven (1924-1998) en Miet van Gool (1926-2006)
Ad is de zoon van Toontje Verhagen (1911-1981) en Mietje Snels (1915-1975). DE overgrootvader van Mietje Snels was Gildebroeder Cees Snels (Q263 | 1822-1901).
Ad en Joke kregen vier kinderen. Thomas, Matthijs en de tweeling Anne en Marieke, allen op Abcoven in de Pèèp geboren.
Matthijs (Q570), militair, gehuwd met Maggie van Kempen. Op verloren Maandag 2014 wordt Mathijs lid van het gilde St. Joris en zal een snelle carrière maken Tijdens de jaarvergadering op Verkoren Maandag 2016 wordt Matthijs Vaandrig van het Gilde St. Joris.

Sjef Hoogendoorn: Namen worden op vele manieren schrijven. In ieder archiefstuk staan namen voor dezelfde personen op verschillende manieren geschreven. Daarom kan het meermalen voorkomen dat men een naam op verschillende manieren wordt geschreven in de stukken.
Q000 = volgnummer inschrijving in ledenregister van Gilde St. Joris. 1749
Bronnen:
Jef van Gils
Sjef Hoogendoorn
archief van de Gôolse Schôol
regionaal Archief Tilburg
literatuur en documentatie Goirle
gildeboek St. Joris
Canon van het gilde St. Joris


boerderij 'de Pèèp' op Abcoven


Abcoven. Naar de kaart Diderik Zijnen 1791.





Bron: Sjef Hoogendoorn

1710 - Koningschieten. Peeter Daamen
Peter Jan (Q129-q204) Damen -1-st.J. is geboren omstreeks 1770, zoon van Johannes Damen en Johanna de Groot. Hij is gedoopt op 14-10-1769 in Tilburg. Peter Jan Daamen is overleden op 23-08-1839 in Goirle, ongeveer 69 jaar oud.
Peter Jan Daamen trouwde, ongeveer 24 jaar oud, op 12-05-1794 in Goirle met Maria Catharina Luijten, 24 jaar oud. Maria is geboren op 20-08-1769 in Goirle, dochter van Joannes Baptista (Q065) Luijten -3*-st.J. en Cornelia Anssems. Zij is gedoopt op 20-08-1769 in Goirle. Maria is overleden op 11-02-1845 in Goirle, 75 jaar oud.
Kinderen van Q129-q204 en Maria:
1 Johannes Baptista Daemen, geboren op 02-01-1796 in Goirle. Johannes is overleden.
2 Johanna Cornelia Damen, geboren in Goirle. Zij is gedoopt op 11-08-1797 in Goirle. Johanna is overleden op 13-03-1881, 83 jaar oud. Zij is begraven in Goirle. Johanna trouwde, 31 jaar oud, op 10-01-1829 in Goirle met Nicolaas Brouwers, 32 jaar oud. Nicolaas is geboren in Goirle, zoon van Cornelius. (Q116) Brouwers -9*-st.J. en Eva van Winterooij. Hij is gedoopt op 23-07-1796 in Goirle. Nicolaas is overleden op 15-06-1876 in Goirle, 79 jaar oud.
Notitie bij Nicolaas: Nicolaas.
1829 landbouwer, kan schrijven
3 Anna Maria Damen, geboren op 29-10-1798 in Goirle. Anna is overleden op 09-06-1876 in Ginneken en Bavel, 77 jaar oud. Anna trouwde, 33 jaar oud, op 17-05-1832 in Goirle met Johannes Baptist (Jan) (Q292) van Oerle -1*-st.J., 36 jaar oud. Q292 is geboren op 25-10-1795 in Alphen en Riel, zoon van Jan van Oerle en Elisabeth Vermeer. Q292 is overleden op 19-01-1871 in Goirle, 75 jaar oud.
Notitie bij Q292: Jan van Oerle was lid van het gilde St. Joris
ingekomen den 28 april 1863.
zijn inkomgeld betaaldfl.3,00
zijn doodschult betaalt in zijn leven dato 1868
4 Maria Alegondis Damen. Zij is gedoopt op 12-09-1799 in Goirle. Maria is overleden op 19-11-1799 in Goirle, 2 maanden oud.
5 Michiel Daemen. Hij is gedoopt op 25-09-1800 in Goirle. Michiel is overleden, 13 dagen oud. Hij is begraven op 12-09-1800 in Goirle.
6 Damen. Hij is gedoopt op 11-09-1801 in Goirle. Hij is overleden vóór 1805 in Goirle, ten hoogste 4 jaar oud.
7 Johannes Damen, geboren omstreeks 1802 in Goirle. Johannes is overleden op 10-03-1890 in Goirle, ongeveer 88 jaar oud. Johannes trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op 18-01-1836 in Alphen / Riel met Johanna Reijns, ongeveer 39 jaar oud. Zij is gedoopt omstreeks 1797 in Alphen / Riel. Johanna is overleden op 22-04-1848 in Goirle, ongeveer 51 jaar oud.
8 Wilhelmus (Q267) Damen -2-st.J., geboren op 29-12-1803. Q267 is overleden op 18-08-1863 in Goirle, 59 jaar oud.
Notitie bij Q267: Willem was lid van het Gilde St. Joris
ingekomen en zijn inkomgeld betaald 28 april 1850
in september zijn dood schuld betaalt bij leven 1891
(1)Willen Damen trouwde met Anna Cornelia Martens. Zij is gedoopt in 1797 in Baarle Nassau. Anna is overleden op 20-11-1870 in Tilburg, 72 of 73 jaar oud.
(2) Willen Damen trouwde met Adriana Maria van Gorp. Adriana is geboren op 11-02-1816 in Goirle. Adriana is overleden op 07-01-1880 in Udenhout, 63 jaar oud. Adriana trouwde later op 27-02-1865 in Goirle met Cornelis van Boxtel (1834-1906).
9 Petronilla Damen, geboren op 04-01-1805 in Goirle. Petronilla is overleden op 04-01-1805 in Goirle, geen dag oud.
10 Joannes Damen, geboren op 10-01-1806 in Goirle. Joannes is overleden op 23-12-1800 in Goirle, 5 jaar oud.
11 arnolda Damen. Zij is gedoopt op 05-07-1807 in Goirle. arnolda is overleden op 25-06-1808 in Goirle, 11 maanden oud.
12 Petronella Damen. Zij is gedoopt op 29-08-1808 in Goirle. Petronella is overleden op 10-01-1890 in Goirle, 81 jaar oud.
13 Adriana Damen, geboren op 25-05-1810 in Goirle. Adriana is overleden op 25-12-1882 in Goirle, 72 jaar oud.
Notitie bij Adriana: Adriana was herbergierster en winkeliersters
Adriana trouwde, 23 jaar oud, op 08-01-1834 in Goirle met Walterus van Gorp., 26 jaar oud. Walterus is geboren op 03-04-1807 in Goirle, zoon van Adriaan (Q130) van Gorp. -7-st.J. en Johanna Maria Brenders. Walterus is overleden op 07-10-1871 in Goirle, 64 jaar oud.

Notitie bij Jan Daamen: lid van het gilde St. Joris
ingekomen 23 april 1796 - doodschuld voldaan 5 sept. 1839.
tot hoofdman verkozen: Verloren Maandag 1809
begraven op het kerkhof aan de kerk met gilde-eer
zijn doodschuld betaald bij overlijden en zijn doodschuld voldaan
Peter is landbouwer op ’t Ven 159.
Tijdens de kermis van 1710 schiet Peter Damen zich op maandagmiddag op 't Hoogeind tot koning.
Het koningsschild is in 1836 door Peeter Daamen hergebruikt.
wordt ook geschreven als Daemen
Peter Daamen schiet koning en gebruikt een schild van een familielid uit de 18e eeuw. Peter was welgesteld en boerde op het Hoogeind, en kon lezen en schrijven.

Peter Jan Damen, deze Tilburger die door zijn vrouw met Maria Catharina Luijten, wees van haar vader, in 1794 met zijn neus in de boter valt en meteen kan gaan boeren op het Hoogeind wordt in 1818 de nieuwe Hoofdman. In Gilze-Rijen leeft dan nog steeds de inmiddels stokoude Jan Baptist Jan Brouwers. En ja, de oude Brouwers is de aangetrouwde oom van Maria Catharina Luijten. De moeder van Maria Catharina is Cornelia Peter Ansems en haar zuster Elisabeth Peter Ansems is de tweede vrouw van onze Jan Baptist Jan Brouwers.
Peter Jan maakt ook op politiek vlak een snelle start in Goirle, reeds op het register van de "teekenaaren voor de waapenen " van 24 januari1799 staat voor deze persoon: huisnummer ( Ven) 138, 30 jaar, municip.( = gemeenteraadslid) getrouwd, 2 kinderen. Peter Jan bleef hoofdman tot aan zijn dood in 1839. Zie ook bij de Koningen (1836).


Bron: Harry Appels

1710 - Heerlijkheid Tilborgh en Goorle
Heerlijkheid Tilborch & Ghoorll
In 1710 werd de Heerlijkheid met alle heerlijke rechten verkocht aan Willem, Prins van Hessen-Kassel. De koopsom bedroeg 51.000 pattacons wat overeenkomt met ƒ127.000,00
In 1754 gaat de Heerlijkheid over naar de familie Van Hogendorp. Gijbertus Graaf van Hogendorp bewoont het kasteel te Tilburg. De koopprijs bedroeg ƒ165.000,00
Op Nieuwkerk achter 'de Coeweide' (Dennenoord) ligt de niet meer in gebruik zijnde grafkelder van de familie Van Hogendorp.

De oudste vermelding van Tilburg dateert uit het jaar 709 (Actum Tilliburgis), maar pas in 1157 komt de naam opnieuw voor in geschreven bronnen. Het was toen een heerlijkheid onder de Giselberten, waarover weinig bekend is. Aan het begin van de dertiende eeuw kwam Tilburg in het bezit van de hertog van Brabant. In 1387 leende hertogin Johanna van Brabant een grote som geld van Paulus van Haestrecht, die op het kasteel van Loon op Zand woonde. Als onderpand kreeg hij onder meer Tilburg, dat toen weer (met Goirle) een heerlijkheid werd. In 1453 verleende hertog Philips de Goede aan de heer van Tilburg en Goirle het recht om een schepenbank in te stellen. Aanvankelijk woonden de nieuwe heren van Tilburg nog op het kasteel in Loon op Zand, maar in 1477 kocht de achterkleinzoon van Paulus van Haestrecht een versterkt huis in De Hasselt, dat bekend werd als het Kasteel van Tilburg. Tilburg en Goirle zouden ruim vijfhonderd jaar door een heer bestuurd worden. Pas in de Franse tijd werd de heerlijkheid als bestuursvorm afgeschaft, en in 1803 werden Tilburg en Goirle afzonderlijke gemeenten.


kasteel van Tilburg in de Hasselt.


1700 - Herberg St. Joris
Adriaan Hoosemans (1671-1737) is eigenaar van een bierbrouwerij en herberg met de naam Sint Joris. De herberg is gelegen in heertgang het Dorp aan de Kerkweg (Oudekerkstraat) hoek Dorpsstraat.
De Zoon van Adriaan, Cornelis Hoosemans(1717-1752) is hoofdman van het gilde Sint Joris in 1748. Voor Cornelis was Jacob Jan Hoosemans in 1616 hoofdman van het gilde.
Hieruit mag men concluderen dat de herberg en brouwerij genoemd is naar het gilde wat zijn gildekamer had in de herberg.
De laatste bewoner van het pand welk in 19670 werd gesloopt was gildebroeder Frie Vermeer die de boerderij gekocht had van 'd'n kaojen Boer' (boer van Gorp).
In 1666 schiet Peeter Hoosemans koning.


1700 - Koningschieten. Matys van der Loo
Mathijs van der Loo schiet met een welgemikt schot, of puur geluk, zich tot koning

O 1000 Matys Antonisse van de Loo † 1000- |x 1000| -O 1900 naam † 1000
Ingekomen in het gilde en zijn inkomgeld voldaan:

MATYS ANTONISSE VAN DER LOO
CONINCK VAN S. LORIS GILDE
TOT GOIRLE
1700
Het koningsschild van Matijs van der Loo krijgt in 1858 een 2e leven.
Johannes Schellekens schiet in 1858 de koning. Een nieuw schild zit er niet aan. Geen financiële middelen of zuinigheid hebben hier een rol gespeeld. De naam van Jan Schellekens wordt met puntig voorwerp in het schild gekrast.


1700 koningsschild | Matijs van der Loo


1700 - Watermolen aan de Leij en meulendèèk
De eeuwenoude route van 's-Hertogenbosch naar Leuven en Brussel voerde langs de Leij. Vanuit Oerle (Tilburg) naderde men Goirle over een hoge zandrug die begrenst werd door de kaetsheuvel (Kètsheuvel) en deGôolse Bergen (Bergstraat) In het midden daarvan was rond 1450 een kapel (Quartae Capellae) gebouwd die we nu kennen als de kerk van St. Jan. Een 100 meter zuidelijk was omstreeks het midden van 17e eeuw de watermolen langs de Leij gebouwd. Stroomopwaarts lag een laag gebied de Vloed die als waterdebiet functioneerde.
Het aanwezig zijn van kerk en watermolen rechtvaardigt de veronderstelling dat de Heertgangh Kerk tot de oudste woonkernen van Goirle behoorde met een verbinding, langs breehees via het 'Sluiske’ op Gorp naar Hilvarenbeek. De parochie St. Jan werd bediend door de kanunniken van Hilvarenbeek waar Breehees en Gorp de verbinding vormde.
Met het stichten van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle kwam de jurisdictie van Goirle onder het gezag van de Heren van Tilburg. De kerkelijke band met Hilvarenbeek bleef echter bestaan. De parochie St. Dionysius werd bediend door de Norbertijnen uit Tongerloo. Hier ligt mogelijk de verklaring dat de Heerlijkheid Tilburg en Goirle 2 gilden kenden met St. Joris als patroon.

De oudste vermelding betreffende de watermolen stammen uit de 15e eeuw. Er is dan spraken van 'één winter- water- coren en schorsmolen. In een akte uit 1444 wordt melding gemaakt van 'die Vloet tuschen de molendijc ende water die langhe voirt' Hieruit mag men concluderen dat in het midden van de 15e eeuw al sprake is van een molen op de plaats waar op het einde van de 20e eeuw de watermolen wordt afgebroken
De Goirlese watermolen werd in de regel verpacht aan een molenaar uit een molenaarsfamilie. Op het einde van de 14e eeuw was Goijaert Aert Smolders eigenaar wan de molen. Goijaert verkocht een deel van de molen voor 1419 aan Gerit Beris van Oerle die getrouwd was met Lijsbeth die Hollander. Gerit verkocht op zijn beurt zijn deel aan Methijs Aert Hoefkens. In 1433 schonk Mathijs Hoefkens zijn helft van de molen aan zijn kinderen Pauwels, Heijlwich en Guedelt. Door vererving, schenkingen en verkoop komt een deel van de watermolen in 1473 in het bezit van Gerit Jan Back.
In de 15e eeuw werd molenaar Henrick van Goerle als eigenaar, voor de helft van de molen, vernoemd, die gehuwd was met Henrix van Dijck. In 1435 werden de 2 zonen Henrick en Dirck eigenaar van de molen.
Ook hier verwisselde de molen diverse malen van eigenaar om in 1473 geheel eigendom te worden van Gerit Jan Bac. de familie Bac, wonende op Broekhoven, behoorde tot de lokale adel van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. In 1533 werd de matermolen, 'bij den Wachtelbergh', verkocht aan Anthonis Ghijsbrechts', de zoon van Ghijsbrecht Antohonis 'de molder'.
Anthonis Ghijsbrechts was gehuwd met Heijlwich Reijnen, zij hadden 5 kinderen; Jenneke, Geritken gehuwd met Sebastiaen van Aelst. Michiel, getrouwd met Anna Prince. Ghijsbrecht, getrouwd met Maria van der Loo. Jasper, getrouwd met Agnes van Nerven.
Jacob van Aelst (Q00V12) , de echtgenoot van Geritken Ghijsbrechts, was lid van het Gilde St. Joris. Hij schiet in 1614 de koningsvogel en zal 7 jaren koning zijn van het Gilde St. Joris.
Als in 1568 Anthonis komt te overlijden werd zijn vrouw Heijlwich volgens testament enige eigenaar van de bezittingen waaronder de watermolen. De kinderen zullen na het overlijden ieder hun deel erven waardoor het bezit geheel versnipperd raakt. Zo ook het eigendomsrecht van de Watermolen. In het begin van de 17e eeuw zijn er vijf eigenaren; Jacob van Aelst, Antonis van Aelst, Adriaen van Aelst, Jan Anthonissen en Maria Anthonissen.
Ook Antonis van Aelst (Q00V15 | ~1560) had zijn inkomgeld betaald en was lid van het gilde St. Joris, net als zijn broer.
In 1605 komt er een einde aan de versnipperde eigendommen van de watermolen. Notaris van Loon verkoopt, onder getuigenis van de Schepenen van de Heerlijkheid de gedeelde eigendommen van de Goirlese molen, aan Jan Herman Janssoon de Roy (Q00V13 | ~1560), Schout van de heerlijkheid Tilburg en Goirle schenkt in 1610 het zilveren medaillon van de koningsbreuk. Hij is samen met Vincent van Din betrokken geweest bij het proces om het verloren zilver van het gilde St. Joris en de parochie St. Jan terug te krijgen. Toen dat op niets uitliep is een nieuwe breuk gemaakt waarvan het schild van Jan de Roy een onderdeel is.

Herman de Roy kocht in opdracht van jonkheer Huijbrecht van Malsen de watermolen . Zo kwam de watermolen in het bezit van de Heer van de Heerlijkheid Huybert van Malsen.
Op 22 maart 1612 overleed in Tilburg Huybert van Malsen. Zijn vrouw Ottelina van Hargen overleed 3 jaar later in 1615. De zoon Adriaen van Malsen beleende, als erfgenaam de dorpen en goederen van Heerlijkheden Tilburg en Goirle. Hiertoe behoorde twee watermolens. Adriaen erfde de watermolen aan de Molendijck. In 1621 overleed na een kortstondig ziekbed Adriaen van Malsen te Mainz. Zijn zuster Maria van Malsen, gehuwd met Anthonis Schetz van Grobbendonck, kreeg de Heerlijkheid in pand en verwierf de molen in eigendom. Schetz van Grobbendonck was gouverneur van de Stad 's-Hertogenbosch en Meierij. Maria van Malsen die veelvuldig in de Spaanse Nederlanden verbleef deed in 1632 de watermolen van de hand. De verkoop werd beklonken door Hendrick Janssen van Dijck samen met zijn zwager Adriaen Anthonis Alewijns, ieder voor de helft van het eigendom. Adriaan Alewijns was gehuwd met Goirlese Anna Soffaerts. In 1637 verkocht Adriaen Alewijns zijn deel aan Hendrick van Dijck die zo volledig eigenaar werd. Uit dit huwelijk van Hendrick van Dijck (<1667 +) met Anna Alewijns werden de volgende kinderen geboren: Matthijs in 1667, Willem, Jenneke die later begijn werd in Turnhout, Maria, Ida, en Catharine. Ida van Dijck huwde met de in Breda geboren Adriaen Crols.
Adriaan Crols (Q00V05 | ~1641-1695) stammend uit een molenaarsgeslacht vestigde zich in Goirle en heeft de watermolen, waarvan hij voor een erfdeel via zijn vrouw eigenaar was, bemalen.
Naast het bemalen van de molen had Adriaen ook tijd om de voetboog te hanteren. Adriaen werd lid van het gilde St. Joris. Dat Adriaen lid werd van het gilde is geen toeval. Bij de boedelscheiding van de ouders Hendrick en Anna van Dijck - Alewijns verwerven Ida van Dijck en Adriaen het Panhuys tegenover de Kerk St. Jan. In het Panhuys stond een brouwersketel ( brouwerspan) en daarnaast was er een herberg gevestigd. Zo werd in de traditie van het gilde de Guld verpacht aan de hoogste bieder en dat werd Adriaen Crols. Naast gildebroeder was hij dus ook aannemer van de guld. In deze tijd was Peter Stevens de mölder op de watermolen die hij waarschijnlijk gepacht had.
Na het overlijden van Anna Alewijns en Hendrick van Dijck werden de roerende en onroerende zaken gelijkelijk verdeeld. Tot de erfenis behoorden: het goed Ter Loo op Abcoven, het Pannenhuis aan de Kerk, de oliemolen, windmolen op Abcoven, en zekere ‘huizingen’. Willem van Dijck werd samen met zijn zus, Catharina, ieder voor de helft eigenaar van de Watermolen.
Catharina Dijck was in een eerste huwelijk getrouwd met Cornelis van Heijst 'doctor in de medicine. Na het overlijden van d'n dokter' hertrouwde Catharina met Jan van Amelvoirt. Als Catharina komt te overlijden deelde Jan voor 3/7e deel mee in het halve bezit van de molen. De kinderen uit het huwelijk met Jan van Amelvoirt, Cornelis jr, Anna en Margriet delen mee samen voor 4/7e deel. In die tijd werd de molen verpacht aan de uit Lage Mierde afkomstige molenaar Cornelis Huijsmans (o 1650) in een tweede huwelijk getrouwd met de Goirlese Catharina Moonen (o 1651). Kees Huijsmans bemaalde ook de standaardmolen op Abcoven, Catharina Moonen was eerder gehuwd met de Rielse Molenaar Jan Dircken
Het ander half erfdeel uit de nalatenschap van Hendrick van Dijck (1647-1740) en Anna Alewijns (1621-1774) was ten deel gevallen aan de zoon Willem van Dijck. Willem was in 1660 getrouwd met Catharina Hosemans (o 1737), dochter van Adriaen Hosemans en Barbara Vranken. In 1665 bemaalde hij de molen langs de Rielseweg (Laarstraat) in Tilburg. 10 jaar na het huwelijk kwam Willem 'sieckelijck' in Goirle te overlijden. Catharine bleef achter met 4 kinderen achter waarvan de oudste 6 jaar was en de jongste pas geboren. De vier kinderen waren: Anna Willem van Dijck (1662-1711) die trouwde met de uit Hilvarenbeek afkomstige Hendrick Rijsbosch, en op Breehees gingen boeren. Jenneke van Dijck die gehuwd was met Jan Smolders en na diens overlijden hertrouwde met een Schepen uit Hilvarenbeek, Nicolaes Otten. Nicolaes Otten was de zoon van een bierbrouwer uit Diessen en lid van,het St Sebastiaansgilde aldaar. Hendrik (o 1667-1740) bleef ongehuwd en Adriaen van Dijk (1770) trouwde te Tilburg in 1706 met de Tilburgse Adriana Moonen
Catharina hertrouwde in Tilburg op 21 september 1660 met Simon de Leeuw uit Loon op Zand. Uit het tweede Huwelijk met Simon werden nog twee zonen geboren, Joannes de Leeuw (o 1676) en Guilielmus de Leeuw (o 1774). De kinderen uit het eerdere huwelijk kregen Jan Veramelvoirt als voogd aangewezen, als toeziend voogd werd Jacob Hosemans aangesteld. Jacob was gehuwd met de dochter van Adriana Jan Soffaerts. Beide heren waren geen goed rentmeester. In 1685 toen de rekening door beide voogden werd opgesteld bleken de totale inkomsten, zijnde 830 gulden en 10 stuivers na aftrek van onkosten en schulden, te zijn opgedroogd tot slechts 6 gulden en 8 stuivers voor de vier erfgenamen, de kinderen van Dijck. Het molenhuis behoorde ook tot het bezit van de erven van Dijck. Hiervan had Joannes de Leeuw samen met de halve watermolen het vruchtgebruik. Joannes heeft de watermolen bemalen maar was drukker als uitbater van de herberg waar een brouwersketel stond opgesteld. Mogelijk wordt hier het Panhuys bedoeld maar ook bestaat de mogelijkheid dat het molenaarshuis werd bedoeld waar ook op een goed moment bier gebrouwen werd.
Simon de Leeuw (1647-1692), gehuwd met Catharina Hosemans, boerde goed. Hij was bakker, uitbater, mölder, bierbrouwer, handelaar en lid van bestuur van de Heilige Geesttafel. Hij had een groot vermogen vergaard. Toen Simon tot borgemeester werd aangesteld door de Heer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle en zo persoonlijk verantwoordelijk voor het innen van de belastingen, verponding en beden met zijn persoonlijke bezittingen als onderpand. Hij moest met zijn eigen vermogen borg staan en daar ging Simon niet mee akkoord. Nu bestond er een oud reglement waarin molenaars vrij gesteld werden voor het borgemeesterschap. De Goirlenaren kwamen hiertegen in opstand omdat het molenaarsschap op de watermolen niets voorstelde: Er was sprake van; een klein molentje waarop hij zich beriep "weck molentje niet en wert gebruijckt dan van Bamisdagh tot halff meer'. Daar kwam dan nog bij dat hij niet zelf maalde maar zijn beide stiefzonen Hendrick en Adriaen van Dijk. Het protest mocht niet baten. Van Grobbendonck benoemde Antonij Botermans tot Borgemeester voor Goirle. Ook die stribbelde tegen maar de Raad van Staten oordeelde onverbiddelijk, Antonij haalde bakzeil en stond voor de zware taak er zelf niet te veel bij in te schieten.
Door vererving en uitkopen was Simon de Leeuw eigenaar van de molen geworden. Bij testament laat hij zijn twee zonen gelijkelijk delen met de 4 kinderen uit het huwelijk met Catharina Hosemans. Na het overlijden in 1710 van Simon de Leeuw bleef de watermolen een onverdeelde boedel. In 1711 verkopen de erven de watermolen aan prins Willem van Hessen Kassel. Achteraf bleek dat op de molen nog een schuldlast ruste van 250 gulden. Cathelijn Hosemans, de weduwe van Willem van Dijck, had in het verleden de molen in onderpand gegeven aan van Oerle. Van Hessen Kassel betaalde aan de erven van Oerle de schuldlast. Zo werd de molen vrij van lasten.
In 1713 werd de watermolen verpacht aan Jan de Leeuw voor een periode van zes jaren. In de pacht was naast 'den winter water cooren moole' ook inbegrepen 'de huisinge, brouwerije, ende stoockerije. Willem van Hessen Kassel liet twee nieuwe 15-duimse molenstenen plaatsen waarvoor sleet en billen door de pachter betaald moest worden.


Watermolen aan de Leij en Meulendèèk


Naar tekening van Meester de Betzenbroeck


drooghuis voorheen molenaarshuis


1700 - 't nieuw Huys (12) later café de Linde
1780 Antony Brouwers
1830 Cornelis Brouwers
1870 Nicolaas Brouwers
wed. van Gestel Schellekens
van de Brand


Bron: Sjef Hoogendoorn

1681 - Koningschieten. Adriaan Spapens
Adriaen Spape schiet zich tot koning van het gilde Sint Joris.
Adrianus (Q00V04) Spape, zoon van Adriaen Peter Melis Spapen (Castelijns) en Margriet Jan Cornelis Faessen (Dircxssen). Hij is gedoopt op 30-12-1629 in Tilburg. is overleden in Goirle. Adriaan trouwde, 23 jaar oud, op 11-05-1653 in Goirle met Maria van de Sande, 30 jaar oud. Zij is gedoopt op 19-09-1622 in Goirle. Maria is overleden.
Kinderen van Q00V04 en Maria:
1 Adriaan Spape. Adriaan is overleden vóór 1713. Adriaan trouwde met Margriet van Heijst. Zij is gedoopt in 1654 in Goirle. Margriet is overleden, 63 of 64 jaar oud. Zij is begraven op 01-03-1718 in Goirle.
2 Maria Adriaen Spape, geboren op 06-04-1659 in Goirle. Maria is overleden.

ADRIAEN SPAPEN IS SCHEPEN CONINCK GEWORDEN VAN SINT JORIS GILT
Tijdens de kermis in 1686 schiet Adriaen Spapens de koningsvogel van de schutsboom. Adriaen is koning.
De gravering op het koningsschild verraad zijn beroep; Beenhouwer slager. Daarnaast was hij meester bollenmaker (voor de kaatsbal-sport.


1681 koningsschild Adriaen Spapen


1672 - Schuurkerken
In 1668 staakten de Tilburgse kerkdiensten op Nieuwkerk. Na 1671 worden de "paepsche stoutigheden" in de Goirlese grenskerk gestaakt.
Goirle krijgt een "armtierige" schuurkerk in de Heertgang Kerk (locatie Huize Anna) nabij de watermolen.
De 2e schuurkerk heeft aan de overzijde van de Bergstaat gestaan, ter hoogte van de verdwenen boerderij van oud-hoofdman Piet Brock.
In de abdij van Tongerlo berust een kaart van; de hoeve van Tongerloo de 'Koeiweij' met schans en schuurkerk 'Sint-Jans Niewekerk' op Steenvoort.
Op deze kaart is de kerk van Steenvoorde ingetekend en de plaats waar de Tilburgse grenskerk heeft gestaan.
Plaatsaanduiding waar de Tilburgse grenskerk heeft gestaan. Tussen 'de Steenvoirt en de de Leiensvoirt'.

Getekend door landmeter Roelof van der Vleuten.

Als op 2 december 1636 bij resolutie van de Raad van State de rooms-katholieke godsdienst wordt verboden, vlucht de geestelijkheid de grens over. Ook de Goirlese pastoor, Antonij Schoeffers, vertrekt.
Vanaf 1639 vervullen de Goirlenaren hun godsdienstplichten in een grenskerk, de Goirlese Kluis, die onder Poppel aan de Steenvoirt wordt opgericht. Dit gebied wordt later St. Jans-Gool genoemd.
De katholieke kerk in Goirle komt in handen van de paar protestanten die het dorp telt.

Na 1672 komt er meer vrijheid om rooms-katholieke erediensten te mogen uitoefenen. Rond 1683 wordt in Goirle bij de watermolen een schuurkerk gebouwd.
Op 19 december 1758 wordt door de Staten-Generaal toestemming gegeven tot het bouwen van een nieuwe schuurkerk. Door schenking van grond door Jan Baptist Brouwers en ruiling van grond met Albertus Baesten, rentmeester van graaf Van Hogendorp, wordt het in 1759 mogelijk de bouw daarvan te realiseren. Het gebouw komt te staan aan het deel van de Kerkstraat dat nu de Bergstraat heet. De oude schuurkerk bij de molen wordt dus eigendom van Van Hogendorp, op voorwaarde dat de kerkmeesters het gebouw zullen ‘approcieëren tot een ordentelijke koorenschuur’.

In 1809 komt de oude parochiekerk weer in handen van de rooms-katholieken, waarna pastoor Sprangers en de kerkmeesters Jan Soffers en Gerard van Besouw de schuurkerk in 1810 voor 280 gulden verkopen aan burgemeester Vosken en diens zwager Adriaan Priems die het gebouw slopen en de afbraak verkopen.
Afbeeldingen


plaats waar de Tilburgse grenskerk heeft gestaan


1669 - Koningschieten. Adriaan Crols
Adriaan Crols wordt in 1669 koning van het gilde St. Joris.
Adrianus (Q00VO5) Crols is geboren vóór 1618. Q00VO5 is overleden. Adriaen trouwde met Eijken (Ida.) van Dijck. Ida. is geboren vóór 1623 in Goirle, dochter van Hendrik Jan Gerrit van Dijck (van Arendonck) en Anna Alewijns. Ida. is overleden, minstens 25 jaar oud. Zij is begraven op 19-01-1648 in Goirle.
Kinderen van adriaen en Ida.:
1 Maria Adrianus Crols. Zij is gedoopt op 02-01-1654 in Goirle. Maria is overleden. Maria trouwde met Petrus Joannes Dircken. Petrus is een zoon van Joannes Dircken.zn. van der Sande en Anna Peetersdr. Jacobs. Hij is gedoopt op 21-08-1744 in Goirle.
2 Joannes Adrianus Crols. Hij is gedoopt op 01-01-1663 in Goirle. Joannes is overleden.

De molenaar Adriaan Crols schiet zich in 1669 tot koning van het gilde Sint Joris. Hij zal zes jaren koning van het gilde Sint Joris zijn.
Adriaan Crols bouwde in 1651 de houten stellingmolen op Abcoven. De molen deed dienst tot 1876. Onderdelen van de gesloopte molen zijn in de molen van de Veldstraat verwerkt.
De Veldstraat is tegenwoordig een deel van de Groeneweg.


1666 - Koningschieten. Peeter Hoosemans
In 1666 schiet Peeter Hoosemans, tijdens de kermis op de Feestdag van St. Jan zich tot koning van het gilde Sint joris
Peter Adriaen Peter (Q004) Hosemans. is geboren in 11-1645 in Goirle, zoon van Adriaen Hosemans en Barbara Bernaerd Vrancken. Peeter Hoosemans is overleden op 30-10-1728 in Goirle, 82 jaar oud.
(1 Peeter trouwde met Anna Crols. Anna is een dochter van Adrianus Crols en Ida Joannes Hendricus. Zij is gedoopt in 04-1651 in Goirle. Anna is overleden op 16-10-1691 in Goirle, 40 jaar oud.
(2) Peeter trouwde, 45 jaar oud, op 16-10-1691 in Goirle met Jacomijna Jacobs Huijbrechts. Jacomijna is overleden op 16-09-1707 in Goirle.
Kinderen van Peeter en Anna:
1 Barbara Hosemans, geboren op 30-04-1674 in Goirle. Barbara is overleden op 09-10-1724 in Breda, 50 jaar oud. Barbara trouwde, 26 jaar oud, op 13-06-1700 in Ginneken met Paulus van der Laet. Paulus is overleden.
2 Anna Maria Hosemans, geboren in Goirle. Zij is gedoopt op 03-12-1676. Anna is overleden op 22-08-1726 in Ginneken, 49 jaar oud. Anna ging in ondertrouw, 23 jaar oud, op 02-05-1700 in Goirle met Gerardus. van Diessen, 24 jaar oud. Hij is gedoopt op 29-10-1675 in Hilvarenbeek. Gerardus. is overleden op 15-09-1714 in Ginneken, 38 jaar oud.
3 Adriana Hosemans.. Zij is gedoopt op 20-02-1681 in Goirle.
4 Eijken Hoosemans.. Zij is gedoopt op 24-12-1682 in Goirle. Eijken is overleden.
Notitie bij Q004: Peter was lid van het gilde St. Joris
Zijn inkomgeld betaald | zijn doodschuld voldaan
Peter was overleden voor de invoering van de ledenlijst.:


1663 - Koningschieten. Vincent van Dun
1663. Vincent van Dun schiet op kermis-maandag de koningsvogel tijdens het vogelschieten. Vincent zal voor 3 jaren Koning zijn. Tijdens zijn koningschap komt hij in 1666 te overlijden.
Na het overlijden van schoolmeester Vincent van Dun schiet peeter Hoosemans zich tot koning van het gilde.
Vincent Jan (de oude) (Q00V09) van Dun is geboren op 18-12-1609 in Goirle, zoon van Jan Vincent Janse van Dun en Jenneke Jan Mathijs Wouter (Jenneke) Smits. Q00V09 is overleden in 1666, 56 of 57 jaar oud.
Vincent van Dun trouwde, ongeveer 6 jaar oud, omstreeks 1615 met Jenneke Jan Mathijs Wouter Smits, ongeveer 50 jaar oud. Jenneke is geboren in 1565. Jenneke is overleden vóór 1625, ten hoogste 60 jaar oud.
Notitie bij Vincent van Dun: Vincent was schoolmeester in Goirle en Riel. De school stond op de plaats van het huidige rechter transept van de kerk.
Vincent is lid van het gilde St. Joris.
ingekomen in het gilde ~1578.

Kinderen van Vincent en Jenneke:
1 Martinus Vincentius van Dun. Martinus is overleden. Martinus trouwde met Lijsken Adriaen Staeckenborch. Lijsken is overleden.
2 Peter Vincent van Dun, geboren omstreeks 1600 in Goirle. Peter is overleden vóór 1668, ten hoogste 68 jaar oud.
3 Gasparus van Dun. Hij is gedoopt op 14-01-1613 in Goirle. Gasparus is overleden, 54 jaar oud. Hij is begraven op 22-07-1667 in Goirle.
4 Gerard Vincent van Dun, geboren omstreeks 1620. Gerard is overleden omstreeks 1680, ongeveer 60 jaar oud.
5 Maria Vincent Jansen van Dun, geboren omstreeks 1635 in Goirle. Maria is overleden in 1666, ongeveer 31 jaar oud.
6 Adriaan Vincent van Dun, geboren in 1640. Adriaan is overleden. Adriaan trouwde met Maria Jan Dircks. Maria is overleden in 1702.


1660 - Teruggave deel geconfisqueerde gronden 30 september 1660
Dominee Gerardus Lemannus dominee te Goirle schenkt namens de gereformeerde gemeente op 30 september 1660 aan Jan Wouters van Nerven Konick, ende Jan Soffaerts met Jan Wierck Brouwers Deeckens respectieve van de Gulde van den Voetbooch binnen Goirle de gilde-akkers terug. "de erve rontomme de Schutsboom gelegen aan de Wittedijk of Doelendijk" (Hiermee wordt niet de huidige Wittendijk bedoeld maar een weg die parallel liep aan het tegenwoordige Hogendorpplein. De Wittedijk liep van Rielsedijk tot 'Vismèrt'.)

Gerardus Lemannus was een proponent (afgestudeerde theoloog) die in 1653 in Moergestel wordt 'beroepen' als predikant. Hij volgde Cornelis Lemarrus op in die functie. die 3 jaren zijn standplaats had in Moergestel. Tot zijn dood in 1681 was hij werkzaam in Moergestel vanwaar hij ook Goirle moet bedienen


Bron: Archief parochie St. Jan.

1656 - Koningschieten. Jan Wouter van Nerven
Op kermis-maandag 1656 schoot Jan Wouters met de voetboog de koningsvogel
Jan Wouters (de oude Q00V10) van Nerven is geboren omstreeks 1630 in Goirle, zoon van Wouter Jan Gheraert Nerven en Jenneken Laureijs Wouters. Jan Wouters is overleden. Jan Wouters trouwde, ongeveer 38 jaar oud, op 19-05-1668 in Goirle met Cornelia Willem Cornelisdr. van der Loo, ongeveer 33 jaar oud. Cornelia is geboren omstreeks 1635 in Goirle. Cornelia is overleden, ongeveer 16 jaar oud. Zij is begraven in 1651 in Goirle.
Kinderen van Q00V10 en Cornelia:
1 Anna Jansen Wauters van Nerven. Anna is overleden vóór 1676. Anna trouwde met Nicolaes Beerwinckels. Nicolaes is een zoon van Jan Wouter Jan Beerwinckels en Lijbeth Gerit michiel Cauwenberch. Hij is gedoopt vóór 1620. Nicolaes is overleden.
2 Adriaen Jan Wouter van Nerven. Adriaen is overleden. Hij is begraven op 01-02-1669 in Goirle. Adriaen:
(1) Adriaan trouwde met Waltera Peeter Cauwenbergh. Waltera is een dochter van Peter Cauwenbergh en Maria Meijnaarts. Zij is gedoopt op 19-03-1628 in Tilburg. Waltera is overleden vóór 01-02-1669, ten hoogste 40 jaar oud.
(2) trouwde op 13-02-1668 in Tilburg met Anna Jan Joost Meijnarts, ongeveer 30 jaar oud. Anna is geboren omstreeks 1638. Anna is overleden.
3 Digna Jan Wouters Nerven, geboren op 03-10-1641 in Goirle. Digna is overleden omstreeks 1684 in Goirle, ongeveer 43 jaar oud.
Digna: (1) trouwde met Jan Adriaensen van Dun. Jan is geboren in 1647, zoon van Adriaen Jan Adriaen van Dun en Anna van de Loo. Jan is overleden.
(2) trouwde, 35 jaar oud, op 25-07-1677 in Goirle met Willem van der Straten. Willem is overleden.
4 Willem Jansen van Nerven, geboren omstreeks 1650 in Goirle. Willem is overleden. Willem trouwde met Adriaenna Cornelis Adriaan Pauwels. Adriaenna is geboren omstreeks 1640. Adriaenna is overleden.
5 Vijverken jansen van Nerven, geboren omstreeks 1650 in Goirle. Vijverken is overleden. Vijverken trouwde met Gerard Gerit Claessen. Gerard is overleden.
6 Jan van Nerven, geboren omstreeks 1650. Jan is overleden.
7 Cornelis van Nerven, geboren omstreeks 1650. Cornelis is overleden.


1656 koningschild Jan Wouters van Nerven


Bron: Archief St. Joris.

1652 - Standaardmolen op Abcoven
E standaardmolen op Abcoven

Op 9 juli 1651 verzoeken Jan Dielis van de Kerckhof en Schepenen Goossen en Antonis Peters de Vet aan Graag Lanceloth van Grobbendonck , Heer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle, om het heerlijcke recht tot het oprichten van een standaardmolen op Abcoven. Het verzoek is ingegeven door het feit dar de watermolen langs de kerk en de Leij slechts een deel van het jaar te gebruiken was, van Baomis tot half maart.
Hendrick Janssen van Dijck had op Abcoven het Huis ter Loo reeds in leen en verzocht in 1651 een standaardmolen te mogen oprichten in de naaste omgeving van het goed ter Loo. (op de latere Meulenèkker).
Op zestien september 1651 dient de zaak tot het oprichten van een windkorenmolen op Abcoven op het Kasteel van Tilburg. Het verzoek werd gedaan door Hendrik van Dijck die de watermolen bemaalde.
Onder voorwaDarden kon de standaardmolen worden gesticht. Zo moest de kast van eikenhout zijn, er moest een cijns worden betaald voor het windrecht, alle lasten waren voor de molenaar en er moest een molenaarshuis worden gebouwd en de benodigde gronden moest Hendrick van Dijck aankopen. Dit alles voor een periode van
20 jaren. Na de termijn van 20 jaar zou het eigendomsrecht toekomen aan van Grobbendonck, mits aan een aantal voorwaarden niet zou worden voldaan. Werd aan de gestelde voorwaarden voldaan dan zou de molen voor de helft eigendom worden van de Heer van Tilburg en Goirle, voor de andere helft werd dat Hendrick van Dijck of zijn erfgenamen. Na 20 jaren zou van Dijck altijd de helft van zijn bezit moeten overdragen aan de landsheer van de Heerlijkheid.
Hoewel de voorwaarden niet echt gunstig waren voor van Dijck is hij toch akkoord gegaan. Om de benodigde grond voor de bouw van molen en molenaarshuis in eigendom te verwerven werd een perceel aangekocht welk eigendom was van Cornelis en Jan Bacx.
- Er is wel eens de relatie gelegd tussen het toponiem ‘Bacx land en Bakertaand. De familie Bacx had aanzienlijke bezittingen op Abcoven. –
In tegenstelling tot wat een jaar eerder in een contact was vastgelegd droeg Hendrick van Dijck de grond waarop de molen en molenhuis waren gebouwd over aan van Grobbendonck onder dezelfde voorwaarden als hij de ondergrond had gekocht van de gebroeders Bacx.
In 1672 beriep van Grobbendonck zich op de voorwaarden die in 1651 waren gesteld, namelijk het recht van koop van de molen en molenaarshuis. Over de overdracht van het goed moest onderhandeld worden met de erven omdat de molenaar Hendrick van Dijck reeds was overleden en de erven er het maximale uit wilden halen.

Maalstenen waren sterk aan sleet onderhevig. Zij moesten ‘gebild’ worden en voor het afslijten van de stenen moest de molenaar, als de molen geen eigendom was maar verpacht, jaarlijks betalen aan de eigenaar van de molen. Bij de molen van Abcoven waren meestal de pachters van de molen verantwoordelijk voor de maalstenen. Dit werd altijd duidelijk in het pachtcontract vast gelegd. Als opvolger van Hendrick van Dijck zien we Peter Stevens in 1665 als molenaar op de molen van Abcoven
Door allerlei omstandigheden, zoals roerige tijden, was de fam. van Grobbendonck in financiële problemen gekomen waardoor zaken moesten worden verkocht, waaronder ook de molen.
De Cannaert d’Hamal, lid van een notabele familie uit het Leuvense kocht 1/8 deel van de standaardmolen. Ook de weduwe van Godefridus Lemmens, Elisabeth Raaijmaekers, verwierven ieder 1/8 deel.
Jan baptist Soffaerts was al in 1708 voor de helft eigenaar, waardoor de van Grobbendoncke nog voor ¾ deel eigenaar waren van de molen. Toen een faillissement voor Charles van Grobbendonck dreigde werd het resterende eigendomsdeel verkocht aan Willem van Hessen-Kassel voor fl 27.500,00.
Door de verkoop van delen van het eigendom waren er meerdere eigenaren die het eens moesten worden als de molen verpacht werd. Om problemen bij die verpachting te voorkomen werd in 1752 een pachtcontract opgesteld bestaande uit 13 artikelen.
In 1690 bemaalde Cornelis Huijsmans (~1650-1738) de molen en bewoonde het molenaarshuis. Cornelis geboren in Hooge en Lage Mierde trouwde in 1684 met Catharina Moonen (1651-1735). Zij kregen 5 kinderen waaronder Peter Huijsmans (o 1688). Hij zal later ook de molen op Abcoven gemalen.
Het eigendom van de molen was toen als volgt verdeeld: - Jan Baptist Soffaerts 4/8 +1/8 = 5/8deel. (1/8 Deel was gekocht van Jonker Johan François Lemmens) en Charles van Grobbendonck had 3/8 deel in zijn bezit.
In 1710 verkocht Charles van Grobbendonck zijn deel aan Willem van Hessen Kassel.
Als Cornelis Huijsmans in 1738 komt te overlijden zet zijn zoon Peter het maalcontract door tot 1771. Dan wordt de molen verpacht aan Hendrick Meermans. Hendrik, geboren in Hasselt België, was in 1743 getrouwd met Adriana van Dommelen uit Goirle. Hendrik Meermans (Q036 | 1719-1759) was lid van het gilde St. Joris. Ingekomen voor 1749 op de jaarvergadering tijdens Verloren Maandag. Cornelis stierf als molenaar op de molen Abcoven. Hij is met gilde-eer begraven en begraven naast de kerk St. Jan.
Zo komt er in 1759 een nieuwe molenaar op de molen. Jan van Heeswijk was zijn opvolger.
In 1755 verkochten de erven Soffaerts hun aandeel in de molen met molenhuis en omliggend land aan Johan en Antony Hanswijk, nazaten van een bekende regentenfamilie uit ’s-Hertogenbosch. Zij bezaten meerdere molens in de Meierij waartoe de Heerlijkheid Tilburg en Goirle behoorde.
De molenaars die hun molen pachten hadden het dikwijls moeilijk. Het opbrengen van de pacht werd snel een probleem bij misoogsten en oorlogshandelingen.
Jan van Heeswijk kwam binnen 3 jaar in betalingsproblemen en kon de molen, al voor zijn pachtcontract was beëindigd, in 1759 verlaten.
In 1759 komt weer een gildebroeder van St. Joris op de molen. Balthasar van den Grinten (Q063 | 1725-1786).
De in Tilburg geboren Baltus was in 1757gehuwd met de Tilburgse Cornelia Meijers. Hij is ingekomen in het gilde op 29 september, de naamdag van St. Michiel en heeft ‘bij consent van de hovelinge’ na betalen van de doodschuld in1766 de Guld verlaten. Baltus ging geen pachtcontract aan. Het lijkt erop dat hij de overeenkomst die was aangegaan met Jan van Heeswijk heeft overgenomen den daarna verlengd als huurcontract. Dit alles wel volgens afspraken met de voor 50% eigenaar van de molen, de uit Riel afkomstige Jan van Venrooij.
Van 1794 tot 1813 was Victor van de Poel molenaar op de standaardmolen.
Omstreeks 1830 was de volmolen met huis een gedeeld bezit van 6 eigenaren. Diderick van Hogendorp had de halve molen in bezit. Sebastiaan van Boven bezat 1/10 deel. De rest was door vererving uit het bezit van de Tilburgse Molenaar Jan van Venrooij als volgt verdeeld: Jan van Venrooij 1/10 deel, Jan Ketelaars gehuwd met Cornelia van Venrooij 1/10deel en Petronella van Venrooij gehuwd met de Rielse Brouwer Cornelis Hoefmans 1/10 deel.
In 1830 verkocht molenaar Hendrik Hoefmans 22/60 deel van de eigendomsrechten van de Abcovense standaardmolen aan Johannes de Visscher (1787-1852). In 1853 is Benedictus, de zoon van Jan de Visscher, voor de helft eigenaar van de standaardmolen, in 1857 is Benedictus volledig eigenaar
In 1813 pacht Benedictus de Visscher de molen die hij later geheel in zijn bezit zou verwerven. Dat is ook het moment waarop de molen op Abcoven zijn langste tijd heeft gemalen. De houten molens vroegen veel onderhoud en waren snel instabiel . Dat is mogelijk de reden geweest dat Ben de Visscher in 1876 een perceel grond aankoopt aan de Veldweg on de bouw van een stenen molen te realiseren. De Standaardmolen werd gesloopt en bruikbare delen werden verwerkt in de nieuwe beltmolen aan de Veldstraat, tegenwoordig Groeneweg. Als herinnering aan de molen restte niets anders als een lichte glooiing in het landschap op de plaats waar de molen had gestaan.


de standaardmolen op Abcoven


Abcoven. Naar de kaart Diderik Zijnen 1791.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1651 - De Volmolen aan de Heesch
De volmolen aan de Heesch. Abcoven.

De Goirlese volmolen is gebouwd op de grens met Tilburg aan de Heesch. De plaats is niet toevallig. Goirle kende enkel wevers van linnen en jute, grondstoffen waarvoor geen volmolen nodig is. Het vollen is een procedé voor de wolindustrie. Deze wilindustrie was in hoge mate geconcentreerd in Tilburg
Waarom is de volmolen daar dan op Goirles grondgebied geplaatst kan men zich afvragen? Daar zijn een aantal redenen voor.
Als eerste moest de molen een aansluiting hebben op een stromend water, een rivier dus. Een tweede belangrijke reden was dat het oprichten van een molen een Heerlijck recht was waarvoor de Heer van Tilburg en Goirle toestemming moest hebben van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden. Omdat de wolindustrie een Tilburgse aangelegenheid was waren daar er verschillende watermolens op Tilburgs grondgebied actief en in concurrentie met elkaar. Een derde reden was het feit dat het gebied laag was gelegen en daarom altijd in een voldoende spoelwaterdebiet kon voorzien. Daar kwam bij dat de volmolen op voldoende afstand stond van de watermolen aan de Molendijk die mogelijk het functioneren van de volmolen zou kunnen beïnvloeden. Wel moet men daarbij een onderscheid tussen beide molens duidelijk zien. De watermolen moest door het verplaatsen van grote hoeveelheden water worden aangedreven en de volmolen werd door windkracht aangedreven. Het aangevoerde water was spoelwater.
Daarom nog iets over het procedé vollen:
Vollen is vervilten. Wol kan door sop, warmte en wrijving vervilten omdat de vezels van wol dan in elkaar haken.
Een volmolen is een machine waarmee wol vervilt wordt door met houten hamers in een bak op de natte wol te slaan. De eigenschappen van het lakenwol werden bepaald door de veredeling van de wollen stoffen. Die veredeling noemde men vollen.

Op Verloren Maandag 10 januari 1651, kreeg Lancelot Schetz Graaf van Grobbendonck middels een ‘windbrief’ toestemming van de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden tot het in bedrijf stellen van een windvolmolen. Genoemde windvolmolen was voorzien aan de Heesch langs de Leij tegen de gemeentegrens met Tilburg. Voor de financiering leende van Grobbendonck fl 5.800,00 van Peter van den Landen. Van den Landen was adviseur en raadsman van de fam. van Grobbendonck.
Er werd een aanbesteding gedaan voor de bouw van de nieuwe molen. De Tilburgse timmerman Willem Gijsberts ging de molen bouwen. Achteraf zal blijken dat dit geen goede keus is geweest!
De molen werd een houten bovenkruier op een, zoals ze in Vlaanderen zeggen, een torenkot waarin zich het stampkot bevond. Dat ‘kot’ kan zowel van hout als steen zijn geweest, hierover bestaat geen zekerheid. Op zowel de kaart van Diderick Zijnen (1760) als die van Hendrik Verhees (1790) staat de volmolen ingetekend op d’n Heesch. Op beide kaarten is er sprake van een ruïne. Die aantekening ‘ruïne’ kan er op duiden dat de molen op een gemetselde onderbouw heeft gestaan.
In de aanneemsom was ook een molenaarshuis voorzien dat in de regel door de molenaar werd bewoond.
Een jaar na de uitgifte van de windbrief wordt de molen voor 6 jaren verpacht aan Peter Colen en neemt het gezin Colen zijn intrek in het molenaarshuis dat naast de molen was gebouwd. Peter betaalde jaarlijks fl 400,00 als pacht, waarbij voor het onderhoud en de noodzakelijke reparaties afspraken werden gemaakt met Lancelot van Grobbendonck. Ondanks de vermeende goede afspraken over reparaties en onderhoud liep het tussen molenaar en landsheer fout.
Al kort na de ingebruikname van de moleninrichting bleek dat Willem Gijsberts slecht werk geleverd had. Er ontstonden grote herstel- en aanpassingskosten aan het loopwerk van de molen. Niemand wilde daar de verantwoording voor nemen met als gevolg dat de molen stil viel. Lancelot Schetz Graaf van Grobbendonck, de eigenaar, weigerde voor de kosten op te draaien en molenaar Peter Colen zette de hakken in het zand.

Op 26 mei 1656 verschenen emeritus-pastoor Augustinus van Dijck, Christiaen de Roij oud-borgemeester, Jan van der Sande en Willem Gerrits de Roij op het kasteel van Tilburg om een getuigenis af te leggen om zo uit de impasse te geraken. Zij verklaarden dat ze vier jaar eerder op het kasteel van Tilburg aanwezig waren geweest bij de verpachting van de windvolmolen aan Peter Colen.
Jan van der Sande verklaarde dat het klein onderhoud voor rekening was van Peter Colen en het groot onderhoud voor rekening van Graaf van Grobbendonck. Willem Gerrits de Roij, op zijn beurt, verklaarde dat van Grobbendonck tegen de molenaar had gezegd dat hij de reparaties moest uitvoeren. Pastoor van Dijck was kennelijk opgeroepen om te bemiddelen tussen beide partijen.
Ondertussen sleepte het molenaarsconflict zich voort, waarbij de kosten en achterstallige pacht waren opgelopen tot vierduizend carolusguldens.
Ook de bemiddelende rol die de pastoor had gespeeld om te komen tot een oplossing was op niets uitgelopen. Niemand was bereid water bij de pastorale wijn te doen met als gevolg dat het contract is ontbonden en de mölder de molen aan de Heesch heeft verlaten.
Zo stond de molen stil te wachten op de noodzakelijke reparaties en had Peter van den Landen het probleem dat hij zijn geïnvesteerde kapitaal in de volmolen zag verdwijnen. Daar kwam nog een probleem bij! De molen achter Abcoven was ‘besmet verklaard’ door solidaire molenaars uit de verre omgeving met als gevolg dat van Grobbendonck zijn molen niet kreeg verhuurd.
Ondertussen is Lancelot Schetz Graaf van Grobbendonck overleden en opgevolgd door zijn broer Carolus van Grobbendonck als heer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. Hij wil zijn volmolen, waarop zware hypotheeklasten drukten, weer laten draaien.
Op 14 oktober1667 werd door Peter van den Landen een nieuwe aanbesteding uitgeschreven om de molen weer als volmolen te kunnen gaan gebruiken. Molenbouwer Adriaan Kerkhoven had de opdracht binnen gehaald om de broodnodige reparaties uit te voeren.
Hier volgt een beperkte opsomming van de uit te voeren werkzaamheden.
- Nieuwe vang + vangstok maken.
- Nieuwe voering om het wiel. De kammen verlezen, 50 nieuwe rollen in de kap voorzien.
- De kap dichtmaken met houten schellingen.
- 20 Nieuwe essenhouten vuisten en stampers met 40 nieuwe lichters leveren en plaatsen.
- Wentelas verbrengen, halzen verdunnen en kap waterdicht maken.
- Leveren van 2 nieuwe komblokken.
- 2 Nieuwe grenen molenroeden met zeilen leveren.
Alles bij elkaar een indrukwekkende lijst van reparaties en nieuwe onderdelen.

Nadat de werkzaamheden waren afgerond, kreeg molenmaker Adriaen Kerkhoven het recht de volmolen aan derden te verhuren gedurende een periode van 5 jaren. Omdat de molen in de parochie St. Jan stond werd de pachtperiode gesteld op: van de naamdag van Johannes de Doper 24 juni 1668 tot kermis 1673.
In de periode dat Adriaen Kerkhoven de volmolen mocht verhuren is hij voor drie jaren verhuurd aan Jan Cornelissen van Leeuwen en Jan Gerritsen van Leeuwen. Zij mochten daarbij het naastgelegen molenhuis vrij gebruiken.
Na de heren molenaars Van Leeuwen werd het wederom stil rond de volmolen. Een gebrek aan te vollen laken in Tilburg was zeker niet de reden geweest dat de molen wederom stil viel. Mogelijk heeft de slechte bouw van de molen geleid naar zijn ondergang. Zeker is dat de molen in verval is geraakt en ontmanteld Op oude kaarten vindt men het toponiem ‘ruíne aan de Heesch’ terug wat zeker moet verwijzen naar een stenen gebouw.
De volmolen heeft in de korte tijd dat hij in bedrijf was helemaal ten dienste gestaan van de wolnijverheid in Tilburg.
Er zijn dan ook geen Goirlese families werkzaam geweest bij de volmolen. Ook de beroepsbevolking van Tilburg had in Goirle niets te zoeken omdat vanuit Oerle een rechtstreekse weg langs Bakertand en Katsbogte naar de molen aan de Heesch voerde. De volmolen is een puur Tilburgse aangelegenheid geweest waarvan de Goirlese linnen- en jutewevers geen weet hadden.
Wat herinnert zijn de straatnamen en de Leij die na eeuwen zijn loop nog steeds heeft, weliswaar verlegd met de bouw van wijk de Volmolen.


bronnen:
Jef van Gils
Regionaal Archief Tilburg


reconstructie van de volmolen aan de Heesch


Abcoven. Naar de kaart Diderik Zijnen 1791. Kaart met daarop de volmolen en standaardmolen


volmolen naast de Leij


Bron: Sjef Hoogendoorn

1650 - Kostuum
"Item ordonneren voorts dat elck scutter sal doen maken tot allen vijer jaren eenen nijeuen Tabbaert gelijck als dat op ten verswooren Maendach besloten sal worden ende op elck mouwe een half lood Silver...".
De zilveren 16e eeuwse "roosjes" met daarop het Wapen van de Familie van Malsen werden op de mouw gedragen. Later werden ze onder aan 'het juweel' gedragen. Omdat de zilveren roosjes op de mouw van de 'tabbaert' werden gedragen zijn de met de verkoop van het gildezilver in 1588 niet verloren gegaan.


gildebroeders van een Utrechts gilde. Let op zilveren versiering op mouw.


Bron: Archief Gilde St. Joris

1648 - Vrede van munster 30 januari 1648
Einde Tachtigjarige Oorlog
De Vrede van Münster maakte in mei 1648 een einde aan de Tachtigjarige Oorlog tussen de opstandelingen in de Nederlanden en Spanje. Later dat jaar, in oktober 1648 werd in Osnabrück ook vrede gesloten tussen de landen, die betrokken waren bij de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). De Vrede van Münster en van Osnabrück samen werden bekend als de Vrede van Westfalen en bepaalden de staatkundige verhoudingen in Europa tot aan de tijd van Napoleon Bonaparte.
Het tij in de oorlog tegen Spanje was in het voordeel van de Republiek van de Nederlanden gekeerd door Franse inmenging. In 1641 begonnen vredesonderhandelingen tussen de strijdende partijen. Afgesproken werd dat in Münster en Osnabrück onderhandeld zou worden. Hoewel de Republiek niet meevocht in de Dertigjarige Oorlog, werd de Republiek van de Nederlanden toch uitgenodigd bij de vredesonderhandelingen.

Op 30 januari wordt een verdrag gesloten tussen Spanje en de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dit verdrag maakt een einde aan de 80 jarige oorlog.
Het noordelijk deel van Brabant ging onderdeel uitmaken van de Generaliteits-landen. Dit hield in : Brabant werd een wingewest, er was geen vrijheid van de Rooms-katholieke godsdienst.
Voor de Gilden die als kerkelijke broederschappen functioneerden en als 'Paapse stoutheid' werd gezien zijn het moeilijke tijden. Samen met de Rooms Katholieke kerkwaren samenkomsten in de openbare ruimte verboden.
De parochiekerken van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle kwamen aan de Protestanten toe.
De kerk van St.Jan kwam hierdoor nagenoeg buiten gebruik. De populatie van Protestanten was zeer gering. Hierdoor kwam de kerk sterk in verval.
Het kerkhof, raadskamer en brandspuithuisje die vast aan de kerk waren gebouwd bleven in gebruik. Zo ook de toren. De roomse kerkgangers wijken uit naar Steenvoorde. Door deze omstandigheden is heden ten dagen de toren van de kerk nog steeds eigendom van de gemeente.


de steenvoorde over de Maalse Leij.


1639 - Grenskerk Steenvoorde
Tijdens de retorsieperiode vormde Nieuwkerk een vooruitgeschoven Spaanse enclave in het door de Staatsen bezette gebied. Nadat in 1638 de Goirlese pastoor gedwongen werd te vluchten, werd in 1639 een grenskerk gebouwd. De Tilburgers bouwden hun grenskerk in 1652. De streek, tot dan toe Steenvoirt genoemd, kreeg nu de naam: Nieuwkerk.

In 1660 kregen de Goirlese en Tilburgse katholieken toestemming tot het bouwen van een schuurkerk in hun eigen plaats. De jaarlijkse processie ter ere van Sint-Jan was echter niet toegestaan, zijnde een exorbitante paepse stoutigheid, en daarom trokken de Goirlese katholieken eens per jaar naar Nieuwkerk. In 1799 kwam hieraan op last van de bisschop van Antwerpen een einde, gezien de frivoliteiten die zich tijdens de bedevaart en aansluitende kermis pleegden af te spelen. De reeds vervallen grenskerk werd in 1810 gesloopt. Iets later werd op dezelfde plaats het kapelletje Sint-Jans-Gool gebouwd, dat nog een smeedijzeren deurklink uit de vroegere grenskerk bezit. De kapel werd in de jaren 80 van de 20e eeuw gerestaureerd.


1635 - Herberg 't Panhuys - Huis de Hoef
Herberg 't Panhuys tegenover de Kerk St. Jan.

het gildehuis waar St. Joris vele jaren een gildekamer had.


reconstructie 't Panhuys tegenover kerk St. Jan


Bron: Sjef Hoogendoorn

1633 - Belastingen - oorlogscontributie
(redemptie penningen) De bevolking van Goirle gaat zwaar gebukt onder de zeer hoge belastingdruk en oorlogscontributiën. In de Meierij, waar Goirle toe behoorde, is die vier keer zo groot geworden.
De verplaatsing en doortrekken van wisselend Spaanse en Staatse troepen zorgde voor veel overlast en ellende. Niets was veilig voor de dikwijls rovende en stelende soldaten. Dit alles zorgde ervoor dat Goirle verpauperde.


1630 - De kerkgang naar Nieuwkerk
Na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 wordt in De Meijerij het belijden van de katholieke godsdienst in de openbare ruimte verboden.
Goirle gelegen in het uiterste puntje van de Meijerij krijgt hier ook mee te maken. Steenvoorde is Oostenrijks gebied waar de katholieken niets hebben te vrezen.
Daarom trekken de bewoners van Tilburg en Goirle ieder naar hun eigen grenskerk op Steenvoorde, een oud leengoed van de Abdij van Tongerlo. Kerkdiensten, ommegangen en kermis zonden in het openbaar worden gehouden. Op steenvoorde lag een gemeenschappelijke processieweg tussen de grenskerk van Goirle en Tilburg. De Witheren van Tongerlo bedienden de pastorie vanuit het pand wat we tegenwoordig het Withuis noemen bij Dennenoord
Door deze ontwikkelingen verdween de naam Steenvoorde langzaam en werd het gebied aangeduid met Nieuwkerk. Op een oude kaart staat de toponiem aangegeven 'Sint Jans Gool'.
De kapel Sint Jan op Nieuwkerk herinnert nog aan die periode.
De deurklink van de kapel van het oude klooster op Nieuwkerk alsmede het klokje in het torentje zijn onderdelen geweest van de Tilburgse grenskerk (achter het Withuis).


deurklink van de Tilburgse grenskerk


kaart Steenvoorde met daarop de bezittingen van de Abdij van Tongerloo


kaart van de 'Koeweide' aan de Steenvoorde.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1630 - Bezittingen in de 'Wilt' geconfisqueerd
Alle goederen van de katholieke kerk; gronden, kerkgebouwen en kloosters, worden geconfisqueerd. Hiertoe werden voor het gemak ook de bezittingen van het gilde gerekend. Zo verliest het Gilde Sint Joris zijn bezittingen in "de Wilt". (omgeving Wittedijk). Welke akkers en heidevelden het bezit van St. Joris vormden is niet geheel duidelijk. De eerste kadastrale kaarten met leggers uit 1832 verschaffen de eerste duidelijke opgave. Veel van het bezit van St. Joris is dan al verdwenen. Naar aanleiding van de toponiemen vermeldt op kaarten en in notariële en gerechtelijke akten mag men concluderen dat het grondbezit aanzienlijk moet zijn geweest.
Toponiemen: Gildeackers, Schutsboom, Doelenakkers, Doelendijk, Wittedijck.
In 1962 komt met de verkoop van de 'Guldekker' voor de bouw van de 3e kerk een einde aan het grondbezit van het Gilde.


uit schetsboek van Hendrik Verhees. kerk Sint Jan Goirle


Bron: Archief parochie St. Jan.

1629 - Vrijheidsoorlog en godsdienstoorlog
De 80-jarige oorlog was naast een vrijheidsoorlog een godsdienstoorlog. Waar Spanje zegevierde was het katholieke geloof in opmars. Waar de wordende republiek terrein won kreeg het calvinisme de absolute voorrang.
Met de ‘Val van ’s-Hertogenbosch’ in 1629 kwam een einde aan de Spaanse overheersing
De Meierij waar Goirle grensgebied van was en overwegend katholiek was, zorgde ‘de Staatse’ overwinning voor een protestantiseringsproces waarvoor de bevolking.
Het belijden van de katholieke godsdienst werd hierdoor problematisch. Kerkelijke bezittingen werden geconfisqueerd en van bestuurlijke functies werden de katholieken uitgesloten.
Met de Vrede van Munster werd een verdrag gesloten tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarmee aan de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de opstandelingen in de Republiek een einde kwam en de Republiek als soevereine staat erkend werd.
De Franse inmenging in de oorlog tegen Spanje had het tij definitief in het voordeel van de Republiek gekeerd
Een belangrijk indirect gevolg van dit verdrag was dat het Nederduits gereformeerde geloof de staatskerk van de Republiek werd. Alle Rooms-katholieke Kerk goederen vervielen aan de overheid; kerken, kapellen, kloosters en andere bezittingen. De rooms-katholieken moesten tot 1795 gebruikmaken van 'schuilkerken': ze mochten kerkdiensten houden, maar niet in gebouwen die aan de buitenkant als kerk herkenbaar waren. Zo ontstonden de schuurkerken en in de grensstreken de grenskerken zoals die van Goirle, Hilvarenbeek en Alphen.


de klok in het angelustorentje behoorde tot de Tilburgse grenskerk.


Sint Jans Gool. kappeltje op de plaats van de Goirlese grenskerk


kaart waarop de Goirlese grenskerk is ingetekend.


1629 - Val van 's-Hertogenbosch 'reductie van 's-Hertogenbosch'
Beleg van 's-Hertogenbosch
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Prins Frederik Hendrik en graaf Ernst Casimir bij het beleg van 's-Hertogenbosch, 1629 (Pauwels van Hillegaert, 1635).
Datum: 30 april-14 september, 1629
Locatie: 's-Hertogenbosch, Hertogdom Brabant
Resultaat: Inname van de stad
Strijdende partijen: Prinsenvlag spaanse leger / Staatse leger
Commandanten en leiders
Frederik Hendrik van Oranje, Anthonie Schets, baron van Grobbendonck
Troepensterkte: 24000 infanterie. 4000 stuks cavalerie, 116 stuks kanonnen, 3000 stuks infanterie, 4000 bewapende burgers
80 stuks kanonnen Verliezen
onbekend: 1.200 doden 1.200 zieken en gewonden

Het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 was een groots opgezette tegenaanval op de Spanjaarden onder leiding van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het beleg duurde van april tot half september. Uiteindelijk werd de stad 's-Hertogenbosch door de stadhouder ingenomen. De stad was belangrijk vanwege de strategische ligging. Het had daarnaast een bisschopszetel en was een van de hoofdsteden van Brabant. Een verovering ervan zou goed zijn voor het prestige van de Republiek en de stadhouder.

De belegering was moeilijk vanwege het drassige gebied rond de stad. Met behulp van dijken en molens werd het probleem verholpen en werd het water ingezet als extra verdediging voor het Staatse leger. Rondom de stad lagen kwartieren waartussen de circumvallatielinie lag dat diende als verdediging tegen een mogelijk ontzettingsleger. De contravallatielinie moest de belegeraars beschermen tegen het Bossche garnizoen. Vanuit de kwartieren werden approches gegraven om dicht bij de stad te kunnen komen zodat een bres in de vestingwerken geslagen kon worden.

De commandant Hendrik van den Bergh van het Spaanse leger heeft nog getracht de stad te ontzetten, maar slaagde hier niet in. Ook werd geprobeerd het Staatse leger weg te lokken door de Veluwe binnen te vallen. Amersfoort kon worden veroverd, maar het leger moest zich uiteindelijk terugtrekken na de Staatse inname van Wesel. Omdat er geen kans op ontzet was en het Staatse leger al een gat in de vestingwerken had geslagen werd besloten te capituleren. Na de inname werd het katholicisme verboden en verlieten met het Spaanse garnizoen veel katholieke inwoners en de geestelijkheid de stad.

Vesting 's-Hertogenbosch
Kaart van 's-Hertogenbosch in 1649, twintig jaar na het beleg. Na het beleg werd er een citadel toegevoegd aan de stad om de bevolking te controleren.

In belegeringstechnisch opzicht was 's-Hertogenbosch een onwaarschijnlijk doel voor een campagne. 's-Hertogenbosch was een stad gelegen middenin een drassig gebied waar de twee riviertjes, de Dommel en de Aa doorheen stroomden. Het land rond de stad stond voor het grootste gedeelte onder water. Het was het hele jaar slechts bereikbaar door twee wegen, uit Vught en uit Hintham. Vanuit Den Dungen, Orthen en Vlijmen was de stad vanwege het water alleen in de zomer bereikbaar.

Tot aan het Twaalfjarig Bestand had de stad nog een verouderde middeleeuwse ommuring. Gedurende de wapenstilstand werd de verdediging gemoderniseerd door nieuwe wallen, zes nieuwe bolwerken en twee bastions aan te leggen. Voor de Hinthamerpoort werd een uitgebreid hoornwerk aangelegd en op sommige plaatsen kwamen aarden ravelijnen. Ondanks deze verbeteringen waren ten tijde van het beleg niet alle moderniseringen voltooid. De verdediging aan de kant van Den Dungen bestond nog uit de middeleeuwse stadsmuur dat niet gedekt werd door bastions, maar door rondelen en halfronde muurtorens. Om dit zwakke deel van de stad toch te kunnen beschermen werd er 750 meter vandaan het vijfhoekige fort De Pettelaar, ook bekend als Sint-Michiel, gebouwd. Aan de kant van de Vught lagen twee forten. Deze forten, de Kleine Schans of Sint-Anthonie en de Grote Schans of fort Isabella lagen een kilometer van de stad en moesten de toegang ertoe beschermen.

De vesting gold als onneembaar en kreeg daarom de bijnaam Moerasdraak.[5][6] Daarbij moet vermeld worden dat alleen aan de Staatse kant, in propagandistische pamfletten en historiewerken vermeldingen als "onneembaar" werden gebruikt om de grootsheid van de eigen prestatie te benadrukken.

Het garnizoen dat gelegerd was in de stad behoorde tot de grootste in de Zuidelijke Nederlanden. Het bestond uit 3.392 soldaten, afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden, Duitsland en Bourgondië. Een deel daarvan was in andere steden gelegerd, maar werd snel naar Den Bosch gestuurd toen bekend werd dat dat het doel zou worden. Zo glipten er in het vroege stadium van het beleg 800 soldaten uit Breda en 45 uit Eindhoven door de omsingeling. Ook waren er ruiters gelegerd in de stad die niet op tijd konden wegkomen uit de stad. Zij gingen dienstdoen als voetvolk. De gouverneur van de stad was de ervaren Anthonie Schetz, baron van Grobbendonk. Ook met de weerbare burgerbevolking moest rekening mee gehouden worden. Zij ondersteunden het garnizoen door wacht te lopen op belangrijke punten.

In de stad waren voldoende levensmiddelen opgeslagen om een lang beleg uit te zitten. Wat wel een probleem was voor de verdedigers, was de voorraad buskruit en munitie. Daar was weinig van voorhanden en een deel van het kruit was te nat om meteen te kunnen gebruiken. Ondanks aandringen van de gouverneur, maakte de regering in Brussel geen geld vrij voor de aankoop van extra voorraden.

Na een zwaar en langdurig beleg nemen de staatse troepen de stad in. De Spaanse rol was uitgespeeld.
Goirle is het uiterste puntje van de Meierij en daardoor volledig betrokken in de strijd 's-Hertogenbosch met de Meierij komt onder Staats bestuur.
Goirle komt als onderdeel van de Meierij onder Staats beheer.
Alle kerkelijke goederen van de parochie alsook de bezittingen van het Gilde St. Joris worden geconfisqueerd. Deze goederen waren gelegen op het Hoogeind (tussen Hoogeind en Wilteind)
De kerk van St. Jan wordt aan de zeer kleine protestantse gemeente toegewezen en raakt in verval. Het kerkhof rond de kerk blijft in gebruik als begraafplaats.
Na het verplaatsen van de begraafplaats in 1872 naar 'de Wilt' wordt in de kist van de overledene een schep 'gewijde aarde' van het kerkhof rond de kerk gedaan. DE pastoor weigerde om mee te betalen voor een katholiek kerkhof. Een rechtstreeks gevolg hiervan was dat de gemeente die eigenaar was van de algemene begraafplaats was geen toestemming verleende voor het inzegenen van de begraafplaats. Er moest begraven worden in ongewijde grond. Er was geen keus, het oude kerkhof was gesloten. De pastoor de Wit loste het probleem op door in de kist een schep gewijde aarde van het oude kerkhof in de kist te doen. Pastoor Crefcoeur was het een doorn in het oog en ging met het gemeentebestuur in overleg voor aankoop van een deel van de begraafplaats om die in te richten als kerkhof. In 1895 wordt het deel waar nu de calvarieberg licht aangekocht en ingericht als kerkhof. Onder de calvarieberg is een deel van het puin gestort van de sloop van de kerk. Het lèèkhèùske werd ook gerealiseert


Prins Frederik Hendrik 'de Stedenbedwinger'


Bron: Sjef Hoogendoorn

1626 - Kerkelijke goederen geconfisqueerd.
Reeds vele weken voordat het beleg van 's-Hertogenbosch eindigde met de verovering drs stad door Frederik Hendrik (14 september 1629), was door de Synode van Zuid-Holland eene commissie aangewezen, om zich naar den Prins te begeven om "mijn Heere den Prince van Orangien ende de de A. Heeren Gecommitteerde Statente verzoeken, dat hare Ed. Mog. believen te bedenken, dat de uijtkomste van de oorlogen dependeren van Godt, ende te solveren, opdat de Heere sijnen zeghen strecke over hare wapenen om in stad en de onderhoorige dorpen predikanten aan te stellen en de geestelijke goederen volgens de bedoeling van de eerste schenkers te converteeren tot den dienst Gods en Pios usus"
Volgens het 2e en 3e artikel nl. moesten alle geestelijke en religieuse manspersonen binnen den tijd van 2 maanden uit de stad vertrekken, terwijk de kerkelijke en pastoriegoederen zouden vervallen aan de Staten-Generaal.

Het gilde St. Joris kreeg ook te maken met de retorsie-maatregelen. De bezittingen in 'de Wilt' werden geconfisqueerd ondanks dat geen kerkelijke bezittingen waren. Dominee Gerardus Lemannus, aangesteld in Goirle, erkende deze dwaling en gaf een deel van de eigendommen van Sint Joris terug (zie 1760)


Kapelletje op Nieuwkerk omstreeks 1900. St. Jan Gooll. met op de achtergrond een statie van de kruisweg onder een dakje


Bron: Dr. P.J. Dijksterhuis. | archief parochie St. Jan.

1616 - Hoofdman. Jacob Hoosmans
Q00v11. Jacob Hoosemans hoofdman
Jacob Jan Jan (Q00V11) Hoosemans is geboren omstreeks 1580 in Goirle, zoon van Jan Jacob Hoosmans en n.n. Jacob Hoosemans is overleden.
Jacob Hoosemans trouwde met Jenneke Peter Michiels. Jenneke is geboren omstreeks 1590. Jenneke is overleden
Jacob was lid van het gilde St. Joris
In 1616 bekleedde hij de functie van Hoofdman.
De fam. Hoosemans is mogelijk al voor 1569 verbonden met het gilde St. Joris
Antonis Bastiaen van Alst was in 1610 de eerst bekende koning van het gilde St. Joris.
.
Kinderen van Jacob en Jenneke:
1 Vijverken Jan Jan Jacob Hoosmans.
2 Adriaen Jan Jan Hoosmans, geboren omstreeks 1580 in Goirle. Adriaen is overleden. Adriaen trouwde met Barbara Bernaerd Vrancken. Barbara is overleden. Barbara is weduwe van Adriaen Hosemans (ovl. na 1660).
3 Sebastianus Jan Hosemans, geboren vóór 1618. Sebastianus is overleden. Sebastianus trouwde met Petronella Marcelis. Petronella is geboren vóór 1625. Petronella is overleden.
4 Jacobus Jan Hosemans, geboren vóór 1620. Jacobus is overleden op 17-09-1681 in Hilvarenbeek, minstens 61 jaar oud. Jacobus trouwde, minstens 25 jaar oud, omstreeks 1645 met Joanna Jan Adriaen Celen, minstens 17 jaar oud. Joanna is geboren vóór 1628, dochter van Jan Adriaen Hendrick Celen en Adriana Jan Jan Soffaerts. Joanna is overleden.


1616 - Proces om verdwenen zilver te achterhalen
Pastoor van Dun probeert het in 1588 verdwenen zilver van het gilde en de Kerk te achterhalen.
Daartoe roept hij als Deken van het Gilde St. Joris verschillende Goirlenaren op om hun verklaringen betreffende het verdwenen zilver af te leggen voor de Schout en Schepenen van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle.
Het zilver wordt niet achterhaald. Mogelijk was het reeds omgesmolten.
Door de opleving van de economische situatie in Goirle tijdens het 12-jarig bestand wordt een nieuw begin gemaakt met het gildezilver.
Pastoraat: Peter Vincent Janssen van Dun [Goirlenaar van geboorte]
Het verhaal van Peter van Dun, de pastoor van Goirle.

Vincent Jan Hendrik van Dun(ne), geboren rond 1540, huwt Jenneke Peter Michiel Jan Soffaerts. Het gezin woonde te Goirle in de Vensche akkers. Zij hebben 4 kinderen:
-Peter Vincent Jan geboren in het jaar 1570 en overleden 27-6-1635 te Goirle. Pastoor te Goirle. Toen zijn voorganger, pastoor Danulaeus in 1598 bedankte, vergaderde het kapittel van Hilvarenbeek den 14e maart in het convent der Predikheeren te 's Hertogenbosch en presenteerde Peter Vincent van Dun als pastoor van Goirle. Zijn aanstelling volgden den 27e mei.

De 4e april 1605 gaf de pastoor een wijbrief aan den diaken Antonius Vincentius van Dun. Dat is zijn jongere broer. Bij de kerkvisitatie van 29 juni 1615 verklaarde van Dun, dat hij 46 jaren oud en sedert 18 jaar pastoor was, dat de parochie 470 communicanten telde, "die hunne pligten wel waarnamen, dat de competentie des pastoors te klein was, daar hem uit de tienden. slechts negen muddem rogge en uit de cijnsen twaalf gulden toekwamen, daarbij waren de jura allergeringst ".

Uit een ander stuk van 1615 blijkt, dat van Dun kanunnik was van het kapittel te Hilvarenbeek. Volgens zijn grafzerk hier in de kerk van Goirle (deze lag in de oude kerk voor het hoogaltaar) stierf Peter van Dun op 27e juni 1635. (Het grafschrift luidt: Nascendo mortmur. Hier leet begraven H. Peeter van Dun, die de pastorije van Goirle bedient heeft den tijd van 37 jaren sterfden 27 juni 1635. Bidt voor zijn ziel.)

Pastoor Peter van Dun heeft nog juist de perikelen van de Reformatie niet mee gemaakt, mogelijk al wel de voorboden. De kerk van Goirle werd in 1638 geconfisqueerd en de Goirlenaren gingen vanaf die tijd op Steenvoirt (latere Nieuwkerk) ter kerke in een z.g. grenskapel die op Spaans gebied lag (nu het huidige België). Pastoor Peter van Dun schenkt aan het gilde St. Joris in 1610 een schildje. (Spes mea Deus) Mogelijk bij zijn 12½ jarig pastoraat. (1598-1610)

-Jan Vincent Jansen huwt Jenneke Jan Mathijs Wouter Smids (zij hebben 10 kinderen) waarvan o.a. Vincent de oude, schoolmeester is te Goirle en Riel. Vincent de oude is in 1663 Koning van het Gilde St. Joris en is dan 31 jaar. Hij schenkt daarvoor een schild. Ook daarop staat het wapen: boven twee rozen, er onder een gekanteelde dwarsbalk, en daar midden onder weer een roos.

-Vincent de jonge x Anneken Cauwebergh, woonde op Huis ter Loo. Hun achter-achter kleinkind is Vincent Dingman van Dun (1736 - 1806) en gehuwd met Maria Smits (1734 - 1791). Deze Vincent is executeur testamentair van zijn oudtante Elisabeth Smits (1712 - 1779) en is voor de helft erfgenaam van zijn oudtante. Deze oudtante heeft in 1762 de beelden van Petrus en Paulus geschonken aan 2e schuurkerk van Goirle, onder pastoor Nicolaas Dominicus de Beeck. (pastoor van 1733 - 1780). Dat vermeldt het doopregister, ook vermeldt het, dat de smid Jan van Aelst den 8e maart 1761 aan de kerk het schilderij voor het hoogaltaar schonk.

Pastoor de Beeck, was kapelaan te ’s Hertogenbosch in de St. Jan, voor hij pastoor werd in Goirle. Hij schijnt een man van grootte kennis te zijn geweest en een zeer ijverige herder, die bijna een halve eeuw de parochie bediende en vijf jaar zijn gouden priesterfeest overleefde. Hij stierf in de gezegende ouderdom van 81 jaren en werd in de kerk onder de grafzerk van pastoor Peeter Vincent Jan van Dun begraven, (en dat gebeurde terwijl de kerk nog steeds in handen van de Protestanten was)!!!

-Antonius Vincent Jan. We zagen al dat hij diaken in Goirle geweest moet zijn.)

-Cornelis Vincent Jan huwt Jenneke Jan Hendrick Nicolaas Voskens. Zij hebben 3 kinderen waarvan Vincent geboren 1607, kapelaan is te Goirle. Of dat ook nog tijdens het pastoraat van zijn oom Peter is geweest, vermeldt de geschiedenis niet. Later is hij pastoor te Ossenisse op Zeeuws Vlaanderen en weer later komt hij voor in Moerbeke in Oost Vlaanderen nabij St.Niklaas.

Joseph Wijdemans


proces-verbaal waarin getracht wordt het verdwenen gildezilver te achterhalen -1616-


Bron: Joseph Wijdemans | R.A.T. |

1614 - Koningschieten. Jacob van Aelst
Notitie bij Jacob Adriaen (Q00V12) van Aelst: Jacob Bastiaens van Aelst was lid van het gilde St. Joris
Jacop Bastiaens van Aelst schiet in 1614 op kermis-maandag met de voetboog tot koning van het gilde St. Joris
in 1616 staat Jacob genoteerd als hoofdman.
Waarschijnlijk was Jacob in 1614 al hoofdman. Toen hij koning schoot is hij hoofdman gebleven. Zo vervulde hij een dubbelpunctie. De reguliere periode tussen het koningschieten was in die jaren 7 jaren
Jacob Adriaen (Q00V12) van Aelst is geboren omstreeks 1590 in Goirle. Jacob Adriaen van Aelst is overleden.
Notitie bij Q00V12: Jacob Bastiaens van Aelst was lid van het gilde St. Joris
Jacop Bastiaens van Aelst schiet in 1614 op kermis-maandag met de voetboog tot koning van het gilde St. Joris
in 1616 staat Jacob genoteerd als hoofdman.
Waarschijnlijk was Jacob in 1614 al hoofdman. Toen hij koning schoot is hij hoofdman gebleven. Zo vervulde hij een dubbelpunctie. De reguliere periode tussen het koningschieten was in die jaren 7 jaren
Q00V12 trouwde met Adriana Jan Witlox. Adriana is overleden.
Kinderen van Q00V12 en Adriana:
1 Joannes Jacob van Aelst. Hij is gedoopt in 09-1649 in Goirle.
2 Joost Jacob Adriaan van Aelst, geboren in 1680 in Turnhout. Joost is overleden vóór 25-03-1754, ten hoogste 74 jaar oud. Joost:
(1) Adriaen van Aelst trouwde met Theodora Maas [Maes]. Zij is gedoopt op 09-12-1686 in Hilvarenbeek. Theodora is overleden op 10-03-1754 in Goirle, 67 jaar oud. Zij is begraven op 12-03-1754 in Goirle.
(2) Adriaen van Aelst trouwde, 28 of 29 jaar oud, in 1709 in Goirle met Vermeulen. Zij is overleden vóór 1709.
(3) Adriaen van Aelst trouwde, 28 of 29 jaar oud, op 21-07-1709 in Tilburg met Ida. van den Enden, 24 of 25 jaar oud. Ida. is geboren in 1684 in Turnhout. Ida. is overleden in 1721, 36 of 37 jaar oud.


1614 koningsschild Jacop Bastiaens van Aelst


1614 - Dienaren, priesters en pastoors van de parochiekerk Johannes de Doper Goirle
De lijst van de opeenvolgende pastoors is samengesteld door Janus.J.B. zn. Hoogendoorn.
Janus was een heemkundige en onderzoeker. Hij publiceerde in het Goirles Belang. Hij heeft veel archiefwerk verricht en de plaatselijke geschiedenis vast gelegd.

Dienaren, priesters en pastoors van de parochiekerk tot de Reformatie: tot 1400 | Arnoldus Beys (Beijs). Arnoldus had een broer Hendrik Beijs Kanunnik te Hilvarenbeek.
1400 > ? | Arnoldus Jansen.
1427 - 1436 | Theodoricus van Andel. 'Absent' d.w.z. hij resideert niet te Goirle en laat de functie aan een ander over. Hij wordt vervangen door Wereldheer Dominicus Thome. Hij onderhoud het celibaat niet en heeft een verhouding met Katharina zijn dienstmaagd.
1436 - 1443 | Cgidius Mijnschorts. Hij laat zich vervangen door Joannes Rijmsleger
1443 - 1459 | Joannes Rijnsleger: Johannes heeft de eerst kerk met toren laten bouwen.
1460 - 1478 | Johannes Marscale (Marescalli of Schellekens). 'Investiet' schitterde ook door afwezigheid en laat zich vervangen. Johannes Schellekens heeft het Missiekruis geplaatst. (hangt bij binnenkomst van de huidige kerk.) De vervanger Arnoldus van Zon wordt ook beboet vanwege het negeren vn het celibaat. Ook vervanger Dominicus Otten is niet zuiver op de graad. Hij wordt beboet omdat zijn 'geestelijke dochter' te rij is!!
1478 - 1482 | ........ Walraefs.
1477 - | Johannis Wils de Beerse werd de 'investiet' of wel de pastoor van Goirle. Hij was gehuwd met Elisabeth Reijns, en had zes kinderen. Hij resideerde op zijn pastorie gelegen in het Dorp. Ook Johannes wordt beboet door de bisschoppelijke visitator vanwege zijn omgang met Margaretha.
1482 - 1485 | Johannes Vils.
1485 - 1487 | Adriaen de Daesdonck.
1487 - 1502 | Anthony van Brecht
1502 - 1519 | Lambertus van de Hevell
1510 - | In 1510 is er weer een vervanger aangetreden. 'Vice-Cureit' Gijsbert Hermans. In een lijst van geconfisceerde kerkelijke goederen treffen we ook aan "Het Cappelany huisken" dat van oudsher aan de pastorie toebehoort.
1519 - 1554 | Rumoldus Frederica. Frederici decideerde ook niet in zijn pastorie in Goirle. Hij was rector van het Febianus en Sebastiaan-altaar te Oisterwijk
1543 - | In 1543 komt de priester Dominicus Petrus Soffaerts ten tonele. Hij had in Goirle bezittingen in het 'Wiltbroec'. Het gilde Sint Joris had voordat hun bezittingen werden geconfisqueerd hier ook bezittingen.
1570 - | In 1570 wordt Jan Hendrick Goossens genoemd als 'eertijts pastoir der kercke van Ghoirle en nu Canoninck der kerke van Hilvarenbeek'.
1582 - 1599 | Christiaen Laurentius Danuleus [ Daniels] pastoor te Goirle, en scholaster te Poppel. Tijdens het pastoraat van pastoor Daniels verdween het gildezilver van Sint Joris met enkele zilveren stukken welke eigendom waren van de kerkfabriek. Pastoor Daniels was lid van het gilde Sint Joris Hilvarenbeek. In 1598 schenkt hij een zilveren schild aan het gilde Sint Joris Hilvarenbeek.
1588 - | In 1588 koopt het kerkbestuur een oud huis welk mede op advies van de bisschop zal dienen als pastorie. Deze vermelding maakt duidelijk dat de parochie vanaf dat moment bedient wordt door een priester die resideert in Goirle. We mogen de eerste pastoor van Goirle verwelkomen. De laatste pastoor van Goirle is nu na 400 jaren ook bekend. Pastoor Martin van Zutphen valt deze twijfelachtige eer te beurt.
1553 - 1556 | niet bekend.
1556 - 1558 | Petrus Fossaerts ( Soffaerts)
1558 - 1582 | Henricus Caesarens
1582 - 1598 | Christian Laurentius Danulaeus.
1598 - 1635 Peyrus Vincentius van Dun. Peter van Dun is gestorven als Kanunnik van heet kapittel van Hilvarenbeek in het jaar 1635
1635 - 1638 | Antom Schoeffers
1739 - 1673 | niet duidelijk wie de parochie bedient.

Pastoors van de schuurkerken in Goirle: 1598 - 1635 | Peter Vincent Janssen van Dun, geboren in Goirle werd op 27 mei 1598 benoemd tot pastoor van Goirle. Tijdens de bisschoppelijke visitatie klaagt de pastoor over zijn armzalige toestand, wel verklaarde hij dat zijn parochianen kerks en volgzaam waren. Toch komt het in 1621 tot een conflict, tijdens het sermoen, op 2e paasdag, staat Willen Jan Dircx op en gaat openlijk de confrontatie aan met pastoor Vincent van Dun. De pastoor lelijk van slag antwoord: "Dhij moet sweighen of ick moet sweighen, want wij en connen tsamen nyet gesprecken." De pastoor roept verder vanaf de preekstoel "Ick proterstere van die woorden die dese man spreeckt die daer vuyt de kerck gaet. onthoud die woorden ende de mijn"! De onverwachte actie van de minder trouwe parochiaan moet lang hebben nageklonken. De afloop is helaas niet bekend.
In april 1616 verzamelde de parochianen zich rond de kerk. Het gerucht gaat dat Neelken Dierck een visioen heeft gehad. Al snel was het visioen verheven tot een wonder! Neeltje was haar konijnen aan het voeren als plotseling een klein meisje naast haar komt zitten. Ze was gekleed in in een sneeuwwit habijtje "van boven een lijfken en onder een rokje, afgeboord met drie witte stroken'. de Mare van het meisje was dat de mensen goed moesten bidden zodat Onze Lieve Heer heel veel koren zal laten groeien....! Als bijzonder detail werd verteld dat het meiske "dat sij hooft aermen noch beenen aan het selve gesien hadde" Tot een bedevaartplaats is het helaas nooit gekomen.
Pastoor van Dun was ook Deken van het gilde Sint Joris. Aan het juweel wordt een zilveren schild gewaard geschonken door de pastoor. Ook onderneemt hij ter vergeefs nog actie om het verdwenen gildezilver alsmede het kerkzilver terug naar Goirle te krijgen. In 1617 geeft Vincent de opdracht aan een goudsmid om een nieuwe kelk te vervaardigen ter vervanging van de verdwenen kelk. Op 27 juni 1935 overlijd Vincent en wordt begrven in de oude kerk. Zijn grafzerk ligt momenteel naast de Mariakapel in de absis.
1635 - | Antony Schoeffers. Tijdens het pastoraat van Schoeffers wordt het zielenheil van de Hervormden toevertrouwd aan de Dominee. Uit de Memorie van 1642 gevoegd bij de eerste petitie van de Bossche halve Classis aan de heren der Staten. " Het gehucht Goirle als zijnde bijna geheel protestant". Zonder twijfel kan men stellen dat de 'volkstelling van de Dominee' zonder twijfel geheel bezijden de waarheid is.
De Goirlese Predikant Paridani Lemanni doopt in de periode 1650 - 1757 8 kinderen. Gerardus Lemannus schenkt op 30 september 1660 aan Jan Wouters van Nerven Koninck, ende Jan Cornelis Soffaerts met Jan Wierck Brouwers Deeckens respectieve van de Gulde van den voetbooch binnen Goirle, het gilde Sint Joris, de gilde-akkers terug die gelegen waren rond de schutsboom, doelendijk en Wittendijck lagen.
1663 - 1691 | Joannes van Riel (van Kiel). Pastoor van Sint Jan Onthoofding en Deken van het district Hilvarenbeek. Onder zijn pastoraal komt de eerste Schuurkerk met een klein pastoorshuisje bij de watermolen tot stand.
1691 - **** | Cornelis Vriens.
*** - 1699 | Antonius van Abeelen. Begraven geweest in de parochiekerk St. Jan.
1699 - 1733 | Nicolaas Dominicus de Beeck. Nicolaas vecht zijn hele leven voor het behoud van de jaarlijkse St. Jansprocessie naar Nieuwkerk. Hij stierf in de ouderdom van 81 jaren en begraven onder de zerk van Vincent van Dun. Op Nieuwkerk staat nog steeds de oude grenskapel St. Jans-Gool. Uit eigen middelen laat de Beeck de kapel opknappen en ieder jaar gaat er op 24 juni onder leiding van het Gilde Sint joris een processie nar het oude gebedshuis.
1733 - 1780 Adrianus Sprangers. Deze pastoor liet op eigen kosten, in de huidige Bergstraat een pastorie bouwen, die door pastoor Minoretti in 1852 werd verbouwd. gesloopt ~1970.
1739- **** | Kapelaan Gasparus de Visscher, geboren in Oirschot. Bij resolutie van 19 december 1758 der Staten Generaal krijgen de katholieken verlof tot het bouwen van een nieuwe schuurkerk. (aan Bergstraat tegenover hedendaagse St. Elisabeth). Over het pastoraat van Sprangers wordt op 13 mei 1791 te Goirle opgericht 'De Rozenkrans Broederschap'. De broederschap heeft zich jaren staande gehouden. In 1808 vaardigt Koning Lodewijk een decreet uit waardoor de geconfisqueerde kerken weer in gebruik konden worden genomen door de parochie. De tijd van de schuurkerken wordt verleden tijd. Bij besluit van 18 april 1809 krijgt de Goirlese gemeenschap hun parochiekerk terug.
1780 - 1811 | Pastoor Adriaen Sprangers.

pastoors van de kerk St. Jan Onthoofding: ***** - 1811 | Franciscus Boelens. Franciscus Boelens heeft een rijksinkomen van 150 gulden per jaar. Onvoldoende om de Goirlese kerkfabriek in stand te houden. schenkingen en collectes houden de pastoor op de been. De kerkmeesters waren Gerard van Besouw en Petrus Daamen de aannemer van het gilde Sint Joris. De pastoor had de reputatie van 'unne neetôor'.
1825 - 1839 Jacobus de Vocht. De pastoor had de reputatie van 'unne neetôor'. Pastoor de Vocht deed in 1839 afstand van de parochie en vertrok 'met slaande trom en vliegend vaan' naar Turnhout alwaar hij, in Goirle vergeten, is overleden.
1839 - 1862 | Petrus Jacobus Minoretti. Pastoor Minoretti deed afstand in 1862 en vertrok naar 's 's-Hertogenbosch alwaar hij is overleden. 1866. Pastoor de Vocht had een puinhoop van achterstallig onderhoud achter. Om de financiële toestand te verzachten wordt de verpachting van de kerkbanken ingevoerd.
In het jaar 1842 wordt op Hemelvaartsdag pastoor Minoretti ontboden bij de kroonprins, de latere Koning Willen II, op de Leeuwenhoeve op Abcoven. Tijdens deze 'visitatie' wordt de erbarmelijke situatie van de parochie besproken. De kroonprins Willem II is gevoelig voor de smeekbede en dringt aan op het indienen van een request. Niet duidelijk is of deze actie iets heeft opgeleverd. In 1819 doet het gilde Sint Joris het verzoek om de kermis die traditioneel op de zondag na Sint Jans-geboorte op 24 juni te verplaatsen naar de feestdag van Sint Jans onthoofding, van ouds de naamdag van St. Jans Onthoofding. Juni, een drukke maand voor de boeren waar tot laat in de avond werd gewerkt. Eind augustus is er meer tijd om kermis te vieren en de koning te schieten. Het verzoek wordt ingewilligd waar voor enkele jaren. Om onduidelijke redenen gaar de kermis weer naar 24 juni.
In 1849 treft de toren een blikseminslag. en er ontstat brand. Cornelis Peeters klimt naar boven en laat het vlam gevatte plafond instorten zodat erger kon worden voorkomen.
Bij het plaatsen van een hekwerk om de kerk stuit men op een zilverschat die bestaat uit niet meer in gebruik zijn de zilveren munten. Het zilver wordt omgesmolten en brengt bij verkoop 400 gulden op.
Pastoor Minoretti was creatief en vindingrijk, Hij voert een 'eieren-omgang' in de Goede Week in. Onduidelijk is of hij de eieren zelf consumeerden of uitdeelde aan de minder bedeelden in zijn parochie.
In 1856 wordt wordt een nieuw orgel geplaatst. De bouwer is F. Loret Vermeerch uit Mechelen (België).
hebben in augustus als de oogst binnen is meer tijd om het koningschieten, wat meer dagen feesten was, te organiseren.
1851 | Johannes Hesselmans. Hij bereikte de ouderdom van 92 jaar. Hij verbleef en stierf als rustend priester in zijn geboortedorp Goirle.
1862 - 1894 | Cornelis Gerardus de Wit. Als eerste pastoor begraven op het nieuwe kerkhof waaraan hij duidelijk geen medewerking verleende aan de totstandkoming. Tijdens zijn pastoraat wordt veel tot stand gebracht. De Zusters van het Kostbaar Bloed komen in 1880 en beginnen direct met het onderwijs op de bewaarschool. Het Fratershuis komt tot stand en de Thomasschool voor lager onderwijs komt tot stand. De kerk wordt in 1878 voorzien van petroleumverlichting. er worden 6 armaturen geplaatst. Voorafgaande aan de opening van de kermis gestijgt pastoor de Wit de preekstoel en predikt hel en verdoemenis over de het lichtzinnig tijdverdrijf kermis. Als tijdens de kermis er ergens gedanst zou worden tijdens de kermis of in de cafés zou dat gevolgen hebben. Die lieten niet lang op zich wachten! Jan Petiest van Gils een ruimdenkende kastelein en aannemer van het gilde Sint Joris denkt bij zich zelf: "Laot dieje pestôor war praot" De muzikant wordt ontboden en de tonnen bier worden aangeslagen. Het gilde gaat los! Dinsdag 's morgens is het resultaat voor heel Goirle zichtbaar. Sint Joris is verdreven uit de gewijde ruimte!. Het beeld is uit de kerk gezet en ligt buiten onder d'n toren. Het beeld wordt voorlopig bij Santegoets in de kafhoek opgeslagen om later naar het de gildekamer te worden vervoerd en aldaar opgehangen.
1894 - 1918 | Nicolaas h.J. Crefcoeur. Emeritaat aangevraagd in 1918. Vertrokken naar Vught. 1943.
In 1843 wordt het onzalige besluit genomen om op advies van een Goirles timmerman de lelijke trekstangen in het gewelf te verwijderen. Het resultaat was dat in de 15e eeuwse kerk de muren van het middenschip maar buiten werden gedrukt met als resultaat; instortingsgevaar. Aan pastoor Crefcoeur de opdracht een nieuwe kerk te bouwen. Architect Dr. J Cuypers krijgt de opdracht en in 1896 wordt de oude kerk gesloopt. Op maandag 5 juni 1899 wordt de kerk door Mgr. van de Ven plechtig geconsacreerd en op de traditionele manier ingezegend door drie kloppen op de kerkdeur met de bisschopsstaf en bij betreden de ingang met de staf driemaal te bekruisen.
1818 - 1931 | Merinus Wassenberg.
1943 - 1972 | Gerard H. van Riel. Pastoor van Riel was voor zijn tijd een vrijzinnige pastoor die midden tussen zijn mensen stond.
1972 - 1996 | Albert Pirenne. na zijn emeritaat treedt Albert in bij de Trappisten van Koningshoeven in Enschot.
1996 - 2005 | Paul Janssen. Tijdens het pastoraat van Paul Janssen wordt de parochie H. Geest opgeheven en de kerk gesloten. De oude situatie wordt hersteld. Goirle kent één parochie. De Sint Jan is de parochiekerk.
2005 - heden | Martin van Zutphen. Tijdens het pastoraat van Marin van Zutphen wordt de parochie Maria Boodschap opgeheven en de kerk aan de Tilburgseweg gesloten.
Tijdens het pastoraat van Martin van Zutphen wordt de parochie Sint Jan Onthoofding na meer als 6 eeuwen opgeheven en samengevoegd tot de Nieuwe parochie 'De Goede Herder'.

pastoors na 1811:


eerste kerkje op de plaats waar later de Sint Jan gebouwd werd


Laatste pastoor van Goirle


Bron: Archief parochie St. jan Goirle | A. JB.zn. Hoogendoorn |

1610 - Koningschieten. Antonius Bastiaens
Antonius (Q00V16) Bastiaens is geboren omstreeks 1570 in Goirle. Antonius is overleden na 1614 in Goirle
Antonius Bastiaens was lid van het gilde. Voor 1590 schiet Antonius Bastiaens zich tot koning.
Zeker is dat Antonius met de voetboog op het Hoogeind, in de omgeving van het stroompje ’t Maoske koning heeft geschoten. Op de landkaart van Diederik Zijnen is de plaats aangegeven. Ter plaatse ligt het toponiem de Schutsboom.


koningsschild Antonis Bastiaens van Alst


1610 - Koningsbreuk
Het Gilde verwerft de koningsbreuk. Deze wordt geschonken door een aantal Gildebroeders. De breuk omvat: Een geciseleerd zilveren medaillon voorstellende Sint Joris die de draak overwint, met daaronder de papegaai. De keten is opgebouwd uit schakels en zilveren plaatjes met namen van de hovelingen.
Pastoraat: Peter Vincent Janssen van Dun. Schenkt als Deken een schild aan het Gilde.
Het medaillon vertoont grote gelijkenis met het medaillon van de breuk van St. Joris Tilburg. De papegaai is van latere datum. De papegaai is gemaakt door Nicolaas Baerts uit Antwerpen. Meesterteken NB. de letter G staat voor het jaar 1663/64 het jaar waarin de tekens zijn afgeslagen. Het zilveren roosje aan de onderzijde van het juweel is 16e eeuws zilver van Karel van Malsen.
Gildehuis: Herberg het Panhuis Sint Joris in Heertgang Dorp (Oude Kerkstraat). Het pand Panhuis was een zeer groot pand gezien de intekening op de kaart van Verhees.

De Kaojen Boer, van Gorp, heeft op deze plaats in de 20e eeuw een nieuwe boerderij gebouwd. Frie Vermeer heeft er als laatste geboerd voor de boerderij werd afgebroken en Frie naar Heesch vertrok. Frie was lid van het gilde Sint Joris.

Karel (Q00V14) van Malsen is geboren omstreeks 1520, zoon van Adriaan van Malsen en Josina Blaersvelt. Karel van Malsen is overleden in 1587, ongeveer 67 jaar oud. Karel van Malsen pandheer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle
Karel van Malsen trouwde met Agnes van Wijck. Agnes is geboren in 1530. Agnes is overleden in 1583, 52 of 53 jaar oud.
Kinderen van Karel van Malsen en Agnes:
1 Anna van Malsen, geboren omstreeks 1554. Anna is overleden op 29-11-1620 in Utrecht, ongeveer 66 jaar oud. Anna trouwde, ongeveer 26 jaar oud, omstreeks 1580 met Dirk van Haastrecht, ongeveer 30 jaar oud. Dirk is geboren omstreeks 1550, zoon van Godefroy van Haastrecht en Josina van Malsen. Dirk is overleden, ongeveer 73 jaar oud. Hij is begraven op 02-12-1623 in Utrecht.
Notitie bij Dirk: Dirk van Haastrecht Heer van Drunen en Gansoyen
2 Huijbert van Malsen, geboren omstreeks 1555. Huijbert is overleden op 22-03-1612, ongeveer 57 jaar oud. Huijbert trouwde met Ottelina van Hargen. Ottelina is geboren omstreeks 1560. Ottelina is overleden in 1614, ongeveer 54 jaar oud.
Notitie bij Ottelina: Ottelina van Hargen Dame d ’Oosterwijck & Houwelingen
3 Adriaen van Malsen, geboren omstreeks 1560. Adriaen is overleden, ongeveer 78 jaar oud. Hij is begraven op 09-06-1638.
Notitie bij Adriaen: Adriaen van Malsen; Heer van Onsenoort & Nieuwkerk
Adriaen trouwde met Josina van Varick. Josina is geboren omstreeks 1560. Josina is overleden op 24-12-1641, ongeveer 81 jaar oud.


koningsbreuk met papagaai -1610-


schild geschonken door Karel van Malsen.


Medaillon -1610-


Bron: Gilde st. joris Goirle.

1610 - Onderdeel juweel. Jan de Roy
Jan (Q00v13) de Roy is geboren omstreeks 1560, zoon van Herman de Roy en Elisabeth van den Hoevel. Jan de Roy is overleden op 25-03-1621 in Tilburg, ongeveer 61 jaar oud.
Q00v13:
(1) Jan de Roy trouwde, ongeveer 22 jaar oud, in 1582 in RTilburg met Angela Spijckers. Angela is overleden op 17-03-1609 in Tilburg.
(2) Jan de Roy trouwde, ongeveer 51 jaar oud, op 23-08-1611 in Tilburg met Elisabeth Eeltjes. Elisabeth is overleden.
Kinderen van Jan de Roy en Angela:
Jan de Roy was Schout van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle
In 1610 schenkt hij het centraal medaillon in de Koningsbreuk. Dit zilveren schild toont een grote gelijkenis met met het medaillon van het gilde St. Joris Tilburg
Jan de Roy heeft een functie vervuld binnen het gilde
Kinderen van Jan en Angela:
1 [waarschijnlijk] Deliana de Roy. Deliana is overleden op 01-02-1658 in Boxtel. Deliana trouwde met Rochus Lemmens. Rochus is overleden op 21-12-1641 in Boxtel.
2 Theodorus de Roy. Theodorus is overleden op 08-11-1658 in Westmalle.
3 Agnes de Roy. Agnes is overleden. Agnes trouwde op 07-02-1612 in Tilburg St Dyonisius met Adrien Laureys van Asten. Adrien is overleden.
Notitie bij Adrien: stadhouder te Maarle
4 Marie de Roy. Marie is overleden op 28-05-1665 in weert. Zij is begraven in Weert Cher les Franciscains. Marie bleef ongehuwd.
5 Charles de Roy. Charles is overleden op 14-01-1671 in Alphen.
Notitie bij Charles: Schout in Alphen
Charles trouwde met Dingen Fille de Adriaen Ruelens. Dingen is overleden op 17-12-1673 in Alphen.
6 Huybrecht de Roy. Huybrecht is overleden. Huybrecht trouwde op 02-01-1614 in Baerle Nassau met Cornelia Verelst. Cornelia is overleden.
7 Jeanne de Roy, geboren op 14-06-1588 in Tilburg. Jeanne is overleden op 03-02-1670 in Oisterwijk, 81 jaar oud. Jeanne begon een relatie met angelina Coomans. angelina is geboren op 20-09-1609 in Oisterwijk. angelina is overleden.
8 Elisabeth ’Grootjufrouw te Turnhout’ de Roy, geboren in 1593. Elisabeth is overleden op 18-11-1664 in Turnhout, 70 of 71 jaar oud. Zij is begraven in Turnhout l’eglise Ste Croix béguinage.
9 Herman de Roy, geboren op 05-03-1668 in Weelde. Herman is overleden.
Notitie bij Herman: Herman was Schout van de heerlijkheid Tilburg en Goirle
Herman trouwde met Maria van Heyst. Maria is overleden op 16-04-1682.

Zilveren schild behorende tot het het eerste juweel.
Jan de Roy
HEER SCOUTIEN VAN TILBORG 1610
Met gegraveerd wapen van Jan de Roy
Schoutenfamilie de Roy

De familie de Roy kwam omstreeks 1500 vanuit Capelle naar Tilburg. Vier generaties uit dit geslacht waren schout van Tilburg en Goirle. Herman de Roy, schout van 1558 tot 1567, was getrouwd met Elisabeth van den Hoevell. Door dit huwelijk kwam het gemeentehuis, de herberg In den Herdt op de Heuvel, in het bezit van de familie De Roy. Hun zoon Jan was secretaris van 1582 tot 1602 en schout van 1602 tot 1621. Hij stierf in 1621. Zijn zoon Herman was secretaris van 1602 tot 1620, schout van 1621 tot 1650 en tevens notaris van 1616 tot 1638. Diens oudste zoon Jan, die voorbestemd was om zijn vader op te volgen en daarom al op 17-jarige leeftijd secretaris werd, stierf in 1629. De volgende zoon, Christiaen, in 1635 tot secretaris van Breda benoemd, was de laatste katholieke schout van Tilburg. Hij volgde zijn vader als zodanig op in 1650, maar werd in 1651 afgezet, omdat hij niet van de ‘ware’ religie was. Hij moest op hoog bevel plaats maken voor de lutheraan-drossaard Abraham van Wesep. Christiaen bleef na zijn ontslag als advocaat en procureur werkzaam. Hiermee kwam een einde aan de rol die dit geslacht een eeuw lang had gespeeld in Tilburg en omgeving.


zilveren schild van het juweel. Jan de Roy onderdeel juweel


Bron: R.A.T. Tilburg

1609 - Twaalfjarig bestand
Het Twaalfjarig Bestand of Treves was een periode van twaalf jaar van wapenstilstand gedurende de Tachtigjarige Oorlog waarin niet of nauwelijks door de opstandelingen in de Republiek met de Spanjaarden werd gevochten. Het bestand duurde van 1609 tot 1621.
Twaalfjarig bestand
In 1621 werden de vijandelijkheden hervat. De oprichting van de West-Indische Compagnie dateert ook uit dat jaar.

Inhoud
1 De Treve
2 Politieke onrust
3 Wetsverzetting
4 Einde van de Treves
5 Afbeeldingen
6 Externe link

De Treve

De informele besprekingen begonnen in 1606. In april 1607 werd een staakt-het-vuren uitgeroepen, nadat Jacob van Heemskerck in de Slag bij Gibraltar was gesneuveld. Spanje eiste van de Republiek dat de handel op Zuid-Amerika zou worden opgegeven, de geplande West-Indische Compagnie mocht niet tot stand komen. Aartshertog Albrecht van Oostenrijk slaagde erin op 31 januari 1609 een bestand te sluiten met de opstandelingen, waarvoor hij Ambrogio Spinola naar Rotterdam had gestuurd. Deze onderhandelingen vonden plaats op de locatie van de Rotterdamse admiraliteit. Bij het daarop volgend vredesoverleg in Antwerpen werd besloten de strijd tijdelijk te staken. Het bestand ging officieel in op 9 april 1609. Hiermee begon de rol van de Republiek als een feitelijk erkende onafhankelijke mogendheid; Engeland en Frankrijk kregen een Nederlandse ambassadeur en er werden diplomatieke betrekkingen aangegaan met het Ottomaanse Rijk (1610), Marokko (24 december 1610) en de Republiek Venetië (31 december 1619). Het bestand werd ontdoken door met Zuid-Amerika handel te drijven onder vreemde vlag.
Voorstelling van de Lage Landen als Leo Belgicus door Claes Janszoon Visscher, 1609.

Het Twaalfjarig Bestand zorgde voor een tijdelijke onderbreking van de oorlog tegen Spanje die in 1568 met de militaire invallen van Willem van Oranje was begonnen. Speciaal voor de gelegenheid produceerde Claes Janszoon Visscher een plattegrond van de Nederlanden in de vorm van een leeuw, de Leo Belgicus. Daarop werden alle zeventien Nederlanden als een geheel afgebeeld, vreedzaam naast elkaar levend dankzij het verstommen van het wapengekletter, gesymboliseerd door de slapende god Mars rechtsonder.

Dit werden jaren van vrede en welstand in de Zuidelijke Nederlanden en voor het aartshertogenpaar Isabella en Albrecht twaalf gelukkige jaren. De twee vertoefden vaak op hun buitenverblijven in Tervuren en Mariemont, waar ze hun favoriete sport, de jacht, beoefenden. Vooral Isabella was populair onder de bevolking; de wat verlegen en soms in de omgang wat stijve Albrecht minder.
Tijdens het Twaalfjarig Bestand kwam er een einde aan de eenheid binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De spanningen tussen prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt liepen snel verder op. Al in 1600 was prins Maurits tegen het sturen van het leger naar Duinkerken geweest; een besluit dat door Van Oldenbarnevelt was doorgedrukt. De Slag bij Nieuwpoort die volgde werd ternauwernood door prins Maurits gewonnen, maar prins Maurits en Van Oldenbarnevelt waren definitief tegenstanders. Van Oldenbarnevelt was ook een warm pleitbezorger van het staakt-het-vuren, omdat dit gunstig was voor de handel. Maurits zag door een bestand zijn mogelijkheden voor gebiedsuitbreiding afnemen en verloor een belangrijke vorm van inkomsten door het wegvallen van veroverde buit. Maurits had liever doorgevochten.


't Hof van Hollandt


1600 - Uit de kaerte: Doodschuld
Item soe wanneer ijemandt van desen Schutters ofte guldebroeders geraeckt afflievich te worden soe sullen de ander guldebroeders dat doode lichaem van den aflivigen schuldig sijn met hoeren Schutters clederen ten grave te brengene ende in der misse te offeren op den pene als voor telcke reijse Soe verre hen die weete daer toe gedaen sij,ten ware Die voorscreven Doode gestorven ware van der pestlentie oft andere perrijculeusse besmettelijcke Siecte............Als men afscheid neemt van het gilde bij leven of overlijden moet een doodschuld worden voldaan. In het gildeboek wordt genoteerd: 'doodschuld voldaan bij leven' of 'doodschuld voldaan bij overlijden'.
Wanneer een gildebroeder bij leven besluit het gilde te verlaten moest hij een doodschuld voldoen in de vorm van een betaling. Hierover is niets terug te vinden in de kaerte.
Als de doodschuld niet werd voldaan werd dat ook genoteerd. De nakomelingen konden geen lid meer worden van het gilde. Werd de doodschuld alsnog betaald dan was de weg vrij om zich bij het gilde aan te sluiten.
Kwam een gildebroeder te overlijden dan had het gilde de plicht de teraardebestelling geheel te verzorgen. De nabestaanden moesten daarvoor een vat bier ter beschikking stellen aan de gildebroeders die de uitvaart hadden verzorgd.


Bron: Archief gilde. De Caerte

1600 - Uit de kaerte: Het recht van arrestatie
Recht op arrestatie.
"Item verleenen noch den voors: Schutters nu sijnde ende noch naemaels comende dat soe wanneer ijemanden van noode ware ende gebreck hadde van onsen Officier oft Vorstre ende die niet thuijs, te verre geseten, oft te halen waere dat de Schutters als dan sullen mogen arresteren ende den gearresteerden onse Officier Leveren soe verre des ijemant begert behoudelijcken ons". De arrestant moest worden opgebracht en naar het kasteel van Tilburg of de toren van de Heikese kerk worden vervoerd, alwaar een arrestantenverblijf op de eerste verdieping van de kerktoren was ingericht.
Dit vormt de enige politionele taak die omschreven is in de kaerte.


Bron: Archief | de Caerte |

1600 - Gildebroeders en bestuurders voor 1749 (invoeren ledenregister) C
Q00v01 Joannes de Rooij
Joannes (Q00V01) de Rooij zoon van Antonius de Rooij en Elisabeth Reijswijck. Hij is gedoopt op 28-03-1728 in Goirle. Joannes de Rooij is overleden op 28-10-1750 in Goirle, 22 jaar oud. Jan was lid van het gilde st. Joris
Jan is kort voor het invoeren van het ledenregister overleden. <1749
Q00V01:
Joannes de Rooij (1) trouwde, 38 jaar oud, op 06-07-1766 in Tilburg met Johanna Maria (Jenne Mie) van Erven, 37 jaar oud. Jenne Mie is een dochter van Joannes (Q012) van Erven. en Maria Hendrick Hees. Zij is gedoopt op 23-04-1729 in Goirle. Jenne Mie is overleden, 40 jaar oud. Zij is begraven op 16-11-1769 in Goirle.
Joannes de Rooij (2) trouwde, 43 jaar oud, op 01-09-1771 in Tilburg met Maria Emons, 35 jaar oud. Zij is gedoopt op 22-09-1735 in Tilburg. Maria is overleden op 22-01-1822 in Goirle, 86 jaar oud. Maria trouwde later op 27-12-1783 in Tilburg met Dingeman van Dun (1738-1812).
Leeftijd bij belangrijke gebeurtenissen:
(Gebaseerd op doopdatum)2 Broer Cornelius. gedoopt (03-11-1730)
5 Broer Adrianus gedoopt (17-05-1733)

Q00V02 Cornelius Hoosemans. hoofdman van het gilde St. Joris
Cornelis Adriaan (Q00VO2) Hoosemans -1.0*-st. J. is geboren op 08-12-1717 in Goirle, zoon van Adriaan Hoosemans en Maria Anna van Doorn. Cornelius Hoosemans. is overleden op 25-01-1752 in Goirle, 34 jaar oud.
Cornelis Adriaan Hoosemans staat in 1749 te boek als hoofdman van het gilde
Cornelis was lid van het gilde St. Joris.
niet verklaarbaar is dat Cornelis Adriaan niet in het ledenregister is genoteerd. Wel staat hij als Hoofdman in 1749 vermeld.
Cornelis was hoofdman van het gilde st. Joris
Cornelis was voor het invoeren van de ledenlijst lid van het gilde. Net Als zijn vader Adriaan Hoosemans (1671 - 1635)
Cornelis had een Herberg aan de hedendaagse (Oude Kerkstraat) 100meter uit de hoek met de Gorpstraat. In de berberg was een pan gevestigd (brouwersketel)
de herherg droeg de naam: Herberg St. Joris.
Men mag aannemen dat in die jaren het gilde Thuis was in de Oude Kerkstraat
Cornelius Hoosemans. trouwde, 27 jaar oud, op 02-08-1745 in Tilburg met Dorethea Wiemers, 31 jaar oud. Dorethea is geboren in Goirle, dochter van Petrus Matijs Matijs Wiemers en Johanna Adrianus Spapen. Zij is gedoopt op 18-11-1713. Dorethea is overleden.
Notitie bij Dorethea: de kinderen Adriana en Bernardina zijn een tweeling
Bij de doop is Cornelius Augustijns en Cornelis Verheijden de peter en meter
Kinderen van Q00VO2 en Dorethea:
1 Adrianus (Q001-3) Hoosemans - 1-3 -st.J. Hij is gedoopt in 1671 in Goirle. Q001-3 is overleden in 1737 in Goirle, 65 of 66 jaar oud.
2 Adriana Hoosemans. Zij is gedoopt op 29-01-1749 in Goirle. Adriana is overleden.
3 Bernardina Hoosemans. Zij is gedoopt op 29-01-1749 in Goirle. Bernardina is overleden.

Q00v03 Matthijs van de Loo schiet in 1700 koning
Matthijs (Q00VO3) van der Loo is geboren op 09-11-1682 in Goirle, zoon van Cornelius Mattijsen van der Loo en Jenneken Laureijs Nerven. Hij is gedoopt op 09-01-1682 in Goirle. Q00VO3 is overleden op 16-02-1748 in Goirle, 65 jaar oud. Q00VO3 trouwde, 34 jaar oud, op 28-02-1717 in Goirle met Lucia Hendrik Toriaens, 29 of 30 jaar oud. Lucia is geboren in Poppel. Zij is gedoopt in 1687 in Poppel.
Kind van Q00VO3 en Lucia:
1 Antonia (Antoneta) van der Loo. Zij is gedoopt op 04-08-1717 in Goirle. Antoneta is overleden op 26-03-1791 in Goirle, 73 jaar oud. Antoneta trouwde, 59 jaar oud, op 09-02-1777 in Tilburg met Wilhelmus (Willem) (Q041) Spapens -3*- st.J.. Q041 is geboren in Tilburg, zoon van Cornelis (Q038) Spapens -2*- st.J. en Catharina op de Heij. Q041 is overleden op 26-03-1791 in Goirle.
Notitie bij Q041: adres:
Willem was lid van het gilde St. Joris
ontfangen de dood schuld den 23 april 1792.
Willem was reeds lid voor invoeren van ledenregister <1t49
Leeftijd bij belangrijke gebeurtenissen:
3 Broer Antonius gedoopt (07-04-1686)
4 Broer Q013 gedoopt (24-02-1687)
7 Broer Joannes geboren (15-01-1690)
9 Broer Willem geboren (11-04-1692)
30 Neef Cornelius. geboren (27-06-1713)
32 Neef Walterus geboren (07-08-1715)
34 Trouwde met Lucia Hendrik Toriaens (28-02-1717)
34 Dochter Antoneta gedoopt (04-08-1717)
35 of 36 Nicht Angeneet gedoopt (1718)
36 Nicht Johanna gedoopt (24-07-1719)
ten hoogste 39 Neef Walterus overleden (<1721)
38 Neef Wauterus geboren (13-07-1721)
41 Nicht Maria gedoopt (22-10-1724)
51 Moeder overleden (29-10-1734)
61 Nicht Johanna trouwde met Q040 Luijten -2*-st.J. (04-10-1744)
61 Kleinzoon Joannes willebrordus gedoopt (07-11-1744)
64 Kleindochter Maria geboren (15-11-1746)

Q00v04 Adriaen Spape
Adrianus (Q00V04) Spape, zoon van Adriaen Peter Melis Spapen (Castelijns) en Margriet Jan Cornelis Faessen (Dircxssen). Hij is gedoopt op 30-12-1629 in Tilburg. Q00V04 is overleden in Goirle. Adriaan Spape trouwde, 23 jaar oud, op 11-05-1653 in Goirle met Maria van de Sande, 30 jaar oud. Zij is gedoopt op 19-09-1622 in Goirle. Maria is overleden.
Kinderen van Adriaan Spapeen Maria:
1 Adriaan Spape. Adriaan is overleden vóór 1713. Adriaan trouwde met Margriet van Heijst. Margriet is een dochter van Cornelis van Heijst en Catharina van Dijck. Zij is gedoopt in 1654 in Goirle. Margriet is overleden, 63 of 64 jaar oud. Zij is begraven op 01-03-1718 in Goirle.
2 Maria Adriaen Spape, geboren op 06-04-1659 in Goirle. Maria is overleden.
Leeftijd bij belangrijke gebeurtenissen:
(Gebaseerd op doopdatum)ten hoogste 10 Moeder overleden (<1639)
9 of 10 Grootvader Peter Melis Claes overleden (1639)
15 Vader overleden (23-11-1645)
19 Broer Peter Adriaen Peter trouwde met Anneken Dirrick Boeren (03-02-1649)
23 Trouwde met Maria van de Sande (11-05-1653)
28 of 29 Neef Peter Peter geboren (?-01-1659)
29 Dochter Maria Adriaen geboren (06-04-1659)

Q00v05 Adrianus Crols Koning
Adrianus (Q00V05) Crols, zoon van Wilhelmus Crols en Helena Willems. Hij is gedoopt in 1641. Adrianus Crols is overleden in 1695, 53 of 54 jaar oud.
Adriaen Crols was lid van het gilde St. Joris
Adriaen schiet op kermismaandag 1669 zich tot koning van het gilde St. Jorisop het Hoogeind.
(1) Adrianus Crols trouwde, 21 of 22 jaar oud, op 16-09-1663 in Arendonck met Christina van Dooren, 222 of 223 jaar oud. Zij is gedoopt in 1440. Christina is overleden in 1682, 241 of 242 jaar oud.
(2) Adrianus Crols trouwde, 42 of 43 jaar oud, op 13-01-1684 in Arendonck met Catharina Sebrechts., 19 of 20 jaar oud. Catharina is geboren in 1664. Catharina is overleden.
Kinderen van Q00V05 en Christina:
1 Maria Crols, geboren in 1665. Maria is overleden.
2 Petrus Crols. Hij is gedoopt in 1671 in Goirle. Petrus is overleden, 74 of 75 jaar oud. Hij is begraven in 1746.
3 Catharina Crols, geboren in 1675 in Goirle. Catharina is overleden.
4 Elisabeth Crols, geboren in 1778 in Goirle. Elisabeth is overleden.
Kinderen van Q00V05 en Catharina:
5 Guilielmus Crols, geboren in 1631.
6 Joanna Crols, geboren in 1686. Joanna is overleden.

Q00v06 Peter Hoosemans koning 1666
Petrus Adrianus (Q00V06) Hoosemans, zoon van Adrianus Joannes Hoosemans en Barbara n.n.. Hij is gedoopt in 11-1645 in Goirle. Peter Hoosemans is overleden, minstens 36 jaar oud. Hij is begraven na 1681 in Goirle.
Notitie bij Peter Hoosemans doopheffers: Joannes Wiericus - Lucia Brouwers - Maijken Willem Brouwers
Petrus Hoosemans was lid van het gilde St. Joris
in 1666 schiet Peter op kermis-maandag tot koning met de vootboog op het Hôogènd
Leeftijd bij belangrijke gebeurtenissen:
Zus Johanna Adrianus gedoopt (19-04-1648)

1663 Koningschieten Vincent van Dun
Vincent Jan Vincent (de Jonge) (Q00V07) van Dun is geboren omstreeks 1609 in Goirle, zoon van Jan Vincent Janse van Dun en Jenneke Jan Mathijs Wouter (Jenneke) Smits. Hij is gedoopt op 18-12-1609 in Goirle. Vincent van Dun is overleden op 05-11-1666, ongeveer 57 jaar oud. Vincent 7 Anneke woonden op het Groot Loo op Abcoven
Vincent van Dun schiet in 1663 op kemis-maandag zich tot koning van het gilde St. Joris
Vincent van Dun trouwde in Goirle met Anneke Gijsbert Jan (Jenneke) Cauwebergh. Jenneke is overleden.
Kinderen van Vincent van Dun en Jenneke:
1 Maria Vincent Jannsse van Dun. Maria is overleden. Maria trouwde met Eeltiëns. Hij is gedoopt op 07-11-1630 in Tilburg. Hij is overleden.
2 Adriaan Vincent van Dun, geboren in Goirle. Adriaan is overleden. Hij is begraven op 02-02-1737 in Goirle.
3 Jan van Dun, geboren na 1632 in Goirle. Jan is overleden, ten hoogste 47 jaar oud. Hij is begraven op 16-11-1679 in Goirle.
4 Gijsbertus Vincent van Dun. Hij is gedoopt op 16-11-1633 in Goirle. Gijsbertus is overleden vóór 1676 in Tilburg, ten hoogste 43 jaar oud. Gijsbertus trouwde met Jenneke Claes Cornelius Cleijskens. Jenneke is geboren in Poppel. Jenneke is overleden vóór 1676 in Tilburg.
5 Jenneke van Dun. Zij is gedoopt op 14-11-1635 in Goirle. Jenneke is overleden, 48 jaar oud. Zij is begraven op 15-02-1684 in Goirle.
6 Peter Vincent van Dun. Hij is gedoopt op 08-06-1652 in Goirle. Peter is overleden.
Leeftijd bij belangrijke gebeurtenissen:

Pastoor Vincent van Dun. gildeheer van het gilde St. Joris
Vincent Jan Vincent (de Jonge Q00V07) van Dun is geboren omstreeks 1609 in Goirle, zoon van Jan Vincent Janse van Dun en Jenneke Jan Mathijs Wouter (Jenneke) Smits. Hij is gedoopt op 18-12-1609 in Goirle. Vincent van Dun. is overleden op 05-11-1666, ongeveer 57 jaar oud.
Vincent 7 Anneke woonden op het Groot Loo op Abcoven
Vincent van Dun schiet in 1663 op kemis-maandag zich tot koning van het gilde St. Joris
Q00V07 trouwde in Goirle met Anneke Gijsbert Jan (Jenneke) Cauwebergh. Jenneke is overleden.
Kinderen van Vincent van Dun. en Jenneke:
1 Maria Vincent Jannsse van Dun. Maria is overleden. Maria trouwde met Eeltiëns. Hij is gedoopt op 07-11-1630 in Tilburg. Hij is overleden.
2 Adriaan Vincent van Dun, geboren in Goirle. Adriaan is overleden. Hij is begraven op 02-02-1737 in Goirle.
3 Jan van Dun, geboren na 1632 in Goirle. Jan is overleden, ten hoogste 47 jaar oud. Hij is begraven op 16-11-1679 in Goirle.
4 Gijsbertus Vincent van Dun. Hij is gedoopt op 16-11-1633 in Goirle. Gijsbertus is overleden vóór 1676 in Tilburg, ten hoogste 43 jaar oud. Gijsbertus trouwde met Jenneke Claes Cornelius Cleijskens. Jenneke is geboren in Poppel. Jenneke is overleden vóór 1676 in Tilburg.
5 Jenneke van Dun. Zij is gedoopt op 14-11-1635 in Goirle. Jenneke is overleden, 48 jaar oud. Zij is begraven op 15-02-1684 in Goirle.
6 Peter Vincent van Dun. Hij is gedoopt op 08-06-1652 in Goirle. Peter is overleden.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1590 - Het verhaal van Peter van Dun, de pastoor van Goirle.
Vincent Jan Hendrik van Dun(ne), geboren rond 1540, huwt Jenneke Peter Michiel Jan Soffaerts. Het gezin woonde te Goirle in de Vensche akkers. Zij hebben 4 kinderen:
-Peter Vincent Jan geboren in het jaar 1570 en overleden 27-6-1635 te Goirle. Pastoor te Goirle. Toen zijn voorganger, pastoor Danulaeus in 1598 bedankte, vergaderde het kapittel van Hilvarenbeek den 14e maart in het convent der Predikheeren te 's Hertogenbosch en presenteerde Peter Vincent van Dun als pastoor van Goirle. Zijn aanstelling volgden den 27e mei.

De 4e april 1605 gaf de pastoor een wijbrief aan den diaken Antonius Vincentius van Dun. Dat is zijn jongere broer. Bij de kerkvisitatie van 29 juni 1615 verklaarde van Dun, dat hij 46 jaren oud en sedert 18 jaar pastoor was, dat de parochie 470 communicanten telde, "die hunne pligten wel waarnamen, dat de competentie des pastoors te klein was, daar hem uit de tienden. slechts negen muddem rogge en uit de cijnsen twaalf gulden toekwamen, daarbij waren de jura allergeringst ".

Uit een ander stuk van 1615 blijkt, dat van Dun kanunnik was van het kapittel te Hilvarenbeek. Volgens zijn grafzerk hier in de kerk van Goirle (deze lag in de oude kerk voor het hoogaltaar) stierf Peter van Dun op 27e juni 1635. (Het grafschrift luidt: Nascendo mortmur. Hier leet begraven H. Peeter van Dun, die de pastorije van Goirle bedient heeft den tijd van 37 jaren sterfden 27 junij 1635. Bidt voor zijn ziel.)

Pastoor Peter van Dun heeft nog juist de perikelen van de Reformatie niet mee gemaakt, mogelijk al wel de voorboden. De kerk van Goirle werd in 1638 geconfisqueerd en de Goirlenaren gingen vanaf die tijd op Steenvoirt (latere Nieuwkerk) ter kerke in een z.g. grenskapel die op Spaans gebied lag (nu het huidige België). Pastoor Peter van Dun schenkt aan het gilde St. Joris in 1610 een schildje. (Spes mea Deus) Mogelijk bij zijn 12½ jarig pastoraat. (1598-1610)

-Jan Vincent Jansen huwt Jenneke Jan Mathijs Wouter Smids (zij hebben 10 kinderen) waarvan o.a. Vincent de oude, schoolmeester is te Goirle en Riel. Vincent de oude is in 1663 Koning van het Gilde St. Joris en is dan 31 jaar. Hij schenkt daarvoor een schild. Ook daarop staat het wapen: boven twee rozen, er onder een gekanteelde dwarsbalk, en daar midden onder weer een roos.

-Vincent de jonge x Anneken Cauwebergh, woonde op Huis ter Loo. Hun achter-achter kleinkind is Vincent Dingman van Dun (1736 - 1806) en gehuwd met Maria Smits (1734 - 1791). Deze Vincent is executeur testamentair van zijn oudtante Elisabeth Smits (1712 - 1779) en is voor de helft erfgenaam van zijn oudtante. Deze oudtante heeft in 1762 de beelden van Petrus en Paulus geschonken aan 2e schuurkerk van Goirle, onder pastoor Nicolaas Dominicus de Beeck. (pastoor van 1733 - 1780). Dat vermeldt het doopregister, ook vermeldt het, dat de smid Jan van Aelst den 8e maart 1761 aan de kerk het schilderij voor het hoogaltaar schonk.

Pastoor de Beeck, was kapelaan te ’s Hertogenbosch in de St. Jan, voor hij pastoor werd in Goirle. Hij schijnt een man van grootte kennis te zijn geweest en een zeer ijverige herder, die bijna een halve eeuw de parochie bediende en vijf jaar zijn gouden priesterfeest overleefde. Hij stierf in de gezegende ouderdom van 81 jaren en werd in de kerk onder de grafzerk van pastoor Peeter Vincent Jan van Dun begraven, (en dat gebeurde terwijl de kerk nog steeds in handen van de Protestanten was)!!!

-Antonius Vincent Jan. We zagen al dat hij diaken in Goirle geweest moet zijn.)

-Cornelis Vincent Jan huwt Jenneke Jan Hendrick Nicolaas Voskens. Zij hebben 3 kinderen waarvan Vincent geboren 1607, kapelaan is te Goirle. Of dat ook nog tijdens het pastoraat van zijn oom Peter is geweest, vermeldt de geschiedenis niet. Later is hij pastoor te Ossenisse op Zeeuws Vlaanderen en weer later komt hij voor in Moerbeke in Oost Vlaanderen nabij St.Niklaas.

Joseph Wijdemans


Bron: Joseph Wijdemans

1588 - Hoofdman. Jacob Hoosmans
Verloren maandag 1588.
Michiel Soffaerts wordt tot hoofdman gekozen van het gilde Sint Joris.


1588 - Het verdwijnen van het gildezilver van Sint Joris in de 16e eeuw
De juwelendiefstal van het Gilde Sint Joris.

Wij leven in het jaar 1588. Michiel Jan Soffaerts, hoofdman van het gilde Sint Joris, is door de beheerders der belastingen te Geertruidenberg aangesteld om in Goirle de achterstallige belastingen te innen, en natuurlijk ook af te dragen.Wat het laatste betreft schiet Michiel in zijn plicht schromelijk te kort. Herhaalde aanmaningen hebben geen gevolg en op een kwade dag wordt de landelijke rust wreed verstoord door wapengekletter en commando's. Michiel Soffaerts wordt zonder pardon ingerekend, naar Geertruidenberg vervoerd en smadelijk opgesloten in de gevangenis. Hij kan zijn vrijheid herwinnen, maar dan boter bij de vis.
In het jaar 1588 is Jacob Jan Hoosmans borgemeester te Goirle, dat wil zeggen, hij moet de belastingen van het jaar 1588 innen en ook afdragen aan de overheid; Hij is voor één jaar benoemd, staat met zijn privévermogen borg dat de belastingcenten op tafel komen en moet later over zijn beleid rekening en verantwoording afleggen. Het borgemeesterschap was in die dagen dus een statussymbool. Aan de achterstalligheid der belastingen die Michiel Soffaerts moest innen heeft hij part nog deel aan. Jacob Jan Hoosemans kan nu de kleine groep belastingbetalers van Goirle aansprekende oude achterstallige belasting alsnog op tafel te leggen. Hij zou ook kunnen putten uit de gemeentekas. Wat dit laatste betreft, deze verkeerde in een berooide toestand en de kleine groep belastingbetalers waar hij zelf ook toe behoorde) wil hij sparen. Daar is de achterstallige contributiën een schuld is die de gehele gemeenschap aangaat zou hij ook een gemeenschappelijk bezit kunnen verkopen, en hij komt op de onzalige gedachte, al of niet met medeweten van de Goirlenaren, het gildezilver van Sint Joris te offeren. Op deze manier lijdt het dorp dan zogenaamd de minste schade.
Wegens de onveilige tijden is het zilver opgeborgen in de Sint Janskerk op een plaats die alleen bekend is bij de pastoor. Jacob Jan Hoosmans bewerkt schepen Claes Peter Sterts, en samen begeven zij zich naar Christiaan Laurijs Daniëls pastoor van de parochie Goirle, en vragen hem de plaats te wijzen. Waarschijnlijk is de pastoor op de hoogte van de plannen van Hoosmans want hij wijst hen de geheime bergplaats en het kostbare gilde-bezit bestaande uit zilveren schilden, een gebroken kelk, schalen en pullen, verdwijnt voorgoed uit de Goirlese gemeenschap.
Het blijft echter onbegrijpelijk dat hij als lid van een een gilde op deze manier zijn medewerking verleent. Pastoor Daniëls woonde niet in Goirle doch te Hilvarenbeek waar hij ook aan het dorpsleven deel nam en onder andere lid was van het Beekse gilde Sint Joris. Het schild van 1598 dat men aldaar nu nog bezit is door hem aan het gilde te Hilvarenbeek geschonken.
Tot 1598 vervulde Christiaan Daniëls het pastoraat te Goirle en werd daarna als pastoor benoemd te Oosterhout. Bij zijn vertrek uit Goirle liet hij een door hem gekocht huis achter en bestemde dat voor pastorie voor de na hem komende pastoors. Sinds 1598 resideren de pastoors dan ook te Goirle.
Wij vervolgen het verhaal.
Jacob Jan Hoosmans en schepen Claes Peter Sterts wegen en verpakken het opgehaalde zilver en geven Adriaan Peter van den Kerkhof opdracht het pakket naar Geertruidenberg te brengen en te overhandigen aan Michiel Soffaerts de man die de belastinggelden verduisterde. Michiel opent het pakket........ Kerkhofs kijkt zijn ogen uit en verklaart later als ik geweten had wat er in zat was ik er niet aan begonnen...... stel je voor dat soldaten, dieven of plunderaars me hadden aangehouden.... het had me mijn kop kunnen kosten. Michiel verkoopt nu het zilver 'mette once oft loot' zoals de oude acte gewaagd, en verkrijgt alzo zijn vrijheid.
lange tijd weet men in Goirle de diefstal te verzwijgen maar het is een publiek geheim dat Hoosmans er meer van moet weten!
Meerdere malen bekleedt Hoosmans het borgemeesterschap maar men twijfelt aan zijn beleid en hij wordt aangevallen inzake zijn rekening en verantwoording die hij na zijn Ambtsperiode moet afleggen. Dit geschiedt niet prompt doch dikwijls vele jaren later.
Peter Vincent van Dun volgt in 1598 zijn voorganger Christiaan Daniëls op als pastoor te Goirle. Dankzij pastoor van Dun weten wij nu iets meer van de 'juwelenroof' af. Pastoor van Dun was niet alleen pastoor maar ook deken van het gilde 'schutterije van den edelen ridder Sint Joris te Goirle. Als zodanig roept hij in 1616 (dus meer dan vijf en twintig jaar na de diefstal van het zilver) verschillende oude Goirlenaren op om hun verklaringen betreffende de diefstal voor Schout en Schepenen van de Heerlijkheid van Tilburg en Goirle af te leggen. Hij wil als gildebroeder weten waar de kostbare verzameling is gebleven, wie de schuldigen zijn en zo mogelijk de juwelen aan de rechtmatige eigenaar, het gilde Sint Joris, terug bezorgen.
Jacob Jan Hoosmans die ook wordt opgeroepen krijgt het benauwd; een oude beschuldiging aan het adres van Hoosmans wordt weer opgehaald. In een van zijn rekeningen en verantwoordingen heeft hij een gefingeerde uitgave opgenomen ten bedrage van negen en tachtig gulden en zes stuivers zogenaamd als losprijs voor Michiel Soffaerts .... Na enig verweerwil Hoosmans de ingezetenen van Goirle wel tevreden stellen en 'satisfactie' doen.
Hij zal alles op een nieuwe rekening verantwoorden, maar stelt als voorwaarde dat hem alle bescheiden betrekking hebbende op die periode van zijn borgemeesterschap ter hand zullen worden gesteld.... maar, in ongeschonden staat!
De slimme vogel weet donders goed dat al deze papieren in 1595 zijn verbrand toen de Heikense kerk van Tilburg in vlammen opging. In de toren van de Heikense kerk was de raadkamer en werden de paperassen van de Heerlijkheid bewaard. De stukken van zijn ambtsperiode met nog andere gemeente-papieren lagen in de toren opgeborgen; een gedeelte was gespaard gebleven doch had aanzienlijke schade opgelopen en dus geen bewijsklacht meer.
Het valt op dat de verklaringen van de gedaagden in twee groepen zijn te splitsen:
a] de verklaringen van de kleine man 'de habe nichtse'; de juwelen zijn verkocht en de hele Goirlese gemeenschap wist er van; dit was de beste oplossing voor het dorp.
b] de getuigenissen van de belastingbetalers de kopstukken van Goirle; Wij weten van niets en en zonder blikken of blozen verklaart een der notabelen dat hij pas na 10 jaar voor het eerst van de diefstal hoorde.
Hoe het zij, pastoor van Dun heeft de terugkeer van de juwelen niet kunnen bewerkstelligen.
Misschien dat en of andere nijvere speurder de gestolen schilden van Sint Joris weer opduikelt; de kans bestaat echter dat zij niet meer tot het land der levende behoren en door omsmelting zijn vernietigd.

C. Robben

De losse feiten en constateringen zijn juist en berusten op archiefonderzoek van Cees Robben.
Het verhaal is een vrije impressie van de gebeurtenissen.
Pastoraat: Pastoor Daniels.
Hoofdman: Michiel Hoosmans.


grafsteen van pastoor Vincent van Dun


ingang van de kerk via de toren waardoor het zulver is afgevoerd


zolder van de oude toren. Mogelijk was het verdwenen zilver hiet opgeslagen.


Bron: Cees Robben

1585 - Val van Antwerpen
Antwerpen maakte een stormachtige groei door. Telde de stad in 1400 ongeveer tienduizend inwoners, in 1560 waren dat er honderdduizend. Na Parijs de grootste stad van noord Europa. Antwerpen was het financiële centrum van west Europa en was de hoofdstad van Brabant.
Antwerpen komt onder Spaans bewind. Het handelsverkeer over de Schelde is geblokkeerd. Hiervan profiteren de noordelijke kooplieden, met name de handel in Amsterdam floreerde.
Brabant verliest zijn positie als cultureel en economisch centrum aan de Noordelijke Nederlanden.
In 1595 brandt door toedoen van het 'Spaanse krijgsvolk' de kerk van Tilburg geheel af.


beleg van Antwerpen


1572 - Hoe Tilburg de Opstand overleefde, ook ten koste van Goirle
Hoe Tilburg de Opstand overleefde, ook ten koste van Goirle.
Leo Adriaenssen. auteur
Tijdens de opstand van de Nederlanden tegen de koning van Spanje (1568-1648) lag de meierij van ’s-Hertogenbosch meestal in de frontlinie. Het dagelijkse leven veranderde daardoor ingrijpend. Leven werd overleven, maar velen slaagden daar niet in. Aan de hand van de gebeurtenissen in Tilburg en Goirle zal ik nagaan wat de bedreigingen, de schadeposten en de mogelijkheden van zelfverweer voor de dorpen en hun inwoners waren. Daarna zal ik vertellen waarom Tilburg relatief goed uit de oorlog kwam en hoe dat onder andere ten koste ging van het kleine buurdorp Goirle.

1: Oorlogsschade
De Opstand was een vestingenoorlog. De (versterkte) steden stonden centraal en talrijk
waren de belegeringen. Veldslagen waren zeldzaam. Het platteland had op zich weinig militair-strategische betekenis en werd in oorlogsomstandigheden volledig dienstbaar gemaakt aan de belangen van de stad. In de meierij van ’s-Hertogenbosch werden in ongeveer twintig dorpen versterkingen ingericht op kastelen en ‘sterke huizen’, of door het maken van een schans of fortificeren van de kerk. Deze sterkten dienden om de communicatielijnen met ’s-Hertogenbosch open te houden: de stad moest worden gevoed en behoed voor uithongering, er moest ammunitie worden gebracht en de economische ondergang door handelsblokkades moest worden voorkomen.
Tilburg maakte sinds 1572, het jaar dat de oorlog in de meierij echt begon, deel uit van een verdedigingslinie die noordwaarts doorliep over Loon op Zand, Waalwijk, Gansoijen en Hemert naar Heusden.1 Er kwam een klein garnizoen. Het kasteel van de heer en het omwaterde huis te Broekhoven werden pas in gebruik genomen in 1576, door graaf Hannibal van Hohemems, een Duitse huurling in dienst van Alva. Tilburg was samen met Boxtel de uitvalsbasis van zijn acties in de Langstraat en bij Woudrichem. In 1580 arriveerde een compagnie van Claude de Berlaymont, heer van Haultepenne en bevelhebber van de koninklijke troepen in de Kempen. Haultepenne, die in de meierij bekend werd als Houtepen, was een jonge, onstuimige en zelfzuchtige generaal, die zich weinig gelegen liet liggen aan de wensen
en bevelen van de Spaanse landvoogd. Zijn hoofdkwartier Oisterwijk liet hij eind mei in de steek voor het stadje Eindhoven, dat ommuurd was en dus sterker, met als resultaat dat Oisterwijk prompt door rebellen werd verwoest.

2: Haultepenne legde de lat nog een sport hoger en ruilde het armzalige Eindhoven in voor het sterke en prestigieuze Breda, dat hij in 1581 veroverde vanuit Tilburg en Hilvarenbeek.
3: Eindhoven kon daardoor worden ingenomen door Staatse troepen en in de zomer vielen ook het kasteel van de heer van Tilburg en Goirle.

Foto: Een watergeus met een lang zwaard, een bedelnap aan zijn riem en een bedelpenning om zijn hals. De bedelpenning is ook vergroot afgebeeld. Te zien daarop is de koning van Spanje Filips ll, die 'heb ik altijd geëerd.'


Een watergeus met een lang zwaard


Bron: Leo Adriaenssen

1569 - Bevestiging van het Gilde Sint Joris Goirle
Aanhef van de kaert

Kaerll van Malsen
Heere tot Tilborch, Goorll, onssenoort Cuijk &c:
Allen den gheenen die dese onsse letteren sullen hooren, Saluijt

Op 10 januari 1569, Verloren Maandag, wordt de kaerte het Gilde St.Joris Goirle bevestigd door de Heer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle.
De huidige kaert, ingebonden in het gildeboek, is een transcriptie. De Kaerte moest reglementair op de vergadering van Verloren Maandag worden voorgelezen. Door het intensieve gebruik van de kaerte heeft die veel te lijden. Als de Kaerte dreigde in te storten werd hij overgeschreven. Dit noemen we een transcriptie. Bij dit overschrijven werden aanpassingen gedaan. Zo kunnen we niet meer beschikken over de originele tekst uit 1569. Vergelijkingen met andere kaerten zoals die van Tilburg en andere gilden, leert ons dat de transcriptie van de huidige kaerte een redelijk betrouwbare bron is voor de reconstructie uit de 16e eeuw.
De Caerte samen met de 16e eeuwse zilveren roosjes met daarop het wapen van Karel van Malsen zijn de enige tastbare bronnen van het 16e eeuwse gilde Sint Joris.

Pastoraat: Christiaen Danuleus (Daniels). Lid van het gilde St. Joris Hilvarenbeek en woonachtig in Hilvarenbeek.


Bron: Gilde St. Joris Goirle.

1569 - Één lood zilver.
Uit de kaerte:
'Item ordenneren voorts dat elck scutter sal doen maecken tot allen vijer jaren eenen nijeuen tabbaert gelijck als dat op ten verswooren Maendach besloten zal worden ende op elck mouwe een half loot Silver.loot: oude gewichteenheid. staat voor 15,4 gram. Van dit zilver heeft het gilde St. Joris nog 7 exemplaten in haar bezit. Een schildje in de vorm van een roos (bloem) met in het centrum het familiewapen van de familie Karel van Malsen. Onder aan het 'roosje' is een zilveren voetboog bevestigd.
Deze roosjes hebben altijd onder aan het koningsvest gehangen. In 2005 werden de 16e eeuwse roosjes verwerkt in de hoofdmansbreuk.


zilveren roos met in het midden het wapen van Karel van Malsen


Bron: Gilde St. Joris Goirle

1569 - De Kaerte | transcriptie 1569 |
De transcriptie van de Kaerte is in het gildeboek gebonden.
De kaerte is begiftigd op Verloren Maandag 10 januari 1569.

blad 1
Kaerll van Malssem
Heere tot Tilborch,Ghoorll, Onssenoort Cuijck &c: Allen den gheenen die dese onsse letteren sullen hooren, lesen, Saluijt.
Alsoo onse lijeve getrouwe die Hooftman, Coninck Dekens ende gesworen van Sint Jorijs gulde in den dorpe van Ghoorll voor hun selven en de vervangende die gemeijne gestellen van der voorschreven gulden in onsen dorpe voorschreeven onse tot onser vermannige overgebracht ende geëschibeert hebben seeckeren ordinancien ende statuten bij geschrifte die sij in den voorschreven Gulde dus lange geobserveert hebben ende onderhouden.
Biddende ons die selve hoer suijde te willen confirmeeren tot meerder vestigheyt ende corroborarien ende ook mede soe verre wij daer ennich gebreck in vonden 't selve te beteren en reformeeren gelijck ons dat goetduncken soude. Soe eest dat wij die voorschreven ordinancien gevisiteert ende voorsien ende die selve met argumentarien bestricken.

blad 2
Veranderingen ende correctie in sommige puncten als ons dat orbaer gedocht heeft geconfirmeert hebben en de confirmeeren bij desen, willende datse voortaen onverbrekelijck onderhouden werde in der vuegen en de manieren hijer nae verclaert ~ In den ijersten ordonneren gunnen ende verleenen wij alle gulde brueders en de schutters van Sint Jorijs nu sijnde ende naemaels noch comende dat allen koeren ende bruecken die vallen sullen op die vijf naebeschreve colfdaghen te weten op den dach dat men den vogel schiet, den omganck dach als men Sint Jan ommedraecht des Heylich sacraments dach, Sint Jorijs dach ende verswooren Maendach onder hen houden, ende verteeren sullen, Sonder ons daer af hoeve te siene Ende voorschreven koeren ende bruecken sullen die

blad 3
Deeckens gehouden sijn van stonden aen vuijl te panden ten waare doodslach oft leempten daer 't God voor behoeden wille, die elcx wij geheerlijcken tot ons waerts reserueren behoudelijcken den gemeijnen gesellen daer als van ons oft van den misdadige van der compositien twintig stuvers eens. ~
Item ordineren voorts dat of iemant van den gesellen oft gulden brueders bevonden werde op die voors dagen brueckachtich die sullen verbeuren dobbele bruecken totter gulden brueders behoef soe die dat gewoonlijck van onsen gesellen is aftenemen te weten beneden die thien pondt ende nijet hooger. ~
Ende soe wije hijer in rebelle oft wederspennich waer, die sal daer en bouen bruecken vijf stuver totter gesellen behoef ende twee stuver voor de dekens totter gulde behoef.

blad 4
Item verleenen noch den voors: Schutters nu sijnde ende noch naemaels comende dat soe wanneer ijemanden van noode ware ende gebreck hadde van onsen Officier oft Vorstre, end die niet thuijs, te verre geseten, oft te halen waere dat de Schutters als dan sullen mogen arresteren ende den gearresteerden onsen Officier leveren, soe verre des ijemant gegert behoudelijcken ons, ons rechts des suelen de Gesellen hebben dat arrestatie gelt.~
Item Verleenen noch alle schutters soe voors is, dat oft de geswooren van Tilborch ennige geboden deeden doen in der Kercken van Tilborch ofte Ghoorll op ennige van de voorschreeven vijf vergaderdagen, dat de schutters van dien geboden vrij en excempt sullen wesen. En oft saecke ware dat die geswooren dat heij meijen vuijtgaven op die

blad 5
voorschreven vergaderdagen soe sullen die guldebruers des anderen dages daer nae haer heije mogen meijen gelijck ander gebueren sonder daar aan te verbeuren. ~
Item ordineren dat men alle jaer sal keijsen van den notabilste en de wijse gesellen daar die een altijt as sal connen lesen ende scrijven soe verre men die bevijnden can en de die sal men heijten Deeckens van der Gulde, welke Deeckens alle dese ordinancien sullen doen onderhouden op hoer leden, Ende of sij des nijet en deden ende wouden met ijemanden simuleren dat sal staen tot onser correctie ende tot correctie van den Hooftman ende Coninck ende

blad 6
Dat saemenderhand altijd des anderen daechs men geschreven heeft, ende sullen schuldich sijn allen vergaderdagen dese charte eens te lesen om een ijegelijck hem daer nae te houden. ~
Vuijtgenomen ommeganck ende des Heijlich Sacraments dag. ~
Item op ten Verswooren Maendach sullen die Deeckens schuldich sijn te doen bereijden eenen goeden maeltijt nae hunnen goetduncken, ende sullen doen singen bij den persoen oft eenen anderen priester hun dat believende een misse van requiem voor de brueders die in der Gulden

blad 7
gestorven sijn ende dan sal elcke geselle moeten offeren eenen Silveren pennick ende dat sal des Priesters loon wesen, ende daer sullen schuldich sijn die Deeckens te staene bij den euthaer om den offer te ontvangen. Ende oft daer ijemandt inne gebrreeckelijcke bevonden worden die sal verbeuren als voorschreven staet. Ende dan sal men ordineren ten vier jaren wat clederen dat men maecken sal tot paesschen dan toecomende te weeten van van effen laecken. Ende van gelijcke groothe. ~
Item op Sint Jorijs dach dan sullen de Deeckens oock doen bereijden een tamelijck maeltijt. Ende

blad 8
Als dan doen singen een statelijcke Misse van Sint Jorijs met diaken en de sub Diaken, Ende dan sullen allen die Gesellen comen ter kercken met haren scutters clederen, en de offeren eenen silveren penninck ende een ijegelijck sijn maeltijt halen op te verbeurte als voorseet is. ~
Item op den Heijligen Sacraments dach dan sullen die gesellen schuldich weesen om te koomen in der hoech missen tamelijcken ende eerlijcken, sonder clappen te gaan voor dat Heijlige Sacraments ende comen met cleder, silver, boghen ende getuijch als den scutter toebehoort op te peene als boven. ~

blad 9
Item als men onser Liever Vrouwen beelt omme draecht dan sal men schuldich sijn te doen als op ten Heijligen sacraments dach ende soe die Deeckens dat ordineren sullen ende als dan sal elck scutter schuldich sijn te offeren onser Vrouwen eenen Silveren penninck. ~
Item als men de vogel oft papagaaij sall schijeten dan sullen die Deeckens den sondachs te vooren besteden een eerlijcke maeltijt ende dat sullen sij den gemeijnen Gestellen condigen ende sullen des Sondages daer nae te weeten op ten schietdach comen tot eender uuren ten minsten in der in der herbergen om dan

blad 10
voort te gaen paer ende paer ten scutsboome daer men als dan vogel schieten sal minlijck. ~
Ende die Deeckens sullen als dan goede gereetschappe gemaeckt hebben om daer nijet lang te beijden, Ende daer en sal nijemandt schieten voor wij de koninck en de hooftman ijerst geschooten sullen hebben, Ende dan sal een ijegelijck geselle ofte Gulde bruerders schuldich sijn te schieten nae den vogel ses scheuten nijet min, mer wel meer, 't sij jonck oft oudt op te verbeurte van vijf stuver tot ter Gulde brueders gehoef, Ende als dan den vogel af is dan sal men den Coninck


voorblad van de Caerte


slotblad van de Caerte


Bron: Sjef Hoogendoorn

1569 - Doodschuld
De doodschuld, soms ook ante obitum genoemd, is een bedrag dat het sterfhuis betaalt aan een corporatie waarvan de overleden persoon lid was. De doodschuld was vrij algemeen bij middeleeuwse corporaties zoals gilden, broederschappen, schuttersgilden maar ook burgerwachten, rederijkerskamers en buurschappen kenden de doodschuld. Het was een schuld die elk nieuw lid op zich nam maar die meestal tot aan de dood kon uitgesteld worden. Dit leidde soms tot processen met de erfgenamen.
Het bedrag van de doodschuld was uiteraard afhankelijk van de betrokken corporatie en was heel dikwijls in de statuten vastgelegd. Dikwijls was er slechts een minimumbedrag vastgelegd en werd er door rijke leden meer bijgedragen. In sommige statuten was dan weer een minimumbedrag vastgelegd voor de ‘rijken’ en werden de ‘armen’ vrijgesteld van doodschuld. Soms kon de doodschuld in natura vereffend worden in de vorm van een maaltijd of van drank. Dit was vrij frequent het geval bij schuttersgilden.
In een corporatie waar doodschulden moesten betaald worden hield men meestal een doodschuldenboek bij, een register waarin de te ontvangen doodschulden werden ingeschreven en waarin de overlijdens werden bijgehouden door een kruisje bij de naam van het overleden lid te plaatsen. Bij de leden die vooruit hadden betaald schreef men dan ‘solvit’.
In ruil voor de doodschuld werd de begrafenis van de gestorven gildebroeder opgeluisterd door het gilde en werden er zielemissen gelezen voor de afgestorven broeder. Dikwijls werd een doodskleed door de corporatie ter beschikking gesteld voor de plechtigheid en werd er voor kaarsen gezorgd. Soms werden er aalmoezen of brood uitgedeeld aan het sterfhuis.[4] Naast de individuele zielemissen werden er meestal jaarlijks collectieve zielemissen opgedragen.
Bij het gilde Sint Joris was de doodschuld vastgesteld op 1 gulden. Voor het verzorgen van de uitvaart moeten de nabestaanden 1 vat bier schenken. In het gildeboek wordt dan genoteerd: De doodschuld voldaan bij overlijden.


Bron: Archief gilde St. Joris Goirle

1569 - Vertaling van de Caerte. 1569
1569. Vertaling van de Caerte.
De zinsopbouw is waar mogelijk gehandhaafd. Het resultaat hiervan is dat de syntaxis enigszins geweld wordt aangedaan.


blad 1
Karel van Malsen
Heer van Tilburg, Goirle, Onzenoord, Cuijk, enz. groet allen die dit zal horen of lezen.
Als daar zijn onze getrouwen zoals de Hoofdman, Koning, Dekens en de gildebroeders van Sint Joris in het Dorp Goirle. Dit geld voor hen persoonlijk zowel als vertegenwoordigers van de gewone gildebroeders. Wij hebben op verzoek de reeds lang door uw gilde onderhouden voorschriften, gecontroleerd en waar nodig verbeterd en aangevuld op schrift in een statuut vastgelegd tot meerdere vastigheid en versterking daarvan. Wij bevestigen hierdoor de voorschriften en hebben die met argumenten omkleed en

blad 2.
wij willen dat deze voorschriften voortaan onverbrekelijk onderhouden worden op de manier als hierna wordt uiteen gezet.
Op de eerste plaats ordonneren, staan wij toe en verlenen wij alle gildebroeders en schutters van Sint Joris, die nu lid zijn en het in de toekomst nog zullen worden, alle keuren en boeten die betrekking hebben op de hierna beschreven schuttersdagen, te weten de dag van het vogelschieten, de dag waarop men St. Jans-processie houdt, Sacramentsdag en de feestdag van St. Joris en Verloren Maandag zonder nader overleg te onderhouden en toe te passen. Volgens de voorschreven keuren zullen

blad 3.
de Dekens bij doodslag en verminking, wat god behoede moge, namens ons gerechtigd zijn ter bescherming van de leden van het gilde direct van de schuldige een boete te eisen van twintig stuivers.
Item ordonneren wij voorts, dat er iemand van de gildebroeders bevonden wordt op de voorschreven dagen in gebreke te zijn gebleven, dat zij zullen verbeuren het dubbele van de boete die daar anders op staat te weten niet hoger dan tien pond ten behoeve van de gildebroeders. En hij die hiertegen in opstand komt of wederspannig is die zal daarboven nog een boete krijgen van vijf stuivers ten behoeve van de gildebroeders en bovendien nog twee stuivers ten behoeve van de Dekens van het gilde.

blad 4.
Item verlenen wij aan de tegenwoordige en nog in de toekomst komende schutters wanneer onze officier of Vorsten niet thuis is, en te ver weg om hem te bereiken, het recht van arrestatie en uitleveren aan de officier, als iemand rechtens ons dat verlangt. Nog staan wij toe dat alle voorschreven schutters wanneer de gezworenen van Tilburg geboden doen afkondigen in de kerk van Tilburg of Goirle op een van de beschreven vijf vergaderdagen, zij hiervan vrij en uitgezonderd zullen zijn wanneer dit gebod betrekking heeft op ’t hei maaien op een van de voorschreven

blad 5
vergaderdagen dan zullen de gildebroeders daags daarna hun heide mogen maaien gelijk andere geburen zonder daarbij een boete op te lopen.
Item ordonneren wij dat men elk jaar uit de notabelste en wijste gildebroeders die zo mogelijk liefst kunnen lezen en schrijven, De Dekens van ’t gilde zal kiezen, en zij zullen bij hun gildebroeders de voorschriften doen onderhouden. En als zij dat niet doen, of doen alsof dan zullen wij die Dekens tot de orde roepen alsook kunnen dat de Hoofdman en de koning doen.

blad 6
Voorts is men verplicht op alle vergaderdagen behalve op processiedag dit officiële stuk voor te lezen zodat een ieder zich daar aan zal kunnen houden. Item moeten de Dekens op Verzworen Maandag naar hun goeddunken een goede maaltijd bereiden en zij zullen bij de pastoor of naar hun believen bij een ander priester een gezongen requiemmis laten lezen voor de

blad 7
Gestorven broeders van het gilde en dan zal iedere gildebroeder offeren een zilveren penning, en dat zal het loon van de priester zijn en tijdens de mis zullen de Dekens bij het altaar staan om de offergaven in ontvangst te nemen, en als iemand daarbij in gebreke blijft zal hij verbeuren de boete die daar voor staat. Voorts zal men om de vier jaren telkens van Pasen tot Pasen vast stellen welke gildekleren men zal dragen met dien verstanden dat ze van effen laken en uniform moeten zijn.
Item op de dag van St. Joris moeten de Dekens een behoorlijke maaltijd doen bereiden en

blad 8
Dan een plechtige mis met drie heren doen opdragen en alle schutters zullen naar de kerk komen in hun schutterskleren en een zilveren penning offeren en ieder moet aan de maaltijd deelnemen. Op boete van zoals is vastgesteld.
Item op Sacramentsdag zullen de gildebroeders naar de hoogmis komen gekleed met zilver, boog en getuig zoals dat een schutter past en met gepaste eerbied zonder te praten ’t sacrament vooraf gaan op boete als boven

blad 9
Item bij de ommegang van onze Lieve Vrouw zal men gehouden zijn te handelen als op sacramentsdag volgens voorschrift van de Dekens en dan zal elke schutter een zilveren penning moeten offeren ter ere van onze Lieve Vrouw.
Item als men de vogel of de papegaai zal schieten dan zullen de Dekens ’s zondags te voren een goede maaltijd doen houden en zullen zij alle gildebroeders doen weten: Op de zondag daarna te weten op de schietdag zal men op een bepaald uur in de herberg komen om dan

blad 10
paar aan paar naar de schutsboom te gaan waar men in goede onderlinge verhouding de vogel zal schieten. De Dekens moeten voor goed materiaal zorgen om daar niet lang behoeven te verblijven. Eerst zal de Koning en de hoofdman schieten en dan is elke gildebroeder verplicht zes schoten niet minder maarwel meer naar de vogel te schieten. Dit geldt voor jonge zowel oude gildebroeders op boete van vijf stuivers ten behoeve van de gildebroeders. En als er de vogel afgeschoten is dan zal men de koning

blad 11
geluk wensen en eer bewijzen en de Dekens zullen hem plechtig het juweel omhangen en dan weer paarsgewijs naar de herberg gaan waar de maaltijd klaar staat.
Item daags daarna zullen de gildebroeders waar naar de voorschreven herberg komen om daar in vriendschap te eten en te drinken en dan zal de oudste Deken de rekening opmaken van de ontvangsten en de uitgaven en een van de dekens zal mogen aanblijven en die zal ’t volgende jaar moeten doen zoals beschreven is.

blad 12
En dan zal op dezelfde dag nadat de rekening is opgemaakt een andere bekwame deken worden benoemd.
Item op al deze vergaderdagen zal elke gildebroeder in zijn kostuum met zilver moeten verschijnen zonder daarvoor een uitvlucht te zoeken, uitgezonderd slecht weer terwijl hij op ommegangsdagen ook nog pijl en kruisboog bij zich moet hebben.
Item schrijven wij voorts voor dat elke schutter om de vijf jaar een nieuw tenue moet laten maken naar het model zoals op
Versworen Maandag besloten is met op

blad 13
elke mouw een halve lood zilver. En dit tenue zullen zij op Paasdag daarna moeten bezitten op een boete van vijf stuivers verbeuren ren behoeve van de gildebroeders. En zo dikwijls als de dekens hen daarop zullen moeten wijzen. En als een van de gildebroeders een medebroeder vindt in of buiten de kerk zonder tenue of zilver dan zal de medebroeder hem een vaan bier verschuldigd zijn, net zolang

blad 14
tot zij zich een voorschreven jas gemaakt zal hebben.
Item moet elke gilde broeder beschikken over een redelijke voetboog met gereedschap of wijngetuig en een dozijn pijlen.
Item degene die koning zal worden die zal een voldoende borg moeten stellen in de handen van de dekens voor het juweel.
Item niemand zal van de gilde-eed ontslagen mogen tenzij hij wegens slecht gedrag door Hoofdman, Koning en Dekens uit het gilde gezet wordt of als hij zodanig tot armoede is vervallen

Blad15
dat hij niet in staat is om aan de geldelijke verplichtingen van het gilde te voldoen, in welk geval hij hiervan kennis zal geven en hij zal in vriendschap scheiden alhoewel een staat van geldelijke achterstand moet opgemaakt worden die echter niet gevorderd zal kunnen worden als hij daarvan betaalt tien stuivers ten behoeve van het gilde. Doet hij dat niet dan zal men hierop binnen 14 dagen beslag kunnen leggen nadat hij van zijn eed ontslagen zal zijn.
Item wanneer een gildebroeder

blad 16
gestorven zal zijn dan zullen de gildebroeders, de overledene in schutterstenue ten graven dragen en tijdens het misofferen wat daartoe gebruikelijk is. Uitgezonderd hiervan in men als de overledene gestorven is aan de pest of andere ernstige besmettelijke ziekte of als een gildebroeder noodzakelijk verhinderd is, wat hij aan de Dekens moet verklaren en die zullen hem dan van zijn eed ontslaan.
Item als iemans een ander op de vergadering

blad 17
binnen brengt en die daar langer dan drie of vier verteringen verblijft die zal men beschouwen als een gildebroeder en die hem meebracht die zal voor hem moeten betalen.
Item op alle vergaderdagen zullen die Dekens het gelag vrij hebben.
Item het aantal schutters en gildebroeders zal niet meer mogen zijn dan twee en veertig open gevallen zal zijn.

blad 18
Niemand mag verplicht worden, maar die als gildebroeder opgenomen wil worden die zal de Koning, Hoofdman en de Dekens daarom verzoeken, en als hij opgenomen wordt moet hij de eed op de boog aflezen en daarbij beloven dat hij alle punten en artikelen van deze ordonnantie zal onderhouden en men zal hem eerst deze ordonnantie voorlezen.
Item hij die in het gilde wordt opgenomen die zal de ridder en martelaar Sint

blad 19
Joris een pond was offeren.
Item als in het gilde op een bruiloft genood wordt of op een eerste H. Mis dan zal men daar gezamenlijk heen gaan en iedereen zal drie stuivers moeten geven en tijdens het offeren op de bruiloft of op eerste mis zullen de Dekens er op moeten toezien dat de drie stuivers werkelijk geöfferd worden. En als de priester of de bruidegom lid is van de schutterij, dan zal die de Dekens enkele maten wijn moeten geven

blad 20
die dan gezamenlijk opgedronken zullen worden waar het de Dekens zal believen.
Item als het gebeurt dat iemand van de schutters de vogel drie maal afschiet dat hij daarbij recht heeft op het juweel, die zal men keizer noemen, en hem en die bij hem horen vrij houden zolang hij leven zal van kosten, maaltijden en wijn, en men zal een kleinood van zilver voor hem laten maken met drie papagaaien ter waarde van drie Rijns gulden, en dit ereteken zal hij nooit mogen

Blad 21
verkopen maar altijd dragen ter ere van St. Joris en het gilde, en na zijn dood zal hij het aan het gilde van Sint Joris vermaken en daardoor van zijn doodschuld ontslagen zijn.
Item hij die Koning is zal het juweel moeten uitbreiden met een halve lood zilver en daarom zal hij dat jaar vrij zijn van alle kosten voor zichzelf en voor die bij hem horen, en terwille van zijn eerbaarheid zal hij geen geschenken mogen geven, maar daags na het vogelschieten zal de koning

blad 22
de gildebroeders vijf en twintig stuivers schenken.
Item als op de voorschreven schuttersdagen of daar buiten ruzie onder de gildebroeders ontstaat dan moet de Koning, Hoofdman en Dekens zich hiermee moeten bemoeien en doodslag en verminking voorkomen, en die zich hieraan niet onderwerpt zal zo dikwijls als hij weigert vijf stuivers boeten moeten betalen ten behoeve van het gilde.
Item schrijven wij ook nog voor dat men alle zondagen zal schieten in de doel en wel te beginnen

blad 23
daags na Pinksteren tot de zondag na Bamis en op de laatste zondag moeten alle gildebroeders in de doel schieten op het wit zoals men dat in alle schutterijen pleegt te doen.
Item zal men voor elke zondag door het lot een groep van zes schutters aangewezen worden, en elke groep zal op de aangewezen zondag de deelnemers verwachten en als alle groepen een beurt gehad hebben dan zal

blad 24
de eerste groep weer aan de beurt zijn en zo gaat men door tot de laatste dag van het schietseizoen. En hij die niet schiet als het lot hem daarvoor aangewezen heeft die zal voor het gelag van de schutters een halve stuiver moeten betalen.
Item zo iemand in de schuttershof het de gildebroeders moeilijk maakt, ongevoeglijke taal spreekt of ruzie maakt die zal door e Koning, Hoofdman en Dekens daarop gewezen worden.
Item die zijn lot verliest die zal meteen een halve stuiver moeten betalen om die samen te verteren. Hem als

blad 25
bij een van de gildebroeders zich kwesties verschillen of geschillen mochten voordoen, die in deze bepalingen niet zijn genoemd of wanneer in deze bepalingen onduidelijkheden mochten worden bevonden dan houden wij of de erven en nakomelingen van de Heren en Vrouwen van Tilburg en Goirle ons het recht voor uit te leggen, aan te vullen te beperken en te verklaren. Aan deze oorkonde hebben wij ons briefzegel gehangen. Gegeven bij ons ten huize van Tilburg op Verzworen Maandag de tiende dag van januari Anno

blad 26
Duizend zijf honderd ...... ...stig
Volgens schrijven van het hoofd van Brabant.
..............ondertekend
j. berijs


Bron: Sjef Hoogendoorn

1566 - Beeldenstorm
De beeldenstorm in de Nederlanden

Door: Henk van Nierop
HN nr. 2/2005 De protestantse graaf voerde hosties aan zijn papegaai.
2/2005 Wat moeten we weten van onze vaderlandse geschiedenis? Historici Piet de Rooy en Jan Bank maakten een canon van het Nederlandse verleden. Tien hoogtepunten uit dit overzicht treft u aan in Historisch Nieuwsblad. Deze maand: De Beeldenstorm, het begin van de Nederlandse Opstand.
De beeldenstorm heeft altijd tot de verbeelding gesproken, eerst tot die van tijdgenoten en later tot die van historici. Deze orgie van geweld, gericht tegen objecten en symbolen, bracht koning Filips II ertoe de hertog van Alva met een leger naar de Nederlanden te sturen om de schuldigen te straffen en herhaling te voorkomen. Daarmee staat de beeldenstorm aan het begin van de Opstand en de Tachtigjarige Oorlog. Bijna alle historici schreven afkeurend over de gebeurtenissen, die ze beschouwden als een uiting van zinloos en barbaars geweld. Een uitzondering hierop vormen de marxistische historici, die er een mislukte proletarische revolutie in wilden zien.

De beeldenstorm riep veel vragen op: was hij een spontane uitbarsting van geweld of georganiseerd door de calvinistische kerkenraden? Wie waren de beeldenstormers? Uit welke sociale klassen waren ze afkomstig? Tegenwoordig heeft men meer belangstelling voor de symbolische betekenis van de beeldenstorm. Juist als dragers van betekenis waren beelden belangrijk. Het vernielen van beelden was in veel opzichten dan ook een rituele handeling.

De beeldenstorm begon op het platteland van Zuidwest-Vlaanderen, een gebied waar veel arbeiders onder armoedige omstandigheden in de textielindustrie werkten. Op zaterdag 10 augustus 1566 preekte Sebastiaan Matte, een uit Engeland teruggekeerde protestantse vluchteling, voor een gehoor van ongeveer tweeduizend gewapende volgelingen bij het dorp Steenvoorde (tegenwoordig in Frankrijk). Na afloop van de hagenpreek drongen zo'n twintig toehoorders een nabijgelegen klooster binnen en sloegen er de beelden aan stukken.

In de daaropvolgende week vernielden rondtrekkende groepen beeldenstormers meer dan honderd kerken en kloosters in de zuidwesthoek. In Ieper, bijvoorbeeld, trokken op 16 augustus 'diverssche sectarissen [ketters] en quaetwillighen van der stede, gheassisteert met diverssche vreemde sectarissen' met geweld alle kerken en kloosters van de stad binnen. Ze sloegen er de beelden, altaren, orgels en versieringen kapot, en verscheurden de liturgische boeken. De brekers waren mannen en vrouwen van alle leeftijden; kinderen bewerkten met hamertjes de beelden die op de grond lagen. Het geschrokken stadsbestuur, bang voor nog grotere ongeregeldheden, greep niet in.

Van het geïndustrialiseerde zuidwesten sloeg de beweging over naar Antwerpen, de grootste stad in de Nederlanden. 'Maaiken, Maaiken, dit is uw laatste uitgang!' hoorde men roepen toen op zondag 18 augustus tijdens de processie het Mariabeeld werd rondgedragen. Twee dagen later werden alle kerken er systematisch vernield, eerst de Onze-Lieve-Vrouwekerk en vervolgens de parochiekerken en de kloosters. Een ooggetuige schreef over de beeldenstormers: 'Het verwonderlijkste is echter dat ze zo weinig in aantal waren, want ik zag er in sommige kerken niet meer dan tien of twaalf die braken, meestal kwajongens en ander gespuis: er stonden echter veel toeschouwers en aanstichters bij. In de stad zelf was alles zo rustig en stil, alsof er niets in de kerken te doen was geweest; de lieden stonden gekleed in hun deuren en zagen de beeldenstormers van de ene kerk naar de andere trekken, "Vive le geus" schreeuwende.'

Antwerpen vormde het centrum van een tweede golf beeldenstormen in het verstedelijkte westen van de Lage Landen, in Brabant en Vlaanderen, Zeeland en Holland. In Den Bosch, bijvoorbeeld, begon de beeldenstorm nadat bericht was over de gebeurtenissen in de Scheldestad. Ook in Amsterdam nam het geweld pas een aanvang nadat kooplieden in de beurs stukjes marmer en albast hadden laten zien, afkomstig van in Antwerpen stukgeslagen beelden. Maar niet alle steden in het westen werden getroffen. Zo wisten de autoriteiten de orde te bewaren in steden als Rijsel (Lille), Brugge, Brussel, Leuven, Rotterdam, Dordrecht, Gouda en Haarlem. In stadjes en dorpen waar met het protestantisme sympathiserende edelen, zoals de heer van Brederode en de graaf van Culemborg, het gezag uitoefenden, waren het deze heren zelf die opdracht gaven de beelden te verwijderen.

Een derde golf van beeldenstormen vond plaats in de tweede helft van september in de relatief afgelegen noordoostelijke gewesten. Deze streken waren nog maar kortgeleden in de Habsburgse Nederlanden geïncorporeerd en de centrale regering in Brussel was er nooit in geslaagd de ketterij krachtig te bestrijden. Slechts weinig steden werden hier getroffen, en het was dikwijls op aandringen van de stedelijke autoriteiten dat de beelden hier op ordelijke wijze werden weggenomen. Het zuidoosten van de Nederlanden - de landelijke en in veel opzichten traditionele gewesten Luxemburg, Limburg en Namen - bleef voor de beeldenstorm gespaard.

Wonderjaar
De aanleiding voor de beeldenstorm lag in de politieke gebeurtenissen van het 'Wonderjaar' 1566. In april hadden de leden van het Eedverbond der Edelen de landvoogdes Margaretha van Parma een petitie aangeboden, waarin ze verzochten de anti-ketterijwetgeving te verzachten. Margaretha had hierop gereageerd door de afkondiging van een 'moderatie', een opschorting van de vervolgingen, tot Filips II hierop definitief zou hebben beschikt. Dit was het teken voor de calvinisten om uit de clandestiniteit tevoorschijn te komen en openlijk bijeenkomsten buiten de steden in de openlucht te organiseren. De hagenpreken trokken duizenden belangstellenden, zowel aanhangers van de calvinisten als nieuwsgierigen. Daaruit putten de leiders van de calvinistische 'kerken onder het kruis' moed om te proberen een werkelijke hervorming of reformatie van kerk en religie door te voeren. Het resultaat was de beeldenstorm.

Maar de beeldenstorm kwam in het woelige jaar 1566 niet uit de lucht vallen. De afkeer van niet alleen beelden, maar ook van alle afbeeldingen - schilderijen, gebrandschilderde glazen en retabels - en van alle voorwerpen die een rol spelen in de katholieke eredienst - altaren, hosties, miskelken, relieken en reliekschrijnen, liturgische boeken en gewaden - liggen dicht bij het hart van de protestantse Reformatie. Luthers medewerker Andreas Bodenstein von Karlstadt schreef en publiceerde tegen beelden en symbolen, en voerde in Wittenberg in 1522 de eerste beeldenstorm aan. Zijn iconoclastische theologie berustte op twee principes. De eerste was het letterlijk nemen van de bijbel en dus het gehoorzamen aan het tweede gebod van de wet van Mozes, die het maken van afbeeldingen verbiedt (Exodus 20:4 en Deuteronomium 5:8). Zijn tweede uitgangspunt was de onmogelijkheid zich de wereld van de Geest toe te eigenen door tussenkomst van het materiële, zoals de katholieke sacramentstheologie en -vroomheid veronderstellen.

Luther veroordeelde Bodensteins radicalisme, maar diens ideeën werden opgenomen in de Zwitserse reformatie. Huldrych Zwingli preekte tegen de heiligen- en beeldenverering, met als resultaat dat in 1524 de magistraat van Zürich de afschaffing van de mis en de ordelijke verwijdering van de beelden beval. Het Zürichse patroon sloeg over naar andere steden in Zwitserland en Zuid-Duitsland. Na 1536 maakte Johannes Calvijn de verwerping van beeldenverering een speerpunt in zijn Instituties van de Christelijke religie. De Geneefse reformator benadrukte overigens dat de beelden door de overheid verwijderd dienden te worden en niet door spontane volksbewegingen.

Vanuit Genève werd een groot aantal predikanten naar het officieel katholieke Frankrijk gestuurd, die daar illegale calvinistische gemeentes stichtten. In 1560 vernielden Franse calvinisten of hugenoten voor het eerst de beelden in de kerken van Rouen en La Rochelle. Gedurende de volgende twee jaren verspreidden de beeldenstormen zich over een groot aantal andere Franse steden. Net als in de Nederlanden vormden deze beeldenstormen in Frankrijk de aanleiding voor het uitbreken van de godsdienstoorlogen (1562-1598). Niet toevallig vond de beeldenstorm in de Lage Landen zijn oorsprong in het zuidelijke grensgebied. Sinds de Vrede van Cateau-Cambrésis (1559) waren de grenzen open en bestonden er intensieve contacten tussen de Franse hugenoten en hun Nederlandse geestverwanten.

Afgodendienst
Wat waren de motieven van de beeldenstormers? Het is wel duidelijk dat calvinistische predikanten en leiders van de gereformeerde gemeentes bij het uitbreken van beeldenstormen een belangrijke rol hebben gespeeld. Vaak begon een beeldenstorm direct nadat er buiten in het veld was gepreekt. We weten weinig over de inhoud van de preken, maar de hagenpredikers moeten veelvuldig kritiek geleverd hebben op de mis en andere katholieke instellingen. In sommige steden, zoals Middelburg, betaalden de kerkenraden werklui om de beelden ordelijk te verwijderen. Elders deden de calvinistische leiders juist hun best om de indruk te wekken dat ze niets met het geweld te maken hadden. In Amsterdam wandelden de leden van het consistorie ostentatief over de Dam voor het stadhuis terwijl de beelden in de Oude Kerk werden neergehaald.

De jonge calvinistische gemeentes hadden dan ook belang bij de beeldenstorm. De openbare preken trokken grote aantallen toehoorders naar het open veld, maar men kon voorzien dat de naderende herfst het buitenpreken onmogelijk zou maken. Een eerste motief van de beeldenstormers was dan ook praktisch: een dak boven hun hoofd. Kerkgebouwen binnen de steden vormden het meest voor de hand liggende antwoord op dit probleem. Die moest men dan wel eerst aan de calvinistische eisen aanpassen door de roomse 'santenkraam' eruit te slopen. Toen de gewezen mandenmaker Jan Arentsz voor het eerst in de nog niet gezuiverde Minderbroederskerk in Harderwijk preekte, verklaarde hij 'dat men die beelden ende cyraedt der kercken ewech soll nemen' - een verlangen waaraan zijn toehoorders na afloop van de preek prompt gehoor gaven. Tekenend is ook dat tijdens het stormen in het stadje Elburg de doopvont, de preekstoel en de vrouwenbanken, nodig voor de protestantse eredienst, werden gespaard. Maar uiteindelijk lag de ambitie van de calvinistische leiders veel hoger: niet een kerkgebouw naast de bestaande katholieke kerken, maar het betrekken van alle kerkgebouwen en de plaats innemen van de oude kerk.

Een tweede motief was voor sommige beeldenstormers wraak op de geestelijkheid, die zich had ingelaten met de vervolgingen van de religieus dissidenten. Zo schreef Gentse kroniekschrijver Marcus van Vaernewijck dat de beeldenstormers hun actie zagen als een 'wederwraeke [...] daer tgeestelicke ons veel meer schade ende (h)inder gedaen heeft, ja, onsprekelic jammer, brekende duer haer vervolghen die beelden, die Godt zelve ghemaect hadde, [...] te weten soms ons naeste vrienden, vaders ende moeders, zusters ende broeders'.

Maar de voornaamste motivering van de beeldenstormers was religieus. De calvinisten waren fundamentalisten, die het in de bijbel geopenbaarde woord Gods letterlijk namen. Zij moesten daarom het tweede gebod gehoorzamen, dat het maken van gesneden beelden met zoveel woorden verbiedt. Vooral afbeeldingen van God de Vader, de Zoon of de Heilige Geest wekten hun afkeuring op. Ze hadden eveneens grote bezwaren tegen de verering van Maria en andere heiligen. Was het in de katholieke vroomheid gewoonte zich tot de heiligen te wenden om voorspraak, protestanten richtten zich in het gebed direct tot God. En ten slotte moest de mis het ontgelden als een duivels spel en afgodendienst. Alles wat nodig was voor de eucharistieviering, zoals altaren, vaatwerk, sacramentshuizen en niet te vergeten de gewijde hostie zelf, moest ten minste worden verwijderd en bij voorkeur in het openbaar worden vernietigd.

De vernieling van de beelden en andere objecten in de katholieke kerken had een polemisch en didactisch doel. Zo konden de beeldenstormers demonstreren dat zulke voorwerpen slechts stof waren, gespeend van elk sacraal of magisch karakter. Ze bespotten de heiligenbeelden, vertrapten de gewijde hostie en verbrandden relieken zonder dat deze levenloze zaken zich blijkbaar konden verdedigen. Beeldenstormers in Den Bosch, die een beeld van Sint-Antonius in het vuur hadden gegooid, riepen spottend: 'Tonisken, wermt u wel, want gi sijt maerschalk van den vuer: verlost u selven, of gi cont!' Een calvinist uit Middelburg die de hosties vertrapte riep uit: 'Wat Goeikens [godekens] dit volck heeft! Waer hy Godt, hy mochte my myn teenen afbyten!' Dit soort praktische lessen in de machteloosheid van het stoffelijke waren waarschijnlijk niet alleen bedoeld om katholieken te overtuigen, maar ook bestemd voor de beeldenstormers zelf. De ontheiliging van sacrale objecten had een sterk ritueel karakter. Hoe heiliger de voorwerpen, des te meer ze werden ontwijd. Beeldenstormers urineerden in het gewijde vaatwerk en besmeurden altaardoeken met hun uitwerpselen. De protestantse graaf van Culemborg voerde hosties aan zijn papegaai.


beeldenstorm


Bron: Sjef Hoogendoorn

1545 - Concilie van Trente
Het Concilie van Trente (1545-1563)
Het Concilie van Trente kende een lange voorgeschiedenis. In maart 1517 was het Vijfde Concilie van Lateranen afgesloten met een aantal voorstellen tot hervorming van de rooms-katholieke Kerk, maar hier werd verder geen vervolg aan gegeven. Nog in hetzelfde jaar schreef Martin Luther zijn 95 stellingen die het begin zouden vormen van de reformatie. Hijzelf en vele anderen in Duitsland hoopten dat het bijeenroepen van een concilie een eind zou kunnen maken aan de tegenstelling tussen lutheranen en de rooms-katholieke Kerk.
Moeizame voorbereiding
Maar in Rome voelde men weinig voor zo’n concilie. Dat kwam door eerdere ervaringen met de concilies in Pisa (1409), Konstanz (1414-1418) en Bazel (1431-1433). Tijdens die concilies was telkens gepleit voor een inperking van de macht van de paus en versterking van die van de bisschoppen. In Rome vreesde men dat tijdens een nieuw concilie die geluiden opnieuw de kop op zouden steken.

De omstandigheden voor een concilie waren bovendien niet gunstig. Er was voortdurend oorlog in Europa waarbij ook Rome niet werd gespaard: in 1527 plunderden troepen van de Duitse keizer Karel V de stad. Overigens was de keizer een voorstander van het houden van een concilie. Hij hoopte dat dit een einde zou maken aan de verdeeldheid tussen lutheranen en katholieken en zo de eenheid in zijn rijk zou herstellen.

Maar paus Clemens VII (1523-1534) was een tegenstander van het houden van een concilie en hij werd daarin gesteund door Karels aartsvijand Frankrijk. Diens opvolger Paulus III (1534-1549) deed er wel alles aan om een concilie bij elkaar te krijgen. Oorspronkelijk zou het in 1537 in Mantua bijeenkomen, maar het werd uiteindelijk 1545 in Trente. Dit was een compromis: Karel V wilde dat het in een gebied zou plaatsvinden dat direct onder zijn gezag stond en de paus wilde dat het niet te ver van Rome zou zijn. Trente voldeed aan beide voorwaarden. De eerste zittingsperiode duurde tot 1549.

Paus Paulus III drukte een zwaar stempel op het concilie door gedurende zijn pontificaat 71 kardinalen te creëren. Een deel van hen waren favorieten van Karel V, een ander deel van de Franse koning, maar er waren er ook bij die behoorden tot de spirituali, een groep hervormingsgezinden. Onder hen waren veel Italianen, maar ook de Engelse kardinaal Reginald Pole (1500-1558).

Als voorbereiding op het concilie had Paulus III in 1536 een commissie van kardinalen gevormd die de hervorming van de rooms-katholieke Kerk moesten voorbereiden. Een jaar later kwamen ze met hun rapport, ‘Concilium de Emendenda Ecclesia’, een advies over de hervorming van de Kerk. Hierin werd de nadruk gelegd op verbetering van de opleiding van de geestelijkheid zodat deze beter leiding kon geven aan de gelovigen. Een aantal van de kardinalen die het advies hadden opgesteld, was daarbij tot de conclusie gekomen dat hun visie op de rechtvaardigheidsleer nauwelijks afweek van die van Luther, namelijk dat de mens alleen gered kon worden door de genade van God en niet door goede werken te verrichten. Zij ontmoetten in 1541 in Regensburg enkele voorname lutherse theologen en inderdaad bleek er op dit punt overeenstemming mogelijk. Op andere punten, zoals het aantal sacramenten (twee volgens de lutheranen, zeven volgens de katholieken), bestond evenwel grote onenigheid en daarom kwam het niet tot een vergelijk. Het speelde de katholieken die tegen elk compromis met Luther waren in de kaart.
De eerste zitting
Dit bleek al tijdens de eerste zitting van het concilie. Het stelde vast dat de goddelijke openbaring wordt doorgegeven via de Schrift én via de Traditie. Dit in tegenstelling tot de lutherse opvatting dat dit alleen door de Schrift, Sola Scriptura, gebeurt. Dat was het eerste voorname resultaat van het concilie. Ook in tegenstelling met de leer van Luther was de bevestiging door het concilie dat de mens gerechtvaardigd werd door Gods genade én de goede werken die de mens verrichtte. Hiermee was de weg naar een compromis met de lutheranen praktisch afgesneden. Verder werd bepaald dat de Vulgaat de officiële tekst van de Bijbel bleef, ondanks dat onderzoekers als Erasmus hadden vastgesteld dat er fouten in de vertaling waren gemaakt.

Hierna stonden enkele kwesties op de agenda die de levenswijze van de geestelijkheid betroffen. Paus Paulus III had eigenlijk eerst alle theologische kwesties willen afhandelen. Hij vond dat de leer van de Kerk duidelijker geformuleerd moest worden omdat er hierover veel verwarring heerste onder de gelovigen. Maar onder druk van keizer Karel V werden ook de bezwaren behandeld die de protestanten hadden tegen een aantal wantoestanden binnen de Kerk. Een daarvan was het verschijnsel dat bisschoppen en priesters meerdere functies hadden. Daardoor waren ze bisschop of pastoor in een bepaalde plaats en ontvingen ze hiervoor inkomsten, maar ze lieten zich er nooit zien omdat ze elders een andere lucratieve functie bekleedden. Dat was ook het geval met veel medewerkers van de Curie. Ze waren bisschop van een of ander bisdom, maar kwamen er nooit.

Daar wilde het concilie een einde aan maken, maar Paulus III begreep dat dit hem veel steun in Rome zou kosten. Onder het mom van een dreiging van een tyfusepidemie verplaatste hij het concilie naar Bologna, een stad in de Kerkelijke Staat waar hij meer controle over de vergadering zou hebben. Maar de Duitse bisschoppen die aan de kant van Karel V stonden, weigerden mee te gaan. In februari 1548 schortte Paulus III daarom de zitting van het concilie op.
De tweede zitting
In 1549 overleed Paulus III en in het conclaaf dat daarop volgde, leek kardinaal Pole een goede kans te maken. Als hij gekozen zou worden, was de kans groot dat er toch weer een opening naar de lutheranen gezocht zou worden. Maar uiteindelijk werd er een gekozen die de steun genoot van de Franse koning omdat die tegen de heropening van het concilie was.

Karel V zette de nieuwe paus Julius III (1550-1555) echter onder zware druk zodat in 1551 het Concilie toch opnieuw bijeenkwam. Het stelde enkele decreten op over de transsubstantiatieleer, maar liet enkele andere kwesties liggen. Het was de bedoeling dat lutherse en calvinistische theologen aan dit debat zouden deelnemen. Maar in de zomer van 1552 rukten opstandelingen die de wapens hadden opgenomen tegen keizer Karel V op naar Trente en werd het concilie opnieuw opgeschort.

Julius III maakte geen haast met de hervatting, maar zijn opvolger Marcellus II was uitgesproken hervormingsgezind. Zijn vroegtijdige dood – hij stierf binnen een maand na zijn verkiezing – verhinderde echter dat hij het concilie heropende. Bij het conclaaf dat daarop volgde, sloeg de balans weer door naar de andere kant. De nieuwe paus Paulus IV was een voorstander van hervormingen, maar dan wel onder zijn leiding en niet onder die van een concilie. Kardinalen als Pole, die hadden aangedrongen op gesprekken met de protestanten beschouwde hij als ketters.

Het overlijden van Paulus IV in 1559 en de verkiezing van Pius IV maakten de weg vrij voor de hervatting van het concilie, maar er was opnieuw politieke druk voor nodig. Nu waren het zowel de nieuwe Duitse keizer, Ferdinand I, als de Franse koning die aandrongen op een concilie dat het overleg met de protestanten zou hervatten. Beiden hadden te maken met groeiende verdeeldheid in hun rijk: in het Duitse rijk wonnen de lutheranen aan invloed gewonnen en in Frankrijk nam de aanhang van het calvinisme hand over hand toe.
De derde zitting
Maar het was de koning van Spanje, Filips II die de de doorslag gaf. Hij zorgde er in 1562 voor dat het concilie werd hervat maar ook sloot hij elk compromis met de protestanten uit. Maar het concilie kon wel de verdere hervorming van de rooms-katholieke Kerk ter hand nemen: eindelijk werd ondubbelzinnig vastgesteld dat bisschoppen en pastoors residentieplicht hadden. Carolus Borromeus, in de beste nepotistische tradities door zijn oom Pius IV tot kardinaal gecreëerd, gaf het goede voorbeeld. Hij vestigde zich als aartsbisschop van Milaan daadwerkelijk in de stad. En niet alleen dat: hij preekte regelmatig, hield toezicht op het bestuur en op de geestelijkheid en organiseerde een provinciale synode op de hervormingen van Trente in de praktijk te brengen. Zelfs toen in de stad de pest uitbrak, vluchtte hij niet zoals andere vooraanstaande lieden in die situatie gewoon waren te doen, maar hielp bij het verplegen van de zieken.
De afsluiting
In 1563 werd het concilie afgesloten en op 26 januari 1564 bevestigde Pius IV de besluiten van het concilie. Ze werden gepubliceerd, maar niet overal even snel uitgevoerd. Zelfs in Spanje waren er bezwaren omdat een van de besluiten de vorsten, en dus ook Filips II, het recht ontzegde om bisschoppen te benoemen. Na de dood van Pius IV in 1566, werkte zijn opvolger Pius V de besluiten verder uit met de publicatie van een catechismus, een nieuw brevier en het missaal dat het model werd voor de Tridentijnse ritus zoals die tot het Tweede Vaticaans Concilie voorgeschreven was.

Zo had de rooms-katholieke Kerk haar leer opnieuw gedefinieerd en afgezet tegen die van Luther en Calvijn. Degenen die hadden aangestuurd op een compromis met de reformatoren hadden aan het kortste eind getrokken. Zo’n compromis was trouwens moeilijk geworden omdat ook de lutheranen en calvinisten hun leer hadden gedefinieerd die op wezenlijke punten verschilde van die van de rooms-katholieke Kerk.

Toch kan het Concilie van Trente niet beschouwd worden als louter en alleen een reactie op de reformatie. Een aantal historici spreekt daarom niet meer van ‘contra-reformatie’, maar van ‘katholieke reformatie. Net als de reformatie van Luther en Calvijn was deze katholieke reformatie een aanpassing aan de nieuwe tijd. Naast de adel en de geestelijkheid waren de burgers een factor van belang geworden. Ze hadden grote invloed in de steden en waren goed opgeleid zodat ze in godsdienstige zaken een kritische houding konden aannemen. Met het Concilie van Trente was een begin gemaakt met het uitbannen van de misstanden die aanleiding waren geweest tot de hervorming. Zielzorg was de voornaamste taak van priesters en bisschoppen; de positie van de paus was versterkt.


Bron: Tilburg School of Catholic Theology, met dank aan Jan Brouwers.


concilie van Trente


1542 - Maarten van Rossum
Maarten van Rossum (ook Marten en Rossem; Zaltbommel, ca.1478 – Antwerpen, 7 juni 1555) was een Gelderse legeraanvoerder, die buiten zijn vaderland zeer werd gevreesd door de nietsontziende manier waarop hij oorlog voerde. In een lange carrière bracht hij zijn lijfspreuk: "Blaken en branden is het sieraad van de oorlog" veelvuldig in de praktijk. Zijn manier van oorlogvoeren is goed te vergelijken met die van zijn Italiaanse collega's de condottieri en kenmerkte zich door guerrilla-achtige tactieken, waarbij de burgerbevolking nog minder dan in zijn tijd gewoon was werd ontzien.
Gedurende dertig jaar diende hij de belangen van de hertogen van Gelderland Karel van Egmont en diens opvolger Willem van Gulik, Berg en Kleef in hun strijd om de onafhankelijkheid van Gelderland veilig te stellen tegen de Habsburgse Nederlanden van keizer Karel V. Van Rossum bracht een lange lijst van wapenfeiten op zijn naam, waaronder de verovering van Arnhem en Rhenen door het toepassen van krijgslisten, plundertochten in Holland, de verovering van Utrecht in 1527, zijn opzienbarende aanval op Den Haag in 1528 en zijn veldtocht tegen Brabant (1543-43). Na de ondergang van het hertogdom Gelre vocht hij de laatste jaren van zijn leven in dienst van zijn oude vijand keizer Karel V tegen Frankrijk.
Historische context
Aan het eind van 15e en het begin van de 16e eeuw probeerden de Bourgondiërs (onder anderen Karel de Stoute) en hun opvolgers de Habsburgers (Maximiliaan I van Oostenrijk en keizer Karel V) hun erfgrondgebied in de Nederlanden uit te breiden. Zij hadden in de noordelijke Nederlanden reeds Brabant, Holland en Zeeland onder controle, maar trachtten ook de rest van dit gebied te veroveren. Dat leverde strijd op met de bisschop van Utrecht, die heerste over het Sticht (Utrecht) en het Oversticht (Overijssel, Drenthe en Groningen), met de hertog van Gelre (Gelderland), en met het min of meer “vrije Friesland. Er werden door de Habsburgers geregeld zelfs militaire campagnes in deze gebieden ondernomen, wat dan weer reacties opriep van deze tegenstanders.
Militaire loopbaan
In 1542 verklaren Karel de V, Heer der Nederlanden, en Maarten van Rossem en de Heer Hertog van Gelre onderling de oorlog. Maarten van Rossem wilde Antwerpen innemen en trok daartoe naar Brabant. 's-Hertogenbosch weten Maarten te weerstaan maar Vught en Oisterwijk, Vlijmen en Boxtel werden geplunderd
Maarten van Rossum trekt met zijn Gelderse troepen door Brabant een spoor van ellende achter zich latend.
In de Unie van Utrecht verenigde ook vele Brabantse steden om zich te ontdoen van het Spaanse juk.
De Gelderse oorlogen en de vrijheidsstrijd van de Verenigde Provinciën worden veelal op Brabant grondgebied uitgevochten.
Hierdoor verarmen de Brabantse steden, dorpen en gehuchten.
Dit alles heeft ook zijn uitwerking op de Heerlijkheid Tilburg en Goirle.


Maarten van Rossum


1524 - Sint Joris Tilburg
In het begin van de 16e eeuw komt de Heerlijkheid Tilburg en Goirle in het bezit van de familie van Malsen door het huwelijk van Margriet van Haestrecht met Robbrecht van Malsen. In deze periode wordt de kaert van het gilde begiftigd. Margriet van Haestrecht komt voor 1524 te overlijden. De juiste datering van de 'kaerte' is niet meer te achterhalen. Duidelijk is dat de kaerte voor het overlijden van Margariet is uitgegeven. Het gilde Sint Joris Tilburg was voor de bevestiging met een kaerte als broederschap al actief. In 1483 vindt men in de archieven van het bisdom Luik een vermelding over een altaar in de kerk van Tilburg toegewijd aan Sint Joris. Deze vermelding wettigt de gedachte dat aan dat altaar een broederschap verbonden is geweest.
De inrichting van het Gilde Sint Joris Tilburg heeft ongetwijfeld model gestaan voor Sint Joris Goirle, wat mag blijken uit de vele overeenkomsten uit de kaert.


gildekist van Sint joris Tilburg.


Bron: Gilde St. Joris Tilburg

1521 - Papegaai
Uit: OUDE SCHUTTERIJ IN NEDERLAND
auteur W.J. Hofdijk | Amsterdam 1874.
citaat 1 |1521|
De Amsterdamsche Kolveniers, benevens de 'andere twee Schutterijen ende Gilden vanden Voetboge ende vanden Hantboge', stoten reeds sinds de lente van 1521 wekelyks naar het doel, ingevolge Keizer Karels Ordonantie van dien tijd: 'Om die Schutters ende Gilde Broeders vande voorschreven drie Schutterijen ende Gilden vaster in haer schieten te hebben, ende kennisse ende vrundschap tusschen henluyden te brengen', was 't noodzake' dat zy dickwils ende ten minste eens ter weke in hare Hoven vergaderen souden. ende aldaer schieten, ende oock in een, twee of drie jaren eens na de Papegaay schieten'.

Duidelijk is dat het schieten op de papegaai een recreatieve functie heeft om de onderlinge band te verstevigen en vriendschap te onderhouden.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
citaat |1757|
Item, of er in de toekomenden tijde by de gemeene Schutterije bestemd worde om een papegaye te rechten, ende daer daer na te schieten, om een Koning te maecken, ofte oock omme gemeene vergaderinge van de schutterije te houden met eten ende drincken, hoe 't selve soude mogen gebeuren, soo sal de gemeene Schutterije vrij ende exempt wesen vab excijs van alle haer Wijn ende Bier die sy-luyden ter oorsaeke van dien sullen inlegghen ende behoeven, ende soo wie Koningh werdt, sal van als genieten vrij excijs geduerende sijn Koningschap, ende langher niet, ende sal daaer-en boven die Schutterije van nu voortaen ghenieten uyt de Stadts innekoomen, soo wanneer sy die papegaye schieten, tien ponden Vlaems, ende soo wanneer sy rekenmael houden ses ponden Vlaems.

Bij de sacrale broederschappen ziet men in de 15e eeuw dat zij in Brabant worden omgevormd tot Gilden. Deze gilden kopiëren de Schuttersgilden en Schutterijen.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
citaat 3 |1550|
Het geheimzinnig getal van drie deed ook by deze feestelyke oefening zijn invloed van onheuglyke eeuwen gelden: 'Een yeghelcijk Schutter-broeder zal ghehouden wesen te komen ter selver plaetsen ende ure die hem beteyckent wordt, met zijn Boschkruyt ende Loot, ende drie schooten schieten na de Papegaye, ofte potten na ouder gewoonte, op de boete van thien stuyvers, te verdeuren teghens den Provoost'.

Als men in dit citaat het 'Boschkruyt' vervangt door 'Kruisboog' kan dit artikel één op één in de Kaerte van het gilde Sint Joris worden geplakt.


Bron: Gilde St. Joris

1517 - Reformatie
De Protestantse Reformatie was het 16e-eeuwse schisma binnen het westerse christendom, dat ingezet werd door Maarten Luther, Johannes Calvijn en andere vroege protestanten. Het startpunt van de Reformatie wordt traditioneel in 1517 gesitueerd, wanneer Maarten Luther zijn 95 stellingen ophangt aan de deur van de Slotkerk te Wittenberg. In dit disputatio klaagt Luther de machtsmisbruiken van de clerus aan binnen de Rooms-katholieke Kerk.
Volgens sommigen begon de Reformatie al in de 15e eeuw onder Johannes Hus. Andere vroege aanzetten tot verandering waren er al voor de 15e eeuw, gezien onder andere de opkomst van de Moderne Devotie van Geert Grote. Belangrijke vertegenwoordigers van de Reformatie waren Maarten Luther (Duitsland), Huldrych Zwingli (Zwitserland) en Johannes Calvijn (Frankrijk). Ze hadden de bedoeling om de katholieke Kerk van binnenuit te hervormen. Door de paus en andere leiders binnen de katholieke Kerk werd de Reformatie echter afgewezen en bestreden, hierbij gesteund door rooms-katholieke vorsten onder leiding van de jonge keizer Karel V. Hierdoor kwam het tot een breuk tussen de gereformeerden en de rooms-katholieken. Ondanks het verzet groeide de aanhang van de hervormingsgezinden snel, onder meer dankzij de verbreiding van de boekdrukkunst; ook voedde de Reformatie de politieke tegenstellingen tussen Europese vorsten en edelen, met als gevolg verschillende godsdienstoorlogen en opstanden. De invloed van de Reformatie strekt(e) zich uit over vele landen en is tot op de dag van vandaag merkbaar in Kerk en samenleving over een groot deel van de wereld. De 16e-eeuwse Reformatie wordt door protestanten gezien als een grote en diep ingrijpende opwekking in de Kerk.

Luther verzette zich tegen het idee dat de mens zelf zijn redding moet bewerkstelligen. Hij greep terug op de teksten van de apostel Paulus, waarin deze uitlegt dat redding voortkomt uit de genade van God, niet uit werken van de mens. Luther verzette zich daarom sterk tegen de handel in aflaten. Een belangrijk verschil tussen Luther en een verlichte denker als Erasmus was dat Luther de leer van de vrije wil tot het goede afwees, terwijl Erasmus deze juist verdedigde.

Het nieuws over Luthers reformatorische ideeën verspreidde zich door de drukpers snel over de rest van Europa. In Engeland richtte Hendrik VIII de Kerk van Engeland op en werden de kloosters gesloten. Hendrik VIII deed dit echter niet uit sympathie voor Luther, maar omdat hij van de paus geen toestemming kreeg om te scheiden van zijn echtgenote Catharina van Aragon. In Denemarken slaagde Christiaan III er met de hulp van de Hanzesteden in om het Lutheranisme op te leggen aan Denemarken en Noorwegen. In Zweden benoemde koning Gustaaf I Wasa zichzelf tot hoofd van de Zweedse Kerk en dwong zijn onderdanen om de Lutherse hervorming te aanvaarden. Ook Frankrijk, Schotland en Zwitserland waren ontvankelijk voor de nieuwe ideeën. De man die zich zou ontpoppen als de belangrijkste protestantse hervormer van Europa was een Fransman genaamd Johannes Calvijn.

De beweging van Calvijn, die later het calvinisme genoemd zou worden, zorgde voor een tweede reformatorische golf, nadat aanhangers van het lutheranisme van Maarten Luther de eerste vervolgingen door de Rooms-katholieke Kerk hadden ondervonden.

De Nederduits Gereformeerde Kerk volgde een geloofsleer zoals die in het jaar 1561 door Guido de Bres in de Nederlandse Geloofsbelijdenis was samengevat. Voor het onderwijs in de kerken maakte men gebruik van de door Petrus Datheen vertaalde Heidelbergse Catechismus, opgesteld in 1563.

Als onderdeel van het reformatorische streven ontstond in de 16e eeuw de revolutionaire stroming van de Wederdopers. Zij werden, mede vanwege hun kritische houding ten opzichte van Kerk en overheid, zwaar vervolgd, niet alleen van rooms-katholieke zijde, maar ook door lutheranen en calvinisten. In later tijd kregen zij de naam van Doopsgezinden. Een van hun leiders was de Fries Menno Simons; doopsgezinden werden -naar hem - ook wel Mennonieten genoemd.


Maarten Luther


1500 - 15e eeuw
De Zeven schepenen van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle vormden een zelfstandig bestuur onder leiding van de Schout. Voor Goirle waren er 2 schepenen afgevaardigd om de lopende zaken te regelen. De schepenen waren benoemd door de Heer van Tilburg en Goirle. Onder leiding van de Schout moesten de schepenen rechtspreken naar de regelen, die in den Bosch gevolgd worden.
De geestelijke bediening is in handen van Rector Dominius Rumoldus Frederici. Hij was ook rector van het Fabianus- en Sebastiaansaltaar in Oisterwijk. Waarschijnlijk heeft hij weining tijd in Goirle vrijgemaakt want hij laat zich vervangen door Dominus Gijsbert Hermans
Het totaal aantal inwoners van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle bedroeg ongeveer 1700 inwoners. Met de verdeelsleutel over de 7 schepenen met daarvoor 2 leden voor Goirle kan men stellen dat Goirle 500 inwoners had, verdeeld over 100 vuurhaarden.


1500 - Gilde Sint Joris is voor 1569 al actief
Uit de kaerte:
Die lijvige getrouwe die Hoofdman, Coninck Dekens en de Gesworen van Sint Joris Guld In den dorpe van Ghoorll voor hun selven en de vervangende die gemeijne gesellen van der voorschreven Gulden onsen dorpe voorschreven onse tot onser vermannige overgebracht ende geëschibeert hebben seeckeren ordinancien ende statuten bij geschrifte die sij in den voorschreven Gulde dus lange geobserveert hebben ende onderhouden........
De tekst bevestigt dat bij de begiftiging van de kaerte in 1569 door Karel van Malsen de broederschap al langer bestond. zie: Gilde Sint Joris in oorsprong een kerkelijke broederschap.

In het begin van de 16e eeuw wordt de parochie bediend vanuit het Dekenaat Hilvarenbeek. De parochie
sint Jan de Doper kent dan nog geen pastoor.

Rond de kerk Sint Jan de Doper is een nieuwe Heertgang ontstaan genaamd Kerk, gelegen tussen Abcoven en Dorp. Hier speelde het kerkelijke leven zich af waar de broederschap, het latere gilde Sint Joris, actief aan deel nam.
Rond de kerk is het kerkhof. Degene die het konden betalen werden in de kerk begraven. (zie oude grafstenen in huidige kerk)

De begiftiging van de Kaerte van het gilde St. Joris door Karel van Malsen is ten tijde van het pastoraat van Peter Soffaerts. Zijn familie Soffaerts is verbonden met het gilde. Michiel Soffaerts is in 1588 hoofdman van het gilde Sint Joris


straatbeeld uit de middeleeuwen.


1500 - Infrastructuur in 16e eeuwse Goirle
Zie lemma 1500: infrastructuur in 16e eeuwse Goirle


1499 - Einde 15e eeuw
Tegen het einde van de 15e eeuw lopen ook de Middeleeuwen ten einde. Door de ontwikkelingen rond de boekdrukkunst kon kennis en wetenschap verder ontwikkelt worden en wereldwijd verspreid worden.
In de middeleeuwen ontwikkelde zich in de steden de gilden. Zij zullen uitgroeien tot rijke en machtige bolwerken die zitting hadden in het stadsbestuur.
Uit de ambachtsgilden werden milities samengesteld die werden ingezet voor de bescherming van de stad.
Uit deze milities ontwikkelde zich later in de steden de schuttersgilden, waarvan de compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh, beter bekend als de nachtwacht, wel de bekendste is.
De gilden in de heerlijkheden, leengoederen en dorpen kennen een totaal andere ontwikkeling. Hier ontwikkelde de gilden zich uit kerkelijke broederschappen, verbonden aan een parochie.


de Nachtwacht van Rembrand van Rijn


1480 - Gilde St. Joris is in oorsprong een kerklijke broederschap
Gilde Sint Joris in oorsprong een kerkelijke of sacrale broederschap

De Quartae Capellae.
Al in de middeleeuwen vielen de bisdomgrenzen niet samen met de politieke invloedssferen van de bisschoppen. Ook de grenzen van dekenaten vielen in het midden van de Middeleeuwen niet meer samen met de grenzen van graafschappen of andere machtsgebieden. Verder zien we vanaf de tiende eeuw langzaam territoriale afscheidingen ontstaan in de vorm van de dekenaten en abdijen. Hierin ligt mogelijk de verklaring voor het feit dat de Heerlijkheid Tilburg en Goirle twee parochies kende onder een verschillende jurisdictie. De parochie Sint Dionysius uit Tilburg stond onder de invloedssfeer van de Abdij van Tongerlo en de parochie Sint Jan de Doper uit Goirle werd bediend vanuit het Dekenaat Hilvarenbeek. Daarbij waren het twee ‘gemeentes’ tot de stichting van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle in 1387. Hierdoor ontwikkelden de beide parochies Sint Dionysius en Sint Jan de Doper zich gescheiden en dat bleef zo, ook toen de Heerlijkheid Tilburg en Goirle ontstond, want de kerkelijke scheiding van de parochies bleef gehandhaafd. Zo is het verklaarbaar dat later twee gilden Sint Joris in de Heerlijkheid hun ’caerte’ ontvingen.
Met de sloop in 1897 van de oude parochiekerk, gebouwd in ±1450, werden onder het bestaande priesterkoor onder leiding van Dr. J. Cuijpers de fundamenten bloot gelegd van een nog ouder kerkje of kapel. Het priesterkoor was op de oude fundering van de 'Quartae Capellae' gebouwd. De datering naar bouwvorm en materiaalgebruik wordt door architect Kuijper geschat op de 12e eeuw. Hieruit mag men concluderen dat het kerkelijk leven in Goirle zijn oorsprong vindt in de 11e of 12e eeuw. We zullen trachten een beeld te schetsen van de omgeving ter plaatse van de kapel in de 12e eeuw.

De Heerlijkheid Tilburg en Goirle.
In 1407 kwam de Heerlijkheid Tilburg en Goirle middels een pandbrief in het bezit van het geslacht van Malsen, de familie die later de gilden Sint Joris uit Tilburg en het Goirlese Gilde Sint Joris zal bevestigen. De Heerlijkheid Tilburg en Goirle vormde het zuidelijkste deel van de Meierij met ’s-Hertogenbosch als hoofdstad. De geografische ligging van de Heerlijkheid welke Goirle tot grensgebied maakte heeft voor Goirle, de parochie St. Jan en het gilde St. Joris de geschiedenis voor een deel bepaald.
In de Middeleeuwen kennen we in Goirle drie kernen van bewoning: Hoogeind, Dorp en Abcoven. Deze woonkernen zullen we duiden als heertgangen die hun namen nog moesten krijgen. Deze vroege bewoning lag op afstand van de Quartae Capellae langs het riviertje de Leij. Dit is geen logische ontwikkeling want een dorp ontwikkelt zich rond de kerk met de toren als baken in het landschap. De situatie in Goirle roept dan ook vele vragen op. Met de aanleg van de Kerkweg, de hedendaagse Kloosterstraat, werd de Heertgang Dorp verbonden met de kerk St. Jan en zo ontstond de vierde Heertgang ‘de Kerk’.

De middeleeuwse baan.
De kapel langs de Middeleeuwse baan in het stroomgebied van de Leij was gebouwd op een hoge zandrug gemarkeerd door ‘de Kètsheuvel’ en ‘de Bergen’, de hedendaagse Kerkstraat en Bergstraat. De oude baan voerde van Ravels via Poppel en Gorp over Breehees langs de kapel naar Oerle in Tilburg. Op steenworp afstand van de kapel stond de Goirlese watermolen waarvan de oudste vermelding uit 1443 stamt. De middeleeuwse baan, kapel en watermolen rechtvaardigen de gedachte dat op die plaats meer is geweest dan heidevelden en zandverstuivingen.
De Quartae Capellae werd bediend door het dekenaat Hilvarenbeek net als Gorp en Breehees. Dit in tegenstelling tot de Heerlijkheid Tilburg waarvan de parochie door de Witheren van Tongerlo werd bediend. Het is zeer aannemelijk dat de ontwikkeling van het gebied rond de watermolen en kapel vanuit Breehees met Hilvarenbeek in verband moet worden gebracht. Vanuit deze optiek is het verklaarbaar dat de Heerlijkheid Tilburg en Goirle later twee gilden Sint Joris kenden.
In het middeleeuwse Goirle kunnen we zo twee linten met bewoning onderscheiden. Een eerste lint van bewoning van Hoogeind, Dorp en Abcoven via het ‘Veestraotje en Gôolsendam’ naar Oerle. Een tweede lint loopt via Gorp en Breehees langs de Quartae Capellae over Abcoven en het Veestraotje ook naar Oerle in Tilburg-Zuid.

Hagel- of veldkruis.
In de stroomrichting west-oost tussen de waterlopen 'de Katsbochte en ’t Maoske’ stond in het veld een 'hagelkruis'. De oudste vermelding als een toponiem is uit 1533. Helaas is de plaats niet exact bekend. Het kruis moet ergens langs de verbinding 'het Ven' en 'Abcoven’ hebben gestaan ter hoogte van de plaats die wij vroeger voor de bouw van de Grobbendonk aanduiden als 'Tweepad'.
Een hagelkruis in het veld duidt op Romeinse invloeden. Deze stenen veldkruizen markeerden dikwijls zeer oude Romeinse grenzen en routes. Rond die hagelkruizen ontstond een voorchristelijke cultus die later werd gekerstend.

Opgravingen in de Groote Ackers hebben leveren sporen op van bewoning vanaf de 6e eeuw. De resultaten van die opgravingen in 1986 waren; Sporen van een nederzetting uit de late bronstijd , fragmenten uit de ijzertijd, maar ook vondsten uit de late Middeleeuwen. Deze bodemvondsten werden langs de Huidige Rllaertsebaan en op de lokatie van de huidige basisschool de Bron gedaan.
In 1907 werd tijdens grondwerkzaamheden een aantal Romeinse grafresten en een Romeinse amfoor opgegraven ter hoogte van de reeds ook verdwenen jute-weverij van Janus de Vries aan de Tilburgseweg. In de naaste omgeving van de bodemvondsten heeft ergens het stenen hagelkruis gestaan.
De opgegraven Romeinse artefacten in relatie met het hagelkruis met de vondsten uit de Merovingische tijd (5e - 8e eeuw) rechtvaardigen de suggestie van Romeinse aanwezigheid ter plaatse.
Met name nabij het hagelkruis kon zich een sacrale cultus ontwikkelen omdat van kerken, kapellen of andere christelijke relieken nog geen sprake was. Honderden jaren hebben mogelijk bewoners naar het hagelkruis getrokken ter afweer van rampspoed, onheil en ander natuurgeweld.
De mensen leefden dicht bij de natuur waarbij het volksgeloof goed kon gedijen. De volksdevotie zal eeuwen lang in het Brabantse land een belangrijke plaats gaan innemen en blijven innemen.
Zo ontwikkelde zich rond de kapel aan de Leij midden op de hei tussen de beemden een katholieke geloofsgemeenschap zoals die zich ook in andere omliggende dorpen vanuit eenzelfde tijdgeest manifesteerde.

De eerste kapel langs het riviertje de Leij.
In de 11e en 12e eeuw zien we dat het hele openbare leven zich buiten afspeelde. Zo ook rond de Quartae Capellae, er ontwikkelde zich een beleving van processies en 'ommegancken'. Hoe die processies eruit gezien moeten hebben, kunnen we ons wel enigszins een voorstelling van maken. De vaste ingrediënten waren: Een processiekruis, een pastoor of bediener, processievaandel, gezang, broederschapsvaandels, wijwater en natuurlijk de klok die in de kapel gehangen moet hebben. Kinderen speelden hier een belangrijke, rol bij. Men trok in processie door de velden, rond de kerk of naar het hagelkruis. Langzaam ontwikkelde zich uit die katholieke geloofscultuur de broederschap verbonden aan een parochie, die al dan niet onder leiding van een pastoor of geestelijke van een lagere orde, de vele ommegangen en processies begeleidden.

Stichten parochie Johannes de Doper Goirle.
Het stichten van de parochie Sint Jan de Doper in Goirle is gehuld in nevelen van het verleden, er zijn geen geschreven bronnen. Wel ziet men dat vanaf de 11e eeuw de schutspatroon van parochies hier in de omgeving onder Sint Jan de Doper wordt gesteld. We zien die ontwikkeling in Weelde, Waalwijk, Moergestel, Oosterhout, Waspik en Raamsdonk. In Goirle moet het mogelijk hetzelfde zijn gegaan.
In 1329 is er een belangrijke geschreven bron. Op 28 maart 1452 wordt door Philips van Bourgondië aan de heer van Tilburg en Goirle het recht verleend, uit beide plaatsen te kiezen en aan te stellen, 'zeven wettige mannen, die wijste ende regtverdigste die sy sullen konnen vinden tot schepenen aldaer te zijn'. Aan het hoofd van die zeven Schepenen kwam een Schout te staan en de heerlijkheid kreeg een eigen rechtbank. Van toen af had de heerlijkheid één bestuur en dat zou zo blijven tot 1803 als Goirle weer een zelfstandige gemeente wordt. Twee afgevaardigde schepenen van Goirle, vergaderden met of zonder Schout en vormde zo een soort van dagelijks bestuur voor de dagelijkse gang van zaken in Goirle en vormde zo het eerste bestuursapparaat waaraan verantwoording moest worden afgelegd.
De huizen en hutten rond de kerk waren met het verstrijken van de tijd uitgegroeid tot de vierde Heertgang. Ook het religieuze leven was geëvalueerd tot een gesloten Goirlese gemeenschap. Hierdoor ontstond langzaam de behoefte om de 'Quartae Capellae' uit te bouwen tot een kerk met een toren. Rond 1450 moet de bouw begonnen zijn. De bestaande Quartae Capellae werd priesterkoor en in het verlengde daarvan werd de kerk uitgebreid met een kruisgewelf en 3 hallen met een toren. Dit is mogelijk ook het moment waar de kerk wordt ingewijd door de Bisschop tijdens de 'kerkmisse' en onder de schutsheilige van Sint Jan wordt geplaatst. Hiermee was de jaarlijkse 'kerkmisse' de kermis op 24 juli op naamdag van St. Jan, 24 juni een feit.

Religieus leven van de bewoners.
Het religieuze leven speelde zich bij het stichten van de kapel grotendeels af in de publieke ruimte met processies en ommegangen, maar met een kerk centraal in de woongemeenschap, verplaatsten de activiteiten meer naar binnen, waarbij moet wel worden opgemerkt dat de processies en ommegangen zeer 'populair' bleven. In de loop van de tijd moet ook het aantal broederschappen zijn uitgebreid, die veelal aan een altaar in de kerk waren verbonden. In de Sint Jan zijn ook verschillende altaren toegewijd geweest aan heiligen. Zo kennen we uit de archieven de altaren die toegewijd waren aan Onze Lieve Vrouwe Vrouw, de Heilige Barbara en Sint Anna. Gegevens over een altaar voor het gilde van Sint Joris ontbreken en er zijn ook geen aanwijzingen daarvoor. De kaarsen die de gildebroeders moesten leveren aan de kerk hebben mogelijk enkel gediend voor de verlichting tijdens donkere dagen.
Met het aflopen van de middeleeuwen had zich in de Goirlese gemeenschap een bovenlaag ontwikkeld die verenigd waren in de bestaande broederschap van de parochie Sint Jan de Doper. Langzaam ontwikkelden zij ook profane activiteiten om ook hun gemeenschappelijke belangen veilig te stellen. Deze ontwikkelingen herkennen we op vele plaatsen in Brabant en we zien daarin ook een gelijke ontwikkeling. Naar het voorbeeld van de ambachtsgilden uit Den Bosch, tot op dat moment de enige bestuurlijke organisatievorm voor burgers, werden de kerkelijke broederschappen omgevormd tot gilden met een geheel eigen 'rechtspersoon' geïnstitueerd door de wereldlijke overheid.
Zo moet het ook zijn gegaan in de Heerlijkheid Tilburg en Goirle. In 1569 bevestigde Karel van Malsen het gilde Sint Joris met de begiftiging van de ‘ kaerte’. Sint Joris legde, zoals dat zo mooi klinkt, verantwoording af aan de wereldlijke en kerkelijke overheden. De sacrale broederschap is het gilde Sint Joris geworden en de oude waarden zijn bewaard gebleven. Trouw aan God, Koning en Vaderland.



Augustus. 2015
Sjef Hoogendoorn.


Oude hoofdingang via de toren van de kerk Sint Jan


het hagelkruis in de Kerkakkers - impressie Quartae Capellae langs de Leij


detail uit de kaart van Hendrik Verhees 1790


deelkaart gebied 's Herthogenbosch / Tilburg


watermolen aan de Leij


Bron: Sjef Hoogendoorn

1450 - Parochie Sint Jan
Tijdens de sloop van de oude parochiekerk in 1896 wordt een belangrijke ontdekking gedaan. Onder het priesterkoor wordt de fundering van een nog oudere kapel bloot gelegd. Onderzoek door Dr. J. Cuypers, de architect van de nieuw te bouwen kerk stelt dat de gevonden fundering van de 12e eeuwse 'Quartae Capellae' is geweest. Hiermee wordt bevestigd dat in de 12e eeuw al een kerkje heeft gestaan voor het belijden van de katholieke godsdienst. Ook mag men stellen dat Goirle toen al een plaats van enige potentie was daar een kapel wordt gebouwd.
Wel vreemd is dat de kapel wordt gebouwd op een plaats waar op dat moment geen bewoning is. Er is wel in het verleden daarover gespeculeerd maar het blijven veronderstellingen.
twee metselaarstekens markeren de oude ingang van de kerk. Dit zijn de punten waar eertijds de bisschop aan de buitenzijde heeft gezegend.


fundering van 'quartae capellae'welke vrij kwam onder het priesterkoor bij sloop kerk in 19e eeuw


ingang van de kerk in de 16e eeuw


Bron: C. Robben | A. Vermeulen | Dr. J. Cuypers

1420 - De Schuttersgilden - de Schutterijen - de burgerwachten . de Milities.
Uit: Schutterijen 1505 - 1908
auteur: Dr. C. te Lintum. | 1909 |
titel: 'De oude schuttersgilden en schutterijen'

De oudste bekende schuttersgilden zijn uit de 12 eeuw en dit zijn dan nog zeer zeldzame verschijningen. In de 13e eeuw worden ze talrijker en beter na te gaan, omdat uit dien tijd nog stichtingsbrieven (charter) zijn bewaard, doch niet uit de Nederlanden, wel uit België en Duitsland. In het Hollandsche zijn nergens bepaalde gilden aan te wijzen vóór de 14e eeuw, het in de dagen der Hoekse- en Kabeljauwsetwisten in Leiden, 1420, dat ze verschijnen, eerst in 't Zuiden en Oosten, daarna ook in het westen, bijvoorbeeld, de Dordt, Delft, Haarlem, enz. Ze zijn dus niet zo oud als de steden, want die dateren bij ons bijna alle uit de 13e eeuw.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
De schuttersgilden en schutterijen vinden hun ontstaan in het beschutten van poorters uit de steden die voor de veiligheid in de stad zorg droegen. Dit in tegenstelling tot de profane of lekengilden die hun oorsprong moeten zoeken in de parochies onder het gezag van een Heer. Wel richten de broederschappen die door de begiftiging met een 'Caerte' in zekere zin profaan werden in als de oude schutterijen. Het herkennen de Hoofdman en de Dekens. Voor de zeer beperkte functie als beschutter kiest men een wapen, afhankelijk van de beschermheilige. In de parochie Sint Jan te Goirle kiest men in de tijdsgeest voor Sint Joris, en er wordt geschoten op de papegaai.


de stadswacht doet zijn ronde door de nachtelijke stad.


Bron: Sjef Hoogendoorn

1413 - Kledij van de Schuttersgilden, schutters en burgerwachten
Uit: de Oude Schutterij in Nederland |1874| auteur: W.J. Hofdijk

- Voorts, so sal elck Schutter jaerlix hebben een nieuwe Pallore, als des eens 's jaers eenen Rocke of Tabbert of vlieger, of diergelijck, ende anderen jaers een corpoen -
pallore [mid. ned.]: lijkrok en hoofddeksel
tabbaert, [mid.ned.]: tabbaard | tabbaerd [Kiliaan]: vulgo tabardus ]
Naam van een lang afhangend overkleed van mannen en vrouwen (ook aldus bij Lübben), zoowel van aanzienlijken als van armen; ook als ambtsgewaad van wereldlijke waardigheidsbekleeders (toga).
vlieger, vluger [mid.ned.]: Naam van een vrouwen- en mannenkleedingstuk, wijde mantel. | Kil. vliegher [Kiliaan] palla,
Rocke
rocke, roch, roc [mid.ned.]: Benaming van een onder- en bovenkleedingstuk, zoals nog heden: het eerste van vrouwen, het tweede van mannen en vrouwen, doch als vrouwenkleeding alleen het gedeelte beneden het middel.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~


Corporaalschap van Capiteyn C. Rosecrans 1588


Bron: Sjef Hoogendoorn

1390 - Johanna van Brabant verdwaalde op Breehees en strande in de Donk!
Johanna van Brabant

Johanna van Brabant Het klokje met klanken vol jolijt luidt iedere avond uit dankbaarheid Hertogin Johanna van Brabant reisde in het jaar 1390 door Brabant. Ze verdwaalde op haar route en kwam vast te zitten met haar rijtuig. Nadat de boeren van Goirle weigerden haar te helpen, werd er hulp gevraagd in de Westerwijk. Deze boeren hielpen de hertogin weer op de goede weg. Uit dankbaarheid schonk ze een stuk grond, waarvan de opbrengst geheel toekwam aan de hulpvaardige boeren. Daarnaast werd er ook een klok geschonken aan de toren van Hilvarenbeek. Die klok moest iedere avond omstreeks negen uur luiden, het tijdstip waarop Johanna vast kwam te zitten met haar rijtuig. Aan deze historische sage wordt in de Nederlandse Volksverhalenbank het typenummer SINSAG 1103 toegekend. Hier zijn meerdere versies aan gekoppeld. In Boxmeer (Noord-Brabant) is een versie bekend waarbij een jonkvrouw vast raakt in het moeras. De mensen die haar gered hebben krijgen voortaan ieder jaar op vastenavond-maandag een gift vanuit haar hoeve te Vortum. De gift bestaat uit een halve varkenskop, brood, metworst van zeven ellen lang en een half tonneke bier
Een andere genoteerde versie verhaalt over een houten kruis in het Donkven op ‘de Wèstrik’.
De boeren uit die streek hielpen de hertogin toen zij was vastgeraakt in het moeras. Johanna schonk de boeren daarom 64 bunders grond. Het houten kruis werd geplaatst als herinnering aan het voorval, maar diende tevens als waarschuwing voor vreemdelingen. Niemand mocht inbreuk maken op de rechten die Johanna de boeren van de Westerwijk had gegeven. Een inwoner van een naburig dorp zich schuldig hebben gemaakt aan het stelen van turf. Deze man werd vastgebonden aan het kruis totdat zijn vrouw ten overstaan aan de dorpsregering de losprijs had betaald.
Omstreeks 1450 is de bouw van de Bikse kerktoren, die een hoogte heeft van veertig meter, begonnen. In de toren hangen vier klokken uit 1536 van de klokkengieter Jasper Moer uit ’s-Hertogenbosch. Deze vier klokken zijn vernoemd naar de vier evangelisten. Na de oorlog is de Marcusklok verdwenen. De overige drie hangen er nog steeds. De Lucasklok dient als luidklok en hoor je iedere avond rond 21.00 uur. Tegenwoordig dient het als herinnering aan de boeren van de Westerwijk die Johanna van Brabant uit de modder haalden, maar vroeger zou het de functie hebben gehad om de dwalende te helpen. Johanna van Brabant was verdwaald op haar reis. Ze vroeg daarom een klok te laten luiden, zodat de mensen die aan het dwalen waren duidelijk werd gemaakt dat er een dorp in de buurt was. Op de Lucasklok staat de volgende tekst geschreven: 'Lucas is mynen naem. Jasper Moer maeckten my int jaer ons heeren MCCCCCXXXVJ'. De klok is daarmee duidelijk te jong om door Johanna geschonken te zijn. Het zou kunnen dat er voor voorheen een andere klok fungeerde als luidklok, maar de toren waarin de klok zou hebben moeten hangen is ruim 40 jaar na het overlijden van Johanna gebouwd. De klok werd waarschijnlijk pas later in relatie gebracht met Johanna van Brabant.
Vandaag de dag leeft het verhaal van Johanna van Brabant nog steeds onder de inwoners van Hilvarenbeek, want iedereen groeit ermee op. Bij de voorbereiding op de jaarlijkse communie wordt het verhaal aan de kinderen van het dorp geleerd. In de Westerwijk staat nog steeds het houten kruis welk vroeger midden op de hei stond. Volgens de overlevering werden er Goirlenaren die in de Wèstrik turf gingen steken aan het kruis vastgebonden. Op het kruis staat het jaartal aangegeven met Romeinse cijfers: MCCCXC.; 1390. Het kruis met het jaartal is een tastbare herinnering aan het prachtige verhaal wat gespeeld zou hebben in de Donk en de Wèstrik, het wordt steeds doorverteld en ook hier geld, " 't is unnen dief die t'r wè afdoe.
De gronden die toentertijd zijn uitgegeven zijn voor het overgrote deel verkocht aan de Goirlese textielfabrikant Van Puijenbroek in 1918. De resterende gronden zijn verkocht aan boeren die in de Wèstrik wonen. Er zijn nu nog een stuk of vier boeren, onder andere de boer waar het houten kruis in de tuin staat, die grond in bezit hebben. Van de rente wordt ieder jaar in de laatste week van het jaar een koffietafel georganiseerd. Tijdens de nachtmis met Kerstmis wordt er nog ieder jaar gebeden voor de zielenrust van Johanna van Brabant en voor de hulpvaardige boeren uit de Westerwijk.

Toelichting
Het verhaal waarin Johanna van Brabant strandde in de Donk waarbij de boeren van de `Wèstrik’ te hulp schieten zal men moeten lezen als een sage. Johanna is waarschijnlijk nooit in de Donk geweest en van de Wèstrik nooit gehoord! Wel is een gegeven dat de middeleeuwse verbinding tussen ‘’s-Hertogenbosch, Leuven en Brussel via Weelde, Breehees, Oerle (Tlburg) en Enschot liep. Johanna moet die weg ook zijn gegaan.


kruis aan 'de Wèstrik'. (Westerwijk)


Bron: Nederlandse Volksverhalenbank | Sjef Hoogendoorn

1380 - De schutterij en de gilden vanaf de 13e eeuw
De ontwikkeling van de schutterijen vanaf de 13e eeuw

De 'gilde der schutte' vond zijn zijn oorsprong in de dertiende eeuw, de eeuw der ontheffing waarin het poortrecht steden en kleine plaatsen tot vrije gemeenten verheven werden. De ingezetenen 'poorters' genoemd werden toevertrouwd aan de eigen Vroedschap en Schepenen onder leiding van de door de landheer aangestelde schout.
De privileges van de poorteij, door de landvorst aan de steden geschonken, was haar grondwet die tevens het aantal poorters bepaalde die opgeroepen kon worden om in het leger bewapend te dienen in 'tocht en wedertocht, ten alle tijden het land te beschermen wanneer het werd aangevallen.
Hier onderscheidt de ontstaansgeschiedenis van de schutterijen zich cruciaal ten opzicht van de kerkelijke broederschappen die zich later tot gilden zullen ontwikkelen en tot op heden een glorieus bestaan lijden.
Iedere poorter van jong tot oud was in de weer om op, voorschreven tijden , onder ervaren hoofdmannen in 'de handeling der wapens te oefenen'. Zo ontwikkelde de gewapende burgerij zich in de steden tot de rijke schuttersgilden met veel macht en uitgebreide bestuurlijke bevoegdheden.
Langzaam taande in de 17e eeuw de invloed van de schutterijen, zij waren door de tijd ingehaald. De privileges stierven uit en het eigenlijke karakter van het 'Gilde en Wapenen' verdween. De oude situatie was onvermogend om in de nieuwe behoefte te voorzien.
Ingehuurde legers met eigentijdse wapens belegerden steden en dorpen. Veldslagen met snelle verplaatsingen bepaalden winst en verlies.
De stadsgilden verloren weliswaar hun oorspronkelijke functie maar bleven verantwoordelijk voor de veiligheid in de steden
en controleerden de komende en gaande man. De stadspoorten en -muren bleven hard nodig. Dit is de periode dat de Gilden zich verzekerden van hun macht en invloed in het openbaar bestuur. De gilden verwierven macht en rijkdom, bij een selecte groep van stadsbewoners die de dienst uitmaakte. De gildehuizen in de Brabantse cultuursteden als Antwerpen, Leuven en Gent stralen heden ten dagen nog de rijkdom en grandeur uit van de Schuttersgilden uit de voorbije eeuwen.
De broederschappen die zich hadden getransformeerd tot de leken- of sacrale gilden hadden wel heel goed gekeken naar de stadsgilden die zij als voorbeeld namen. De benamingen zoals, hoofdman, vaandrig, standaarddrager en Deken werden overgenomen. De organisatie werd ingericht als bij de stadsgilden en het bevoegd gezag werd bevestigd door de begiftiging met een 'caerte' door de plaatselijke overheid.
De de sacrale gilden,ook wel lekengilden genaamd, hebben altijd naast elkaar bestaan met hun duidelijke onderscheidende functie. In de 2e helft van de 20e eeuw zijn de profane gilden massaal opgetuigd met de stedelijke gilden als voorbeeld. Hierdoor is dikwijls het ware karakter van een gilde verloren gegaan.

Sjef Hoogendoorn:


het St. Jorisaltaar van Valencia 1425


1296 - De Kraajenbrink bij de Roovertse Molen
De kraajenbrink stond net in België bij het bruggetje
Naast de Leij stond de Roovertse molen
herberg
smokkelen
let op kruis boven keldergat


de Kraajenbrink nabij de Roovertse molen


Bron: Sjef Hoogendoorn